CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 14 januari 2021, gemeente Lansingerland44.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel van de Commissie Samenleving van 14 januari 2021

Agenda bijlagen BV20.0188 Agenda Samenl 14-01-2021 1 2 3

Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling verslag vorige vergadering BV20.0180 Verslag Commissie Samenleving d.d. 3 december 2020

4 5 5.a

Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten VERVALLEN Subsidieregeling 'Levendig Lansingerland' Griffie<br> Tussenevaluatie visienota onderwijs 2017-2025 Griffie<br> U20.09587 Raadsbrief Tussenevaluatie Visienota Onderwijs

5.b

T17.01857 Definitieve Visienota Onderwijs 2017-2025 "Met het oog op de toekomst" T20.13709 Stoplichtmodel tussenevaluatie visienota onderwijs T21.00175 Technische vragen CU tussenevaluatie visienota onderwijs 5.c

Deel 1 Midterm review: Evaluatie beleidsaccenten bij Versterken van veerkracht Griffie<br> U20.09894 Evaluatie beleidsaccenten bij Versterken van veerkracht T20.13826 Evaluatie beleidsaccenten T21.00190 Technische vragen en beantwoording van Wouter Hoppenbrouwer over midterm review: evaluatie beleidsaccenten bij Versterken van veerkracht T21.00369 erratumblad bij Midterm review sociaal domein deel II

6 6.a

Stukken ter advisering aan de raad Zienswijze Kadernota GRJR 2022 <P>De zienswijze op de Kadernota 2022 vast te stellen en deze naar de GRJR te verzenden.</P><br>Ankie van Tatenhove<br>SA<br> Voorstel Raad 15983 U20.09000 Zienswijze Kadernota 2022 GRJR I20.25390 Aanbiedingsbrief Kadernota 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond 14102020 I20.25391 Kadernota 2022 GR Jeugdhulp Rijnmond T21.00151 technische vragen CU Kadernota 2022 GRJR T21.00150 technische vragen L3B Kadernota 2022 GRJR

6.b

Verordening Sociaal Domein 2021 <P>Gevraagde beslissing:</P> <OL> <LI>De Verordening Sociaal Domein 2021 (T20.14076) vast te stellen per 1 januari 2021.</LI> <LI>De Verordening Sociaal Domein 2020 (T19.13049) in te trekken per 1 januari 2021.</LI></OL><br>Ankie van Tatenhove, Kathy Arends<br>SA<br> Voorstel Raad 16112 T20.14076 Verordening Sociaal Domein 2021 U20.09784 Raadsbrief als oplegger bij Verordening Sociaal Domein 2021 T20.12251 Wijzigingsdocument Verordening Sociaal Domein U20.09649 Reactiebrief advies conceptverordening Sociaal Domein 2021 T21.00170 Technische vragen sociaal domein begroting en verordening VVD T21.00169 Technische vragen CU verordening sociaal domein

7.a

Actualiteiten uit het college

7.b 7.c 8

Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Rondvraag en sluiting

Agenda bijlagen 1 BV20.0188 Agenda Samenl 14-01-2021

Agenda Aan de leden van de Commissie Samenleving c.c. College van B&W, MT Uw brief van/kenmerk

ons kenmerk/afdeling -Griffie

Onderwerp Agenda Commissie Samenleving d.d. 14 januari 2021

Doorkiesnummer 010-8004391/4392

Bijlage(n)

Lansingerland 23 december 2020

Geachte commissieleden, Hierbij ontvangt u de agenda voor de vergadering van de Commissie Samenleving, te houden op donderdag 14 januari 2021 om 20.00 uur in de raadszaal van het gemeentehuis aan de Tobias Asserlaan 1 te Bergschenhoek. U bent uitgenodigd deze vergadering bij te wonen. De agenda voor de a.s. vergadering luidt als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 5.a. 5.b. 5.c. 6. 6.a. 6.b. 7.a. 7.b. 7.c. 8.

Opening en mededelingen voorzitter Inspreker(s) Vaststelling verslag vorige vergadering Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen Bespreekpunten Subsidieregeling 'Levendig Lansingerland' (L3B onder voorbehoud, nadere informatie volgt) Tussenevaluatie visienota onderwijs 2017-2025 Deel 1 Midterm review: Evaluatie beleidsaccenten bij Versterken van veerkracht Stukken ter advisering aan de raad Zienswijze Kadernota GRJR 2022 Verordening Sociaal Domein 2021 Actualiteiten uit het college Actualiteiten uit de commissie Verbonden partijen Rondvraag en sluiting

Hoogachtend, de voorzitter, Alexander Kuipers

3 Vaststelling verslag vorige vergadering 1 BV20.0180 Verslag Commissie Samenleving d.d. 3 december 2020

VERSLAG Commissie Samenleving BV20.0180 Datum vergadering

: 3 december 2020

Digitaal aanwezig via Teams: Commissieleden: Leefbaar 3B : Leon Erwich, Machiel Crielaard, Wouter Hoppenbrouwer VVD : Marloes Draak, Juval Pat El, Eric Kampinga CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff WIJ Lansingerland : Leon Hoek, Erwin Barendregt CU : Paul Lieverse D66 : Erik Jonker, Eva Heijblom GroenLinks : Selgei Gabin, Anja de Geus PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili Wethouders

: Ankie van Tatenhove

Aanwezig in de raadszaal: Voorzitter : Alexander Kuipers Commissiegriffier : Rianne Kokke Afwezig CU

: Kees-Willem Markus

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond, beste leden van de commissie samenleving. Voordat we de vergadering starten, gaan we even kijken of u met voldoende mensen bent. Ik roep uw naam en als u even een teken van leven wilt geven, dan weet ik voldoende. De heer Barendregt, de heer Bergwerff, mevrouw Bouman, de heer Crielaard, mevrouw Draak, de heer Erwich, mevrouw Gabin, mevrouw De Geus, mevrouw Heijblom, de heer Hoek, de heer Hoppenbrouwer, de heer Jonker, de heer Kampinga, de heer Lieverse, de heer Pat El, mevrouw Verhoef, de heer Xhemaili: aanwezig. Goed, dan open ik de vergadering van de commissie samenleving, welkom allemaal. Er zijn geen mededelingen, anders dan dat de heer Bergwerff vandaag verjaart. Het kan niet op voor hem de laatste tijd, van harte gefeliciteerd. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 12 november 2020 De voorzitter: Zijn hier op- of aanmerkingen over? Dan stellen we hem vast. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Zijn er wensen of opmerkingen over? Nee. Dan stellen we de agenda vast. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Als de administratie goed is, dan is er 1 rondvraag binnen gekomen en die is van de heer Hoek. Ik zie geen andere vragende blikken, dus er is maar 1 rondvraag. 5.

Bespreekpunten: Niet van toepassing. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Aanbevelingen Rekenkamer rapport 'Belofte maakt schuld' De voorzitter: L3B heeft technische vragen gesteld en deze zijn beantwoord. Ze zitten bij de stukken.

1/21

De heer Crielaard, L3B: In de stemkastsessie van de rekenkamer eind 2018 vond L3B het belangrijk om onderzoek te laten doen naar schuldhulpverlening. We zijn dan ook blij met het rapport, dat nu voor ons ligt. We danken dan ook de rekenkamer voor hun inspanningen. Ook een woord van dank aan de ambtenaren voor de antwoorden op onze technische vragen. Dan naar de inhoud van het rapport. Op basis van het gedegen onderzoek van de rekenkamer is een aantal aanbevelingen gedaan. L3B denkt dat het goed is om uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit dit rapport. We zijn blij, dat het college in reactie op de aanbevelingen aangeeft, deze te willen overnemen, maar we wensen nog wel nadere toelichting op de overname van deze aanbevelingen. Betekent dit namelijk ook, dat het college alle conclusies deelt van de rekenkamer? Er is bij onze fractie ook nog onduidelijkheid voor wat betreft uitvoering van aanbeveling 3, het toegangsproces met de centrale ingang. In het raadsvoorstel wordt het college verzocht om alle aanbevelingen uit te voeren, maar in de reactie van het college op dit eerste deel van aanbeveling 3 zegt het college dat de toegang reeds is georganiseerd.

