CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

VRA - Beleidskader Mobiliteit deel A Visie

Raadsvergadering 30 november 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Extern5.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave Inhoud

Voorwoord 

3

Samenvatting 

5

Leeswijzer 

8

1 Opgave en doelen

10



1.1 Grote opgaven vragen andere, brede benadering 

10

1.2 De Vervoerregio aan zet 

14

2 principes en richtingen

16



2.1 Mens als startpunt voor comfortabel, veilig en ontspannen reizen 

16

2.2 STOMP is de basis 

17

2.3 Ieder gebied vraagt om een andere oplossing 

19

2.4 Mobiliteit en Ruimte versterken elkaar 

20

3 Sturen, samenwerken en bijsturen



22

3.1 Samen voor en met de regio 

22

3.2 Plan-Do-Check-Act: sturen en bijsturen 

24

Bijlage 1 Trends en ontwikkelingen 

28

Bijlage 2 Van doelen naar meetbare resultaten 

31

Bijlage 3 Taken en rollen van de vervoerregio 

33

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

2

Beleidskader Mobiliteit 2023

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

4

1 Opgave en doelen 1 Opgave en doelen Vervoerregio Amsterdam verbindt veertien gemeenten en samen met de gemeenten werken we aan een regio waar mensen zich prettig en vlot kunnen verplaatsen. Met dit beleidskader willen we niet alleen de verbindingen tussen plekken en mensen beter maken, maar ook de verbinding met andere taakvelden zoals ruimte en wonen, waar provincie en gemeenten verantwoordelijk voor zijn. En dat in een regio met verschillende gebieden en met inwoners en bezoekers die verschillende mogelijkheden en wensen hebben. Daarom ook de titel van dit beleidskader: Verbinden in Verscheidenheid.

Vanwege de grote opgaven is een verandering in de mobiliteit nodig en dat vraagt om scherpere keuzes

Het Beleidskader Mobiliteit is het centrale, strategische beleidsdocument van de Vervoerregio Amsterdam. Het geeft onze doelen en ambities weer en geeft richting aan al onze activiteiten, onze investeringen en de keuzes die we daarbij moeten maken. Meer specifiek dient het beleids­kader als regionaal verkeer- en vervoersplan1– zoals vooralsnog verplicht vanuit de Planwet Verkeer en Vervoer – en als ‘sustainable urban mobility plan’ (SUMP 2) – gewenst om in aanmerking te komen voor Europese subsidies. Daarmee is het de inhoudelijke basis voor de beslissingen die het dagelijks bestuur en de Regioraad van de Vervoerregio Amsterdam nemen.

1.1 Grote opgaven vragen andere, brede benadering De maatschappelijke opgaven die op ons afkomen op het gebied van klimaat, energie, woningbouw, werkgelegenheid, verkeers-

veiligheid en de toenemende ongelijkheid in de samenleving zijn groot en ingrijpend. Zie ook de trends en ontwikkelingen in Bijlage 1. Mobiliteit speelt daarin een belangrijke rol en doorgaan op de oude weg is daarbij geen optie: de regio loopt dan vast. En dan bedoelen we niet (alleen) dat het verkeer vastloopt. We halen onze klimaatdoelen niet, we kunnen te weinig woningen bouwen en de leef­ kwaliteit wordt slechter. Er is een verandering in de mobiliteit nodig en daarvoor zijn scherpere keuzes nodig. Denk bijvoorbeeld aan: welke vervoersmiddelen stimuleren we in bepaalde situaties, hoe zorgen we voor passend mobiliteitsaanbod in verschillende gebieden, waar besteden wij als Vervoerregio ons geld aan. Keuzes die de opgaves aan elkaar verbinden en die rekening houden met de verscheidenheid van onze regio. Het Beleids­­kader Mobiliteit legt die scherpere keuzes op verschillende thema’s en voor verschillende vervoersmiddelen vast.

1 Als bedoeld in artikel 6 van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam 2 Als bedoeld in het Urban Mobility Framework (Europese Commissie, 2022): een SUMP wordt verplicht voor knooppunten in het Trans-Europese transportnetwerk en is voorwaarde voor verschillende EU-subsidies. 31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

