CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 12 januari 2021, gemeente Lansingerland44.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ik zal er zelf op toezien, dat we wat dat betreft heel goed aansluiten bij bestaande kanalen waarlangs mensen zich laten informeren over duurzaamheid, energie en dat soort dingen. Het heeft geen zin om als gemeente zelf je campagne op te starten, we doen dat echt in de context van de campagne die we samen uitvoeren, de campagne Opgewekt in Lansingerland. Ik roep trouwens iedereen, die dat nog niet is, op om lid te worden van de Facebook-groep Opgewekt in Lansingerland. De bedoeling is dat er echt een gemeenschap ontstaat rond dat thema, waardoor mensen elkaar enthousiast maken. Uit de praktijk blijkt dat dat de beste manier is om je huis te verduurzamen, als je weet wie het ook heeft gedaan, dan kan je daar leentjebuur spelen. Een specifieke vraag: kan een collectief van huurders een aanvraag doen? Het antwoord daarop is: ja, mits ze wel uiteindelijk individueel het formulier invullen. Natuurlijk kunnen mensen zich samen organiseren, samen een plan maken, ik denk dat dat alleen maar verstandig is, maar uiteindelijk is een lening een individuele aangelegenheid. Zo werkt dat nu eenmaal in juridische zin, dus daar kunnen we niets aan veranderen. Kan 3B Wonen misschien een gemeenschap van huurders bij elkaar brengen, die allemaal individueel zo’n aanvraag doen? Zeker, dat kan. We hebben daarover geen specifieke afspraak met 3B Wonen.

3B Wonen is een zelfstandige organisatie, ik respecteer hun autonomie, ik respecteer ook hun zorg als het gaat over huurders, die misschien maatregelen treffen zonder overleg met de verhuurder. Die zorg hebben we ook een plekje gegeven in de verordening, zoals u heeft gezien. In het stroomschema staat, dat als je als huurder een lening wil aanvragen, dat je dan een akkoord van je verhuurder moet overhandigen. Daarmee borgen we, dat die afstemming weldegelijk heeft plaats gevonden. Maar verder hebben we met 3B Wonen een goede verstandhouding in het algemeen, ook hierover, dus ik verwacht niet, dat zij hier afwijzend tegenover staan. Dat hebben ze niet kenbaar gemaakt, dus volgens mij trekken we hierin prima samen op. Het is wel zo, dat investeringen in sociale huurwoningen, de verduurzaming daarvan, dat financiert 3B Wonen primair zelf. Ze hebben een goed en ambitieus programma als het gaat over duurzaamheid, u ziet dat waarschijnlijk in uw eigen omgeving, en daar komt het gros van de financiering dan ook vandaan. Ik denk dat dat zo zal blijven, maar er zijn veel andere huurders in Lansingerland, die niet sociaal huren, en zij zullen hier wel gebruik van gaan maken, denk ik. Ik ben daar niet negatief over. Een vraag over kwijtschelden kwam ook naar voren. De idee van de lening is, dat het een revolverend fonds is.

Dus kwijtschelden bij voorbaat past natuurlijk niet in die gedachte. Ik hoor u er ook niet toe oproepen, maar dit is wel een lening en een lening willen we ook niet aan mensen aansmeren, die dat eigenlijk niet kunnen dragen. Daar hoort wel een bepaalde zorgvuldigheid bij, dat is allemaal wettelijk geregeld, dat je geen leningen aan mensen verstrekt, die dat niet kunnen dragen. Het hoeft in beginsel ook niet het geval te zijn, los even van draagkracht, omdat het zo is, dat deze maatregelen, waar de lening op ziet, bewezen effectieve maatregelen zijn, waarvan je inderdaad de verwachting mag hebben, dat die zichzelf terug verdienen of meer dan terug verdienen. Maar uiteindelijk kan het zo zijn, het is wel een heel klein percentage blijkt uit de ervaring van al die 100 gemeenten, dat er een keer iemand tussen zit, die niet de lening kan terug betalen. Ja, dan geldt natuurlijk dat we hier geen gekke incassobureaus op mensen afsturen. Er geldt hier een sociale regeling, maar tegelijkertijd proberen we natuurlijk wel het geld terug te krijgen en

21/29

terug te halen. Want het is inderdaad zo, dat het rendement, dat wordt gemaakt, in eerste instantie dient ter dekking van de administratiekosten en in tweede instantie is het weer nieuw kapitaal, dat kan worden uitgeleend. Kunnen we het dan ook gebruiken voor de dekking van onze eigen personele kosten? Uiteindelijk wel, als we het fonds over 10 of 15 jaar, als heel Lansingerland duurzaam is, zouden liquideren, ja, dan vloeit het allemaal terug naar de algemene middelen en dan kunnen we daar nieuwe goede dingen mee doen, waaronder personele kosten mee dragen. Maar in principe is die € 5mln puur bedoeld om bij SVN op de rekening te zetten en die in te zetten voor hun administratiekosten en voor het uitzetten van leningen. De terugverdientijd, ik heb er al iets over gezegd, dat is ook wel een reden om een maatregelenlijst te hebben. Als iemand een enorm innovatief idee heeft, wat op papier leuk klinkt, wat misschien een administrateur ook goed in de oren klinkt, maar wat in de praktijk niet blijkt te werken, dan kan dat de terugverdientijd onder druk zetten, dus dat wil je niet, ook ter bescherming van consumenten, van huiseigenaren. Maar met deze maatregelen is in principe een goede terugverdientijd geborgd. Gaan we dat toetsen op individueel huishoudniveau? Nee, dat is ondoenlijk.

Dan moet je per huis een energie-adviseur inhuren en dan dwing je mensen ook tot kosten of je moet die kosten zelf voor je rekening nemen, die niet in verhouding staan tot de baten. VvE’s, waarom mogen die niet deelnemen? Dat heeft te maken met de juridische status van VvE’s. VvE’s zijn eigenlijk een heel vreemd figuur. Dat is een aantal mensen samen, waar ook banken grote moeite mee hebben en waar ook een SVN moeite mee heeft, om die goed te administreren. Daar geldt aparte wetgeving voor. Dus het gaat helaas niet lukken om die te bedienen met onze regeling. Er is nationaal wel een regeling voor als element in het energiebespaarfonds. Een vraag: hoe aantrekkelijk is het voor eigenaars en bewoners om überhaupt te lenen als ze al een hypothecaire lening kunnen afsluiten? Een terechte vraag. Soms is een hypothecaire lening afsluiten een hele dure aangelegenheid. Als je die wil ophogen, moet je naar de Hypotheker en daar kun je een hoop kosten en moeite mee kwijt zijn en daarom zien we in de praktijk, dat ook mensen met een hypotheek, die ze zouden kunnen ophogen, graag gebruik maken van zo’n relatief makkelijke persoonlijke lening. Evaluatie: ja, met evaluatie wil ik niet wachten, de evaluatie start op dag 1. We willen voortdurend monitoren en die informatie krijgen we ook van SVN, hoe de vraag zich ontwikkelt, hoe de financiële positie van het fonds zich ontwikkelt.

Als bijvoorbeeld na enige tijd blijkt, dat er toch frequent wordt gevraagd om financiering voor een andere maatregel, die niet op de lijst staat, dan zou me dat enerzijds verbazen, maar anderzijds zouden we dat natuurlijk meteen welwillend beschouwen en zouden we tot de conclusie kunnen komen, dat we die maatregel toevoegen aan de maatregelenlijst. Om de effectiviteit, het bestaansrecht van de regeling als zodanig al begin 2021 te evalueren, dat lijkt me voorbarig. We gaan de verordening voor een hele poos instellen, het fonds voor een hele poos instellen, juist omdat je stabiliteit moet geven aan inwoners met dit soort regelingen. Ik zie te vaak dat overheden op dag 1 een regeling bedenken en die op dag 2 weer wijzigen en op dag 3 is er weer een nieuwe. Dat geeft helemaal geen investeringszekerheid. Dat helpt ook de betrouwbaarheid van de overheid niet, dus we gaan dit voortdurend evalueren enerzijds, maar anderzijds ook weer niet fundamenteel, niet ten principale al begin 2021. Alle beleid in onze gemeente wordt natuurlijk frequent geëvalueerd, dus hij komt gewoon in de evaluatieplanning van het beleid. Een drempelwaarde om te stoppen? Dat past eigenlijk in hetzelfde straatje. We verwachten goede animo. Als we bij die voortdurende monitoring zouden constateren, dat er echt na 2 jaar nog steeds geen lening is uitgegeven, ja, dan kom ik natuurlijk bij u terug, eerder al.

