Perspectiefnota 2026 DEF 10-6
Tekst van het document
Perspectiefnota 2026
Gemeente Landsmeer
10 juni 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................2 Aanbiedingsbrief .................................................................................................................................3 Leeswijzer ............................................................................................................................................4 Het financieel perspectief ...................................................................................................................5 Overige beleidsontwikkelingen per programma ...............................................................................13 Bijlage 1 Opties uit bespreeknotitie ..................................................................................................16
2
Aanbiedingsbrief Voor u ligt de Perspectiefnota (PPN) 2026 waarmee we het financieel meerjarig perspectief van de begroting 2025-2028 actualiseren naar het financiële beeld voor de begroting 2026-2029. Onlangs hebben we met een meerderheid van uw raad de door de u gevraagde bespreeknotitie behandeld waarbij het financiële beeld nog zeer somber was en er een flinke OZB-verhoging nodig was om de baten en lasten weer in evenwicht te brengen. Wel is op die avond aangegeven dat de voorjaarsnota flinke plussen liet zien maar dat de meicirculaire afgewacht moest worden ten aanzien van de effecten voor onze gemeente. Krap een maand later ziet de (financiële) wereld er heel anders uit en voorzien we voor alle begrotingsjaren 2026-2029 overschotten zonder dat de OZB daarvoor extra verhoogd hoeft te worden. Dat heeft vooral met de algemene uitkering te maken maar ook een herberekening van de kapitaallasten heeft hierop invloed. In de perspectiefnota wordt dit nader toegelicht. In onderstaande tabel zijn de grootste voordelen opgenomen ten opzichte van de cijfers die uitgangspunt waren bij het opstellen van de bespreeknotitie.
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029
'Netto' voordelen ten opzichte van Bespreeknotitie
2026
Saldo Berap I Meicirculaire Effect kapitaallasten
140 1.045 166
140 963 156
140 519 238
140 633 550
Totaal
1.351
1.259
897
1.323
Met de kennis van nu was de bespreeknotitie overbodig maar zo zien we dat niet. Het heeft ons namelijk wel het inzicht gegeven dat er binnen het bestaande beleid niet of nauwelijks besparingen mogelijk zijn en dat we met de raad tot een aanvaardbare strategie voor lastige financiële tijden konden komen. Ondanks de positieve bijstelling biedt de perspectiefnota geen ruimte voor nieuwe ambities met structurele financiële effecten. We hebben alleen een aantal onvermijdbare ontwikkelingen (structureel hoger dan 50K) in deze PPN meegenomen. Andere prijsbijstellingen, zoals die van de gemeenschappelijke regelingen, nemen we bij het opstellen van de begroting mee. Dat heeft ook met de systematiek van ramen te maken die vanaf de begroting 2025 geldt. Tegenover die stijging staat namelijk ook een hogere algemene uitkering (compensatie voor inflatie). In deze PPN is het effect van de meicirculaire 2025 verwerkt. Daarin zit voor 2026 structureel die compensatie verwerkt die we afzonderlijk reserveren. Bij het opstellen van de begroting 2026 zetten we dat gereserveerde bedrag vervolgens in als dekking voor alle prijsbijstellingen. Landsmeer, juni 2025
3
Leeswijzer Financieel perspectief Het financieel perspectief is in 3 stappen opgebouwd. Het vertrekpunt is de primaire begroting 20252028. Achtereenvolgens worden in beeld gebracht: 1. Structurele effecten van de 1e bestuursrapportage (reeds besloten); 2. De (financiële) onvermijdbare ontwikkelingen op het bestaande beleid vanuit de jaarrekening 2024, en overige nieuwe informatie; 3. Effect van de meicirculaire 4. Besparingen en OZB-effect (nu 0%) zoals opgenomen in de bespreeknotitie In de tabel van de ontwikkeling van het financieel perspectief is zowel het totale verwachte begrotingssaldo opgenomen als het zogenaamde structureel begrotingssaldo, de laatste is van belang voor de beoordeling door de Provincie in het kader van financieel toezicht. Weergave financiële cijfers Lasten staan negatief weergegeven en baten positief. Staat er bij de verschillenkolom een negatief bedrag dan is dat nadelig (hogere lasten of lagere baten en andersom).
