Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Commissie Algemeen Bestuur van 23 juni 2021
Agenda bijlagen BV21.0101 Agenda gezamenlijke commissies Kadernota 23 juni 2021 1 2 4 5 6 6.a
Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten - geen Stukken ter advisering aan de raad Kadernota 2022-2025 <P class=Huisstijlkleinekop>Gevraagde beslissing:</P> <OL> <LI>De Kadernota 2022 als kader voor de Meerjarenbegroting 2022-2025 vast te stellen.</LI> <LI>De reeds ingestelde reserve Boeterente leningenportefeuille van € 11.340.000 met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 te dekken uit de reserve Enecogelden en de eerdere onttrekkingen hiervoor aan de algemene reserve (€ 10.300.000) en de reserve Sociaal Domein (€ 1.040.000) terug te draaien.</LI></OL><br>Jan-Willem van den Beukel<br>BV<br> U21.03593 Meicirculaire 2021 inclusief 4w Corona steunpakket Voorstel Raad 16833 Voorstel B&W 16833 T21.04463 Kadernota 2022-2025 T21.05317 Beantwoording technische vragen Kadernota 2022 na tafeltjesavond T21.05269 Beantwoording technische vragen Kadernota 2022 T21.05337 Bijlage bij technische vraag Kadernota 2022
7.a 7.b 7.c 8
Actualiteiten uit het college Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Sluiting
Agenda bijlagen 1 BV21.0101 Agenda gezamenlijke commissies Kadernota 23 juni 2021
Agenda Aan de leden van de Commissie Algemeen Bestuur c.c. College van B&W, MT Uw brief van/kenmerk
ons kenmerk/afdeling -Griffie
Onderwerp Agenda Commissie Algemeen Bestuur d.d. 23 juni 2021
Doorkiesnummer 010-8004391/4392
Bijlage(n)
Lansingerland 10 juni 2021
Geachte commissieleden, Hierbij ontvangt u de agenda voor de digitale vergadering van de commissies Ruimte, Algemeen Bestuur en Samenleving gezamenlijk over de Kadernota, te houden op woensdag 23 juni 2021 om 17.00 uur. U bent uitgenodigd deze vergadering bij te wonen. De agenda voor de a.s. vergadering luidt als volgt: 1. 2. 4. 5. 6. 6.a. 7.a. 7.b. 7.c. 8.
Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten - geen Stukken ter advisering aan de raad Kadernota 2022-2025 Actualiteiten uit het college Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Sluiting
Hoogachtend, de voorzitter, Jan Pieter Blonk
6.a Kadernota 2022-2025 1 U21.03593 Meicirculaire 2021 inclusief 4w Corona steunpakket
Aan de leden van de Gemeenteraad
Verzenddatum
22 juni 2021
Ons kenmerk
U21.03593
Onderwerp
Meicirculaire 2021 inclusief 4e Corona steunpakket
Geachte leden van de raad, Preambule Graag zou de wethouder Financiën morgen bij aanvang van de bespreking van de Kadernota 2022 de gelegenheid krijgen om mondeling toe te lichten wat de financieel-bestuurlijke essentie is van voorliggende brief over de Meicirculaire 2021 inclusief het 4e Corona steunpakket. Want hoewel we ons realiseren dat de omvangrijke inhoud van deze brief op dit moment nog maar moeilijk door u is te betrekken bij uw voorbereidingen, hebben we u de informatie ook niet willen onthouden, nu deze bij het college na zorgvuldige ambtelijke analyse al wel beschikbaar is. Bestuurlijke samenvatting Op dit moment is het beeld dat de Meicirculaire 2021 ons structurele begrotingssaldo 2022 verbetert en dat dit saldo voor de latere jaren verslechtert. Echter, tussen nu en het moment van vaststelling van de begroting in dit najaar resteren er nog veel onzekerheden. Die onzekerheden kunnen zowel negatief als positief uitwerken op ons begrotingssaldo. Laten we niet op al die zaken vooruitlopen, maar stap voor stap en behoedzaam handelen. Het college ziet ernaar uit om uw wensen en bedenkingen te vernemen bij behandeling van de kadernota.
Samen met de nieuwe financiële inzichten uit deze Meicirculaire 2021 en de duidelijkheid over de aanvullende middelen voor jeugdhulp (in ieder geval de Septembercirculaire 2021) kunnen wij dan eind augustus/begin september een nieuwe integrale afweging maken, die de basis vormt voor de Begroting 2022-2025. Aanleiding Op 31 mei jl. verscheen de Meicirculaire 2021, die gemeenten informatie biedt over de (structurele) bekostiging van het Rijk via de Algemene Uitkering. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk voor het Gemeentefonds; de septembercirculaire staat in relatie met de Miljoenennota en in de decembercirculaire wordt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk afgesloten op basis van de Najaarsnota. Als gevolg van de coronapandemie heeft het Rijk diverse financiële steunmaatregelen voor gemeenten getroffen. In maart jl. zijn wij geïnformeerd over het 4e Corona steunpakket dat betrekking had op 2021. In de nu voorliggende circulaire is de verwerking daarvan via de algemene uitkering meegenomen en hebben wij die al verwerkt in de Zomerrapportage 2021. 1/15
In deze informerende brief tonen wij u de effecten van de veranderingen in het Gemeentefonds voor Lansingerland voor 2021 en verder. Helaas is de Meicirculaire 2021 pas erg laat beschikbaar gekomen –in eerdere jaren was dat niet anders- en ijlt daarmee na op onze Kadernota 2022. Op basis van beide financiële documenten zal het college de Begroting 2022-2025 gaan opstellen. In de kadernota is voor zover dat mogelijk was, wel geanticipeerd op de meicirculaire maar er resteerde nog een aantal risico’s. Die komen in deze brief nog eens aan de orde. Wij beginnen met een duiding hoe wij het instrument kadernota zien. Daarna geven wij de beschrijving van de effecten van de Meicirculaire 2021 op het financiële beeld zoals wij eerder in de Kadernota 2022 hebben gepresenteerd. Wij schetsen de uitkomst van de Meicirculaire 2021, afgezet tegen de cijfers van de Decembercirculaire 2020, waarbij rekening is gehouden met de recente brief over het 4e Corona steunpakket. De (incidentele) effecten van de Meicirculaire voor 2021, anders dan het 4e Corona steunpakket, verwerken wij in de Slotwijziging 2021; de meerjarige effecten worden verwerkt in de Begroting 2022-2025. Vervolgens lichten we in een technische uiteenzetting in 13 punten toe wat de Meicirculaire 2021 voor Lansingerland betekent. Het Gemeentefonds voorziet voor een groot deel in de bekostiging van gemeenten.
Voor een toelichting op de systematiek verwijzen wij naar onze brief: “Meicirculaire 2020 en Compensatie Rijk kosten Coronacrisis” van 15 juli 2020 (U20.05571). Kadernota als richtinggevend document De Kadernota 2022 is het document waarmee u als raad ons de richting geeft voor het opstellen van de Begroting 2022-2025. Dit document is als zodanig een momentopname, een inschatting van de financiële positie waar Lansingerland in 2022 en verder staat, op grond van de informatie die voor ons afgelopen maanden beschikbaar was. Ook de mogelijke ontwikkeling hoe de algemene uitkering voor Lansingerland zou kunnen uitpakken hebben wij moeten ramen. In de afgelopen maanden hebben wij u tussentijds steeds geïnformeerd over de stappen die wij daarbij hebben gezet. Vorig jaar hebben wij een begroting moeten opstellen zonder kadernota; zowel voor u als voor ons bleek dat geen ideale situatie. Bij de Kadernota 2022 hebben wij aangegeven dat er in financiële termen nog risico’s/onduidelijkheden spelen. Wij hebben een pakket aan ombuigingen voorgelegd met een omvang van € 2,5 miljoen structureel om zo de komende begroting in ieder geval vanaf 2022 structureel te kunnen sluiten. Wij realiseren ons dat deze ‘strenge financiële discipline’ niet los staat van pijnlijke ingrepen; het biedt daarentegen dan ook later de ruimte om nieuwe afwegingen te maken.