Ik denk dat ook het actualiteitenoverzicht duurzaamheid, wat later vandaag op de agenda staat, een handig instrument is om u op de hoogte te houden over de ontwikkelingen als het gaat om deze leningen. Een andere vraag is van WIJ: hoe beoordelen we nou of die maatregelen voldoende bijdragen aan de doelen die we hebben? Dat hebben we eigenlijk vooraf gedaan, wil ik zeggen richting de heer Jumelet. Door de maatregelen zo te beschouwen, die zijn opgenomen in de verordening. We weten nu eenmaal, dat zonnepanelen prima een effectieve bijdrage leveren aan het doel Lansingerland CO2 neutraal 2050, dus ik heb er geen enkele zorgen over. We kunnen op een goed moment, als we een Xaantal leningen hebben uitgezet wel indicatief weergeven, wat het dan aan CO2-reductie heeft opgeleverd, maar uiteindelijk hebben we die zekerheid vanuit de aard van die maatregelen. Art.8.b waar u aan refereerde, gaat eigenlijk over iets anders. Dat gaat erover, dat de investering juist om die terugverdientijd te waarborgen een beetje in verhouding moet staan tot het resultaat. Als iemand een offerte overlegt van € 20.000 voor radiatorfolie, dan is dat waarschijnlijk een heel slechte aanbieder en dan willen we die persoon beschermen tegen de slechte aanbieder en zeggen dat dat waarschijnlijk € 15.000 te hoog is. Dat is eerder de portee van art.8.b.

Hoe beoordelen we, dat er daadwerkelijk wordt geïnvesteerd, was een vraag van de heer Machielse. Dat is eigenlijk heel simpel: door het overleggen van de factuur. Niet alleen de offerte moet worden overlegd bij het aanvragen van de lening, maar uiteindelijk moet ook een factuur worden overlegd aan de SVN. Als daar fraude mee zou plaats vinden, dan geldt het fraudebeleid, maar daar gaan we vooralsnog niet van uit, dus we gaan niet bij iedereen in het huis kijken of daadwerkelijk het zonnepaneel of de warmtepomp is aangebracht. Ook dat is verstandig en risicogericht, maar ook om de kosten te beperken, want juist door die kosten zo laag te houden van de administratie, kunnen we ook die aantrekkelijke rente aanbieden. De vragen van de heer Blonk specifiek, was o.a. een vraag over hoe lang die renteperiode is van 1,6%. Dat is voor de gehele looptijd, dus dat is niet voor 1 jaar, niet voor 2 jaar, dat is voor de gehele looptijd. Ik heb ook een vraag

22/29

gehoord: wat nu als de salderingsregeling vervalt? Die heeft zeker een impact op de rentabiliteit van de zonnepanelen. Tegelijkertijd is die ook weer niet verschrikkelijk groot, want daar is relatief goed over nagedacht door de rijksoverheid, dus maak u er geen zorgen over, daar maken wij ons ook geen zorgen over. Het rendement op zonnepanelen is natuurlijk al vele malen groter dan die 1,6%, die de rentelasten bedragen. Ik heb ongetwijfeld 1 of 2 vragen gemist, want het was een hele lange lijst, ik moest snel schrijven, maar ik denk dat ik de belangrijkste vragen heb beantwoord en anders hoor ik het graag in de tweede termijn. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: De wethouder heeft uitgebreid antwoord gegeven op mijn vragen, maar ook de vragen van de andere fracties. Op zich heb ik op dit moment geen verdere vragen. In grote lijnen is de verordening naar wens. Er is rekening gehouden met een aantal zorgen, die wij zelf hadden en ook andere fracties hebben uitgesproken. Op dit moment heb ik geen verdere vragen. Het zou voor ons dus een hamerstuk kunnen zijn. Mochten we het weer op de agenda willen plaatsen, dan doen we dat, maar op dit moment ben ik tevreden gesteld en ook gerust gesteld. De heer Duk, GL: Wat fijn, dat de wethouder zo duidelijk en uitgebreid de vragen uit de commissie heeft beantwoord. Ook fijn om te zien, dat we zo duidelijk op één lijn zitten.

Mijn vraag over waarom er maatwerk moet worden opgenomen voor de woningen in de Havenbuurt lijkt niet beantwoord. Daar hoor ik graag in de tweede termijn een antwoord op. Het voorliggende voorstel is goed en zal onze steun krijgen in de raad. Gezien de tijd zal ik daarom mijn bijdrage afsluiten na gezegd te hebben, dat ook ik graag met mijn kinderen de Molentocht zou willen rijden. Dank u wel. De heer Muis, D66: Dank aan de wethouder voor alle antwoorden. Misschien niet alles wat we wilden horen, maar dat doet niets af aan dit goede voorstel. We kunnen er zeker positief over adviseren. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Hofman, CU: Ook vanuit ons dank aan de wethouder voor de uitstekende beantwoording van de vragen. Prima om de evaluatie te doen via de periodieke duurzaamheidsterugkoppeling aan de raad. Dat is eigenlijk onze bijdrage in de tweede termijn. Meneer Duk, ik doe ook mee. De heer Jumelet, WIJ: Ik heb geen verdere vragen. Wat mij betreft kan het een hamerstuk zijn. Dank u wel. De heer Van der Stelt, CDA: Dank aan wethouder Van den Beukel. Voor ons is het ook een hamerstuk.

De heer Machielse, VVD: Ik vraag me wel af, na de beantwoording door de wethouder op mijn vraag over de financiële toetsing bij de uitvoering, inwoners moeten een factuur overleggen, waarom dat dan niet gewoon in het voorstel staat en in de procedure tijdlijn, die erbij zit, want daar staat nu gewoon dat het geld wordt overgemaakt. Maar de wethouder heeft me voldoende gerust gesteld, dus voor de VVD een hamerstuk. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Voor ons kan het ook een hamerstuk zijn, maar ik heb nog twee opmerkingen. De wethouder verwacht weinig aanvragen van huurders. Dat staat in het voorstel onder punt 3 en 1.1. In zijn woordvoering gaf de wethouder zojuist aan, dat die daar wel veel animo in zou zien. Misschien dat hij dat nog kan verduidelijken. Voor de helderheid nog even: voor een VvE is deze verordening dus niet van toepassing. Begrijp ik nu dat wel het warmtefonds van het rijk en het BNG duurzaamheidsfonds, beschikbaar zijn voor duurzaamheidsmaatregelen voor mensen van een VvE? Wethouder Van den Beukel: De vraag over de Havenbuurt was ik vergeten. Meneer Duk vraagt hoe dat zit. Er was een subsidieregeling, waar nooit gebruik van is gemaakt, speciaal voor de Havenbuurt. Er is daar een initiatiefnemer, er is zelfs de gedachte geweest, dat het een pilotwijk zou moeten worden in het kader van de nationale campagne.

