CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 8 juni 2021, gemeente Lansingerland58.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Een ander vond het een prachtig stuk proza en een mooie uitwerking van het thema klimaatadaptatie. Die tweedeling kenschetst ook wel een klein beetje mijn bijdrage. Een paar reacties op het stuk. Allereerst: deze strategie is allereerst bedoeld om richting te geven aan een complexe opgave, die we hebben, voor klimaatadaptatie. Die opgave staat ook goed omschreven, met name in de achtergronddocumentatie. Goed en handig om dat allemaal eens bij elkaar te hebben en om een goed beeld te vormen hoe we in Lansingerland er voor staan qua vernatting, droogte et cetera. En er staat beschreven hoe we in 2050 de klimaatdoelen, die we hebben vast gesteld, namelijk het klimaatbestendig inrichten, hoe we dat kunnen gaan bereiken. Namelijk een groene gemeente en een robuust watersysteem. Dat zijn de subdoelen. Maar als je het allemaal leest, dan bekruipt je een beetje het gevoel: hoe gaan we nou meten wat de stand van zaken is van de subdoelen? Dat komt misschien nog in die uitvoeringsdoelen, maar we missen het een beetje in de strategie. Het is toch van belang te weten dat we goed onderweg zijn of niet goed onderweg zijn. Ik wil niet, of mijn opvolger, in 2049, dus de achtste periode van wethouder Van den Beukel, ik wil niet verrast worden met de mededeling dat we de doelstellingen niet gaan halen over een jaar. Daar wil je gevoel bij krijgen als raad.

Hoe ga je dat nou met elkaar meten? Die concreetheid missen we daar nog in. Vervolgens staat er ook een stuk over de risico’s, wat wel en niet aanvaardbaar is. Nu staat bij aanvaardbare risico’s twee thema’s en ik heb er moeite mee dat we die aanvaardbaar vinden. Ik hoop dat het voorbeelden zijn die nog aangepast worden, maar graag een reactie van de wethouder daarop en wellicht ook van andere partijen. Maar aanvaardbaar vinden we versnelde paalrot. En we vinden het ook aanvaardbaar dat verlies van dieren en plantensoorten hebben. Dat zijn nou niet echt thema’s die wij aanvaardbaar vinden. Zeker niet als je dat vergelijkt met tijdelijke sluiting van zwemlocaties, wat ook aanvaardbaar is. Dat lijkt ons van een heel andere proportie. Wellicht lees ik het verkeerd, maar van de invulling van de risico’s vinden wij toch wel dat we daar kritisch naar kijken met elkaar, want uiteindelijk zullen we die risico’s met elkaar aanpakken of juist niet aanpakken. Vervolgens wordt er een aanpak omschreven van: weten wat we willen doen. Een soort eindeloze loep om onze doelstellingen te bereiken. Dat lijkt ons goed. We zien dat in de praktijk ook gebeuren. Bij mij in de omgeving is Bergschenhoek oost aangepast. Daar zie je echt, dat het klimaatadaptief is gedaan. Gescheiden stelsel, half verharding, grastegels voor parkeerplaatsen. Het is prachtig dat het op die manier opgepakt wordt.

Via die levende loep moet er ook een levende uitvoeringsagenda worden opgesteld. Er wordt een hele serie bouwstenen beschreven, wat eigenlijk allemaal dialogen zijn. En uiteindelijk moet dat dan leiden tot een uitvoeringsagenda. Maar bij die bouwstenen, dat is ook niet echt concreet. De korte termijn wordt dan omschreven, maar welke bouwstenen vinden we dan meer urgent, wat is korte termijn, gaan we al die kwetsbare gebieden, die we met elkaar benoemen middels dialogen al voor 2025 oplossen, of is het 2030? Dat gevoel missen we een beetje in deze strategie. Natuurlijk snap ik dat er nog een uitvoeringsagenda moet komen, maar een strategie moet toch ook omschrijven wat je urgent vindt en waar je prioriteiten wilt neerleggen.

21/41

Samenvattend: een helder document, waarin veel wordt opgeschreven, wat goed is om te lezen en wat ook de huidige situatie helder maakt. Maar wij worstelen nog een beetje met de hele planning in het verhaal en daarmee ook de urgentie, die aangeeft wat je nu wel of niet eerst gaat oplossen en waar je de aandacht eerst neerlegt. Dat is een worsteling met dit document. Misschien lees ik het wel helemaal verkeerd. We horen graag van de wethouder hoe we dit kunnen oplossen. Mijn voorgangers hebben het nog niet benoemd, maar wellicht dat ze er in de tweede termijn iets over kunnen zeggen, hoe zij tegen die planning en urgentie aankijken. Dat was het voor de eerste termijn. Dank u wel. De heer Muis, D66: Ik kan me eigenlijk best wel vinden in een hoop opmerkingen van de CU van zojuist, maar ik zal toch even ons eigen verhaal ook vertellen, dan kom ik vanzelf langs die punten. Ik probeer ook de punten van de andere collega’s daarin mee te nemen. Wat ons betreft is het inderdaad een gedegen en goed onderbouwde basis voor in theorie een stevige aanpak voor de klimaatadaptatie. Ook complimenten voor de opzet en de betrokkenheid van vele stakeholders. We hebben alleen van de inspreker begrepen, dat zij nog niet in deze fase zijn betrokken, dus Lansingerland Samen Duurzaam, maar we gaan ervan uit, dat de wethouder ongetwijfeld bij de uitvoeringsagenda hen goed zal betrekken.

Dus dat vertrekpunt om zaken in dialoog te ontwikkelen spreekt ons ook zeer aan. Ook goed, dat je de strategie jaarlijks evalueert en hem ook aan kunt passen. Het doel was en is om in 2050 een klimaatproof Lansingerland te hebben. Ook de subdoelen, een groene gemeente en een robuust watersysteem, kunnen wij van harte onderschrijven. De aanpak echter via richtinggevende gedachten, gefaseerde verkenningen, daar maken we ons zorgen over, dat het niet direct zal leiden tot het halen van het doel in 2050. Voor een uitvoeringsagenda zou je namelijk ook op basis van een goede definitie wat klimaatproof is, wat het inhoudt, die focus op die kwetsbare plekken en die prioriteiten, terug kunnen redeneren vanuit 2050 naar nu en dus soort van, in goed Nederlands, backcasten wanneer je wat zou moeten realiseren om in 2050 ook daadwerkelijk daar te komen i.p.v. nu werkende weg stapjes zetten. Ondanks dat 2050 ver weg is, is het de vraag of je dan op dat moment alles gerealiseerd hebt. Op zich, de geformuleerde ambities, daar kunnen we ons voor een groot deel wel in vinden. Bij de meekoppelkansen is er ook een risico dat iets te vrijblijvend is, want het zijn kansen, geen eisen. Maar je verwacht dat sommige mogelijkheden zich maar één keer voor zullen doen en dan is het wel belangrijk, dat je ook borgt, die meekoppelkansen, en op deze manier is dat best een uitdaging.

Waar we wel goed op kunnen sturen is de ambitie het reguleren en het borgen. We kunnen integraal dat natuurlijk verweven in onze beleidsplannen. Maar goed, dan is het nog steeds beleid, nog steeds papier. De knelpunten zijn goed in kaart gebracht. Doelen op het gebied van wateroverlast, hitte, droogte zijn in beeld, de prioriteiten ook, maar er zijn niet echt tussendoelen tot 2050 en de concrete acties zijn er ook nog niet. Dat komt natuurlijk vast in die uitvoeringsagenda aan de orde. De CU gaf dat ook al aan. Er staat in het stuk aangegeven, dat de tijd wordt genomen die nodig is om te komen tot een uitvoeringsagenda. Dat klinkt natuurlijk wel heel boterzacht. Vorderingen horen we in Q2 volgend jaar na de verkiezingen. Dat is natuurlijk ook behoorlijk vaag wat we dan gaan horen. We zouden daar toch wel iets meer duiding willen krijgen van hoe en wanneer die uitvoeringsagenda er nou precies is of komt. Dan eigenlijk het laatste onderdeel, de financiële consequenties. Logisch, dat die nog niet in beeld zijn. Het is wel goed, dat duidelijk wordt gemaakt dat op termijn dingen veel meer gaan kosten als we nu niets doen. Ook dat moet je dus goed op het netvlies houden bij alle plannen en voorstellen die je gaat ontwikkelen. We zijn benieuwd op welke manier het college dat denkt te borgen.