Hoe moet ik dit lezen? Betekent dit dat u een element van aanbeveling 3 niet zal uitvoeren bij het aannemen van het raadsvoorstel? Deelt het college conclusie 7 niet, dat de schulddienstverlening onvoldoende integraal is opgezet? Dan de vroegsignalering. U geeft in de beantwoording van de technische vragen aan, dat het de afgelopen periode niet is gelukt om partners als Dunea en Eneco aan te laten sluiten op de vroegsignalering, omdat dit te ingewikkeld bleek om tot stand te brengen. De rekenkamer adviseert om vroegsignalering te verbeteren door meer organisaties signalen van betalingsachterstanden te laten doorgeven. Hoe gaat het college dan deze aanbeveling uitvoeren, nu blijkt dat aansluiting ingewikkeld blijkt. Welke rol speelt het ondergetekende convenant daarbij? We hadden ook nog technische vragen gesteld over de demografische opbouw van het bestand van mensen in de schuldhulpverlening. Daaruit blijkt, dat het bestand momenteel grotendeels bestaat uit inwoners met een laag inkomen en daarbinnen zijn statushouders een belangrijk aandeel. Hierover is in voorgaande vergaderingen al het nodige over gezegd. Ik vraag me nog wel af welke concrete actie we in het nieuwe plan kunnen verwachten wat betreft jongeren. Kijkend naar de jaarverslagen van plangroep. In het rapport is een toename te zien van het aandeel jongeren met schulden.

Het wordt tevens zorgwekkender dat veel jongeren hun baan verliezen door de coronacrisis of dreigen te verliezen. Het baart L3B in het verlengde van deze ontwikkelingen zorgen, dat uit het rapport blijkt, dat met het preventiebeleid weinig middelbare scholieren bereikt zijn evenals specifieke doelgroepen uit ‘grip op geld’. Kan de wethouder daarom toelichten welke acties we mogen verwachten specifiek gericht op jongeren? Ik noemde corona net al even. Corona treft uiteraard niet alleen jongeren. Over de hele breedte zijn er naar verwachting straks meer huishoudens met schuldenproblematiek. Tegelijkertijd zegt de beantwoording op de technische vragen, dat u op dit moment niet de ambtelijke capaciteit heeft om nieuwe wettelijke taken op het gebied van vroegsignalering goed uit te voeren. U geeft ook aan, dat u met een voorstel komt hoe om te gaan met dit tekort. Kunnen we de te verwachten schuldengolf door corona wel adequaat opvangen? Al met al is L3B blij met het rapport van de rekenkamer, maar zit ook nog wel met een aantal vragen. We kijken uit naar de behandeling van het plan schuldhulpverlening, als het goed is volgende maand in januari. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Het is zeer onwaarschijnlijk dat de gemeente Lansingerland genoeg doet om het aantal huishoudens met schulden te verminderen. Dat is wel een binnenkomer.

Dat komt vooral, omdat maar weinig mensen met problematische schulden, de doelgroep, wordt bereikt. De gemeente heeft nauwelijks informatie over het aantal inwoners met problematische schulden en dus ook niet over wie het betreft. Op basis van landelijke kengetallen, maar ook lokale zorgpremiebetalersachterstanden en specifieke gegevens zoals het percentage lage inkomens van inwoners in Lansingerland bedraagt het aantal huishoudens met problematische schulden zo’n 1.200. Dus dat is een onderbouwde raming, niet zomaar een slag in de lucht. Het technische deel van de schuldhulpverlening heeft de gemeente neergelegd bij de professionele aanbieder, te weten Plangroep. Deze helpt schuldenaren een afbetalingsregeling te treffen en uit te voeren. Daarnaast geven Kwadraad, Humanitas en Schuldhulpmaatje schuldenaren hulp. Zij geven hulp bij het ordenen van hun administratie en coaching naar gezond financieel gedrag. De laatste jaren melden, volgens de beschikbare cijfers, steeds slechts zo’n 180 Lansingerlandse huishoudens zich aan voor schuldhulpverlening of hulp bij schulden. Dat betekent dat slechts 15%, van de naar schatting doelgroep van 1.200, slechts 15% wordt maar bereikt. Vergeleken met gemeenten in de regio is dit heel matig. Tenslotte: onder de beleidsadviseurs is het verloop erg groot.

De man die ons een aardige beeldvorming en presentatie gaf, ik hoop, dat hij er nog is, want het was een capabele en goede presentatie. Alles bij elkaar toont het college, dat het thema schuldhulpverlening te weinig bestuurlijke prioriteit heeft. Dat moet en kan volgens de VVD veel beter. Begin volgend komt er een nieuw plan schuldhulpverlening, namelijk voor de periode 2021-2025. Het college heeft de onderzoeksresultaten afgewacht om de aanbevelingen uit te kunnen werken van de rekenkamer. Dat wordt dan meegenomen in dat nieuwe plan. Met, heel belangrijk daarbij, een goed uitvoeringsplan. Een plan is mooi, maar je moet het wel goed uitvoeren. Het college neemt alle 9 aanbevelingen over, waarvan 1 gedeeltelijk. Ik licht 1 van de 9 er even uit, omdat deze de VVD bijzonder

2/21

aanspreekt. Dat betreft aanbeveling 2, gewoon als voorbeeld. Dat luidt: zorg dat het volgende beleidsplan meer concrete kwantitatieve doelstellingen bevat. Stel doelstellingen m.b.t. bereik, maximale doorlooptijden, trajectresultaten en recidieven, stel daar doelstellingen voor, maak het concreet. Maak een uitvoeringsplan bij het beleidsplan, waarin voor elk van de voorgenomen maatregelen de implementatie en uitvoerders benoemd worden. Geen wonder dat het college dit volledig omarmt. Van wethouder Van Tatenhove weten we immers, dat zij ook houdt van smart, u weet wel: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Qua planning, het werd al even genoemd, één ding viel me nog even op: in de bestuurlijke planning staat dan, dat aandachtspunten uit de midterm review over ons beleidsplan versterken van veerkracht worden meegenomen in de nieuwe plannen. Heb ik iets gemist? Ik heb het niet gezien, maar dat kan aan mij liggen. Kortom: het nieuwe beleids- en uitvoeringsplan biedt een gouden kans voor een herstart van schuldhulpverlening. Passend in deze tijd van het jaar, vol verwachting klopt ons hart: wij hopen in januari aanstaande het nieuwe plan te mogen beoordelen, dat het een heel mooi plan is. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Erg verdrietig werd ik toen ik de reactie van de rekenkamer las over ons beleid op schulddienstverlening.

Wat hebben wij gefaald als gemeente, dacht ik bij mezelf. Zeker in deze coronatijd kampen mensen, waaronder veel ZZP’ers met een lager inkomen dan gebruikelijk. Deze mensen hebben vaak geen weet waar zij kunnen aankloppen om hun financiële neergang te bespreken. Dit is dan maar 1 voorbeeld. Wij als CDA zijn daarom, net als voorgaande sprekers, ontzettend blij en dankbaar voor dit rapport, zodat wij deze inzichten hebben gekregen. Wat het CDA op dit moment belangrijk vindt, is dat er een nieuw beleidsplan onze kant op komt. Dit gebeurt gelukkig in het nieuwe jaar. Dit plan moet, net als wat de VVD al aangaf, nu wel naar behoren uitgevoerd kunnen worden. Ik zal het kort houden en ik kan alvast verklappen dat wij het verzoek van het college, om de aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen, accepteren. Uit de antwoorden op de goede vragen van L3B is te lezen dat er onvoldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar is om de wettelijke taken goed uit te voeren. In januari komt dan dus dat nieuwe plan schuldhulpverlening onze kant op. Hierin kunnen wij lezen waar de extra gelden, te weten € 90.000 op jaarbasis, vandaan komen. Het CDA zou het heel erg op prijs stellen als de wethouder nu al het tipje van de sluier kan oplichten en ons iets kan vertellen hoe deze extra in te zetten fte gefinancierd wordt.

