CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt lijst technische aanpassingen Referendumverordening

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente landsmeerBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Intrekken Referendumverordening4.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS Art. 1.a. referendum: een raadplegende of raadgevende volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit;

WORDT Art.1.a. referendum: volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit.

Art. 1. d. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

Art. 1. d. kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad

Art. 2. Een referendum kan worden gehouden over ieder te nemen besluit van de raad, met uitzondering van besluiten:.

Art. 2. 1. Een referendum wordt gehouden op initiatief van kiesgerechtigden of de gemeenteraad. 2. Onderwerp van een referendum is een voorgenomen raadsbesluit met uitzondering van besluiten:

De woorden raadplegend en raadgevend zijn verwarrend, iemand zonder kennis van het referenduminstrument zal niet meteen weten wat hiermee wordt bedoeld. Gekozen is daarom om deze woorden te schrappen. De vormen worden in artikel 2 uitgelegd. Er wordt daar gesproken over een referendum op initiatief van kiesgerechtigden of een referendum op initiatief van de raad, vandaar dat hier een voorstel voor een algemene definitie is opgenomen

Het voorstel is deze bepaling aan te passen omdat de kiesgerechtigdheid op drie momenten in het referendumproces een andere groep betreft (met name doordat steeds meer kiesgerechtigden verder in het proces 18 jaar of ouder zijn). De momenten dat gekeken wordt naar wie stemrecht heeft zijn het inleidend verzoek, het definitieve verzoek en de dag van stemming. Op de eerste twee momenten is de datum van de stemming over het referendum nog niet bekend, daarom is de oude begripsbepaling niet toepasbaar. In het nieuwe voorstel wordt in de betreffende artikelen de kiesgerechtigdheid gedefinieerd. (Respectievelijk artikel 6, lid 1; artikel 7, lid 1 en artikel 11).

In dit artikel wordt aangegeven dat er twee referendumvormen zijn. Dit om verwarring te voorkomen. Kiesgerechtigden kunnen het initiatief nemen en raadsleden kunnen het initiatief nemen voor een referendum. Art.2.b. inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend betrekking heeft op de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;

Art. 2. b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; Er wordt hetzelfde gezegd, maar de formulering is eenvoudiger. Geen inhoudelijke wijziging.

1

WAS Art. 2. c. inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend betrekking heeft op de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet

WORDT Schrappen, dit staat al in art. 2.e.

Art. 2.c. nieuw

Art. 2. c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; Nieuw artikel. Net zoals er geen referendum gehouden kan worden over rechtspositionele aspecten van raadsleden (dit artikel onder b), dienen ook de griffier en de griffiemedewerkers uitgezonderd te worden.

Art. 2. h. inhoudende de vaststelling, wijziging of intrekking van een bestemmingsplan als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet Ruimtelijke Ordening;

Geschrapt, deze wet vervalt per 1-1-2024

Art. 2. k. besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen;

Geschrapt dit valt al onder l.

De vraag of er een vervangende bepaling dient te komen bij het in werking treden van de omgevingswet is een keuze van de raad.

2

WAS Art. 3. 6. De leden zijn benoemd voor de huidige raadsperiode van vier jaar.

WORDT Art. 3.6. De leden zijn benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd. Geschrapt is de formulering huidige raadsperiode. Er is geen relatie met een raadsperiode. Een referendumcommissie bestaat uit deskundigen. Daarnaast is het niet praktisch als een nieuwe raad (meteen) aan de slag moet met het benoemen van de leden van deze commissie. De opmerking over herbenoeming is nieuw. Het is zorgvuldig om dit op te nemen in de verordening.. Ook is mogelijk om aan te geven dat de leden een bepaald aantal keren kunnen worden herbenoemd. Een referendumcommissie is een wat afwijkende commissie (in vergelijking met een bezwaarcommissie of rekenkamercommissie). Het kan zijn dat de referendumcommissie lange tijd slapend is doordat er geen initiatieven zijn. Daardoor wordt er soms geen limiet gesteld aan het aantal herbenoemingen. Het is niet zo dat er een grote routine en voorspelbaarheid ontstaat. Voor de commissie is het goed als er een meer natuurlijk verloop van leden is (dat niet de complete commissie op één moment vervangen wordt) zodat kennis en ervaring geborgd worden. In het geval er in de verordening een limiet aan het aantal herbenoemingen worden gesteld, is het goed om aan de referendumcommissie om een aftreedrooster te vragen en de benoemingstermijn enigszins te verlengen naar 6 jaar.

