CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 6 april 2021, gemeente Lansingerland63.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Misschien gaat het nog komen, maar nu vind ik het nog onvoldoende, omdat ik niet kan bevatten dat het inzetten op diftar en alles wat het met zich meebrengt, ook qua exploitatielasten, dat dat goedkoper zou uitpakken in the end voor de gemeente, voor onze inwoners, dan omgekeerd inzamelen. Nogmaals, ik wil kennis nemen van rapporten met goede onderbouwingen, die het tegenovergestelde aantonen, of juist niet. Goed, daar neem ik dan kennis van. Maar wat ons betreft, zal het een bespreekstuk zijn in de raad. Dan zullen we onze mind nader opmaken. Wellicht kom ik nog met een amendement of een motie, ik zie het wel. Ik kan natuurlijk ook tellen, het is wel helder hoe de verhoudingen liggen, maar dat laat onverlet dat ik mijn eindoordeel alsdan zal opmaken. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: Dank aan alle commissieleden en de wethouder voor de uitgebreide reactie. U stelt me wel een heel lastige vraag, meneer Markus, want u vraagt me eigenlijk: waar gelooft u meer in, uw eigen afval voorkeuren of een peiling onder inwoners? Je kan nooit tegen je eigen inwoners zijn. Zeker wij niet, dus dat zult u mij ook niet horen zeggen. Begrijp me niet verkeerd. Ik denk dat de peiling die is gedaan heel waardevol is.

En ik denk dat het zeker belangrijk is, dat we die als richtinggevend beschouwen voor ons afvalbeleid, maar dat betekent niet dat we de ogen moeten sluiten voor een gezonde mix van maatregelen en daar kunnen we allemaal toch onze voorkeur in hebben, welke maatregel daar vooraan in staat en welke misschien niet vooraan staat. Die ruimte gunt u mij vast. Ik houd me ook van harte aanbevolen voor de rapporten, die u heeft. Wat ik heb gelezen over gemeenten met invoering van diftar zijn, los van de exploitatielasten en problemen om het in te voeren, uiteindelijk niet dat ze de doelstellingen hebben gehaald met alleen diftar, dus daar blijft mijn zorg toch nog overeind staan en dus ook mijn wens om met elkaar te kijken naar dat maatregelenpakket. In welke vorm ik dat de komende 2 weken ga gieten, daar ga ik over nadenken. Daar kom ik bij u allemaal voor op de

11/15

lijn. Voor nu nog een kleine reactie naar wethouder Fortuyn. Hij zei: is er iets wat ik kan doen om u te overtuigen? Nou, dat weet ik niet. Ik zou vooral willen vragen om toch na te denken over en toelichting, waarom het voor Lansingerland zo stellig is, dat er staat, dat we hiermee de doelstelling gaan halen. Ik snap hem qua concept, ik snap hem naar aanleiding van de studies, die zijn uitgevoerd, maar als ik die studie lees, bijvoorbeeld het rapport van Stantec, dan staat er niet in, dat we met alleen diftar die doelstelling gaan halen. De heer Markus: U wilt kijken naar een maatregelenmix. Maar is van die maatregelenmix diftar dan wel de belangrijkste pijler? De heer Machielse: Voor mijn partij niet. Dat moge duidelijk zijn. Dat betekent niet, dat we niet voor een mix zijn. En het betekent niet dat we een deur dicht willen doen voor een maatregel, die we wellicht nodig hebben om ons te committeren aan die doelstelling en aan de lagere lokale lasten en aan de milieueffecten et cetera. Maar wat ik net ook al zei: ik denk wel dat we elkaar daarin scherp moeten houden: wat is dan de juiste mix van maatregelen? Ik zou het zonde vinden als we nu een deur dicht doen naar een maatregel, die we wellicht nodig hebben om het wel te gaan halen met elkaar.

Dan bedoel ik omgekeerd inzamelen, dan bedoel ik ook de gunstige voorwaarden, die dat biedt voor een stuk nascheiding van bijvoorbeeld PMD uit restafval, als daar capaciteit voor is. Dan wil je zo min mogelijk verkeersbewegingen in de woonwijken. Ik zie een heleboel voordelen daaraan. Misschien is daar nu geen meerderheid voor, maar daar nu de ogen voor sluiten vind ik ook niet verstandig. Dus dat is waar ik op ga kauwen. De heer Duk: De heer Machielse heeft bij het opstellen van de volksraadpleging gezegd, dat dit richtinggevend zou zijn. Eén van de grootste conclusies uit deze volksraadpleging is dat een grote meerderheid van de mensen in Lansingerland zegt: het moet lonen om afval te scheiden, het moet goedkoper zijn om veel afval te scheiden. Wat zegt de heer Machielse nu als hij zegt: ja, maar we doen het toch, als het aan mij ligt, liever niet. De heer Machielse: Dan zal ik allereerst zeggen, dat u mij verkeerd quote, meneer Duk. Maar daarna zou ik u ongetwijfeld vertellen, dat lagere lokale lasten beginnen met de juiste aanpak. Een verschil in tarifering en een voordeel voor scheidingsresultaat, maar als het totaal aan lasten nog steeds te hoog is, of het totaal aan maatregelen niet bijdraagt aan genoeg verlaging van de hoeveelheid restafval en daarmee dus een (..) belasting, dan zijn we penny wise, maar pound foolish, en dat is iets waar we wel voor moeten waken.

Dus dat zou ik antwoorden. Ik hoop, dat dat uw vraag dan direct beantwoordt. De heer Duk: Nee, dat doet het niet. De burger heeft gewoon doodleuk gezegd, niet doodleuk, maar heel duidelijk gezegd: wij willen dat we minder betalen als we goed afval scheiden. De enige optie om dat te doen is diftar. Of heeft u een andere oplossing daarvoor? De heer Machielse: Met het gevaar, dat ik in herhaling ga vallen, maar in het puur rekenkundig hypothetisch voorbeeld, dat u in totaal misschien als huishouden € 80 kwijt zou zijn bij een goed scheidingsresultaat met diftar en € 100 bij geen goed scheidingsresultaat bij diftar, maar ieder huishouden € 70 kwijt zou kunnen zijn bij een inzet op een andere maatregelenmix, die onderbouwing mis ik nu. Dat blijft mijn antwoord daarin. Ik was toch blij te horen, dat hij net als ik enorm enthousiast is over de inzet op nascheidingscapaciteit, wanneer die beschikbaar is. Dan hoop ik, dat de heer Duk het met mij eens is, dat een variant van omgekeerd inzamelen veel gunstiger is om naar dat scenario toe te werken dan een variant met alleen diftar. Ik ga daar op kauwen. Ik ga er verder niets meer aan toevoegen. Ik ga het woord aan u laten en het hierbij laten voor deze avond. De heer Jumelet: Ik heb naar u zitten luisteren, maar ik ben toch een beetje benieuwd wat het standpunt van meneer Machielse nu feitelijk is rondom dit voorstel.

Is hij nou voor of tegen? Als hij voor is of tegen, dat hij over een X-periode zegt: we moeten wellicht nog een zwenk naar links of naar rechts maken als het gaat om het te voeren beleid rondom afval. Ik hoor hem ook zeggen: nascheiding zou ik toch ook op de één of andere manier een plek willen geven. Ik ben op zoek: steunt u nou dit voorstel? Of niet? Als u het wel steunt, betekent het dan dat u met een motie gaat komen, dat er op termijn iets verandert? Ik ben het even kwijt. De heer Machielse: Dat is een duidelijke vraag van de heer Jumelet. Laat ik daar duidelijk over zijn: het voorstel biedt veel aanknopingspunten, waarin ik herken hoe wij kijken naar afvalbeleid en waarin ik ook herken hoe wij de burgerpeiling lezen en de wensen van onze inwoners. Laat ik daar duidelijk over zijn. Betekent dat dat ik geen mogelijkheden zie om het te verbeteren? Nee, die zie ik wel. En dat is waar ik op ga kauwen. De heer Meester, L3B: Ik wil de wethouder bedanken voor de uitvoerige bespreking van wat er allemaal te berde is gebracht. Ik begrijp, dat de punten die wij aangevoerd hebben, dat daar de besluitvorming in ieder geval later van zal moeten plaatsvinden. In geval van nascheiding krijgen wij nog een keer de discussie over de vraag of we diftar al of niet willen handhaven.