De Meicirculaire 2021 biedt inmiddels nieuwe inzichten; voor het lopende jaar 2021 zijn die duidelijk, van 2022 en verder geven zij echter nog niet het volledige beeld. Met name de berichtgeving over de uitspraken van de arbitragecommissie inzake compensatie voor de kosten in de jeugdzorg voor 2022 en verder zijn met onzekerheden omgeven. In de Septembercirculaire 2021 zou daar in ieder geval duidelijkheid over komen, wellicht al eerder. Graag willen wij eerst de politiek bestuurlijke behandeling van de Kadernota 2022 met u afronden. Daarna willen wij met uw richtinggevende uitspraken en de informatie uit de Meicirculaire 2021, aangevuld met de formele berichtgeving over de extra middelen voor de jeugdzorg, eind augustus/begin september een nieuwe integrale afweging maken. Op basis van deze elementen zullen wij de Begroting 2022-2025 opstellen en dan aan u voorleggen.
2/15
Effecten Meicirculaire 2021 in relatie tot de Kadernota 2022 Hieronder schetsen wij in tabel 1 hoe de meicirculaire in relatie staat tot het financiële beeld dat wij in de kadernota hebben geschetst. Daarbij laten wij u eerst zien wat de omvang is van de vrij besteedbare ruimte in de algemene uitkering voor Lansingerland voor 2022 en verder. Wij maken expliciet met welke bedragen wij al in de kadernota rekening hebben gehouden en welke financiële risico’s wij daarbij nog zien. Apart bieden wij u inzicht in de diverse taakmutaties; dat zijn weliswaar vrij inzetbare budgetten die via de algemene uitkering lopen, maar daar staan wel voorzieningen tegenover waarvan het Rijk het van belang acht dat gemeenten deze taken oppakken. In de Kadernota 2022 is het structurele begrotingssaldo na ombuigingen voor 2022 een tekort van € 10.000; 2023 laat een overschot zien van € 328.000 en daarna spelen er toenemende tekorten. Mutaties in de algemene uitkering (voor een duiding zie verder in de brief onder de punten 1 t/m 3) die voor Lansingerland vrij besteedbaar zijn komen voor 2022 uit op € 1,5 miljoen. Inmiddels laat de meicirculaire toe om de aanpassingen in het BTW-Compensatiefonds (BCF) op declaratiebasis als structureel dekkingsmiddel in te zetten; in voorgaande jaren boekten wij deze mutaties incidenteel in.
Aanpassingen in de rekentarieven 2022 van de WOZ-waardering (zie voor een toelichting onder punt 8) bieden voor ons een meevaller in de ramingen. Dit resulteert in een nieuw begrotingssaldo waarbij de reeds bij de kadernota opgenomen ramingen wel verrekend moeten worden. Met inachtneming van de budgetten voor de taakmutaties hebben wij na verwerking van de Meicirculaire 2021 een positief structureel begrotingssaldo van € 386.000 voor 2022. Dat is ook in overeenstemming met de uitgangspunten die wij met elkaar hebben afgesproken. Voor latere jaren resteren echter nog tekorten; voor 2023 is dat € 265.000 en dat loopt op tot € 3,7 miljoen in 2025.
3/15
Tabel 1 Bedragen x €1.000
2022
2023
2024
2025
Kadernota 2022: Structureel begrotingssaldo na ombuigingen
-10
328
-892
-3.198
1.575
604
43
802
BCF structureel inzetten als dekkingspost
260
260
260
260
WOZ-waarden mutaties Subtotaal begrotingssaldo na Meicirculaire 2022
441
438
430
328
2.266
1.630
-159
-1.808
-1.115
-1.115
-1.115
-1.115
Indexatie CAO 2%
-700
-700
-700
-700
Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel)
-500
-500
-500
-500
Mutaties Meicirculaire 2021 vrij besteedbaar
Reeds opgenomen in Kaderbrief: Algemene uitkering indexatie prijspeil 2021 naar 2022
Compensatie BUIG-gelden (inkomensdeel)
500
500
500
500
Niet realiseren ombuiging inkomenstoets pgb's*
-100
-100
-100
-100
Saldo reeds opgenomen in Kadernota 2022
-1.915
-1.915
-1.915
-1.915
Nieuw begrotingssaldo vrij besteedbaar
351
-285
-2.074
-3.723
Wet Open Overheid (WOO) lasten
-142
-160
-179
-200
Wet Open Overheid (WOO) baten
142
160
179
200
Versterking antidiscriminatievoorziening lasten
-26
-26
-27
-28
Versterking antidiscriminatievoorziening baten
26
26
27
28
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg lasten
-16
-16
-17
-17
Taakmutaties en aanpassingen conform Meicirculaire 2021**:
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg baten
16
16
17
17
Rijksvaccinaties Meningokokken lasten
-18
-19
-19
-20
Rijksvaccinaties Meningokokken baten
18
19
19
20
Voogdij/18+ lasten omlaag
708
708
708
708
Voogdij/18+ baten gekort
-708
-708
-708
-708
Overige
35
20
14
4
Extra middelen jeugdzorg***
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
35
20
14
4
386
-265
-2.060
-3.719
Herijking gemeentefonds 2023**** Subtotaal taakmutaties en aanpassingen Structureel begrotingssaldo na Meicirculaire 2021 * Recent bekend geworden gerechtelijke uitspraak ** Bestedingsrichting ligt vast
*** Omvang en bestedingsrichting nog niet duidelijk **** Omvang ligt nog niet vast
4/15
Relevante onderwerpen uit de Meicirculaire 2021 Met ca 100 pagina’s kent deze circulaire een forse omvang. Wij informeren u over de meest relevante en aansprekende onderwerpen en verwoorden dat in onderstaande 13 punten. Daartussen nemen wij u twee keer mee voor een tussenbeschouwing. 1. Accres ontwikkeling en nominale bijstellingen 2. Afrekening BTW-compensatiefonds (BCF) 3. Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen 1e intermezzo: cijfermatige aansluiting Meicirculaire 2021 en Decembercirculaire 2020 4. Incidentele compensatie Jeugdhulp 2021 5. Diverse taakmutaties 6. Beschermd wonen (via gemeente Rotterdam centrumgemeente) 7. Inburgering (IU) en Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) 8. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022 9. Het 4e Corona steunpakket 10. Integratie uitkering Voogdij/18+ 2e intermezzo: gekozen lijn bij de openstaande zaken 11. Uitspraak arbitragecommissie Jeugdzorg 12. Opschalingskorting 13. Herijking gemeentefonds 2023 1. Accres ontwikkeling en nominale bijstelling De uitkeringsfactor bestaat uit accresontwikkeling, nominale ontwikkeling, afrondingsverschillen en de BCF afrekening. Deze factor is een indicatie van de groei van het Gemeentefonds (feitelijk de ‘prijscomponent in de omvang van de koek’). We beginnen met een toelichting op de eerste drie posten.