Om dat initiatief mogelijk te maken, die all-electric aanpak, was een duurzaamheidslening. Die nemen we hierin op voor de efficiency en het verminderen van de bureaucratie. Dat is waar die vandaan komt. Op dit moment zien we geen aanleiding om dat nu, ook vanwege het innovatieve karakter daarvan, zo plots voor de gehele gemeente van toepassing te gaan verklaren als optie, maar daar komt het dus vandaan. In het kader van onze transitievisie warmte en de wijkaanpak komen we over de Havenbuurt, maar ook over de andere buurten nog graag met u te spreken. Dan gaat het ook over buurten, waar een warmtenet de voorkeursoptie is. Ook daar moeten financiële arrangementen komen, maar daar gaat het vandaag even niet over, niet in de breedte. De heer Duk: Begrijp ik hier nou uit, dat de wethouder aangeeft, dat de duurzaamheidsdoelen met deze woningen wel worden gehaald, maar dat ze niet vergelijkbare initiatieven voor andere woningen, die

23/29

eigenlijk net zo goed de duurzaamheidsdoelen gaan halen, zou steunen? Wethouder Van den Beukel: Nee, dat bedoel ik niet. Ik heb me dan niet duidelijk uitgedrukt. Ik ga er nog twee zinnen aan wijden, om de heer Duk van het antwoord te voorzien. Er is een bedrijf, dat heet Helena Solutions. U kunt googlen. Zij hebben een inventieve toepassing, waar ze specifiek voor de Havenbuurt grote kansen zagen. Het is er alleen nog niet van gekomen, om dat ook grootschalig in de wijk toe te passen. Het is niet van de baan, maar het zit nog steeds in die pilotfase. Gelet op de fase, waarin het zit, denken we dat het niet passend is om dat nu voor heel Lansingerland zo plots te lanceren, te promoten als gemeente. Ik zie aan de mimiek van de heer Duk, dat ik over mag gaan naar de vragen van de heer Blonk. Huurders, hoe zit het nou? Verwachten we nou wel of geen animo? Relatief verwachten we, uit ervaring van andere gemeenten, meer animo van eigenaar bewoners. Relatief is het zo, dat bij huurders we minder belangstelling verwachten. Het zijn er overigens ook een stuk minder in onze gemeente, maar bij die huurders, niet zozeer zijnde de huurders van 3B Wonen, hoewel het ook daarvandaan zou kunnen komen, ja, daar verwachten we wel, dat het mogelijk is, anders hadden we het ook niet van toepassing verklaard op die doelgroep, dat daar aanvragen vandaan komen.

Alleen, een aantal maatregelen, neem zonnepanelen, daar is het wel zeer onwaarschijnlijk van, dat een huurder die zal laten installeren, want dat is dan weer een taak van de verhuurder. Maar zeker isolerende maatregelen, daar zien we in de praktijk van andere gemeenten, dat het heus weleens voor komt van langjarige huurders. De VvE: dat kan ik alleen maar bevestigend beantwoorden. Ja, het warmtefonds biedt inderdaad mogelijkheden voor VvE’s, dus alle VvE’s die meeluisteren naar deze vergadering in Lansingerland: als u er zelf niet uit komt, meldt u bij de gemeente, maar anders, meld u zich vooral bij het nationale warmtefonds. Dank u wel. De voorzitter: Het e.e.a. van een ieder gehoord hebbend, hoorde ik toch veel ‘hamerstuk’. Volgens mij kan dit als hamerstuk naar de raad. Ik zie verder niets binnenkomen. Hamerstuk. Mooi. 6.c Besluitvorming verlenging en wijziging GR Schadevergoedingschap HSL-Zuid De heer Blonk, L3B: Ik kan heel snel zijn. We zijn akkoord met het voorstel. Het kan als hamerstuk naar de raad. De heer Machielse, VVD: Ik sluit me volledig aan bij de woorden van de heer Blonk. Het kan wat ons betreft als hamerstuk naar de raad. Wij wensen de wethouder alle succes toe de komende 5 jaar met de uitvoer van deze regeling. De heer Van der Stelt, CDA: Ik kan het wederom kort houden. Voor ons is het ook een hamerstuk. De heer Jumelet, WIJ: Nog korter. Hamerstuk.

De heer Markus, CU: Hamerstuk. De heer Van der Stad, D66: Ook een hamerstuk. Mevrouw De Geus, GL: Ook voor ons een hamerstuk. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik zeg ook: hamerstuk. Ook namens de heer Xhemaili. De voorzitter: Het e.e.a. gehoord hebbend, hebben jullie geen behoefte aan de wethouder, die nog eventueel iets wilde zeggen. Tenzij de wethouder nog iets wil zeggen. Wethouder Arends: Hamerstuk. De voorzitter: Een hamerstuk voor de raad. Dank u wel. 7a. Actualiteiten uit het college De heer Duk, GL: Ik wil wat vragen over de duurzaamheids-update stellen. Ik ben heel erg blij met deze update. Het is duidelijk leesbaar, mooi. Daar zal de CU vast blij mee zijn, met een duidelijk leesbare taal. Maar ik wil toch weten, wat betreft de windenergie, wat het onderzoeksbureau als opdracht heeft gekregen. Niet alleen of het mogelijk is, maar ook of het mogelijk is met alleenstaande molens of met samenvoegen en dat soort dingen. Ik zie dat er een zonnedak op station Rodenrijs komt. Heel goed, dat de samenwerking met Nieuw Lansinger Stroom is gezocht. Ziet het college ook mogelijkheden voor het station Lansingerland Zoetermeer om zo’n zelfde samenwerking te creëren? Dank u wel. De voorzitter: Wie gaat de vragen beantwoorden, wethouder Fortuyn of wethouder Van den Beukel? Wethouder Van den Beukel: Het college spreekt met één mond, dus dat is overzichtelijk.

Van het station Rodenrijs is te lezen, dat we samenwerking hebben gezocht. Tegelijkertijd staat er in de brief, dat we hebben besloten dat het ingewikkeld is, geconcludeerd eigenlijk, om gebruik te maken van die postcoderoosregeling. Het loopt niet van een leien dakje. Het is niet van de baan, maar het is best ingewikkeld. Zo hebben we een hele nauwe werkrelatie met Nieuw Lansinger Stroom, dat is een club waar we echt blij mee zijn, waar we trots op zijn, dat die bestaat en floreert binnen Lansingerland, dat heel veel Lansingerlanders daar lid

24/29

van zijn. We hebben samen het succes gevierd van het zonnedak bij die tuinder, dat via de postcoderoosregeling heel snel is gerealiseerd. Soms is het mogelijk en soms is het onmogelijk. Hier bleek het eventjes onmogelijk. Specifiek Lansingerland Zoetermeer: daar is collega Fortuyn de meest ingewijde, dus ik geef graag even het stokje over. Wethouder Fortuyn: De heer Duk weet, dat wij met een andere partij via de gemeenschappelijke regeling Bleizo en Prisma een andere partij hebben, die in onderzoek is in de geweldig complexe materie rondom het plaatsen van zonnepanelen. Die partij is voorlopig nog even aan zet. Mocht die partij uiteindelijk in het businessmodel afhaken, dan zullen wij opnieuw initiatief nemen om te kijken hoe we dat het beste weg kunnen zetten. De heer Duk: Mijn vraag over de opdracht aan het onderzoeksbureau wat betreft de windmolens is nog niet beantwoord. Wethouder Van den Beukel: Ik dacht: eerst de stations, dan de windmolens. Die opdracht is verstrekt. Dat onderzoeksbureau heeft eigenlijk twee vragen gesteld. Ten eerste: wat zijn de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden van het plaatsen van windturbines in het gebied, waar u het over heeft, bij de provincie noemen ze dat het VRM-gebied. Dat kunnen windturbines zijn van 5 meter hoog of van 100 meter hoog. Ze hebben een heel brede zoekvraag.

Het heeft te maken met een flink station van Tennet en je hebt ook te maken met vliegtuigen, het station, allerlei gevoelige locaties. Ze willen juridisch precies weten wat mag en wat echt niet meer mag. Maar ook technisch hebben we die vraag gesteld: wat kunnen we hier feitelijk nog realiseren? Het is vanuit een positieve insteek geformuleerd. Er is wel wat zorg bij partners in de regio als zouden wij het onderzoek misschien willen benutten om toch aan te tonen, dat het eigenlijk een heel raar idee is, windturbines langs de A12. Dat is uitdrukkelijk niet zo. We willen wel heel realistisch zijn. We zien dat het een heel druk stukje van de Randstad is en daarom willen we gewoon de feiten op een rijtje hebben en niet onnodig zitten kissebissen en bestuurlijke druk te hebben over een locatie, waarvan we eerst maar even moeten weten wat hier überhaupt eigenlijk nog wel kan. Het onderzoek loopt. De heer Jumelet, WIJ: Op blz.3-4 wordt er gesproken over de aardgasvrije wijken. De laatste zin op blz.4 van dat blokje staat: op deze wijze wordt er gewerkt aan een breed gedragen wijkuitvoeringsprogramma. Mijn vraag is concreet: wanneer is de planning beschikbaar rondom de aardgasvrije wijken? De tweede vraag gaat over blz.6, over samenwerking met bewonersinitiatieven, de regeling reductie energieverbruik.

