Beantwoording technische vragen van L3B betreffende 'Verordening WRB 2025'
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Cie. Ruimte
Steller van de vraag en partij: Machiel Crielaard, Leefbaar 3B Datum:
28 april 2025
Onderwerp:
Verordening WRB 2025
Vraag 1: In artikel 3.4.8 van de verordening staat dat vergunninghouders (statushouders) gelijkgesteld worden aan urgentiehouders. Vallen deze vergunninghouders formeel onder het maximale percentage van 50% voorrang voor woningzoekenden met een economische of maatschappelijke binding aan de gemeente (zoals genoemd in artikel 2.1.4 lid 1 sub f)? Antwoord: Ja, zij vallen binnen het percentage van 50% dat voorrang krijgt. Zij zijn toegewezen aan onze gemeente en daarmee worden zij onze inwoners, en wij zorgen voor goede en passende huisvesting voor alle inwoners. Via de andere 50% van de toewijzingen komen overigens ook inwoners met een lokale binding terecht in de sociale huurwoningen. Vraag 2: Kan het college aangeven hoeveel woningen er in de praktijk gemiddeld per jaar worden toegewezen aan vergunninghouders binnen Lansingerland en hoe zich dat verhoudt tot de andere urgentiecategorieën? Antwoord: In de afgelopen vier jaar (2021 t/m 2024) zijn jaarlijks tussen de 77 en 107 woningen toegewezen aan alle urgenten, incl. statushouders; wat ca. 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen is. In al deze jaren schommelt het toegewezen aantal woningen aan zowel vergunninghouders als aan overige urgenten. Daarmee varieert ook de verhouding tussen deze groepen. Zie onderstaande tabel. Tabel 1: aantal sociale huurwoningen toegewezen per categorie 2021 2022 2023 2024 Gem.
Urgenten (zonder 69 29 54 60 53 18% vergunninghouders) Vergunninghouders 38 48 33 17 34 11% Woningzoekenden 181 153 231 271 209 71% zonder urgentie Totaal 288 230 318 348 296 100% NB: Dit betreft het aantal woningen, niet het aantal personen. Bron: Cijfers 3B Wonen voor 2024, en de Monitor Woonruimtebemiddelingsmonitor Regio Rotterdam 2021 t/m 2023. Toelichting op het toewijzen van sociale huurwoningen Het aanbod sociale huurwoningen dat jaarlijks vrijkomt varieert ook enigszins, maar groeit gemiddeld genomen niet echt. Dat zorgt ervoor dat het aantal toe te wijzen woningen niet sterk stijgt. Bovendien moet het vrijkomende aanbod ook wel passend zijn in grootte en huurprijs voor de urgente doelgroep. Voor het toewijzen van woningen aan vergunninghouders is daarnaast het waarborgen van leefbaarheid een aandachtspunt bij 3B Wonen. Zij wijst vergunninghouders verspreidt toe over de complexen, straten en buurten. Dit zorgt ook voor een beperking van het aantal woningen dat aan hen kan worden toegewezen.
Ons kenmerk
T25.03138
1/2
Tot slot zoekt 3B Wonen ook naar een zekere balans in het toewijzen aan de verschillende groepen woning zoekende inwoners. Zodat iedere groep een evenwichtige kans maakt op een sociale huurwoning. Dit doet zij met name door bij vrijkomende sociale huurwoningen gebruik te maken van verschillende manieren van toewijzing. Hierover voeren wij jaarlijks gesprekken met 3B Wonen. De vraag naar sociale huurwoningen neemt wel toe We zien voor beide groepen (en ook voor woningzoekenden zonder urgentie) dat de vraag naar sociale huurwoningen in onze gemeente toeneemt: - Aantal jaarlijks actief woningzoekenden zonder urgentie is in drie jaar tijd met ca. 3.000 toegenomen; van ca. 19.000 in 2021 tot 22.000 in 2023. - Aantal verleende urgentieverklaringen (zonder vergunninghouders) is in vier jaar tijd met ca. 30 toegenomen; van 33 in 2021 tot 60 in 2024. - Taakstelling (zonder voor-/achterstand) was in 2021 87 en in 2024 130. Vraag 3: Welke (juridische, beleidsmatige of uitvoeringsmatige) overwegingen hebben geleid tot de keuze om vergunninghouders in de Verordening WRB automatisch gelijk te stellen aan urgentiehouders, ondanks de lokale beleidsvrijheid sinds 2017? Antwoord: Omdat het een wettelijke taakstelling is, die verplicht uitgevoerd moet worden. Ook met deze voorrang is het al een fikse opgave om het tijdig voor elkaar te krijgen.
Indien we de taakstelling niet halen zal de Provincie Zuid-Holland op basis van hun wettelijke taak voor interbestuurlijk toezicht een indeplaatsstelling regelen. Dan zullen zij een tijd lang alle vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan statushouders. Aanvullend daarop kan de provincie woningen kopen en die toewijzen aan statushouder. Dat is onwenselijk voor onze eigen inwoners, die dan geen sociale huurwoning meer kunnen krijgen; en het leidt tot aanzienlijk hogere kosten voor de gemeente. De lokale beleidsvrijheid voor gemeenten kent daarmee ook beperkingen. Vraag 4: Welke alternatieve plaatsingsmogelijkheden heeft 3B Wonen nog om deze groep te huisvesten indien artikel 3.4.8 geschrapt zou worden? Antwoord: We hebben in het locatie onderzoek bewust ook een locatie gezocht voor de versnelde realisatie van de huisvestingstaak van statushouders. Hiermee ontlasten we ook de reguliere sociale huurvoorraad voor de regulier woningzoekenden. Daarnaast onderzoeken wij ook met 3B Wonen ook andere mogelijkheden van toepassing van woningdelen en andere opties binnen de reguliere voorraad, indien dit past binnen onze algemene woonbeleidskaders. Overigens kunnen wij het genoemde artikel niet zelf schrappen.
2/2