23.02.01 Antwoorden op technische vragen PvdA over 6b. Onderzoekskrediet verkeerskundig knelpuntenonderzoek N209 - T23.00840.docx
Tekst van het document
Formulier beantwoording technische vragen gemeenteraad en commissies Soort vraag:
Cie Ruimte
Steller van de vraag en partij: Nanno Scheringa, PvdA Datum:
1 februari 2023
Onderwerp:
Onderzoekskrediet t.b.v. verkeerskundig knelpuntenonderzoek N209
N.a.v. de commissie ruimte punt 6b. Onderzoekskrediet t.b.v. verkeerskundig knelpuntenonderzoek N209 hebben wij de volgende technische vragen. Vraag 1a:
Wat zijn de materiële kosten, kunt u dat verder specificeren? Bijvoorbeeld ontwerpen van oplossingen; waarom valt dit onder materiële kosten en niet onder personeelskosten? Graag een specificatie.
Antwoord:
Materiële kosten voor het aanbesteden en dus extern uitvoeren van het Verkeerskundig onderzoek. Dit zijn dus kosten anders dan kosten gemaakt voor de eigen inzet van de gemeente. Onder materiële kosten binnen dit onderzoeksproject vallen de cijfermatige onderbouwing van de knelpunten, het opzetten van benodigde verkeersmodellen en het ontwerpen van oplossingen voor de knelpunten.
Vraag 1b:
Worden met de infrastructurele kosten die grotendeels ten laste van de gemeente komen, alleen kosten binnen het onderzoek bedoeld en geen kosten voor de uitvoering van de oplossingen?
Antwoord:
Gedoeld wordt op de kosten van de realisatie/aanleg van maatregelen.
Vraag 2a:
Hoe ziet de cofinanciering van de provincie er uit? Is dit alleen financieel of ook in ambtelijke capaciteit?
Antwoord:
Zowel ambtelijke capaciteit als financieel. Wethouder Fortuyn en gedeputeerde Zevenbergen hebben afgesproken gezamenlijk de knelpunten op de N209 te onderzoeken en aan te pakken (zie U22.00209). De provincie levert aan dit onderzoek een ‘in kind’ bijdrage in de vorm van een ambtelijk opdrachtgever, een projectleider en een projectmedewerker. Daarnaast is een ambtelijke toezegging gedaan dat de provincie de helft van de onderzoekskosten wil dragen. Over het vervolg van het traject (de realisatiefase) en de daaraan vastzittende kosten zijn nog geen afspraken gemaakt. Wel heeft de provincie aangegeven over weinig tot geen middelen te beschikken.
Ons kenmerk
T23.00840
1/2
Vraag 2b:
Wanneer wordt duidelijk hoeveel de provincie gaat bijdragen? Wat is er nodig om dit duidelijk te krijgen bij de provincie?
Antwoord:
Ambtelijk is toegezegd dat de provincie de helft wil bijdragen. Vanwege de financiële situatie van de provincie (de komende jaren geen financiële middelen) kon geen duidelijke afspraak op bestuurlijk niveau gemaakt worden. In de komende tijd wordt ambtelijk en bestuurlijk met de provincie gesproken over de provinciale bijdrage.
Vraag 2c:
Er is op ambtelijk niveau toegezegd dat de provincie bij draagt. Waarom niet op bestuurders niveau? wie gaat dit accorderen? welke garanties hebben we?
Antwoord:
Zie het antwoord op voorgaande vraag.
Vraag 2d:
is er nog financiering mogelijk vanuit bijvoorbeeld de metropoolregio of het Rijk?
Antwoord:
De financieringsmogelijkheden vanuit MRDH en het Rijk zullen actief onderzocht worden in de komende periode.
Vraag 3:
Zijn er afspraken met de provincie wat er na het onderzoek moet gebeuren met de adviezen en aanbevelingen uit het onderzoek en waar de kosten zullen liggen?
Antwoord:
Wethouder Fortuyn en gedeputeerde Zevenbergen hebben afgesproken gezamenlijk de knelpunten te onderzoeken en aan te pakken. Vanwege de financiële situatie van de provincie (weinig tot geen middelen in de komende jaren) konden er nog geen afspraken gemaakt worden voor de fase na het onderzoek. Uiteraard blijven we in gesprek op ambtelijk en bestuurlijk niveau over de verdeling van te maken kosten.
Vraag 4:
Waarover kan geparticipeerd worden voor het knelpuntenonderzoek?
Antwoord:
Participatie zal gericht zijn op het aandienen van knelpunten en het duiden van het belang van de aanpak ervan.
2/2