Gaan ze in alle voorstellen hier een paragraaf over opnemen? Of zijn er andere manieren waarop de wethouder dat denkt te kunnen borgen? Anders voorzie ik dat onder druk van bezuinigingen, andere keuzes, een tweede coronapandemie, altijd iets anders belangrijker en urgenter is dan deze zaken mee te nemen. Ook zou je ervoor kunnen kiezen om wel al financiële middelen te reserveren, omdat je dan niet tegen punten aanloopt, zoals door inspreker ingebracht. Ik weet niet of het klopt, maar dat er geen geld is voor beheer en dat we daarom nu geen keuzes maken maar wachten met het herplanten van bomen totdat we denken dat er weer wel geld voor is. Die korte termijn heb ik besproken. We hopen dus dat de uitvoeringsagenda een behoorlijke slag concreter en smarter wordt gemaakt, zodat duidelijk is in de tijd wat met welke prioriteit wordt aangepakt en hoe het bijdraagt aan het realiseren van de geformuleerde doelen, zodat deze raad en ook de volgende zeven raden kunnen blijven volgen of we op koers liggen om in 2050 klimaatbestendig te worden. Dank u wel. De heer Duk, GL: Laat ik beginnen met te zeggen, dat ik tevreden ben met het voorstel dat voor ons ligt. Een aantal kritische punten hebben de heren Markus en Muis al voor me opgepakt, dus dat is mooi. Toch heb ik nog een aantal punten, waar ik graag een reactie op krijg van de wethouder.

Ik heb afgelopen week uitgebreid gesproken over deze strategie met een vertegenwoordiger van Rotta, de natuurorganisatie die zoveel goeds doet voor onze gemeente en daarbij zo vreselijk veel kennis over ons gebied opdoet. Het verbaasde mij dan ook, dat zij net als Lansingerland Samen Duurzaam aangeven geen contact met de gemeente te hebben gehad over deze strategie. Klimaatadaptatie is per slot van rekening juist een zaak waar natuur een grote invloed op heeft en die invloed ervan ondervindt. Eén van de punten, die zij aangaven, was dat zij mogelijkheden zagen door in het buitengebied het grondwaterpeil

22/41

variabeler te maken, deze gebieden als buffer te laten optreden voor de bebouwde kernen, waardoor bovendien de biodiversiteit zou toenemen in plaats van wat nu wordt gezegd afnemen in die gebieden. Een win/win situatie als het ware. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? De regionale adaptatie strategie, wat een woord, zie ik als een goede springplank om het waterbeheerplan in samenwerking met de waterschappen ter voorbereiding van de omgevingswet te actualiseren. Ik begreep, dat het waterbeleid al vele jaren niet is geactualiseerd. Klopt dat? Wanneer kunnen wij een actualisering verwachten als dat zo is? Het punt van de heer Wilde, dat er veel meer bomen moeten komen, deel ik uiteraard van harte. Maar ook het tegengaan van kappen is heel belangrijk. Mijn oproep aan het college is om creatief te zijn bij het plaatsen van bomen en actief hierin de samenwerking met Lansingerland Samen Duurzaam te zoeken. Dan nog één punt. Ik lees dat het riool voor hemelwater niet voldoende capaciteit heeft voor de steeds heftiger wordende regenbuien en dat daarom een groot deel wordt opgevangen door de reguliere riolen. Komt dat omdat de dimensies te zuinig zijn bemeten? Of doordat de hevigheid van de buien de gemeente heeft verrast? Zullen in de nieuw te bouwen wijken en bij herinrichting in de toekomst deze rioleren wel zo gedimensioneerd zijn, dat we voldoende capaciteit hebben? Dank u wel.

De heer Xhemaili, PvdA: De stresstest van onze gemeente laat zien dat er veel plekken in Lansingerland kwetsbaar zijn. Op sommige plaatsen wateroverlast of droogte. Op andere plekken zien we een combinatie hiervan. Klimaatadaptatie vraagt een omslag in denken en doen. Klimaatbestendig handelen in ruimtelijke ontwikkelingen is voor een onze gemeente een nieuw normaal. In het stuk wordt weergegeven, dat er uit verschillende hoeken wordt samengewerkt of de samenwerking wordt gezocht. Goed, dat er aansluiting wordt gezocht met de omgevingsvisie Lansingerland, de groen blauwe landschapsvisie, MRDH gebied en werkregio Delfland. Mooi ook dat er aansluiting wordt gezocht met de RES, die zojuist ook besproken is. Het zijn beleidsthema’s die hand in hand gaan met elkaar. Wat mij aanspreekt bij de ruimtelijke adaptatie strategie is dat het organisch wordt aangevlogen en niet alles in beton wordt gegoten, waardoor je geen beweegruimte meer hebt. Mee bewegen met nieuwe ontwikkelingen is daarin heel belangrijk. De ingrepen, die het college in het kader van klimaatadaptatie wilt doen, biedt extra kansen voor een gezonde, aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving in Lansingerland.

Maatregelen die voort vloeien uit de ruimtelijke adaptatie strategie Lansingerland, de regionale energiestrategie en de duurzaamheidsvisie Lansingerland zullen de bestuurlijke agenda de komende jaren steeds meer gaan bepalen. Het nieuwe collegeprogramma 2022-2026 zal rekening moeten houden met een aanzienlijk hogere uitgave om dit allemaal mogelijk te maken. De PvdA-fractie vindt het belangrijk dat hiermee nu al rekening mee wordt gehouden. De ruimtelijke adaptatie strategie en ook de RES zijn tot op heden teveel bestuurlijk technocratische processen geweest. De inwoners en het bedrijfsleven staan nog te ver op afstand. Dit blijkt ook uit de manier waarop de ruimtelijke adaptatie strategie tot stand is gekomen, vooral via betrokkenheid van deskundigen. Dat is mooi, maar uiteindelijk gaat er bij de inwoners wat veranderen. Juist zij moeten tijdig worden meegenomen in het proces. De PvdA-fractie vindt dit, net als t.a.v. de RES 1.0, een gemiste kans, dat de inwoners nog te weinig worden betrokken. Besturen is vooruit zien. Het gaat immers om één van de grootste uitdagingen waar we als gemeente de komende 30 jaar voor komen te staan en waarmee iedereen te maken zal krijgen.

Onze fractie vraagt het college dan ook om op korte termijn met voorstellen te komen om de betrokkenheid van onze inwoners en bedrijven van het begin af aan te verankeren bij de nog te bepalen en te nemen stappen. Ook is het noodzakelijk om nu al goed na te denken over eventuele gevolgen en de consequenties van onze ruimtelijke ontwikkeling. Ik heb een vraag daarover aan de wethouder. Hoe verstandig is het om, zoals het college nu voorstelt, in de nieuwe wijk Wilderszijde minder groen op te nemen dan aanvankelijk was voorzien, vooral met de kennis die we nu hebben over klimaatadaptatie en de uitdagingen in de toekomst hieromtrent. Is het niet verstandig om nu al gewoon gelijk een wijk neer te zetten die heel groen is en ook gelijk toekomstbestendig is daarin? Dank u wel. De voorzitter: Ik heb een aantal items gehoord. Participatie, urgentie, planning, 3B Wonen werd nog even genoemd om daarmee contact te hebben, tempo, de uitvoeringsagenda, de financiën en ook nog even Wilderszijde, hoe het daar zit met het groen. Beantwoording college Wethouder Van den Beukel: Weer zo’n heel groot onderwerp. Net hadden we de regionale energie strategie en nu weer een beetje jargon dan toch maar, de ruimtelijke klimaatadaptatie strategie. De leden van uw raad hebben en goed en eloquent neergezet, dat dit inderdaad een heel fundamenteel stuk is, ook voor de komende jaren voor Lansingerland.

We leggen hiermee echt, daarom ben ik er nu blij mee, dat we het het daglicht kunnen laten zien, echt een fundament voor heel veel zaken, die inderdaad elke dag weer onze keuzes bepalen en moeten bepalen. Als overheid bij het aanleggen van een weg, van een riool of van een wijk, van alles en nog wat. Maar ook onze inwoners, die uiteindelijk 60-70% van het oppervlak beheren, ook hen mogen en moeten we inspireren om de goede dingen te doen. Dus vandaar.