Voor wat betreft de kwijtschelding en de methode van innen, daar ga ik ervan uit, dat dat expliciet als keuze neergelegd wordt bij de raad wanneer we de verordening moeten gaan vaststellen. Zo interpreteer ik maar even de uitspraken van de wethouder. Eén ding viel mij nog op in de reactie van de wethouder. Hij had het ook nog even over het gewicht i.p.v. het aantal keer dat het geleegd wordt. Ik zou dat niet willen aanprijzen. In de eerste plaats is dat veel storingsgevoeliger en je krijgt over het aantal keer dat de kliko aangeboden is, daar zal je minder snel discussie over hebben dan hoeveel kilo erin zat. De wethouder had het er ook nog even over, dat op dit moment er geen mogelijkheid is om iets te vinden van de verwerking van het afval door Renewi en dergelijke. Ik neem aan, dat dat te maken heeft met de contractvoorwaarden, maar ik denk dat het in het algemeen belang zou zijn als bij een volgend contract toch geregeld wordt dat er enig

12/15

toezicht op is, hoe dat verder gaat, want ik kreeg de indruk dat er nu op dit moment alleen maar betaald wordt voor het ophalen en dat de verwerking daarna alleen maar kosten zijn. Wij zijn het eens met het stappenplan. We wensen het college veel succes met de uitvoering ervan. Dank u wel. De voorzitter: De vraag van de heer Meester: heb ik het goed geïnterpreteerd dat. Daar kan de wethouder misschien nog een antwoord op geven. Verder heb ik erg weinig vragen gezien. Ik heb wel begrepen, dat er een amendement of een motie te verwachten is, maar dat kunnen we na de beantwoording van de wethouder nog naar voren brengen. Wethouder Fortuyn: Om bij meneer Meester het misverstand weg te halen: uw interpretatie is correct. Dat wordt bij de verordening gedaan. Ik heb al aangegeven, dat we juist op dit onderdeel bij de verordening toch een aparte discussie moeten hebben. Hier moeten we wel even goed bij stil staan: hoe bouwen we het op en welke keuze maken we? Dat heeft ook te maken met de scenario’s: hoe gaan we de inning regelen? En: wat is variabel en niet variabel? Ik kan u ook de toezegging doen, dat wij met een twee- of drietal scenario’s komen, zodat we de afweging kunnen maken om daar een juist besluit in te nemen. Uw interpretatie is juist. Of ik heb het verkeerd gezegd, maar dat is zeker niet mijn bedoeling, maar dan herstel ik hem: wij kiezen juist niet voor gewicht.

Wij kiezen voor de lediging. Ik denk dat daar even geen misverstand over moet zijn. Het staat ook in de stukken: wij kiezen voor het aantal keer dat je aanbiedt. Als we het aantal kilo’s zouden gaan meten, dan blijkt dat te leiden tot burenruzies en tot discussies over het ijken van de apparatuur en ‘die kilo’s hebben we niet aangeboden’. Daar moet je helemaal niet aan beginnen. Dus dat gaan we ook niet doen. Ik hoop dat ik daarmee het misverstand heb weg genomen. Ik ben blij dat een groot aantal partijen en opgeteld het aantal zetels er een ruime meerderheid is, die kiest voor deze weg. Desalniettemin, mooi dat we toch nog even een discussie krijgen, want het is best wel een belangrijk dossier, het gaat ergens om, dat CDA en VVD dit toch nog willen bespreken, het als een bespreekpunt willen zien. Wellicht dat de rapportage, die de CU aanbiedt en wellicht heeft u het rapport van IPR Normag ook niet gehad, maar ik ga ervan uit, dat met die informatie bij de reeds aangeleverde informatie, dat was mijn opmerking naar u, meneer Machielse: wat moet ik nou nog meer doen? We hebben al zoveel documenten, we hebben al zoveel verhalen. Op een gegeven moment, kan ik u niet meer overtuigen. Dan blijft u zitten op uw zit, ja, dat kan, dat is uw vrije keus, dat is uw eigen politieke verantwoordelijkheid. Ja, dat is nou eenmaal zoals het in een democratie werkt.

Ik ga niets meer aanleveren, behalve dan het aanbod van de CU, dat vind ik heel interessant. Dan gaan we meemaken hoe u uw afwegingen maakt. Dat zal ik ook accepteren, dat ga ik ook accepteren, want zo werkt ook de democratie. Maar, let wel, we hebben wel gekeken naar de technologische ontwikkelingen, daar gaan we onze ogen niet voor sluiten. Meneer Meester begon erover en meneer Jumelet ook, even voor de helderheid: ik heb ook technische ondersteuning vanuit het ambtelijk apparaat. Binnen onze contracten hebben wij ook eisen m.b.t. de verwerking v.w.b. de afvalstromen. Dus wij hebben weldegelijk in onze contracten verwerkingseisen zitten. Uiteindelijk is de toezicht op de verwerkers, dat kunt u ook zien op de zondagavonden met die reportage van meneer Van de Keuken, daar kom je in een wereld terecht. Italianen hadden het allang ontdekt, kijk maar rond Napels en alles wat daar omheen gebeurt. Het is een wereld die ondoorgrondelijk is. Nu heb ik altijd begrepen dat in een bepaald geloof de ondoorgrondelijkheid beleden wordt, dat begrijp ik ook wel, maar in deze wereld heb ik ongeveer dezelfde basis. Daar hebben wij een rijksoverheid voor. Dus we kunnen wel iets willen, maar als wij bij de poort afleveren, als onze verzamelaar het op een nette manier aanlevert, maar bij de achterdeur gebeurt wat, waar wij geen inzicht hebben, ja, dan is het wel een rijksoverheidsding.

Ik wil zeker niet de verwachtingen gaan scheppen, dat wij de vuilnisbak gaan volgen tot het moment dat de verwerking gaat plaatsvinden. Dat is een onmogelijk iets en dat zou ik ook niet willen. Dat is ook niet onze verantwoordelijkheid. Ik loop niet van onze verantwoordelijkheid weg, zeker niet, maar het is wel een rijksoverheidsding. Wij regelen, is al geregeld, dat bij onze verwerkers de eisen, die wij eraan stellen, dat wij die geborgd hebben in de contracten. Ik wil nog één ding boven water halen en dan beëindig ik mijn beantwoording. Het is een misvatting om te veronderstellen op voorhand dat de tarifering opgeteld goedkoper is. Dat staat ook nergens in het stuk, dat het ergens goedkoper wordt. Er staat wel in, dat we hiermee de kosten beheersen. Wellicht, afhankelijk van wat wij doen straks met de vaste en variabele kosten, is er wel een verdienmodel per huishouden. Als we niets doen, weten we één ding: dan lopen de kosten gierend uit de hand. Daar zijn we het allemaal over eens. Ik denk, dat iedereen het erover eens is. Met deze maatregelen gaan we in ieder geval de kosten beheersen en als het even kan, dat zal ook onze inzet zijn uiteraard, kijken of de mensen het goedkoper kunnen doen. Maar het is toch een beetje glazen bol kijken op dit moment. Met dit voorstel gaan we de uitwerkingen doen. Wellicht dat we daar meer zicht in krijgen.

