Beantwoording technische vragen van CDA betreffende 'HMC 3.1 en hoger i.r.t. Omgevingsvisie 2.0'
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Raad
Steller van de vraag en partij: Charles van Harn, CDA Lansingerland Datum:
17 juli 2025
Onderwerp: 2.0)
Raadsbrief 1: Stand van zaken bestuursovereenkomst (i.r.t. Omgevingsvisie
Vraag 1: Is het juist dat de Raadsbrief 1: stand van zaken bestuursovereenkomst ervan uitgaat dat de Raad met het vaststellen van de Omgevingsvisie 2.0 in ons gemeentelijk ruimtelijk beleid opneemt dat bedrijven met een hoge milieubelasting (3.1. en hoger) zich kunnen vestigen aan de Chrysantenweg, de Warmoeziersweg en de Molenweg? Antwoord: Het vaststellen van de Omgevingsvisie 2.0 is een eerste stap om de vestiging van bedrijven met een hogere milieubelasting mogelijk te maken. De omgevingsvisie is een instrument van de gemeenteraad, niet het college, en bevat de gemeentelijke visie over de fysieke leefomgeving voor de lange termijn(2050). De Omgevingsvisie 2.0 brengt geen verplichting met zich mee om een bestaande situatie te wijzigen. Wat het wel doet is perspectief bieden aan de tuinbouwketen van het Horti Science District om de duurzaamheidsen circulaire doelstellingen te behalen. Om dat mogelijk te maken bieden we ruimte aan de lokale ondernemers. Om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken op deze locaties kunnen de initiatiefnemers een aanvraag voor een BOPA (Buitenplanse omgevingsplanactiviteit) indienen omdat er vanuit bijvoorbeeld het bestemmingsplan “Schil om Bleiswijk” (Chrysantenweg) een agrarische bestemming op dit gebied ligt.
Tijdens dit proces zal de wenselijkheid en de haalbaarheid van het initiatief worden getoetst aan al onze ambities (zoals m.n.verwoord in de Omgevingsvisie 2.0) en de geldende wetgeving, waaronder de regels op gebied van verkeer, milieu en gezondheid. Als gemeente kunnen we op dat moment voorwaarden aan de initiatiefnemer meegeven waaronder wij meewerken aan het initiatief. Ook heeft de raad bindend adviesrecht betreffende deze BOPA’s. Vraag 2: Is deze kaderstelling noodzakelijk voor het later kunnen maken van een omgevingsplan voor industrie op deze locaties? Antwoord: Ja, passende kaderstelling in de Omgevingsvisie is altijd nodig om tot een wijziging van het Omgevingsplan te komen. De status van transformatiegebied met ruimte voor bedrijvigheid met een hogere milieucategorie is overigens niet per definitie gelijk aan industrie.
Ons kenmerk
T25.04774
1/3
Vraag 3: Waar in de Omgevingsvisie 2.0 en / of toelichting wordt de relatie gelegd met het feit dat hiermee deze provinciale afspraak wordt vastgelegd? Antwoord: Dit is niet opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0. In Raadsinformatiebrief 1 over de stand van zaken van de Bestuursovereenkomst (U25.02481) is aangegeven dat het opnemen van de transformatielocaties in de Omgevingsvisie 2.0 voorwaardelijk is voor het aanpassen van het Provinciaal Omgevingsbeleid. Vraag 4: Het gebied Molenweg ligt volgens het Omgevingsbeleid van de provincie in de “groene buffer” met een beschermingscategorie 2 voor ruimtelijke kwaliteit. Hoe legt het college dit in regelgeving vast voor de gemeente Lansingerland? Antwoord: Wijzigingen van het omgevingsplan van de gemeente Lansingerland dienen te voldoen aan de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. De provinciale omgevingsverordening geldt overigens voor alle gemeenten van de provincie Zuid-Holland. Mocht de wijziging van een omgevingsplan in strijd zijn met de provinciale omgevingsverordening, dan kan op dat moment onderzocht worden of een ontheffing mogelijk is. In elk geval vindt dan afstemming tussen gemeente en provincie plaats.