23/41

Het heeft een lange aanloop gehad, dit stuk. In 2019 zijn we ermee begonnen. Blij dat het nu ook hier weer ter bespreking ligt. Tegelijkertijd, omdat het zo omvangrijk is, zo ontzettend veel facetten bestrijkt, heb je het risico dat het nooit af is en dat steeds het betere de vijand is van het goede. Dat het verder invullen van de financiële paragraaf, bouwsteen A tot en met Z, dat het nog eens een keer een half jaar zou kosten en dat het nog een keer een half jaar later zou zijn, dat we dit naar u zouden toesturen. We hebben ervoor gekozen om dat dus niet te doen. Het risico is, dat je dan dus vragen krijgt, die je nu niet kan beantwoorden, of voor een deel niet, over monitoring, over de exacte prioriteit enzovoorts. Toch denk ik dat het goed is om deze snapshot, in goed Nederlands, van de strategie nu weer te geven en te bespreken en daar vervolgens een klap op te geven, zodat het de operatie verder in kan. Dat wil niet zeggen, dat we op het nulpunt staan. Elke dag weer als ik in Lansingerland loop, dan loop ik langs wadi’s en waterdoorlatende stenen, de heer Markus refereerde daar ook aan. Het is eigenlijk al best wel op een behoorlijk niveau ingebed in onze processen.

Als ik met het waterschap overleg en ik vertel dat 60 tot 70% van onze woningen al afgekoppeld zijn, dus dat het regenwater niet het riool in gaat maar op een andere manier de bodem in gaat, dan slaan ze stijl achterover. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit, dat we veel nieuwbouw hebben, dus dat is relatief een voordeel ten opzichte van gemeenten, waar je veel oudbouw hebt. Maar we zijn dus al een heel eind op streef. Dat moet wel zo blijven, want het is buitengewoon urgent. De inspreker zei het ook. En ik was blij met zijn inspraak, want we hebben eigenlijk te weinig insprekers op het vlak van duurzaamheid in de gemeenteraad. Ook al had hij een aantal kritische noten te kraken, toch heel blij met zijn inspraak, want die urgentie is daar. Het brengt me even op het punt van inspraak en participatie. Hoe is dat nou gegaan? De ene woordvoerder in deze raad zei: goed dat zoveel partijen betrokken zijn. En een ander stelde er toch wat vragen bij. Er is wat onduidelijkheid, bespeur ik, over hoe het nou gelopen is. Ik heb er net navraag naar gedaan, terwijl u aan het spreken was. Ik probeer tegelijkertijd goed op te letten, maar ik zie uitnodigingen voor risicodialogen en voor een reactie op het concept klimaatadaptatie strategie uit 2019 en 2020 ook aan genoemde organisaties. Een enkele keer hebben we een afmelding ontvangen en ook weleens een aanmelding.

Ik wil in het midden laten wat er nou goed is gegaan en waar er misschien een keer een uitnodiging gemist is, maar we hebben altijd de intentie gehad en op veel fronten is het ook goed gegaan, altijd de intentie gehad om partijen hierbij te betrekken. Niet alleen experts, zeg ik met nadruk. Nee, ook ondernemers, ondernemersverenigingen, inwoners en maatschappelijke organisaties. De input heeft met name in de risicodialogen eigenlijk dit document zo gemaakt als het nu is. Dat wil niet zeggen, dat het al bij iedereen tussen de oren zit. Ik krijg ook pijn in mijn ogen als ik overal kunstgras zie verschijnen, met alle respect voor inwoners die daarvoor kiezen, want als je een kleine tuin hebt en een hoop spelende kinderen, dan begrijp ik dat, dat je soms kiest voor kunstgras. Tegelijkertijd is het natuurlijk niet ideaal, die verstening of verplasticing van openbare ruimten. Ook ondernemers maken soms hele goede keuzes en som ook, in mijn ogen, ongelukkige keuzes, als het gaat om klimaatadaptatie op daken, die groene daken kunnen zijn, op parkeerterreinen, die groene parkeerterreinen kunnen zijn. Dus we hebben best nog een hoop werk te verrichten en daarvoor is veel communicatie nodig. Tegelijkertijd zijn we wel, dat zeg ik maar even als winstwaarschuwing naar alle woordvoerders die vroegen om meer actie, we zijn als gemeente geen Rotterdam.

Daarmee bedoel ik te zeggen, dat Rotterdam heel veel meer dan 1.000 medewerkers heeft en wij een heel stuk minder. Dus de hoeveel communicatieve inspanningen die we hierop kunnen verrichten, is beperkt naar onze omvang. Die moet voldoende zijn. Waar dat niet is, moet ik met voorstellen komen naar uw raad om daar meer budget voor te geven, maar hij zal altijd minder zijn. Dus er zullen minder filmpjes uit het gemeentehuis komen over onze klimaatadaptatiestrategieën dan uit het gemeentehuis van Rotterdam komen. Ik denk dat u dat ook wel volgt en begrijpt. Dus de aanpak, die we eigenlijk kiezen als organisatie, als bestuur om dan ook op een slimme manier deze normen te implementeren, is het zoveel mogelijk onderdeel te maken van hele normale, saaie processen, handboeken, normenkaders enzovoorts. Dat leidt uiteindelijk tot die observaties die u ook doet van zo’n wadi, van die stenen die ook water doorlaten. Dat komt er gewoon doordat de gemiddelde doorsnee medewerker gebiedsinrichting dit in zijn pen heeft. Dat is ook naar de toekomst toe. De uitvoeringsagenda zullen we waarschijnlijk zo saai maken, omdat het dat naar mijn overtuiging het meeste effect sorteert. Even wat concrete vragen langslopen.

Hoe zorgt u er nou voor dat 2050 niet leidt tot een soort traagheid en dat wij denken: dat komt allemaal wel? Het is eigenlijk zo, begrijp ik, dat wijkinrichtingen zo’n 25 jaar mee gaan. Dat betekent, dat als in 2050 heel Lansingerland klimaatproof moet zijn, en dat moet het zijn, dat in 2025 eigenlijk geen wijk meer kan worden opgeleverd, nieuwbouw of bestaande bouw, die niet klimaatadaptief is. Met andere woorden: we gaan dus een cyclus in, de komende jaren al, waarin wijken, die nu voor groot onderhoud komen te staan volledig volgens de hoogste norm voor klimaatadaptiviteit moet worden ingericht. Anders gaan ze namelijk niet meer op tijd nog een keer aangepakt kunnen worden voor 2050. Dat normenkader, wat behoorlijk smart is geformuleerd, als u het mij vraagt, waarin gewoon staat 60% schaduw, waarin staat 100% waterinfiltratie, dat zijn allemaal heel concrete normen, waarmee onze mensen goed kunnen werken, dat passen we toe. Dat passen we toe op Wilderszijde. Dat op de vraag, die het laatste kwam, over: hoe kan dat nou, is er groen weg uit Wilderszijde? Dat leidt op geen manier op een inbreuk op klimaatadaptiviteit. Dat zou niet zijn volgens het visiedocument, dat zou niet zijn volgens het masterplan

24/41

en het zou ook niet worden getolereerd door het waterschap. Dus Wilderszijde voldoet aan de normen, die in dit document staan, maar ook in het masterplan staan, voor klimaatadaptieve nieuwbouw. En het geldt ook voor andere nieuwbouw ontwikkelingen, dus ook in het bestemmingsplan dat eerder vandaag aan de orde kwam, één van uw leden refereerde daaraan, daar stond inderdaad klimaatadaptiviteit in de paragraaf. En zo hoort het ook, want die woningen gaan heel lang mee, hopelijk, en die moeten dus nu al aan die norm voldoen. Hoe gaan we het verder meten? Ik wil daar op terug komen in die uitvoeringsagenda, hoe misschien een soort separate informatiestroom uw kant op kan gaan, tegelijkertijd zonder afbreuk te doen aan het feit, dat ik het in het doodnormale proces wil inregelen. Want bijvoorbeeld het MIP, dat u wel kent, die meerjaren investeringsprojecten, daar moet dus gewoon bij de eerstvolgende vervanging van een fietspad en van een stuk weg en van een riool, daar moeten die normen in mee lopen. We hebben 11 gebieden geïdentificeerd, 10, waar gewoon een wateroverlastprobleem is, het tunneltje op de Oudelandselaan om het maar even heel plat te maken, daar is een issue. Dat komt op een gegeven moment op het MIP te staan. Dat zit dan bij de begroting.

