Agendabundel
Tekst van het document
Intensivering casusregie We bevorderen doorstroom en uitstroom van Jeugdhulp door 1 fte jeugdconsulenten toe te voegen voor de inzet van intensieve casusregie. Met deze investering (1 fte) kunnen we de inzet van jeugdhulp beter monitoren en eerder stoppen met niet-effectieve inzet. Dit levert een besparing op voor verschillende soorten jeugdhulp. Deze intensieve casusregie zetten we in voor de relatief kleine groep cliënten die ‘verantwoordelijk’ is voor een relatief groot deel van de zorguitgaven. In 2020 onderzochten we deze groep en concludeerden we dat het moeilijk is om voor deze groep de juiste hulp te vinden die goed aansluit. Hiervoor is veelvuldig contact nodig met het gezin en betrokken partijen en een strakke regie op de hulp. Het recent gepubliceerde AEF-onderzoek naar jeugdhulp noemt het versnellen van uitstroom en doorstroom naar de wlz als belangrijke sturingsknoppen. Met deze werkwijze zetten we daar op in. Dit is in lijn met de wens van de raad. Het betreft een structurele bruto-besparing van € 130.000 bij een investering van € 80.000; de netto-besparing bedraagt € 50.000 per jaar. De totale besparing van de twee maatregelen bedraagt € 145.000 in 2022, oplopend naar € 245.000 in 2023 en € 345.000 in 2024 en verder.
4.3.2
Minder instroom in maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp door aanpassingen in onze indicatiewerkwijze en verordening
Indicatiesturing huishoudelijke hulp Wmo We wijzigen onze indiceringswerkwijze, waardoor we bij bepaalde aanvragen minder uur huishoudelijke hulp toekennen. Hiermee verwachten we gemiddeld 30 minuten minder te indiceren per week voor 21
inwoners die nog niet eerder Hulp bij het huishouden (Hbh) gehad hebben. Pas wanneer echt nodig breiden we uit. Dit levert een kostenbesparing op vanaf 2022 die toeneemt met het aantal nieuwe indicaties. De verwachte besparing in 2022 bedraagt minimaal € 50.000 die oploopt in 2023 naar € 100.000. Inkomenstoets informele pgb’s Jeugd We stoppen boven een bepaalde inkomensgrens met het vergoeden van informele pgb’s voor ouders die zelf jeugdhulp bieden aan hun kind,. Dit nemen we op in de verordening, waardoor we deze maatregel kunnen toepassen voor alle nieuwe aanvragen van informele pgb’s. Dit geldt ook voor informele pgb’s die aflopen. Dit levert een kostenbesparing op vanaf 2022 die toeneemt met het aantal afgelopen indicaties en nieuwe aanvragen van informele pgb’s. Naar verwachting levert dit uiteindelijk een financieel nadeel op voor 30-40 gezinnen, ten opzichte van de huidige situatie waarin zij dit pgb wel krijgen, van gemiddeld € 12.500,- per jaar. De verwachte structurele besparing bedraagt vanaf 2022 € 100.000 per jaar, omdat we reeds in de begroting rekening houden met een afname van pgb’s als effect van de Veranderopgave Jeugd. Uitgangspunt daarbij is dat ten minste 20% van de 30-40 gezinnen die gebruik maken van het informele pgb niet overgaat naar een formeel pgb of Zorg in Natura (ZIN).
De totale besparing van de twee maatregelen bedraagt € 150.000 in 2022, oplopend naar € 200.000 in 2023 en verder.
4.3.3
Stoppen met de pilot ‘Het Nieuwe Wij’ voor inwoners met een bijstandsuitkering
We beëindigen de pilot ‘Het Nieuwe Wij’. We constateerden dat de coronamaatregelen grote impact hadden op de uitvoering van deze pilot. Zo waren groepsbijeenkomsten voor zowel ondernemers als kandidaten niet toegestaan. Mede daarom heeft deze aanpak onvoldoende geleid tot de verwachte duurzame uitstroom naar betrokken Lansingerlandse werkgevers. Wel hebben we lering getrokken en gezien dat de deelnemers de persoonlijke aandacht in deze werkwijze erg waarderen. 30 deelnemers namen deel aan deze pilot. Door met deze pilot te stoppen besparen we vanaf 2022 structureel € 50.000. 4.3.4
Inperken inzet re-integratievoorzieningen
We verlagen opnieuw het budget voor re-integratietrajecten, waardoor een beperkt budget overblijft van ongeveer € 120.000. De besparing in combinatie met de verwachte stijging van het aantal uitkeringen betekent dat we keuzes moeten maken voor de inzet van re-integratietrajecten. Dit heeft gevolgen voor de begeleiding van onze werkzoekenden. Een keuze kan zijn dat we geen re-integratie meer inzetten voor inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en geen scholingstrajecten meer vergoeden voor inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Hierdoor daalt de participatie van onze kandidaten en stromen er minder inwoners uit ons bijstandsbestand. Er is een risico dat de uitkeringslasten voor de gemeente hierdoor toenemen. Het Rijk heeft incidentele middelen aan de
arbeidsmarktsregio verstrekt met als doel een gerichte aanpak te ontwikkelen tegen de groeiende werkeloosheid als gevolg van de coronacrisis. Dit kan de toename van de uitkeringslasten in Lansingerland mogelijk wat verzachten. Bij de begroting 2021 is al de keuze gemaakt om het budget voor re-integratie niet mee te laten stijgen met de verwachte stijging van het aantal uitkeringen. Hierdoor moeten er nu al keuzes worden gemaakt in de begeleiding door focus op bepaalde doelgroepen. Door de aanvullende ombuigingen op dit budget is het onvermijdelijk om ingrijpende keuzes te maken in de begeleiding aan uitkeringsgerechtigden. Dit effect versterkt nog verder door de verwachte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Volgens het CPB zorgt het aflopen van de coronasteunmaatregelen voor herstructureringen en faillissementen, waardoor de werkloosheid oploopt. Hoe groot de stijging van het aantal uitkeringen precies zal zijn, is op dit moment nog onduidelijk. Met een verlaging van het re-integratiebudget, kunnen we de huidige 789 inwoners (inclusief partners) inwoners met een bijstandsuitkering niet allemaal ondersteunen richting de arbeidsmarkt. De verwachte stijging van het aantal uitkeringen betekent dat we nog meer inwoners niet kunnen ondersteunen bij hun re-integratie. Dit heeft zowel gevolgen voor de uitstroom, als voor het ontwikkelperspectief van kandidaten. 22
Ook zijn we bezig met een aanbesteding voor nieuwe re-integratiebedrijven. Hoe lager het budget, hoe lastiger het is om goede partijen te laten reageren en aan ons te binden. De kwaliteit van onze reintegratievoorzieningen kunnen dan onder druk komen te staan. De verlaging van het budget levert vanaf 2022 een structurele besparing op van € 30.000.
