[BR2100085] Aanwijzen gevallen bindend adviesrecht Omgevingswet
Tekst van het document
Onderwerp
Aanwijzen gevallen bindend adviesrecht Omgevingswet
Portefeuillehouder
Titia Cnossen
Registratienummer
BR2100085
Datum Raad
23 december 2021
Gevraagde beslissing: 1. In de volgende gevallen gebruik te maken van het bindend adviesrecht bij het afwijken van het omgevingsplan door middel van een omgevingsvergunning (= de buitenplanse omgevingsplanactiviteit): a) het bouwen van meer dan 40 woningen, tenzij deze op grond van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting in een bestemmingsplan gebouwd kunnen worden; b) het bouwen van hoofdgebouwen binnen de linten; c) het bouwen van antennemasten met een hoogte van meer dan 40 meter; d) het bouwen van een bedrijf - glastuinbouw uitgezonderd – met een oppervlak van meer dan 1000 m2 gesitueerd buiten een bedrijventerrein; e) het bouwen c.q. oprichten van een windturbine; f) de aanleg van een grondgebonden zonnepark; g) het bouwen c.q. oprichten van huisvesting voor arbeidsmigranten, met uitzondering van die gevallen waarbij ons college voornemens is de vergunning te weigeren. 2. Dit raadsbesluit in werking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 0. Samenvatting Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Eén van de verbeterdoelen van deze wet is dat ons college sneller beslist op aanvragen van een omgevingsvergunning. De beslistermijn is acht weken. Dit geldt ook voor aanvragen die in strijd zijn met het omgevingsplan, de rechtsopvolger van het bestemmingsplan.
Het met een omgevingsvergunning afwijken van het omgevingsplan wordt de ‘buitenplanse omgevingsplanactivteit’ genoemd. Uw raad speelt geen rol bij onze beslissing om af te wijken van het omgevingsplan. Dat is het systeem van de wet. Dit is slechts anders als uw raad gevallen aanwijst waarvoor bindend adviesrecht geldt. Ons college is hieraan dan gebonden. Dit raadsvoorstel gaat over het aanwijzen van deze gevallen. Bij het voorstel van deze specifieke gevallen is gelet op de mogelijke impact op de fysieke leefomgeving. In het huidige systeem is het andersom geregeld. Uw raad geeft aan welke gevallen niet gezien hoeven te worden. Onder de Omgevingswet geeft uw raad aan welke gevallen wel gezien moeten worden. De gedachte achter deze omdraaiing van het systeem is dat de gemeenteraad onder de Omgevingswet meer op hoofdlijnen gaat sturen. De instrumenten hiervoor zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
1
Het aanwijzen van gevallen voor bindend advies is een belangrijke bevoegdheid voor uw raad. In de laatste beeldvormende avond over de Omgevingswet op 8 september 2021 hebben wij hier aandacht aan besteed. Burgerparticipatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. De wetgever stimuleert aanvragers om burgerparticipatie voor hun initiatief/aanvraag te organiseren. Het is echter niet vereist. De gemeenteraad kan dit voor ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’ wel verplicht stellen. Omdat het burgerparticipatiebeleid bij schrijven van dit advies nog in de maak is, doen we hiertoe nu nog geen voorstel. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn De Omgevingswet is de grootste wetswijziging sinds de invoering van de Grondwet. Maar liefst 26 wetten en meer dan honderd Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur, water en infrastructuur worden erin samengevoegd. Er komt daarmee één integrale wet op het gebied van de fysieke leefomgeving. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland op 1 juli 2022. Bij schrijven van dit advies is dit overigens nog niet zeker. In november 2021 voert de Minister van Binnenlandse Zaken hierover overleg met het parlement. Dit jaar staat in het teken van de verdere voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet.
Hiervoor hanteren wij het overzicht van de VNG van 27 “Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten”. Dit schematische overzicht laat zien wat wij dit jaar als gemeente minimaal moeten regelen om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Op basis van de 27 minimale acties van de VNG zijn vijf deelprojecten (ook wel sporen genoemd) gedefinieerd. Naast het overkoepelende spoor 0 (over ambities, strategie, aanpak, financiën en communicatie) gaat het om vijf sporen: 1. Omgevingsvisie, 2. Omgevingsplan, 3. Vergunningverlening, toezicht en handhaving, 4. Digitaal Stelsel Omgevingswet en 5. Veranderopgave. Zoals beschreven in ons projectplan (T21.01738) en het raadsbesluit van 3 juni 2021 (BR2100033) is de aanleiding voor dit raadsvoorstel onderdeel van minimale actie 9. Deze is onder gebracht in spoor 2 omgevingsplan. Onder de Omgevingswet verandert de rol van de raad bij beslissingen van ons college om van het omgevingsplan – voorheen het bestemmingsplan - af te wijken. Uw raad heeft onder huidig recht namelijk per definitie positie, tenzij uw raad gevallen aanwijst waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Onder de Omgevingswet is het andersom. Uw raad heeft geen positie, tenzij uw raad expliciet gevallen aanwijst voor bindend advies.