10

1 Opgave en doelen

hebben problemen met hun mentale gezondheid. We willen het mobiliteitssysteem en onze openbare ruimte daarom zo inrichten dat het zorgt voor een gezonde leefstijl. Dat kan door mensen aan te moedigen meer voor actieve manieren van vervoer (lopen, fietsen) te kiezen. Maar het werken aan een gezonde regio betekent ook het verminderen van de invloed die schadelijke stoffen, geluid en drukte door mobiliteit hebben op de fysieke en mentale gezondheid van omwonenden. We willen veilig en zonder veel stress kunnen reizen, en dat is best lastig in een regio die steeds drukker wordt. Wanneer we dat bereiken, dan draagt dat ook bij aan andere doelen als duurzaamheid, inclusiviteit of verkeersveiligheid. Hieruit blijkt opnieuw dat, als we brede welvaart in het mobiliteitsbeleid toepassen, we de diverse doelen met elkaar verbinden. Doelen vertaald in meetbare resultaten Om te weten of we onze doelen overal bereiken, is het nodig dat we ze kunnen meten. Dat doen we door de doelen te vertalen in meetbare resultaten. Zo is een meetbaar resultaat voor verkeersveiligheid: “in 2050 komen we zo dicht mogelijk bij nul verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden”. En voor gezondheid kunnen we meten wat het aandeel is van lopen en fietsen in het totale aantal verplaatsingen.

We vinden het daarbij ook belangrijk te meten of mensen tevreden zijn of zich prettig voelen over de mobiliteit. Dus als onderdeel van het doel bereikbaarheid, meten we bijvoorbeeld ook hoe goed mensen de bereikbaarheid van hun woonplek vinden. Voor alle vijf doelen hebben wij een voorzet voor meetbare resultaten opgenomen in Bijlage 2.

1. 2 De Vervoerregio aan zet Vanuit onze wettelijke taken1 kan de Vervoerregio een belangrijke rol spelen om de mobiliteit te verbeteren en daarmee de brede welvaart in de regio Amsterdam te vergroten. Als opdrachtgever van het openbaar vervoer zijn we verantwoordelijk voor het stad- en streekvervoer. We geven opdrachten (zogenaamde Ov-concessies) en subsidies aan vervoerbedrijven voor het uitvoeren van het openbaar vervoer. Sinds 2022 zijn we ook (volledig) verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de metro- en trambanen en (met de vervoerder) de aangewezen partij voor de veiligheid op het lokaalspoor 2. Van het Rijk ontvangen we de Brede Doel Uitkering (BDU) waarmee we overal in de regio kunnen investeren in bereikbaarheidsoplossingen, van nieuwe tramlijnen

en toegankelijke bushaltes tot fietspaden, verkeersveiligheidscampagnes en laad­palen voor schone voertuigen. Anders dan bijvoorbeeld gemeenten of provincies, is de Vervoerregio geen wegbeheerder (maar wij zijn wel verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van metro- en tramsporen) en hebben we geen ruimtelijke taken. Samenwerking met andere partijen is dus belangrijk om onze doelen te bereiken. Zo stellen we regionaal beleid op en organiseren we projecten die we samen uitvoeren. Ook ontwikkelen en delen we kennis, bijvoorbeeld via het MRA-platform Smart Mobility. Met dit beleidskader geven we aan hoe we deze rollen en taken in de komende periode willen invullen, om zo onze doelen te bereiken. Waarbij we ons vooral richten op de plekken waar het nog onvoldoende is, in plaats van nóg beter maken wat al (heel) goed is.

De Vervoerregio kan een belangrijke rol spelen om de mobiliteit te verbeteren en daarmee de brede welvaart in de regio Amsterdam te vergroten

1 Zie Bijlage 3 voor een uitgebreidere beschrijving van onze taken en rollen 2 Lokale of interlokale spoorwegen voor openbaar personenvervoer: metro- of tramwegen

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

14

3 Sturen, samenwerken en bijsturen 3 Sturen, samenwerken en bijsturen Nieuw beleid vraagt om nieuwe keuzes en afwegingen en een nieuwe manier van werken. Want dit beleidskader slaagt pas wanneer we onze beleidskeuzes ook echt om kunnen zetten in activiteiten. Bijvoorbeeld in ons Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en de concessies en contracten voor het openbaar vervoer, maar ook bij gemeenten. Sturen, samenwerken en bijsturen zijn daarbij erg belangrijk.

3 .1 Samen voor en met de regio De mensen betrekken De Vervoerregio werkt voor de bewoners, bezoekers, werknemers en bedrijven in onze regio. Wij willen aansluiten op wat mensen belangrijk vinden. Daarom proberen we al deze mensen – direct en via onze gemeenten en vervoerders – bij onze keuzes te betrekken. En dat is soms lastig, omdat we vaak slechts een deel van de mensen kunnen bereiken. Meestal het deel dat zich persoonlijk betrokken voelt bij het onderwerp en de tijd en mogelijkheid heeft om zich daarover uit te spreken. Voor de projecten waar wij als Vervoerregio zelf verantwoordelijk voor zijn (zoals dit beleidskader), betrekken wij de mensen al op allerlei manieren: via de Reizigersadviesraad, het reizigerspanel, de ov-klantenbarometer en door de inzet van mystery guests. Ook betrekken we ervaringsdeskundigen bij onze beleidskeuzes.