De verordening zal mede bepalend zijn of we met elkaar deze stappen kunnen zetten. Ik wil voorkomen, dat per definitie deze oplossing uiteraard veel goedkoper of dat het veel voordeel oplevert t.a.v. het goedkoper wordt. Dat weten we nog niet. We hebben ook niet de belasting op restafval in handen. Dat kan zomaar veranderen. Dus ik wil even de waarschuwing geven. Wat we wel doen is, dat wij in de afvalspiegel de grootste driver, die erin zat, het grootste antwoord dat massaal gegeven is, dat de drive om dit te doen de milieuwinst is, die behaald kan worden. U kunt het

13/15

terug lezen in de spiegel. Men is gemotiveerd om aan het milieu wat te doen. U kunt het terug vinden in het rapport. Dat is de grootste driver. Laten we met elkaar dit als eerste stap zien. Met de evaluatie, die we over 2 jaar hebben, met de goede communicatie en het volgen van de technologische ontwikkeling pleit ik ervoor, dat het liefst de hele raad hier volledig achter gaat staan. Ik ben klaar. De voorzitter: Na deze nabrander, ik heb zelf al aangegeven dat het te verwachten is, dat de VVD en het CDA nog even met een item gaan komen, of het een motie of een amendement is. Met andere woorden: het zal op de agenda komen te staan. In de tussentijd heb ik de heer Muis gezien. Ik heb u genoteerd als aanwezig. 7a. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Als ik het goed zie, is het van januari 2021. We hebben natuurlijk in februari geen vergadering gehad, maar ik ga ervan uit, dat dat nog steeds goed is, de twee memo’s. In de tussentijd is er geen reden geweest om nog een memo te sturen. Zijn er nog aanleidingen voor de leden van de commissie om er vragen over te stellen? Wethouder Arends: Nee hoor, ik ben hier voor de rondvraag. 7b. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Heeft meneer Blonk of meneer Muis nog iets te melden t.a.v. de MRDH? De heer Muis, D66: Bij beiden, denk ik.

De heer Blonk en ik hebben vanavond 2,5 uur met 23 andere woordvoerders getracht te komen tot een advies op het transitieprogramma OV en corona en dat is ook gelukt. Ik kan even kort aangeven, wat wij vanuit de gemeente hebben ingebracht. Daarna zal de heer Blonk vertellen hoe het proces verder gaat. We hebben in elk geval 3 punten benadrukt. Dat waren, dat de bestuurscommissie en de adviescommissie en de raden voldoende in gelegenheid gesteld moeten worden om te kunnen adviseren, wanneer er aanvullende maatregelen nodig zijn of wanneer maatregelen worden opgeschaald of afgeschaald. Daarnaast hebben we aandacht gevraagd voor de kosten m.b.t. de sociale veiligheid. Dat is een heel grote kostenpost. In Den Haag gaan ze daar anders mee om dan in de Rotterdamse regio. Er is gevraagd dat te onderzoeken of in elk geval te leren van elkaar om te kijken of daar bezuinigingen gewonnen kunnen worden. Als derde punt hebben we naar voren gebracht de lobby. Er is een uitgebreide lobby naar het rijk om te kijken als er financieel niet bijgesprongen gaat worden, of niet of onvoldoende, of er dan wellicht ook gekeken kan worden naar een soort garantiestelling. Dat werd door meerdere andere woordvoerders ook omarmd. Deze punten zijn er allemaal ingekomen.

We hebben ook aangegeven, wat is ingebracht door mevrouw Verhoef, de vraag waarom wij zelf bezuinigen en niet inzetten op volledige compensatie. Nu is het natuurlijk zo dat ik en de heer Blonk en anderen daar zitten namens de gehele raad. Wij brengen natuurlijk ook minderheidstandpunten naar voren, maar het is dan niet zo dat ik dat in kan brengen als zou het het standpunt zijn van de gemeente Lansingerland. Dus die opmerkingen worden wel meegenomen, maar daarvoor moet de raad dat in zijn geheel vinden of in meerderheid. Overigens is de raad ook nog in de gelegenheid straks om opmerkingen mee te geven op de brief van het college. Er is nog een andere actie. Vanuit de gemeente Ridderkerk is het idee om een brief te sturen naar Den Haag. Die brief wordt door een aantal gemeenten opgesteld en zal ook naar Lansingerland toe komen. Dan kunnen wij als raad kijken of wij die brief mede willen ondertekenen en insturen. Dit even in het kort. Er valt nog heel veel meer over te zeggen. Wellicht dat de heer Blonk iets kan uitleggen over de procedure. Mevrouw Verhoef: Ik heb op zich geen vraag aan de heer Muis. Hij zei: er komt nog een brief van het college.

Ik vroeg me af, dat staat vast wel ergens in de email, maar wel handig om nu te weten: wanneer komt die brief en hoe snel moeten we daarop reageren? Gaan we daarover nog in debat? Of gaat dat ook weer schriftelijk? De heer Muis: Dat weet ik ook niet uit mijn hoofd. Misschien dat de heer Blonk dat weet. Er is een brief gestuurd door de griffie. Het lijkt me handig om via die weg naar iedereen te communiceren als het niet helder is hoe de procedure zal lopen m.b.t. die brief. De voorzitter: Er is vanochtend via de griffie het e.e.a. verzonden. Dus ik zou nog even in uw mail kijken t.a.v. dit item. Heeft u nog verdere vragen kunt u bij de griffie terecht, maar er is vanochtend wat verzonden. De heer Blonk, L3B: De heer Muis heeft heel goed verwoord wat hij namens Lansingerland heeft ingebracht. We hadden dat ook voor besproken in een mini klankbordgroep van leden van het Lansingerlandse deel van de adviescommissie vervoersautoriteit. Dat heeft hij heel goed verwoord. We zijn dus tot een goed advies gekomen in de adviescommissie. Het is wel zo, dat er op onderdelen leden een verschillende opvatting hadden. Dat is ook duidelijk in het advies opgenomen. Binnen een paar dagen zal in ieder geval die brief klaar zijn, dat gaat die naar de bestuurscommissie. Die brief komt dan ook naar ons toe, maandag zal die brief er wel zijn.

Dan kunnen jullie allemaal zien wat het advies is, dat de adviescommissie heeft uitgegeven. Dan gaat de bestuurscommissie op 24 maart een besluit nemen over het transitieprogramma. De raden kunnen nog schriftelijk input geven op die brief. Dat zijn de

14/15

belangrijkste dingen. Zodra de bestuurscommissie op 24 maart dat besluit heeft genomen over het programma, dan wordt dat ook bekend en gaat de reactie op 1 april naar het ministerie van I&W met dat programma van de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Mijn excuus, het liep zo uit, het was ook een heel lastige vergadering. We waren pas om half tien klaar. Meneer Meester, bedankt, dat hij mijn woordvoering heeft overgenomen. En meneer Van der Stad voor de heer Muis, naar ik begrepen heb. 7c. Verbonden partijen De voorzitter: Iemand daar nog over? Nee? 8. Rondvraag en sluiting De heer Van As, VVD: Fijn, dat de wethouder er klaar voor zit. Mijn rondvraag gaat over de werkzaamheden m.b.t. Berkel centrum west. Die zijn in volle gang. Er verandert af en toe iets in de looproutes en in de opzet, allemaal logisch en verklaarbaar. Maar ik begreep van één van onze Berkelse ondernemers, dat zij weleens worden verrast door gekozen oplossingen. Die zouden anders zijn dan dat er besproken is. Of ze worden achteraf geïnformeerd over iets wat is aangepakt of veranderd. Een recent voorbeeld daarvan is de sluiting van de looproute van het Westerplein naar Achterom. Dat is van de visshop Berkel naar het restaurant Verhagen.

Aanvankelijk was vanuit de gemeente gecommuniceerd, dat dit open zou blijven, maar nu blijkt deze route afgesloten en ze hebben gehoord, dat dat permanent is, want het komt niet uit. Dat laat ik even in het midden, want dat is wat ik heb gehoord. Dit wordt dan achteraf schriftelijk mede gedeeld, hoor ik, maar dit is voor deze ondernemers niet wenselijk en niet prettig. Dus ik zou willen vragen aan het college of zij hier in ieder geval nog een keer naar willen kijken, naar de communicatie, of dat goed genoeg gaat of dat het beter kan op dit vlak. En of het mogelijk is om die looproute toch nog mogelijk te maken om ook die ondernemers in de hoek rond Verhagen daar toch te kunnen bedienen. Als ik daar loop, lijkt dat relatief makkelijk, omdat het hele stuk van bevoorrading achter de panden is, dat is er al. Het lijkt nog een klein stukje te zijn. Ik ben daar wel benieuwd naar. Wethouder Arends: Een goede vraag. Zeker als een ondernemer zich zorgen maakt, dan is het goed om dat hier in de commissie te stellen. In eerste instantie wil ik even ingaan op de verbinding van de vershoek naar Achterom. In de nieuwe situatie wordt blok 2 tegen de visshop aan gebouwd. De ruimte die nu daarvoor is afgezet met bouwhekken is nodig voor een veilige realisatie van het bouwwerk. Een doorgang op deze plek is daarom ook de aankomende 2 jaar niet mogelijk.