Zoals in de vorige circulaire van mei 2020 is aangegeven, is het accres voor 2020 en 2021 vastgeklikt op de stand van de Meicirculaire 2020. De reden daarvoor is stabiliteit in de ramingen ten tijde van crisis; gemeenten worden dan niet geconfronteerd met eventuele bijstellingen als gevolg van aanpassingen in het Bruto Binnenlands Product (i.c. economische krimp als gevolg van de Coronacrisis). Vanaf 2022 volgt het accres weer de systematiek van ‘trap-op-trap-af’. Aangezien de loon- en prijsbijstelling bij het Rijk nu lager wordt geraamd, betekent dat een negatief accres voor de komende jaren; het accres neemt cumulatief af van € -345.000 in 2022 naar € -1,1 miljoen in 2025. In de ontwikkeling van het accres is reeds rekening gehouden met de oplopende opschalingskorting (zie daarvoor punt 12 van deze brief). Omdat de algemene uitkering in lopende prijzen wordt weergegeven speelt daarnaast het effect van de nominale ontwikkeling (verleggen basisjaar): vanaf 2022 is dat een tamelijk gelijke reeks van ruim € 1 miljoen. Met het oog op deze nominale ontwikkeling hadden we in de Kadernota 2022 een stelpost voor de indexatie prijspeil van 2021 naar 2022 opgenomen van € 1,1 miljoen. Deze stelpost werd opgenomen omdat wij bij het maken van de kadernota aangewezen zijn op de Decembercirculaire 2020 en daar was nog geen rekening gehouden met prijspeil 2022.
Aan het einde van deze brief gaan wij daar verder op in. Voor de nominale ontwikkeling vanaf 2023 is echter een negatieve reeks opgenomen die het opwaartse structurele effect dempt.
5/15
2. Afrekening BTW-compensatiefonds (BCF) Een ander component van de uitkeringsbasis is het BCF. De afrekening maakt onderdeel uit van de algemene uitkering, waarbij de omvang niet wordt bepaald door de maatstaven en gewichten, maar wordt afgerekend op basis van nacalculatie van een eerder verkregen voorschot. In de Septembercirculaire 2020 hebben we een voorschot voor 2021 ontvangen van € 262.000 voor het BCF. Omdat het BCF landelijk gezien minder is uitgeput dan in eerste instantie werd verwacht is de afrekening boven het plafond BCF bij de Meicirculaire 2021 € 259.000 incidenteel positief. Omdat niet verwacht wordt dat in de komende jaren de uitputting uit het BCF toeneemt, wordt in deze circulaire als advies gegeven om het voorschot en de afrekening als structurele dekkingsmiddelen in te zetten. Met het oog op het voorzichtigheidsbeginsel nemen we 50% als structurele dekkingspost mee bij de komende begroting voor 2022 en verder. Dit betekent per saldo dus een bedrag van ongeveer € 260.000. 3. Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen Naast de uitkeringsfactor is voor de algemene uitkering de ontwikkeling van de uitkeringsbasis relevant. Voor Lansingerland als groeigemeente is dit een positieve reeks. Dan gaat het feitelijk om bijstelling van de ‘hoeveelheidscomponent voor Lansingerland’.
Door in de aantallen, gewichten en maatstaven die specifiek voor Lansingerland van toepassing zijn, ontstaat er een oplopend voordeel van € 982.000 in 2022 naar € 1,9 miljoen in 2025. Een groot aandeel vormt hierbij de ontwikkeling in de maatstaf “inwoners: jongeren jonger dan 18 jaar”. Volledigheidshave vermelden wij dat het effect van de bovengemiddelde WOZ-waarde ontwikkeling in Lansingerland (negatieve maatstaf) hierin is verwerkt. Voorts zijn er diverse technische afrondingsverschillen. De in de jaren steeds meer negatieve reeks als gevolg van de effecten op de uitkeringsfactor (voornamelijk door het negatieve accres) wordt grotendeels gecompenseerd door de oplopende positieve reeks van de ontwikkeling uitkeringsbasis. Per saldo zien wij voor de komende jaren als vrij besteedbare ruimte wisselende, maar wel steeds positieve cijfers: in 2022 voor een bedrag van € 1.575.000 dat in 2025 is afgenomen tot € 802.000. 1e intermezzo cijfermatige aansluiting Meicirculaire 2021 en Decembercirculaire 2020 De bovengenoemde punten 1 t/m 3 hebben betrekking op de delen uit de algemene uitkering die naar hun aard voor gemeenten geheel vrij te besteden zijn. De cijfermatige aansluiting tussen de Meicirculaire 2021 en de Decembercirculaire is in tabel 2 weergegeven.
6/15
Tabel 2 Bedragen x € 1.000
Meicirculaire 2021
Verschil Meicirculaire 2021 ten opzichte van Decembercirculaire 2020 (inc maartbrief 2021)
2021
2022
2023
2024
2025
Berekening Meicirculaire 2021
75.942
75.408
75.244
77.358
78.776
Berekening Decembercirculaire 2020
72.974
73.864
74.668
77.336
78.086
2.448
1.544
576
22
690
Uitkeringsfactor waaronder BCF afrekening
249
592
-248
-866
-1.083
Ontwikkeling uitkeringsbasis aantallen en gewicht
652
982
852
909
1.885
Saldo vrij besteedbare ruimte
901
1.575
604
43
802
1.381
182
204
226
246
94
50
32
25
17
441
438
430
328
Maartbrief 2021 (4e Corona steunpakket incidenteel) Verschil (- =nadeel, + =voordeel)
521
Verklaring verschil:
Taakmutaties: Incidentele compensatie Jeugdhulp 2021, versterking antidiscriminatievoorziening, prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg en Wet Open Overheid en overige Inburgering (IU) en Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) WOZ-waarden mutaties Corona steunpakket Integratie uitkeringen Voogdij/18+ en Participatie Saldo taakmutaties en overige
37 35
-703
-702
-702
-702
1.547
-31
-29
-21
-112
2.448
1.544
576
22
690
De algemene uitkering bestaat echter ook uit een aantal taakmutaties, zijnde budget aanpassingen – weliswaar vrij besteedbaar- maar die wel samenhangen met taken die bij gemeenten zijn of worden belegd. Daarnaast maken integratie-uitkeringen (IU, tijdelijke bedragen, of aanvullende budgetten die na verloop van enige jaren in de maatstaven zijn verdisconteerd) en doeluitkeringen (DU, vrij besteedbaar maar bedoeld voor nieuwe taken) ook onderdeel uit van de algemene uitkering. Ook deze middelen zijn voor gemeenten in beginsel vrij besteedbaar maar worden door het Rijk ter beschikking gesteld voor noodzakelijke voorzieningen. Tabel 1 laat zien dat de taakmutaties en mutaties in de IU en DU zoals nu opgenomen in de Meicirculaire per saldo voor 2022 en verder maar een beperkt negatief aandeel vormen van hetgeen voor Lansingerland dan vrij budgettair beschikbaar is. Voor 2021 is dat echter een substantieel positief effect van € 1,5 miljoen incidenteel. Buiten het Gemeentefonds bestaan er nog specifieke uitkeringen van het Rijk, zijnde toegekende budgetten waarbij gemeenten geen bestedingsvrijheid hebben. Voor nadere informatie verwijzen wij volledigheidshalve naar de Sisa-bijlage in de Jaarstukken 2020. De punten 4 t/m 10 hebben betrekking op diverse taakmutaties, IU en DU die in de Meicirculaire 2021 zijn benoemd; die worden nu verder toegelicht. 4.
Incidentele compensatie Jeugdhulp 2021 Bij de Voorjaarsnota heeft het Rijk incidenteel voor het jaar 2021 landelijk € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg. Dit komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijk extra middelen die bij Voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021 en verder (structureel).