4.4
Beleidsveld 5.1 Openbare Ruimte: Naar een schoon en sober beleid
De beeldkwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk. Onze inwoners hechten veel waarde aan de openbare ruimte, zeker tijdens deze Corona-pandemie. De afgelopen jaren is er veel aan gedaan om de beeldkwaliteit op gewenst niveau te brengen. Het beheer van de openbare ruimte was dan ook één van de speerpunten uit het coalitieakkoord. Uit een recent uitgevoerd belevingsonderzoek openbare ruimte (najaar 2020) blijkt dat onze inwoners de kwaliteit van de openbare ruimte erg waarderen. Uiteraard zouden we het kwaliteitsniveau graag willen vasthouden. Echter zal ook de openbare ruimte moeten bijdragen aan het oplossen van de financiële opgave, door een verlaging van het algehele niveau van de beeldkwaliteit. Te denken valt hierbij aan minder frequent grasmaaien, meer zwerfafval, meer oneffenheden in stoepen, minder strak asfalt etc. Begrotingsknoppen
2022
2023
2024
2025
Verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte (centra A->B, rest B->C)
350.000
350.000
350.000
350.000
Totaal Openbare Ruimte
350.000
350.000
350.000
350.000
4.4.1
Verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte
We verlagen de beeldkwaliteit van de openbare ruimte (reguliere areaal) van B naar C. Centra en stationsgebieden verlagen we van A naar B. Daarmee draaien we deels de verhoging van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte terug, zoals vastgelegd in het Coalitieakkoord. Met de bijstelling van het regulier areaal van B naar C besparen we vanaf 2022 structureel € 250.000. De beeldkwaliteitsverlaging in de centra en stations van A naar B (station Lansingerland-Zoetermeer uitgezonderd, hier zijn aparte privaatrechtelijke afspraken over) levert vanaf 2022 een structurele besparing op van € 100.000. De totale beeldkwaliteitsverlaging leidt tot een besparing van maximaal € 350.000. Bij deze te realiseren besparing verwachten we, als gevolg van de beeldkwaliteitsverlaging, meer meldingen en klachten te moeten afhandelen. In de coronaperiode is nu al een stijging van het aantal (complexe) klachten en meldingen te zien. Dit vergt veel capaciteit. We zien dat inwoners steeds mondiger worden en zich soms minder goed neerleggen bij een afwijzing. Het zou goed kunnen dat deze trend zich voortzet. Een beeldkwaliteitsverlaging versterkt dit effect. Om deze reden stellen we voor om tijdelijk capaciteit toe te voegen van 1 fte in schaal 9 (€ 76.000 per jaar), zie hiervoor de incidentele claims ten laste van de algemene reserve in hoofdstuk 3.
Na een nader te bepalen periode kan bezien worden of dit structureel nodig is. Of structureel meer capaciteit nodig is, hangt af van de mate waarin de trend dat we als organisatie steeds meer meldingen en klachten moeten afhandelen doorzet. Riolering In tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025, dat op 26 november 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. Daarnaast zijn in het GRP enkele thema's benoemd die we belangrijk vinden en waar we de afgelopen jaren aandacht aan besteed hebben, maar zeker ook in de toekomst aandacht voor hebben. Klimaatadaptatie en aandacht voor duurzaamheid zijn een gemeente brede thema’s waar Riolering actief 23
aan deelneemt. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen. Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren is meten, monitoren, op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. Afgelopen jaren hebben we de eerste stappen hiertoe gezet en daar gaan we de komende jaren mee verder. Om het aantal storingen van drukrioleringsgemalen terug te dringen, investeren we extra om de gemalen en drukriolering te optimaliseren. Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
Op 26 november 2020 is het nieuwe GRP 2021-2025 vastgesteld. Tijdens de behandeling van het plan in de Raad is toegezegd dat de financiering van de rioleringsprojecten op de lange termijn nader zou worden onderzocht. Omdat in Lansingerland in de jaren rond de eeuwwisseling veel is gebouwd (VINEX), zullen de vervangingsinvesteringen over 30-40 jaar een piek kennen. Om de kosten als gevolg van de vervangingen ook op lange termijn te kunnen dekken, stijgt de rioolheffing vanaf 2022 met 1,25% per jaar. Daarnaast houden we rekening met een indexering van de kosten met 1,6% per jaar. De tarieven voor de rioolheffing vanaf 2022 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten. 4.5
Beleidsveld 6.3 Economie: Terug naar de basis
We bouwen de economische portefeuille af en gaan terug naar de basis, wat betekent dat we stoppen met de A12 corridor en de economische dienstverlening en -beleid afschalen tot wettelijke minimaal beleid. Dit vertaalt zich in het beperken van de economische beleidsadvisering aan ondernemers en het stopzetten van het project voor A12 corridor. Het economische beleidsveld wordt hierdoor beperkt, waardoor er op complexere economische onderwerpen minder kan worden geadviseerd. In totaal besparen we op de economische portefeuille vanaf 2022 structureel € 140.000: Begrotingsknoppen 2022 2023 2024 2025 Economische dienstverlening en beleid afschalen tot wettelijke minimaal beleid Stoppen met A12 corridor Totaal Economie
4.6
95.000
95.000
95.000
95.000
45.000
45.000
45.000
45.000
140.000 140.000 140.000 140.000
Beleidsveld 6.4 Duurzaamheid: Focus op de grootste impact
We gaan het duurzaamheidsbeleid aanscherpen aan de hand van drie principes: concentreren, normaliseren en toevertrouwen. Zo maken we van de financiële nood een deugd. De herijkte uitvoeringsagenda duurzaamheid die u binnenkort ontvangt zal langs die principes tot stand zijn gebracht. Wat betekent dit? Concentreren: Door binnen de meer dan 20 lopende duurzaamheidsprojecten nog meer focus aan te brengen, stellen we zeker dat we tijd en middelen richten op die thema’s die uiteindelijk de meeste duurzaamheidsimpact opleveren én waar we als lokale overheid een essentiële bijdrage aan moeten leveren zoals publieke coördinatie of infrastructuur. De herijkte uitvoeringsagenda duurzaamheid die u binnenkort ontvangt zal bijvoorbeeld de energietransitie in de glastuinbouw centraal stellen, omdat die sector vele malen meer CO2-uitstoot veroorzaakt dan onze complete gebouwde omgeving en voor zijn concurrentievermogen afhankelijk is van het slagen van deze transitie (impact), en omdat publieke coördinatie vereist blijkt in dit complexe speelveld (essentiële overheidsbijdrage). Anderzijds kiezen we zo voor een terughoudende en reactieve rol in een minder prioritair project als de Regionale Energie Strategie (RES). Normaliseren: Centraal voor ons staat dat het ambitieniveau van duurzaamheidsbeleid binnen projecten en gebiedsopgaven ondanks deze ombuigingen op gelijk niveau kan blijven.
De reeds gestelde kaders zijn leidend en investeringen worden door initiatiefnemers betaald (zoals een klimaatadaptieve inrichting van
24
de openbare ruimte al vanuit grondexploitaties betaald wordt). Duurzaamheid vormt op steeds meer terreinen een vast onderdeel van de norm. Dit is binnen veel beleidsvelden al gebeurd, bijvoorbeeld door opname in de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) en leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO)). Waar nodig actualiseren we dergelijke normen om aan te blijven sluiten bij onze duurzaamheidsdoelen. Zo wordt de verantwoordelijkheid binnen de organisatie gelegd waar die hoort en spelen we capaciteit vrij binnen team duurzaamheid voor de meer innovatieve projecten en die zaken die onder ‘concentreren’ genoemd zijn. Toevertrouwen: Samenwerking met bewonersinitiatieven op duurzaamheidsvlak doen we al volop, zowel ambtelijk als ook steeds frequenter bestuurlijk. We faciliteren de initiatieven vanuit deze organisaties. Denk aan de Plukberm langs de Hoeksekade door Lansingerland Samen Duurzaam, de samenwerking met energiecoöperatie Nieuwe Lansinger Stroom en op heel veel plekken het zelfbeheer door Rottavrijwilligers. Ook werken we samen met warmtecoöperaties in de tuinbouw en heel vele anderen. Het is wenselijk om nog veel steviger vanuit onze visie op kracht van onze samenleving aan maatschappelijk initiatief de ruimte te geven, maar het initiatie niet over te nemen.