Art. 3. 7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

Art. 3.7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Het deel over het aanblijven na ontslag wordt geschrapt. Het kan mogelijk een paar maanden duren voordat er vervanging is. Het is ongemakkelijk voor het ontslagnemende lid als deze zo lang aan dient te blijven. Doorgaans zal er geen probleem zijn als een lid ontslag neemt doordat de commissie uit vijf leden bestaat, en het quorum drie leden betreft.

3

WAS Art. 4. 1. De commissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over de toepassing van artikel 2; b. de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een referendum; c. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de organisatie van het referendum; d. toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; e. de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid. 2. De commissie adviseert de raad voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die een referendum betreffen. 3. De adviezen van de commissie zijn openbaar.

WORDT Art. 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1 . De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: 1°. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; 2°. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en 3°. de datum van het te houden referendum; b. te adviseren over: 1°. het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen; 2°. de stembiljetten, en 3°. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 11; d. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van deze verordening, en 2°. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; f. binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2 . De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3 . De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 4 . De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.

Dit artikel is vervangen door de bepaling uit de model referendumverordening van de VNG. Deze bevat een heldere en duidelijke uitwerking van alle taken op één plek in de verordening. De bepalingen uit de huidige verordening komen hierin terug. (a blijft a; b wordt a; c wordt d; d blijft d; e wordt f; 2 blijft 2; 3 wordt 4). De referendumcommissie adviseert over de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigde burgers gaat het referendum over een door de raad te nemen besluit. De vraag zal het hele besluit dienen te omvatten en waarschijnlijk luiden ‘bent u voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit?’. Als het referenduminitiatief vanuit de raad komt, bepaald de raad wat het onderwerp is en is er meer vrijheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Er kan aan de burgers een keuze worden voorgelegd tussen meerdere varianten bijvoorbeeld. In dit geval zal er ook een stemprocedure moeten worden bepaald.

4

WAS

WORDT Als de raad besluit dat er een subsidiemogelijkheid komt (zie artikel 10 van deze verordening) om campagne te kunnen voeren dan adviseert de referendumcommissie over de verstrekking van deze subsidies. Nieuw is een bepaling over klachten (e) en een bepaling over de vergaderingen van de commissie (3). De klachten zien op klachten over het referendumproces, hiermee worden geen klachten in de zin van de Awb bedoelt. Daar is immers al een wettelijke regeling voor. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. Zij bereidt immers adviezen aan de raad voor. Het is niet de bedoeling dat de strekking van deze adviezen al openbaar worden voordat de raad ze heeft ontvangen. De referendumcommissie kan deels in de openbaarheid vergaderen op het moment dat zij in gesprek wil met bijv. de initiatiefnemers van een referendum of anderen. De informatie uit een dergelijke vergadering zal gebruikt worden om de raad te adviseren.

Art. 5.2. Het bepaalde in artikel 8 en verder is overeenkomstig van toepassing.

Geschrapt. Deze bepaling is overbodig. Door in artikel 2 aan te geven dat referenduminitiatief van kiesgerechtigden en van raadsleden afkomstig kan zijn is het duidelijk dat de verordening voor beide referendumvormen geldt. De artikelen in de verordening zelf maken het duidelijk als een bepaling alleen geldt voor een referendum op initiatief van kiesgerechtigden (zoals artikel 6 en 7) of van raadsleden (artikel 5).

Art. 5.2 nieuw

Art. 5.2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het voorgenomen raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het voorgenomen raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.

Een referendum of dit nu op initiatief van de raad is of op initiatief van kiesgerechtigden gaat over een voorgenomen besluit van de raad. Deze bepaling zorgt voor een zorgvuldig proces. Het moet voor de kiesgerechtigden duidelijk zijn hoe het raadvoorstel er uit ziet, waarover het referendum gaat. Het referendum zelf is een advies aan de raad, voordat de raad het besluit neemt. In artikel 6, lid 7 is een vergelijkbare bepaling opgenomen.

5

WAS Art. 6. Inleidend verzoek

WORDT

Art. 6.1. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een voorgenomen concept raadsbesluit.

1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 50 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt.