7/15
Hieronder lichten we de € 613 miljoen toe die is verdeeld in: - Algemene uitkering 438 miljoen en € 55 miljoen naar de VNG - Specifieke uitkering € 120 miljoen Rijk en VNG zijn in het voorjaar een incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten Jeugdhulp overeengekomen van € 493 miljoen via het gemeentefonds. Daarvan is nu in de Meicirculaire € 438 miljoen verwerkt; de overige € 55 miljoen is voor de VNG ten behoeve van regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening, hetgeen wordt verwerkt in de Septembercirculaire 2021. Het aanvullende budget van € 438 miljoen voor gemeenten is opgebouwd uit drie delen: - € 228 miljoen is bedoeld om gemeenten in staat te stellen de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Voor Lansingerland betekent dit een bedrag van € 684.000. - € 10 miljoen is om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Het aandeel voor Lansingerland bedraagt € 30.000. - € 200 miljoen kunnen gemeenten gebruiken voor de extra inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben: voor onze gemeente komt dat uit op € 600.000.
Voor de problematiek in de jeugdzorg ontvangt Lansingerland in 2021 in totaal € 1,314 miljoen via de algemene uitkering. Dit is exclusief de € 3 miljoen die we eerder ontvangen hebben voor de jaren 2019, 2020 en 2021 en die eerder is toegevoegd aan de reserve sociaal domein (zie U20.04229). In de Zomerrapportage 2021 die recent naar u is toegestuurd, maakte het college een inschatting van het aandeel voor Lansingerland van deze € 613 miljoen (zijnde € 1,3 miljoen) en hebben wij de raad voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de reserve sociaal domein. Voor een deel zien wij voor 2021 al noodzakelijke kosten, zoals de voorbereiding inkoop basis GGZ-plus (€ 100.000) en voor specialistisch ambulant netwerk (€ 50.000), waarover wij nog besluiten moeten nemen. Een relatief groot deel van de door het Rijk extra ter beschikking gesteld budget is nodig voor de aanpak van wachttijden bij de regionaal ingekochte specialistische jeugdzorg en komt derhalve ten goede aan de GRJR Jeugd, aangezien zij voor onze gemeente de specialistische jeugdzorg inkopen. Daarnaast komt er nog € 120 miljoen beschikbaar via specifieke uitkeringen, die verdeeld wordt over vier deelgebieden: 1. € 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ 2. € 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren 3.
€ 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units 4. € 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak) Deze middelen worden aan een beperkt aantal gemeenten (centrumgemeenten) of jeugdzorgregio’s uitgekeerd. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt en worden we hier dus later over geïnformeerd. Een klein deel van de middelen gaat gebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hiervoor wordt in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken gemaakt.
8/15
5. Diverse taakmutaties De volgende taakmutaties komen nu hier aan de orde: Wet Open Overheid (WOO), Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga), Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg en Vaccinatieprogramma meningokokken. Tegenover deze budgetten staan taken die onze gemeente moet oppakken. De initiatiefwet WOO is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. Deze zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De bedragen die Lansingerland daarvoor nu ontvangt zijn in 2022 € 77.000 oplopend tot € 81.000 in 2026.
Het structurele deel is bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Voor Lansingerland betreft dat in 2022 € 65.000 oplopend tot € 135.000 in 2026. De effecten van de WOO op de organisatie en de kosten die daarmee samenhangen worden nu door ons nader uitgewerkt. Wij kiezen ervoor om deze middelen te reserveren op de exploitatie zodat de middelen ingezet kunnen worden om de activiteiten te dekken die nodig zijn om de wet op een rechtmatige manier te implementeren. Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken structureel overgedragen aan de gemeenten. Wij nemen ons voor om deze middelen, van € 18.000 in 2021 oplopend tot € 20.000 in 2025 toe te voegen aan het beleidsveld jeugd. In 2009 is de Wga in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een antidiscriminatievoorziening (ADV). Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt.
De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grote publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Wij ontvangen hiervoor € 25.000 in 2021 oplopend tot € 28.000 in 2025. Wij stellen voor om de middelen toe te voegen aan het beleidsveld maatschappelijke ontwikkeling. Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg’. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind 9/15
te beperken, is het van belang tijdig hulp en ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en /of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. Wij ontvangen hiervoor € 16.000 in 2022 oplopend tot € 17.000 in 2025. Wij stellen voor om de middelen toe te voegen aan het beleidsveld jeugd. De overige mutaties voor 2021 en 2025 betreffen respectievelijk € 24.000 en € 6.000. 6. Beschermd wonen (via gemeente Rotterdam centrumgemeente) Voor dit onderdeel wordt vanaf 2022 landelijk € 31 miljoen structureel ontvangen voor volumeontwikkeling. Dit bedrag wordt samen met de loon- prijsontwikkeling (LPO) verdeeld over de centrumgemeenten, voor ons is dat de gemeente Rotterdam. In de komende septembercirculaire 2021 wordt nog een verrekening in het vooruitzicht gesteld omdat er meer cliënten zijn overgestapt naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en dus meer budget overgeheveld moet worden van de algemene uitkering naar het centraal administratiekantoor (CAK). 7. Integratie uitkering (IU) Inburgering en Decentralisatie uitkering (DU) Maatschappelijke begeleiding statushouders De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Om die reden wordt de IU Inburgering in 2021 met € 8.000 verlaagd voor Lansingerland.
Dit was een deel van het bedrag dat beschikbaar was gesteld voor de uitvoeringskosten. Als gevolg van het uitstel ontvangen wij net als andere gemeenten een aanvullend bedrag ter compensatie. In 2022 ontvangen wij € 39.000 dat afloopt naar € 2.000 in 2026. De compensatie houdt verband met drie aspecten: a) Het budget voor de ondertussen-groep1 wordt aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. b) Het Rijk wil de nieuwe instroom zo goed mogelijk aanpakken. Hierbij kan gedacht worden aan een warme overdracht, brede intake, advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. c) De extra implementatiekosten in verband met uitstel van de nieuwe wet. Voor de DU Maatschappelijke begeleiding statushouders ontvangen we in 2021 € 102.000 eenmalig als compensatie voor de kosten die we in 2020 hebben gemaakt. Dit ontvangen we omdat de instroom in 2020 uiteindelijk hoger was dan in eerste instantie ingeschat. Voorgesteld wordt om deze middelen op de exploitatie te laten landen en in te zetten voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld. 8. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022 De WOZ-waarde die gebruikt wordt bij de algemene uitkering is afhankelijk van de waardeontwikkeling van de objecten en de areaaluitbreiding (aantal objecten).
Elk jaar worden de rekentarieven binnen de algemene uitkering aangepast voor de ontwikkelingen bij de WOZ-waarderingen. Voor het uitkeringsjaar 2021 hanteert men de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2020; voor het uitkeringsjaar 2022 is dat op peildatum 1 januari 2021. Het verschil tussen beide peildata is de waardeontwikkeling gedurende 2020. Die ontwikkeling als gemiddelde voor het gehele land is volgens de Meicirculaire +9,0 % voor woningen en -1,0 %
1 Dat is de groep statushouders die dit jaar instroomt. Zij zijn gedupeerd omdat de wet is uitgesteld naar 1 januari 2022 en zij daarom niet onder de
nieuwe wet vallen en dus ook niet kunnen profiteren van alle nieuwe programma's en begeleiding. Er is nu budget aan ons toegekend om hen alvast te begeleiden in de geest van de nieuwe Wet die in 2022 in gaat.