Er zit zoveel energie in onze samenleving! Concreet: Medewerkers duurzaamheid zien erop toe dat de gemeenten randvoorwaarden schept, maar neemt geen eigenaarschap over van iets wat als een goed idee vanuit de samenleving begon. Hoe we dat doen? Na het succes van de eerste drie groenblauwe schoolpleinen ondersteunen we bij het verspreiden van kennis en houden we budget beschikbaar voor realisatie. Maar, scholen kunnen geheel zelf bepalen hoe en wanneer ze hiervoor een plan (laten) maken en of ze voor hulp bij de gemeenten aankloppen. Ander voorbeeld: het project Tuin van de toekomst is uit de pilotfase en kan na onze opstart landen bij maatschappelijke partners die tot nu toe al enthousiaste ambassadeurs hiervan geweest zijn, zoals een natuurorganisatie en hoveniers. Waar we zien dat mede-overheden hun verantwoordelijkheid pakken, zoals de waterschappen van Schieland en Delfland die per 1 juli allebei een subsidieregeling voor groene daken etc. aanbieden, zullen we voortaan doorverwijzen naar die regelingen en onze regeling beëindigen. Ook dragen we het project Holland Rail Terminal (HRT) over aan de initiatiefnemers. We weten namelijk dat de volgende stap bij Provincie en Rijk vandaan moeten komen die vooralsnog op deze lijn personenvervoer voorrang geeft boven goederenvervoer.
Ook zijn de betrokken ondernemers nu druk met het uitrollen van hun concept aan de Betuwelijn en komen zij vanzelf bij ons terug bij gebleken succes. Samenvattend: door te concentreren, normaliseren toe te vertrouwen krijgen we een duurzaamheidsbeleid dat niet alleen aansluit bij onze financiële mogelijkheden, maar tegelijk impact maakt, duurzaam als het nieuwe normaal inregelt en tegelijk onze sterke samenleving in staat stelt om zelf door te gaan waar onze rol ophoudt. In totaal besparen we op duurzaamheid vanaf 2022 structureel € 216.000: Begrotingsknoppen 2022 2023
2024
2025
Stoppen met het initiëren en begeleiden van duurzaamheidsprojecten
40.000
40.000
40.000
40.000
Duurzaamheidsbeleid terug naar de basis (verminderen bijdragen aan de projecten)
100.000
100.000
100.000
100.000
Stoppen met Holland Rail Terminal (HRT)
45.000
45.000
45.000
45.000
Advisering duurzaamheid in gebiedsontwikkeling toerekenen aan de projecten (AOK) en investeringen
31.000
31.000
31.000
31.000
Totaal Duurzaamheid
4.7
216.000 216.000 216.000 216.000
Algemene dekkingsmiddelen: In de richting van, maar nog onder het landelijk gemiddelde
In tegenstelling tot de ombuigingen uit de paragrafen 4.1 t/m 4.6, waarbij de maatregelen met name betrekking hebben op het besparen van kosten, realiseren we bij de algemene dekkingsmiddelen de ombuiging door het verhogen van de inkomsten. 25
Begrotingsknoppen
2022
2023
2024
2025
Kapitaalinjectie in Stedin
400.000
400.000
400.000
400.000
Samenvoegen OZB-tarieven gebruikers en eigenaren niet-woningen
250.000
250.000
250.000
250.000
OZB-tarief niet-woningen
250.000
250.000
250.000
250.000
OZB-tarief woningen
200.000
200.000
200.000
200.000
Totaal Algemene Dekkingsmiddelen
4.7.1
1.100.000 1.100.000 1.100.000 1.100.000
Kapitaalinjectie in Stedin
Tijdens de raadsvergadering van 3 juni is de raad gevraagd akkoord te gaan met het voorstel om een deel van de Eneco-gelden in te zetten als investering in aandelen van Stedin (kenmerk BR2100035). Door het doen van een kapitaalinjectie in Stedin behalen we extra dividend. Momenteel bezitten we 3,38% van de aandelen van Stedin. De aandeelhouders is verzocht om gezamenlijk € 200 mln. te storten. Omgerekend naar de fair share van Lansingerland, betekent dit voor ons een storting van € 6.760.000 waar we 3,02% cumulatief preferent dividend over krijgen. Hiermee verkrijgen we een aanvullend structureel rendement van € 204.152 per jaar. Er is mogelijk ook de optie om 150% tot 200% van onze fair share in te leggen, als niet alle aandeelhouders naar rato van hun aandelenbezit besluiten te storten. Dit biedt ons de kans om een extra investering te doen, aanvullend op de storting van € 6.760.000. Deze aanvullende kapitaalstorting is echter onzeker en afhankelijk van het meedoen van andere gemeenten. In beginsel zijn er voor ons 4 mogelijkheden: 1. Niets doen geen extra investering levert € 0 op; 2. 100% fair share investering van € 6.760.000 levert € 200.000 op; 3. 150% fair share investering van € 10.140.000 levert € 300.000 op; 4. 200% fair share investering van € 13.522.000 levert € 400.000 op.
Na de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) van 25 juni 2021 wordt duidelijk welk aandeel Lansingerland kan nemen. In deze kadernota gaan we uit van het voor ons meest gunstige geval, namelijk dat we de mogelijkheid hebben om 200% van onze fair share aandelen te storten en daarmee een structureel rendement behalen van € 400.000 per jaar.
4.7.2
Samenvoegen OZB-tarieven gebruikers en eigenaren niet-woningen
We kunnen extra inkomsten genereren op de OZB-heffing voor niet-woningen als we de tarieven voor gebruikers en eigenaren samenvoegen. Momenteel hanteren we drie tarieven: een eigenarentarief en een gebruikerstarief voor niet-woningen en een eigenarentarief voor woningen. Voor de tarieven gelden geen absolute of relatieve limieten. Bij leegstand wordt er nu geen OZB gebruikers geïnd. Door aanhoudende leegstand van vooral winkel- en kantoorpanden worden er door verschillende gemeenten pogingen gedaan om pandeigenaren te bewegen in het vinden van een huurder. Een mogelijke fiscaal instrument dat daarbij wordt gehanteerd is het afschaffen van de gebruikersbelasting, dan wel het op nihil stellen van de OZB-tarief gebruikers nietwoningen en dit tarief optellen bij het OZB-tarief eigenaren niet-woningen. Zowel het deel van de belasting dat een huurder/gebruiker als een eigenaar van een bedrijfspand moet betalen wordt dan volledig door de eigenaar van het pand betaald, die het vervolgens gedeeltelijk kan doorbelasten aan de gebruiker. Een dergelijke heffing op leegstand bij de eigenaar draagt er aan bij dat pandeigenaren gestimuleerd worden om een huurder te vinden. Samen met het SVHW bekijken we ook hoe deze wijziging praktisch vormgegeven kan worden.