De wethouder Van den Beukel refereerde er net ook al een klein beetje aan, over de online community en de lancering op Facebook. De vraag is wel even: we veronderstellen hiermee dat al onze inwoners op Facebook zitten, maar velen zitten niet op Facebook. De vraag is dan wel gerechtvaardigd: hoe bereiken wij die mensen ook om hieraan deel te nemen? Dank u wel. Wethouder Van den Beukel: Twee hele fijne vragen om te hebben, want het geeft me gelegenheid om iets meer erover te zeggen. De RRE subsidie hebben we gekregen van het rijk, we hebben het samen ingediend met de energiecoöperatie. De uitvoering ligt bij hen. Expertise zit ook bij hen en waar ze die niet hebben, huren ze die in, want zo ruim is die subsidie. Die expertise zit ook op: hoe maak je, hoe creëer je die beweging rondom verduurzaming van woningen? Een heel belangrijke lijn in hun project, dat wij ondersteunen, maar wat zij dragen, is inderdaad die gemeenschap ontwikkelen, online is daarin een heel belangrijk component, maar dat is niet het volledige verhaal. Er zijn mensen, die niet op Facebook zitten, sterker, er zijn ook mensen die nog steeds niet op internet zitten en dat is helemaal prima.

Dat is ook de meerwaarde van zo’n fysieke energiewinkel, waarvan eerst zelfs de gedachte was: kan dat wel, in coronatijd, om die te gaan openen? Dat heeft Nieuw Lansinger Stroom gedaan en dat is goed, want daarin zie je dat er heel veel mensen binnen lopen, toch even willen zien, voelen, horen hoe het nou gaat, je woning energiezuinig maken. Daarnaast zijn nog vele andere initiatieven nodig op dit vlak, dat is een kwestie van een hele lange adem. Veel mensen zullen überhaupt blijvend maatregelen treffen zonder dat de gemeente daar maar enige bijdrage aan levert of zonder dat daar een energiecoöperatie aan te pas komt, gewoon omdat de aannemer tegen ze zegt: joh, als je toch gaat uitbouwen, doe het meteen zus en zo. Er wordt voortdurend gekeken bij Nieuw Lansinger Stroom, bij de projectleiders: hoe kunnen we nog meer die gemeenschap vormen, online en offline. Wat betreft de timing van het uitvoeringsprogramma. In het voorjaar kan ik u daarover een update geven, we willen dat goed doen. Het is heel weerbarstige materie, de heer Blonk refereerde aan een artikel in Binnenlands Bestuur. Als je dat goed projectmatig wil doen en je wil ook leren van de vele lessen, die getrokken worden elders in het land, in de proeftuinen, dan moet je niet over één nacht ijs gaan. Ik verwacht in het voorjaar een update te kunnen geven.

De projectleider voor de aardgasvrij wijken is al aangetrokken, dus er wordt volop aan gewerkt, maar voor een groot deel op dit moment achter de schermen. De heer Blonk, L3B: Ik heb een aantal vragen en opmerkingen over de actualisatie overzicht duurzaam. De eerste valt onder de verduurzaming glastuinbouw. Daar wordt in de tweede alinea gesproken over de warmterotonde. Ik wil daar toch een opmerking bij maken. Let op, wethouder, college, dat er geen onevenredige kosten worden afgewenteld op onze gemeente. In het verleden hebben we daar heel vaak over gesproken met uw voorganger wethouder Albert Abee. Dat was de leiding van Rotterdam naar Leiden. We werden geconfronteerd met gigantische kosten. Ik weet niet hoe het hier zit, maar ik wil toch even waarschuwende woorden laten horen. Dan kom ik direct op het vervolg daarvan. Hoe zit het

25/29

eigenlijk met die oude plannen van het warmtebedrijf Rotterdam met die leiding naar Leiden? Ik heb geen flauw idee hoe het daarmee staat. Dan heb ik nog een opmerking, dat zit bij aardgasvrije wijken. De verhouding betaalbare woningen en warmtevoorziening mag niet doorslaan ten ongunste van betaalbaar wonen. We hebben het er net over gehad. Je moet opletten dat als je good to good dat soort dingen doorzet en je maakt daar de woonlasten te hoog, dan is dat het paard achter de wagen spannen. Daar is mijn fractie in ieder geval niet voor. Ik wilde dat toch nog graag even aangeven. Tot slot vroeg ik me af: hoe zit het nou met het gemeentehuis? Liggen daar nou zonnepanelen? Ik ben het even kwijt. Zo ja, maar hoeveel liggen er dan? Ik zie er niet zoveel liggen. Wat is de opbrengst daarvan? Ik denk dat het een beetje aan de karige kant is, maar ik kan het mis hebben. Dat waren ze. Wethouder Van den Beukel: Voor het gemeentehuis ga ik straks naar collega Fortuyn, want die heeft ze eigenhandig geïnstalleerd. Er liggen er heel veel, maar ik weet niet precies hoeveel.

De vraag, die aan mij gericht is, maar ik heb ook de opmerkingen goed gehoord en ook genoteerd, dank daarvoor, de specifieke vraag, die u stelde en ook de waarschuwing: let op, geen onevenredige kosten voor de gemeente bij die warmterotonde en wat is eigenlijk de stand van zaken? De stand van zaken: er is een briefje in aantocht naar u, dat is eigenlijk een update van de warmtesamenwerking Oostland. We doen het in verband met de gemeenten hier in de regio. Mijn agenda deze week zit vol met 4 bestuurlijke overleggen over dit thema. Het is heel spannend op dit moment, want de leiding over oost is voorlopig in de ijskast gezet. Die komt uiteindelijk wel weer uit de ijskast als onderdeel van het integraal ontwerp, de hele warmterotonde Zuid-Holland, maar de keuze is nu gemaakt voor de leiding door het midden. De leiding door het midden heeft een hippe naam en die naam is: Warmtelinq. Van de Warmtelinq is het de vraag: wordt die 600mm dik of 700mm dik? En waar gaat die warmte dan heen? Naar het Oostland, naar het Westland, naar Leiden, naar Delft, naar Den Haag? Het rijk zit er momenteel zo in, dat ze eigenlijk zeggen: alle gemeenten moeten bijdragen. Ze moeten tot op zekere hoogte garant staan voor een deel van de afname. Daar zitten ze heel geharnast in. Veel gemeenten, niet alleen de gemeente Lansingerland, kijken daar wel met zorg naar.

Die zeggen: we snappen dat jullie een beetje zekerheid willen hebben als je die leiding aanlegt, dat die warmte ook afgenomen wordt en dat niet die leiding daar vervolgens werkloos ligt te wezen, want dan is het een desinvestering van Gasunie, dat snappen we. Tegelijkertijd moeten jullie ook wel weten, dat dit soort transportleidingen primair verantwoordelijkheid is van de rijksoverheid. Wij hebben al een Stedin om te financieren. Dat gesprek is nog niet afgerond. We zijn in heel nauw contact met Gasunie, met Economische Zaken, met de provincie. Nogmaals: er komt een briefje uw kant op, dat daar iets meer inkleuring aan geeft, maar dat zijn dagkoersen. Het beweegt de goede kant op, maar het kan ook nog mislopen, want het zijn hele kapitaalintensieve projecten, waar uiteindelijk heel veel mensen hun goedkeuring aan moeten verlenen. Er is vandaag nog een signaal gekomen uit de gemeente Leiden, dat ze voorlopig grote moeite hebben hiermee, omdat er geen woonlasten neutrale garantie komt vanuit het rijk. U heeft er nu een paar dingen over gehoord, er valt nog veel meer over te zeggen. We zouden er misschien een keer een apart debat over moeten voeren, maar er komt meer informatie uw kant op. Dat is het even voor nu. Wethouder Fortuyn: Dat is een technische vraag waar ik nou geen antwoord op heb, het aantal.

