Beantwoording technische vragen van het CDA betreffende 'Noordpolder'
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Cie Samenleving
Steller van de vraag en partij: Jan Willem van den Beukel (CDA) Datum:
10 september 2024
Onderwerp:
Noordpolder
In het voorstel Noordpolder etc. staat als voorgesteld besluit om een Rijksbijdrage te voteren als investeringskrediet, die deels bij nader inzien niet toegekend is. Vraag:
Is het juridisch mogelijk om te besluiten een bedrag als krediet ter beschikking te stellen uit andermans (Rijks) portemonnee? Dit terwijl de gemeente dat bedrag nog niet ontvangen heeft of de toezegging van het Rijk dat dit bedrag beschikbaar gesteld wordt?
Antwoord:
Zoals in kanttekening 1.1 van het raadsvoorstel (BR2400061) is opgenomen, heeft het college op dit moment geen akkoord van het Rijk op de aangevraagde financiering. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is teruggekomen op de bevestiging van de bijdrage in de kosten voor het bouwen woonrijp maken van de locatie. Omdat onbekend is hoe er door het nieuwe kabinet wordt gedacht over deze aanvraag, en de gemeente wel de ambitie heeft om dit project te realiseren, is het bedrag wel in het raadsvoorstel opgenomen. Indien uw raad akkoord gaat, spreekt u uit dat u instemt met het plan en de voorgestelde financiering, waarvan de Rijksbijdrage een onderdeel is. Dit voorstel wordt vervolgens opnieuw voorgelegd aan het Rijk, nu aangevuld met de rugdekking vanuit uw raad. Het college heeft gemeend om in dit geval voor te sorteren op een toekomstige toekenning van de aangevraagde financiering. Als het Rijk wederom besluit om de aangevraagde financiering af te keuren, gaat de voorgestelde financiële dekking voor het plan niet door, en kan dus ook het plan in de voorgestelde vorm niet doorgaan.
Vraag:
Is er een regeling of verordening die hiervoor de mogelijkheid geeft?
Antwoord:
Er is geen regeling of verordening die specifiek beschrijft hoe er gehandeld dient te worden in deze casus. Wel bieden twee documenten een grondslag. De Nota Activabeleid 2020 (T20.11073) beschrijft hoe de gemeente om dient te gaan met investeringen en activa. Over subsidies is onder Alinea 7.3 het volgende opgenomen: Voorafgaand aan de investeringsaanvraag dient een beoordeling te worden gemaakt in hoeverre aanspraak kan worden gedaan op bepaalde subsidies.
Ons kenmerk
T24.05769
1/2
Indien achteraf een subsidie wordt toegekend die niet is geraamd, dan worden de financiële gevolgen van het investeringskrediet hiervoor aangepast en worden de gevolgen op de exploitatie via het eerstvolgende P&C-document bijgesteld. Daarnaast verplicht de Financiële Verordening 2023 (T23.04648) het college in Artikel 5, lid 4, tot het volgende: Indien het college voorziet dat een geautoriseerd programmabudget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren. Hierbij mag het college de volgende afwijkende bepaling in acht nemen. Voor overschrijdingen tot een maximum van € 200.000, wordt door het college in de eerstvolgende tussenrapportage (zie art. 6) aan de raad een voorstel inclusief dekking ter autorisatie aangeboden. De Nota en de Verordening schrijven daarmee niet voor hoe er gehandeld dient te worden in het specifieke geval van het voteren van een subsidiebedrag dat op het moment van voteren nog niet is toegekend. Daarmee wordt het voorliggende voorstel voorwaardelijk aan het toekennen van het subsidiebedrag door het Rijk. Indien het Rijk de subsidie toekent, is de financiering voor het voorstel rond en kan het worden uitgevoerd zodra de raad akkoord gaat. Mocht het Rijk de subsidie niet toekennen, dan ontstaat er een tekort op het krediet groter dan €200.000.
In dat geval zal het college de raad, conform Artikel 5, lid 4 van de Financiële Verordening 2023, benaderen met een aangepast voorstel. Zoals gesteld in het antwoord op vraag 1 heeft het college gemeend om, vanwege de maatschappelijke urgentie, voor te sorteren op een verwachte toekenning van de aangevraagde financiering.
2/2