In verband met lopende (huur)contracten is het benodigd om gedurende een overgangsperiode inzicht te verschaffen in het fictieve gebruikers deel van de belasting, zodat zowel voor de eigenaren als de gebruikers duidelijk is welk bedrag doorbelast kan worden. 26
De raming van het SVHW voor 2021 laat een grondslag eigenaren niet-woningen zien van € 1.823.000.000 en een grondslag gebruikers niet-woningen van € 1.647.000.000. De verwachte “leegstand” in 2021 is dus € 176.000.000, ofwel 9,65% van het totaal. De facto is de derving van OZB baten bij een gelijkblijvend tarief dus 0.1895% * € 176.000.000 = € 333.520. Gecorrigeerd voor het vastgoed wat in eigendom is van de gemeente, oninbaarheid, administratieve kosten, etc. is potentiële additionele structurele OZBopbrengst niet-woningen naar verwachting € 250.000. De implementatie van deze maatregelen doen we samen met het SVHW die namens onze gemeente de OZB-belasting heft. Er zijn al diverse gemeenten die volgens deze methodiek werken, waaronder Rijswijk, Nijmegen, Eemnes, Leidschendam-Voorburg, Lelystad en Vlaardingen. De praktijk laat dus zien dat het implementeren van deze maatregel haalbaar is.
4.7.3 OZB-tarief niet-woningen De grote financiële opgave waar onze gemeente de komende jaren voor staat heeft gevolgen voor de OZB-heffing in 2022. Een verhoging van het tarief van zowel de niet-woningen als woningen (paragraaf 4.1.4) is onvermijdelijk bij ons voornemen om in 2022 een structureel sluitende begroting te realiseren. In de begroting 2021 is gekozen voor een trapsgewijze verhoging van het OZB-tarief op niet-woningen (€ 400.000 in 2021, € 750.000 in 2022 en € 1.050.000 in 2023 en 2024). Deze trapsgewijze verhoging is reeds ingeboekt in onze begroting. In deze kadernota kiezen we ervoor om de trapsgewijze verhoging te versnellen en al in 2022 € 250.000 extra OZB op niet-woningen te realiseren, in plaats van hiermee te wachten tot 2023. Door nu deze extra stap te zetten van € 250.000 behalen we een structureel voordeel. Dit betekent een zwaardere OZB-last in 2022 voor de ondernemingen in onze gemeente. Bedrijven die hierdoor in financiële problemen komen kunnen aanspraak maken op het incidentele fonds van € 500.000 ten behoeve van corona-ondersteuning. Dit fonds is onder andere bedoeld als tegemoetkoming voor lokale bedrijven, die, op basis van diverse criteria, in aanmerking komen voor ondersteuning in de vorm van een subsidie. Het huidige tarief 2021 van de OZB niet-woningen (gebruikers + eigenaren) is 0,4227%.
De reeds ingeboekte ophoging van € 750.000 en de versnelde ophoging van € 250.000 resulteren in een verhoging van het tarief in 2022 met ongeveer 14,65% ten opzichte van de ‘oude stand’ voor ophoging in 2021. Rekening houdend met de inflatiecorrectie van 1,6% bedraagt de procentuele verhoging van het OZBtarief niet-woningen 16,25%. Dit betekent dat het OZB-tarief voor niet-woningen in 2022 ongeveer 0,4915% zal bedragen. Hiermee zitten we nog onder het landelijk gemiddelde in 2021 van 0,5146%. De versnelde verhoging van € 250.000 heeft bij onderstaande WOZ-waarden het volgende effect: WOZ-waarde Effect OZB-aanslag (op jaarbasis) € 200.000
€ 45,95
€ 300.000
€ 68,90
€ 400.000
€ 91,90
€ 500.000
€ 114,90
Grofweg is het effect van de extra verhoging op jaarbasis € 22,95 per € 100.000 WOZ-waarde. Dit is inclusief de inflatiecorrectie van 1,6%.
4.7.4
OZB-tarief woningen
Naast de OZB op niet-woningen, verhogen we ook het OZB-tarief op woningen. Het OZB-tarief woningen bedraagt in 2021 in onze gemeente 0,0953%. Om een structurele extra opbrengst te realiseren van € 200.000 moet het tarief worden verhoogd met ongeveer 2,25%. Rekening houdend met de inflatiecorrectie van 1,6% bedraagt de procentuele verhoging van het OZB-tarief 3,85%. Gerekend met deze verhoging wordt het nieuwe OZB-tarief ongeveer 0,0990% (dit is voor correctie van de WOZwaardestijging). Hiermee blijven we onder het landelijk gemiddelde OZB-tarief op woningen in 2021 van 0,1043%. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de OZB voor woningen dient te dalen tot onder het 27
landelijk gemiddelde niveau. Deze doelstelling is reeds behaald. Ook na de stijging van de OZB op woningen is het OZB-tarief lager dan het landelijk gemiddelde. Deze tariefsverhoging van 3,85% heeft bij onderstaande WOZ-waarden het volgende effect op de OZBaanslag: WOZ-waarde Effect OZB-aanslag (op jaarbasis) € 200.000
€ 7,30
€ 300.000
€ 11,00
€ 400.000
€ 14,70
€ 500.000
€ 18,40
Grofweg is het effect op jaarbasis € 3,70 per € 100.000 WOZ-waarde. Dit effect is inclusief de inflatiecorrectie van 1,6%.
4.7.5
Aanvullende dekkingsmiddelen in latere jaren
Naast de ombuigingen binnen de algemene dekkingsmiddelen die vanaf 2022 extra opbrengsten realiseren, zien wij ook twee mogelijkheden om vanaf 2023 en latere jaren aanvullende opbrengsten te verwezenlijken. Dit betreft het heffen van forensenbelasting en erfpacht. Forensenbelasting Op het moment van opstellen van deze kadernota zijn we begonnen met de voorbereiding op de invoering van forensenbelasting. Het heffen van forensenbelasting gebeurt bij personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in onze gemeente hebben, meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. De heffing kan op verschillende manieren: 1. Een tarief gebaseerd op de WOZ-waarde, eventueel met een onderverdeling in waardeklassen. 2. Een tarief gebaseerd op de vloeroppervlakte en de beschikbare grond bij de woning. 3. Een vast tarief per woning. Forensenbelasting wordt vaak geheven op recreatiewoningen en tweede woningen, chalets en stacaravans. Het aantal hiervan in Lansingerland is beperkt. Daar staat tegenover dat met name seizoenarbeiders in aanmerking komen voor het heffen van forensenbelasting.
Een bijvangst van het invoeren van forensenbelasting is dat we als gemeente een extra handvat hebben om toe te zien op de registratieplicht van arbeidsmigranten. Hiermee krijgen we beter inzicht hoeveel van deze vaak kwetsbare seizoenarbeiders binnen onze gemeentegrenzen verblijven. We zijn op dit moment aan het onderzoeken op hoeveel en op welke forensen belasting kan worden geheven. Het is nog onduidelijk hoe hoog de uitvoeringskosten zijn om deze belasting te heffen. Het SVHW kan namens de gemeente deze belasting heffen. De uitvoeringskosten vallen in de hoogste categorie, wat te maken heeft met de complexiteit van de jaarlijkse mutaties en de aanvullende controlewerkzaamheden die nodig zijn om de volledigheid van de belastingheffing te garanderen. Onderzocht wordt of de opbrengsten van deze belasting opwegen tegen de uitvoeringskosten. Afhankelijk hiervan zal worden besloten om forensenbelasting te gaan heffen, op zijn vroegst vanaf 2023. Erfpacht Een andere optie is het beschikbaar stellen van grond, onder andere voor bedrijventerreinen, op basis van erfpacht. Met erfpacht ontstaan er structurele baten. Belangrijk daarbij is in beeld te krijgen of het instrument erfpacht nu wel of juist niet belemmerend werkt bij het realiseren van groei in het woningaanbod. Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheden die het instrument erfpacht ons biedt.