Vraag 5: Op welke manier zijn er participatiemogelijkheden geweest voor inwoners en ondernemers om hierover geïnformeerd te worden en inspraak te hebben, voor elke specifieke locatie? Antwoord: In 2024 is burgerparticipatie georganiseerd in de vorm van een dialoogavond op 10 juni 2024 en een enquête eind augustus 2024. De resultaten hiervan zijn betrokken geweest bij het debat in de Commissie Ruimte op 3 december 2024. Bij de Omgevingsvisie 2.0 is in een bijlage een verantwoording van het doorlopen participatieproces opgenomen. De ontwerp Omgevingsvisie 2.0 heeft van 3 april 2025 tot en met 14 mei 2025 voor zes weken ter inzage gelegen. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is gebruik gemaakt. Naar aanleiding van de zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie 2.0 zijn een aantal sessies georganiseerd met alle geïnteresseerde bewoners van de Chrysantenweg met vertegenwoordiging van het college door Leon Hoek. Hierbij is uitgelegd wat een gemeentelijke visie wel- en niet betekent. Bij een verdere uitwerking van een initiatief gelden de gebruikelijke procedures van participatie, bezwaar en beroep.
2/3
Vraag 6: Welke afweging is er door het college gemaakt voor elk van de drie locaties, gelet op de belangen van onder andere groen, woongenot en gezondheid, etc.? Antwoord: Het college is tot deze afweging gekomen op basis van door uw raad vastgesteld beleid en het Werkboek Oostland. Chrysantenweg OV 1.0 en de Horti Science Visie: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied rond de Chrysantenweg aangewezen als transformatiegebied. In de concept Omgevingsvisie 2.0 is dit verder uitgewerkt door het gebied in te willen zetten voor circulaire Horti Science gerelateerde bedrijvigheid die een hoge milieubelasting heeft. Bovendien is de transformatie van de Chrysantenweg vastgesteld in de Horti Science Visie. Molenweg OV 1.0: In de Omgevingsvisie 1.0 is het gebied van de Molenweg aangewezen als bedrijventerrein. Met deze wijziging naar transformatiegebied doen we meer recht aan de huidige planologische situatie en kunnen we weer beter sturen op de toekomstige inrichting van het gebied. Warmoeziersweg Horti Science Visie: In de Horti Science Visie is vastgesteld dat het gebied van de Warmoeziersweg op termijn niet toekomstbestendig is en in aanmerking komt voor transformatie. Deze keuze van de raad wordt in de Omgevingsvisie 2.0 overgenomen.
Werkboek Oostland: Naast bovenstaande beleidskeuzes van de gemeenteraad hebben de glastuinbouwgemeenten van het Oostland het Werkboek Oostland opgesteld. In het Werkboek Oostland is in beeld gebracht welke glastuinbouwgebieden essentieel zijn voor een toekomstbestendige sector en welke gebieden op termijn niet duurzaam zijn en getransformeerd kunnen worden. In het Werkboek Oostland is het gebied van de Chrysantenweg aangemerkt als transformatiegebied. De Warmoezierweg kent hierin de status van op termijn niet duurzaam glasareaal. Vraag 7: In de huidige regelgeving is nog steeds sprake van milieucategorie 3.1, 4.1 etc. etc. Is de milieunorm genoemd in de bestuursovereenkomst niet gelimiteerd? Antwoord: Om een gezonde leefomgeving te behouden moet een bedrijf met een hogere milieubelasting (hogere milieucategorie) voldoende afstand houden tot gevoelige functies zoals woningen. Hoe hoger de milieubelasting hoe groter de afstand. Dit maakt dat de maximale milieucategorie per gebied verschillend is, afhankelijk van de ruimtelijke situatie. Op basis van de huidige ruimtelijke indeling van de gemeente Lansingerland zijn milieucategorieën 5 en 6 per definitie niet in te passen. De reden dat er een minimale milieucategorie is opgenomen in de bestuursovereenkomst is om versnippering van milieucategorieën te voorkomen.
Bovendien zorgt het clusteren van bedrijvigheid met een hoge milieucategorie voor meer toekomstbestendige bedrijventerreinen.
3/3