En de eerstvolgende keer dat we zien, dat daar voldoende meekoppelkans is of andere aanleidingen om daar iets aan te doen, komt dat op het MIP en zullen we daar een investeringsvoorstel voor doen. Maar nu zeggen: we gaan binnen 3 jaar al die knelpunten oplossen, dat kan weleens leiden tot veel desinvesteringen en dat zouden we met zijn allen niet moeten willen. Dus vandaar dat het ook wel de logica volgt van onze normale processen, het klimaatadaptief maken van al die plekken. Dan nog een vraag, die kwam, over de aanvaardbaarheid van bepaalde zaken. Aanvaardbaarheid van paalrot en van diersoorten die verdwijnen. Wij hebben volgens het landelijk stramien van die oud-inwoner van Lansingerland, begrijp ik, wat leuk om te horen, van de deltacommissaris, volgens het stramien volgen we de risicodialoog. De risicodialogen, daarin zijn de partijen die met ons mee gaan denken over wat aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is. Het verdwijnen van diersoorten is natuurlijk wereldwijd onaanvaardbaar, zeg ik maar even voor eigen rekening, niet dat ik daar beleid op voer, maar dat is wereldwijd onaanvaardbaar. Tegelijkertijd zien we dat er meer dieren hierheen komen, die van warme klimaten houden en verdwijnen hier dieren, die van meer gematigde klimaten houden. Daar kunnen wij niet heel veel aan veranderen als Lansingerland.

Daarmee heeft de opkomst van een bepaald dier en het verdwijnen van een dier in het kader van klimaatadaptatie een bepaalde aanvaardbaarheid. Hoe exact die dialogen zijn verlopen, als u dat nader wilt weten, meer dan in de documenten, dan doe ik dat heel graag, maar zo zijn die classificaties tot stand gekomen. Even kijken of ik nog een heel concrete heb. Ja, over bomen. Daar ging het natuurlijk ook over in de inbreng van de heer Wilde. Ik ben een bosbouwer van opleiding en ik vind dat we hier veel te weinig bomen hebben in ons deel van het land. Dat deelt overigens niet iedereen met mij. Toen ik pas wethouder werd toen dacht ik: ik ga de hele Groenzoom, zo gauw ik mag, vol planten met bomen. Overigens ligt het beheer bij collega Fortuyn, die deelt wel die visie, alleen blijkt dan dat de inrichting van dat terrein te zijn geënt op open gebied, mede omdat dat heel goed is voor weidevogels, die we ook graag een goede plek willen geven in onze regio. Dat zorgt ervoor, dat je niet teveel nestgelegenheid wilt geven aan roofvogels. Ik noem maar even wat flauwe en hele platte dingen, die er toch soms voor kunnen zorgen, dat je niet op bepaalde plekken bomen kunt planten, waar je dat in eerste instantie wel graag zou willen. Tussen droom en daad staan wet en praktische bezwaren en die zijn er volop. Dat is geen reden om niet heel offensief te zijn met bomen.

Ik ben wel verheugd daarom, dat gisteren het ontwikkelplan Rottemeren het licht heeft gezien. Daar hoort een uitvoeringsagenda bij. Over de uitvoeringsagenda komen we nog te spreken, maar een paar hele mooie dingen zit er in: heel veel meer bomen langs o.a. de Hoeksekade, bij de Langevaart, de Merenweg, bij Kruisweg. Dat zouden groene ribben moeten worden als entrees naar de Rottemeren. Dat is een plan in de pijplijn, dat zeg ik maar even ter geruststelling richting u en ook de heer Wilde. Een ander plan in de pijplijn, dat wel al bestuurlijk is afgezegend, is de transformatie naar boslandbouw achter bedrijventerrein Weg en Land. Dus uitbreiding van het bosareaal in het Rottemerengebied. Dus weldegelijk zijn er grootschalige plannen. We hebben er de laatste jaren duizenden bomen bij gekregen in het beheerareaal, maar het is nooit genoeg. Dus in de groenblauwe visie, waarmee we aan de slag zijn, zoals u ook toegezegd op een begrotingsstaat, daar komt wat mij betreft een duizend bomen planten in. Ik zeg het maar even voor eigen rekening, maar over dat soort dingen zijn we nu aan het nadenken. Liefst zoveel mogelijk met maatschappelijke organisaties. Niet alleen omdat dat misschien wel beheerkosten scheelt, maar met name omdat het eigenaarschap geeft bij inwoners en dus het welzijn verhoogt.

Die initiatieven zijn er al volop, bij de edelsteenbuurt ken ik zo’n plekje, waar mensen hun eigen stukje groen hebben geadopteerd en met toestemming van de gemeente het zelf beheren en het zelf ook vergroenen. Aan de Oudelandselaan ken ik ook zo’n plek. Maar het is niet genoeg, het is nooit genoeg, dus wat dat betreft zullen we altijd nieuwe initiatieven nodig hebben vanuit de inwoners en moeten we daar en ik als portefeuillehouder natuur ook voor open staan. Nog een specifieke vraag. Laat ik er nog eentje pakken met het risico dat ik er een paar oversla, maar dat komt dan wel in de tweede termijn. Gaat het nou goed met de aanleg van de riolering? Een vraag van de heer Duk. Worden er geen fouten meer gemaakt? Mijn indruk is niet, dat er perse fouten zijn gemaakt van recente datum. Het is wel zo, dat de piekbuien enorm zijn toegenomen de laatste jaren. Daar is misschien in de jaren ’70 en ’80 onvoldoende rekening mee gehouden. Dat geloof ik direct. Op dit moment zijn we bij elk

25/41

rioleringsplan volkomen gericht op klimaatadaptiviteit, ook omdat het kosten bespaart. Dat in reactie daarop. Tot zover. Tweede termijn Mevrouw Zwinkels, L3B: Toen de wethouder het had over de meneer, die ik noemde: het was de deltacommissaris Peter Glas. Dat ter verduidelijking. Verder waren het toch heel veel woorden. Ik bedoelde, toen ik Rotterdam noemde, niet de dingen die Rotterdam doet, maar eigenlijk meer onze mentaliteit. Wij moeten echt overgaan, denk ik, wat dit betreft misschien naar wat minder woorden, maar wel echt de Rotterdamse mentaliteit, niet, ik zeg het netjes, Rotterdammers noemen dat anders, niet, maar dan wel poetsen. Oftewel: wel doen. Ik ben dan ook wel verheugd, kan ik wel zeggen, te horen dat er veel meer bomen gepland kunnen worden. Ik wil ook wel erg meegaan met meneer Wilde over zijn initiatieven om ook bermen te beplanten met mooie dingen. Ik vind het ook goed als kleine stukjes, die nog een beetje groen zijn, verder ontwikkeld worden en in beheer genomen worden. We hebben het steeds over 2050. Dat is nog een tijdje weg, maar eigenlijk moeten we nu al heel veel dingen gaan doen. Vanaf 1901 is de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland gemeten en deze is gestegen met ruim 2 graden Celsius, waarvan de laatste 10 jaar 1,1 graad Celsius. De jaarlijkse neerslag in Nederland is in de periode 1910-2013 met 26% toegenomen.

Kortom, het gaat niet alleen over 2050 en de toekomst, maar ook nu moet er op allerlei gebieden echt actie ondernomen worden. Ik vind ook, dat de participatie met de burgers en ook het praten met de burgers van heel groot belang is. De wethouder heeft toegezegd dat allemaal te gaan doen, dus ik kijk met wat optimisme naar de toekomst. En aan het weer kunnen we, jammer genoeg, zelf niets veranderen, want deze maand is natuurlijk een ramp. De voorzitter: U blijft nog steeds bij een hamerstuk, denk ik. Mevrouw Zwinkels: Ja, dat heb ik aan het begin gezegd. Ik wijk niet van mijn ideeën af. De heer Machielse, VVD: Wat zal ik zeggen? Uitgebreide beantwoording van de wethouder. Daar kan ik niets van zeggen. Ik heb in de eerste termijn aangegeven, dat het wat ons betreft een hamerstuk is, daar blijf ik ook bij. Wel heeft de heer Markus mij nog een vraag gesteld over: hoe kijken we naar planning en prioritering? Ik moet heel eerlijk zeggen: ik heb daar niet direct een pasklaar antwoord op, omdat ik dat heel erg heb gezien als naar de uitvoeringsagenda toe. In die zin heb ik er eigenlijk geen beter antwoord op dan dat. Maar als u een bepaalde wens of voorstel heeft, dan wil ik daar natuurlijk altijd in meedenken. Het stuk an sich, zoals gezegd, wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. De heer Muis: De heer Machielse had het over de uitvoeringsagenda.