Wij spelen daarbij met de gedachte om het college zo spoedig mogelijk met een plan te laten komen om met name ZZP’ers, die financieel een harde klap hebben gekregen door de coronacrisis te vinden en een helpende hand te bieden. Dit zou eventueel tijdelijk wellicht los geknipt kunnen worden van het plan schuldhulpverlening, zodat deze groep, die door corona in de problemen zijn gekomen wellicht nog sneller geholpen kan worden. Dit is overigens ook expliciet genoemd door de rekenkamer. Zij stelden dat de Lansingerlandse ZZP’ers, welke getroffen zijn door de coronacrisis, zo spoedig mogelijk opgespoord moeten worden. Ik hoor graag van de wethouder hoe zij hiernaar kijkt om het onderdeel ZZP’er in coronatijd los te knippen van het grotere geheel om zo sneller te kunnen optreden. Dank u wel. De heer Barendregt, WIJ: In het pre-coronatijdperk was het niet ongebruikelijk was het niet ongebruikelijk om wat te dralen in de publieke ruimte. Zo ontdekte ik ook een poster over eerste hulp bij schulden. Op die poster werd verwezen naar de gelijknamige website en op deze website kun je een postcode check doen om inzicht te krijgen in het schuldenrisico in een bepaald postcodegebied. Dus ik deed deze check voor mijn eigen postcode en ik kreeg een 9 toebedeeld. Op school was dit een mooi cijfer, maar in dit geval totaal niet.

Het cijfer geeft namelijk blijk van het feit dat schulden in mijn postcodegebied veelvoorkomend zijn. Het voorliggend rapport van de rekenkamer wordt hiermee heel concreet. Je kunt de gezichten als het ware voor je halen. Vanuit dit licht beschenen, zal het u niet verbazen, dat de conclusies van het rapport mij niet gerust stellen. Nu is het rapport omvangrijk, daarmee is het een ware kunst om het in 5 minuten te behandelen. Het kernwoord van het rapport is voor WIJ echter toch wel het woord ‘inzicht’. Dan vooral het gebrek hieraan. Illustratief hiervoor is het getal 1.200. Dat werd ook al even aangestipt door de VVD. Dit aantal huishoudens in Lansingerland zou tot de schuldenrisico-doelgroep behoren. Ik schrok van dit getal. Maar meer nog van het feit, dat de doelgroep onvoldoende bereikt lijkt te worden. Als ik de vergelijking maak met Capelle en Rotterdam, dan doen wij het echt fors minder. De tweede hoofdconclusie van het rapport wijst in de richting van een oorzakelijk verband tussen het vastgestelde beleid enerzijds en het geringe bereik anderzijds. Ik citeer: een oorzaak van het geringe bereik, dus dat het vastgestelde beleid rondom schulddienstverlening, dusdanig onvolledig en onuitgewerkt is, dat he nauwelijks richtinggevend is voor de uitvoering. Dit is een harde conclusie. Een conclusie waar ook bij stil gestaan moet worden.

Het is te makkelijk, wat ons betreft, om de aanbeveling voortvloeiend uit de conclusie alleen maar mee te nemen. Daarom stel ik ook een aantal vragen. De meest eenvoudige vraag is: hoe heeft het zover kunnen komen? Als ik dat dan meer concreet maak: waarom doen andere gemeenten het in verhouding beter dan wij? Hoe kunnen we leren van andere gemeenten? Is het bijvoorbeeld mogelijk om via intergemeentelijke audits de dienstverlening kritisch te toetsen? Wat heeft de adviesraad sociaal domein ons te zeggen over de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de schulddienstverlening Lansingerland? In deze raadscommissie wordt vaak voor

3/21

gehouden, dat we het op gebied X en gebied Y van het sociaal domein beter doen dan onze omringende gemeenten. Dat heeft mij ook wel trots gemaakt, maar het voorliggende rapport over de schulddienstverlening laat nu echt een ander, minder rooskleurig beeld zien. Hoe weten we nu zeker, dat dit niet voor meer onderwerpen binnen het sociaal domein geldt? Deze vraag blijft bij mij hangen. Concluderend: het is goed dat het college nagenoeg alle aanbevelingen vanuit de rekenkamer overneemt. Dit moet alleen geen eindpunt zijn, maar een startpunt van een kritische reflectie, het liefst op een zo concreet mogelijk niveau. De schuldenrisico in die groep heeft namelijk een gezicht. Het kan immers om de man of de vrouw uit je eigen straat gaan. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: Ik wil graag in de eerste termijn inzoomen op het rekenkamerrapport en wat we daarvan zouden kunnen vinden. In de tweede termijn wil ik stil staan bij suggesties voor een nieuw beleidsplan. De eerste zin in het bestaande beleidsplan 2016-2020 zegt: het is een utopie, dat iedereen in Lansingerland schuldenvrij is. Dat is een goede vaststelling, maar het kan leiden tot een houding van laissez-fair. Dat is waar dit rapport op lijkt te wijzen.

Vandaar mijn eerste vraag: vindt het college, vinden we met elkaar, dat hier sprake is van een probleem? De gemeente heeft hier een wettelijke taak, maar behalve dat het een taak is, vinden we ook, dat hier sprake is van een probleem. Schuldenproblematiek gaat niet over cijfers, ook al staat het rekenkamerrapport daar vol van. Het gaat niet eens over bedragen. Het gaat om eenzaamheid, het gaat om: niet naar een verjaardagsfeestje kunnen, het gaat om: geen schoenen kunnen kopen, het gaat om: geen geld om een kapot fornuis te laten repareren, het gaat om: een huis in de veiling moeten doen, het gaat om echtscheiding. De CU vindt het daarom een groot probleem, dat we er in Lansingerland zo slecht voor staan op dit punt. Niet alleen voor de 180 probleemsituaties, die in beeld zijn, maar dus ook voor de 1.200 buiten beeld. Het huidige beleidsplan spreekt al over preventie in de vorm van vroegsignalering. Wat gaat hierin mis? Het huidige beleidsplan spreekt al over aansluiting van een landelijk convenant. Heeft dat iets opgeleverd? Anders dan het CDA stellen wij, als we niet in staat zijn te analyseren wat er in de uitvoering mis gaat, dat een nieuw beleidsplan niet eens zin heeft. Wat ik nu ga zeggen lijkt misschien off topic, maar het is als waarschuwing bedoeld.

Als we één ding geleerd hebben van de toeslagenaffaire, dan is het dat het gapende gat tussen beleidsmakers en uitvoerders van beleid. Dat moeten we zien te voorkomen. Ik heb uitgebreid gesproken met een coördinator van schuldhulpverlening, in mijn geval Schuldhulpmaatje. Daar kwam een heleboel interessante gegevens naar voren. Eén is, dat er heel goed samen gewerkt wordt door de betreffende instanties, met name Schuldhulpmaatje en Humanitas hebben een uitstekende samenwerking. Het is keihard werken op dit gebied met teleurstellingen, maar ook werd gemeld, dat er een heel hoog succespercentage is voor de personen, die de hulpverlening aangrijpen en het traject ook helemaal af maken. Waarom zijn deze successen niet in het rekenkamerrapport terecht gekomen onder de resultaatmeting? Ze zijn wel aangeleverd, werd me verzekerd. Ik kom tot een paar vragen in deze eerste termijn. Is er een probleem? Of gaan we het bagatelliseren? Wat gaat er mis bij vroegsignalering? Wat toch één van de sleutels is hierbij. Heeft het aansluiten bij het landelijk convenant iets opgeleverd? Of was dat een papieren tijger? Hoe kan het dat gegevens van schuldhulpverleners, die het werk doen, niet in de resultaatmetingen terecht zijn gekomen? Eigenlijk komen al die vragen op hetzelfde neer. Hoe schudden we de houding van laksheid af, waar het op lijkt, en pakken we het probleem echt aan? Dank u wel.

De heer Jonker, D66: Zoals door veel fracties al aangegeven: schuldenproblematiek is een grote uitdaging voor onze gemeente, maar eigenlijk voor alle gemeenten. Het aantal huishoudens met problematische schulden blijft toenemen. Ongetwijfeld zal ook de coronacrisis leiden tot een extra toename, met name omdat veel steunmaatregelen uitstel van betaling omvatten. We moeten ons niet in slaap laten sussen door wellicht een beperkt aantal persoonlijke faillissementen De grote klap gaat op dit vlak nog komen de komende maanden. Wat D66 betreft, spreekt er een grote urgentie uit het rekenkamerrapport. En terecht. Er is geen inzicht, onvolledig en onuitgewerkt beleid. Veel vernietigender kan je eigenlijk niet worden. De rekenkamer spoort het college dan ook aan om alle aanbevelingen over te nemen. Ik ben blij, dat het college dit ook doet. Ze geeft aan, de aanbevelingen op te nemen in het plan schuldhulpverlening, dat op 28 januari in deze raad zal worden besproken. Overigens willen we L3B bedanken voor de technische vragen, die nog wat extra inkleuring gaven t.a.v. dit onderwerp. Vervolgens is er een flink aantal aanbevelingen, die ik niet zal herhalen, maar die we van harte ondersteunen. Ik wil bij een aantal nog een korte opmerking maken. Allereerst m.b.t. het toegangsproces.

