Raadsvoorstel en -besluit
Tekst van het document
Raadsvoorstel Portefeuillehouder:
Wethouder B. ten Have
Datum B&W vergadering
12 november 2024
Documentkenmerk:
D/2024/144848 behorende bij zaak: Z/2024/041049
Aan de raad,
Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling zonder Meer sociaal domein
Voorgesteld raadsbesluit/c.q. beslispunten Het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling zonder Meer vast te stellen voor de periode van 1 januari 2025 t/m 31 december 2028 en af te zien van het geven van een zienswijze.
Wettelijke grondslag voor raadsbevoegdheid Wet gemeenschappelijke regelingen
Inleiding Aanleiding Met de invoering van de gedecentraliseerde Jeugdwet en de Wmo is in 2014 een Regeling zonder Meer (verder te noemen: RzM) afgesloten voor de samenwerking in de regio Zaanstreek-Waterland. De RzM richt zich in essentie op gezamenlijke inkoop en het contractmanagement van maatwerkvoorzieningen. Alle gemeenten in de regio participeren in de RzM. De samenwerking wordt verder gespecificeerd in Dienstverleningsovereenkomsten (verder te noemen: DVO). Er is een DVO voor de inkoop en het contractmanagement in het kader van de Jeugdwet en een DVO voor dezelfde werkzaamheden in het kader van de Wmo. Met de DVO’s en de daarbij horende mandaten en volmachten zijn de regionale werkzaamheden belegd bij de gemeente Zaanstad. De dienstverlening bestaat o.a. uit: •
Voorbereiden inkoop;
•
Uitvoeren van aanbestedingen;
•
Sluiten en actualiseren van overeenkomsten;
•
Strategisch contractmanagement van de Overeenkomsten;
•
Regiogemeenten op de hoogte houden van ontwikkelingen/wijzigingen;
•
Als nodig onderhouden contacten met derden.
Aan de huidige DVO Jeugd nemen alle gemeenten in de regio deel. Aan de nu lopende DVO Wmo nemen alle gemeenten deel met uitzondering van Edam-Volendam en Purmerend. Zowel de RzM als de DVO’s Jeugd en Wmo lopen 31 december 2024 af. De regiogemeenten moeten daarom opnieuw een besluit nemen over de voortzetting van de gemeenschappelijke regeling, de dienstverleningsovereenkomsten en de daarbij horende mandaten en volmachten.
Kader Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Doelstelling/beoogd resultaat Kader vaststellen voor samenwerking op het gebied van taken die voortvloeien uit de decentralisaties op het terrein van het sociaal domein.
Pagina 1 van 4
Raadsvoorstel Argumenten en afweging 1.1.
Samenwerken zorgt voor een betere kwaliteit, schaalvoordelen en een sterkere positie naar derden;
De regeling is oorspronkelijk aangegaan om de samenwerking voor het uitvoeren van taken voortvloeiend uit alle decentralisaties binnen het maatschappelijk domein mogelijk te maken. De samenwerking richt zich op overleg en afstemming tussen de deelnemende gemeenten in de meest ruime zin, waarmee een strategische en sterke(re) positie wordt gecreëerd naar derden toe. Door gezamenlijke beleidsvoorbereiding- en uitvoering wordt de kwaliteit verbeterd en worden schaalvoordelen benut. In de praktijk wordt de regeling vooral gebruikt voor gezamenlijke inkoop en het contractmanagement van maatwerkproducten jeugdhulp en Wmo. 1.2.
Samenwerken in een gemeenschappelijke regeling wordt wettelijk verplicht in de Jeugdwet;
In 2020 hebben de gemeenten in VNG verband ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap (verder te noemen: NvO). Daarmee erkennen de gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is. De NvO schetst hoe gemeenten dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp (Jeugdhulp, Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen). De NvO verplicht gemeenten om binnen hun regio dezelfde contractvoorwaarden te hanteren en zich te houden aan dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Ook moeten de gemeenten reële tarieven hanteren. Met de NvO hoopten de gemeenten te voorkomen dat het rijk wettelijk zou gaan vastleggen op welke manier gemeenten regionaal en bovenregionaal moeten samenwerken. De jeugdbescherming en jeugdhulpaanbieders vonden de NvO echter te vrijblijvend. Met de Hervormingsagenda Jeugd is aangekondigd dat de wettelijke verankering er toch komt voor de samenwerking binnen de Jeugdwet. De wetswijziging wordt verwacht in 2025. 1.3.