En bij grote projecten maken we omgevingsmanagers verantwoordelijk voor goede betrokkenheid van de mensen in de regio. Om tot nog betere voorstellen en oplossingen te komen, willen we de komende tijd wel gaan kijken of we aanvullend nieuwe vormen van meedenken en meepraten kunnen uitproberen. Samen met alle partijen in én buiten de regio Voor het uitvoeren van activiteiten en projecten hebben we alle partijen in onze regio nodig, bij grote én kleine projecten. Denk aan gemeenten, de provincie, de waterschappen en Rijkswaterstaat als wegbeheerders. En gemeenten en provincie in hun verantwoordelijkheid op het gebied van ruimtelijke ordening, want ook daar kunnen we de samenwerking verder versterken. Ook op andere thema’s, zoals klimaat of plannen die verder gaan dan alleen onze regio kunnen we meer en beter samenwerken. Met de provincie, het MRA-platform Smart Mobility en

uitkomsten bewonersenquÊte • 8  74 inwoners en reizigers uit verschillende delen van onze regio hebben de enquête ingevuld; • 67% geeft aan tevreden te zijn over het reizen in de regio; • De drukte op wegen, fietspaden en het ov wordt relatief slecht beoordeeld; • De verbetering van het ov is een belangrijk verbeterpunt: deelnemers willen liever een lagere prijs en meer, beter en gemakkelijker ov. Ze geven aan dat dit ook kan helpen om vaker het ov te pakken in plaats van de auto; • Men wil meer ruimte voor fiets en voetganger, net als meer voorzieningen in de buurt en minder verkeerslachtoffers; • 6% geeft aan meer wegen voor auto’s te wensen; • Redenen om met de auto te gaan zijn: flexibiliteit, afhankelijkheid en plezier. Redenen om met het ov te gaan zijn: praktisch, comfort en snelheid. Redenen om met de fiets te gaan zijn: praktisch flexibiliteit en comfort; • Op wijkniveau geeft een ruime meerderheid aan graag meer ruimte te hebben voor openbare ruimte en groen en minder voor zaken als parkeren. Ook is men voor verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/uur in de bebouwde kom. En 96% vindt dat kinderen zelf naar school moeten kunnen fietsen, ook als de schoolomgevingen daardoor minder toegankelijk worden voor auto’s.

MRA-Elektrisch doen we dit op enkele thema’s al. Maar veel van de mensen die werken of winkelen in onze regio, komen van buiten. En ook lopen er doorgaande verkeers­s tromen door onze regio heen. Dus ook gemeentes en provincies buiten de grenzen van de Vervoerregio hebben ons regelmatig nodig en wij hen.

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

22

3 Sturen, samenwerken en bijsturen

Samen met bedrijfsleven en instellingen Werkgevers, onderwijsinstellingen en winkels hebben directe invloed op de mobiliteit van hun werknemers, studenten/ scholieren en klanten. Vervoerders en andere mobiliteitsaanbieders bepalen verder sterk de vervoersmogelijkheden in onze regio. Daarom betrekken we ze bij ons beleid en onze projecten en staan we open voor initiatieven van buiten. Pakketafspraken Daarbij willen we ook vaker afspraken maken over een samenhangend maatregelpakket voor een bepaald gebied maken. Denk bijvoorbeeld aan het combineren van een gebied aantrekkelijker maken voor fietsen en lopen combineren met maatregelen om het autoverkeer meer buitenom te leiden. Of het verbinden van gedragsmaatregelen aan infrastructurele aanpassingen. Daarin verbinden we onze ambities aan elkaar en maken we afspraken over de maat­ regelen die daarbij passen en hoe we die financieren. Waarbij de financiering van het complete pakket in het begin nog niet rond hoeft te zijn: we kunnen stap voor stap toewerken naar het gewenste resultaat. De gebiedsparagrafen in de uitwerking van dit Beleidskader Mobiliteit kunnen een opmaat zijn naar afspraken voor de deelregio’s. De afspraken kunnen over elk type gebied gaan. Ons startpunt is en blijft daarbij wel altijd het regionale mobiliteitsbelang, want dat is onze taak.