2
Figuur: 27 minimale acties van de VNG ondergebracht in sporen
2. Maatschappelijk effect Het effect is dat uw raad met deze bevoegdheid een beslissende rol speelt bij bepaalde afwijkingen van het omgevingsplan. Deze afwijkingen kunnen van invloed zijn op de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld doordat een nieuwe functie extra verkeer aantrekt. 3. Argumenten 1.1 Positie voor de gemeenteraad bij bindend adviesrecht Met dit voorstel verkrijgt uw raad voor bepaalde gevallen bindend adviesrecht. Dit betekent dat ons college bij de beslissing om van het omgevingsplan af te wijken in een dergelijk geval het advies van uw raad in acht moet nemen. Die beslissing geschiedt op aanvraag van een omgevingsvergunning. De beslissing bedraagt acht weken. Onder huidig recht is het net andersom. De gemeenteraad geeft aan welke gevallen hij niet hoeft te zien. Op 6 september 2012 en op 26 oktober 2017 heeft uw raad dergelijke besluiten genomen. Deze besluiten zijn bij het raadsvoorstel gevoegd. Vergeleken met de huidige situatie zal uw raad met onderhavig voorstel meer raadsvoorstellen voorgelegd krijgen. Als een aanvraag omgevingsvergunning nu namelijk in strijd is met een bestemmingsplan maar past in de Structuurvisie, dan hoeft uw gemeenteraad die niet te zien.
Het simpelweg omdraaien van dit systeem is onder de Omgevingswet niet mogelijk; het gaat immers om het aanwijzen van gevallen die uw raad wenst te beoordelen, niet om gevallen die uw raad niet hoeft te zien.
3
In potentie is bij de aanwijzing van gevallen voor bindend adviesrecht sprake van impact op de fysieke leefomgeving. Het gaat dus niet om de kleinere afwijkingen. 1.2 De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het omgevingsplan Omdat de gemeenteraad het bevoegd gezag is voor het vaststellen van het omgevingsplan ligt het in de rede dat uw raad een beslissende rol speelt bij grote afwijkingen ervan. 1.3 Inhoudelijke toelichting op de gevallen Bij de voorgestelde gevallen voor bindende adviesrecht is vooral gelet op de potentiële impact ervan op de fysieke leefomgeving. Het spreekt overigens voor zich dat deze afwijkingen van het omgevingsplan moeten voldoen aan de omgevingsvisie. De visie is voor het uitoefenen van bevoegdheden namelijk zelfbindend. Dat geldt zowel voor uw raad als ons college. Voor wat betreft de motivering van de voorgestelde gevallen kan het volgende worden opgemerkt. a). In de beschrijving van dit geval, maximaal 40 woningen, is een uitzondering gemaakt voor wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen voor woningbouw. Deze komen voor in bestemmingsplannen maar kunnen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer worden toegepast. Wel kan uw college in deze situatie op basis van het overgangsrecht van de Omgevingswet met een omgevingsvergunning van het tijdelijke omgevingsplan afwijken, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Omdat de gemeenteraad deze bevoegdheden/verplichtingen bij de vaststelling van een bestemmingsplan aan uw college heeft toebedeeld, ligt het in de rede dat de gemeenteraad in deze gevallen geen bindend adviesrecht heeft. Dat is de reden voor de uitzondering. Bij dit geval bestaat overigens een relatie met ons raadsvoorstel voor delegatie. Kortheidshalve verwezen wij hiervoor naar het raadsvoorstel plan van aanpak omgevingsplan 2022-2029 en delegatie (BR2100084). b). Voor de situering en begrenzing van de linten wordt verwezen naar de omgevingsvisie 1.0. Het aanwijzen van deze gevallen wil overigens niet zeggen dat er ook vergunningaanvragen komen. Maar mocht een dergelijke aanvraag worden ingediend, dan is uw raad in de positie om hierover een bindend advies te geven. Het blijft uiteindelijk een bestuurlijke afweging per geval waarbij sprake moet zijn van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, het criterium van de Omgevingswet. Het weigeren van de omgevingsvergunning voor de aangewezen gevallen is uitgezonderd van het bindend adviesrecht. De reden hiervoor is dat dan niet van het door uw raad vastgestelde omgevingsplan wordt afgeweken. Het gaat dus alleen om gevallen waaraan ons college medewerking wenst te verlenen.
