CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Jan Willem vd Beukel en Ed van Santen betr. Kadernota en Zomerrapportage.docx

Commissie Algemeen Bestuur 23 juni 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Zomerrapportage 2022 - spreektijd 3/22.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies

Soort vraag:

Cie AB

Steller van de vraag en partij: Jan-Willem van den Beukel – CDA Lansingerland Datum:

23 juni 2022

Onderwerp:

Kadernota 2023

Vraag 1: Wanneer zijn de oplopende aantallen GRJR eerder aan de Raad gecommuniceerd, waarin we achtergronden hiervan kunnen lezen? Antwoord: De oplopende aantallen binnen de jeugdhulp zijn eerder aan u gemeld in bijvoorbeeld de Jaarstukken 2021 en de Zomerrapportage 2022. Daarnaast heeft het college u geïnformeerd over de zienswijze GR JR (BR2200034), een onderdeel daarvan is de bijlage “Ontwerpbegroting GRJR 2023 (T22.02669)” waarin u wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van de GR JR. Vraag 2: Jeugdzorg en Wmo?

Welke bandbreedtes zijn er bekend voor de PM’s Bijzondere bijstand, PGB

Antwoord: Dit vergt nog nadere uitwerking omtrent verwachte aantallen en ontwikkeling daarvan. Dit was ten tijde van kadernota nog niet gereed en werkt college nader uit richting begroting. Hieronder geven wij inschattingen van de marges die – met de kennis van nu en gebaseerd op historische patronen – in samenhang bezien enigszins lijken uit te middelen. 1. 2. 3.

Bijzondere bijstand: 0-100k nadeel, we baseren deze inschatting op de gegevens uit de Jaarstukken 2021 en de Zomerrapportage 2022 PGB jeugdzorg: 150-300k nadeel, we baseren deze inschatting op de gegevens uit de Zomerrapportage 2022 Wmo (begeleiding): 0-300k voordeel, we baseren deze inschatting op de gegevens uit de Jaarstukken 2021 en de Zomerrapportage 2022

Omdat het om ruime bandbreedtes gaat hebben wij deze posten als PM-posten in de kadernota opgenomen. De exacte bedragen zullen hier dus vanaf wijken. Vraag 3: Is het correct dat bij Kadernota het ozb-percentage voor de stijging van de WOZ-waarden is gecorrigeerd, zodat een gemiddelde huiseigenaar of eigenaar van een bedrijfspand in 2023 alleen de inflatiecorrectie extra gaat betalen? Zo nee, welke stijging kan hij/zij dan verwachten? Antwoord: In de kadernota is het OZB-percentage voor woningen en niet-woningen gecorrigeerd voor de gemiddelde WOZ-waardestijging. In 2022 was er een waardestijging voor de woningen van 8,1%. In de tariefbepaling is deze waardestijging gecorrigeerd. Deze methodiek staat ook beschreven in paragraaf 1.2 van raadsvoorstel BR2100106, waarin de verordening OZB is vastgesteld door de raad. Voor

Ons kenmerk

T22.03656

1/6

latere jaren (2023 e.v.) hanteren we dezelfde systematiek dat bij een WOZ-waardestijging het OZB-tarief naar beneden wordt bijgesteld. Wel heeft u in raadsbrief U22.02807, ter aanvulling op de kadernota, kunnen lezen dat het verhogen van de OZB-opbrengst één van de oplossingsrichtingen is die het college voorstelt om te komen tot een structureel sluitende begroting. Deze oplossingsrichting is echter nog niet in de kadernota verwerkt; het college gaat graag eerst met uw raad in debat over de voorgestelde oplossingsrichtingen tijdens de Commissie AB op 23 juni as. De stijging van de OZB-opbrengst in de kadernota komt enerzijds door de inflatiecorrectie. Anderzijds zorgt de areaaluitbreiding er voor dat de koek groter wordt (er zijn meer objecten waarover wordt geheven). Vraag 4: Hoe hoog was de financiële overschrijding van de personeelsbegroting in 2022 en 2021 als gevolg van inhuur, doordat het budget van de vacatureruimte werd overschreden? Antwoord: De financiële overschrijding van de personeelsbegroting in 2021 als gevolg van inhuur bedroeg € 387.000. Aangezien het op het moment van schrijven juni 2022 is, kan er nog niet met zekerheid worden vastgesteld wat de financiële overschrijding van de personeelsbegroting in het jaar 2022 zal zijn.