In de eindsituatie is hier wel een doorgang, die komt daar dan ook, maar dat is vooral voor de bewoners die boven de winkels wonen, maar dit zal niet de doorgang worden voor het winkelend publiek. Het winkelend publiek komt in de toekomst via de nieuw te maken verbinding Westersingel of via het Westenwater bij het Achterom. Qua communicatie, de verbetering van de communicatie rond het project: ik heb van meer ondernemers signalen gekregen, ook van de winkeliersvereniging. Dat heeft echt nu de volle aandacht. De communicatie naar zowel bewoners als ondernemers moet verbeterd worden. Het projectteam is recent versterkt met een communicatieadviseur. Ook het overleg met de winkeliersvereniging is geïntensiveerd. Dat als antwoord op de rondvraag van de heer Van As. De heer Van As: Ik vind het jammer om te horen, dat het niet kan. Ik kan het me niet voorstellen. Tegelijk, ik ben geen wethouder, ik ga niet op die stoel zitten. Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. Ik vind het vooral fijn om te horen, dat er actie wordt ondernomen op de communicatie, om dat zo goed als mogelijk te blijven doen. Dank u wel. De voorzitter, om 22.40 uur: Dan zijn we gekomen tot de sluiting van deze vergadering. Met name twee vergaderingen. Het zijn twee vergaderingen geweest, die veel van ons aan energie en inzet gevraagd heeft.

Ik dank u allen voor uw inzet en voor hetgeen allemaal naar voren gebracht is. Ik kijk nu naar de klok. We zijn wat later begonnen, maar we kunnen nu nog even genieten van het thuisfront. Nog een goede avond. We zien elkaar ergens in april bij de volgende commissie. Hopelijk één commissie ruimte, maar je weet maar nooit.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

15/15

5.a Participatietraject Luchthavenbesluit RTHA 1 U21.00970 Participatietraject Luchthavenbesluit RTHA: raadsbrief 2 maart 2021

*U21.00970* *U21.00970*

Ruimte & Economie

Gemeenteraad van Lansingerland Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS

Ruimtelijke Economische Strategie Postbus 1 2650 AA Berkel en Rodenrijs Nadere informatie Tanja Dronkers Telefoon 14 010 E-mail info@lansingerland.nl

Verzenddatum 3 maart 2021

Website

Ons kenmerk U21.00970

www.lansingerland.nl

Uw brief van

Onderwerp

Participatietraject Luchthavenbesluit RTHA: belangen Lansingerland

Geachte raadsleden,

Inleiding Op 13 oktober 2020 hebben wij u per brief (U20.07782) geïnformeerd over het participatietraject dat Rotterdam The Hague Airport (RTHA) is opgestart om te komen tot een nieuw Luchthavenbesluit. De gemeente Lansingerland is deelnemer aan dit participatieproces, evenals de overige leden van de Bestuurlijke Regiegroep RTHA en vele andere stakeholders, waaronder de bewonersvertegenwoordigers van Lansingerland, Schiedam en Rotterdam. Op 20 januari 2021 heeft vervolgens een beeldvormende avond plaatsgevonden, waarin u bent geïnformeerd over de inhoud en de planning van dit participatieproces. Tijdens die avond is toegelicht dat het participatieproces wordt vormgegeven conform het gedachtegoed van Mutual Gains Approach (MGA). MGA is gericht op de belangen van alle deelnemende partijen en niet op standpunten. Op basis van alle belangen vindt een dialoog plaats, waarbij het streven is om te komen tot winst voor alle betrokken partijen in een zorgvuldig en transparant proces. Verzoek Om deel te kunnen nemen aan het participatieproces is het derhalve noodzakelijk om inzicht te hebben in de belangen die de gemeente Lansingerland in dit MGA-proces nastreeft. In deze brief treft u een overzicht aan van de door ons gesignaleerde belangen voor de gemeente Lansingerland, die wij als kader willen hanteren in het participatieproces.

Wij bespreken dit overzicht graag in de Commissie Ruimte, zodat u eventuele aandachtspunten voor het verdere participatieproces aan ons mee kunt geven. Wij verzoeken derhalve de agendacommissie deze brief te agenderen voor bespreking in de Commissie Ruimte. Belangen Lansingerland in participatieproces  Draagvlak bij raad en bewoners Ons belang is om in dit participatietraject een voorkeursscenario voor een nieuw Luchthavenbesluit mee te ontwikkelen dat op draagvlak kan rekenen bij onze raad en onze bewonerspagina 1/3

Ons kenmerk U21.00970

vertegenwoordiging. De aanwezigheid van de luchthaven RTHA is op basis van het nationale luchtvaartbeleid een gegeven, waarmee wij rekening hebben te houden. Deelname aan het participatietraject om te komen tot een voorkeursscenario voor een nieuw Luchthavenbesluit geeft ons de mogelijkheid om de belangen van Lansingerland in te brengen en daarom ondersteunen wij dit MGA-proces. Ook het feit dat de bewonersvertegenwoordigers een volwaardige positie hebben in het participatietraject, gelijk aan die van de andere deelnemers, vinden wij positief. Wij ondersteunen desgewenst en waar mogelijk onze bewonersvertegenwoordiging voor het uitoefenen van deze taak en hebben regulier contact met hen. 

Geen ruimte voor groei Conform de nieuwe Luchtvaartnota zal in een nieuw Luchthavenbesluit een aparte geluidsruimte worden opgenomen voor spoedeisend en maatschappelijk helikopterverkeer. Deze splitsing van de totale vergunde geluidsruimte in aparte geluidsruimtes mag niet tot consequentie hebben dat de beschikbare geluidsruimte voor commercieel vliegverkeer toeneemt. Ook krimpscenario’s moeten worden onderzocht.

Aantrekkelijk woonmilieu met een gezonde leefomgeving Ons belang is om in een Luchthavenbesluit afspraken te maken die een aantrekkelijk woonmilieu en een gezonde leefomgeving stimuleren. Geluidsoverlast, luchtverontreiniging maar ook het gevoel van (on)veiligheid door vliegverkeer zijn schadelijk voor de gezondheid en gaan ten koste van woongenot en leefbaarheid. Een afname van hinder is daarom onze inzet. Uitgangspunt daarbij is dat hinder objectief vastgesteld moet kunnen worden en dat grenzen kunnen worden gehandhaafd. Prioriteit wordt gelegd bij het verminderen van geluidshinder omdat daar veruit de meeste meldingen over worden gedaan. Daarbij wil de gemeente aansluiten bij een brede definitie van geluidshinder waarbij ook aspecten worden betrokken als het tijdstip van de dag, weekend, seizoenen, aantal vluchten, opeenvolgende vliegbewegingen en piekgeluiden. Het streven is een samengesteld geheel van maatregelen en instrumenten, die gezamenlijk tot vermindering van hinder leiden en helder en controleerbaar zijn. We staan in beginsel open voor alle soorten oplossingen. Een uitzondering hierop is het aantal nachtvluchten door met name commercieel verkeer en zakenjets. Het aantal nachtvluchten wil het college verlaagd zien en handhaafbaar.

