CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording technische vragen van WIJ LSL gezwarte versie

Commissie Samenleving 16 januari 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Verlichting Skatepark Annie M.G. Schmidtpark - door WIJ Lansingerland en VVD2.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Opdrachtgever: E. van der Velden, D. Stafleu Gemeente Lansingerland Auteur: ir. G. Bakker Betreft: Projectnummer:

Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting, Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland 2315

Datum:

24 augustus 2020

Status:

DEFINITIEF

bezoekadres: Natuurhistorisch Museum Rotterdam Westzeedijk 345 3015 AA Rotterdam telefoon: 010 – 266 04 70 e-mail: info@bureaustadsnatuur.nl www.bureaustadsnatuur.nl

Inleiding Het deel van het Annie M.G. Smidtpark in Bergschenhoek (gemeente Lansingerland) tussen de Berkelseweg, Boterdorpseweg, Berkelsdijkje en de HSL (hierna: ‘plangebied’, Figuur 1), wordt in een project voorzien van openbare verlichting. Dit deel van het park wordt intensief gebruikt vanwege o.a. een fietspad, skatebaan, Urban Sportspark, een JOB, hardloopbaan en het evenementterrein. Daarom dienen de fietspaden in dit stuk park voor de veiligheid verlicht te worden. Er bestaat echter een kans dat er vleermuizen zijn waarmee met de verlichting rekening moeten houden. De Gemeente Lansingerland heeft daarom aan Bureau Stadsnatuur gevraagd onderzoek te doen naar voorkomen en gebiedsgebruik door vleermuizen en te adviseren over eventuele vleermuisvriendelijke verlichting.

Figuur 1. Ligging van het plangebied met de paden waar verlichting moet komen (bron: Gemeente Lansingerland).

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

1/7

Methodiek Analyse voorkomen vleermuissoorten en gebiedsgebruik Om vast te stellen welke vleermuissoorten voorkomen in en rond het plangebied zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In de eerste plaats is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd, de meest uitgebreide natuurdatabase van Nederland, waarin gegevens van de belangrijkste PGO’s, zoals de Zoogdierverenging en Waarneming.nl zijn samengebracht. Er is voor gekozen om de vier kilometerhokken waarin het plangebied zich bevindt te selecteren (RD-coördinaten 92-445, 92-444, 93-445 en 93-444) en alle waarnemingen van vleermuizen te exporteren uit de afgelopen tien jaar (01-01-2010 t/m 11-05-2020). De gegevens zijn vervolgens geanalyseerd in QGIS 3.12. In de tweede plaats is een rapportage (Bakker 2017) geraadpleegd die in 2017 door Bureau Stadsnatuur in opdracht van Gemeente Lansingerland is opgesteld met betrekking tot een onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen op de Landscheiding, het grotere gebied waar het plangebied feitelijk onderdeel van is. Ook in dit onderzoek vormde het aanbrengen van verlichting de aanleiding. Juist het huidige plangebied viel toentertijd buiten de context van het onderzoek. Ten slotte zijn enkele algemene bronnen geraadpleegd, zoals de Nederlandse Zoogdieratlas (Broekhuijzen et al.

2016 ) en de Provinciale Werkatlas Zoogdieren (Mostert & Willemsen 2011) om het voorkomen (en ontbreken) van soorten te staven.

Veldonderzoek In de middag van 7 mei 2020 heeft een ecoloog van Bureau Stadsnatuur het plangebied te voet verkend en de potenties voor vleermuizen bekeken. Gelet is op de mogelijke functionaliteiten die binnen het leefgebied van te verwachten soorten voor kunnen komen en hoe hier op bepaalde plaatsen in het aanbrengen van verlichting rekening mee gehouden kan worden. Een foto-impressie is te vinden onderaan deze notitie.

Literatuuronderzoek vleermuizen en verlichting In het kader van dit verkennende onderzoek zijn enkele publicaties met betrekking tot de invloed van verlichting op vleermuizen geraadpleegd om tot een beter onderbouwd advies te komen. Ze zijn te vinden in de literatuurlijst onderaan deze notitie.