Als partner gemeenten verder helpen Verder kijken we steeds hoe we onze gemeenten, zeker de kleinere, kunnen helpen om de gezamenlijke doelen te bereiken. Kennisontwikkeling en -uitwisseling is daar een onderdeel van, bijvoorbeeld door ondersteuning voor beleidsregels te ontwikkelen. Waar dat past willen we helpen bij gezamenlijke inkoop. Dat doen we vooral als we onze doelen sneller kunnen bereiken, als we met schaalvoordelen lagere kosten bereiken of het meer kansen voor innovaties biedt. Daarnaast bespaart het gemeenten werk. Het onderzoeken van de mogelijkheden voor een regionale concessie voor deelmobiliteit past hier ook bij. De Vervoerregio en de omgeving Er zijn ook zaken die we niet zelf binnen onze regio kunnen regelen. Mensen reizen namelijk voorbij de grenzen van de Vervoerregio. Goede samenwerking binnen de grotere Metropoolregio Amsterdam en met de provincie Noord-Holland en in sommige gevallen ook andere provincies is daarom nodig. Denk aan gezamenlijke keuzes over woningbouw en werkgelegenheid en de vertaling hiervan naar een goed mobiliteitssysteem voor de hele metropoolregio. Zo werken we met de provincies Noord-Holland en Flevoland en de gemeente Amsterdam samen aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Daarmee willen we de doelen uit het Klimaatakkoord behalen voor mobiliteit.

De 7 principes van het Multimodaal Toekomstbeeld MRA

1 Stem verstedelijking af op de kwaliteit van de bereikbaarheid en nabijheid 2 Afremmen en spreiden mobiliteitsgroei 3 Verbeter stedelijke en regionale fietsnetwerken 4 Ontwikkel regionale hubs per corridor, dichtbij en verder van de steden 5 Neem goederenvervoer integraal mee in de bereikbaarheids- en verstedelijkingsopgave 6 Schaalsprong ov door stapsgewijs ontvlechten van het openbaar vervoer 7 Ringen draaiende houden

Met het Beleidskader vullen wij dat verder in. Daarnaast hebben we met de provincies Noord-Holland en Flevoland en het Rijk samen het Multimodaal Toekomstbeeld MRA vastgesteld. Daarin hebben we samen zeven principes voor mobiliteit benoemd. Die werken wij in dit Beleidskader verder uit voor de mobiliteit binnen onze regio (en daarbij nemen we wat het MTB voor (inter)nationale en doorgaande mobiliteit zegt als uitgangspunt). Maar ook voor ‘ons’ deel van het MTB hebben we het Rijk en provincie hard nodig. Omdat het Rijk en de provincie geld investeren in grote projecten, maar het Rijk bepaalt ook via bijvoorbeeld fiscale en ruimtelijke wetgeving mee of wij onze doelen kunnen halen.

We kijken steeds hoe we onze gemeenten kunnen helpen om de gezamenlijke doelen te bereiken

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

23

3 Sturen, samenwerken en bijsturen

Afwegingen binnen en tussen projecten Onze doelen moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn in al onze activiteiten, projecten en concessies maar ook in onze communicatie en in de verdeling van middelen over de begroting. Dit zorgt voor herkenning bij onze gemeenten en andere samenwerkingspartners. De beste projecten dragen bij aan meerdere doelen. Maar de kosten van een project moeten wel passen bij het effect van het project op de doelen. We ontwikkelen daarom een afwegingskader dat niet alleen de brede welvaart bevat, maar ook inzicht geeft in de ruimtelijke efficiëntie, energie-efficiëntie en financiële efficiëntie. Want ook dat blijft belangrijk. Daarbij kijken we ook hoe we instrumenten zoals verkeersmodellen en – bij grotere, complexe projecten – MKBA’s (maatschappelijke

kosten-batenanalyse) kunnen aanscherpen of uitbreiden, zodat ze nog meer aansluiten bij onze vijf brede welvaartsdoelen. Wellicht zijn daarvoor ook aanpassingen in bijvoorbeeld de afweging en prioritering in de begroting nodig. Dit leidt straks tot andere afwegingen tussen en binnen projecten. We denken meer vanuit mens en omgeving en minder vanuit het systeem. We leggen bijvoorbeeld meer nadruk op het bieden van meer mobiliteitsopties, vooral opties die duurzaam zijn en weinig ruimte innemen. Ook besteden we meer aandacht aan waarom mensen bepaalde mobiliteitskeuzes maken en hoe we hierop in kunnen spelen. En we hebben meer aandacht voor wat voor effect mobiliteit heeft op de leefkwaliteit.