Art. 6.2. Deze kennisgeving moet ten minste 1 week vóór de raadsvergadering, waarvoor het besluit is geagendeerd, bij de griffier worden ingediend. De kennisgeving moet worden ondersteund door ten minste 50 kiesgerechtigden.

2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken.

Art. 6.3. In de kennisgeving wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. De kennisgeving gaat vergezeld van een handtekening van elke kiesgerechtigde die het initiatief ondersteunt, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats.

4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen

Art. 6.4. De in het derde lid bedoelde opgave wordt geplaatst op het daartoe door de gemeente Landsmeer beschikbaar gesteld formulier. Art. 6.5. Indien een kennisgeving is gedaan volgens de hiervoor gestelde eisen, beslist de raad in dezelfde vergadering waarvoor het besluit van de raad is geagendeerd of over dit besluit, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen. Art. 6.6. De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering, na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

Art. 6 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1, inleidend verzoek

3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

De formulering uit de model referendumverordening van de VNG wordt overgenomen. Inhoudelijk is er weinig verschil. Toegevoegd is de mogelijkheid om digitaal een ondersteuningsverklaring af te leggen. Dat er naast een papieren mogelijkheid een digitale weg is opengesteld is tegenwoordig gebruikelijk. Daarnaast zal naar verwachting op 1 juli 2024 de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Dit wetsvoorstel geeft de burger het recht om elektronische berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze.

6

WAS

WORDT De voorzitter van de raad heeft een aantal taken, waarbij soms de referendumcommissie vooraf adviseert. Deze taken zijn bewust belegd bij de voorzitter van de raad. Het referendum is immers een instrument van de raad. Uiteraard zal de voorzitter van de raad bij bijvoorbeeld de controle van de ondersteuningsverklaringen ondersteund worden door ambtenaren.

7

WAS 1. Art. 7. Definitief verzoek 2. 3. Art. 7.1. Binnen 6 weken na de dag waarop de raad heeft bekend gemaakt dat op grond van de kennisgeving is besloten dat over een besluit een referendum kan worden gehouden, kan door kiesgerechtigden een definitief verzoek tot het houden van een referendum worden ingediend. Art. 7.2. Dit verzoek moet worden ondersteund door tenminste 350 kiesgerechtigden. Art. 7.3. Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal, worden de kiesgerechtigden die de kennisgeving hebben ondersteund, meegerekend. Art. 7. 4. In het verzoek wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke kiesgerechtigde die het verzoek ondersteund, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats. Art. 7.5. De in het vierde lid bedoelde opgave wordt geplaatst op de daartoe door de gemeente Landsmeer beschikbaar gesteld formulier. Art. 7. 6. Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de raad uiterlijk binnen 8 weken na de dag van ontvangst van het definitieve verzoek een besluit over het houden van een referendum.

WORDT Art.7 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1 . Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 350 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2 . Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3 . Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4 . Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5 . De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6 . De voorzitter van de raad maakt wekelijk bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7 .

De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. 8 . In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. De formulering uit de model referendumverordening van de VNG wordt overgenomen. Inhoudelijk is er weinig verschil. De processtappen zijn eenduidiger verwoord, bijv. bij wie de het formulier wordt opgehaald en ingeleverd.

8

WAS

Art. 8 Nieuw lid 1.

WORDT Gewijzigd is het oude vijfde lid, nu lid zeven. De ondersteuningsverklaringen uit het inleidend verzoek tellen niet mee voor het definitieve verzoek. Dit komt omdat na het inleidend verzoek de raad het voorgenomen raadsbesluit inhoudelijk bespreekt en de mogelijkheid heeft amendementen in te dienen, waarover op dat moment wel besloten wordt (over het voorgenomen raadsbesluit pas op een later moment). Hierdoor kan het zijn dat kiesgerechtigden die wel een inleidend verzoek hebben ondersteund, tevreden zijn met het door amendementen gewijzigde voorgenomen raadsbesluit en geen behoefte meer hebben aan een referendum. Zij zullen het definitieve verzoek niet steunen. Kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben gesteund en nog steeds een referendum willen dienen opnieuw een ondersteuningsverklaring af te leggen. Art. 8.1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de referendumstemming plaatsvindt. Door te bepalen wanneer de raad een besluit neemt over de datum van stemming wordt er duidelijk geschept in het proces . Het is voorstelbaar dat op het moment dat er besloten wordt over het referendum alle organisatorische aspecten nog niet helemaal helder zijn waardoor nog geen besluit genomen kan worden over de datum van stemming.