Resultaten NDFF-gegevens In de NDFF zijn 177 waarnemingen van vleermuizen aangetroffen voor de vier vierkante kilometer waarin het plangebied zich bevindt. Dit is voor een periode van tien jaren weinig en geeft aan dat er slechts in zeer beperkte mate vleermuiswaarnemingen door derden zijn gedocumenteerd voor dit gebied. Deze steekproef van gegevens biedt in combinatie met de overige gegevens echter voldoende houvast om het vermoeden te bevestigen dat het plangebied en omgeving alleen van belang zijn als leefgebied voor enkele in urbane gebied van deze regio te verwachten vleermuissoorten (Tabel 1). Tabel 1. In NDFF aanwezige vleermuissoorten in de vier 1 km2-hokken waarin het plangebied ligt in periode 01-01-2010 tot 11-05-2020. Nederlandse naam Laatvlieger Tweekleurige vleermuis Rosse vleermuis Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

wetenschappelijke naam Eptesicus serotinus Vespertilio murinus Nyctalus noctula Pipistrellus pipistrellus Pipistrellus nathusii Plecotus auritus

beschermde status1 III, HR-IV III, HR-IV III, HR-IV III, HR-IV III, HR-IV III, HR-IV

RL-status2 KW KW -

% waarnemingen (n=177) 4 0,6 4 67 16 0,6

1

:Beschermde status: II = Ffwet Tabel 2, III = Ffwet Tabel 3, HR-II = Habitatrichtlijn Bijlage II, HR-IV = Habitatrichtlijn Bijlage IV en HR-V = Habitatrichtlijn Bijlage V, JBN = Jaarrond Beschermde Nesten (Ministerie van LNV 2009). 2 :RL(Rode Lijst)-status: GE =Gevoelig, KW = Kwetsbaar, BE = Bedreigd, EB = Ernstig bedreigd, VN = Verdwenen uit Nederland, NB = Niet Beschouwd (soort is niet meegenomen bij het opstellen van Rode Lijst).

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

2/7

Figuur 2. In NDFF aanwezige vleermuissoorten in de vier topografische 1 km2-hokken waarin het plangebied ligt in de periode 01-012010 tot 11-05-2020. In het plangebied zelf zijn vrijwel geen waarnemingen gedaan.

Veldonderzoek Gebiedsomschrijving Het plangebied betreft een overwegend vlak terrein dat zeer recent is ingericht. Het bestaat voor een aanzienlijk deel uit gazons en groenperken met recent aangeplante bomen. Oude bomen ontbreken nagenoeg; alleen aan de zuidwestkant staan enkele oudere abelen. Infrastructuur is aanwezig in de vorm van verharde fiets- en wandelpaden. Grote waterpartijen (vijvers, plassen, meren, brede watergangen) ontbreken. Aan de westzijde bevinden zich twee smalle, lijnvormige watergangen. Bebouwing beperkt zich tot het zwembad aan de noordzijde en een tweetal boerderijen met woonhuis aan de zuidwestzijde. Openbare verlichting was ten tijde van dit onderzoek alleen aanwezig langs de hoofdinfrastructuur aan de zuid- en noordzijde (inclusief het parkeerterrein bij het zwembad); het gebied is daardoor grotendeels onverlicht. De gemeente is conform de kaart in Figuur 1 van plan om lage lichtmasten met LED-armaturen te plaatsen van het type Lightronics Brisa. Functionaliteit als leefgebied voor vleermuizen In het plangebied is geen bebouwing aanwezig die voor vleermuizen geschikt is als vaste rustplaats. Op dit moment zijn er ook geen bomen aanwezig die deze functie kunnen vervullen. Het merendeel van de bomen is net aangeplant en een klein deel ervan zal pas over 20 á 25 jaar mogelijk potentie hebben als verblijfplaats.

De genoemde oudere abelen aan de westkant zijn niet geschikt als rustplaats voor een vleermuis. Omdat geen grote waterpartijen aanwezig zijn is het plangebied in zijn huidige vorm niet van betekenis als leefgebied voor soorten als Meervleermuis Myotis dasycneme of Watervleermuis M. daubentonii. Ook zeer kritische, lichtmijdende soorten van oude bosgebieden zijn momenteel niet te verwachten. Dat wordt bevestigd door de beschikbare gegevens, waarin vrijwel uitsluitend opportunistische soorten voorkomen die goed kunnen leven in grote open gebieden en straatverlichting niet per se vermijden. Het ontbreken van rietkragen en grote oppervlaktes ruige vegetatie, waarin zich een grote hoeveelheid voedsel in de vorm van grotere insecten kan ophouden, speelt hierin mee. In zijn huidige vorm zal het plangebied dan ook hoofdzakelijk worden gebruikt als frequent gebruikt foerageergebied voor de Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Ruige dwergvleermuis P. nathusii en Laatvlieger Eptesicus serotinus. In mindere mate zullen ook de in deze omgeving