Het is voorts ongewenst dat vervallen nachtvluchten worden benut voor de dagperiode met toepassing van de nachtstraffactoren, waardoor extra ruimte voor groei van het aantal vluchten zou ontstaan. De Luchtvaartnota geeft aan dat in de loop der tijd er meer kennis en inzicht beschikbaar zal komen over de beleving van geluidshinder en de schadelijkheid van ultrafijnstof en de normering hiervan. In het Luchthavenbesluit horen heldere afspraken gemaakt te worden voor het tussentijds verwerken van deze kennis en inzichten. Uitgangspunt in de Luchtvaartnota is dat op de lange termijn door technologische ontwikkelingen vliegtuigen schoner en stiller worden. Daarmee zou er geluidsruimte vrij kunnen komen, waarover afspraken gemaakt moeten worden. Echter zolang deze ontwikkelingen nog niet breed ingevoerd zijn en er geen inzicht is in de effecten van deze innovaties met betrekking tot geluid en luchtkwaliteit, menen wij dat andere methoden en instrumenten ingezet moeten worden om de hinder te doen afnemen. Wij sluiten het beperken van het aantal vluchten niet op termijn uit.

pagina 2/3

Ons kenmerk U21.00970

Belang van woningbouwopgave Onze focus in het participatieproces op het verminderen van geluidhinder en het vastleggen van de afspraken hierover in het Luchthavenbesluit wordt mede ingegeven door ons belang om onze (regionale) woningbouwopgave te realiseren. De geluidscontouren vanwege de luchthaven geven immers beperkingen voor de bouw van geluidgevoelige objecten. Bovendien leidt invoering van de nieuwe rekenmethode op basis van de Aanvullingsregeling Geluid Omgevingswet, waarbij luchtvaartgeluid zwaarder wordt meegerekend, tot een verzwaring van de gemeentelijke motiveringsplicht om te kunnen bouwen op locaties waar sprake is van luchtvaartgeluid. De minister doet overigens momenteel een impactanalyse naar de consequenties van deze Aanvullingsregeling. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend.

Kansen De focus ligt in het participatietraject op het Luchthavenbesluit en hetgeen daarin kan worden opgenomen. Wij zien echter ook kansen voor aanvullende en aan het Luchthavenbesluit gekoppelde afspraken, die bijdragen aan draagvlak voor het Luchthavenbesluit maar daar geen deel van kunnen uitmaken. Hierbij valt te denken aan afspraken over communicatie en governance, aanvullende afspraken over de leefomgeving, het omgaan met meldingen, de inzet van ‘citizen science’ of de verbetering van openbaar vervoer.

Tot slot Bovenstaand overzicht van belangen zien wij als belangrijk kader voor onze gemeentelijke inzet in het participatietraject. Wij horen graag van u of u nog aandachtspunten heeft voor ons die we in het proces kunnen meenemen. Vanzelfsprekend blijven wij u regulier informeren over RTHA, het participatieproces en andere luchtvaart gerelateerde zaken via de maandelijkse voortgangsrapportages. Indien er inhoudelijke tussenresultaten zijn of nadere toelichting noodzakelijk is, dan informeren wij u wederom per brief of desgewenst met een beeldvormende avond. Ook vanuit de projectorganisatie zal regulier worden gecommuniceerd. Wij verwijzen u hiervoor naar de site waarop veel informatie over het participatietraject zal worden gedeeld: https://www.luchthavenbesluit.nl/ Wij vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en verzoeken u deze brief te agenderen in de Commissie Ruimte.

Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland

Lucas Vokurka Secretaris

drs. Pieter van de Stadt Burgemeester

pagina 3/3

1 I21.06417 Zienswijze over vergunningverlening RTHA

Geacht College, leden van de Commissie Ruimte van Lansingerland, De Vereniging Bewoners tegen Vliegtuigoverlast, de BTV, heeft met tevredenheid geconstateerd, dat uit de brief van het College over het Participatietraject voor een Luchthavenbesluit voor RTHA blijkt dat zij geen ruimte ziet voor groei van RTHA. In het verlengde hiervan wil ik uw aandacht vragen voor het volgende : Er ligt een ontwerpbesluit bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om voor de exploitatie van RTHA een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming te verlenen. MOB, Mobilisation for the Environment, heeft samen met de BTV een Zienswijze hierop ingediend, waarin zij verzoekt om passende maatregelen. (MOB van Johan Vollenbroek heeft met succes bij de Raad van State de PAS, De Programma Aanpak Stikstof, aangevochten.) Hieronder volgt een ingekorte versie van deze Zienswijze. Voor de integrale Zienswijze, inclusief verwijzingen naar de jurisprudentie, verwijs ik u naar de site van de MOB onder het kopje Procedures Vliegvelden. In de aanvraag voor de Natuurvergunning voor RTHA wordt het Aanwijzingsbesluit van 2001 als referentiesituatie genomen. De aanvraag neemt als referentiesituatie een gereconstrueerde vlootsamenstelling op basis van de MER 2008.

Binnen de verschillende geluidscategorieën wordt telkens het vliegtuig met de meeste stikstofuitstoot geselecteerd, zodat de aanvraag voor een Natuurvergunning gebaseerd is op een maximale uitstoot van stikstof. Dat dit geen realistisch uitgangspunt is, spreekt voor zich. Er is immers sprake van een variëteit aan vliegtuigen met een verschillende mate van uitstoot. Hier wordt als referentiesituatie een maximale vervuilingsruimte voor stikstof gecreëerd. Volgens jurisprudentie van de Raad van State mag in de beoordeling van de gevolgen van het project voor een Natura 2000- gebied rekening worden gehouden met bestaande toestemmingen op de relevante referentiedata. Onder het verlenen van toestemming wordt de melding krachtens de Wet milieubeheer of de daaraan voorafgaande Hinderwet verstaan. Voor de onderbouwing van de referentiesituatie moet dan uitgegaan worden van de vergunde situatie. Wanneer echter niet duidelijk is welke mate van vervuiling bij vergunning is toegestaan, kan de feitelijke situatie als referentiesituatie genomen worden. In het Aanwijzingsbesluit van 2001 worden geen aantallen vliegbewegingen genoemd, er worden regels vastgelegd voor geluidscontouren en een verbod op nachtvluchten behoudens enkele uitzonderingen. Het Aanwijzingsbesluit gaf vergunning voor een gereguleerde mate van vervuiling door geluid.

De ruimte voor geluidsvervuiling werd vastgelegd, maar niet de ruimte van stikstof depositie. Bij het Aanwijzingsbesluit van 2001 had al een passende beoordeling moeten plaatsvinden. Sedert 2001 is RTHA gegroeid in aantal vliegbewegingen gepaard met groei van autoverkeer. Waar in 2001 nog sprake was van een kleine zakelijke luchthaven, wordt RTHA nu gedomineerd door lijnvluchten naar vakantiebestemmingen.

RTHA veroorzaakt namelijk stikstofdepositie op een groot aantal stiktstofoverbelaste habitats en leefgebieden binnen een groot aantal Natura2000-gebieden. De AERIUS-berekeningen bij de aanvraag bevestigen dit, want RTHA blijkt stikstof te deponeren op ver weg gelegen Natura2000-gebieden in Zuid-Limburg, Naardermeer, Kampina&Oisterwijkse Vennen en voor de Peelgebieden. Ten onrechte worden alleen de stikstofemissies tot 3000 voet in de berekening opgenomen. De bijdrage van de emissies boven de 3000 voet op de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden is groter dan de bijdrage van de emissies onder de 3000 voet. Zie het rapport van het Adviescollege stikstofproblematiek: de LTOcyclus tot 3000 voet levert in de orde van 1,8 mol depositie per ha per jaar op, terwijl de depositie door vluchten boven 3000 voet leidt tot een deken aan achtergronddepositie in de orde van 8 tot 15 mol per ha per jaar. Uit de verkeersstudie blijkt dat uitsluitend rekening is gehouden met wegen waar 500 luchthaven-gerelateerde voertuigen per dag of meer op rijden. RTHA is niet aangesloten op het kerosine pijpleiding-netwerk en heeft toevoer van kerosine uit de Rotterdamse haven nodig. Dit betekent extra vervoersbewegingen over de weg, die in de beschouwing hadden moeten worden betrokken.