Ik weet wel, dat vorig jaar de heer Abee, de voorganger van de heer Van den Beukel, boven op het dak geweest is van de ambtenarenvleugel. Daar is het inderdaad vol gelegd. Het maximale is wel gelegd, maar de vragen: wat deed de investering, welke opbrengst hebben we in megawatt? Dat zou ik na moeten vragen. Als de heer Blonk daar interesse in heeft, wil ik dat best wel even uitzoeken. Maar het ambtenarengedeelte ligt helemaal vol. Het bestuursgebouw ligt ook maximaal vol, maar daar staan ook technische units op, maar het gemeentehuis is maximaal en optimaal ingericht met zonnepanelen. De heer Blonk: Dat antwoord is voldoende. De wethouder hoeft verder niets uit te zoeken. Het ging mij erom: ligt het vol? Ik ben nog een vraag vergeten, dat gaat over de duurzame bedrijventerreinen. In de laatste alinea gaat het ook over bedrijventerrein Prisma. Nu weet ik dat er een mulitfuel station komt naast de horecacluster, tegenover de Kruisweg. Ik wil er graag op aandringen bij het college om daar de bewoners van de Kruisweg actief bij te betrekken. Ik denk dat wethouder Arends daar nog een reactie op kan geven. Wethouder Arends: Dat kan ik toezeggen, om dat even schriftelijk te beantwoorden ten aanzien van de inspraak. De voorzitter: Ik beluister twee toezeggingen op de vragen van de heer Blonk.

Een brief, die de heer Van den Beukel stuurt en een toezegging van mevrouw Arends ten aanzien van het betrekken van de bewoners dan daaromtrent de Kruisweg. De heer Van der Stad, D66: Ik had drie vragen, waarvan twee over de duurzaamheids-update. De eerste vraag was eigenlijk over de warmterotonde, waar de heer Blonk ook al een vraag over heeft gesteld. De businesscase voor de leiding over oost was natuurlijk niet florissant, maar ik heb ook begrepen, dat vanaf 2021 e.e.a. weer zou worden opgepakt. Ik was benieuwd of wij hier eventueel op gaan anticiperen, wat het ook mag gaan voorstellen dan in de praktijk. Vervolgens voor de middenweg: we zijn benieuwd of we daar nog invloed op kunnen hebben en op welk moment dat dan zou kunnen zijn. Dan nog een vraag over groen/blauwe schoolpleinen. We zijn blij dat e.e.a. nu gerealiseerd gaat worden. De locatie Oudelandselaan is echter wel erg vertraagd. Er was een bottom-up initiatief, waarbij de omgeving bereid was niet alleen te investeren in de openbare omgeving, maar waarbij ze de werkzaamheden zelf ook wilden laten uitvoeren. Een directe opwaardering dus van de buitenruimte. Dat soort initiatieven moeten

26/29

we koesteren en goed faciliteren. Ook op andere onderwerpen, zoals de energietransitie. Het baart ons echter zorgen, dat we enigszins gedesillusioneerde reacties vernemen van de initiatiefnemers, de drie scholen, inzake het proces. Ze wilden het heel graag, gingen met enthousiasme voortvarend aan de slag en ze hadden een uitgewerkt plan, dat kon rekenen op steun van de omgeving. Wat wil je nog meer, vraag je je af. Door de gemeente schijnt echter veel invloed geëist te zijn. Op zich begrijpelijk als eigenaar van de grond en bij aanbod van co-financiering. Een moeizaam proces volgde, waarbij afgestemde boomkeuzes weigerde en het eindresultaat niet veel anders is dan het initiële voorstel vanuit de scholen. Er is wel veel tijd aan besteed, mede omdat het participatieproces over is gedaan. De vraag rijst wat het heeft opgeleverd en wat dit wellicht onnodig extra heeft gekost. De scholen hebben reeds een investering in vergroening gedaan. Graag vernemen wij van de wethouder of het tijdpad kenbaar gemaakt kan worden aan de scholen. Zij weten vooralsnog dat het alleen over de Kerst heen is getild, terwijl de raad nu middels deze update verneemt dat de werkzaamheden in de voorjaarsvakantie plaats vinden. Wij vernemen ook graag van de wethouder of een evaluatie met alle betrokkenen verricht gaat worden, dit om meer punten op te halen voor andere toekomstige initiatieven.

Stimuleer het actief burgerschap en zet niet ergens onnodig de rem op. Dat was het wat betreft duurzaamheid. Wethouder Van den Beukel: De eerste vraag ging over de leiding over oost en iets over de leiding over midden. Er is dus echt een keuze gemaakt door de rijksoverheid en Gasunie, dat wordt gerealiseerd. Halverwege dit decennium moet die leiding operationeel zijn. Dus daar zit nu alle focus op. Het warmtebedrijf Rotterdam, dat een belangrijke rol speelde bij de leiding over oost, heeft dus ook zijn conclusies getrokken, dat er niet veel gewerkt wordt aan de leiding over oost. Er loopt een groot project, dat heet ‘integraal ontwerp Zuid-Holland’ in opdracht van het ministerie van Economische Zaken samen met de provincie en Gasunie, waarin het hele plaatje wordt geschetst, van zowel de dikke transportleidingen als de onderliggende distributienetten, waar ook bijvoorbeeld de roka-leiding in zit, waar nu veel tuinders gebruik van maken. De verduurzaming van die roka-leiding en de uitbreiding daarvan, wat veel te maken heeft met de leiding over oost, daar komt het in terug. De exacte planning daarvan, van het verder ontwikkelen, het door ontwikkelen, hangt af van de keuzes in het integraal ontwerp en hoe integraal ontwerp verder wordt gebracht door het rijk en EZK.

We anticiperen daarop, dat we dagelijks met hen meewerken, meedenken om van de juiste informatie te voorzien, zodat onze gebouwde omgeving, maar ook onze tuinders daar optimaal van kunnen gaan profiteren, van dat meer uitgebreide warmtenet. Uw vraag over de middenweg kon ik niet helemaal plaatsen, maar misschien als ik daaronder mag verstaan de leiding over het midden, dan heb ik die vraag beantwoord. De vraag over groen/blauwe schoolpleinen hoort formeel bij collega Van Tatenhove, maar omdat het overzichtelijk is wil ik een kleine poging wagen, zodat ik kan ontsnappen aan een brief of aan een doorverwijzen, want dat zou misschien vervelend zijn voor u. Ik ben eigenlijk ook wel heel blij, dat het bij collega Van Tatenhove ligt, want het geeft aan, dat alle vragen over duurzaamheid voor een deel worden beantwoord, terecht, door collega Arends, collega Fortuyn, collega Van Tatenhove, wat duidelijk maakt, dat dit een collegebrede inspanning is, die wij leveren. Het antwoord zou zijn: er is al elders een mooi groen/blauw schoolplein geopend, daar heeft u in de media het e.e.a. over kunnen lezen.

Wat betreft de Oudelandselaan, als ik de nieuwsbrief van mijn kinderen lees, die daar op school zitten, dan zou het inderdaad het voorjaar worden, dat het wordt gerealiseerd, maar als er kennelijk onduidelijkheid is over de planning, en dat hoor ik u weergeven, daar heeft u ongetwijfeld uw bronnen voor, dan ga ik ervan uit en dat durf ik wel te zeggen namens collega Van Tatenhove, dat er natuurlijk, dat zal voortdurend gebeuren, contact zal zijn met de scholen om daarover de klokken gelijk te zetten. Dat lijkt me op zich niet echt spannend. Vindt er evaluatie plaats? Ja. Het is eigenlijk een gegeven usance, onze manier van projecten bedrijven, om die voortdurend te evalueren. Dus ook hiervan zal een evaluatie plaats vinden. Er zullen leerpunten uit komen, want het is allemaal mensenwerk. De heer Markus, CU: Allereerst zijn we blij, dat we weer eens over duurzaamheid komen te spreken in deze commissie. Dat heeft wat ons betreft veel te lang geduurd. Namens ons hierbij het voorstel om voortaan dit actualiteitenoverzicht als agendapunt op de agenda te plaatsen, want volgens mij heeft elke partij hier vragen. Ik denk dat dat de discussie ook beter maakt. Juist over het feit, dat we er te weinig over spreken en ik er in mijn omgeving helaas nog te weinig over hoor, vind ik dat we als raad ook het goede voorbeeld moeten geven door er goed en vaak over van gedachten te wisselen.