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

3/7

veel schaarsere Rosse vleermuis Nyctalus noctula en Tweekleurige vleermuis Vespertilio murinus binnen het plangebied foerageren. Voor al deze soorten geldt dat ze het plangebied tevens kunnen gebruiken als geleidend element in een vliegroute tussen de dagrustplaats en het foerageergebied. De aanwezige duisternis en bomen die kunnen zorgen voor beschutting bij winderig weer, spelen hierin een sleutelrol. Naarmate de aangeplante bomen hoger worden zal het gebied wat deze functie betreft in de loop der jaren aantrekkelijker worden voor vleermuizen. Op basis van het in 2017 uitgevoerde onderzoek in de gebieden direct ten noorden en ten zuiden van het plangebied (Bakker 2017) werd geconcludeerd dat de Gewone dwergvleermuis veruit de belangrijkste van de zes vastgestelde soorten was om rekening mee te houden waar het verspreiding en aantallen betrof. Voor overige soorten werd de bomenstructuur op lokaal populatieniveau van marginale betekenis geacht. Op basis van de ligging en het feit dat de omgeving er na vier jaar niet wezenlijk anders uitziet vanuit het perspectief van een vleermuis, kan deze conclusie ook worden getrokken voor het huidige plangebied.

Literatuuronderzoek vleermuizen en verlichting Er is gericht onderzoek gedaan naar het effect van verlichting op vleermuizen, zie (onder andere) Spoelstra et al. (2017), Voight et al. (2017) en Russo et al. (2017). Kort samengevat is vooral de mate van uitstraling van belang: deze dient zo gering mogelijk te zijn richting de omgeving. Myotis en Plecotus-soorten zijn over het algemeen lichtmijdend; voor deze soorten is het plangebied in de huidige situatie echter niet van betekenis. Pipistrellus-soorten profiteren van toename van insecten die op wit en groen licht afkomen. Eptesicus en Nyctalussoorten (respectievelijk Laatvlieger en Rosse vleermuis in het plangebied) storen zich weinig aan omgevingslicht. Voor rood licht is geen negatief effect vastgesteld. Gelet op de functionaliteit voor met name de Gewone dwergvleermuis moet bij plaatsing van verlichting, analoog aan de advisering voor het Landscheidingstracé (Bakker 2017), dus gekozen worden voor een armatuur dat de lichtbundel beperkt tot het fietspad. Dat kan door keuze van lage masten (zoals die in Figuur 6 in het foto-overzicht) en eventueel een automatische dimmer. De onder meer in het deel van het Annie M.G. Schmidtpark ten zuiden van de Boterdorpseweg toegepaste ‘ronde’ armaturen zijn in dit opzicht minder geschikt. Verder kan hier worden gekozen voor een lichtfrequentie die voor die soort niet hinderlijk is.

Dat zou wit licht of groen licht kunnen zijn. Wit licht trekt echter zeer veel insecten aan en werkt in die zin verstorend ten aanzien van deze diergroep; groen licht wordt door mensen als minder prettig ervaren. De consensus die uit beschikbaar onderzoek volgt, is dat een lichtfrequentie die richting rood gaat in het donker het minst verstorende effect heeft op een brede groep dieren. Hoewel van trekvogels bekend is dat een rode puntbron in een verder duistere omgeving een ongewenste aantrekkingskracht kan hebben in het duister (boorplatforms op open zee), zal dat effect op het land in de situatie van het plangebied waarschijnlijk niet optreden; er is in de omgeving immers al sprake van een overdaad aan ‘sturend’ licht (van de aangrenzende straatverlichting en bebouwing) en de intensiteit is in dit geval beperkt. Bovendien is het licht niet naar het luchtruim gericht of fel uitstralend naar de omgeving.

Conclusies Geconcludeerd wordt dat het onderzochte deel van het Annie M.G. Schmidtpark hoofdzakelijk een leefgebied vormt voor enkele opportunistische soorten vleermuizen die karakteristiek zijn voor het urbane gebied. Deze vleermuissoorten trekken zich over het algemeen weinig aan van straatverlichting. Het plaatsen van fietspadverlichting gebeurt bovendien op beperkte schaal; grote delen van het park blijven donker. Een wezenlijke invloed van de verlichting op de populaties van aanwezige soorten vleermuizen is daarom op voorhand uitgesloten. Aanvullend onderzoek of een ontheffingsaanvraag, omdat mogelijk verboden worden overtreden, zijn hier niet aan de orde. Wel worden met het oog op de toekomst en het ouder worden van de beplanting in het park, enkele aanbevelingen gedaan. De in Figuur 1 vermelde ‘Brisa’-armaturen betreffen vermoedelijk dezelfde als in Figuur 6; deze kunnen in principe in het plangebied worden toegepast zoals aangegeven in Figuur 1.