Dat gaat over een centrale ingang om het probleem van de cliënt goed in beeld te brengen, volgens het principe van 1 klant, 1 plan, 1 regisseur. Ik zou daar ook aan willen toevoegen, dat het belangrijk is dat in het hele proces de burgerinwoner centraal wordt gesteld. Een ambtelijk dossier is belangrijk, maar we missen de focus daarop. Degene die geholpen wordt en een schuld heeft, moet toegang hebben tot de informatie die op hem of haar van toepassing is, welke acties en afspraken er zijn gemaakt, bijvoorbeeld hoe om te gaan met de verschillende budgetten. Ze moeten het op een makkelijke manier kunnen volgen. We bankieren allemaal op onze smartphone en idealiter heb je ook een app of een buddy op je telefoon zitten, die je helpt om uit de schulden te komen. We hopen ook, dat dit in de uitvoering wordt

4/21

meegenomen. Er zijn gelukkig legio voorbeelden van andere gemeenten, die op dit vlak successen hebben geboekt. We hopen dat het college daarvan kan leren. Ten aanzien van de aanbeveling om jaarlijks door een onafhankelijke partij steekproefsgewijs een klanttevredenheidsonderzoek te laten doen, door een onafhankelijke partij of door de gemeente zelf: we willen graag dat dat door een onafhankelijke partij gebeurt en niet door de gemeente zelf. Een slager die zijn eigen vlees keurt, lijkt ons geen goed plan. Afsluitend moet me wel iets van het hart. We krijgen heel veel rekenkamerrapporten in de loop der tijden en ook deze is weer goed en bevat veel goede aanbevelingen. Het is ook een beetje off topic, maar misschien is het een idee om in de toekomst de aanbevelingen van de rekenkamer te monitoren. Ik weet niet of we dat al doen, maar om bij te houden in hoeverre aanbevelingen worden opgevolgd en worden gerealiseerd. Dat is zeker in dit geval van belang, gezien de urgentie van de problematiek, zoals ook door velen is aangestipt. Daar wilde ik het op dit moment bij laten. Mevrouw Gabin, GL: Allereerst willen wij de rekenkamer bedanken voor het opstellen van het rapport. Uit het rapport ‘belofte maakt schuld’ is gebleken dat onderzoek naar schulddienstverlening erg noodzakelijk was.

GL vindt de uitkomsten zwaar teleurstellend en we hebben te doen met inwoners, die niet bereikt zijn door het tekortkomen van de gemeente. Het huidige beleid is onvolledig en onuitgewerkt, waardoor het nauwelijks richtinggevend is voor de uitvoering. Vanwege de coronacrisis zal er een stijgend aantal hulpvragen verwacht worden. Nog een reden om alle aanbevelingen van de rekenkamer op te volgen met de nodige ambtelijke capaciteit en de nodige structurele dekking hiervan. Wij vinden dat organisaties zoals Schuldhulpmaatje, Humanitas en Kwadraad niet genoeg opgeleid zijn om de achterliggende problemen te verhelpen. Het bestaat namelijk grotendeels uit vrijwilligers. Ze doen het met de beste bedoelingen, maar de expertise mist nogal. De problematiek is vaak erg complex, de vraag is dan of deze mensen goed in beeld komen en ook in beeld blijven. Dit moet snel aangepakt worden. In januari komt het college met een plan schuldhulpverlening. Wij verwachten, dat dit plan volstaat met daarin alle aanbevelingen. Ook aanbeveling 3 zou ons inziens moeten worden opgevolgd. Er is altijd ruimte voor verbetering. Ook het toegangsproces kan meer inzichtelijk worden gemaakt, zoals de rekenkamer dat omschrijft. Wij hebben dus daarover dezelfde vraag die L3B ook al eerder heeft gesteld. Wij horen graag wat meer duidelijkheid van de wethouder hierop.

De heer Xhemaili, PvdA: De PvdA-fractie is niet verrast door de snoeiharde conclusie van de rekenkamer, want de rekenkamer gaat er met een gestrekt been in. Mij viel eerder het gebrek aan sociale passie en compassie op, het gaat om armoede en schuld binnen onze gemeente. Nu toont ook dit rapport het gebrek aan bestuurlijke verantwoordelijkheid aan, namelijk het college heeft geen inzicht in het aantal huishoudens met problematische schulden, het beleid is gebrekkig en onvolledig en daarnaast is er gebrek aan prioriteit en urgentie vanuit het college. Het passende patroon, dat mijn fractie al eerder signaleerde, het niet volledig in beeld kunnen of willen krijgen van het aantal kinderen, dat in armoede leeft in Lansingerland en opgroeit. Het blijven volharden dat eigen kracht ideologie bij WMO en jeugdzorg. De gemeente heeft een zorgplicht richting haar inwoners, want er zijn inwoners die hulp keihard nodig hebben. Denk aan eenoudergezinnen, jongvolwassenen, huishoudens met een bijstandsuitkering en huishoudens met een niet-westerse achtergrond. Echter, schulden zijn niet voorbehouden aan mensen met een minimum inkomen of een bijstandsuitkering. Dit beeld is al lang achterhaald, als zijn dit natuurlijk wel de meest kwetsbare groepen.

Persoonlijke drama’s en tegenslagen, zoals werkloosheid, ziekte, echtscheiding of huis onder water, kunnen ook bij mensen met een midden of zelfs hoger inkomen financiële ellende veroorzaken. Ook ouderen, die moeten rond komen van alleen een AOW-uitkering hebben het vaak moeilijk. Hetzelfde geldt voor veel ZZP’ers en studenten of pas afgestudeerde jongeren. Kortom: schulden raken alle lagen van de bevolking, dus ook een hoop Lansingerlanders. Zo hebben we de afgelopen tijd veel gehoord over de toeslagenaffaire van de belastingdienst. Ik heb een vraag voor de wethouder. Heeft de wethouder in beeld hoeveel inwoners van Lansingerland de dupe zijn geweest van de ellende van de belastingdienst? Is daar een beeld of een inzicht in? Ik kan me niet voorstellen namelijk, dat een persoon ervoor kiest om vrijwillig in de schulden te komen. Er is geen tijd te verliezen om snel en daadkrachtig in te grijpen. Zoals eerder benoemd heeft de gemeente Lansingerland een zorgplicht voor haar inwoners op het gebied van welzijn en sociale zaken. Dit is des te meer zorgelijk omdat de coronacrisis de vraag naar gemeentelijke schuldhulpverlening de komende periode waarschijnlijk zal doen groeien. Het aantal mensen, dat schuldproblemen heeft in Lansingerland is vergeleken met andere gemeenten nog te behappen, volgens mij, want de cijfers zijn niet helemaal goed in beeld.

Dus we zeggen, dat de gemeente deze cijfers goed in beeld moet krijgen om gericht te kunnen adviseren en steunen. Laagdrempelig en echt nodige hulpverlening is noodzakelijk. Het is een maatschappelijk probleem, waar een taboe op heerst. Dit taboe moet ook worden doorbroken en daar ligt een taak bij de gemeente. Schulden hebben vaak ook een onderliggend probleem. Gokverslaving, alcoholverslaving, drugsverslaving en koopverslaving. Daarnaast kunnen ook psychologische en mentale problemen een rol spelen. Dit zijn enkele voorbeelden. De onderliggende problemen, die de oorzaak van het gedrag vormen, moeten hierbij ook aangepakt worden. Dit vraagt vanuit de gemeente om een integrale aanpak met snelle signalering en goede onderlinge

5/21

samenwerking in de keten. Daar kom ik zo op terug. Door het doorleven en visualiseren van armoede en schulden, wordt de complexiteit van het vraagstuk zichtbaar en ook de noodzaak om het samen op te pakken, dus in de ketensamenwerking. Niet alleen de gemeentelijke diensten werk en inkomen, maar ook stakeholders als onderwijs, jeugdzorg, woningcorporaties, jongerenwerkers en sportverenigingen moeten bij de aanpak van armoede en schulden worden betrokken. Dit wil ik heel graag mee geven aan de wethouder om daar werk van te maken. Ik hoop, dat de wethouder mijn woorden ter harte neemt. Het doet de PvdA-fractie deugd om te lezen, dat het college bijna alle aanbevelingen van het rekenkamerrapport overneemt. Alleen aanbeveling 3 wordt gedeeltelijk overgenomen. Vraag aan de wethouder: kan de wethouder toelichten waarom aanbeveling 3 niet volledig wordt overgenomen? Tot nu toe gaat het niet goed met de schuldhulpverlening in onze gemeente. Wat maakt dat het college denkt, dat het zonder deze aanbeveling volledig over te nemen het in de toekomst wel goed zal gaan? Daarnaast heb ik nog 2 andere vragen.

Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen, dat burgers zich bewust zijn van het feit, dat welzijnspartijen ook een toegang zijn tot schuldhulpverlening? Mijn laatste vraag: hoe gaat de wethouder de samenwerkende keten organiseren bij schuldhulpverlening? Zoals ik eerder benoemde, liggen hier veel diepere problemen onder. Het is niet alleen schuld, maar ook gokken, verslaving, psychische en mentale problemen. Hoe kunnen we dat eerder signaleren om de hulp eerder in gang te zetten voor mensen die het echt heel hard nodig hebben? Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Van Tatenhove: Ik hoop, dat mijn verbinding stabiel blijft, want af en toe miste ik een halve zin van een enkele spreker. Ik zit in mijn eentje op internet, dus daar zou het niet aan moeten liggen. Dank voor alle oprechte aandacht, die er is geweest voor het rapport. Het beeld dat u kreeg bij het rapport is het beeld, dat ik ook kreeg. Je wordt hier niet gelukkig van, als je zo’n rapport leest, integendeel, het voelt als een flinke tik om je oren. Ik ben dus ook blij met jullie allemaal, want jullie zeggen: het is goed, dat we met de aanbevelingen aan de slag gaan. Dat zijn scherpe conclusies en aanbevelingen, waar we als gemeente onze winst mee moeten doen. Je zou bijna zeggen: het kan alleen maar beter, als we hier naar kijken.

Volgens mij zei meneer Kampinga: neem het over en zie het als een startpunt van enerzijds reflectie en anderzijds nieuw beleid. Ik denk dat dat een punt is, dat het college in elk geval ter harte neemt. Als ik u zo hoor, zegt u: wij sluiten ons aan bij die aanbeveling van de rekenkamer, collega ga daarmee aan de slag. Een enkeling van u gaf aan, dat er een presentatie is geweest ter voorbereiding op het nieuwe beleid door Sander Meulendijks. Ik begrijp, dat u daar vertrouwen in heeft, die blijft in elk geval nog betrokken bij het nieuwe beleidsplan. Hem heb ik ook gevraagd om kritisch mee te lezen met het rapport en ook nog te helpen met het inzicht hoe die cijfers nu precies in elkaar zitten. Het lijkt me goed om daar even mee te beginnen, want ik vond de invalshoek van meneer Barendregt wel origineel, om aan de hand van zo’n poster eens te kijken: wat geeft het voor beeld als je daarmee aan de slag gaat. Dan is blijkbaar een straat al een reden om te zeggen: in combinatie met wat je verder invult, behoor je tot de risicogroep. Dat is natuurlijk maar een deel van het verhaal, want als je de percentages los laat en kijkt hoe de bevolkingssamenstelling van Lansingerland is.

Ik weet niet of u weleens in de raadszaal om u heen heeft gekeken, maar als wij een representatieve vertegenwoordiging zijn van Lansingerland, dan zitten er ook in een raadszaal mensen met schuldenproblematiek. Gewoon even om te noemen. Schulden zijn niet alleen problemen bij mensen met lage inkomens en kwetsbare inwoners, maar ook anderen in de samenleving. Want je zult maar je baan verliezen en net een huis hebben gekocht. Of een scheiding en je huis staat onder water, dan zit je al met schulden. Als we dat dan afzetten tegen de 1.200 huishoudens, die genoemd worden in het rapport en we kijken dan naar de verdeling tussen de kwetsbare inwoners en de inwoners met 2 keer modaal, dan is dat een derde kwetsbare inwoners en tweederde mensen met meer dan een modaal inkomen. Niet om het goed te praten, want ik deel de mening, dat we een heel scherp rapport hebben en dat het beter moet, maar toch even dat rekensommetje. Die kwetsbare inwoners zien wij omdat ze een bijstandsuitkering aanvragen, omdat ze via school of sport bij ons in beeld komen voor een deelname aan het jeugd-, sport- of cultuurfonds, omdat ze ons aanschrijven doordat ze de Heraut lezen en een ziektekostenverzekering via ons regelen, die mensen hebben we, net als Capelle en Rotterdam, in beeld. Volgens Sander zelfs nog iets beter in beeld dan in Rotterdam en in Capelle.

Het zijn juist die andere mensen, die niet bij het gemeentehuis komen, niet bij Welzijn Lansingerland binnen stappen, niet bij Kwadraad komen of niet bij het CJG met een probleem. Dat zijn de mensen, waar we naar op zoek moeten, want ook die hebben een serieus schuldenprobleem en ze weten de weg naar ons niet te vinden en wij weten op dit moment nog niet de weg naar hun. Dat is een probleem, waar we mee aan de slag moeten. Dus dat is echt een aanbeveling, die we over nemen en wat best wel een uitdagende is. Daar waar we kunnen leren van andere gemeenten, zullen we dat zeker doen. Dan kom ik gelijk bij die toegankelijkheid. Ik noemde al een paar partijen. Dan kom ik ook bij wat meneer Lieverse aangaf. Ze staan in het rapport genoemd o.a. de Plangroep, Humanitas en Schuldhulpmaatje, die onze inwoners helpen. Als je aan Schuldhulpmaatje vraagt: hoe komen jullie aan jullie mensen? Dan is het antwoord heel vaak: via de website. Toen ik kennis maakte met Schuldhulpmaatje, een paar jaar geleden, toen ze

6/21

zijn begonnen in Lansingerland, toen kreeg ik zelfs het antwoord: via de website en vooral ’s nachts. Mensen zitten zo in de problemen, dat ze op zoek gaan naar hulp, maar dat doen ze niet in eerste instantie bij de gemeente en ze stappen ook niet binnen bij de buurman. Ze zoeken op internet en dan komen ze terecht bij Schuldhulpmaatje. Als ik kijk naar de doelgroepen die wel bij ons bekend zijn, dan komen ze binnen via de 4 partners, die ik noemde. Dat is de reden dat we bij aanbeveling 3 zeggen: wij nemen niet de aanbeveling over, dat we naar één toegang willen. Wel naar één looproute of routekaart of hoe je het wil noemen, dat is wel een goed advies, maar niet naar één toegang, want een oudere gaat eerder bij Welzijn Lansingerland naar binnen en een moeder vertelt misschien een keer op het consultatiebureau over problemen thuis en dan kan daar de start van een traject zijn. Daarom willen wij graag de toegang houden, zoals we hem hebben in het sociaal domein met ook de integrale en brede uitvraag, maar daar moet wel iets in verbeteren, dat is wel duidelijk. Dat ter inleiding en in reactie op de ervaring, die meneer Barendregt had en wat wel een goed beeld geeft om dat even te duiden, hoe dat zit. Dan ga ik even naar wat concrete punten. Prioriteit, zei meneer Kampinga, het moet en kan beter. Ja, dat is in elk geval in dit rapport wel duidelijk naar voren gekomen.

Het moet en het kan beter. Dat vraagt inzet en dat vraagt ook een andere manier van samenwerken. Er moet meer samenwerking zijn in de keten en we moeten wat beter sturen en monitoren. Sturen vanuit ons beleid en monitoren of ons beleid doet wat we hebben geprobeerd. Ik heb voor mezelf, toen ik het las, gezegd: er moet meer robuust beleid komen en minder acties. Dan kom ik bij degenen, die iets aangaven over jongeren, die nauwelijks worden bereikt. Dat waren hele mooie acties. Ik heb zelf een aantal keer in het primair onderwijs de week van het geld meegemaakt. Ik heb ook op het voortgezet onderwijs lessen mee gemaakt en ook zo’n theater. Het is echt ontzettend mooi om met die jongeren in gesprek te gaan, maar als het een eenmalige actie is, dan zet het niet zoveel zoden aan de dijk. Dat laat dit rapport ook zien. Hoe we die jongeren gaan bereiken: ik kan nog geen tipje van de sluier oplichten, maar het wordt wel een aandachtspunt in het komende beleidsplan. Want ik ben het ook met u eens, dat corona niet alleen voor ZZP’ers en ondernemers heel veel betekent, maar ook voor jongeren, die hun baantje kwijt zijn, die geen stageplek hebben, die het gewoon heel lastig zullen hebben. Dus daar moeten we mee aan de slag, zeker omdat Lansingerland een jonge gemeente is. Maar de vraag is of je dat doet door een actie tijdens de week van het geld op een basisschool.