Daar waar we zelf opdrachtgever zijn, kunnen we voorschrijven om te werken volgens deze doelen en onze principes, als we partner zijn in een project kunnen we dit stimuleren

Hierdoor gaan ook het Uitvoering­ sprogramma Mobiliteit, de begroting en de kadernota er anders uit zien. En de projecten zelf worden ook iets anders en breder uitgevoerd, volgens de nieuwe doelen. Daar waar we zelf opdrachtgever zijn, kunnen we voorschrijven om te werken volgens deze doelen en onze principes. Als we partner zijn in een project, dan kunnen we stimuleren dat er in lijn met onze doelen en principes wordt gewerkt, bijvoorbeeld door de hoogte van onze financiële bijdrage eraan te koppelen. Daarbij hebben we in het verleden gezien dat het werken aan grote projecten altijd een risico is. Dat is geen reden om ze uit de weg te gaan, wel om er zo verstandig mogelijk mee om te gaan. Zo bouwen we meer tussenstappen, en beslismomenten in. Monitoring en evaluatie De plan-do-check-act-cyclus bij monitoring en evaluatie is belangrijk. We gaan de vijf brede welvaart doelen vertalen in goed meetbare indicatoren, waarmee we gaan bijhouden of beleidskeuzes en investeringen voldoende aan de doelen bijdragen of dat we moeten bijsturen. We ontwikkelen hiervoor een monitoringsplan. Ook willen we een beter inzicht hebben in de zaken waar mensen waarde aan hechten en hoe wij daaraan als overheid via mobiliteit (kunnen) bijdragen.

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

25

3 Sturen, samenwerken en bijsturen

Experimenten en innovaties We geven meer ruimte aan experimenten, die bij succes een vervolg kunnen krijgen, en staan vooraan bij nuttige innovaties. We staan daarbij open voor initiatieven van buiten, zoals van bewoners of marktpartijen. Dit past bij de gedachte om bij te sturen op basis van veranderende omgeving en nieuwe kansen. We gaan actief op zoek naar strategische partners uit andere domeinen om samen te werken. Innovaties zijn voor de Vervoerregio geen doel op zich, maar een belangrijk middel om onze doelen te halen. Dit doen we bijvoorbeeld door het inzetten op slimme mobiliteit (smart mobility). Zo geeft het betalen met een betaalpas in het openbaar vervoer de reizigers meer gemak. Met intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) kan de doorstroming van verschillende doelgroepen nog beter georganiseerd worden. Ook worden er verschillende concepten rondom deelvervoer aan elkaar verbonden en aan de reiziger aangeboden. Dit levert de overheid kansen, maar ook grote uitdagingen op, zoals het aanpassen van wetten en het beantwoorden van de vraag of de overheid dit moet alleen aanmoedigen of ook moet regelen. Het kan ook gaan om innovaties in processen en organisaties, zoals de combinatie en de mogelijk financiële ontschotting (de scheiding tussen verschillende geld-

stromen opheffen) van het openbaar vervoer met vormen van doelgroepen­ vervoer. Het delen en gebruiken van mobiliteitsdata moedigen we aan, maar met bescherming van de privacy en dataminimalisatie (niet meer gegevens verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het beoogde doel) als uitgangspunt. Werkwijze en cultuur Ten slotte vraagt het werken vanuit de nieuwe doelen binnen deze plan-docheck-act-cyclus een nieuwe manier van werken en cultuur bij de medewerkers van de Vervoerregio. We gaan van een focus op infrastructuur, vervoer, reistijd en snelheid naar een bredere blik waarin duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en inclusiviteit net zo belangrijk worden. We zoeken de verbinding met andere beleidsgebieden en zoeken naar en zien kansen om elkaars doelen te versterken, (juist) ook buiten onze vertrouwde partners. We zorgen dat het mobiliteitssysteem goed functioneert en dragen bij aan de infrastructuur die daarvoor nodig is, maar denken daarbij wel eerst vanuit de menselijke behoeftes en gedrag. We kijken hoe we daarop kunnen aansluiten, met gedragsmaatregelen maar ook in het ontwerp van de infrastructuur. En we kijken steeds wat de gebieden vragen en hoe we dat in evenwicht kunnen brengen met doelen voor de hele regio. Dit vraagt behalve een aanpassing van bijvoorbeeld formulieren

We geven meer ruimte aan experimenten, die bij succes een vervolg kunnen krijgen, en staan vooraan bij nuttige innovaties

en de uitvoeringsprogramma’s ook een andere manier van werken voor de medewerkers en eventueel opleiding voor extra kennis en vaardigheden. Ook kunnen we voorbeeldprojecten aanwijzen om medewerkers meer bewust te maken hoe zij de nieuwe manier van werken vorm kunnen geven.