2.1 Deze bevoegdheid is gebaseerd op de Omgevingswet De mogelijkheid voor om gevallen aan te wijzen waarvoor uw raad bindend adviesrecht wenst, geldt nog niet. Dit is pas mogelijk op basis van de Omgevingswet. Het raadsbesluit kan dan ook
4
pas in werking treden als deze wet in werking is getreden. Bij schrijven van dit advies gaan wij uit van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022. 4. Kanttekeningen 1.1 Overschrijding beslistermijn van acht weken De Omgevingswet verlangt dat ons college binnen acht weken op een aanvraag omgevingsvergunning beslist. Deze termijn kunnen wij een keer met zes weken verlengen. Dit is ook het geval bij afwijkingen van het omgevingsplan. Gezien de tijd die het vergt om een raadsbesluit te verkrijgen, kan deze termijn – ook niet na verlenging van zes weken – meestal niet worden gehaald. Dit gegeven leidt niet tot een omgevingsvergunning van rechtswege zoals onder huidig recht. Er is dus geen rechtsgevolg. Wel kan een aanvrager na afloop van de beslistermijn ons college schriftelijk in gebreke stellen waarna een dwangsom kan worden verbeurd. In het vooroverleg met een aanvrager zal op de rol van uw raad in de aangewezen gevallen worden gewezen, zodat hij daarop is voorbereid. Met de griffie zullen afspraken gemaakt moeten worden om de besluitvorming zo snel mogelijk te laten verlopen. Een andere mogelijkheid is dat ons college de uitgebreide procedure van toepassing verklaart. Dan ligt het ontwerp van de omgevingsvergunning zes weken ter inzage en kan iedereen een zienswijze indienen.
Daarna wordt een beslissing genomen over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning. De beslistermijn is zesentwintig weken. Toepassing van deze procedure is mogelijk onder de volgende voorwaarden: - als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en - waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De wetgever eist dat dit per geval wordt beoordeeld; deze beoordeling vindt plaats na indiening van een aanvraag. Algemeen beleid hierover is dus niet mogelijk. 1.2 Lijst gevallen is een inschatting De lijst met gevallen hebben wij opgesteld met het oog op de mogelijke impact op de fysieke leefomgeving. Het is echter moeilijk te voorzien welke gevallen zich exact zullen aandienen. In die zin is deze lijst arbitrair. Met enige regelmaat zullen wij deze dan ook tegen het licht moeten houden. Het voorstel is om dit twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te doen en dit met uw raad te bespreken. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Niet van toepassing.
5
6. Juridische aspecten Op grond artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit kan uw raad gevallen aanwijzen waarvoor bindend adviesrecht geldt. Ons college dient dit advies op grond van artikel 16.15b van de Omgevingswet vervolgens in acht te nemen. Het gaat dan om beslissingen op aanvragen omgevingsvergunning om voor de aangewezen gevallen van het omgevingsplan af te wijken. 7. Duurzaamheid Twee van de voorgestelde gevallen gaan over de energietransitie: het oprichten van windturbines en de aanleg van grondgebonden zonneparken. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Burgerparticipatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. De wetgever stimuleert aanvragers om burgerparticipatie voor hun initiatief/aanvraag te organiseren. Het is echter niet vereist. Uw raad kan dit voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht stellen. Omdat het burgerparticipatiebeleid bij schrijven van dit advies nog in de maak is, is hiertoe nu geen voorstel gedaan. 9. Verdere procedure Dit raadsvoorstel is noodzakelijk voordat de Omgevingswet in werking treedt. Afhankelijk van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet en de indiening van aanvragen omgevingsvergunning die onder het bindend adviesrecht vallen, zal uw raad op termijn voorstellen voor het verlenen van bindend advies tegemoetzien. Bijlagen 1. Raadsbesluit 6 september 2012 Verklaring van geen bedenkingen (BR1100337) 2.
Raadsbesluit 26 oktober 2017 Verklaring van geen bedenkingen (BR1700107)
6
Datum Raad
23 december 2021
Registratienummer
BR2100085
Onderwerp
Aanwijzen gevallen bindend adviesrecht Omgevingswet
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten - bindend advies geeft voor de aangewezen gevallen positie aan de gemeenteraad bij de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om met omgevingsvergunning af te wijken van het omgevingsplan; - de gemeenteraad stelt ook (delen van) het omgevingsplan vast; - de aangewezen gevallen hebben impact op de fysieke leefomgeving. Rekening te houden met - de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Gelet op - artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit en artikel 16.15b van de Omgevingswet. Besluit(en) 1. In de volgende gevallen gebruik te maken van het bindend adviesrecht bij het afwijken van het omgevingsplan door middel van een omgevingsvergunning (= de buitenplanse omgevingsplanactiviteit): a) het bouwen van meer dan 40 woningen, tenzij deze op grond van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting in een bestemmingsplan gebouwd kunnen worden; b) het bouwen van hoofdgebouwen binnen de linten; c) het bouwen van antennemasten met een hoogte van meer dan 40 meter; d) het bouwen van een bedrijf - glastuinbouw uitgezonderd – met een oppervlak van meer dan 1000 m2 gesitueerd buiten een bedrijventerrein; e) het bouwen c.q. oprichten van een windturbine; f) de aanleg van een grondgebonden zonnepark; g) het bouwen c.q.
oprichten van huisvesting voor arbeidsmigranten, met uitzondering van die gevallen waarbij ons college voornemens is de vergunning te weigeren. 2. Dit raadsbesluit in werking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
7
Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 23 december 2021, de griffier,
Bert Schouten
8