Overige beleidsontwikkelingen per programma
In dit hoofdstuk zijn een beperkt aantal beleidsmatige ontwikkelingen per programma opgenomen waar geen direct financieel effect voor deze Perspectiefnota uit voortvloeit.
Bijlage 1 opties uit bespreeknotitie
In deze bijlage zijn, voor de volledigheid, nog de opties benoemd die in bespreeknotitie stonden met betrekking tot het sociaal domein maar waarvan wij als college voorstellen deze niet te benutten. Ook voor de volledigheid is nog de tabel met mogelijke meevallers opgenomen waar in het begrotingssaldo uit voorzichtigheid geen rekening mee is gehouden.
4
Het financieel perspectief In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van het financieel perspectief in stappen opgenomen. Per stap zijn afzonderlijke tabellen met toelichting opgenomen. Ontwikkeling financieel meerjarig perspectief bedragen x € 1.000 Ontwikkeling financieel perspectief
2026
2027
2028
2029
Primaire begroting 2025-2028
-1.460
-1.299
-1.586
-1.586
170
170
170
170
6 1.055 -229 94 0 -135 -74 -61
462 973 306 124 0 430 -73 503
680 393 -344 124 0 -220 -63 -157
645 754 -17 124 0 107 -63 170
Ontwikkelingen Structureel effect Berap I 2025 Overige autonome ontwikkelingen Effect meicirculaire 2025 Stand PPN voor maatregelen Besparingen OZB-verhoging boven inflatie (0%) Stand Perspectiefnota Waarvan incidenteel Uitgangspunt structureel saldo begroting 2026-2029
Toelichting tabel In bovenstaande tabel is in stappen de ontwikkeling van het financieel perspectief opgenomen. Het vetrekpunt wordt gevormd door de vastgestelde begroting 2025-2028. Elke regel is hierna uitgewerkt in een afzonderlijke tabel met daarop een toelichting. ‘Waarvan incidenteel’ Onderdeel van het begrotingssaldo is ook een aantal incidentele baten en lasten. Deze zijn zichtbaar gemaakt op regel ‘waarvan incidenteel’. Door deze te corrigeren op het begrotingssaldo wordt de structurele saldo verkregen. Deze stand is van belang voor de beoordeling door de Provincie. Deze beoordeling vindt overigens plaats op de later dit jaar vast te stellen begroting 2026-2029. Bij het opstellen daarvan zullen zich ook ontwikkelingen ten opzichte van deze perspectiefnota voordoen, de hier gepresenteerde stand is daarmee ook een momentopname van nu maar naar verwachting voor de beoordeling door de Provincie acceptabel.
5
Structureel effect Berap I 2025
Structureel effect Berap 1 2025 Algemeen bestuur Netto onkostenvergoeding raadsleden Ruimtelijk domein Bouwleges OD-IJmond (netto-effect bijdrage + SISA duurzaamheid) Sociaal domein Aanpassing schoonmaakbestek Onderwijsachterstandenbeleid (budgetaanpassing mbt SISA) Inburgering (budgetaanpassing mbt SISA) Antidiscriminatiebeleid Totaal
2026
bedragen x € 1.000 2027 2028 2029
-13
-13
-13
-13
40 -47
40 -47
40 -47
40 -47
30 65 100 -5 170
30 65 100 -5 170
30 65 100 -5 170
30 65 100 -5 170
Netto onkostenvergoeding raadsleden Op basis van de gewijzigde regelgeving ontvangen raadsleden die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt een extra onkostenvergoeding. Bouwleges De afgelopen jaren hebben we een stijging gezien in de inkomsten uit bouwleges. We verwachten dat deze ontwikkeling een structureel karakter heeft. Bijdrage OD IJmond De formatie die met de overheveling van de taken naar ODIJmond gepaard ging is wel uit de formatiebegroting voor 2025 gehaald maar per abuis niet aan het budget ten behoeve van ODIJmond toegevoegd. Hier staat tegenover dat we een deel van de formatie voor duurzaamheid aan de betreffende SISA-regeling voor klimaat en energiebeleid kunnen toerekenen. Per saldo is er dan sprake van een nadeel van 47K, dit heeft een structureel effect. Aanpassing schoonmaakbestek In de begroting 2025 hebben we rekening gehouden met hogere kosten voor enerzijds de nieuwe aanbesteding en anderzijds het feit dat de schoonmaakkosten voor de sporthal voortaan voor rekening van de gemeente komen. Een deel van die verhoging kan worden teruggedraaid. Onderwijsachterstandenbeleid en inburgering Voor beide beleidsterreinen hadden we altijd al budgetten in de begroting staan. Een deel van die budgetten mag ook in de afrekening van de SISA-regeling worden meegenomen waardoor we daar nu ook de inkomsten voor in de begroting kunnen verwerken.
