CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

APV-Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2023 _ Lokale wet- en regelgeving

Commissie Algemeen Bestuur 15 november 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Bespreekpunt handhaving bedrijventerreinen (L3B)22.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.

Het college kan ten aanzien van standplaatsen nadere regels stellen.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd: a.

als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

b.

vanwege strijd met de nadere regels.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.

Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

2.

De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Artikel 5:21 (Vervallen)

Afdeling 5 Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie 1.

In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

2.

Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a.

een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

b.

een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.

2.

Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

3.

De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een het omgevingsplan.

Afdeling 6 Openbaar water Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1.

Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van

2.

het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4.

Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.

5.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 5:24a Duiken vanaf bruggen en het zwemmen en baden nabij bruggen Voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door Wegenverkeerswet 1994, de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, is het verboden: a.

vanaf bruggen te duiken en/of zich anderszins te water te begeven;

b.

nabij bruggen te zwemmen.

Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1.

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

2.

Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b.

beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

3.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

4.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

5.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikel 5:26 (Vervallen)

Artikel 5:27 (Vervallen)

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.

Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:31a (Vervallen)

Artikel 5:32 Crossterreinen 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

3.

a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een paard.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van:

3.

4.

5.

a.

het voorkomen van overlast;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

de veiligheid van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen gelegen binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

b.

binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Afdeling 8 Vuurverbod Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

c.

vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.

3.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Afdeling 9 Asverstrooiing Artikel 5:35 tot en met 5:37 (Vervallen)

Hoofdstuk 6 Sanctie, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: 2:1 (Samenscholing en ongeregeldheden) 2:10 (Voorwerpen of stoffen op de weg) 2:11 (Aanleggen, beschadigen en veranderen weg) 2:12 (Maken, veranderen van een uitweg) 2:16 (Openen straatkolken) 2:23a ((Slaap)verblijf op of aan de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen) 2:25 (Evenement) 2:26 (Ordeverstoring tijdens evenement) 2:28 (Exploitatievergunning openbare inrichting) 2:29 (Sluitingstijd) 2:31 (Verboden gedragingen) 2:32 (Handel binnen openbare inrichtingen) 2:39 (Speelgelegenheden) 2:41 (Betreden gesloten woning of lokaal) 2:42 (Plakken en kladden) 2:59 (Gevaarlijke honden) 2:64 (Bijen) 2:65 (Bedelarij) 2:72 (Verkoop vuurwerk) 2:73 (Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling) 2:73a (Verbod carbid schieten) 2:74 (Drugshandel op straat) 2:74a (Verzameling van personen in verband met drugs) 2:74b (Openlijk drugsgebruik) 2:74c (Weggooien van spuiten en dergelijke)

2:78 (Wijkverboden) 3:3 (Vergunning) 3:12 (Sluitingstijden seksinrichtingen) 3:17 (Verdere verplichtingen exploitant en beheerder) 3:19 (Straatprostitutie) 3:22 (Tentoonstellen/aanbieden pornografisch materiaal) 4:3 (Kennisgeving incidentele festiviteiten) 4:6 (Overige geluidhinder) 4:13 (Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.) 4:15 (Hinderlijke of gevaarlijke reclame) 4:18 (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein) 5:2 (Parkeren voertuigen autobedrijf) 5:3 (Te koop aanbieden voertuigen) 5:4 (Defecte voertuigen) 5:5 (Voertuigwrakken) 5:6 (Kampeermiddelen en andere voertuigen) 5:7 (Reclamevoertuigen) 5:8 (Parkeren grote en uitzichtbelemmerende voertuigen) 5:11 (Aantasting groenvoorzieningen) 5:13 (Inzameling geld of goederen of leden- of donateurwerving) 5:15 (Venten) 5:18 (Standplaatsen) 5:23 (Snuffelmarkten) 5:24 (Voorwerpen op/in/boven water) 5:25 (Ligplaats vaartuigen) 5:28 (Beschadigen waterstaatswerken) 5:29 (Reddingsmiddelen) 5:31 (Overlast aan vaartuigen) 5:32 (Crossterreinen) 5:33 (Beperking verkeer in natuurgebieden) 2.