28
5
Verantwoord vooruit
De ombuigingen die wij voorstellen in deze kadernota leiden tot een structureel sluitende begroting in 2022 en een klein overschot voor 2023, maar hebben vooral een fors dempend effect op de structurele tekorten in latere jaren. Daarmee voldoen wij aan de vereisten van de provincie zonder dat er aan ons (beperkende) maatregelen zullen worden opgelegd door de financieel toezichthouder. Wij houden daarmee het heft in eigen handen. Op een verantwoorde wijze gaat Lansingerland de toekomst tegemoet.
Structureel begrotingssaldo na nieuwe mutaties en structurele claims Ombuigingen Begrotingssaldo na ombuigingen
2022
2023
2024
2025
-2.537.000
-2.349.000
-3.669.000
-5.975.000
2.527.000
2.677.000
2.777.000
2.777.000
-10.000
328.000
-892.000
-3.198.000
Belangrijk om ons te realiseren is dat de financiële opgave in deze kadernota een momentopname is van de op dit moment bekend zijnde mutaties en ontwikkelingen. De risico’s en onzekerheden in de baseline kunnen de financiële opgave voor onze gemeente zowel positief als negatief beïnvloeden. Dat geldt voor 2022, maar zeker ook voor de latere jaren. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2021 hebben wij op dit moment nog niet in beeld. Ook kunnen zich ontwikkelingen voordoen die we op dit moment nog niet (kunnen) voorzien. Wij weten bijvoorbeeld nog niet hoe de Corona-pandemie voor de financieeleconomische situatie in Nederland verder zal uitpakken. In de komende begroting volgt een geactualiseerd beeld van structurele financiële opgave voor onze gemeente. Met het evenwichtige pakket aan maatregelen in deze kadernota kan Lansingerland verantwoord vooruit. We houden het huis op een verantwoorde wijze op orde en we zorgen ervoor dat we onze autonomie behouden. We richten ons op de toekomst door het doen van investeringen vanuit een solide financiële basis. De komende maanden stellen we de Begroting 2022-2025 op waarin we keuzes, afwegingen en ambities van deze kadernota zullen verwoorden. Dan weten we ook of de voorgestelde ombuigingen in deze kadernota voldoende zijn om een structureel sluitende begroting te realiseren, of dat er aanvullende maatregelen nodig zijn.
29
1 T21.05317 Beantwoording technische vragen Kadernota 2022 na tafeltjesavond
FORMULIER BEANTWOORDING TECHNSICHE VRAGEN TER VOORBEREIDING COMMISSIE BESPREKING Betreft commissie
Gezamenlijke commissies Kadernota, d.d. 23 juni 2021
Nummer en naam agendapunt:
Kadernota 2022-2025
Vraag 1:
Nelleke Bouwman , CDA Op bladzijde 10 staan een aantal investeringen in sportaccommodaties opgenomen in het MIP (bijvoorbeeld HBR velden 3 en 4). In welke P&C documenten zijn deze investeringen eerder genoemd? Wat zijn in deze gevallen de verklaring(en) voor hogere kosten? En wanneer gaan deze investeringen plaatsvinden, starten de kapitaallasten?
Beantwoording:
Deze investeringen zijn eerder genoemd in de begroting 2021, in het investeringsprogramma 20212024. De kredieten zijn allemaal met ca. € 27.000 verhoogd i.v.m. het toerekenen van de interne uren. Daarnaast zijn de kredieten verhoogd doordat er extra werkzaamheden aan de fundering van de velden moet plaatsvinden (zie ook onderstaande tabel). De voorbereidingen van deze investeringen vinden plaats in 2022 en de uitvoering in 2023. De eerste kapitaallasten zullen dus in 2024 in de begroting landen.
Vraag 2:
Frans Ammerlaan , CDA Graag ontvang ik cijfers over bezoekersaantallen op de verschillende tijdvakken qua openingstijden balies gemeentehuis.
Beantwoording:
Wij hebben cijfers uit het aantal bezoekers op afspraak via de afsprakenplanner voor u gemaakt (zie de bijlage T21.05337 bij de beantwoording van deze technische vragen). Sinds Coronatijd is er geen vrije inloop meer en is het servicepunt in Bleiswijk gesloten. Wij hebben geen specifiek onderzoek gedaan naar de wens van de inwoners. Wij hebben met de voorgestelde openingstijden een afweging gemaakt hoe wij toch goede dienstverlening kunnen leveren aan onze inwoners en een bijdrage kunnen leveren aan de begrotingsknop Dienstverlening. Door de openingstijden terug te brengen van 19.00 uur naar 17.00 uur kan het gemeentehuis om 17.00 uur sluiten. Dit betekent dat wij kunnen bezuinigen op formatie van het Servicepunt, het Callcenter (nu bereikbaar tot 19.00 uur), en het servicepunt in Bleiswijk.
In bijzondere gevallen brengen wij wel een huisbezoek om toch een optimale dienstverlening te geven. Er zijn voor zover ons bekend geen klachten binnengekomen over de sluiting van Bleiswijk. Vraag 3:
Hamid Azzouzi, PvdA Kan er meer duiding worden gegeven aan de bedragen die zorgen voor het oplopende tekort in 2024 en 2025 en op welke posten van dit oplopende tekort kan de raad invloed uitoefenen?
Beantwoording:
Het structurele begrotingstekort neemt in de jaren 2024 en 2025 toe t.o.v. de jaren daarvoor. De toename van het tekort is als volgt: Bedragen x € 1.000 2023 2024 Verschil 2025 Verschil 2024 t.o.v. 2025 t.o.v. 2023 2024 Begrotingssaldo -2.219 -3.542 -1.323 -5.848 -2.306 De toename van het begrotingstekort heeft een 3-tal hoofdoorzaken, zoals blijkt uit onderstaande tabel: Bedragen x € 1.000 2023 2024 Verschil 2025 Verschil 2024 t.o.v. 2025 t.o.v. 2023 2024 Urentoerekening aan 1.569 1.199 -370 802 -397 investeringen Uren-, overhead-, en rentetoerekening aan -104 -1.159 -1.055 -1.942 -783 grondexploitatie Actualisatie MIP 159 360 201 -980 -1.340 Mutatie afschrijvingen afgesloten investeringen Nieuwe investeringen MIP Technisch noodzakelijke investeringen MIP Vervangingsinvesteringen MIP Mutatie reserve dekking kapitaallasten
Totaal
2.711
3.729
1.018
3.975
246
-284
-534
-250
-1.103
-569
-1.188
-1.618
-430
-2.166
-548
-890
-1.077
-187
-1.525
-448
-190
-140
50
-161
-21
1.624
400
-1.224
-2.120
-2.520
Bij de beantwoording van technische vraag 2. in document T21.05269 is reeds toegelicht waarom bovenstaande posten zorgen voor het oplopende tekort in de jaren 2024 en 2025. De posten die het oplopende tekort veroorzaken zijn het gevolg van technische actualisaties en doorrekeningen van bestaande plannen / beleidsvoornemens, die reeds door de raad zijn vastgesteld. Er is geen sprake van nieuw (te beïnvloeden) beleid. Bij de Begroting 2022-2025 zal er zoals gebruikelijk een nieuw Meerjaren Investeringsplan (MIP) en Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) worden opgesteld. Zowel het MIP als het MPG worden dan opnieuw door de raad integraal afgewogen en vastgesteld. Dat is ook het geijkte moment om de geplande investeringen te herbeoordelen.