Dit alles leidt tot de conclusie dat het verlenen van een Natuurvergunning op basis van de gereconstrueerde uitgangssituatie als referentiesituatie te nemen, niet juist is. Daarnaast: er ontbreekt een bepaling die het project tot een concrete omvang begrenst, zoals het maximum aantal vliegtuigbewegingen. Een stikstofmonitoring is verplicht gesteld om te beoordelen of het vergunde project binnen het depositieplafond blijft. In de aanvraag ontbreken maatregelen die voorkomen dat overschrijding van het depositieplafond wordt overschreden. Naast stikstofemissies veroorzaakt RTHA ook niet verwaarloosbare SO2-emissies. SO2 is net als stikstof een potentieel verzurende stof voor verzuring gevoelige habitats en leefgebieden. Stikstof werkt verzurend en eutrofiërend. SO2 werkt verzurend. Bij een passende beoordeling van het project RTHA op zuurgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden mag een SO2 depositie niet ontbreken. In de aanvraag wordt de conclusie getrokken dat de geluidscontouren en de optische verstoring geen significante effecten veroorzaken. Er wordt uitgegaan van toepassing van dezelfde vliegroutes en verticale vliegprocedures als in de referentiesituatie. Hierbij is echter voorbij gegaan aan het feit dat vliegtuigen tegenwoordig steeds langer lager moeten vliegen in verband met interferentie met het vliegverkeer van Schiphol.

Er wordt daarom langer beneden de 3000 voet gevlogen. Daardoor kan er niet langer van uit gegaan worden dat er geen verstoring optreedt. Conclusie Gelet op het bovenstaande verzoekt MOB om de vergunning niet te verlenen.

MOB verzoekt om passende maatregelen: Wanneer er een (dreigende) verslechtering of verstoring met significante gevolgen van de natuurwaarden optreedt, is het nodig dat er passende maatregelen worden getroffen. Uit de Gebiedsanalyses van veel Natura2000-gebieden waar RTHA stikstof op deponeert, volgt dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of verstoring. Het Adviescollege Stikstofproblematiek wijst er op dat het relatieve aandeel van de luchtvaartsector in de NOxemissies is verviervoudigd, terwijl emissies in veel andere sectoren zijn gedaald. Omdat er van alle sectoren een emissiereductie wordt gevraagd in absolute zin, adviseert het Adviescollege om volumegroei van de luchtvaartsector alleen mogelijk te maken als de NOx-emissies door de luchtvaart in absolute zin afnemen. Wanneer de luchtvaartsector geen passende maatregelen neemt voor vermindering van NOx emissies, betekent dit dat de maatregelen in een onevenredige mate bij andere sectoren moet worden neergelegd. RTHA beschikt over een bepaalde bestaande toestemming van vóórdat de beschermingsregeling van de Habitatrichtlijn van toepassing werd. Het kan daarom nodig zijn dat als passende maatregel overeenkomstig de Habitatrichtlijn alsnog een passende beoordeling moet worden gemaakt om zeker te weten of de bestaande activiteit geen significante gevolgen veroorzaakt.

Deze vraag is nooit gesteld, want bij de toestemming die RTHA kreeg vóórdat de beschermingsregeling van de Habitatrichtlijn van toepassing werd, is uiteraard geen passende beoordeling als bedoeld in de Habitatrichtlijn uitgevoerd. MOB verzoekt maatregelen te treffen, om te voorkomen dat de bestaande activiteiten van RTHA niet bijdragen aan een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige Natura2000-gebieden, en er voor te zorgen dat er conform het advies van het Adviescollege een vermindering van de huidige NOx-deposities optreedt in de Natura2000-gebieden binnen een afzienbare termijn.

Tot slot neem ik de vrijheid u te wijzen op de site van Rotterdam Central Park, eigendom van de BTV, waar een alternatief voor RTHA wordt geschetst en een aantal veronderstellingen met betrekking tot nut en noodzaak van RTHA worden ontkracht. Ik dank u voor uw aandacht. Namens de BTV, Margriet Zwijnenburg, adviseur

6.a Wijzigen bebouwde komgrens Molenweg 1 Voorstel Raad 16474

Onderwerp

Wijzigen bebouwde komgrens Molenweg

Portefeuillehouder

Simon Fortuyn

Registratienummer

BR2100013

Datum Raad

22 april 2021

Gevraagde beslissing: De gewijzigde bebouwde komgrens aan de Molenweg, het Tuinpad en een deel van de Zuidersingel vast te stellen. 0. Samenvatting Langs de Molenweg is de afgelopen jaren woningbouw gerealiseerd. Door deze ontwikkeling hebben wij de wenselijkheid en mogelijkheid onderzocht om de bebouwde komgrens te wijzigen. Door de verdichting van de woningbouw langs de Molenweg is het logischer wanneer we de komgrens verplaatsen naar de overgang van het landelijke gebied en de bebouwing. Met het verplaatsen van de komgrens kunnen we ook een lagere maximumsnelheid instellen. Dit komt de verkeersveiligheid op de weg ten goede. Op basis van richtlijnen over de locatie van de bebouwde kom past de nieuw ingerichte Molenweg binnen de bebouwde kom. Het geheel tussen de kruising Tuinpad-Rodenrijseweg en de brug over de Bovenvaart treedt daarmee binnen de bebouwde kom. Dit is met inbegrip van het Tuinpad en het buiten de bebouwde kom gelegen gedeelte van de Zuidersingel. Om de aansluitingen op de bebouwde kavels aan de Molenweg goed te kunnen inrichten, is de herinrichting van de Molenweg gepland na de bouw van de laatste woningen. De wijziging van de komgrens wordt dan samengetrokken met de opening van de heringerichte Molenweg. 1. Aanleiding/context met tijdlijn Op de Molenweg vinden herinrichtingswerkzaamheden plaats.

Het wijzigen van de bebouwde komgrens wordt samengetrokken met deze werkzaamheden. Hiermee passen we de inrichting van de weg direct aan en komt er een lagere maximumsnelheid. Het wijzigen van de bebouwde komgrens is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 2. Maatschappelijk effect Door de bebouwde komgrens mee te laten groeien met het bewoond gebied ontstaat een logisch geheel. Voor de weggebruiker is het dan duidelijk dat hij/zij een bewoond gebied binnenrijdt. De maximumsnelheid brengen we hiermee ook in overeenstemming met de gewenste snelheid vanuit Duurzaam Veilig Verkeer (30 km/u).

1

3. Argumenten 1.1 De huidige bebouwde komgrens houdt geen rekening met de nieuwe bebouwing langs de Molenweg Door de verhoogde woningdichtheid en aanwezigheid van parkeervoorzieningen is de functie van de Molenweg gewijzigd. Oorspronkelijk diende de Molenweg als erftoegangsweg met een voornamelijk doorgaande functie. Met de nieuwe bebouwing is er nu veel meer sprake van een toegangsweg voor de woningen (erftoegangsweg met een verblijfsfunctie). Deze functie heeft een betere plaats binnen de bebouwde kom, omdat daarmee ook een lager snelheidsregime kan worden afgedwongen. De huidige 60 km/h zone (buiten de bebouwde kom) is niet in overeenstemming met de aanwezigheidsfunctie van woningen en parkeervoorzieningen. 1.2 De voorgestelde komgrens is een logische overgang naar het bebouwde gebied. De voorgestelde noordelijke komgrens ligt op een logische plek. De komgrens verplaatsen we tot aan de brug over de Bovenvaart. Mede door de gebiedsontwikkeling van het bedrijventerrein Oudeland komt het geheel vanaf de Bovenvaart binnen de bebouwde kom te liggen. De voorgestelde zuidelijke komgrens ligt op de kruising Tuinpad-Rodenrijseweg. Hiermee trekken we ook het dichtbebouwde westelijk gedeelte van de Zuidersingel binnen de bebouwde kom. Hiermee is deze komgrens een logische overgang naar bebouwd gebied.