Weet de heer Machielse dan wanneer die uitvoeringsagenda komt? Als we het hebben over prioritering en planning, dat vindt hij ook belangrijk, ik denk dat meer partijen dat belangrijk vinden, maar daar heb ik nog geen antwoord op gehoord van de wethouder, dus ik vraag me af hoe de heer Machielse dat graag ziet of graag zou zien. Dank u wel. De heer Machielse: De heer Muis geeft zelf al een beetje het antwoord inderdaad. De wethouder heeft het niet gezegd, dus ik weet ook niet wanneer de uitvoeringsagenda komt. Misschien heb ik dat gemist of kan de wethouder het nog herhalen. Ik heb de vraag van de heer Markus geïnterpreteerd als de prioritering in die uitvoeringsagenda. De prioritering daar naartoe, dat zou wat mij betreft zijn, Q2 werd genoemd van volgend jaar, terwijl de wethouder ook noemde: in huidige plannen houden we er al rekening mee, zoals in Wilderszijde, zoals in Berkel centrum, zoals in andere plannen, doen we het nu al op deze manier. Dan zou dat wat mij betreft prima zijn om in Q2 de nadere uitwerking te bespreken. Maar zoals gezegd ook tegen de heer Markus: het is geen wet van Meden en Perzen. Ik wil er graag in meedenken als er een bepaalde wens leeft. De heer Van der Stelt, CDA: Wat mij betreft is de wethouder in zijn toelichting er voldoende op in gegaan. Ik realiseer me ook, dat het ook verder een plek kan krijgen in de uitvoeringsagenda.

Ik had al aangegeven, dat het wat ons betreft een hamerstuk is en dat vind ik nog steeds. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Het is al gezegd: een uitgebreide beantwoording door de wethouder. Ik mis eigenlijk nog één antwoord, het lijkt haast niet mogelijk, maar het is toch echt zo. Mijn vraag was: daar waar bijvoorbeeld de uitvoering van de motie rondom de groene schoolpleinen, en dan noemde ik het voorbeeld Eiberplein, waar met name het schoolplein wordt genoemd, dat zijn natuurlijk eigenlijk de quick wins die je kan maken, daar heb ik bij wijze van spreken geen uitvoeringsagenda bij nodig. Zo zullen er in het stuk wel meer dingen zitten waarvan je denkt: dat zijn quick wins, dat kost eigenlijk niets. Er is misschien een goed gesprek met de school voor nodig. En de stimulans: probeer dat nou eens te doen. Waarbij je dan toch wel een paar probleemdingetjes kan wegstrepen. In hoeverre moeten we op een uitvoeringsagenda wachten? Wellicht kan je op die punten al actie ondernemen. Hartstikke goed, dat het vertaald wordt naar handboeken en voorschriften voor allerlei dingen, dat is alleen maar goed. We kijken ook uit naar de renovatie van het centrum van Bergschenhoek, want daarmee heb je ook een ander probleem opgelost rondom de hittestress.

Het lost zich in de loop der tijd wel op grotendeels, maar met name die quick wins, daar zou ik de wethouder over willen horen, of dat dingen zijn, die de

26/41

komende periode zijn aandacht zouden kunnen krijgen. En nog even over de uitvoeringsagenda. Ik ben het eens met de heer Markus als hij bedoelt: probeer het toch zo snel mogelijk te doen. Anderzijds ben ik er wel gevoelig voor dat het een hoop tijd kost. Als het in de tussentijd opgelost kan worden door de quick wins te gaan doen, dan is het van twee één. Dan is Q2 2022 wat ons betreft ook een begaanbare weg. Daarmee is het ook een hamerstuk wat ons betreft in de raad. Ik vergeet nog één punt, sorry. Dat is waar de heer Markus op attendeerde, over dat aanvaardbare risico. De paalrot. Dat vond ik toch wel heel bijzonder, want het zal je woning maar zijn. De gebieden zijn aangegeven in de bijlagen van het stuk. Wellicht dat de wethouder daar toch nog specifiek naar wil kijken, want ik vind het ook wel iets te makkelijk om te zeggen dat het in allerlei overleggen naar voren komt. Maar het zal je woning maar treffen. Het gaat gepaard met enorm hoge kosten. Wellicht is het mogelijk om het iets meer naar links te krijgen in het schema om het toch als onwenselijke consequentie te noteren. Ik geef het even in overweging. De heer Markus, CU: Schorsen is overdreven, maar de wethouder heeft, en dat waardeer ik aan deze wethouder ontzettend, als je de wethouder over duurzaamheid bevraagt, dan trek je een stop eruit en dan loopt de wethouder leeg.

Dat is fantastisch om te zien, want ik houd van mensen die enthousiast zijn over hun portefeuille en enthousiast zijn over duurzaamheid, dan sta je bij mij bijna al vooraan in de rij, dus dat vind ik goed om te horen. Allerlei initiatieven en het is vastgesteld in allerlei normen en zaken die binnen het gemeentehuis opgepakt worden en daardoor ook geborgd worden. Dat is allemaal fantastisch. Maar ik zit nog ontzettend te kauwen op de urgentie, prioritering en de planning. Als ik de wethouder goed begrijp, zegt de wethouder: we hebben nog ruim 25 jaar. In die 25-jaar cyclus worden alle wijken echt nog op de schop gegooid. Geloof me maar, beste gemeenteraad, dan doen we dat gelijk hartstikke klimaatadaptief. Ik wil de wethouder daar graag op geloven, maar dan denk ik: misschien willen we anders prioriteren. We hebben een hele verkenning gedaan, een stresstest gedaan, daar zijn ook allerlei punten uit naar voren gekomen, moeten we die dan niet eerder beet pakken als die wijk pas over 20 jaar op de agenda staat, moeten we dat dan niet over 10 jaar al doen? Hoe gaan we om met de ondernemers, de inwoners? Hoe gaan we die nou benaderen? Welke prioriteit hangen we daaraan? Ik worstel daar toch echt wel een beetje mee.

Het is een prima stuk, maar als mensen gevraagd wordt: stuur je als raad nog een beetje op de klimaatadaptatie? Dan zeg ik: ja, de wethouder is er ontzettend enthousiast over, dus ik hoop dat het goed gaat, maar hoe, wat er precies in de prioriteit en de planning zit, kan ik u ook niet exact vertellen. Die worsteling heb ik nog wel een beetje. Dan zegt hij: die uitvoeringsagenda, daar hebben we eigenlijk niet zoveel tijd voor, want we willen juist de uitvoering in en ergens in Q2 volgend jaar komen we met een update. Ik vind het allemaal nog wat lastig. Ik heb er ook niet gelijk een pasklaar antwoord op. Ik snap de wethouder ook, dat we elkaar niet moeten overladen met uitvoeringsagenda’s en voorstellen en dat soort zaken, maar dat we gewoon de dingen buiten moeten doen. Maar ik ben nog wel een beetje op zoek naar iets meer handvaten, sturing hoe we dit proces als raad toch ook wat meer in de gaten kunnen houden. Ik zou het ontzettend vervelend vinden als we over 10 jaar of 15 jaar tot de conclusie komen dat we een verkeerde prioritering hebben gedaan of dat we dingen over het hoofd hebben gezien en dat we achteraf zeggen: hadden we maar een drie ton vrij gespeeld om dat naar voren te trekken. Die vraagstukken, daar zit ik nog mee. Het is voor ons dan ook zeker geen hamerstuk.

Als de voorzitter vraagt of we dan met een amendement of motie komen: geen idee, maar de worsteling die ik heb, daar moet ik nog samen met mijn fractie en wellicht dat mijn collega raadsleden en de wethouder mij daarin kunnen helpen, daar moet ik nog een ei over leggen. En even over risico’s. Prachtig wat de wethouder vertelt, dat er risicodialogen gedaan zijn. Maar als daar niemand bij zit die een huis heeft met paalrot, dan snap ik dat dat voor zo’n persoon een aanvaardbaar risico is. Als je er zelf mee te maken hebt, dan vind ik dat toch wel een ander verhaal. En dat verhaal over diersoorten die verdwijnen, prachtig, maar ik vind het echt van een compleet andere orde dan het tijdelijk afsluiten van zwemwater. Dat vind ik een totaal andere risicobeleving. Ik raad aan nog eens kritisch naar dat schema te kijken. Maar dat vind ik veel minder urgent dat de hele planning en de prioritering. Dat is nog wel een beetje een worsteling. De heer Muis, D66: Eigenlijk heb ik hetzelfde gevoel dat de heer Markus heeft. Ik worstel ook met hetzelfde punt. Het is natuurlijk helemaal prima om klimaatadaptatie onderdeel te maken van je beleid en van je processen. Alleen, ik denk dat het ook gelijk raakt aan het gevoel van de inspreker, dat het dan weinig urgentie uitstraalt. Je hebt ook een stresstest gedaan.