1 T21.05269 Beantwoording technische vragen Kadernota 2022
FORMULIER BEANTWOORDING TECHNSICHE VRAGEN TER VOORBEREIDING COMMISSIE BESPREKING Betreft commissie
Gezamenlijke commissies kadernota, d.d. 23 juni 2021
Nummer en naam agendapunt:
Kadernota 2022-2025
Vraag 1:
Hamid Azzouzi, PvdA Wat is de stand van zaken van de bezuinigingen uit de begroting 2021?
Beantwoording:
In de begroting 2021 zijn er verschillende maatregelen genomen om te komen tot een structureel sluitende begroting in 2021. De besparingsmaatregelen waren ingedeeld naar de domeinen Samenleving en Ruimte en Economie en de categorieën algemeen en OZB. Een overzicht van de besparingsmaatregelen staat onder de beantwoording van deze technische vragen. De stand van zaken van de bezuinigingen is als laatste kolom aan het overzicht toegevoegd. Over het algemeen geldt dat er zijn geen indicaties zijn dat de voorgestelde ombuigingen niet worden gerealiseerd. We zitten echter pas halverwege het lopende jaar. Aan het einde van dit jaar maken we de definitieve balans op; als eerste in de Slotwijziging 2021 en vervolgens in de Jaarstukken 2021.
Vraag 2:
Hamid Azzouzi, PvdA De algemene mutatie in de baseline van de kadernota nemen van 2023 naar 2024 en van 2024 naar 2025 sterk toe. Wat is hiervan de oorzaak?
Beantwoording:
Uit de baseline zoals opgenomen in de kadernota blijkt er een toename van het tekort in de algemene mutaties in 2024 en 2025 t.o.v. de jaren daarvoor: Nieuwe mutaties
2022
2023
2024
2025
-1.670.000 -1.670.000
-1.670.000
-1.670.000
Algemene mutaties Onoverkomelijke mutaties (claims): Bijstelling WMO Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel) Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel)
-500.000
-350.000
-350.000
-350.000
500.000
350.000
350.000
350.000
0
869.000
869.000
869.000
Urentoerekening aan investeringen
1.915.000
1.569.000
1.199.000
802.000
Urentoerekening aan Grex
-358.000
-454.000
-1.134.000
-1.377.000
Overige (technische) mutaties: Landelijke ontwikkeling Jeugd en compensatie van het Rijk
Overheadtoerekening aan Grex
65.000
28.000
-330.000
-465.000
Rentetoerekening aan Grex
-21.000
322.000
305.000
-100.000
Mutatie afschrijvingen afgesloten investeringen
1.561.000
2.711.000
3.729.000
3.975.000
Nieuwe investeringen MIP Technisch noodzakelijke investeringen MIP
-166.000
-284.000
-534.000
-1.103.000
-625.000 -1.188.000
-1.618.000
-2.166.000
Vervangingsinvesteringen MIP Mutatie reserve dekking kapitaallasten Nog te dekken BTW leerlingenvervoer Aanpassing formatie aan huidige taken
-287.000
-890.000
-1.077.000
-1.525.000
-176.000
-190.000
-140.000
-161.000
-90.000
-90.000
-90.000
-90.000
-1.447.000 -1.447.000
-1.447.000
-1.447.000
Totaal Algemene mutaties -1.299.000 -714.000 -1.938.000 -4.458.000 Uit deze tabel blijkt dat het oplopende tekort een 3-tal hoofdoorzaken heeft: 1. De urentoerekeningen aan investeringen laat een dalend voordeel zien over de jaren 2022-2025. Dit komt onder andere doordat alleen de nu bekende projecten zijn meegenomen in de urentoerekening; het investeringsvolume neemt af in 2024 en 2025. In de loop van de tijd zullen er wel weer nieuwe projecten bijkomen. Conform de notitie Overhead en notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV zijn gemeenten verplicht om de zogenoemde direct aan de investering toe te rekenen VATkosten (voorbereiding, administratie en toezicht), i.c. de uren van zowel interne als externe medewerkers, toe te rekenen aan de investering in het actief. 2. De uren- overhead- en rentetoerekening aan Grex’en laat een oplopend nadeel zien. Dit nadeel is voornamelijk het gevolg van een lager aantal uren in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) in 2022 in vergelijking met 2021, doordat er een aantal projecten in 2022 en verdere jaren worden afgerond. In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen, waardoor de toerekening aan de grondexploitatie hoger zal zijn en het oplopend nadeel kleiner wordt. 3.
De actualisatie van het MIP, bestaande uit mutatie afschrijven afgesloten en nieuwe-, technisch noodzakelijke- en vervangingsinvesteringen laat een dalend voordeel zien. Als gevolg van het huidige geplande investeringstempo en de afronding van investeringen nemen de kapitaallasten van nieuwe, technisch noodzakelijk en vervangingsinvesteringen de komende jaren sterk toe. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het beeld van het begrotingssaldo onzekerder is in latere begrotingsjaren, met name in het jaar 2025. Het oplopende tekort in 2025 komt vooral door een stijging van de kapitaallasten, op basis van het huidige te verwachten investeringstempo. Als dit investeringstempo niet wordt gehaald heeft dat een dempend effect op de kapitaallasten en dus op het begrotingstekort in latere jaren. Vraag 3a:
Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u inzicht geven in de opbouw van de verschillende componenten die leiden tot de totale optelling van het materiële budget?
Beantwoording:
Een overzicht van de materiële budgetten waarop indexering (1,6%) wordt toegepast staat onder de beantwoording van deze technische vragen. De materiële budgetten van > € 100.000 die wij in de begroting 2022 indexeren staan afzonderlijk vermeld. De overige materiële budgetten < € 100.000 zijn gegroepeerd en als restpost opgenomen. Met materieel bedoelen we alle budgetten van de gemeente, met uitzondering van directe
personele kosten (o.a. salarissen), subsidies en bijdragen. Uitgaven aan derden, zoals inhuur en uitbesteed werk, worden ook aangemerkt als materieel budget. Vraag 3b:
Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u aangeven per component of en in hoeverre er sprake is van daadwerkelijke indexatie afspraken t.b.v. deze budgetten?
Beantwoording:
Bij verschillende componenten waar contracten/raamovereenkomsten aan ten grondslag liggen zijn indexatie afspraken gemaakt. Dit is onder andere het geval bij diverse beheer- en onderhoudscontracten, afvalverwerking en bij het contract met de accountant. In de laatste kolom in het overzicht onder de beantwoording van deze technische vraag staat aangegeven of er sprake is van indexatieafspraken. Bij een aantal componenten kunnen we met zekerheid zeggen dat er contractuele afspraken. Bij een aantal andere componenten gelden diverse afspraken, of is onbekend of er afspraken zijn gemaakt. Dit komt omdat er veelal sprake is van meerdere leveranciers/contracten binnen één component. Per contract kunnen er andere afspraken gelden. We kunnen voor een component daarom niet zeggen of die volledig wel, of volledig niet aan indexatieafspraken onderhevig is. Om een volledig en accuraat antwoord te kunnen geven op deze vraag zou daarom per contract moeten worden uitgezocht of en welke indexatieafspraken er zijn gemaakt. Op dit moment hebben we dat inzicht niet. Met het oog op verantwoord financieel beleid en realistisch begroten kiezen we er als gemeente voor om jaarlijks alle aan inflatie gerelateerde materiële budgetten te indexeren, op basis van Consumentenprijsindex (1,6% per januari 2021).