10/15
voor niet-woningen. Deze waardeontwikkeling voor 2022 en verder hebben wij al bij de verwerking van de Decembercirculaire 2020 als neerwaartse bijstelling meegenomen in de cijfers. In de Meicirculaire 2021 zijn de rekentarieven (inflatiecorrectie) voor het uitkeringsjaar 2022 door het ministerie van BZK aangepast aan die landelijk gemiddelde waardenmutatie. Voor woningen blijkt het negatieve rekentarief lager, voor niet-woningen hoger, uit te vallen. De reden hiervoor is dat de waardeontwikkeling bij nader inzien lager ligt dan de inflatie. De aanpassingen die wij bij de verwerking van vorige circulaire hadden gedaan blijken nu teruggedraaid te kunnen worden. In Lansingerland hadden wij de waardeontwikkeling voor 2022 al aangepast, deze blijft nu dus constant. Omdat de waardenmutatie uiteindelijk minder hoog was dan in eerste instantie ingeschat worden de rekentarieven bij de woningen verlaagd anders leidt dit ten onrechte tot een te hoog kortingsbedrag bij de algemene uitkering. Bij de niet-woningen wordt het tarief zoals eerder beschreven verhoogd, omdat de inflatie lager is dan de waardeontwikkeling. Het effect van deze bijstelling van de rekentarieven levert nu voor ons een positief effect op in de algemene uitkering van € 441.000 in 2022 tot € 438.000 in 2025. Gemeenten hebben geen invloed op de hoogte van de inflatie.
Als de bovengenoemde rekentarieven niet in lijn met de inflatie worden bijgesteld zou de (negatieve) maatstaf ‘Eigen inkomsten WOZ’ ten onrechte hoger kunnen uitvallen. Eerder in deze brief is de uitkeringsbasis aan de orde geweest; het effect van de WOZ-waarde en de areaalontwikkeling voor Lansingerland in de komende jaren maakt onderdeel uit van de ontwikkeling in de uitkeringsbasis. 9. Het 4e Corona steunpakket In de maartbrief 2021 is het 4e Corona steunpakket gepubliceerd. De formele toekenning vindt nu plaat in de Meicirculaire 2021. Deze budgetten zijn al verwerkt in de Zomerrapportage 2021. Hieronder volgt een gedetailleerde toelichting op deze incidentele budgetten.
11/15
Tabel 3
Voor perspectief Jeugd en jongeren is een deel in de betaalspecificatie van 2020 meegenomen. Het gaat om een bedrag van € 57.000 dat wij niet meer in 2020 hebben kunnen meenemen. Wij verwerken dit bedrag daarom in 2021. Bij het uitkomen van de Meicirculaire 2021 blijkt dat de bedragen die eerder bij de maartbrief bekend zijn gemaakt iets afweken van het bedrag dat nu in de Meicirculaire 2021 bekend is geworden. Wij zullen het voordeel van € 10.000 verwerken in de Slotwijziging 2021. Voor een verdere specificatie 4e Corona steunpakket verwijzen wij naar de Zomerrapportage 2021. Inzake de Coronacrisis compensatiemaatregelen zijn er in deze circulaire aanvullend nog twee incidentele decentralisatie uitkeringen compensaties Corona toegevoegd namelijk: € 10.000 voor DU Jeugd aan zet € 27.000 voor DU Heroriëntatie zelfstandigen Wij gaan deze budgetten gebruiken voor dekking van extra kosten in de exploitatie. Ten slotte wordt in de Meicirculaire 2021 een vooraankondiging gedaan op de komende (incidentele) compensatie voor Corona (5e Corona steunpakket). De precieze toedeling vindt plaats in de komende september- of decembercirculaire. Het gaat dan om: Lokale cultuur en buurt- en clubhuizen € 60 miljoen (landelijk); wij schatten in dat dat voor Lansingerland uitkomt op ongeveer € 160.000.
Regionale en lokale cultuur, betreft instandhouding infrastructuur, evenals inkomstenderving medeoverheden als gevolg van kwijtschelding huren € 51,5 miljoen (landelijk); voor Lansingerland ongeveer € 137.000. Afrekening inkomstenderving 2020; voor Lansingerland is dat niet relevant aangezien wij eerder geen compensatie voor inkomstenderving hebben ontvangen. Meerkosten Wmo en Jeugdwet € 141 miljoen (landelijk); mogelijk betekent dat voor Lansingerland ongeveer € 376.000. 12/15
Het ligt in de rede deze aanpassingen bij de Slotwijziging 2021 te verwerken. 10. Integratie uitkeringen Voogdij/18+ en Participatie In de systematiek van de algemene uitkering maakt de loon- en prijsbijstelling onderdeel uit van het accres. Voor de IU ontvangen we in 2021 nog een apart loon- en prijscompensatie. Voor de IU Voogdij/18+ gaat het voor Lansingerland om € 30.000 in 2021. De andere bijstelling van € 5.000 betreft de IU Participatie. Voor de Voogdij/18+ werd tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgen we de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen en dat is niet fijn. Per 2022 wijzigt het stelsel voor het woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en gemeenten worden verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren waar een verschuiving plaatsvindt van de verantwoordelijke gemeente. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden 2 compensatieregelingen in het leven geroepen: Gemeenten die in 2022 nadeel ondervinden van de vervallen T-2-systematiek. Gemeenten die in 2022 en 2023 kosten moeten maken voor jongeren waar geen financieel verantwoordelijke voor is aan te wijzen.
In 2023 komt geen afrekening over 2021 en in 2024 evenmin een afrekening over 2022. Wel komt er een compensatieregeling voor nadeelgemeenten, de bedragen zijn nog niet bekend. Vanaf 2022 worden we structureel gekort voor € 708.000 (batenkant) omdat we door het woonplaatsbeginsel minder kinderen in onze gemeenten in behandeling hebben. Een deel gaat dus over naar andere gemeenten. Van belang is dat we dit monitoren en hier aan de lastenkant van onze begroting hetzelfde bedrag in mindering brengen (zie tabel 3 hieronder). We gaan dit verwerken in de begroting 2022 en verder. Intermezzo 2: gekozen lijn bij de openstaande zaken Bij de onderstaande punten 11 t/m 13 geven wij u een (kwalitatieve) toelichting op een aantal actuele zaken die met het Gemeentefonds samenhangen. Daarbij spelen nog onzekerheden over het tijdstip van beschikbaar komen van het budget, en is er nu nog onduidelijkheid over de precieze omvang in financiële termen. Dit is voor ons aanleiding dat wij het nu nog te vroeg achten om bedragen in het financiële beeld te verwerken. 11. Uitspraak arbitragecommissie Jeugdzorg Terugblik De uitvoering van artikel 2 van de Financiële Verhoudingswet gaf in het verleden problemen. Volgens dat artikel worden gemeenten gecompenseerd bij taakmutaties. Met name bij de 3D-operatie in 2015 ging dat schuren na het inboeken van een efficiencywinst van ± 20%.
Op het dossier jeugdzorg liep dat uit de hand. Ondanks vele klachten van de VNG hield de rijksoverheid de boot af voor structurele compensatie. Wel werden incidentele bedragen verstrekt in de jaren 2019 t/m 2022. Nadat onlangs de figuur van arbitrage mogelijk werd gemaakt, werd deze direct door de VNG ingeroepen op dit dossier. Hierin gesteund door een rapport van AEF dat concludeerde dat gemeenten in 2019 ± € 1,7 miljard meer hadden uitgegeven dan gecompenseerd hadden gekregen.