Dat allereerst als voorstel. We zijn blij met de wethouder, die enthousiast veel dingen toelicht, met name ook rondom het kenbaar maken van duurzaamheid aan onze samenleving en dat we daarin stappen moeten zetten. We zijn blij met de stappen die er gezet worden. Ik zit ook niet op Facebook, maar je zou er bijna lid van worden om inderdaad toch bij de club te horen. Maar ik ben ook blij, dat de wethouder zegt dat dit de aandacht heeft. We moeten er constant aan werken om het gedachtengoed rondom duurzaamheid aan iedereen kenbaar te maken, dat we met elkaar de stappen moeten zetten om met elkaar ooit weer eens die Molentocht te kunnen schaatsen inderdaad. Een mooie opsomming ook, helder dat het volgens de lijn is, die we ook in andere documenten hebben vast gelegd m.b.t. duurzaamheid. Wel nog een vraag. Heeft de wethouder het gevoel, dat we bij alles waar we mee bezig zijn, op koers liggen? We hebben een stip neergezet en het zou fijn zijn als we steeds dichter bij de stip komen. Mocht dat te langzaam gaan, dan

27/29

horen we dat graag, want dan betekent dat dat we moeten bijschakelen. Een andere vraag, die wij hebben. Tijdens de begrotingsbehandeling hebben wij onze zorg uitgesproken over het integraal beheerplan. Het verduurzamen daarvan is terug gedraaid, maar de doelstellingen houden we wel in stand. Dat heeft ons in die zin gerust gesteld, maar nu lees ik in dit stuk, dat het hele spulletje on hold gezet is. Dat lijkt een tegenstrijdigheid te zijn met hetgeen in de begrotingsbehandeling is aangegeven. Daar werd aangegeven, dat we de doelen nog steeds nastreven, maar op een andere manier invulling geven en het geld niet meer nodig is, maar hier staat dat het voorlopig on hold staat. Daar graag nog een reactie op. Dank voor dit overzicht. Mooi, dat we met elkaar erover komen te spreken. Laten we dit voortaan doen als een bespreekpunt in de commissie. Dank u wel. De voorzitter: Uw signaal is helder. We gaan even kijken hoe we de aanvliegroute dan gaan doen. Wethouder Van den Beukel: Voor het integraal beheerplan ga ik naar collega Fortuyn verwijzen, want daar is hij de portefeuillehouder over. Als u het zou agenderen, de agendacommissie, dan valt dat vanuit het college alleen maar toe te juichen. Dat is helemaal prima. Liggen we op koers? Dat is een heel makkelijke vraag en tegelijk een heel ingewikkelde vraag.

Ja, we liggen op koers in de zin dat we onze projecten tot uitvoering brengen en dat die projecten samen onze uitvoeringsagenda zijn en we daarmee steeds beter die duurzaamheid in de genen van al onze medewerkers brengen en via die projecten ook de samenleving dienen. Het wordt ook steeds beter verankerd in alle werkprocessen, waardoor iedereen die bij wijze van spreken nu binnen komt als medewerker in rioolbeheer, in openbare ruimte, in groen, in waar dan ook, vanaf dag 1 snapt: ohja, we doen het hier op een duurzame manier. Dat draagt vrucht. In die zin liggen we volledig op koers. Tegelijkertijd is het een systeemverandering, die we ambiëren. En niet alleen de gemeente ambieert, maar met de gemeente het rijk. Soms hebben we te maken met tegenvallers. Zo’n tegenvaller is een keuze van de rijksoverheid om tuinders zwaarder te belasten voor elektriciteit. Dat leidt ertoe dat de businessclass voor tuinders voor geothermie drastisch is verslechterd ten gunste van warmtekrachtkoppeling. Dat helpt niet bij het behalen van onze doelen. Iets vergelijkbaars zou zich kunnen voordoen, ik ga er niet van uit, maar zou zich kunnen voordoen als het gaat om die warmterotonde. Dus er zijn buitengewoon veel afhankelijkheden. Die afhankelijkheden kan ik niet weg poetsen. Die zijn wel belangrijk voor het behalen van onze doelen.

Lansingerland kan niet CO2 neutraal worden in 2050 als de rijksoverheid en provincie niet hun bijdrage leveren. Wij leveren onze bijdrage als gemeente en dat doen we voluit, met volle kracht. Wat dat betreft ben ik tevreden over de voortgang, die we boeken. Dat voor nu. IBP is passender bij de heer Fortuyn. Wethouder Fortuyn: Het integraal beheerplan, ja, het is een woord waar de heer Markus over valt, omdat het on hold gezet wordt. Ga er maar van uit, en dat is ook bij de begroting besproken, dat we geen opgave hebben gedaan van de ambitie. De ambitie staat nog immer overeind. Maar gezien de opgave voor de begroting 2021 hebben wij ervoor gekozen om het niet uit te voeren, maar om wel de ambitie te bewaren. Ik vraag mijn collega Van den Beukel om bij een volgende update even daar aan te geven, dat het IBP weer ter tafel komt, want dan houd je hem ook weer scherp, dat we wel de ambitie hebben, maar op dit moment het geld even niet hebben om daaraan bij te dragen vanwege tekorten in het sociaal domein. Ambitie: ja, nog steeds. Dat hier toevallig on hold staat: ja, het is gebeurd zoals het gebeurd is. Mijn collega Van den Beukel zal het IBP zeker op zijn overzicht houden van de duurzaamheidsplannen, die we hebben en ook de zaken die we ten uitvoer willen brengen. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Ik refereer aan wat de heer Blonk zei n.a.v.

de inspraak van de heer Van Muiswinkel en de heer Van Son. De heer Blonk: Dat klopt. Naar aanleiding van die inspraak van de heren Van Muiswinkel en Van son wil ik de wethouder vragen de commissie een schriftelijke reactie te geven op de inspraak van de heer Van Son en op de info van 6 documenten, die de commissie gisteren ontving van de heer Van Muiswinkel en ook de info, die hij begin deze avond stuurde. Ik wil de wethouder graag vragen in een schriftelijke reactie in te gaan op de hoge erfafscheiding aan de achterzijde. Dat is wat ik in feite vraag. Ik ben ook overvallen door wat ik zag en dat u dat ook heeft. Je moet je er even in verdiepen. Neemt u daar even de tijd voor en kijk even. Schrijft u dan op in een reactie naar de commissie hoe het college daarnaar kijkt. De voorzitter: Naar mevrouw Arends: er is het nodige vandaag en gisteren bij ons binnen gekomen. De griffie zal ervoor zorgen, dat u ook deze stukken krijgt. De heer Markus: Hele goede vragen van de heer Blonk. Aanvullend daarop zitten de inwoners natuurlijk met het feit, dat zij te laat zijn voor de inspraaktermijn, dat die verstreken is. Ik zou ook van de wethouder willen vragen om daar expliciet op in te gaan. Dank u wel. Wethouder Arends: Het lijkt me prima om vanuit het college een schriftelijke reactie te geven op alle stukken, die blijkbaar bij u zijn binnen gekomen.

Ook de specifieke vraag over de periode, die de heer Markus stelt, zal ik daarin mee nemen. De voorzitter: Een toezegging. Mooi. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Hier niemand over? Nee. 8. Rondvraag en sluiting

28/29

De heer Blonk, L3B: Vestia heeft bijna 10 jaar na het derivaten schandaal opnieuw financiële steun nodig van de andere corporaties. De sector redde één van de grootste huisvesters eerder van een faillissement, maar Vestia gaat nog steeds gebukt onder hoge rentelasten en een miljardenschuld. Extra bijdragen moeten Vestia nu weer gezond maken, schrijft het financieel dagblad. Vanochtend stond daarover een artikel in Binnenlands Bestuur. Een speciale commissie lichtte vorige week op een congres van de corporatiebranchevereniging Edes kort toe welke mogelijkheden er zijn om Vestia uit de financiële problemen te brengen, maar dat het financieel weer moet worden opgelost door de andere corporaties is bijna zeker. Mijn vraag aan de wethouder: wat betekent dat nou financieel voor 3B Wonen? Eenvoudiger gezegd: hoeveel geld moet 3B Wonen dadelijk weer gaan betalen, samen met al die andere corporaties, om Vestia op de been te houden? Wat betekent dit voor de investering van 3B Wonen voor sociale woningbouw in Lansingerland? Met name voor Wilderszijde en de locatie Hergerborch. Met andere woorden: kan de bouw van sociale huurwoningen op die twee locaties gewoon doorgaan? Dat waren mijn vragen. Wethouder Arends: Het zijn drie vragen, die de heer Blonk stelt.