Tevens heeft het college als uitgangspunt bij opstellen van de Kadernota en Begroting 2022 bepaald om de materiële budgetten te indexeren. In de begroting 2021 is de indexatie bij uitzondering achterwege gelaten, vanwege de grote financiële opgave waar we ook vorig jaar mee te maken hadden. In de toezichtbrief over onze begroting heeft de provincie een opmerking gemaakt over het ontbreken van de loon- en prijsindexatie. De provincie schreef hierover dat het van groot belang is om bij het opstellen van de begroting 2022 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. Door een structurele indexatie van 1,6% toe te passen (op basis van Consumentenprijzen (CPI) van januari 2021) geven we gehoor aan de opmerking van de toezichthouder.
Vraag 3c:
Ed van Santen, VVD Indexatie budgetten: kunt u de optelling laten zien van het geheel van materiële budgetten die niet daadwerkelijk onderhevig zijn aan indexatie verplichtingen voortvloeiende uit contractuele afspraken of anderszins betreffende het jaar 2022?
Beantwoording:
Het bedrag aan materieel budget dat niet aan indexatie afspraken onderhevig is kunnen we op dit moment niet specificeren. Zie ook het antwoord op de vorige vraag. Mede op basis van de opmerking van de provincie in de toezichtbrief over de begroting 2021 en het uitgangspunt van het college achten we het hoe dan ook verstandig en wenselijk om alle materiële budgetten te indexeren.
Vraag 4a:
Ed van Santen, VVD Stel dat een eventuele verhoging van de OZB Woningen met 200.000 euro naar 0 wordt gebracht door het verhogen van de OZB niet-woningen;
Wat betekent het laatste dan voor de verhoging van het tarief OZB niet-woningen? Beantwoording:
De OZB-tarieven van woningen en niet-woningen worden gebaseerd op de rapportages die wij tweemaal per jaar van het SVHW ontvangen. Het SVHW voert voor de gemeente Lansingerland de taxaties uit, en levert in Juni en September de bijgestelde raming per heffingscategorie aan. De bijgestelde ramingen worden overigens ook gebruikt om de korting op de Algemene Uitkering periodiek te herijken. In de laatst ontvangen raming (September 2020) worden de volgende grondslagen voor belastingjaar 2022 gegeven: Categorie Belastbare waarde Eigenaren niet-woningen €1.898.000.000 Gebruikers niet-woningen €1.721.000.000 Onder de aanname dat de €200.000,- OZB-woningen gelijk verdeeld wordt over de categorieën, zal het OZB-tarief eigenaren niet-woningen moeten stijgen met 0,0053% (€100.000 / €1.898.000.000) en het tarief gebruikers niet-woningen moeten stijgen met 0,0058% (€100.000 / €1.721.000.000).
Vraag 4b:
Ed van Santen, VVD Stel dat een eventuele verhoging van de OZB Woningen met 200.000 euro naar 0 wordt gebracht door het verhogen van de OZB niet-woningen; Hoeveel bedraagt deze verhoging gemiddeld in euro’s per niet woning per jaar?
Beantwoording:
Omdat er verschillende typen onroerende zaken bestaan die in de categorie niet-woningen vallen (van winkelpanden tot distributiecentra), is in onderstaand vergelijkend overzicht weergegeven wat de effecten van de genoemde tariefstijging zullen zijn voor de OZB-aanslag in euro’s voor eigenaren/gebruikers met verschillende WOZ-waarden. WOZ-waarde niet-woning €250.000 €450.000 €1.000.000 €5.000.000
Additionele stijging OZB-aanslag €27,75 €49,95 €111,00 €555,00
Vraag 1: Overzicht besparingsmaatregelen begroting 2021: Algemeen (bedragen x € 1.000) 2021 2022 Bezuiniging door geen 1,6% inflatiecorrectie toe te passen
484
LSL initiatief
45
472
45
2023 461
45
2024 Stand van zaken 461 Het niet toepassen van de
inflatiecorrectie is doorgevoerd in de begroting. Dit heeft tot gevolg dat wij als gemeente extra zorgvuldig kijken naar prijsverhogingen en uitgaven en hoe we deze kunnen voorkomen. We verwachten dat we deze bezuiniging kunnen waarmaken voor 2021 en verder. 45 De ombuiging is succesvol doorgevoerd in de begroting. Het budget voor Lansingerlands Initiatief is naar beneden bijgesteld met structureel € 45.000. Dit betekent dat we voor 2021 een (lager) budget beschikbaar hebben van circa €
Participatiebanen
20.000. Op 13 januari 2021 heeft het college de raad met brief U20.09889 geïnformeerd over de maatwerkvariant van het Lansingerlands Initiatief in 2021. In tegenstelling tot voorgaande edities, kunnen inwoners in 2021 het hele jaar door initiatieven indienen. Centraal zijn er in 2021 tot heden 4 initiatieven ingediend, die conform de maatwerkvariant zijn doorgeleid naar de betreffende afdelingen. 150 De maatregel is zonder problemen ingevoerd zonder effect te hebben op het doel dat we hebben met participatiebanen. Dit hebben we kunnen realiseren doordat we een belangrijk deel van de loonkosten gesubsidieerd krijgen door de rijksoverheid. Deze “inkomsten” waren bij het instellen van het budget niet voorzien. Het aframen van de €150k is dus gerealiseerd zonder daar voor in te leveren.
150
150
150
2021
2022
2023
Mantelzorg compliment
90
90
90
ZEIL fonds
40
40
40
Downsizen beleidsaccenten
0
255
255
CJG naar andere locatie
0
100
100
Re-integratie
200
200
200
Wijknetwerken onderwijsvisie
60
0
0
90 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 40 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 255 Voor 2021 teruggedraaid (n.a.v. amendement A2020-019) en voor de jaren daarna doorgevoerd in de begroting. 100 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 200 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 0 Ombuiging is gerealiseerd.