2/6

Soort vraag:

Cie AB

Steller van de vraag en partij: Jan-Willem van den Beukel – CDA Lansingerland Datum:

23 juni 2022

Onderwerp:

Zomerrapportage 2022

Vraag 1: Wat is de inhoud van het MIP-project ‘Bebording autonetwerk’ en welke verschuiving wordt nu voorgesteld? Antwoord: Tot dit project is besloten op 31 maart 2016 (BR1500119) in het kader van ‘Mobiliteitsplan Berkel’. Dit betreft bewegwijzering Berkel en Rodenrijs, met focus op de parkeerbewegwijzering Berkel Centrum. In 2019 is hier een nota bewegwijzering voor opgesteld door de Nationale Bewegwijzeringdienst. Deze wordt momenteel door deze zelfde Nationale Bewegwijzeringsdienst uitgewerkt naar een bewegwijzeringsplan (uitvoeringsplan). Vervolgens kan hier, al dan niet ten dele met focus op Berkel Centrum, uitvoering aan worden gegeven. Vraag 2: Heeft er met belanghebbenden afstemming plaatsgevonden over het uitstel van de projecten Bergschenhoek Centrum? Met wie? Wat was hun reactie? Hoe lang bedraagt het uitstel? Op basis van welk criterium (zie beeldvorming van 15 juni over de zomerrapportage) is besloten tot uitstel van dit project? Antwoord:

Het project Bergschenhoek Centrum (De Kruin) loopt geen vertraging op.

Vraag 3: Heeft er met belanghebbenden afstemming plaatsgevonden over het uitstel van de projecten Weidebloembuurt? Met wie? Wat was hun reactie? Hoe lang bedraagt het uitstel? Op basis van welk criterium (zie beeldvorming van 15 juni over de zomerrapportage) is besloten tot uitstel van dit project? Antwoord: Ja, er heeft afstemming plaatsgevonden met de buurtvereniging. De vereniging was teleurgesteld dat hun wijk langer moet wachten. Het werk is met een half jaar vertraagd als gevolg van capaciteitsgebrek binnen de ambtelijke organisatie. Op basis van het afwegingskader is dit project tijdelijk on hold gezet. Vraag 4: Heeft er met belanghebbenden afstemming plaatsgevonden over het uitstel van de projecten Reconstructie rondom Berkel Centrum West? Met wie? Wat was hun reactie? Hoe lang bedraagt het uitstel? Op basis van welk criterium (zie beeldvorming van 15 juni over de zomerrapportage) is besloten tot uitstel van dit project? Antwoord: Ja, er is een bewonersavond geweest voor de bewoners van de Westersingel. In het algemeen hebben we positieve terugkoppelingen gekregen. Intern is er overleg geweest met het project nieuwbouw Berkel Centrum-West. Het project voor de omgeving sluit namelijk aan op de planning van de nieuwbouw.

Tevens is er afstemming geweest met de nutspartijen; zij hebben ook extra tijd nodig om hun werkzaamheden voorafgaand aan onze activiteiten uit te kunnen voeren. De werkzaamheden zijn 1 jaar later gereed.

3/6

Soort vraag:

Cie AB

Steller van de vraag en partij: Ed van Santen – VVD Lansingerland Datum:

23 juni 2022

Onderwerp:

Kadernota 2023

Vraag 1: Ik zou graag van de autonome ontwikkelingen bij het onderdeel indexaties ad. 2,959 mln een uitsplitsing willen zien in het deel waar contractuele afspraken tegenover staan (zoals verbonden regelingen en de accountant) en een deel waar geen contractuele afspraken tegenover staan. Van het laatste deel graag in kwalitatieve zin aangeven welke zaken in de top 5 voorkomen. Antwoord:

Een uitsplitsing van de indexaties ad € 2.959 mln. is als volgt:

Onderdeel Percentage Bedrag 2023 Bedrag 2024 Bedrag 2025 Bedrag 2026 Materiële budgetten 6,40% 1.456.000 1.423.000 1.376.000 1.377.000 Indexatie WMO 2% 167.000 167.000 167.000 167.000 Indexatie Jeugd (lokaal ingekocht) 2% 65.000 65.000 65.000 65.000 Indexatie verbonden partijen 4,80% 790.000 708.000 602.000 467.000 Indexatie subsidies: WMO vrij toegankelijk 5,60% 172.000 172.000 172.000 172.000 Jeugd- en Jongerenwerk 5,60% 23.000 23.000 23.000 23.000 CJG basistaken 7,50% 210.000 210.000 210.000 210.000 CJG toegang 7,50% 22.000 22.000 22.000 22.000 Cultuur 5,60% 52.000 52.000 52.000 52.000 Participatie 5,60% 2.000 2.000 2.000 2.000 Totale indexatie zoals verwerkt in de baseline 2.959.000 2.844.000 2.691.000 2.557.000 Over de eventuele contractuele afspraken die aan de indexaties ten grondslag liggen het volgende: 1. Materiële budgetten: de materiële budgetten die wij jaarlijks indexeren zijn zeer divers en omvangrijk. Het vergt meer uitzoekwerk om per contract na te gaan of er al dan niet indexatieafspraken zijn gemaakt. Graag wijzen wij uw raad er op dat de provincie (onze toezichthouder) verlangd dat we onze kostenbudgetten realistisch ramen, door middel van het toepassen van indexatie.