Voor onderwijsachterstanden gaat het om een bedrag van € 65.000 en bij inburgering om € 100.000, beide structureel. Antidiscriminatie De extra gemeentelijke bijdrage is bedoeld om Discriminatie.nl Zaanstreek-Waterland in staat te stellen preventieve voorlichting en advisering te geven in Landsmeer. Dit omvat onder andere gastlessen op scholen, voorlichting bij sportverenigingen en advies aan maatschappelijke organisaties. Met deze bijdrage wordt de bekendheid en toegankelijkheid van de antidiscriminatievoorziening vergroot en wordt actief ingezet op het voorkomen van discriminatie.
6
Overige autonome ontwikkelingen bedragen x € 1.000 Overige autonome ontwikkelingen Algemeen bestuur Dagelijks bestuur (jaarrekening 2024) Sociaal domein Invoeren eigen bijdrage WMO Eigen bijdrage jeugdzorg (zie meicirculaire) Sturen op trajectduur jeugdzorg (zie meicirculaire) Te realiseren besparingen op Jeugd (hervormingsagenda) Versterking Jeugdteam Impulsbudget sociale infrastructuur Financiën Inkomsten Resort toeristenbelasting Inkomsten Resort ozb (gereed in 2027) Effect kapitaallasten MIP (niet structureel) Te reserveren voordeel kapitaallasten Totaal
2026 -60
2027
2028
2029
-60
-60
-60
106
106 110 29 pm -90 -10 300 60 800 -600 645
-90 -10
-90 -10
106 108 28 pm -90 -10
665 -499 6
300 60 625 -469 462
300 60 950 -713 680
Dagelijks bestuur Bij het opstellen van de jaarrekening hebben we geconstateerd dat de budgetten voor o.a. lidmaatschap van de VNG en andere overheidsorganisaties, meer samenwerking in de Regio maar ook voor algemene representatie zoals 4 mei, etc. veel te laag zijn. Voorheen werd dit door andere meevallers gecompenseerd maar een structurele bijstelling is hier nodig. Invoeren eigen bijdrage WMO Vanaf 2027 mag er weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage worden ingevoerd binnen de WMO en dan met name voor huishoudelijke hulp, vooralsnog gaan we uit van 106K (conform het bedrag dat we hiervoor in 2026 van Rijk ontvangen). Eigen bijdrage Jeugdzorg / trajectduur / besparingen op Jeugd Zie ook de toelichting hierna bij de meicirculaire over deze onderwerpen. Binnen het programma Sociaal domein nemen we inkomsten op voor een eigen bijdrage op Jeugdzorg en lagere kosten vanwege de trajectduur. Voor de ‘geïndexeerde’ korting op de hervormingsagenda mag aan de kostenkant pas een verlaging worden doorgevoerd nadat een gemeente concrete maatregelen tot kostenreductie heeft genomen, om die reden staat er op die ‘regel’ een PM. Versterking Jeugdteam Als er zorgen zijn over de ontwikkeling en/of veiligheid van een kind kan de expertise van een gecertificeerde instellingen (GI) ook binnen het vrijwilliger kader ingezet worden. Dit heet preventieve jeugdbescherming.