Er komen kwetsbare plekken uit en je verwacht dan niet dat in het reguliere proces die kritische, kwetsbare plekken opgepakt gaan worden over 25 jaar of een periode tussen 10 en 25 jaar, maar in elk geval niet dat er een actieplan op zit. Ik snap ook, dat je niet een uitvoeringsprogramma hoeft te hebben, waarin je elke maatregel tussen nu en 2050 al wil bepalen. Wat mij betreft mag dat ook een soort levend document worden, waarin je uitgaat van: wat heeft topprioriteit, waar moeten we echt oog voor hebben, dat dat niet pas bij vervanging van zaken aan de orde komt. Wat WIJ zei, die quick wins. Zie je die ook voldoende? Ga je die ook aanpakken? Dan komt je misschien ook tot een uitvoeringsagenda, die mee blijft bewegen in plaats van dat we zeggen: we pakken het allemaal in het reguliere op. Ik denk graag mee met de CU en misschien ook met

27/41

andere partijen, ik zie meer instemmend geknik, hoe we daar misschien toch iets meer vorm aan kunnen geven, zodat wij daarin mee kunnen beslissen en sturen en dat het niet alleen maar iets is wat tot ons komt. Dat gezegd hebbende, vind ik nog steeds dat het een heel goed fundament is, wat er ligt, waar we echt op voort kunnen bouwen. Ook die financiën, ja, daar moet je toch ook echt richting aan gaan geven. Het kan niet zo zijn, dat op het moment dat je het nodig hebt, dat je dan moet kijken of we er nog geld voor hebben. Daar moet echt een andere vorm voor worden gevonden. Zeker omdat het op termijn zich terug verdient of kosten bespaart, die je anders dan eigenlijk doorschuift naar de toekomst. Er zijn heel veel punten, maar gezien de tijd zal ik er verder niet op in gaan. De communicatie, daar heeft L3B uitgebreid aandacht voor gevraagd. Daar zijn we het helemaal mee eens. Je moet ook echt laten zien wat je doet, welke stappen je zet. De CU zei dat overigens ook, andere partijen wellicht ook. En bewoners in de gelegenheid stellen om dingen zelf te doen. Het zelfbestuur. Volgens mij is wethouder Fortuyn daar ook al heel lang heel hard mee bezig en gebeurt het al op heel veel plaatsen, maar dat kan wellicht op een hoger abstractieniveau ook nog gedaan worden. Dank u wel.

De heer Duk, GL: Na deze stortvloed aan woorden van de wethouder heb ik toch nog een aantal vragen, die niet volledig beantwoord zijn. Het voordeel is, dat ik twee voorgangers heb gehad, die al behoorlijk wat hebben gezegd. Ik denk dan ook graag mee met de CU en D66 als het gaat over de urgentie, planning en prioritering. Ik vroeg naar de visie van de wethouder over een variabel grondwaterpeil in de buitengebieden. Daar heb ik de wethouder eigenlijk nog niet over gehoord, misschien heb ik dat gemist. Ook de vraag over het waterbeheerplan, die mogelijk geactualiseerd dient te worden, lijkt niet beantwoord. Het lijkt erop, dat er iets is mis gelopen bij de uitnodigingen van maatschappelijke organisaties. Als de wethouder ervan overtuigd is, dat de genoemde organisaties zijn uitgenodigd en deze organisaties aangeven, dat dit niet is gebeurd, dan hoop ik dat in de toekomst een herinnering of een telefoontje volgt als er geen respons volgt op een uitnodiging. Ik heb al heel mooie woorden gehoord van de wethouder over het planten van bomen, maar ik zou eigenlijk een soort van toezegging willen, dat hij actief in gesprek gaat met Lansingerland Samen Duurzaam om te kijken wat zij daar als opties zien. Als daar inderdaad quick wins zijn, dan zou ik die heel graag willen zien. Inderdaad, paalrot, sorry, maar dat kan eigenlijk niet aanvaardbaar zijn.

Daarmee heb ik eigenlijk alles gezegd. De heer Xhemaili, PvdA: Ik noemde het al: besturen is vooruit zien. Ik onderschrijf de woorden van de heer Markus. Mijn fractie gaat ook broeden op een motie dan wel amendement samen met de CU en D66. Dit is toch best wel een belangrijk agendapunt, dat de komende jaren gaat bepalen in de colleges. Wat ik ook eerder benoemde in mijn betoog, is dat de financiën ook wel goed moeten worden meegenomen hierin. Het gaat wel geld kosten allemaal. Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording van de vragen m.b.t. Wilderszijde, de groeninrichting. Dank daarvoor. Voor ons nog niet een hamerstuk, we gaan met CU en D66 kijken hoe we iets in kunnen brengen aan een amendement dan wel motie. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, u heeft de worsteling gehoord van diverse fractieleden. Misschien dat u nog kort even op een paar vragen in kunt gaan. Wethouder Van de Beukel: Ja, dat zal ik proberen. Quick wins, daarop ingaand, bijvoorbeeld schoolpleinen, het Eiberplein. Het is zo dat we een aantal pilots hebben uitgevoerd. Daarin hebben we als gemeente best wel een trekkende rol in gespeeld, ook n.a.v. de motie van uw raad, met name bij collega Van Tatenhove. Het is nu zo, dat die geleerde lessen bekend zijn en bekend zijn gemaakt.

En dat we het zeer op prijs zullen stellen als scholen die geleerde lessen ook zelf toepassen, oppakken, plannen maken en die bij de gemeente indienen, zodat wij die alleen maar hoeven in te passen en mogelijk te maken. Daar nog een heel actieve, trekkende rol in spelen als gemeente, u moet zich voorstellen: dat zijn toch allemaal separate projecten, die een projectleiding behoeven en communicatie en participatie en meer van zulks. Terwijl het heel fijn zou zijn, dat is ook een appel wat ik doe bij deze, wat ook in het document zit, op schoolbesturen, maar ik zal ook met collega Arends overleggen of we het bij 3B Wonen eens ter sprake kunnen brengen, zodat zij ook in hun inrichting van tuinen hier aandacht aan kunnen geven, het is ook een appel aan maatschappelijke organisaties, zoals scholen voor hun schoolpleinen, zoals particulieren, zoals parkmanagement van bedrijventerreinen, om inderdaad ook hier vanuit te werken en te handelen en bij de gemeente aan te kloppen als wij ergens iets kunnen en willen faciliteren. Dat betekent niet dat we achterover zitten. De quick wins kunnen we ook zelf signaleren en oppakken. Wat ik graag wil doen is in elk geval in het actualiteitenoverzicht duurzaamheid, die we elke drie maanden aan u sturen, gewoon de eerste agenda opnemen.

Op welke plekken, in welke projecten, of dat nou van een wijk is of van een stuk weg of van een schoolplein, we actueel of in de aankomende tijd aan de slag zijn met die normen voor klimaatadaptiviteit. Ik hoop dat dat dan een eind tegemoet komt aan uw behoefte om toch echt grip hierop te krijgen, die behoefte snap ik. Daar zit dus wel mijn dilemma in, dat heeft u goed verstaan, met de wens om gewoon maar de hand aan de ploeg te slaan en niet weer meer papier te produceren, omdat we ook niet helemaal goed weten, in alle eerlijkheid en

28/41

openheid, niet helemaal goed weten wat de noodzaak is en wellicht het negatieve bijeffect van een heel nieuw implementatieplan maken. Want uiteindelijk zijn dit gewoon normen. U heeft gezien, dat de norm voor nieuwbouw geen misverstand toelaat. Normen voor kerngebieden. De heer Jumelet: Het ging eigenlijk over het eerste stukje van het betoog van de wethouder. Het gaat mij er niet om, dat u een compleet project gaat optuigen, bijvoorbeeld op zo’n Eiberplein. Maar het feit dat u met dit rapport een ambtenaar vraagt van: bel nou eens het hoofd van die school en ga nou eens uitleggen over die hittestress, die daar ontstaat, en de school wellicht vertelt: joh, als je daar een paar bomen plant en misschien een aantal tegels eruit haalt en wat gras dan zou je heel veel kunnen oplossen. Dat is misschien een gesprek van een uur. Dan hoeft de gemeente niet zozeer een project te gaan doen, maar wel de schoolbesturen of het hoofd van de school erop attenderen. Zo eenvoudig kan het zijn. Vaak hebben mensen er totaal geen idee van, dat er een probleem is op hun schoolplein of stukje terrein. Op het moment, dat je het vertelt aan iemand, joh, je hebt een probleem, je kan het zo oplossen, dan kost dat misschien een uur, maar dan ben je wel een punt kwijt uit je agenda, dan heb je wel een quick win. Wethouder Van den Beukel: Wel een goede suggestie.