1.3 Een logische komgrens beoogt een passend verkeersgedrag Het voordeel van de komgrens op de juiste plaats is dat het voor al het verkeer duidelijk is, dat door het betreden van de bebouwde kom ander gedrag wordt verwacht. 1.4 We verbeteren de verkeersveiligheid op de Molenweg Door het binnen de bebouwde kom brengen van de Molenweg opent dit de mogelijkheid tot het verlagen van de maximumsnelheid. Dit dwingen we af door verkeersremmende maatregelen toe te passen, zoals versmallingen. Daarnaast is het voor het doorgaande verkeer duidelijk dat de Molenweg ook een verblijfsfunctie heeft. Hiermee is het duidelijk dat er van de weggebruiker ander gedrag wordt gevraagd. Beide aspecten dragen bij aan een verhoogde verkeersveiligheid op de Molenweg. 1.5 De voorgestelde komgrens ligt op een logisch plek conform CROW-richtlijn 135 Bij het onderzoeken van de nieuwe komgrens is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 135 ‘bebouwde komgrenzen aanbevelingen voor locatie en inrichting’. De nieuwe komgrens voldoet conform het onderstaande stappenplan:  Het afstandscriterium: De afstand van de bebouwing tot de as van de weg.  Het lengtecriterium: De lengte van de bebouwde kom bedraagt ten minste 400 meter.  Het bebouwingsdichtheidscriterium in relatie tot eenzijdige of tweezijde bebouwing: Bij tweezijdige bebouwing is de bebouwingsdichtheid groter of gelijk aan 30%.

 Wisselend karaktercriterium: Situeer de komgrens bij voorkeur op een plaats waar in het landschap sterk wisselende karakters aan elkaar grenzen.

2

4. Kanttekeningen De Rodenrijseweg blijft buiten de bebouwde kom Door de wijziging van de komgrens bij de Molenweg bestaat de mogelijkheid dat inwoners van de Rodenrijseweg vragen om de Rodenrijseweg, tussen Oude Bovendijk en Laan van Koot, toe te voegen aan het bebouwde komgebied. Hiermee beogen zij dan een snelheidsverlaging naar 30 km/uur op de Rodenrijseweg. De wijziging van de komgrens bij de Molenweg kan geloofwaardig worden doorgevoerd doordat er herinrichtingswerkzaamheden plaatsvinden. In dit werk besteden wij aandacht aan een geloofwaardige inrichting, die past bij de aanwezigheidsfunctie van woningen en parkeervoorzieningen en het lagere snelheidsregime. Op de Rodenrijseweg is geen herinrichting van de weg ophanden. Daarom blijft deze weg buiten de bebouwde kom. Het mogelijk binnen de bebouwde kom trekken van de Rodenrijseweg onderzoeken we bij toekomstige herinrichtingswerkzaamheden. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel De financiële consequenties van de wijziging van de komgrens beperken zich tot het (ver)plaatsen van enkele verkeersborden. Deze kosten zijn gering, zo’n € 400,-. De kosten zijn opgenomen in het budget voor de herinrichting van de Molenweg. Ook de kosten voor snelheidsremmende maatregelen (bijv. wegversmallingen) zijn opgenomen in dit budget. Deze kosten zijn geen direct gevolg van de komgrenswijziging. 6.

Juridische aspecten Artikel 20a, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 schrijft voor dat de gemeenteraad het bevoegd gezag is om de bebouwde komgrenzen vast te stellen. Daarbij zijn de artikelen 23, 24 en 48 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegenverkeer (BABW) van toepassing. 7. Duurzaamheid N.v.t. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie De provincie stellen wij in kennis van de komgrenswijziging. Op grond van de Wegenverkeerswet dient advies te worden gevraagd aan de politie. De politie heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het voorliggende voorstel. Bij de voorbereidingen van de herinrichting van de Molenweg hebben de inwoners hun wensen kenbaar gemaakt. Deze wensen zijn zoveel mogelijk meegenomen in het plan. De inwoners staan positief tegenover het verlagen van het snelheidsregime door het wijzigen van de bebouwde komgrens. Zie ook het kopje ‘communicatie’.

3

9. Communicatie Het besluit heeft gevolgen voor de inwoners langs de Molenweg. Deze inwoners zijn reeds bij communicatie over de herinrichtingwerkzaamheden ingelicht over het voornemen de komgrens te wijzigen. Het besluit wordt ná de raadsvergadering via de Staatscourant als verkeersbesluit gepubliceerd en is daarmee openbaar. De door het college te nemen aanvullende verkeersbesluiten inzake onder meer de maximumsnelheden worden gelijktijdig gepubliceerd. Tegen deze besluiten staat de mogelijkheid open voor bezwaar en beroep. 10. Aanpak/ uitvoering Bij oplevering van de herinrichting van de Molenweg worden de bebouwde kom borden verplaatst naar de nieuwe locatie. Deze oplevering staat gepland voor eind mei 2021. Vanaf dat moment bevinden de Molenweg, het Tuinpad en de Zuidersingel zich binnen de bebouwde kom. 11. Evaluatie en verantwoording N.v.t. Bijlagen (voor besluitvorming B&W) 1. Tekening bebouwde kom Molenweg, T21.01056

4

Datum Raad

22 april 2021

Registratienummer

BR2100013

Onderwerp

Wijzigen bebouwde komgrens Molenweg

De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten - de huidige bebouwde komgrens houdt geen rekening met de nieuwe bebouwing langs de Molenweg; - de voorgestelde komgrens is een logische overgang naar het bebouwde gebied; - de voorgestelde komgrens ligt op een logisch plek conform CROW-richtlijn 135; - de verbeteren de verkeersveiligheid op de Molenweg. Rekening te houden met - artikel 20a, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 schrijft voor dat de gemeenteraad het bevoegd gezag is om de bebouwde komgrenzen vast te stellen; - daarbij zijn ook de artikelen 23, 24 en 48 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegenverkeer (BABW) van toepassing. Besluit(en) De gewijzigde bebouwde komgrens aan de Molenweg, het Tuinpad en een deel van de Zuidersingel vast te stellen.

Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 22 april 2021,

de griffier,

drs. Marijke Walhout

5

1 T21.01056 Tekening inrichting bebouwde kom Molenweg

Nieuwe entree bebouwde kom t.h.v. brug Bovenvaart

Toekomstige verbinding Molenweg - Oudeland

Huidige wegennet binnen bebouwde kom

Uitbreiding wegennet binnen bebouwde kom

Nieuwe entree bebouwde kom op kruising TuinpadRodenrijseweg

1 T21.03055 Antwoord op technische vragen CIE ruimte Komgrenswijziging Molenweg

FORMULIER BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN TER VOORBEREIDING COMMISSIE BESPREKING T21.03055

Betreft commissie

Ruimte agenda punt 6a Wijzigen bebouwde komgrens Molenweg

Nummer en naam agendapunt:

Vraag van (fractie en cie lid invullen)

L3B, Georgine Zwinkels

Vraag:

Wat zijn de gevolgen voor de bebouwing aan de zuidwest kant van de Molenweg, verandert het gebied in woonbestemming of blijft het buitengebied. En waar ligt precies de grens van de bebouwde kom.

De Rodenrijseweg tussen Oude Bovendijk en de Laan van Koot wordt niet toegevoegd aan het bebouwde komgebied. Kunt u aangeven welke gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid.

Beantwoording:

Antwoord bij vraag 1: Wij voegen de Molenweg tussen de Bovenvaart en de Rodenrijseweg toe aan de bebouwde kom, evenals als het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de Zuidersingel (een tekening van de nieuwe situatie is bij het raadsvoorstel bijgevoegd). De wijziging geeft ons de mogelijkheid op de Molenweg zelf maatregelen te treffen die tegemoetkomen aan de verkeersveiligheid. Wij stellen een lagere snelheid in en brengen snelheidsremmende maatregelen aan. Deze wijziging van de bebouwde komgrens heeft geen invloed op de bestemming van omliggende percelen aan de zuidwestkant van de Molenweg.

Antwoord bij vraag 2: Wij trekken de Molenweg, het Tuinpad en een deel van de Zuidersingel binnen de bebouwde kom. De Rodenrijseweg tussen de Oude Bovendijk en de Laan van Koot blijft ongewijzigd buiten de bebouwde kom. De verkeerssituatie verandert daarmee niet. Door het treffen van de komgrenswijziging voorzien wij geen verandering in de verkeersveiligheid op de Rodenrijseweg.