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

26

Bijlage 2 – Van doelen naar meetbare resultaten Inclusiviteit

Duurzaamheid

• Voor iedereen in de regio is een passend aanbod aan mobiliteit beschikbaar. • Voor iedereen in de regio is een fysiek toegankelijk aanbod aan mobiliteit beschikbaar. • Voor iedereen in de regio is een begrij pelijk aanbod aan mobiliteit beschikbaar. • In 2040 komen we zo dicht mogelijk bij een gelijke bereikbaarheid voor alle groepen (o.a. mannen-vrouwen, diverse inkomensgroepen, leeftijden) die willen reizen • Steeds meer inwoners en reizigers in de regio ervaren het mobiliteitsaanbod als begrijpelijk • Steeds meer inwoners en reizigers in de regio ervaren het mobiliteitsaanbod als fysiek toegankelijk • Steeds meer inwoners en reizigers in de regio ervaren de bereikbaarheid als gelijk

MODAL SPLIT WATERLAND ZAANSTREEK 2021 AUTO 42%

FIETS 26%

LOPEN 23%

OV 5%

• Het bij elkaar opgetelde aandeel van publieke mobiliteit, fiets en lopen in de totale mobiliteit in de regio neemt steeds verder toe. • Het ov in onze concessies stoot in 2025 geen CO2 meer uit. • In 2030 stoot de mobiliteit in de Vervoerregio minimaal 16% minder, maar bij grote voorkeur 55% minder CO2 uit ten opzichte van 1990 (doelstelling RMP). • In 2050 komen we zo dicht mogelijk bij een CO2-neutraal mobiliteitssysteem. • In 2050 komen we zo dicht mogelijk bij een mobiliteitssysteem zonder uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. • In 2050 komen we zo dicht mogelijk bij een (rest)afvalvrij mobiliteitssysteem, waarbij alle grondstoffen die worden gebruikt, uiteindelijk weer worden hergebruikt.

MODAL SPLIT AMSTERDAM 2021 OVERIG 4%

AUTO 21%

FIETS 32%

LOPEN 35%

• In 2050 komen we zo dicht mogelijk bij een klimaatbestendig mobiliteitssysteem. • De biodiversiteit mag door veranderingen in het gebruik van, en door investeringen in ons mobiliteitssysteem per saldo niet verslechteren.

Verkeersveiligheid • In 2050 komen we zo dicht mogelijk bij nul verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden. • In 2030 hebben we een trendbreuk gerealiseerd van een stijging van het aantal verkeersslachtoffers naar een daling. • Inwoners en reizigers ervaren de verkeersveiligheid tijdens hun verplaatsingen in de regio minimaal als voldoende.

OVERIG 3%

AUTO 44%

FIETS 23%

LOPEN 23%

OV 4%

• Het aandeel verplaatsingen lopend en met de fiets in de totale mobiliteit in de regio neemt steeds verder toe. Dit geldt voor lopen en fietsen als hoofdvervoermiddel van de verplaatsing, maar ook als onderdeel van een verplaatsing met andere vervoermiddelen. • De luchtkwaliteit langs infrastructuur in de regio voldoet in 2030 aan de WHO-advieswaarden. • Het geluidsniveau langs infrastructuur in de regio voldoet in 2030 aan de WHO-advieswaarden. • Inwoners en reizigers ervaren het mobiliteitssysteem als uitnodigend om verplaatsingen lopend of fietsend af te leggen. • Inwoners en reizigers ervaren weinig tot geen stress bij hun verplaatsingen in de regio. • Inwoners en reizigers ervaren de luchtkwaliteit in/bij hun woning en tijdens hun verplaatsing minimaal als voLdoende.

Modal split (aandeel van elke vervoerwijze in totaal aantal verplaatsingen) in 2021 in de drie deelregio’s van de Vervoerregio. Bron: Regionale Thermometer Mobiliteit, https://vervoerregio.nl/rtm

MODAL SPLIT AMSTELLAND MEERLANDEN 2021 OV 9%

gezondheid

OVERIG 5%

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

32

Bijlage 3 – Taken en rollen van de Vervoerregio

Bijl age 3 Taken en rollen van de vervoerregio Met het Beleidskader Mobiliteit geven wij invulling aan één van de wettelijke taken van de Vervoerregio Amsterdam. In deze bijlage beschrijven we alle wettelijke taken van de Vervoerregio Amsterdam en hoe – in welke rollen – die in de praktijk kunnen worden ingevuld.