Ik denk het niet, dat laat dit rapport zien. Dan de aandachtsgroep ZZP’ers. Een concrete vraag van het CDA: zou ik dat naar voren kunnen halen? Ik denk dat het goed is om te kijken, samen met mijn collega Arends wat we specifiek ten aanzien van ZZP’ers of andere jonge of kleine ondernemers kunnen doen, want die zijn nu natuurlijk voor een deel wel in beeld, waar het voor corona veel lastiger was om ze in beeld te krijgen, omdat ze zich melden voor een TOZOuitkering. In die zin zijn ook de contacten met zowel die ZZP’ers, die kleine ondernemers, als met het bureau dat de begeleiding doet, veel intensiever dan in voorgaande jaren. We hebben nu meer aanknopingspunten om met een doelgroep in contact te komen. Hoe gaan we dan die schuldengolf, die daarbij hoort, te lijf? Daar zijn we dus over aan het nadenken voor het nieuwe beleidsplan. De verandering in de wetgeving, die eraan komt, die gaat ons daar ook bij helpen, omdat we nu eerder de signalen zullen krijgen. Dat hebben we geprobeerd in de afgelopen jaren, een aantal van u vroeg daar ook naar, maar dat lukte toen niet met landelijke partners, omdat het ingewikkeld was of omdat partners het lastig vonden met de AVG. Omdat er nu landelijk andere afspraken over zijn gemaakt, moet dat ons elk geval vanaf 1 januari helpen om eerder aan de slag te kunnen met vroegsignalering.

Voor de meer kwetsbare inwoners hadden we wel de afspraken met 3B Wonen bij een huurachterstand. Met ons vroegere team hebben we daar echt wel mooie dingen kunnen bereiken. We hopen, dat de veranderende wetgeving daar het goede doet, zodat we eerder met mensen in gesprek kunnen. Als ze geholpen kunnen worden, zijn de meesten ook ontzettend blij, dat er hulp komt. De heer Lieverse vroeg: waarom staan die successen niet in het rapport? Ik heb geen idee. Het is niet ons rapport, het is een onderzoek van de rekenkamer. Ik zou het mooi vinden, zeker voor die partijen die bezig zijn met deze kwetsbare doelgroepen. Ik heb Schuldhulpmaatje en Humanitas genoemd, maar het geldt zeker ook voor Kwadraad, die samen met die andere het initiatief heeft genomen voor het spreekuur ‘samen doen’ wat ontzettend goed werkt. Daar participeert bijvoorbeeld ook MEE in, die met veel jongeren in contact zijn. De bibliotheek participeert daarin en Vluchtelingenwerk. Onder andere in die samenwerking is bijvoorbeeld iets ontstaan, dat we met de statushouders op een heel andere manier samenwerken dan in het verleden, zeker op het moment als ze pas in Lansingerland zijn, juist om te voorkomen, dat ze in de schulden raken. Dat zijn dingen, die nu niet uitgelicht worden, maar die ook horen bij het beleid, dat we in de afgelopen jaren hebben ingezet, maar ook verbeterd, door o.a.

ervaringen en omdat we echt wel begaan zijn, dat geldt niet alleen voor mij als wethouder, maar dat geldt ook zeker voor onze medewerkers in de participatie en van de WMO in de uitvoering en rond de jeugdzorg. We zijn begaan en betrokken bij de gezinnen. Daarom hebben ook het budget voor jeugdsport- en jeugdcultuurfonds opgehoogd, hebben we contacten met de sportverenigingen, om daar de intermediairs bekend te maken. Als het gaat over armoedebestrijding, dan is dat ook een onderbelicht aspect in dit rapport. Het focust alleen op schuldhulpverlening. Maar ik vind wel dat schuldhulpverlening en armoedebestrijding bij elkaar horen en dat we die wel in samenhang moeten benaderen, hoewel we wel een plan nodig hebben voor de schuldhulpverlening. Dan kijk ik of ik nog concrete vragen heb gemist. GL gaf nog aan: betrek ook andere

7/21

organisaties erbij, zoals het onderwijs, sport en culturele verenigingen. Terecht dat u zegt: kijk breder. Dat is inderdaad ook de bedoeling. Naar aanleiding van wat ik net al aangaf, is het beeld waarschijnlijk al iets completer geworden. Juist met het zoeken naar contacten met die clubs en die organisaties, die contact hebben met kinderen, die waarschijnlijk niet mee kunnen doen vanwege geldproblemen, daarvoor hebben we juist intermediairs om daarmee aan de slag te gaan. Op die manier kom je er soms achter, dat er inderdaad sprake is van financiële problematiek, terwijl het niet perse een doelgroep is, die al bekend was. We proberen onze ogen en oren open te houden. Het rapport van de rekenkamer heeft ons erbij bepaald, dat we dat echt beter moeten doen, daar meer samenhang in moeten brengen, wat meer in een keten moeten zetten, dat we dat robuuster moeten doen en daar echt prioriteit aan moeten geven. Het kan niet zijn, dat mensen in Lansingerland niet mee kunnen doen vanwege financiële problematiek. Maar ik zeg er wel bij: dat vraagt een andere inzet. Het betekent dat we de regie bij de gemeente moeten houden, dus dat we er ook echt bemensing voor moeten hebben. Dat vraagt een investering in fte’s. Ik weet niet meer precies wie het vroeg, maar op dit moment zijn we echt nog aan het zoeken hoe we die puzzel rond moeten krijgen, want dat hebben we nog niet.

Dat zal u niet verbazen, want bij de begroting hebben we natuurlijk een flinke puzzel moeten doen om de begroting rond te krijgen, maar één ding staat wel als een paal boven water: als we hier werk van willen maken, dan moet er menskracht bij. In die uitdaging wil ik u in elk geval wel mee nemen, dat is niet zomaar geregeld. Dat kost voor schuldhulpverlening, en dan zou je armoedebestrijding erbij moeten nemen, eigenlijk 2 fte. Dat voor de eerste termijn. De voorzitter: Interrumperen mag in de tweede termijn. Ik vind het prettiger als u het handje gebruikt en niet het vraagteken in de app, want dan moet ik zoveel schermen in de gaten houden en dat werkt niet beter. Tweede termijn De heer Crielaard, L3B: Even terugkomend op de eerste termijn van de collega’s. Goed, dat het CDA ook aandacht vraagt voor de ZZP’ers. Gaat de wethouder wat betreft het benaderen van de ZZP’ers nog praten met de ondernemersvereniging? Of heeft u daar al gesprekken mee gevoerd? Dat is nog een openstaand vraagje. De heer Lieverse heeft nog een vraag gesteld: vindt u dit een probleem? Eigenlijk heeft meneer Lieverse daar meteen zelf antwoord op gegeven: er komt allerlei problematiek bij kijken met echtscheidingen, het missen van verjaardagen. Wat L3B betreft is uiteraard schuldhulpverlening een ontzettend groot probleem.

Zoals ik in mijn eerste termijn al zei: het is daarom goed, dat we dit rapport hebben en het er met elkaar over hebben. Verder vond ik het ook goed, dat de PvdA, de heer Xhemaili, begon over de onderliggende problematiek van kwetsbaren in de schuldhulpverlening. Er spelen ook een hoop onderliggende problemen, om dat integraal op te pakken. Wat betreft de beantwoording van de wethouder: ik denk dat de toelichting op de vraag waarom aanbeveling 3 deels wordt overgenomen duidelijk is. Dus dank daarvoor. De wethouder kon nog geen tipje van de sluier geven betreffende de vraag over de jongeren. Wat dat betreft zullen wij het nieuwe plan schuldhulpverlening afwachten. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Ik heb wel heel interessante dingen gehoord van de andere partijen. Wat opviel, en daar heb ik de wethouder niet op horen reageren, maar het kan dat ik dat even gemist heb. WIJ gaf aan, dat zij angstig worden, dat dit falend beleid bij meerdere beleidsplannen uit het sociaal domein ook helemaal fout gaat. Hoe gaan wij hier achter komen? We hebben nu, dankzij de rekenkamer, gezien, dat dit plan faalt, maar wie weet zijn er nog wel meerdere plannen die slecht uitgevoerd zijn en helemaal geen duidelijke doelstellingen hebben. Ik wil toch even dat de wethouder daarop reageert.