6.b Handelingsperspectief Biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingrland 1 Voorstel Raad 16432

Onderwerp

Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland

Portefeuillehouder

Jan-Willen van den Beukel

Registratienummer

BR2100010

Datum Raad

22 april 2021

Gevraagde beslissing: Het ‘Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland’ vast te stellen. 0. Samenvatting We hebben afgesproken dat we in 2050 een CO2-neutrale gemeente zijn. Dat hebben we onder andere vastgelegd in 2019 in de visie ‘Lansingerland Duurzaam’. Een CO 2-neutrale gemeente wil zeggen dat de energie die wordt gebruikt, volledig wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Biomassa is een hernieuwbare bron. We zien echter het maatschappelijke debat over biomassa toenemen. Dit ondanks het feit dat het verbranden van biomassa aan de huidige diverse wettelijke vereisten voldoet. De bouw van nieuwe installaties voor de verbranding van houtige biomassa vinden wij onwenselijk. Biomassa is volgens ons een transitiebrandstof die tijdelijk een bijdrage levert aan de verduurzaming van de energievoorziening voor de glastuinbouw in Lansingerland. Tegelijkertijd zetten we in samenwerking met de glastuinbouw in op alternatieve, duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtebronnen voor de glastuinbouw. In samenhang met de ontwikkeling van deze alternatieven, zien wij een afbouwpad voor de inzet van biomassaverbranding. Wij verwachten geen, of een zeer beperkte, rol voor biomassaverbranding in de uiteindelijke duurzame energiemix.

Daarmee sluiten wij aan bij het advies van de Sociaal Economische Raad (SER); ‘Biomassa in balans, een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biomassa’ (SER, 2020). Als lokale overheid hebben wij niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op (het realiseren of verbieden van) biomassa verbrandingsinstallaties. We doen wel een moreel appèl op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales. Dit omdat we voorzien dat er voor de langere termijn haalbare en betaalbare alternatieven voor duurzame warmtevoorziening zijn. Aan deze alternatieven werken wij nu al, bijvoorbeeld als het gaat om de realisatie van de versnelling van regionale warmtetransportnetten en realisatie van geothermiebronnen. Dit handelingsperspectief geeft dus wel als eindbeeld dat er geen verbranding van houtige biomassa meer plaats zal vinden. De stappen daar naartoe zullen telkens, naar gelang de ontwikkelingen, veranderen. Als gemeente zullen wij proactief en in goed overleg met de sector, Wageningen Universiteit, Warmte

1

Samenwerking Oostland en alle andere partners in de energietransitie blijven werken aan de alternatieven en de afbouw van het gebruik van biomassa. 1. Aanleiding/ context met tijdlijn In de visie ‘Lansingerland Duurzaam’ (2019) is afgesproken dat we in 2050 een CO2-neutrale gemeente zijn. In deze visie is aangegeven te onderzoeken op welke wijze de mogelijke bronnen zoals biomassa zijn in te zetten in de energietransitie. 2. Maatschappelijk effect In het Klimaatakkoord (2019) zijn met het Rijk en vele andere maatschappelijk partners afspraken gemaakt over de reductie van de uitstoot van CO 2 in 2030 (49%) en 2050 (CO2neutraal). Biomassa is aangemerkt als een hernieuwbare bron van energie. Het verbranden van biomassa stuit echter ook steeds meer op maatschappelijk verzet. Het handelingsperspectief geeft richting aan deze discussie. 3. Argumenten 3.1 Biomassaverbranding is (met name op langere termijn) onwenselijk: Moreel appèl om biomassacentrales af te bouwen en de uitstoot te reduceren Als lokale overheid kunnen we niet sturen op biomassa verbrandingsinstallaties. Als we al zouden willen sturen, schieten onze wettelijke bevoegdheden daarvoor tekort. We doen daarom een moreel appèl op de glastuinbouwsector om terughoudend om te gaan met de bouw van nieuwe biomassacentrales en om gebruik te maken van de best mogelijke technieken (endof-the-pipe maatregelen).

Door extra maatregelen te nemen, is de uitstoot in grote mate terug te dringen. We willen hierover in overleg met de glastuinbouwsector in Lansingerland en afspraken maken. We zien het namelijk als onze taak om te blijven zoeken naar een gedragen maatschappelijke oplossing. 3.2 Het Rijk kondigt een afbouwpad voor biomassaverbranding aan. Vooralsnog is het aangemerkt als een hernieuwbare energiebron Op dit moment heeft het Rijk het verbranden van biomassa aangemerkt als duurzame bron om energie te produceren. Het Rijk heeft echter ook aangegeven op korte termijn een afbouwpad voor biomassacentrales te presenteren. In de glastuinbouwgebieden zijn biomassacentrales planologisch mogelijk gemaakt. In Lansingerland leveren meerdere van dergelijke installaties een bijdrage aan de energietransitie: Op dit moment zijn er 2 installaties gerealiseerd in Lansingerland. Daarnaast zijn er 4 vergund maar (nog) niet gerealiseerd. Daarnaast zetten wij ons in voor energiebesparing en alternatieve duurzame warmtebronnen, zoals het verder uitbouwen van (rest- en geothermie) warmtenetten.

2

4. Kanttekeningen 4.1 Maatschappelijk debat over duurzaamheid van biomassa neemt toe Het maatschappelijk debat over de duurzaamheid van biomassa is in de afgelopen jaren toegenomen. Daarbij zijn kanttekeningen gezet bij met name de lokale beschikbaarheid van biomassa en de uitstoot van vervuilende stoffen. In het document worden deze kanttekeningen behandeld. 4.2 Duurzame alternatieven van biomassa zijn aanwezig Wij zien diverse alternatieve energiebronnen om (op termijn) de energievraag duurzaam mee in te vullen. Zo zijn wij al aangesloten op een restwarmtenet (Roca-leiding) en zijn er drie geothermiebronnen in bedrijf en enkele in ontwikkeling. Wij zetten ons in voor verdere ontwikkeling van deze bronnen en bijbehorende transportleidingen. De ontwikkeling daarvan zal echter nog jaren in beslag nemen. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Door ervoor te kiezen om de landelijke lijn te volgen, zijn er geen financiële gevolgen. 6. Juridische aspecten Het handelingsperspectief laat de bestaande (planologische) rechten van tuinders ongemoeid. De gemeente roept de glastuinbouwsector en de eigenaren wel op om terughoudend te zijn met nieuwe installaties en te kijken naar mogelijkheden om de uitstoot te beperken. Als lokale overheid hebben wij niet de wettelijke bevoegdheden om te sturen op (het realiseren of verbieden) biomassa-installaties. 7.

Duurzaamheid Zie ‘argumenten’. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie Het Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland is tot stand gekomen na gesprekken met Glastuinbouw Nederland, de eigenaren van de vergunningen, de provincie, Greenport West-Holland, omliggende gemeenten, het Rijk en de DCMR. 9. Verdere procedure n.v.t. Bijlagen 1. Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland voor de glastuinbouw in Lansingerland (T21.00997)

3

Datum Raad

22 april 2021

Registratienummer

BR2100010

Onderwerp

Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland

De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten; - Biomassaverbranding is (met name op langere termijn) onwenselijk: Moreel appèl om biomassacentrales af te bouwen en de uitstoot te reduceren - Het Rijk kondigt een afbouwpad voor biomassaverbranding aan. Vooralsnog is het aangemerkt als een hernieuwbare energiebron. Rekening te houden met - het internationale klimaatverdrag van Parijs (2015); - de Klimaatwet; - het Klimaatakkoord (juni 2019); - Visie ‘Lansingerland Duurzaam’ (juli 2019). Besluit(en) Het ‘Handelingsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland’ vast te stellen.

Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 22 april 2021,

de griffier,

drs. Marijke Walhout

4

1 T21.00997 Visie / handelingsperspectief biomassa en houtstook

6.c Beleid "In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast" 1 Voorstel Raad 16189

Onderwerp

Beleid “In het wild levende dieren in de openbare ruimte, opvang en overlast”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4385ab96-b34a-411c-ad88-261c537c8400