Wat betekent dat financieel voor 3B Wonen? Dat is afhankelijk van de oplossing, die wordt gekozen en dat is nu nog niet precies te zeggen. In het verleden is door 3B Wonen € 850.000 aan saneringsheffing betaald voor Vestia. Het Vesiadebacle wordt door de volledige sector gedragen, dus zo’n 300 corporaties. Die betalen naar rato mee. Uitgaande van het tekort van € 700mln nu bij Vestia zou het ongeveer uitkomen op € 2,3mln gemiddeld per corporatie en dat is eenmalig. 3B Wonen betaalt nu jaarlijks al meer verhuurdersheffing, namelijk € 4mln. Wat betekent dit voor de investeringen, met name op de locaties Wilderszijde en Hergerborch? Het is natuurlijk heel erg jammer, want iedereen kan maar één keer zijn centjes uitgeven, maar dit heeft substantieel geen invloed. 3B Wonen investeert de komende 10 jaar € 200mln voor 1.000 woningen. En € 2,3mln, als je dat als saneringsheffing hebt, dan gaat het om ongeveer 10 woningen minder. Dat zou de enige oplossing zijn voor hen om deze kosten op te vangen. Als laatste vraag: kan het gewoon doorgaan? Ja, ons inziens zou het gewoon door kunnen gaan en hoeft het geen gevolgen te hebben voor de geplande locaties van 3B Wonen. Dank u wel. De heer Blonk: Ik ben blij te horen van de wethouder dat zij dit voor mij in perspectief heeft gezet. Het is toch triest dat 3B Wonen zo’n ruim € 4mln per jaar verhuurdersheffing moet betalen. Dat getal kende ik.

Dat komt neer op ongeveer 2,5 tot 3 maanden huur van 3B Wonen. Ik vind dat heel zorgelijk. Ik wil dan toch nog er even bij de wethouder op aandringen, dat zij mogelijk in MRDH-verband of ander verband, woonregioverband, bij het kabinet erop aan te dringen jaarlijks de verhuurdersheffing af te schaffen. Dat zou heel Nederland een enorme boost geven om de woningbouw echt aan te jagen. Dat wilde ik nog even opmerken, mijn vraag of zij actie wil ondernemen binnen de regio Rotterdam richting de minister, richting het kabinet. We zijn niet de eerste, want andere regio’s hebben het ook al gedaan. Dank u wel. Wethouder Arends: Dat is al onderwerp van gesprek, dat kan ik u in ieder geval benoemen. Hoe dat er concreet uit zou zien vanuit de regio, dat heb ik even niet zo paraat. De voorzitter, om 23.35 uur: Dan zijn we aan het einde van deze vergadering gekomen. Ik dank u allen voor uw inbreng en de wethouders voor de beantwoording van de vragen. Gelet op de klok, nog een klein halfuurtje en dan is het alweer een volgende dag. Ik wens u nog een goede avond en voor straks welterusten. Dank u.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

29/29

5.a Participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen (CU, VVD en D66) Afwijkende spreektijden: 5 min eerste termijn, 3 min tweede termijn. 1 T20.15405 bespreekpunt participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen

AGENDEREN BESPREEKPUNT COMMISSIE Registratienummer : (In te vullen door de raadsgriffie)

T20.15405

De commissie Ruimte in vergadering bijeen d.d. 12 januari 2021

Onderwerp: Participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen

Reden om onderwerp op agenda te plaatsen: De afgelopen periode is er rondom participatie van omwonenden bij particuliere ruimtelijke ontwikkelingsprojecten veel discussie geweest. Voorbeelden zijn discussies rondom woningbouw Driehoek Noordpolder, Villa de Lans en herontwikkeling locatie Treurniet. Wie is verantwoordelijk voor de participatie? Wanneer vinden we dat er voldoende participatie heeft plaatsgevonden? Zijn er kaders voor deze participatie? Met dit bespreekpunt hopen we antwoord te krijgen op deze vragen om zo te komen tot een gedragen kader hoe participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen vorm gegeven moet worden. Dit met als doel: - Bij de aanvraag controleren of aan de aanvraagvereisten voor participatie is voldaan (=proces) - Het resultaat van de participatie meewegen in de integrale afweging op het besluit (=inhoud). Rond de verschillende discussies bij ruimtelijke ordeningstrajecten speelden er meer discussies. Deze moet ook zeker aan bod komen, hiervoor worden separate bespreekpunten voorbereid. Zie ook bijlage met achtergrondinformatie. Vragen aan de commissie 1. Is het opstellen van duidelijke kaders voor participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk? 2. Is er een verschil in een participatietraject voor grote of kleine plannen? Plannen met veel of weinig impact op de omgeving? 3.

Wanneer in het proces moeten omwonenden/betrokkenen worden geïnformeerd? 4. Moet de raad worden geïnformeerd over de voortgang van de participatie? En zo ja wanneer in het proces? En zo ja, op welke wijze moet de raad geïnformeerd worden? 5. Mogen plannen naar de commissie/raad als het participatietraject aantoonbaar niet goed is doorlopen? 6. Wie neemt de regie bij particuliere trajecten? De gemeente of de initiatiefnemer? 7. Is de gewenste route dat het college op basis van deze discussie komt met een participatieverordening in het kader van de omgevingswet. Zo nee waar moet deze discussie dan in landen? Ondertekening en naam, Michiel Muis, D66 Matthijs Machielse, VVD Kees-Willem Markus, ChristenUnie

Bijlage Achtergrondinformatie Huidig beleid Op dit moment zijn er geen kaders opgesteld vanuit de gemeente waaraan particuliere ontwikkelaars moeten voldoen bij participatie. Uit navraag bij de ambtelijke organisatie blijkt dat dit maatwerk is afhankelijk van het project.

Link met aangenomen moties 1. Met de motie ‘De raad stelt de kaders’ (d.d. 29 november 2018, M2018-31) is afgesproken dat het college de raad bij een ontwikkelingsgericht plan in een vroeg stadium actief betrekt bij de ontwikkeling. Deze motie is niet datgene wat we in dit bespreekpunt willen bespreken. Dit moet wellicht in een apart bespreekpunt terugkomen en is ook onderdeel van het project Kracht van de Raad. College heeft n.a.v. deze motie op 24 april 2019 een brief gestuurd. 2. Met de motie ‘aanbevelingen rekenkamer over burgerparticipatie (M2019-032) wordt opgeroepen dat “het college en de raad gezamenlijk komen tot een visie op burgerparticipatie en deze uit te werken tot een nieuwe nota burgerparticipatie”. Afdoening van de motie ‘burgerparticipatie’ en het daarvoor organiseren van een beeldvorming is door de coronaperiode verschoven naar 10 februari 2021. Dit bespreekpunt is een onderdeel van de burgerparticipatie.