Daarom is er enige ruimte, maar in een volgende raadsvergadering zal hierover een besluit moeten volgen.

Art 8. 1. De raad stelt op advies van het college de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet eerder plaatsvindt dan 3 maanden na de dag waarop het verzoek is ingewilligd of nadat de raad besloten heeft tot het houden van een referendum op basis van artikel 5.

Art. 8. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk zes maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. Gewijzigd conform de model referendum verordening van de VNG. Er is voor gekozen om de referendumcommissie als onafhankelijk orgaan de raad te laten adviseren over de datum van stemming (zie artikel 4 van deze verordening). Verder is de bepaling aangepast om rekening te houden met andere verkiezingen en mogelijke vakantieperioden.

9

WAS Art. 9. 1. De raad stelt, gehoord het advies van de referendumcommissie, de vraagstelling en de mogelijke antwoorden van het referendum vast.

WORDT Art. 9.1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. Art. 9. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. Art. 9.3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. Art. 9.4. Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast. Dat de referendumcommissie adviseert volgt uit artikel 4 en wordt daarom hier geschrapt. Het oude artikel is niet duidelijk geformuleerd wat betreft de antwoordcategorieën. De antwoordcategorieën zijn alleen mogelijk als het initiatief vanuit de raad komt. (Tenzij een voorgenomen raadsbesluit twee of meer opties kent waaruit de raad mag kiezen, dit komt in de praktijk weinig voor.) Een referendum op initiatief van burgers zal over het algemeen als vraagstelling hebben of de kiesgerechtigde voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit is. Een referendum op initiatief van de raad heeft meer mogelijkheden.

Er kunnen dan bijvoorbeeld twee of meer varianten voorgelegd worden waaruit gekozen kan worden. In dit geval dient er ook vooraf bepaald te worden hoe de stemmen uitgebracht en geteld worden (stemprocedure). Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het rangschikken van antwoordmogelijkheden of het kunnen goedkeuren van meerdere antwoordmogelijkheden. Bij een concreet referendumverzoek brengt de referendumcommissie advies uit over de te hanteren stemprocedure, mede gelet op het aantal antwoordmogelijkheden en de inhoudelijke overlap tussen de alternatieven. Net als bij artikel 8 wordt een tijdsperiode toegevoegd waarop de raad dit besluit dient te nemen.

10

WAS Art. 9.2. De vraagstelling wordt weergegeven op de referendumkaart.

WORDT Art. 9. 5. De vraagstelling wordt, zover mogelijk, weergegeven op de stempas. Indien mogelijk wordt de vraagstelling op de stempas opgenomen. De stempas biedt echter beperkte ruimte. Mocht een vraagstellingomvangrijk zijn, bijv. doordat er meerdere antwoordcategorieën zijn, dan zal de referendumcommissie adviseren over een geschikte neutrale tekst die het referendumonderwerp weergeeft. Belangrijk is dat kiesgerechtigden zien dat het een stempas voor het referendum betreft en dat zij kunnen zien wat het onderwerp van het referendum is.

Art 10.2. nieuw

Art.10.2. Er kan een subsidiebudget worden vastgesteld voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het voorgenomen raadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft Doorgaans stelt de raad een budget ter beschikking voor campagnevoering door kiesgerechtigden. Dit omdat het belangrijk is dat het publieke debat gevoerd wordt binnen de gemeente zodat kiesgerechtigden de kans krijgen zich te informeren en een mening te vormen over het onderwerp. De gemeente zelf heeft de taak om neutrale voorlichting te geven over het referendumonderwerp/voorgenomen raadsbesluit.

Art. 11. Uitvoering Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum.

Dit artikel wordt geschrapt omdat het een overbodige bepaling is. In artikel 160 Gemeentewet is bepaald dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van raadsbesluiten. Het is niet de bedoeling dat in een verordening bepalingen uit een wet worden overgeschreven. Het schrappen van dit artikel zal ook geen onduidelijkheden in het referendumproces veroorzaken. Het is volstrekt helder dat het college dient te zorgen voor de organisatie van de dag van stemming.

11

WAS Art. 12. 1. De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit voor wat betreft de raadsverkiezingen zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

WORDT Art.12.1. De bepalingen van de Kieswet, het Kiesbesluit en eventuele tijdelijke- of experimentenwetten zijn op de gang van zaken bij het referendum voor zover nodig van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.