13/15
Arbitragecommissie Jeugdzorg De arbitrage is uitgevoerd door een commissie van wijzen, die nadrukkelijk ook heeft gekeken naar de resultaten van de commissie Sint over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel van jeugdzorg. De belangrijkste overweging van de arbitragecommissie was dat jeugdzorg wordt aangemerkt als een taak van (verplicht) medebewind. Dan worden alle kosten vergoed. De arbitragecommissie overweegt: Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. Daardoor is niet voldaan aan artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet (kosten verbonden aan de uitvoering worden door het Rijk aan gemeenten vergoed). De arbitragecommissie spreekt zich niet uit over een compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren tot en met 2021. Het doet een semi-bindend advies aan het nieuwe kabinet over de jaren daarna. Door demissionair minister Blokhuis is aangegeven dat gemeenten voor 2022 worden gecompenseerd voor een bedrag van € 1,314 miljard; over latere jaren zal het nieuwe kabinet een besluit moet nemen.
Dat betekent dat op dit moment nog geen uitspraak bekend is of de compensatie structureel van aard zal zijn. De arbitragecommissie spreekt ook maatregelen die kunnen leiden tot besparingen waardoor de te ontvangen compensatie stapsgewijs afloopt naar een waarde van € 1 miljard in 2028. Denk aan het beperken residentiële zorg € 0,3 miljard, afbakenen reikwijdte jeugdwet € 0,2 miljard, standaardisatie uitvoering € 0,2 miljard. Daarnaast zijn nog diverse bespreekpunten die volgens het rijk in 2028 € 0,7 miljard opleveren, maar waar VNG het nog niet mee heeft ingestemd. Denk bijvoorbeeld aan het van elkaar leren € 0,25 miljard. De arbitragecommissie doet geen uitspraak over de suggestie van AEF voor het introduceren van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage die tussen de € 0,8 en € 1,2 miljard kan opleveren. Dat vindt de commissie een politiek-bestuurlijke afweging. Commissie Sint De commissie Sint noemt diverse adviezen over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel. Een belangrijke is de reikwijdte van de Jeugdwet. Die wet noemt wel een minimaal voorzieningenniveau maar geen maximum. Gevolg is dat gemeenten hun beleidsvrijheid aanwenden om de keuzes te maken die bestuurlijk wenselijk zijn. Dat leidt tot verdringing van andere gemeentelijke taken. Tegelijkertijd zien ook diverse gemeenten kans wel degelijk de kosten in de hand te houden. Gemeenten kunnen dus leren van elkaar.
Dat wordt onderdeel van een zgn. ontwikkelagenda waar nog veel meer onderwerpen op staan. Het voorgaande overziende is sprake van een flinke doorbraak. Het gaat om erkenning van de gemeentelijke tekorten op jeugdzorg tot een groot bedrag. Wat het voor de komende begroting 2023 met bijbehorende meerjarenraming gaat opleveren komen we waarschijnlijk pas over een half jaar te weten, als hopelijk een nieuw kabinet is aangetreden. Op basis van de huidige informatie kunnen we niet nu al rekenen met een structureel voordeel dat voortkomt uit de € 1,314 miljard. Er zijn nog bestuurlijke besluiten nodig, zoals: Financiële effecten van de onderwerpen waar partijen nog geen overeenstemming hebben bereikt, waarvan de rijksoverheid uitgaat van een gemeentelijk nadeel, oplopend tot € 0,7 miljard in 2028; Mogelijke baten van inkomensafhankelijke ouderbijdragen tussen € 0,8 en € 1,2 miljard en Meerjarige effecten van de ontwikkelagenda.
14/15
Vervolgtraject Wij zijn geïnformeerd dat gemeenten in de Septembercirculaire 2021 worden bericht over de verdeling van de € 1,314 miljard met betrekking op 2022; nadrukkelijk is er nog sprake van een incidentele compensatie. Voor zover ons bekend wil het huidige demissionaire kabinet (vooralsnog) geen uitspraken doen over het structurele karakter van de compensatie. Het is niet uitgesloten dat gemeenten nog voor het zomerreces meer duidelijkheid wordt geboden. 12. Opschalingskorting Vorig jaar is bij de Meicirculaire 2020 de laatste tranche 2025 van de opschalingskorting toegevoegd, zodat de structurele maximale uitname van € 975 miljoen uit het Gemeentefonds is bereikt. Deze korting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen (van bovenaf opgelegd) is geschrapt in 2013. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast nog € 150 miljoen als gemist accres over die opschalingskorting. Als één van de maatregelen ter compensatie in het kader van de Coronacrisis is de ophoging van de opschalingskorting in 2020 en 2021 tijdelijk geschrapt. Nu is de minister van BZK van mening dat de opschalingskorting voor latere jaren ook geschrapt zou moeten worden (uitspraak op 11 mei jl. in de Eerste Kamer). De beslissing daarover ligt echter bij het nieuwe kabinet.
Tot die tijd is de oplopende reeks van de opschalingskorting nog verwerkt in de accressen. 13. Herijking gemeentefonds 2023 Over de herijking van het gemeentefonds bestaat nog onduidelijkheid. De definitieve verdeling en omvang van het gemeentefonds na de herijking zijn onderwerp van gesprek bij de kabinetsformatie. Wij zijn geïnformeerd dat het ministerie van BZK zich richt op invoering per 1 januari 2023. Dat betekent dat we bij de komende begroting nog geen rekening houden met vermeende voordelen. De provincie als financiële toezichthouder, heeft aangegeven dat het nu al verwerken van eventuele herijkingseffecten in de komende begroting nog niet aan de orde kan zijn. Tot slot Zoals in de brief aangegeven is de Kadernota 2022 een momentopname. Graag willen wij eerst met u dit traject politiek bestuurlijk afronden. Dat biedt dan ons de richting die wij nodig hebben om de komende begroting op te stellen. Samen met de nieuwe financiële inzichten uit de Meicirculaire 2021 en de duidelijkheid over de aanvullende middelen voor jeugdhulp (in ieder geval de Septembercirculaire 2021) kunnen wij eind augustus/begin september een nieuwe integrale afweging maken, die dan de basis vormt voor de Begroting 2022-2025. Met een vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Lansingerland
Lucas Vokurka Secretaris Nadere informatie Team
drs. Pieter van de Stadt Burgemeester Karim Touzani/Manus Twisk Financiën 15/15
1 Voorstel Raad 16833
Onderwerp
Kadernota 2022-2025
Portefeuillehouder
Jan-Willem van den Beukel
Registratienummer
BR2100055
Datum Raad
8 juli 2021
Gevraagde beslissing: 1. De Kadernota 2022 als kader voor de Meerjarenbegroting 2022-2025 vast te stellen. 2. De reeds ingestelde reserve Boeterente leningenportefeuille van € 11.340.000 met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 te dekken uit de reserve Enecogelden en de eerdere onttrekkingen hiervoor aan de algemene reserve (€ 10.300.000) en de reserve Sociaal Domein (€ 1.040.000) terug te draaien. 0. Samenvatting De Kadernota 2022 is het startdocument van de nieuwe planning & control-cyclus voor 2022. Het is het kaderstellend document op het gebied van beleid en financiën. Met het vaststellen van de kadernota bepaalt de raad de financiële kaders en uitgangspunten voor de Meerjarenbegroting 2022-2025. Het beleid komt voort uit het collegeprogramma, de voortgang van de uitvoering van de Begroting 2021, de structurele (beleids)effecten uit de Jaarstukken 2020 en autonome landelijke, regionale of gemeentelijke ontwikkelingen. In de kadernota zijn de mutaties tot en met medio april 2021 verwerkt. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2021 hebben wij op dit moment nog niet in beeld. Wel is een inschatting van het financiële effect van de meicirculaire opgenomen in de cijfers. Voor Lansingerland wenkt een mooi perspectief. Dat vraagt wel om een toekomstgerichte houding en om investeringen te doen vanuit een solide basis. In de Kadernota 2022 kijken wij vooruit.