Relatie met omgevingswet: Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Overheden maar ook initiatiefnemers zelf moeten draagvlak organiseren. Het is aan de raad om het draagvlak te toetsen. De raad kan hierover procesafspraken maken per ontwikkeling of algemene (participatie)kaders meegeven aan het college. Bevoegd gezag Participatie maakt een groot onderdeel uit van de Omgevingswet (ingangsdatum 1-1-2022. In de Omgevingswet is een en ander opgenomen over participatie en wat het bevoegd gezag moet doen bij bijvoorbeeld omgevingsvisie (motiveringsplicht), omgevingsplan (kennisgeving voornemen en motiveringsplicht) en projectbesluiten (Kennisgeving voornemen – kennisgeving participatie – motiveringsplicht). De vorm is vrij! Particulier initiatief Bij particulier initiatief is de vorm ook vrij en worden er geen eisen aan gesteld. De initiatiefnemer kan daar zelf invulling aan geven én het is geen verplichting voor het al dan niet verkrijgen van de vergunning. Dit betekent dat bij de aanvraag de initiatiefnemer bijvoorbeeld kan invullen dat hij geen participatie heeft uitgevoerd. Deze informatie/berichtgeving van de aanvrager van de vergunning kan voor het bevoegd gezag op zich geen grond voor weigering van die vergunning zijn. Het bevoegd gezag blijft dus verantwoordelijk voor het nemen van het besluit over het al dan niet verlenen van de vergunning.

De informatie over het uitvoeren van participatie kan het bevoegd gezag wel meenemen in het besluit, zoals nu ook al het geval is. Er kan bijvoorbeeld een afweging worden gemaakt om (aanvullende) participatie te (laten) organiseren als bijvoorbeeld de verwachting is dat er weerstand in de buurt ontstaat. 1) Maar ook Motie Nooren Motie Nooren: de strekking van de motie: ‘De gemeente moet zelf zorgen voor participatie bij haar visieen planvorming, ze moet spelregels opstellen voor initiatiefnemers en aangeven welke participatievorm zij verwacht en erop toezien dat participatie goed wordt vormgegeven. De particuliere initiatiefnemer moet het voortouw nemen op de wijze waarop de gemeente participatie voorschrijft.’ ‘Het oordeel of er voldoende is gedaan, ligt bij de gemeente. Van belang is dat belanghebbenden aan de voorkant bij een initiatief worden betrokken, niet als de vergunning aan de projectontwikkelaar al is verstrekt. Een gemeente die een private partij moet terugfluiten, omdat er onvoldoende aan participatie is gedaan, is te laat, zeker als er dan al een geschil met de buren is. Probeer de plooien dan maar eens glad te strijken.’ Sinds de motie-Nooren is aangenomen, is de motiveringsplicht uitgebreid. De gemeenten zullen namelijk ook moeten aangeven op welke wijze invulling is gegeven aan hun eigen participatiebeleid.

De motie roept decentrale overheden dus op om eigen participatiebeleid op te stellen. Zij mogen zelf bepalen hoe zij hun participatiebeleid vormgeven. Zij kunnen daarin hun visie op participatie en uitgangspunten

opnemen. Bijvoorbeeld over de toegankelijkheid, de representativiteit, de betrokkenheid van ondervertegenwoordigde groepen, de eigen rol en hoe het participatieresultaat wordt meegewogen in het uiteindelijke plan. Op deze manier is voor alle betrokkenen inzichtelijk hoe zij kunnen meedenken en meedoen. Samengevat, de motiveringsplicht wijzigt door de motie Nooren als volgt: de overheid moet bij vaststelling van bepaalde plannen aangeven wie zij hierbij betrokken heeft, wat de uitkomsten hiervan zijn en hoe ze invulling heeft gegeven aan haar participatiebeleid. 2) Maar ook lijst van uitzonderingen De gemeenteraad krijgt de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waar participatie wel verplicht is. Let wel, dat kunnen alleen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn. Dus dat zijn activiteiten waarvan in het omgevingsplan is aangegeven, ‘deze activiteiten willen we niet toelaten’. En dat geldt uiteraard alleen wanneer het college van B en W bevoegd gezag is. Voor die gevallen, zal de aanvrager wél moeten aangeven wat die aan participatie heeft gedaan en wat hij met de resultaten heeft gedaan. Dus in die gevallen is 'nee' op het uitvoeren van participatie geen antwoord. 3) Maar ook meer bevoegdheden college bij omgevingsvergunningen en bindend adviesrecht raad. Het college van B&W is straks het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning.

Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan legt de raad de doelen vast en stuurt op de realisatie hiervan, zoals gebruikelijk is binnen een gemeente. Over initiatieven en (bouw)plannen die passen binnen het omgevingsplan, maar waarvoor een vergunning is vereist, geeft het college van B&W eenvoudig en snel uitsluitsel. Onder de huidige wetgeving kan het college van B&W uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Daarover besluit de raad met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Daarvoor in de plaats komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college van B&W mag daar niet van afwijken. De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

Conclusie Participatie is een belangrijk onderdeel van de omgevingswet. In het kader van deze wet moet er dus een participatieverordening opgesteld worden en uitgewerkt in participatiebeleid. De discussie op basis van dit bespreekpunt is dus belangrijke input voor deze verordening die opgesteld moet worden. En dit is weer in lijn met de aangenomen motie ‘aanbevelingen rekenkamer over burgerparticipatie’. Deze participatieverordening in het kader van de omgevingswet en de uitwerking daarvan kan uiteraard een prima onderdeel zijn van de nota Burgerparticipatie.

Goede participatie Goede participatie borgt dat het bestuur zich rekenschap geeft van alle belangen en gevoelens die er leven, en daarmee dus ook rekening kan houden. Dit kan onder inwoners een grotere mate van tevredenheid opleveren over de wijze waarop het bestuur zijn rol invult. Een bestuur dat participatie niet invult als ‘moetje’, maar participatie vormgeeft naar de bedoeling. Dat sluit natuurlijk niet uit dat inwoners ontevreden kunnen zijn met de uitkomst van een goed participatieproces. De ervaring leert dat zij dan die uitkomst wel vaker accepteren. Goede participatie heeft niet als eerste doel absoluut draagvlak te realiseren, of bezwaar en beroep te voorkomen. Het bestuur heeft de taak alle (en vaak tegenstrijdige) maatschappelijke en particuliere belangen te wegen en te komen tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit. Dat hoeft en kan niet altijd leiden tot een besluit waarmee iedereen het eens is. Goede participatie zal zich uiteindelijk in de praktijk moeten bewijzen, en is behalve van goede spelregels en procedures ook afhankelijk van de manier waarop mensen hieraan invulling geven.

5.b Prestatieafspraken 2021 gemeente, corporaties en huurdersvereniging Lansingerland 1 U21.00129 Betrokkenheid raad bij prestatieafspraken

*U21.00129* *U21.00129*

Ruimte & Economie

Ruimtelijke Economische Strategie

Aan de leden van de commissie Ruimte

Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs Nadere informatie Rob Hogenbijl Telefoon 14 010 E-mail info@lansingerland.nl

Verzenddatum 8 januari 2021

Website

Ons kenmerk U21.00129

www.lansingerland.nl

Uw brief van

Onderwerp

Betrokkenheid raad bij prestatieafspraken

Geachte commissieleden,

Dinsdag 12 januari debatteert u in de commissie Ruimte over de wijze waarop de raad betrokkenheid wenst bij de totstandkoming van prestatieafspraken tussen de gemeente Lansingerland, de woningcorporaties en huurdersvereniging Lansingerland. Graag reiken wij u vooraf enige informatie aan welke ons inziens kan bijdragen aan uw debat. De informatie betreft de wettelijke context van prestatieafspraken en de procesgang zoals we deze lokaal voor ogen hebben in 2021. Wettelijke context Bij de herziening van de woningwet in 2015 is de verplichting van het maken/overeenkomen van prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties en huurdersverenigingen ontstaan. De verplichting bestaat eruit dat corporaties op basis van het gemeentelijk volkshuisvestelijke beleid jaarlijks een bod uitbrengen op welke wijze de corporatie kan/wil bijdragen aan de totstandkoming van het volkshuisvestelijk beleid. Vervolgens vinden gesprekken plaats om tot prestatieafspraken te komen die in lijn zijn met het gemeentelijk volkshuisvestelijk beleid. In 2021 wordt de raad nauw betrokken bij de totstandbrenging van het toekomstgerichte volkshuisvestelijk beleid, verwoord in onze aanstaande woonvisie (zo is er op 8 februari een dialoogavond over de uitgangspunten voor de woonvisie). Aan het eind van dat proces stelt de raad dit beleid, de woonvisie, vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=a7cb4a51-4caa-4fcc-8c89-3bbbe960b370