Hoewel er binnen de materiële budgetten dus waarschijnlijk niet overal contractueel is vastgelegd dat de budgetten jaarlijks moeten worden geïndexeerd (dit zou nader moeten worden onderzocht), voldoen we met deze werkwijze wel aan de vereiste van de provincie. Overigens is vorig jaar rondom de behandeling van de Kadernota 2022 een technische vraag van gelijke strekking gesteld. Het antwoord dat toen is gegeven geldt grotendeels nog steeds. Voor nadere informatie verwijzen wij u daarom ook graag naar het antwoord op vraag 3a en 3b van de technische vragen over de Kadernota 2022 (T21.05269). 2. Wmo en Jeugd: wij hebben contractuele afspraken met onze zorgaanbieders om de budgetten jaarlijks te indexeren. 3. Verbonden partijen: een financiële werkgroep berekent jaarlijks in opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen het indexpercentage voor de gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Wij 4/6

conformeren ons aan dit indexpercentage. De GR’en ontvangen vervolgens een brief waarin staat dat zij in hun begroting rekening mogen houden met het berekende indexpercentage. 4. Subsidies: hierover bestaan geen contractuele afspraken. Het gevolg van het niet indexeren van de subsidies is dat er minder inwoners gebruik kunnen maken van de voorzieningen. Er kan dan namelijk minder personeel worden ingezet, omdat het personeelsbudget van de gesubsidieerde instelling gelijk blijft. Vraag 2: De WOZ-waardes zijn gestegen (de grondslag), het tarief is niet verlaagd. Als het nieuwe college het tarief niet verlaagt, betekent dit een stijging van de OZB-aanslag voor de inwoners (even los van de inflatiecorrectie). Deze verhoging is al onderdeel van de baseline 2023. Is dit een correcte conclusie? Met hoeveel euro zou de gemiddelde aanslag dan stijgen en hoeveel procent bedraagt deze stijging? Antwoord: Deze conclusie is niet juist; het OZB-tarief wordt wel degelijk aangepast n.a.v. de stijging van de WOZ-waarden. In Raadsvoorstel BR2100106, waarin de verordening OZB is vastgesteld door de raad, staat in paragraaf 1.2 de volgende passage: ‘Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. In de begroting 2022 is voor de waardeontwikkeling van woningen gerekend met 7,1% in lijn met de voorlopige raming van het SVHW.

In de meest recente raming van het SVHW, te weten de september-raming, is de waardeontwikkeling geraamd op 8,1%. Om de eigenaren van woningen, conform bestendige gedragslijn, hiervoor te compenseren wordt het woning eigenaar tarief aangepast van 0,0904% naar 0,0896%.’ Ook voor 2023 en latere jaren passen we de systematiek toe dat bij een WOZ-waardestijging het OZB-tarief naar beneden wordt bijgesteld. Dat geldt ook voor de OZB op niet-woningen. Wel heeft u in raadsbrief U22.02807, ter aanvulling op de kadernota, kunnen lezen dat het verhogen van de OZB-opbrengst één van de oplossingsrichtingen is die het college voorstelt om te komen tot een structureel sluitende begroting. Deze oplossingsrichting is echter nog niet in de kadernota verwerkt; het college gaat graag eerst met uw raad in debat over de voorgestelde oplossingsrichtingen tijdens de Commissie AB op 23 juni as. De stijging van de OZB-opbrengst in de kadernota komt enerzijds door de inflatiecorrectie. Anderzijds zorgt de areaaluitbreiding er voor dat de koek groter wordt (er zijn meer objecten waarover wordt geheven). Vraag 3: Hoeveel fte’s aan externen zijn er nu (waar in de kadernota rekening mee wordt gehouden)? En hoeveel de afgelopen 4 jaren? Antwoord: Wij streven er naar om regulier werk door eigen medewerkers te laten doen. Om dit kracht bij te zetten hebben we recruitment in het leven geroepen.

Ook wij hebben te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en op de continuïteit van de producten en diensten te kunnen waarborgen huren wij in. Inhuur verloopt via een speciaal daarvoor afgesloten raamovereenkomst met een grote intermediair (Yacht). We hebben op dit moment niet een totaaloverzicht van het aantal Fte’s aan externen binnen onze organisatie. Externen worden niet als zodanig geregistreerd en bijgehouden. Dit zou nader moeten worden onderzocht. Vraag 4: tijdelijk / incidenteel werk?

Hoeveel externen worden er nu ingezet op regulier werk en hoeveel op

Antwoord beantwoorden.

Deze vraag vergt nader onderzoek en is op zeer korte termijn niet te

5/6

Vraag 5:

Hoeveel euro’s op jaarbasis wordt er nu aan externen uitgegeven?

Antwoord:

Tot op heden is er in 2022 € 5.173.042 uitgegeven aan inhuur.

Vraag 6: uitgegeven?

Hoeveel euro werd er aan externen de afgelopen 4 jaar, per jaar,

Antwoord: jaar:

Hieronder een overzicht van de uitgaven aan externen in de afgelopen 4

€

2018 6.122.377 €

2019 6.912.893 €

2020 8.811.887 €

2021 11.198.801

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=27f15893-ae87-4aa9-bf38-2d36bf361fda