Dit wordt ingezet om ouders te bewegen vrijwillig hulp te accepteren ter voorkoming van een kinderbeschermingsmaatregel. Een aantal jaar geleden hebben wij met de regio de beweging ingezet om preventieve jeugdbescherming meer door het lokale team te laten uitvoeren dan door de GI’s. Dit zodat gezinnen niet weer opnieuw hun verhaal hoeven te doen en ze een vast contactpersoon hebben. Deze beweging zien we terug in de cijfers. In 2021 werden door Jeugdbescherming regio Amsterdam nog gemiddeld 10 gezinnen in de gemeente Landsmeer 7
preventief begeleid. In 2024 waren dat er nog maar 2. Dat betekent niet dat er geen gezinnen meer zijn waar zorgen om zijn, maar dat zij nu worden begeleid door het Middelpunt. Dit zijn gezinnen die intensieve begeleiding nodig hebben doordat er bijvoorbeeld sprake is van een complexe echtscheiding waar het kind/de kinderen onder lijden. Ook zien we de toename van de problematiek van de gezinnen terug in onze aanmeldingen bij de Beschermingstafel. In 2023 waren dat er nog maar 2 en in de eerste maanden van dit jaar (t/m mei 2025) zitten we al op 5 aanmeldingen. Ook door andere maatschappelijke veranderingen zoals prestatiedruk en social media is de problematiek van jeugdigen toegenomen. Hierdoor knelt de caseload van het jeugdteam van het Middelpunt. Impulsbudget sociale infrastructuur Via de algemene uitkering ontvangen we structureel 10K om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Aanpassing schoonmaakbestek In de begroting 2025 hebben we rekening gehouden met hogere kosten voor enerzijds de nieuwe aanbesteding en anderzijds het feit dat de schoonmaakkosten voor de sporthal voortaan voor rekening van de gemeente komen. Een deel van die verhoging kan worden teruggedraaid. Inkomsten Resort Het betreft hier de structurele opbrengst van de realisatie van het Resort voor wat betreft toeristenbelasting en OZB.
We hebben deze in de tabel van de autonome ontwikkelingen opgenomen omdat de raad voor de realisatie hiervan een motie heeft aangenomen. Effect kapitaallasten meerjareninvesteringsplanning (MIP) Met de lessen van de begroting 2025 in ons achterhoofd hebben we bij deze perspectiefnota, in plaats van bij de begroting 2026, alvast een herrekening van de kapitaallasten gemaakt waarbij we eveneens scherp naar realistische termijn van realisatie gekeken. Tot onze ‘positieve schrik’ komt hieruit een behoorlijk groot voordeel. Dat heeft enerzijds te maken met een actualisatie van de planning van de investeringen in de periode 2026-2029. Het gaat dan niet zozeer om een bijstelling van de ambitie maar om een inschatting van het moment waarop de investering is afgerond. In de huidige begroting (25-28) zijn we ervan uitgegaan dat wanneer een investering op de planning voor 2026 staat deze ook in dat jaar wordt afgerond en de kapitaallasten dan volledig vanaf 2027 op de begroting drukken. In de praktijk echter worden deze investeringen later afgerond (bij sommige projecten 2-3 jaar na aanvang) waardoor de kapitaallasten pas in een later jaar op de begroting drukken, hierdoor schuiven de kapitaallasten op in de tijd. In onderstaande tabel is op hoofdlijn dat effect opgenomen. De totale investeringen blijven ongeveer op niveau maar verschuiven in de tijd.