De dag van stemming wordt georganiseerd zoals een raadsverkiezing. Aanpassingen aan de Kieswet en het Kiesbesluit worden doorgaans uitgetest in de vorm van experimentenwetten, bijv. de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming. Ook een tijdelijke wet is mogelijk, denk aan de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Het is belangrijk dat deze wetten ook van toepassing zijn op de dag van stemming van het referendum.

Art.12.2. De raad kan van de in lid 1 bedoelde bepalingen afwijken indien het van belang is om per stemdistrict de zienswijze van de kiesgerechtigden te kunnen bepalen. Alsdan zal de raad bepalen dat slechts in het eigen stemdistrict kan worden gestemd en dat volmachten slechts kunnen worden verleend aan kiezers van het eigen stemdistrict.

Schrappen. Deze bepaling is achterhaald door de invoering van de stempas (in 2009) waardoor er geen stemdistricten meer bestaan. In het verleden kreeg een kiesgerechtigde een oproepkaart met daarop het adres van een stembureau waar je moest stemmen. De kiesgerechtigden van een stembureau vormden samen een kiesdistrict. Nu is bij gemeenteraadsverkiezingen de gehele gemeente één stemdistrict. De kiezer is vrij om te bepalen naar welk stembureau hij of zij gaat. Volmachten kunnen dan ook binnen de gehele gemeente worden afgegeven.

12

WAS Art. 13.1. Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien ten minste 50% van het aantal kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht.

WORDT Art.13.1. Schrappen. Dit punt is besproken in de TA sessie op 15 juni 2013. Bedoeld als een extra waarborg, blijkt dat in de praktijk een opkomstdrempel een tegengesteld effect kan hebben. Een referendumuitslag is een advies aan de raad. Het is altijd de raad die het uiteindelijke besluit neemt. In de VNG modelverordening is de opkomstdrempel komen te vervallen. Bij een opkomstdrempel kan een kiesgerechtigde afwegen of hij of zij gaat stemmen of beter thuis kan blijven zodat de opkomstdrempel niet gehaald wordt. Dat is een ongewenste afweging binnen een participatie-instrument. Kiesgerechtigden moeten kunnen participeren, en dus gaan stemmen, zonder strategisch te hoeven nadenken over drempels. Daarnaast is deze drempel buitengewoon hoog. Een referendumverordening met een (hoge) opkomstdrempel dreigt een leeg instrument te worden wat in de praktijk nauwelijks kan worden toegepast. Deze bepaling is ook problematisch doordat het de raad feitelijk de vrijheid ontneemt om bij een opkomst van 50% nog een eigen afweging te maken. Kiesgerechtigden zullen verwachten dat de raad de uitslag van het referendum respecteert.

Een referendum met een opkomstdrempel kan dus des te meer als bindend worden opgevat, ook al blijft het formeel een adviserend instrument En ander nadeel van deze bepaling is dat deze een ongelijkheid in kansen creëert voor referenda die gelijktijdig met een reguliere verkiezing worden georganiseerd en referenda die als zelfstandige stemming plaatsvinden. De opkomst bij referenda verschilt enorm, dit is afhankelijk van het onderwerp maar ook van toevallige omstandigheden zoals het samenvallen met een reguliere verkiezing. Doorgaans is de opkomst hoger bij een referendum dat gelijktijdig met een reguliere verkiezing plaatsvindt.

13

WAS Art.13.2. De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.

WORDT Art 13 Uitslag 1 . Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2 . Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3 . In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4 . De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. Het is goed om de procedure rondom de uitslag beter uit te schrijven, conform de Kieswet.

Art. 14 De beslissing van de raad In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over de vraagstelling als bedoeld in artikel 9 welke aan het referendum is onderworpen.

Dit artikel kan geschrapt worden omdat in het nieuwe artikel 5, lid 7 dit is opgenomen.

Art. 15 a., b., c. en e. referendumkaarten

Vervangen door: stempassen. Referendumkaarten bestaan niet meer doordat in 2009 de Kieswet werd gewijzigd en stempassen werden ingevoerd.

Art. 15.f. nieuw

Toevoegen: f. door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; Deze bepaling uit de Kieswet ontbreekt. Strafbepalingen moeten altijd in een verordening worden opgenomen. Hierbij kan niet alleen verwezen worden naar een hogere wet.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=a8404ca6-354a-4553-9d60-cee3d27be372