Het laat de keuzes, afwegingen en ambities zien die wij zullen verwoorden in de Meerjarenbegroting 2022-2025. Maar dan wel op een verantwoorde wijze. Net als andere gemeenten wordt de gemeente Lansingerland geconfronteerd met een oplopend tekort in de begroting. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is dit tekort een gevolg van de toenemende kosten vooral binnen de Wmo en ook Jeugdzorg, in combinatie met de achterblijvende compensatie van het Rijk voor de kosten van deze doorgedecentraliseerde taken. Ook zijn de weggevallen dividenden van Eneco en Stedin nog niet volledig opgevangen. Voor 2022 wordt een tekort voorzien van € 2,5 miljoen structureel: 2022 2023 2024 2025 Nieuw beginstand structureel begrotingssaldo -1.221.000 -1.648.000 -1.750.000 -1.535.000 Autonome ontwikkelingen -843.000 -792.000 -787.000 -787.000 Algemene mutaties -1.299.000 -714.000 -1.938.000 -4.458.000 Stelposten 850.000 849.000 847.000 846.000 Structurele claims -24.000 -44.000 -41.000 -41.000 Structureel begrotingssaldo na nieuwe -2.537.000 -2.349.000 -3.669.000 -5.975.000 mutaties en structurele claims Het structurele tekort in bovenstaande tabel is met onzekerheid omgeven. Dat geldt voor 2022, maar zeker ook voor de latere jaren. Wanneer het Rijk gemeenten gaat compenseren voor de
1
tekorten op de jeugdzorg, zal naar verwachting het tekort niet of nauwelijks verder oplopen. Tegelijkertijd is onduidelijk hoe de economie zich gaat ontwikkelen en wanneer de pandemie is bedwongen. In dat licht huldigen we het adagium ‘better safe then sorry’. We dekken het tekort voor 2022 en schuiven daarmee de rekening niet door naar een volgende collegeperiode. Juist omdat zo veel nog onduidelijk is voor de jaren na 2022, willen wij ons nu maximaal inspannen om het huis op een verantwoorde manier op orde te houden. In de bedragen die ten grondslag liggen aan het meerjarenbeeld is rekening gehouden met de autonome ontwikkelingen op basis van de actuele begrotingsgegevens en onvermijdbare uitgaven aan de hand van vastgestelde uitgangspunten zoals loon- en prijsontwikkelingen en ontwikkeling van de algemene uitkering. Ook zijn ontwikkelingen binnen het sociaal domein, urentoerekening aan investeringen en de bijstelling van het MIP meegenomen in de cijfers. Na vaststelling van de kadernota door de raad worden deze ontwikkelingen en doelstellingen verwerkt in de komende begroting. De provincie eist van elke gemeente een sluitende begroting en grijpt in op het moment wanneer dat niet het geval is. Een structureel sluitende begroting in 2022 is dan ook het voornaamste uitgangspunt in de Kadernota 2022. De structurele lasten in 2022 dienen gedekt te worden door structurele baten.
Dat betekent dat er in de kadernota voorstellen tot ombuigingen worden gedaan om de financiële opgave van € 2,5 miljoen op te lossen. Ombuigingen doen soms pijn, maar door zelf aan de knoppen te zitten, nemen we onze verantwoordelijkheid voor een gezonde financiële huishouding en behouden we onze autonomie. Er is gezocht naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling, waarbij inwoners en samenleving altijd centraal staan en de uitvoering zoveel mogelijk is ontzien. Met het pakket aan maatregelen in deze kadernota kan Lansingerland verantwoord vooruit. Ombuigingen per beleidsveld 2022 2023 2024 2025 Dienstverlening Openbare Ruimte Economie Sociaal & Zorg Veiligheid Duurzaamheid Algemene dekkingsmiddelen
246.000 350.000 140.000 375.000 100.000 216.000 1.100.000
246.000 350.000 140.000 525.000 100.000 216.000 1.100.000
246.000 350.000 140.000 625.000 100.000 216.000 1.100.000
246.000 350.000 140.000 625.000 100.000 216.000 1.100.000
OZB Niet-woningen 500.000
500.000
500.000
500.000
OZB Woningen 200.000
200.000
200.000
200.000
Stedin 400.000
400.000
400.000
400.000
Totaal ombuigingen
2.527.000
2.677.000
2.777.000
2.777.000
Met de voorstellen tot ombuigingen in deze kadernota blijft de financiële positie van Lansingerland stabiel; de begroting is structureel in evenwicht in 2022, het weerstandsvermogen blijft op peil, de schuldpositie neemt verder af en de Enecogelden staan, na de investeringen in Horti Science en Stedin en de vorming van de reserve Boeterente, nog grotendeels ter beschikking voor investeringen.
2
1. Aanleiding/ context met tijdlijn Gedurende het proces van de totstandkoming van de kadernota heeft het college de raad telkens meegenomen in de afwegingen en keuzes die zijn gemaakt en die nu voorliggen in de kadernota. De raad is meermaals ofwel per brief (U21.01749 Achtergrondinformatie traject Kadernota 2022 en U21.02681 Uitkomst 2e retraite in traject Kadernota 2022), of door middel van beeldvormende avonden geïnformeerd over de stand van zaken van de kadernota. Daarbij is ook steeds relevante achtergrondinformatie gedeeld, zoals de sjablonen per beleidsveld (T21.02748) en de formats met achtergrondinformatie bij de begrotingsknoppen (T21.02747). Hierdoor had de raad de beschikking over dezelfde informatie als het college, op basis waarvan het college uiteindelijk tot een integrale afweging is gekomen om het structurele tekort van € 2,5 miljoen in 2022 op te lossen. Door deze informatie in een vroeg stadium met de raad te delen, heeft het college gehoor gegeven aan de wens van de raad om aan de voorkant van het traject van de Kadernota 2022 te worden meegenomen in het proces van inhoudelijke financiële oplossingen zoals verwoord in de motie Proces bezuinigingsscenario’s 2021 starten voor de kadernota (M2020-017). 2. Maatschappelijk effect De kadernota is het kaderstellend document op het gebied van beleid en financiën.