De kapitaallasten die hieraan gekoppeld zijn verschuiven daarmee buiten de horizon van het bijgestelde financieel perspectief maar komen uiteindelijk wel ten laste van de begroting. x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029 ev
totaal
Investeringsschema 2026-2029 Investeringsschema 2025-2028 verschil in tempo
2.202 3.884 -1.683
4.074 3.950 124
3.962 11.675 -7.713
16.960
9.463 -9.463
27.197 28.972 -1.775
16.960
Daarnaast hebben we geconstateerd dat de kapitaallasten waarmee in de begroting 2025-2028 rekening was gehouden er voor een te hoog bedrag in zaten ten opzichte van de MIP 2025-2028. Dat is te wijten aan de wisselingen op de financiële functie. Kapitaallasten in de meerjarenbegroting bestaan namelijk enerzijds uit activa waarop al wordt afgeschreven en anderzijds uit investeringen 8
die nog op de planning staan, met andere woorden er moeten 2 systematieken met elkaar gecombineerd worden. Dat is in de overdracht (ofwel een gemis daaraan) niet goed aan bod gekomen. Nu we op de financiële functie sinds een jaar beter in control zijn is er ook meer tijd en ruimte voor analyses waardoor dit soort zaken aan het licht komt. In onderstaande tabel is het totale effect opgenomen. x € 1.000 Berekend voordeel Reserveren voor toekomstige kapitaallasten (75%) Beschikbaar voor exploitatie
2026
2027
2028
2029
665
625
950
800
499 166
469 156
713 238
600 200
Zoals gezegd is het geen structureel voordeel zoals bijvoorbeeld een toevoeging aan de algemene uitkering. Wel hebben we daadwerkelijk minder lasten de komende jaren, Daarom vindt het college het financieel verantwoord om 25% daarvan beschikbaar te maken voor de exploitatie. Een extra OZB-verhoging en andere maatregelen, waar we bij de bespreeknotitie nog van uitgingen. zijn vooralsnog niet aan de orde. 75% van het voordeel storten we vooralsnog in de algemene reserve en is beschikbaar voor het versterken van onze reservepositie of voor initiatieven met een incidenteel financieel karakter. Die storting in de algemene reserve zal na 2030 in principe worden afgebouwd omdat daar dan de kapitaallasten van de investeringen voor in de plaats komen.
9
Effect meicirculaire
Effect meicirculaire Algemene mutaties Algemene mutaties Gedeeltelijk herstel ravijnjaar Taakmutaties Compensatie kosten Jeugd Bezuinigingen op Jeugd (hervormingsagenda): Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Decentralisatie-uitkeringen Impulsbudget sociale infrastructuur Totaal
2026
2027
bedragen x € 1.000 2028 2029
334 175
367 186
316 184
662 188
430
410
230
247
-108 -28 -211
-110 -29 -214
106 10
10
10
10
1.055
973
393
754
Algemene mutaties De algemene mutaties zijn een samenstel van veel financieel technische aanpassingen in het gemeentefonds. Samengevat komt het erop neer dat het Rijk aanpassingen heeft doorgevoerd op basis van verwachte groei van collectieve uitgaven (een variant van de oude trap-op-trap-af systematiek) alsmede een hogere compensatie voor inflatie geeft voor 2025 die structureel doorwerkt. Daarnaast is er nog sprake van een positief effect doordat aantallen op een aantal maatstaven stijgen. De extra ‘sprong’ in 2029 wordt veroorzaakt doordat 2029 nu een nieuw jaar in het financieel perspectief is en in de oude situatie de algemene uitkering voor 2029 hoger was dan die van 2028. Gedeeltelijk herstel ravijnjaar Er wordt voor alle gemeenten structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds, dat is nog steeds minder dan het oorspronkelijke tekort van ruim € 2 miljard. Compensatie kosten Jeugd De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente, dit betekent een structurele bijdrage van 190K voor Landsmeer. Daarnaast wordt het zogenaamde ingroeipad van de Hervormingsagenda verzacht, waardoor er voor 2026 en 2027 voor Landsmeer ongeveer 200K extra wordt toegevoegd aan de algemene uitkering.
Tot slot stond er op de begroting van het ministerie nog een bedrag gereserveerd voor ‘Jeugdcompensatie’, dat bedrag valt structureel ongeveer 40K hoger uit dan waarmee we in de begroting al rekening hielden. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze 10
wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Om die reden ontvangen gemeenten hiervoor compensatie omdat er al een bedrag uit de algemene uitkering was genomen. In die zin is de invoering van de eigen bijdrage dan ook een ‘sigaar uit eigen doos’. Bezuinigingen op Jeugd (hervormingsagenda): Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren en betekent voor Landsmeer een nadeel op de algemene uitkering van 110K. Daarnaast gaan Rijk en gemeenten met de sector afspraken maken over hoe er beter kan worden gestuurd op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028, de uitname bedraagt hier 30K. Beide nadelen kunnen worden opgevangen door binnen het programma Sociaal eenzelfde bedrag als extra inkomsten op te voeren, feitelijk is ook hier sprake van een ‘sigaar uit eigen doos’. Tot slot wordt er een financieel-technische maatregel doorgevoerd die tot een behoorlijke korting op het gemeentefonds leidt. Bij de start van de Hervormingsagenda in 2019 zijn al mogelijke toekomstige besparingen aangewezen tegen het dan geldende prijspeil. Het Rijk stelt dat die bedragen (cq toekomstige besparingen) geïndexeerd moeten worden waardoor er tegen het huidige prijspeil een grotere besparing mogelijk is.