DE WETTELIJKE TAKEN VAN (HET DAGELIJKS BESTUUR VAN) DE VERVOERREGIO 1 Het aangeven van de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van het gebied van de Vervoerregio door middel van planning, sturing en coördinatie, ter behartiging van de belangen die verband houden met de verkeer- en vervoerstaak van de Vervoerregio (Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam). Dit houdt onder meer het vaststellen van een Regionaal verkeer- en vervoerplan in (Planwet verkeer- en vervoer, die vervalt bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (vooralsnog 1 januari 2024) Dit beleidskader betreft dit plan. 2 Het verlenen van openbaar vervoer-concessies en het verlenen van subsidie hiervoor, inclusief alle bijbehorende taken die voortvloeien uit de Wet personenvervoer 2000 en regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (dan wel diens opvolgers). 3 De zorg voor het beheer en de aanleg van lokale spoorweginfrastructuur (Wet lokaal spoor dan wel diens opvolger: de Spoorwegwet en regelgeving die daarop is gebaseerd), waaronder: – het aanwijzen van de beheerder (GVB Infra B.V.), het vaststellen van een

beheervisie en het maken van afspraken met de beheerder over het beheer van de lokale spoorweginfrastructur; – het verlenen van opdracht voor de aanleg van lokale spoorweginfrastructuur, het toegankelijk maken van de lokale spoorweginfrastructuur (zoals perrons) alsmede het verlenen van vergunningen voor de indienststelling van lokale spoorweginfrastructuur en spoorvoertuigen; – het vaststellen van het ruimtelijk profiel/beperkingengebied van de spoorweginfrastructuur en het verlenen van vergunningen voor werkzaamheden rond het lokale spoor/handhaving; 4 Het doen van uitgaven – naast de uitgaven in verband met de taken onder 2. en 3 – op basis van de Wet BDU verkeer en vervoer (Wet BDU) ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoerbeleid alsmede het uitkeren van een gedeelte van deze BDU-gelden aan a een deelnemende gemeente ten behoeve van de kosten van de uitvoering van het gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid, b een waterschap voor de kosten voor de aanleg en uitbreiding van en de verkeersveiligheid op wegen en c aan een provincie voor de kosten van de aanleg van provinciale wegen in de Vervoerregio.

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

33

Bijlage 3 – Taken en rollen van de Vervoerregio

De uitvoering van gemeentelijke wettelijke taken – zoals de rol van wegbeheerder – behoort niet tot de taak van de Vervoerregio Amsterdam. Deze taak hebben de deelnemende gemeenten niet overgedragen aan de Vervoerregio. Wel kan de Vervoerregio, op verzoek van één of meer deelnemende gemeenten, onder voorwaarden, diensten verlenen ten behoeve van één of meer deelnemende gemeenten of samenwerken.

ROLLEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE (WETTELIJKE) TAKEN Belangenbehartiger verkeer en vervoer gebied Vervoerregio De Vervoerregio vertegenwoordigt de belangen van het samenwerkingsgebied van de Vervoerregio ten aanzien van het verkeer en vervoer. Dit gebeurt aan de verschillende overlegtafels, door het reageren op rijks- en provinciale nota’s en plannen, die voor het samenwerkingsgebied van belang zijn of door het uitbrengen van advies. Aanvoerder in de mobiliteitsopgave De Vervoerregio treedt als Gemeenschappelijke Regeling ter uitvoering van de overkoepelende taak namens en vooral ten behoeve van de deelnemende gemeenten op als coördinator, kennismakelaar en regisseur. Als aanvoerder in de

mobiliteitsopgave, brengt de Vervoerregio partijen bij elkaar om regionale verkeer en vervoeropgaven op te pakken. Dat gebeurt onder meer door het initiëren en trekken van verkenningen en planstudies voor regionale infrastructuurprojecten en bereikbaarheidsmaatregelen, het ontwikkelen en delen van kennis en ervaring om vernieuwing en innovatie te stimuleren en het coördineren van de regionale plannen richting het Rijk. Concessieverlener Het dagelijks bestuur verleent de openbaar vervoerconcessies Amsterdam, Amstelland-Meerlanden (AML) en Zaanstreek-Waterland (ZaWa) aan een concessiehouder en verbindt voorschriften aan de concessies. Dit vindt plaats door middel van aanbesteding (AML en ZaWa). Voor de concessie Amsterdam is aanbesteding niet verplicht. De Concessie Amsterdam kan één op één worden gegund aan GVB Exploitatie B.V. (door middel van inbesteding). Subsidieverstrekker Het dagelijks bestuur verstrekt subsidies voor het in de concessies omschreven openbaar vervoer. Dit ziet met name op het verrichten van openbaar vervoer, de aanschaf van strategische activa en het verzorgen van sociale veiligheid. Dit is uitgewerkt en vindt zijn verdere juridische grondslag in de Subsidieverordening Wet

