RV en RB Nieuwe gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland
Tekst van het document
Raadsvoorstel Portefeuillehouder:
Wethouder B. ten Have
Datum B&W vergadering
21 november 2023
Documentkenmerk:
D/2023/126336 behorende bij zaak: Z/2023/035289
Aan de raad,
Onderwerp: Nieuwe gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland.
Voorgesteld raadsbesluit/c.q. beslispunten 1. 2. 3.
Kennis te nemen van het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland; een zienswijze te geven op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling GGD ZaanstreekWaterland; In te stemmen met bijgevoegde zienswijzebrief en deze ter kennisname aan het Dagelijks Bestuur van de GGD Zaanstreek-Waterland te sturen.
Wettelijke grondslag voor raadsbevoegdheid De gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland; de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR).
Inleiding Aanleiding Op 1 juli 2022 is de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. De voornaamste doelstelling van de wijziging is om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Kader In de voorgelegde Gemeenschappelijke Regeling (GR) vindt u aanpassingen voortvloeiend uit de vernieuwing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en opbrengsten naar aanleiding van GGD 3.0, het ontwikkeltraject van de GGD en gemeenten samen. Het ontwerp voor de nieuwe GR is opgesteld door de GGD in samenwerking met juristen van gemeenten. Doelstelling/beoogd resultaat De gewijzigde WGR – waaraan alle GR’s moeten worden aangepast – heeft tot doel een versterking/uitbreiding van de controlerende rol van de gemeenteraden en een vergroting van de democratische legitimatie van de besluitvorming in het samenwerkingsverband.
Argumenten en afweging In de voorgelegde Gemeenschappelijke Regeling (GR) vindt u aanpassingen voortvloeiend uit de vernieuwing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en opbrengsten naar aanleiding van GGD 3.0, het ontwikkeltraject van de GGD en gemeenten samen. Het ontwerp voor de nieuwe GR is opgesteld door de GGD in samenwerking met juristen van gemeenten. Twee wetten vormen het kader voor de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland. Enerzijds de Wet publieke gezondheid. Die draagt de colleges op zorg te dragen voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst (artikel 14), anderzijds de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Die is in 2022 gewijzigd met als doel om gemeenteraden beter in de gelegenheid te stellen om hun kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen. Bij een gemeenschappelijke regeling zijn immers meerdere gemeenten (en dus meerdere gemeenteraden) betrokken. Dat beperkt de invloed die elke individuele gemeente(raad) heeft. In de voorgelegde GR wordt een nieuwe wijze van vaststelling voorgesteld rondom het zogenaamde basis- en pluspakket met de daarbij behorende verdeelsleutels.
Hiermee worden gemeenten in staat gesteld om, samen met de GGD, periodiek het basis- en pluspakket vast te stellen, te evalueren en waar nodig bij te stellen, daar waar in het verleden sprake was van een vooraf vastgesteld pakket van taken. Het AB GGD krijgt daarmee de
Pagina 1 van 4
Raadsvoorstel mogelijkheid om bij het vaststellen van een begroting de taken die de GGD uitvoert aan te passen, zonder hiervoor de GR zelf te hoeven wijzigen. Daarbij zal het vaak gaan om taken die de GGD voorheen als contracttaak uitvoerde, of om taken die niet langer door alle gemeenten worden afgenomen en voortaan op contractbasis worden uitgevoerd. Het kan echter ook gaan om nieuwe taken, het beëindigen van taken of het overdragen daarvan aan een andere aanbieder, zolang die taken naar mening van het AB passen binnen de algemene gezondheidbevorderende taak van de GGD. Dergelijke besluiten maken altijd deel uit van de ontwerpbegroting. Dat betekent dat de raden een zienswijze kunnen indienen ten aanzien van dergelijke wijzigingen. Verder is erover nagedacht hoe de colleges het gesprek met de raadsleden over de GGDZW het beste kunnen voeren – op welke momenten, en met welke informatie. In de huidige situatie voeren we dat gesprek op basis van: •
De Kadernota, die ter voorbereiding op de begroting dient;
•
De daadwerkelijke begroting voor de GGDZW,
•
Alle tussentijdse begrotingswijzigingen;
• De jaarstukken, waarin het bestuur verantwoording aflegt over het gevoerde beleid, inclusief een eventuele resultaatsbestemming indien er sprake is van een overschot. In de nieuwe GR is het voorstel dat gesprek te voeren bij: • De visie op de regionale gezondheidsopgave met daarin de kaders en hoofdlijnen voor de komende vier jaar; • De jaarlijkse begroting voor de GGDZW, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de wettelijke taken (basispakket) en een pluspakket waarvan de gemeenten kunnen kiezen wat en hoeveel daarvan zij willen afnemen, aan de hand van een productenboek; • Begrotingswijzingen waaraan een beleidsinhoudelijke keuze ten grondslag ligt; • Resultaatsbestemmingen indien er sprake is van een overschot van € 100.000,-of meer; • Het jaarlijkse bezoek van de directeur van de GGDZW aan de gemeenteraden. Het voorstel is om de volgende besluiten niet meer ter zienswijze aan de gemeenteraden voor te leggen: • De Kadernota. Aangezien de Kadernota en de begroting nagenoeg dezelfde punten bevatten, leidt dit in de praktijk vaak tot herhaling van de discussie. • Begrotingswijzingen die het gevolg zijn van loon- en prijsontwikkelingen of andere autonome ontwikkelingen, zoals veranderingen in de bevolkingsopbouw. Het zijn bijstellingen van de begroting die niet voorkomen uit een besluit van het bestuur van de gemeenten of de GGD.