5:34 (Stookverbod) Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2:9 (Straatartiest) 2:43 (Vervoer plakgereedschap) 2:44 (Vervoer inbrekerswerktuigen)

2:44a (Geprepareerde voorwerpen) 2:47 (Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen) 2:47 (Messen en andere voorwerpen als wapen) 2:48 (Hinderlijk drankgebruik) 2:49 (Verboden gedrag bij of in gebouwen) 2:50 (Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten) 2:51 (Neerzetten van fietsen of bromfietsen) 2:53 (Bespieden van personen) 2:57 (Loslopende honden) 2:58 (Verontreiniging door honden) 2:62 (Loslopend vee) 4:8 (Natuurlijke behoefte doen) 5:24a (Duiken vanaf bruggen en het zwemmen nabij bruggen) 3.

5:30 (Veiligheid op het water) In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid en 2:11, tweede lid.

Artikel 6:2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de inspecteur buitenruimte/buitengewoon opsporingsambtenaar;

2.

Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnen-treden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening 1.

De Algemene plaatselijke verordening Lansingerland 2021 wordt ingetrokken behoudens het bepaalde in lid 2.

2.

In afwijking van het eerste lid, blijft de Algemene plaatselijke verordening Lansingerland 2021 van kracht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de volgende (onderdelen van) artikelen: artikel 1:2, artikel 1:3, artikel 1:6, artikel 2:10, artikel 2:10a, artikel 2:10b, artikel 2:10c, artikel 2:11, artikel 2:12, artikel 2:21 lid 2, artikel 2:28 lid 2, artikel 2:29 lid 5, artikel 2:39 lid 3 onder-deel b, artikel 2:64 lid 4, artikel 2:71, artikel 3:7 lid 1 onderdeel j, artikel 3:9 lid 1 onderdeel g, artikel 4:1 onderdeel a en g, artikel 4:2 lid 1, artikel 4:6 lid 4, artikel 4:13 lid 1 en lid 4, artikel 4:15 lid 2, artikel 4:17, artikel 4:18 lid 1, artikel 5:5 lid 2, artikel 5:6 lid 3, artikel 5:20 lid 1, artikel 5:23 lid 3, artikel 5:24 lid 5, artikel 5:25 lid 3, artikel 5:28 lid 2, artikel 5:30 lid 2, artikel 5:32 lid 3, artikel 5:33 lid 4 onderdeel b, lid 5:34 lid 1 en lid 5.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1.

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2.

Op een aanvraag om een vergunning of ontheffing krachtens de APV gemeente Lansingerland zoals vastgesteld op 22 december 2022, dat is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig het ten tijde van de indiening van het tijdens de aanvraag geldende recht.

3.

Op een bezwaarschrift of beroep tegen een besluit, krachtens de APV gemeente Lansingerland zoals vastgesteld op 22 december 2022 genomen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig het ten tijde van het nemen van dat besluit geldende recht.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij bekend is gemaakt.

2.

In afwijking van het eerste lid treden de volgende (onderdelen van) artikelen in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt: artikel 1:2 lid 3, artikel 1:3 lid 3, artikel 1:6 lid 2, artikel 2:10, artikel 2:10a, artikel 2:10b, artikel 2:10c, artikel 2:11, artikel 2:12 lid 3, artikel 2:21 lid 2, artikel 2:28 lid 2, artikel 2:29 lid 5, artikel 2:39 lid 3 onderdeel b, artikel 2:64 lid 4, artikel 2:71, artikel 3:7 lid 1 onderdeel j, artikel 3:9 lid 1 onderdeel g, artikel 4:1 onderdeel a en g, artikel 4:2 lid 1, artikel 4:6 lid 4, artikel 4:13 lid 1 en lid 4, artikel 4:15 lid 2, artikel 4:17, artikel 4:18 lid 1, artikel 5:5 lid 2, artikel 5:6 lid 3, artikel 5:20 lid 1, artikel 5:23 lid 3, artikel 5:24 lid 5, artikel 5:25 lid 3, artikel 5:28 lid 2, artikel 5:30 lid 2, artikel 5:32 lid 3, artikel 5:33 lid 4 onderdeel b, lid 5:34 lid 1 en lid 5.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2023.

Ondertekening Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland in de openbare raadsvergadering van 22 december 2022, de griffier, drs. Eveline Hamelink-van Rens de voorzitter drs. Pieter van de Stadt

Ziet u een fout in deze regeling?

Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8f8a7d1b-9259-4841-b63d-e29ae0ce9dc0