personenvervoer. Ook biedt deze verordening de grondslag voor subsidies aan een deelnemende gemeente ten behoeve van de kosten van uitvoering van het gemeentelijke verkeer-en vervoerbeleid. De subsidies voor financiering van bussen en daarmee samenhangende goederen (zoals laadinfrastructuur en busstallingen) in de concessies die zijn aanbesteed vinden hun juridische grondslag in de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Vervoerregio Amsterdam 2015. Verder verleent het dagelijks bestuur subsidie aan de uitvoering van studies en bereikbaarheidsmaatregelen die aantoonbaar aansluiten bij de ambities en doelen uit dit beleidskader, dan wel een bijdrage leveren aan een ander verkeeren vervoersdoel van de Vervoerregio. De juridische grondslag hiervoor is de Verordening BDU Infrastructuur. Opdrachtgever Ter uitvoering van de wettelijke taken, waarbij de Vervoerregio niet optreedt als concessieverlener en/of subsidieverstrekker, kan de Vervoerregio optreden als opdrachtgever. Dit geldt in ieder geval voor de zorg voor de aanleg en het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur. Ook geldt dit voor het uitgeven van gelden voor de voorbereiding en uitvoering van verkeer- en vervoertaken met een regionaal, gemeentegrensoverschrijdend belang dan

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

34

Bijlage 3 – Taken en rollen van de Vervoerregio

wel een belang dat al de gemeenten aangaat. Denk hierbij aan de Vervoerregio als opdrachtgever voor de ov-coach, ‘duurzaam veilig’ taken zoals voor gedrags- en educatiemaatregelen en gemeentegrensoverschrijdende projecten. Samenwerkingspartner De Vervoerregio werkt vooral samen met deelnemende gemeenten en andere overheden. Voor zover de Vervoerregio niet direct optreedt voor één of meerdere van deze partijen, maar dit doet vanuit zijn eigen (wettelijke) taak, kan de Vervoerregio hierbij optreden als mede-opdrachtgever. Voor zover deze samenwerking niet direct ten behoeve van de Vervoerregio is, maar alleen ten behoeve van de andere samenwerkingspartner(s) en de afspraken niet kunnen worden afgedwongen, betreft de financiële bijdrage vanuit de Vervoerregio een subsidie. Voor zover de Vervoerregio eisen stelt die verder gaan dan de rol van subsidieverstrekker en/of de Vervoerregio een eigen belang heeft bij de realisatie van een project of programma (en dit juridisch wil kunnen afdwingen), zal de rol vanuit de Vervoerregio in deze samenwerking eerder als opdrachtgever worden gezien. Bij de aanwijzing van de Vervoerregio als opdrachtgever in een samenwerkingsverband moeten de aanbestedingsregels in acht worden genomen.

Verlener van diensten Op verzoek van één of meerdere deelnemende gemeenten kan de Vervoerregio, specifieke diensten verlenen aan één of meerdere deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur besluit namens de regioraad op dit verzoek en geeft hierbij aan wat de kostenverdeling en de overige voorwaarden zijn. Bij het verzoek aan de Vervoerregio tot het verrichten van een dienst dient de gemeente de aanbestedingsregels in acht te nemen. Verlener vergunningen/ontheffingen Het dagelijks bestuur bepaalt het ruimtelijk profiel/beperkingengebied voor lokaal spoor waarbinnen een vergunning benodigd is voor het (doen) uitvoeren van werkzaamheden of het plaatsen van zaken op, in, boven, naast of onder de lokale spoorweg. Deze vergunning wordt verleend door of namens het dagelijks bestuur. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, kan de aanvraag voor lokaal spoor-activiteiten onderdeel uitmaken van een aanvraag voor meerdere activiteiten, waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend. In dat geval geeft het dagelijks bestuur alleen advies hierover aan de beslissende overheid (meestal college van burgemeester en wethouders) en stemt het in met de omgevingsvergunning. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de deelnemende gemeenten

met lokaal spoor in hun gemeenten (Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel, Amstelveen en Uithoorn) dit beperkingengebied op te nemen in hun omgevingsplan. De Vervoerregio stemt dit met deze gemeenten af. Verder verleent het dagelijks bestuur vergunningen voor het in dienst stellen van lokale spoorweginfrastructuur en (typen) spoorvoertuigen. Ook verleent het dagelijks bestuur ontheffingen aan ieder ander dan de concessiehouder voor het verrichten van openbaar vervoer dat geen onevenredige afbreuk doet aan de exploitatie van de concessie van een concessiehouder in de Vervoerregio.

31 oktober 2023 | Beleidskader mobiliteit deel A: Visie | Vervoerregio Amsterdam

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=58207fab-6435-4a1e-843c-ef80c09a4920