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

4/7

Aanbevelingen Het is van belang dat de uiteindelijk gekozen verlichting geen negatief effect heeft op de functionaliteit voor vleermuizen als onderdeel van het leefgebied. De vastgestelde functionaliteit op ‘fietspadniveau’ beperkt zich in hoofdzaak tot de Gewone dwergvleermuis; die in grote aantallen migrerend en foeragerend werd aangetroffen langs de bomenrijen op de aangrenzende Landscheiding en vrijwel zeker ook gebruik maakt van het huidige plangebied. Het plangebied biedt een overvloedige hoeveelheid ruimte om voor vleermuizen geschikt te zijn als vliegroute, ook wanneer er fietspadverlichting wordt geplaatst. De grote hoeveelheid bomen zorgt op veel plaatsen voor duisternis, zeker op termijn en wanneer de kronen boven toekomstige lichtmasten uitkomen. Met het oog op de toekomst, en het daarmee aantrekkelijker worden voor grotere aantallen vleermuizen en meer lichtmijdende soorten zoals de Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus en Watervleermuis, zou ervoor gekozen kunnen worden om, als er op termijn ook in andere delen van het plangebied verlichting wordt geplaatst, daar te kiezen voor vleermuisvriendelijke verlichting.

Dan wordt vooral gedacht aan het momenteel donkere, lijnvormige, noordoost-zuidwest georiënteerde pad aan de oostzijde van het plangebied, parallel aan de HSL (zie Figuur 3 in het foto-overzicht aan het einde van deze notitie), dat vanwege de ligging en beplanting hoge potentie heeft als gebiedsverbindende vliegroute voor vleermuizen in de toekomst. Een praktische en direct leverbare oplossing die eerder is aanbevolen zou, gelet op bovenstaande, de ‘ClearField’ LED-verlichting van Philips kunnen zijn, zie: http://images.philips.com/is/content/PhilipsConsumer/PDFDownloads/Netherlands/ODLI20160301_001UPD-nl_NL-11046-PH-Clearfield-Clearsky-A4.pdf Naast de Pipistrellus-soorten worden ook de lichtgevoelige vleermuissoorten niet verstoord en trekt dit type rode licht geen grote aantallen insecten aan.

Literatuur Bakker, G. 2017. Vleermuisonderzoek Landscheiding. bSR-notitie 1585. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. Barataud, M. 2015. Acoustic Ecology of European Bats – Species Identification, Study of their Habits and Foraging Behaviour. Biotope – Muséum national d’Histoire naturelle, Paris. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys. 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Naturalis, Leiden. Delft, J.J.C.W. van & W. Schuitema, 2005. Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. RAVON Noord-Brabant, Tilburg / Stichting RAVON, Nijmegen. Janssen, J. & Schaminée, J. 2008. Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Zeist. Mostert, K. & J. Willemsen. 2011. Voorlopige werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2011. Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland, Delft. Russo, L. Cistrone, N. Libralato , C. Korine, G. Jones & L. Ancillotto. 2017. Adverse effects of artificial illumination on bat drinking activity. Animal Conservation 2017. doi:10.1111/acv.12340. Spoelstra K, van Grunsven RHA, Ramakers JJC, Ferguson KB, Raap T, Donners M, Veenendaal EM, Visser ME. 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat presence is affected by white and green, but not red light. Proc. R. Soc. B 284: 20170075. http://dx.doi.org/10.1098/rspb.2017.0075.

Voigt CC, Roeleke M, Marggraf L, Petersons G, Voigt-Heucke SL. 2017. Migratory bats respond to artificial green light with positive phototaxis. PLoS ONE 12(5): e0177748. https:// doi.org/10.1371/journal.pone.0177748 © Bureau Stadsnatuur | Westzeedijk 345 | 3015 AA Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bSR kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

5/7

Foto’s plangebied

Figuur 3

Figuur 4

Figuur 5

Figuur 6.

Figuur 7

Figuur 8

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

6/7

Figuur 9

Figuur 10

Figuur 11

Figuur 12

Figuur 13

Figuur 14

bSR-notitie 2315 – Verkennend onderzoek vleermuizen en verlichting Annie M.G. Schmidtpark, Lansingerland

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=30fd16ee-39f0-4184-8c8f-63922b72d412