Zoals ik net heb aangegeven, dat ik graag in een actualiteitenoverzicht met een agenda kom, zo kan ik ook hier wel iets mee, meneer Jumelet, dank u wel voor die suggestie. Ik heb net geconstateerd overigens, dat de heer Van Lien van Rotta deelnemer is geweest aan een klimaatdialoog. Dus er is aanwezigheid geweest van maatschappelijke organisaties. Het lijkt me eigenlijk wel een heel goede gedachte, en ik heb nog niet ambtelijk gecheckt of dat ook eigenlijk al in de pijplijn zat, om de conclusie van uw raad t.a.v. deze strategie, of die conclusie ook bij alle betrokken partijen in eerder fase uitgenodigd dan wel betrokken, of die ook al gedeeld zou worden. Ik denk dat het heel logisch zou zijn om dat te doen en om het dan ook uit te breiden, eventjes, met uitnodigingen aan 3B Wonen, daar hebben we het al over gehad vanavond, en schoolbesturen. Het is aan die organisaties om daar op in te gaan of niet, maar dan is dat in ieder geval vanuit onze kant wel goed gepoogd.

Laat ik in elk geval hier het voornemen uitspreken, of ik kan het ook als toezegging formuleren, dan wordt het ook ergens geadministreerd, om ook zelf als wethouder aanwezig te zijn bij een bijeenkomst te organiseren, waar we de dan vastgestelde, hoop ik dan maar, klimaatadaptatie strategie presenteren, laten zien wat het behelst en vervolgens het appel doen om die tegel te wippen, die quick win te realiseren en u daarover terug te koppelen. Ik denk dat dat een inspanning is, maar wel een inspanning met een goede opbrengst. De heer Markus: Ik dank de wethouder voor zijn hulp om mee te denken, dat waardeer ik ten zeerste, ik ben er nog steeds niet uit. Maar die verschillende bouwstenen, al die naderende onderzoeken, daar wordt over gesproken als: op korte termijn, we komen met een actieplan en dat soort zaken. Daar moet toch iets meer planning of prioritering aan kunnen gegeven worden? Er staan iets van 5 actieplannen, droogte bij tuinbouw vinden wij belangrijker dan de stimulering van private partijen. Of vinden wij die private partijen urgenter? Kan de wethouder daar nog even op reflecteren, hoe hij die bouwstenen ziet in verhouding tot iets van een tijdshorizon? Wethouder Van den Beukel: Heldere vraag, dank u wel meneer Markus voor die vraag. We leven in een spannende tijd, dat weet u.

Ook als organisatie zetten we alle zeilen bij om iedereen al thuis werkend goed betrokken te houden en goede stappen te zetten. En we hebben een bezuinigingsslag al geslagen vorig jaar en die hebben we nu weer staan. Ik vertel daar geen geheimen mee. Dat betekent dat we effectief willen zijn en dat die bouwstenen bouwstenen zijn en uiteindelijk leggen we die gewoon. Ik heb nu het tweede kwartaal volgend jaar voor ogen voor het afgerond hebben van die uitvoeringsagenda. Maar ik begrijp uw wens om die bouwstenen ook gewoon in concrete zin te bespreken in dit gezelschap en vervolgens dat met elkaar te wegen. Ik denk ook dat dat kan. Dat betekent niet, dat ik nu zou willen afwijken van het voornemen om pas in het tweede kwartaal volgend jaar die complete uitvoeringsagenda hier ten doop te houden, maar dat betekent dat ik het wel prima vind om bij u terug te komen en het gesprek te voeren vanuit een voorstel hoe om te gaan met die bouwstenen en wanneer wat komt. De heer Markus: Nu komt u al een heel eind in onze richting. Eigenlijk zegt u nu toe, dat u Q2 volgend jaar met die uitvoeringsagenda komt. Dat is meer dan nu in het raadsvoorstel staat, want daarin staat dat u in Q2 volgend jaar met een update komt. Een update kan ook zijn: beste raad, we hebben niets gedaan. Dat is ook een update. Maar nu zegt u: ik kom in Q2 2022 met een uitvoeringsagenda.

Kijk, daar word ik al een stuk blijer van, want met zo’n uitvoeringsagenda in de hand, en dat mag van mij een levend document zijn, dat hoeft ook niet vuistdik, daar kan je als commissie prima met elkaar over in debat gaan en daarin schuiven of in rommelen, ik noem maar wat. Met die toezegging, dat die uitvoeringsagenda er komt in Q2 volgend jaar, daar word ik al een stuk gelukkiger van en is mijn worsteling al voor een groot deel uit de knoop gehaald. Als die toezegging staat. De voorzitter: Ik heb de wethouder dit horen zeggen, dat is een toezegging. Komt er nog meer vanuit de wethouder t.a.v. de tweede termijn. Wethouder Van den Beukel: Je gooit er een kwartje in en het begin te ratelen, maar ik krijg er wel kritische feedback op, dus ik moet een beetje oppassen. Volgens mij bespaart het ons ook weer energie, want ik bespeur enthousiasme hoe meer woorden ik spreek, dus dat helpt dan weer. In het kort. Het is inderdaad een toezegging: Q2 volgend jaar een uitvoeringsagenda. De lijvigheid ervan, het detailniveau daarvan, daar kan ik nu moeilijk uitspraken over doen, dat hangt echt af van wat we gaan ontdekken. In die zin is het echt een reis. Maar de toezegging staat en ook de toezegging voor die bestuurlijke conferentie, misschien een te groot woord, je kunt het ook anders noemen, met

29/41

maatschappelijke partijen, die staat ook. Ik wil het eigenlijk heel simpel houden, maar ik heb er genoeg over gezegd. Over paalrot, dat is toch tot twee keer toe onder de aandacht gebracht: Ik stel me voor dat voortschrijdend inzicht inmiddels leidt, ook gelet op de debatten die we hebben gevoerd over funderingsherstel Rottekade, een beetje andere materie maar toch gerelateerd, ja, dat betreft echt een heel aantal woningen in Lansingerland, maar ik kan me goed voorstellen dat op een volgend moment dat we hierover spreken anders geprioriteerd wordt. Dit was de uitkomst. Ik wil er niet bestuurlijk tech ingaan, maar gehoord ook uw raad en gelet op het maatschappelijk debat, denk ik dat ik die de andere kant op zie bewegen, niet meer als aanvaardbaar worden gekwalificeerd. Het variabele grondwaterpeil, daar heeft meneer Duk twee keer om gevraagd, daar ga ik ook nog drie woorden aan wijden. Ik werk namelijk samen met de waterschappen met name om over dit soort thema’s te spreken. Die hebben een verantwoordelijkheid hiervoor, een primaire verantwoordelijkheid hiervoor. Als gemeente sturen we hier ook op, zeker. Ik heb afgelopen maandag de samenwerkingsagenda met Delfland en Schieland in concept besproken, daar zijn ook dit soort thema’s onderdeel van in de samenwerkingsagenda.

Wat dat betreft: ik wil het daar inbrengen in het overleg met de waterschappen op uw suggestie en vervolgens horen wat daar de mogelijkheden zijn. De heer Duk: Ik was ervan overtuigd dat de waterschappen alleen verantwoordelijk zijn voor het oppervlaktewater en dat de gemeente verantwoordelijk is voor het grondwaterpeil. Wethouder Van den Beukel: Dat is een ingewikkeld vraagstuk. Ik zou er vijf voor elf niet zo heel veel woorden aan willen wijden. Ze hangen in elk geval samen, laat ik het daar bij houden, grondwater en oppervlaktewater. Ik breng uw suggestie in, die is waardevol. Ook met Rotta ben ik regelmatig in contact. Ik zou ook nog even graag mijn oor te luisteren leggen wat hun ideeën zijn. Dan kom ik tot slot op de vraag om een toezegging om met Lansingerland Samen Duurzaam in de weer te gaan. Ik heb ook dat, excuus daarvoor, ook tijdens het debat al even gedaan, een appje gewisseld met de heer Wilde, die ik spreek. Ik heb hem hier een paar maanden geleden ook gesproken met een paar van zijn collega’s, dus die lijn ligt open wat mij betreft. Dat was die ook al. Ik was lichtelijk verbaasd over zijn inspraak hier, want in mijn beleving waren we nog in afwachting van een aantal concrete suggesties voor plekken om bomen te planten, maar kennelijk leeft daar het gevoel dat we daar onvoldoende snel op acteren. Een misverstand, kan gebeuren.