Onderwijsvisie: Innovatiebudget
50
50
50
50 Ombuiging is gerealiseerd.
Verbeteren verdiencapaciteit sportaccommodaties
50
50
50
Veiligheid Wijkgericht werken
25
25
25
Combifunctionarissen
0
30
30
50 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, maar, als gevolg van COVID en de gesloten sportlocaties, nog niet gerealiseerd. Er moeten nog stappen worden gezet om deze ombuiging te realiseren. 25 Budget is afgeraamd. Door het ontbreken van duidelijk beleid voor dit budget zijn er geen beleidsmatige aanpassingen nodig. 30 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, maar kan juridisch waarschijnlijk niet in 2022 en 2023 worden gerealiseerd vanwege contractafspraken en gewijzigde
Samenleving (bedragen x € 1.000)
2024
regelgeving. Wordt nog uitgezocht. Efficiency processen
10
10
10
Begeleiding Light inkrimpen
200
300
300
2021
2022
2023
Mutaties vastgoed voordelig
35
51
43
Gedeeltelijke vrijval stelpost Areaaluitbreiding Laten vervallen Verduurzaming IBP Exploitatie en kapitaallasten Nota activabeleid
295
305
120
200
426
553
700
700
700
Duurzaamheid
100
100
100
HRT
10
10
10
Vervallen van functie Economie
0
0
90
Kosten zwerfafval dekken via afvalstoffenheffing Efficiënter beheer en onderhoud door parkmanagementorganisaties
80
80
80
30
30
30
Minder parkeer/verkeerstellingen
25
25
25
Effect efficiency werkgroep Ruimte en Economie
30
30
30
2021
2022
2023
OZB/Verhoging inkomsten niet woningen door areaal uitbreiding OZB/Stabiliseren OZB-tarief zonder verdere verlaging collegeprogramma OZB/Geen inflatie-compensatie tarief
600
600
600
400
800
800
250
250
250
OZB/verhogen OZB-tarieven niet-woningen
400
750
1.050
Ruimte en Economie (bedragen x € 1.000)
OZB (bedragen x € 1.000)
10 Ombuiging is doorgevoerd door € 10k structureel in mindering te brengen op een van de vacatureruimte van de teams binnen het sociaal domein. 300 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 2024 71 Betreft technische mutatie m.b.t. vastgoed. Is ingeboekt in de begroting. 120 De vrijval van de stelpost is ingeboekt in de begroting. 679 Gerealiseerd door verduurzaming IBP niet uit te voeren. 700 Betreft de uitvoering van nieuw beleid, met name het gevolg van het verlengen van afschrijftermijnen. 100 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting. Het resterende budget in 2021 lijkt vooralsnog voldoende. 10 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting. Het resterende budget in 2021 lijkt vooralsnog voldoende. 90 Ombuiging wordt vanaf 2023 gerealiseerd. 80 Ombuiging is gerealiseerd door tariefsverhoging. 30 Door contractuele afspraken kan deze ombuiging in 2021 niet worden gerealiseerd. Dit is financieel vertaald in de Zomerrapportage 2021. 25 Ombuiging is doorgevoerd in de begroting, budget is afgeraamd. 30 Ombuiging is doorgevoerd door € 30k structureel in mindering te brengen op een van de vacatureruimte van de teams binnen het Ruimte en Economie. 2024 600 De OZB-ombuigingen zijn in de begroting doorgevoerd. Het SVHW rapporteert de 800 realisatie van de belastingaanslagen op kwartaalbasis.
Omdat de vervaldatum van 250 de OZB-aanslagen is gesteld op 31 mei, zal 1.050 het overgrote deel van de OZB inkomsten in dit kwartaal worden gerealiseerd. Om deze reden zal pas in de rapportage over het tweede kwartaal inzichtelijk worden of de realisatie van de OZB baten
(ongeveer) in lijn is met de begroting.
Vraag 3a en 3b: de verschillende componenten (> € 100k) die leiden tot de totale optelling van het materiële budget en of er sprake is van indexatieafspraken:
Component U 343700 Werken door derden (uitbesteding) U 343010 Overige goederen en diensten 1 U 343473 Groot onderhoud U 343210 Onderzoek en advies (juridisch advies: is 343280) U 341000 Diverse belastingen en heffingen U 343640 Onderhoud software U 343815 Restafval en gft: Inzameling U 343816 Restafval en gft: Afvoer en verwerken afval U 310000 Gas en electriciteit U 343443 BHP Straatreiniging: Onkruidbestrijding U 343109 Cursussen en opleidingen organisatie U 343072 De leraar trekt aan de bel U 343825 Kunststof/PMD: Inzameling U 343877 Afval breng station U 343895 Containerbeheer en registratie U 343410 Abonnementen, contributies en boeken U 343550 Regulier onderhoud verhardingen U 343480 Verzekeringspremies U 300000 Inhuur personeel van derden U 343845 OPK: Inzameling U 333300 Herinrichting groen U 343450 Schoonmaak en vuilafvoer U 343130 Catering U 343431 BHP BBS: klein onderhoud U 343460 Onderhoud gebouwen U 343491 BHP Speelvoorz: Onderhoud speeltoestellen U 343950 Rotterdampas U 343580 Beveiliging U 343817 Restafval en gft: Verwerken GFT U 343600 Huur- en lease overig U 343181 WGA-eigenrisicodrager U 343458 Areaaluitbreiding U 343704 Derden: verbeteren scheidingsgedrag U 343472 BHP Water: Klein onderhoud U 343425 Degeneratiekosten U 343070 Elk kind een kans U 343081 Lichte ondersteuning door vrijwilligers U 343650 Vastgoedinform.voorz.
(kadaster, GBKN, GIS, enz.) U 343220 Accountantskosten U 343071 Geen kind in de knel U 343200 Representatie tbv derden/niet medewerkers U 343740 Midoffice U 343540 Onderhoud wagen- en machinepark
Begroting 2022 4.400.455 3.142.643 2.697.163 1.525.335 1.418.775 1.138.420 1.080.000 865.000 824.528 753.254 628.634 613.758 600.000 575.000 425.000 422.440 378.041 340.506 339.087 315.000 280.000 259.292 250.000 228.879 220.200 208.642 204.198 199.750 192.500 184.000 177.077 151.408 150.000 138.307 137.340 134.703 132.530 123.180 119.926 118.105 116.421 103.898 103.000
Indexatie 2022 70.407 50.281 43.153 24.407 22.699 18.215 17.280 13.840 13.193 12.052 10.058 9.820 9.600 9.200 6.800 6.757 6.049 5.448 5.425 5.040 4.480 4.149 4.000 3.662 3.523 3.338 3.267 3.196 3.080 2.944 2.833 2.423 2.400 2.213 2.197 2.155 2.120 1.971 1.919 1.890 1.863 1.662 1.648
Indexatieafspraken Divers Divers Grotendeels Divers Divers Divers Ja Ja Onbekend Divers Nee Nee Ja Ja Ja Nee Divers Divers Divers Ja Onbekend Divers Nee Grotendeels Grotendeels Divers Nee Onbekend Ja Divers Nee Nee Divers Grotendeels Onbekend Nee Nee Divers Ja Nee Nee Nee Divers
U 343780 Elektronische dienstverlening (website) U 343270 Welstand Overige materiële budgetten < € 100k Totaal
101.490 100.000 2.796.235 29.414.120
1.624 1.600 44.740 470.621
Divers Onbekend Divers
1 T21.05337 Bijlage bij technische vraag Kadernota 2022
Bezoekers per uur Periode: 06-07-2020 t/m 01-06-2021 Locaties:
Servicepunt Bergschenhoek
Soort klant:
Afspraak
Tijd
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag Vrijdag
Totaal
08:00
0
0
0
0
1
1
09:00
0
1
1
0
3
5
10:00
0
0
0
2
0
2
11:00
168
163
171
152
151
805
12:00
777
859
820
812
788
4056
13:00
688
729
782
662
719
3580
14:00
507
544
553
502
511
2617
15:00
459
502
518
435
479
2393
16:00
419
451
472
388
418
2148
17:00
345
366
356
356
213
1636
18:00
326
332
350
368
208
1584
19:00
1
0
0
0
0
1
Totaal
3690
3947
4023
3677
3491
18828
Toont het aantal aangemelde bezoekers per uur, gesplitst in weekdagen. Tijd is gebaseerd op aanmeldtijd naar beneden afgerond op hele uren. Een bezoeker is een persoon die zich aanmeldt aan receptie of zuil. Eén bezoeker kan voor meerdere activiteiten komen, in dit rapport wordt de bezoeker dan 1x meegenomen. Elke bezoeker die is aangemeld wordt meegeteld, inclusief afgebroken of nog wachtende bezoekers.
17-6-2021 14:16:00
1/1