Dat betekent dat de raden ook geen mogelijkheid hebben om hierop bij te sturen. • De jaarstukken. Het doel van jaarstukken is het afleggen van verantwoording. Dat blijft: de GGDZW stuurt de jaarstukken aan de raden toe. Het gesprek daarover kunnen de raden ook nog steeds voeren, in aanwezigheid van de directeur van de GGDZW. Alleen koppelen we daaraan niet langer het besluit van de vaststelling van de jaarstukken, aangezien de vaststelling daarvan een formaliteit betreft. • Resultaatsbestemmingen bij een overschot van minder dan € 100.000,-. Hierbij is de afweging dat een dergelijk besluit niet belangrijk genoeg is om daar op de drukke agenda’s van de raden ruimte voor vrij te maken. Voor de bovengenoemde besluiten is het voorstel dat het AB de bevoegdheid krijgt om ze vast te stellen. Het AB legt daar achteraf verantwoording over af in het jaarverslag. De gewijzigde wet geeft gemeenteraden onder andere de bevoegdheid om een gezamenlijke advies¬commissie in te stellen en legt het bestuur van een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht op richting de raden. In het nu voorliggende concept is geen voorstel opgenomen om een gezamenlijke advies¬commissie in te stellen. De directeur van de GGD en de colleges voeren liever het gesprek met de gehele raad, zodat alle raadsleden dezelfde informatie hebben.
Daartoe is afgesproken dat de directeur van de GGDZW eenmaal per jaar bij alle raden langs gaat om hen bij te praten. Zo hebben alle raadsleden de mogelijkheden om hun vragen direct aan de verantwoordelijken te stellen.
Pagina 2 van 4
Raadsvoorstel Zienswijzen Een van de wijzigingen in de nieuwe GR is dat de raden voortaan twaalf weken de tijd krijgen voor het indienen van een zienswijze op de begroting en op begrotingswijzigingen. Dit is mogelijk doordat de Kadernota voortaan niet meer ter zienswijze gaat. De zienswijzetermijn van twaalf weken geldt ook voor de visie op de regionale gezondheidsopgave. Voor het indienen van een zienswijze op resultaatbestemmingen blijft de termijn acht weken. Dit met het oog op de termijn waarbinnen de jaarrekening moet zijn ingediend bij de provincie. Procedure In de handreiking ‘Wijziging WGR’ van de VNG staat over de procedure rond de wijziging van een gemeenschappelijke regeling het volgende vermeld: “Om de raad een meer sturende positie te geven bij het treffen van een regeling tussen colleges wordt raden het recht gegeven een zienswijze naar voren te brengen bij een ontwerpregeling. Indien de raden hier geen gebruik van wensen te maken dienen zij de colleges van burgemeester en wethouders […] hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte te stellen, zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt.” Voor deze zienswijzenprocedure geldt dus dat het college de ontwerpregeling voor zienswijzen aan de raad zendt. Het is dus niet logisch dat het college bij deze nieuwe zienswijzeprocedure een concept-zienswijze voorbereidt.
Het college gaat dan immers over zijn eigen voorstel adviseren terwijl aangenomen moet worden dat het college hier onverkort mee instemt. De gemeenteraad kan binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling zijn zienswijze over de ontwerpregeling geven bij zijn college. De raad mag ook van de mogelijkheid tot het geven van zienswijzen afzien. Financiële aspecten Het voorstel kent geen financiële aspecten. Duurzaamheid Het voorstel kent geen duurzaamheidsaspecten. Uitkomsten advies en inspraak: n.v.t. Communicatie De voorgestelde procedure is als volgt: • De concept GR wordt tweemaal voorgelegd aan de gemeenteraden. Dit is de eerste ronde. In deze ronde kunnen de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze over de concept GR kenbaar maken. • Na ontvangst van de zienswijzen formuleert het AB een reactie daarop. Daarin geeft het AB gemotiveerd aan of en op welke wijze het de zienswijzen heeft verwerkt. • De colleges sturen de (mogelijk) aangepaste GR vervolgens opnieuw naar de raden. Zij vragen hun raad om toestemming te geven voor het vaststellen van dan voorliggende concept. • Nadat alle gemeenteraden daartoe toestemming hebben gegeven, stellen de colleges van de deelnemende gemeenten de GR vast.
Bijlagen B1. Gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland 2024 B2. Begeleidende brief zienswijze GR GGD Zaanstreek-Waterland B3. Toelichtend memo aanpassingen GR GGD ZW B4. Zienswijzebrief aan GGD Zaanstreek-Waterland. U wordt uitgenodigd tot besluitvorming over te gaan. namens het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer, L.A. (Léon) de Lange
P.G. (Peter) Küppers
Burgemeester
Gemeentesecretaris
Pagina 3 van 4
Raadsbesluit Portefeuillehouder:
Wethouder B. ten Have
Datum raadsvergadering
<wordt ingevuld door bestuurssecretariaat/griffie>
Documentkenmerk:
D/2023/126336 behorende bij zaak: Z/2023/035289
De raad van de gemeente Landsmeer Gelezen het raadsvoorstel van het college, voorstelnummer: D/2023/126336 behorende bij zaak: Z/2023/035289 Gehoord de behandeling in de commissievergadering.
Raadsbesluit 1. 2. 3.
kennis te nemen van het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland;
een zienswijze te geven op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling GGD ZaanstreekWaterland; in te stemmen met bijgevoegde zienswijzebrief en deze ter kennisname aan het Dagelijks Bestuur van de GGD Zaanstreek-Waterland te sturen.
De raad van de gemeente Landsmeer,
{{esl:Signer1:Signature:size(200,50)}}
{{esl:Signer2:Signature:size(200,50)}}
P.M. (Pauline) Lodewegens
L.A. (Léon) de Lange
griffier
voorzitter
Pagina 4 van 4