Misschien spreek ik voor mijn beurt en wilde WIJ die vraag ook nog een keer stellen, maar ik wil toch even dat de wethouder daar op reageert. Hoe weten we zeker, dat er niet meer beleid is, dat ook faalt, vergelijkbaar met dit geval? Wat D66 zei, vond ik ook wel interessant. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn over het algemeen te accepteren en hebben ze mooie analyses, maar we weten niet altijd in hoeverre het wordt uitgevoerd en gerealiseerd. Dit monitoren wil ik, wil het CDA, dichter op zitten. Het zou mooi zijn als ook in het beleidsplan, dat in januari wordt voorgelegd aan ons, dat daar ook een stukje terug komt: hoe gaan wij nou echt monitoren, bijna operationeel, dat het exact uitgevoerd wordt zoals de rekenkamer ons adviseert? Al met al ben ik echt heel tevreden met de beantwoording van de wethouder. Het stelt mij echt enigszins gerust. Het CDA is erg benieuwd naar het beleidsplan, dat wij in januari onder ogen krijgen. Wij verwachten daarbij een uitgebreid hoofdstuk over analyses en monitoring, om dit soort situaties in het vervolg echt tegen te gaan en te kunnen voorzien. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: U hoort en ziet mij? (….). De voorzitter: Nee, het gaat niet goed. Het lijkt erop, dat u twee keer ingelogd bent. Als u zichzelf even wilt verwijderen uit deze vergadering en één keer terug keren.

8/21

De heer Barendregt, WIJ: De wethouder had het over representatief zijn, als raad zijnde. Ik kan iets verklappen en het is eigenlijk ook geen geheim. Wij zijn niet representatief. Ik denk niet dat 20% van de raadsleden in een sociale huurwoning woont, bijvoorbeeld. Ik denk dat we op heel veel gebieden niet representatief zijn. Ook even de vraag of dat perse hoeft om een goede vertegenwoordiger te zijn. Het is een vraag op een abstract niveau, die ook politicologen met elkaar bespreken, heel interessant. Wat ik daar nog even op wilde zeggen, is dat beleidsambtenaren vaak ook niet erg representatief zijn. Je hebt een bepaalde opleiding nodig om een dergelijk beroep te kunnen uitoefenen en dat maakt, dat de systeem- en leefwereld niet erg nauw op elkaar zijn aangesloten. Ik ben blij, dat toch bij veel fracties een stukje emotie zat. Ik merkte dat ook bij de heer Bergwerff. Ik merkte echt emotie in zijn stem bij de start van zijn betoog. Dat vind ik heel mooi. Ik zag dat de wethouder dat ook wilde overbrengen. Ze had het ook over reflecteren. Volgens mij had ik dat gezegd. Het is niet erg om verward te worden met de heer Kampinga. Ook de heer Lieverse maakt het zeer concreet door bijvoorbeeld aan te geven, dat iemand zijn fornuis niet meer zou kunnen betalen. Dat vind ik heel fijn, want dan maak je het concreet, de leefwereld, de eenvoudige dingen van elke dag i.p.v.

dat het hoog over gaat, zoals dat vaak gaat in een commissie, op dit niveau. Tenslotte, ik denk wel dat wat de heer Xhemaili zei, dat stipte de heer Bergwerff ook even aan, dat wilde ik ook eigenlijk zeggen: we moeten wel weten wat er werkelijk fout gaat. Hebben we nu daadwerkelijk zicht op het totale plaatje? Ik denk niet, zeker in het sociaal domein, dat we uit moeten gaan van het principe van: geen bericht, goed bericht. Want niet iedereen vindt automatisch de gemeente. Niet iedereen komt er automatisch terecht. Ik denk dat we daar heel alert op moeten blijven. Dank u wel. De heer Kampinga, VVD: Kunt u mij horen? (….) De voorzitter: Het gaat weer niet goed. We gaan weer even doorschuiven. De heer Lieverse, CU: In de hoop, dat de heer Kapinga niet gaat zeggen: omdat er al veel gezegd is, heb ik weinig toe te voegen. Want u heeft vast uw eigen bijdrage ook paraat. Wat ik positief vindt aan de beantwoording door de wethouder, is dat erkend wordt, dat we hier met een probleem te maken hebben. Dat vind ik heel belangrijk, want gaan praten over een nieuw beleidsplan volgende maand heeft geen betekenis, als we niet erkennen, dat er een groot probleem ligt, ook juist bij het huidige beleidsplan, dat slecht uitgevoerd is.

Ik vind het jammer, dat tussen de regels door iets gesuggereerd wordt over meneer Meulendijks, die wij hoog hebben door de beeldvormende avond die wij gehad hebben, dat hij in dienst blijft, want ik heb begrepen uit zijn LinkedIn pagina, dat het maar voor enkele maanden is in het komende jaar en dat hij dan weer gaat vertrekken. Ik ben toch benieuwd hoe dit aandachtspunt in de gemeente op peil gaat komen. Er is niet duidelijk geantwoord door de wethouder op het punt van vroegsignalering, waarom dat in de afgelopen periode niet goed gegaan is, want het is wel zo’n kritiek punt. Als iemand 2 jaar lang schulden kan opbouwen, is het traject zoveel moeizamer dan wanneer het na enkele maanden al in gang gezet kan worden. Dus dat is het kritieke punt voor ons. Ook het landelijke convenant. Daarvan is gezegd: dat is ingewikkeld met AVG. Als we op die manier ons gaan verschuilen achter bureaucratische problemen, dan zal het bij de beleidsvoering niet veel beter gaan. Of armoedebestrijding en schuldhulpverlening echt hetzelfde is, vraag ik me sterk af. Mensen kunnen in armoede leven en heel goed weten daarmee om te gaan, terwijl rijke mensen met een koopverslaving of jongere mensen, die ook geld hebben, maar niet weten hoe ermee om te gaan, tegelijkertijd heel veel schuldproblematiek kunnen hebben en de mist in kunnen gaan en in een verkeerd milieu terecht kunnen komen.

Ik vind de opmerking van WIJ goed om de adviezen uit het sociaal domein hierbij te betrekken. Ik neem aan, dat dat gebeurt bij het volgende beleidsstuk, maar ik zou nadrukkelijk willen vragen om ook de schuldhulpverleners, die het werk doen, ook te betrekken bij het opstellen van dit beleidsplan. Of anders in ieder geval hen toegang te geven en tijdig commentaar te laten geven. Ik ben het helemaal niet eens met wat GL zegt over schuldhulpverleners. Dat zijn vrijwilligers, maar het zijn vrijwilligers met een goede opleiding. Dat is namelijk gestandaardiseerd. Ze worden niet zomaar los gelaten op mensen met dit probleem, maar ze krijgen een degelijke opleiding met een certificaat erbij. Overigens zijn het ook mensen, die van beroep accountant zijn of bij de belastingdienst werken of bij de sociale dienst, maar die dan toevallig hier vrijwilliger zijn. Een analoog voorbeeld, misschien kent u de wensambulance. Dat is net zoiets. Dat zijn mensen, die in hun vrije tijd op stap gaan met ernstig zieke mensen, maar ze zijn verpleegkundigen of ze werken op een SEH enzovoorts. Het woord vrijwilligers is omdat ze onbetaald zijn, maar niet dat zij matig werk leveren. Het belangrijkst dat ik vind voor het nieuwe beleidsplan, is dat de hulpvrager niet verdwaalt en dat er met het één loket functie iets moet gaan gebeuren.

De wethouder heeft iets gezegd over die toegang en ze schermde ermee: het kan op allerlei manieren in beeld komen via het ene bureau, het WMO-loket, een website enzovoorts. Toch hoor ik terug van degenen, die het werk doen, van schuldhulpverlening, dat dichterbij brengen van het aanspreekpunt wat de gemeente betreft, bijvoorbeeld in de bibliotheek, dat is een hulp erbij. Dat mensen via allerlei omwegen ook in beeld kunnen komen, dat blijft buiten kijf. Tot slot: de toeslagenaffaire heeft ons geleerd, dat de menselijke maat uit het oog verloren kan worden. Bij het nieuwe beleidsplan zullen wij als commissie vooral hiernaar moeten kijken. Wordt de menselijke maat in acht genomen? Dank u wel.