De nota geeft een schets van de beleids- en financiële ontwikkelingen voor de volgende begroting. Hiermee brengt de gemeente prioritering aan in beleidswensen en maken we gezamenlijk politiek-bestuurlijke keuzes over de ontwikkeling van Lansingerland. 3. Argumenten 1.1 Deze kadernota bevat de uitgangspunten voor het opstellen van de Meerjarenbegroting 2022-2025. De in deze kadernota voorgestelde ombuigingen, beleidskeuzes en -ontwikkelingen bieden de mogelijkheid om bij de Meerjarenbegroting 2022-2025 doelstellingen, resultaten en middelen aan elkaar te koppelen. 1.2 De algemene reserve biedt voldoende ruimte voor het dekken van noodzakelijke incidentele claims. In onderstaand overzicht staan de incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die uit de algemene reserve te dekken: Incidentele claim 2022 2023 2024 2025 Praktijkondersteuners huisartsen -307.000 (POH) Schuldhulpverlening -150.000 -150.000 -150.000 Verkiezingen -125.000 Verkiezingen (griffie) -20.000 Opleidingskosten raadsleden -20.000 Tijdelijke toename meldingen -76.000 -76.000 -76.000 openbare ruimte Ernstig enkelvoudige dyslexie (EED) -95.000 Frictiekosten flankerend beleid PM Totaal -793.000 -226.000 -226.000 -
3
Het saldo van de algemene reserve is ruim voldoende om deze incidentele claims te kunnen dekken, waarbij de ratio weerstandsvermogen in de jaren 2022-2025 binnen de afgesproken range blijft. De stand van de algemene reserve is berekend op basis van de stand per 1 januari 2021 zoals gepresenteerd in de Jaarstukken 2020, namelijk € 75,8 mln. De stortingen en onttrekkingen in 2021 die reeds door de raad zijn vastgesteld, tellen op tot de beginstand per 1 januari 2022. Het effect op het weerstandsvermogen van de onttrekkingen aan de algemene reserve in 2022 en latere jaren is als volgt: Bedragen x € 1.000 Stand algemene reserve per 01/01
2022
2023
2024
2025
67.514
76.198
75.748
74.926
Bestaande toevoegingen
75
59
355
355
Bestaande onttrekkingen
-888
-611
-59
59
Nieuwe onttrekkingen kadernota
-793
-226
-226
-
Terugstorten onttrekking instellen reserve Boeterente
10.300
-
-
-
-10
328
-892
-3.198
Weerstandsvermogen per 31/12
76.198
75.748
74.926
72.142
Benodigde weerstandscapaciteit
47.900
47.900
47.900
47.900
1,6
1,6
1,6
1,5
Saldo kadernota
Ratio weerstandsvermogen
1.3 Horti Science is één van de tien opgaven van het Toekomstperspectief Lansingerland. Horti Science is één van de tien opgaven van het Toekomstperspectief Lansingerland. Een belangrijke opgave, want dit economische cluster is goed voor éénderde van de werkgelegenheid in Lansingerland én staat centraal in de profilering van onze gemeente (‘Lansingerland: Home of Horti Science’). Innovatie binnen zowel de tuinbouwsector als duurzaamheid zijn speerpunten van het coalitieakkoord. We hebben een groot innovatief cluster aan glastuinbouwbedrijven inclusief drie wereldmarktleiders, Wageningen Universiteit als internationaal gerenommeerd onderzoeksinstituut en groene onderwijsinstellingen in onze gemeente of om de hoek. De vele kansen die dit biedt voor onze inwoners, ondernemers en kennisinstellingen willen we de komende jaren verzilveren. Dit vraagt om investeringen in uitvoeringscapaciteit en projecten gericht op 5 verschillende deelonderwerpen: Innovatie, Onderwijs-arbeidsmarkt, Gezondheid & Welzijn, Duurzaamheid en Gebiedsontwikkeling. Dit werken we komende maanden uit in de Horti Science Visie en bijhorend uitvoeringsprogramma. Op basis van de huidige inzichten is er voor de jaren 2022, 2023 en 2024 incidenteel € 1,2 miljoen per jaar nodig.
1.4 Een fonds van incidenteel € 500.000 voor corona-ondersteuning biedt (financieel) steun aan bedrijven en kwetsbare mensen in een (economisch) moeilijke tijd Mens en samenleving staan voor de gemeente Lansingerland voorop. Kwetsbare mensen en bedrijven die het moeilijk hebben bieden we steun. Het corona-ondersteuningsfonds is bedoeld voor subsidie aan lokale bedrijven en kwetsbare mensen, nadat al gebruik is gemaakt van compensatieregelingen van het Rijk. Om ook na corona een veerkrachtige samenleving te zijn is het van belang de mensen en bedrijven die het nodig te hebben te ondersteunen om door deze crisis heen te komen.
4
2.1 De reserve Boeterente leningenportefeuille is een structureel dekkingsmiddel waar de Enecogelden voor kunnen worden ingezet De reserve Boeterente is gevormd bij de eerste begrotingswijziging op de Begroting 2021-2024, om de problematiek van de wegvallende dividenden (deels) op te lossen. Er ligt derhalve een duidelijke relatie met de Enecogelden. De reserve is gevormd door het opheffen van de reserve Financieringsstructurering (€ 10,3 mln.) en een onttrekking uit de reserve Sociaal Domein (€ 1,04 mln.). De reserve Financieringsstructurering is op zijn beurt gevormd met een onttrekking aan de algemene reserve. Door de reserve Boeterente nu alsnog te vormen vanuit de Enecogelden, komen er extra middelen beschikbaar in de reserve Sociaal Domein en in de algemene reserve. Hierdoor verbetert ons weerstandsvermogen. 4. Kanttekeningen 1.1 Nog niet alle posten die zijn opgenomen in het structurele begrotingssaldo zijn volledig uitgekristalliseerd. Er zitten nog een aantal risico’s en onzekerheden in het begrotingssaldo, waaronder bijstelling van de BUIG-gelden, veranderopgave Jeugd, groei in gebruik WMO, ontwikkelingen in de Meicirculaire 2021, Cao-onderhandelingen en compensatie hiervoor vanuit het gemeentefonds. Daarnaast kunnen er op basis van voortschrijdend inzicht nieuwe ontwikkelingen en mutaties voordoen die op dit moment nog niet zijn voorzien.
Ook hierdoor kan het structurele begrotingssaldo nog wijzigen, zowel positief als negatief. 5. Financiële consequenties met dekkingsvoorstel Zie argumenten 1.2, 1,3, 1.4 en 2.1. 6. Juridische aspecten Artikel 189 van de Gemeentewet schrijft voor dat de gemeente moet zorgen voor een begroting die ‘structureel en reëel in evenwicht’ is. 7. Duurzaamheid N.v.t. 8. Extern draagvlak / burgerparticipatie N.v.t. 9. Verdere procedure Op 16 juni vindt beeldvorming plaats en op 23 juni volgt de behandeling in een gezamenlijke commissie. Na vaststelling van de kadernota op 8 juli worden de uitkomsten verwerkt in de Meerjarenbegroting 2022-2025. Bijlagen 1. Kadernota 2022-2025 (kenmerk T21.04463)
5
Datum Raad
8 juli 2021
Registratienummer
BR2100055
Onderwerp
Kadernota 2022-2025
De raad van de gemeente Lansingerland; Na het voorstel gelezen te hebben Op basis van de argumenten - deze kadernota bevat de uitgangspunten voor het opstellen van de Meerjarenbegroting 2022-2025; - de algemene reserve biedt voldoende ruimte voor het dekken van noodzakelijke incidentele claims; - Horti Science is één van de tien opgaven van het Toekomstperspectief Lansingerland; - een fonds van incidenteel € 500.000 voor corona-ondersteuning biedt (financieel) steun aan bedrijven en kwetsbare mensen in een (economisch) moeilijke tijd; - de reserve Boeterente leningenportefeuille is een structureel dekkingsmiddel waar de Enecogelden voor kunnen worden ingezet; Rekening te houden met - artikel 189 en 190 van de Gemeentewet. Besluit(en) 1. De Kadernota 2022 als kader voor de Meerjarenbegroting 2022-2025 vast te stellen. 2. De reeds ingestelde reserve Boeterente leningenportefeuille van € 11.340.000 met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 te dekken uit de reserve Enecogelden en de eerdere onttrekkingen hiervoor aan de algemene reserve (€ 10.300.000) en de reserve Sociaal Domein (€ 1.040.000) terug te draaien. Dit Raadsbesluit is vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in zijn openbare vergadering van 8 juli 2021, de griffier,
drs. Marijke Walhout
6
1 Voorstel B&W 16833
NVT
1 T21.04463 Kadernota 2022-2025
Kadernota 2022
Lansingerland verantwoord vooruit
Datum: 3 juni 2021 Corsa: T21.04463
1
Inhoud 1 2
Inleiding ................................................................................................................ 3 Baseline van de Kadernota .......................................................................................... 6 2.1 Vertrekpunt structureel begrotingssaldo ................................................................... 6 2.2
3
Nieuwe mutaties ............................................................................................... 6
2.2.1
Autonome ontwikkelingen ................................................................................. 7
2.2.2
Algemene mutaties ......................................................................................... 9
2.2.3