Maar in elk geval: dat gesprek was er, blijft er en dat continueer ik, want met maatschappelijke partijen werk ik heel graag samen. Financiën, dat is twee keer onder mijn aandacht gebracht. Financiën zijn hier wat mij betreft, zeker voor het implementeren van het normenkader, niet sturend. Als wij hier vaststellen een nieuwbouwwijk realiseren klimaatadaptief, dat betekent X-procent van dit en X-procent van dat, dan is het geen vraag: hebben we voldoende geld? Dan is dat de norm die we hanteren en dan leidt dat tot een financiële claim bij uw raad om dat mogelijk te maken. Dus een apart potje, als dat uw idee zou zijn voor klimaatadaptiviteit bij projecten, dat werkt alleen maar in het nadeel van het borgen van klimaatadaptiviteit. Ik geef het maar even mee. Tot slot. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb een paar keer hamerstuk gehoord, maar ik heb van diverse fracties gehoord, dat ze zich nog even gaan bekreunen of ze met een amendement of een motie komen, als ik dat goed geïnterpreteerd heb. Met andere woorden: dat gaan we zien. Dus geen hamerstuk. 6.e Invoering Omgevingswet De voorzitter: Ik ga jullie verzoeken om het kort maar krachtig te houden, want ik wil toch wel zo rond twaalf uur zeker klaar zijn. Er zijn nog een paar forse items, die nog zeker besproken moeten worden. Ten aanzien van de omgevingswet wordt het e.e.a. gevraagd t.a.v. de financiën.

In de tussentijd is de heer Hoppenbrouwer aangekomen. Ik hoor u nog niet. De heer Hoppenbrouwer, L3B: Ik was u aan het complimenteren voor uw geduld met dat hier veel gesproken wordt in de commissie. Dat even terzijde. Ik zou daar toch nog eens een keer een debatcursusje tegenaan willen zetten. De woordvoering rondom de omgevingswet. De vakbladen staan vol van de klem, die gemeenten ervaren door de hoge invoeringskosten van de omgevingswet. Kabinetsbeloften en eisen van de gemeenten, dat de investeringen in 10 jaar terug verdiend zouden worden, lijkt een illusie. Dat is vanavond al eerder besproken. Voor de derde keer op rij zadelt de Tweede Kamer / de landelijke politieke partijen ons op met rijksbeleid zonder genoemde financiële middelen, die door de inwoners van Lansingerland moeten worden opgehoest. Het gevolg is: het voldoen aan de sluitende begrotingseis, waardoor er gesnoeid moet worden in de uitgaven en misschien wel in het ergste geval de inkomsten opschroeven. Wie is de dupe? De inwoner. Dit gezegd hebbende, staan wij met de rug tegen de muur en we blijven verantwoordelijk voor de invoering van de omgevingswet. L3B heeft met een schuin oog gekeken naar het KPMG rapport ‘onderzoek naar transitiekosten d.d. 3 februari 2021’. Gelet op de beantwoording van onze technische vragen, waarvoor dank, zien wij in vergelijking met het KPMG rapport twee grote verschillen.

Het onderdeel ‘programma ondersteuning en bedrijfsarchitectuur’ de kosten daarvan zijn bij de gemeente Lansingerland 70% en is vele malen hoger dan de geraamde kosten in het KPMG rapport. Die spreekt bij dat onderdeel over, landelijk gezien, 43%. Daarnaast zijn de kosten rondom de informatiearchitectuur, dan hebben we het over licenties en ICT

30/41

aanpassingen, onduidelijk beantwoord. Ook in het KPMG rapport staat dat er veel kosten mee gemoeid zijn. Die zie ik niet terug in de beantwoording van onze technische vraag. Om te voorkomen, dat er appels met peren worden vergeleken vraag ik de wethouder het overzicht 5.a opnieuw op te stellen, maar dan aan de hand van het KPMG rapport. Ik heb misschien een iets andere insteek gekozen, maar ik zou echt graag voor de raadsvergadering met dat rapport in de hand dat er een vergelijking wordt gedaan, zodat wij niet uit de pas lopen. Het tweede. De beantwoording van onze technische vragen heeft geen duidelijkheid geschapen inzake de inzet van eigen personeel. Enerzijds wordt de deelprojectleider veranderopgave in de lijn belegd, terwijl de interne uren lijnorganisatie voor een bedrag van een half miljoen wel in de begroting zijn opgenomen. In de antwoorden op de technische vragen staat, als ik vraag of het om eigen personeel gaat, dan wordt er gezegd: dit betreft projectkosten, zodat wij naast de projectwerkzaamheden voor de invoering van de omgevingswet ook onze reguliere werkzaamheden in het kader van vergunningverlening en handhaving en toezicht kunnen blijven uitvoeren. Mijn vraag is nu: zijn de projectkosten nou synoniem voor salariskosten respectievelijk inhuur van personeel? Dan is ook de vraag: waarom wordt het de ene keer wel mee genomen en een andere keer niet.

Ik vind € 5 ton voor personeel weer in de begroting opnemen niet wenselijk. In diezelfde vakliteratuur staat, dat er ook grote verschillen zijn in gemeenten als het gaat om de invoeringskosten van de omgevingswet. Reden: de hoogte van de kosten voortvloeiende uit die uitvoering zijn mede bepalend door de lokale beleidsvrijheid. Graag van de wethouder een toezegging, dat in toekomstige voorstellen rondom de omgevingswet, we hebben een heel staatje gezien in het stuk, om zowel inhoudelijk als het benodigde budget duidelijk aan te geven wat lokale beleidsvrijheid is en wat gewoon een wettelijke must is. De afronding. De invoering van de omgevingswet wordt gezien als één van de grootste transformaties, zelfs groter dan de 3D operatie. Wij weten hoe heftig dat kan zijn. Dit vraagt om een volstrekt ander gedrag en houding van alle stakeholders en vraagt om een nog intensievere burgerparticipatie. Aan de wethouder vraag ik: waar zijn deze kosten nu, om dat in juiste banen te leiden, belegd? Dank u wel. De heer Van As, VVD: Voor ons ligt een raadsvoorstel met toch wel behoorlijke bedragen erin genoemd. De omgevingswet moet worden ingevoerd, dat moet goed gebeuren, dat staat voor ons ook voorop. Daarin hebben we overigens groot vertrouwen in de projectorganisatie, de ambtenaren, het college, alle mensen die er voor ons mee bezig zijn.

Het is een enorme opgave, het kost dan veel tijd en geld, dat snappen we. Maar voor ons ligt een voorstel voor ophoging van de reserve actieplan omgevingswet van € 1,5mln. Daarin een verhoging van het budget van € 1,1mln voor dit jaar. Dat zijn echt nogal forse bedragen ten opzichte van de huidige begroting. Wij waren daardoor verrast. Het project loopt al een tijd, we weten dat dit eraan komt. Dan vind ik het niet leuk om verrast te worden. Ik vraag me af hoe het kan dat dit zo ineens komt, terwijl de invoeringsdatum juist naar achteren is gegaan? Hebben we dan informatie gemist vanuit het college? Daar wil ik wel graag een reactie op horen. Ik heb eerder in 2019, want we hebben een aantal keer gesproken met de klankbordgroep toen we die nog hadden in deze commissie, heb ik gevraagd om ook te informeren op regelmatige basis. Ik heb toen de suggestie gedaan dat in de voortgangsrapportage te doen, die we maandelijks krijgen. Ik zou dan toch weer willen voorstellen om dat wel te doen om verrassingen als deze te voorkomen, zodat we beter weten waar we staan in het traject, wat er aan komt, even los van dat we onze eigen informatieplicht hebben, uiteraard houd ik bij wat er aan besluitvorming gebeurt landelijk, wat er op ons afkomt, maar ik verwacht ook vanuit het college belangrijke informatie en regelmatige informatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=fb156c0e-97a3-48a4-be1e-6317feb37e80