9/21

De heer Kampinga, VVD: Hoort u mij? De voorzitter: U bent wel in beeld. Misschien dat u uw beeld uit zet en dat u wel praat. De heer Kampinga: Sorry, ik weet niet wat er aan de hand is. Ik ben het trouwens volledig eens met wat de heer Lieverse zegt over Kwadraad, Humanitas en Schuldhulpmaatje. Dat is een bepaalde categorie van probleemgevallen, waarbij de administratie geordend wordt en coaching naar gezond financieel (…). Dat is wat anders dan wat Plangroep doet. Het kunnen goed opgeleide mensen zijn, die dat heel goed kunnen, dus ik denk dat dat heel waardevol is. Ik geloof, dat meneer Lieverse het ook had over schulden. Ik denk dat schulden op zichzelf geen probleem zijn. Problematische schulden, ik weet: het is een beetje flauw. Met schulden kun je in het bedrijfsleven met vreemd vermogen en hefboomwerking juist hele goede dingen doen. Het gaat er juist om, dat sommige mensen, rijk of arm, toch in de problematiek terecht kunnen komen. Zij moeten aan de bel kunnen trekken, ze moeten zichtbaar zijn enzovoorts. Dan nog 2 zinnetjes, als het mag. Ik had gevraagd naar het beleidsplan ‘versterken van veerkracht’. Dat zou in november 2020 zijn verschenen. Dat is input voor het nieuwe plan schuldhulpverlening. Dat heb ik gemist. Kan de wethouder daar iets over zeggen. Tot slot.

We zijn een gemeente met zoveel mensen, ik denk dat we niet moeten gaan vergelijken met de toeslagaffaire, dat is van een heel andere orde en aansturing. We moeten er juist voor zorgen, we hebben ook een gemeentesecretaris, dat dit goed opgeschreven wordt, zodat niet alleen het plan goed is, maar dat ook de uitvoering goed is. Dank u wel. De heer Crielaard: Ik heb nog een vraag. De heer Kampinga vroeg in zijn eerste termijn om een uitvoerbaar plan. Nu blijkt uit de technische vragen, die we als L3B gesteld hebben, dat er niet genoeg ambtelijke capaciteit is voor de uitvoering van de nieuwe taak omtrent vroegsignalering. Is de heer Kampinga dan ook bereid om hier fte voor vrij te maken? De heer Kampinga: Ik heb een tegenvraag. Ik heb Sander Meulendijks tijdens de presentatie gevraagd: als je dit allemaal zo hoort, dan gaat dat extra mankracht vereisen. Zijn antwoord was: nou, dat kon nog weleens meevallen, iets van gelijke strekking. En twee: voor een stuk zat het al in de begroting. Mijn logische vraag was ook: betekent het niet meer fte of menskracht? De heer Jonker, D66: Er zijn al veel behartigenswaardige dingen gezegd door verschillende collega’s. Ik wil de heer Bergwerff bedanken voor zijn steun voor het beter monitoren van aanbevelingen van de rekenkamer, ook in dit kader. Verder hoor ik de heer Lieverse een opmerking maken.

Hij bedoelde het vast niet zo, maar het leek wel of hij de AVG een bureaucratische horde noemde, een belemmering. Ik denk dat we daar een beetje mee op moeten passen, want informatie over schulden van mensen is natuurlijk heel erg privé. Je wilt niet graag, dat dat op straat komt. Dat is ook een beetje het lastige. Je kunt makkelijk zeggen: laten we alle informatie verzamelen en vroegsignalering verbeteren, maar er zitten daadwerkelijk wel echte vraagstukken en problemen bij in het kader van de privacy van de individuele inwoner en burger. Ik hoop daarover wat terug te zien in het plan, dat straks komt. De heer Lieverse: Meneer Jonker heeft helemaal gelijk, dat de AVG veel goeds doet. Maar zelfs in de zorgverlening, waarin ik zelf werkzaam ben, zien we vaak meer de handicaps, wat niet in het belang is van de cliënt of de patiënt, naast de goede zaken die het gebracht heeft. Maar dat is een discussiepunt op zich, meneer Jonker. De heer Jonker: Het is een balans, inderdaad. Verder was er een goede discussie tussen fracties over vrijwilligers versus professionele inzet. Ik zou willen vragen of de wethouder daar op ingaat, ook in het plan, want natuurlijk zijn vrijwilligers heel waardevol en ze kunnen ook heel capabel zijn, maar hoe maak je nou de goede mix van professionals en vrijwilligers.

In andere beleid in het sociaal domein, zien we dat de druk op vrijwilligers steeds groter wordt. We moeten er niet al te makkelijk over denken, dat we daar veel dingen neer kunnen leggen, zeker niet als we in april/mei worden geconfronteerd met een grote groei van het aantal mensen met schulden door de coronacrisis en alles wat daar uit komt. Ik hoop, dat het ook in het plan aan de orde komt, hoe die balans eruit gaat zien, tussen professionals en vrijwilligers en wat de keuzes daarin zijn. Daar wil ik het voor nu bij laten. Mevrouw Gabin, GL: De wethouder heeft meer duidelijkheid gegeven over het toegangsproces. Wellicht is het inderdaad effectiever om het breed te trekken, zodat het inwoners vrij staat om aan de bel te trekken, waar ze dat zelf willen en prettig vinden. De schakel tussen de organisaties en de gemeente moet dan wel echt optimaal zijn. We moeten als gemeente blijven uitdragen, dat iedereen welkom is, die te kampen heeft met schulden. Desnoods starten we een campagne tegelijkertijd met het nieuwe beleid. Op de reactie van de CU wil ik nog even gezegd hebben, dat de heer Lieverse mij verkeerd heeft begrepen. Het gaat vaak om gecombineerde problematiek. Er zijn vaak achterliggende problemen, zoals verslaving en psychische problemen.

Er ontstaat als het ware een spinnenweb van problemen, wat vaak te boven gaat wat hulporganisaties kunnen bieden en wat ook mijn vorige spreker heeft uitgelegd. Daar ben ik het volkomen mee eens. Niets negatiefs jegens de vrijwilligers. Tot slot wil ik de nood van de ambtelijke capaciteit benadrukken. Het is goed om daar nog even over te buigen en die fte’s er alsnog bij te halen. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor haar toelichting. Dat was verhelderend. Maar ik heb nog een aantal vragen open staan en die ga ik zo meteen stellen. Ik wil toch nog even ingaan op

10/21

armoede en schuldenproblematiek. Volgens mij gaan die echt hand in hand samen. Als je armoede niet bestrijdt, komen mensen eerder in de schulden. Voor mij en voor mijn fractie is het belangrijk, dat je ook vroegtijdig armoede signaleert en daarmee ook echt aan de slag gaat om schulden in een later proces tegen te gaan. Dat kunnen we doen door vroegtijdig, integraal in de keten samen te werken met alle partners. Dat gezegd hebbende. Over de toeslagenaffaire is mijn vraag niet beantwoord. Het is wel een paar keer genoemd, maar niet goed in dit debat. Daar ben ik het toch niet helemaal mee eens. Als je kijkt wat voor media-aandacht het heeft gehad en ontvangen, dan zie je dat niet alleen de zwakkere Nederlanders daardoor zijn geraakt, maar ook de hoge en middeninkomens kunnen ook geraakt worden daardoor. Mijn vraag aan de wethouder: heeft ze daar inzicht in, hoeveel dat er in Lansingerland zijn, hoe dat is opgepakt en hoe dat gaat uitwerken in de schuldhulpverlening. De heer Lieverse: Naast de vaststelling, dat armoedebestrijding een groot belang is, is het voor mij wel de vraag of schuldhulpverlening belangrijker is voor armere mensen dan voor rijkere mensen. Ik denk dat de cijfers dat niet laten zien. Ik ben benieuwd waarom u dat toch naar voren brengt. De heer Xhemaili: Ik wil geen onderscheid maken tussen arme en rijkere mede-inwoners van Lansingerland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=fd3637fe-90ff-4362-9cc3-dbf92144ee41