Deze Regeling zonder Meer stellen we vast ter overbrugging;
Als de ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ is aangenomen, moeten jeugdhulpregio’s gaan samenwerken in een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie, een openbaar lichaam of een centrumgemeente. Een Regeling zonder Meer voldoet dan niet meer. Omdat de wet nog niet is vastgesteld en er gedurende de procedure veel kan veranderen, hebben deskundigen m.b.t. gemeenschappelijke regelingen van zowel gemeente Zaanstad als gemeente Purmerend geadviseerd, om door het verlengen van de huidige RZM en de DVO’s een overbruggingsperiode te creëren en deze te koppelen aan de invoering van de nieuwe wet. Tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet en tot de totstandkoming van een nieuwe vorm van samenwerking en een nieuwe gemeenschappelijke regeling, hebben de deelnemende gemeenten een juridisch kader nodig om de intergemeentelijke samenwerking in 2025 en verder te kunnen voortzetten. Hiermee hebben we een zorgvuldige basis voor de samenwerking en creëren we tijd om de juiste vorm van samenwerking te zoeken voor de inkoop van jeugdzorg (inclusief jeugdbescherming en -reclassering). De Dienstverleningsovereenkomst Wmo valt nu onder dezelfde RzM. De overbruggingsperiode kan ook gebruikt worden om te onderzoeken of er één gemeenschappelijke regeling moet komen voor Wmo en Jeugd of dat het nu noodzakelijk wordt om deze te splitsen. 1.4.
De wijzigingen in de Regeling zonder Meer zijn beperkt;
Gezien de tijdelijkheid van de RzM zijn de wijzigingen bewust beperkt gehouden: •
De gemeente Beemster is gefuseerd met de gemeente Purmerend en gaat verder onder de naam gemeente Purmerend. Gemeente Beemster is uit de lijst van deelnemende gemeenten gehaald;
•
De looptijd is gewijzigd naar 1 januari 2025 tot maximaal 1 januari 2029 of tot het moment dat de nieuwe gemeenschappelijke regeling op grond van de nieuwe wet in werking treedt.
1.5. Een volledige zienswijze procedure is voor deze wijziging niet wenselijk In de onlangs gewijzigde Wet op de gemeenschappelijke regelingen is een extra procedure vastgesteld waarmee de raad eerst haar zienswijze kan geven aan het college op de inhoud van de voorgestelde regeling alvorens toestemming wordt gevraagd aan de raad. Deze Regeling zonder Meer is in 2014 en in 2018 al voorgelegd aan de raad. De nu voorgestelde wijzigingen zijn heel beperkt. Tegelijkertijd is bekend dat er binnen afzienbare tijd een volledig gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (of meerdere regelingen) aan de raad voorgelegd moeten worden. De raad wordt daarom voorgesteld direct toestemming te verlenen voor het vast te stellen van deze Regeling zonder Meer en af te zien van het geven van een zienswijze.
Pagina 2 van 4
Raadsvoorstel 1.6
Deze Regeling zonder Meer voldoet aan de eisen van de Wgr.
In de afgelopen periode zijn alle gemeenschappelijke regelingen aangepast aan de nieuwe Wgr. Deze RzM voldoet al aan de wettelijke eisen voor een RzM en heeft op dat terrein geen aanpassingen ondergaan.
Risico’s N.v.t. Financiële aspecten Het voorstel kent geen financiële aspecten. Duurzaamheid Het voorstel kent geen duurzaamheidsaspecten. Uitkomsten advies en inspraak: N.v.t. Communicatie Het gemeentebestuur van de gemeente Zaanstad draagt zorg voor de bekendmaking van de Regeling en vermelding hiervan in het GR-register.
Bijlagen B1. Gemeenschappelijke regeling zonder Meer U wordt uitgenodigd tot besluitvorming over te gaan. namens het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer,
L.A. (Léon) de Lange
P.G. (Peter) Küppers
Burgemeester
Gemeentesecretaris
Pagina 3 van 4
Raadsbesluit Portefeuillehouder:
Wethouder B. ten Have
Datum raadsvergadering
<wordt ingevuld door bestuurssecretariaat/griffie>
Documentkenmerk:
D/2024/144848 behorende bij zaak: Z/2024/041049
De raad van de gemeente Landsmeer Gelezen het raadsvoorstel van het college, voorstelnummer: D/2024/144848 behorende bij zaak: Z/2024/041049 Gehoord de behandeling in de commissievergadering.
Raadsbesluit Het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling zonder Meer vast te stellen voor de periode van 1 januari 2025 t/m 31 december 2028 en af te zien van het geven van een zienswijze.
De raad van de gemeente Landsmeer,
{{esl:Signer1:Signature:size(200,50)}}
{{esl:Signer2:Signature:size(200,50)}}
H. (Hans) Andeweg-Richt,
L.A. (Léon) de Lange
griffier
voorzitter
Pagina 4 van 4