De Provincies hebben hierover in hun rol van financieel toezichthouder het volgende opgemerkt: Verder wordt de besparingsopgave van de Hervormingsagenda geïndexeerd waardoor een hogere besparing (van € 507 miljoen) wordt verondersteld. Gemeenten moeten hiervoor zelf concrete maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. Wij stonden in eerdere begrotingsjaren geen stelpost toe voor de besparingen Hervormingsagenda. Voor de geïndexeerde besparingsopgave wordt eveneens geen stelpost toegestaan. Met andere woorden: waar het wel is toegestaan om binnen het programma Sociaal extra inkomsten te ramen voor de eigen bijdrage en lagere kosten vanwege een kortere trajectduur staat de provincie het niet toe besparingen vanwege de hervormingsagenda in te boeken terwijl de korting op de algemene uitkering wel wordt doorgevoerd. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.
11
Maatregelen
Maatregelen Besparingen Schoolmaatschappelijk werk inbesteden Praktijkondersteuner inbesteden WelzijnWonenPlus
2026
OZB-verhoging Verhoging 2026 Verhoging 2027 Verhoging 2028 Verhoging 2029 Subtotaal Totaal
2027
34 60 Subtotaal
bedragen x € 1.000 2028 2029
34 60 30 124
34 60 30 124
34 60 30 124
0
0 0
0 0 0
0 94
0 124
0 124
0 0 0 0 0 124
94
Schoolmaatschappelijk werk inbesteden De activiteit is gericht op het vroegtijdig aandacht schenken aan problematiek en daarmee ook voorkomen van dure geïndiceerde jeugdzorg. In plaats van deze activiteit in te kopen stellen we voor zelf personeel in dienst nemen, hiermee besparen we € 34.000. Praktijkondersteuner Jeugd bij huisarts De activiteit is gericht op kortdurende behandeling en assistentie bij indicatiestelling en daarmee eveneens voorkomen van dure geïndiceerde jeugdzorg. Ook hier stellen we voor zelf personeel in dienst te nemen in plaats van deze activiteit in te kopen. Beide voorstellen hebben eveneens een positief effect op de kwetsbare bezetting van het jeugdteam. Omdat het gaan verschraling van de dienstverlening c.q. zorg maar een efficiencymaatregel laten we het voorstel in stand. Lidmaatschap WelzijnWonenPlus (WWP) De activiteit is gericht op het wegnemen van drempels waardoor inwoners langer zelfstandig kunnen wonen en minder gebruik maken van andere inzet. Gebruikers van de WWP dragen voortaan zelf de kosten van het lidmaatschap (€ 6 per maand / huurders van een woningcorporatie € 3 per maand). Wij gaan ervan uit de gebruikers de abonnementskosten voor het lidmaatschap zelf kunnen dragen en dat dit geen effect heeft op de woonsituatie.
OZB-verhoging In de bespreeknotitie is er nog vanuit gegaan dat er een extra OZB-verhoging van jaarlijks 8% nodig was om tot een sluitende begroting te komen. Door het effect van de meicirculaire en de kapitaallasten is geen extra verhoging nodig. De tabel is nog wel opgenomen om de aansluiting net de bespreeknotitie te behouden.
12
Overige beleidsontwikkelingen per programma In dit hoofdstuk zijn de overige beleidsontwikkelingen benoemd die geen direct financieel effect op deze perspectiefnota hebben.
Algemeen bestuur Verkiezingen en bestuurlijke toekomst 2026 staat in het teken van de verkiezingen met daarbij wellicht een referendum voor een keuze met betrekking tot de bestuurlijke toekomst.
Integrale veiligheid Weerbare samenleving De toenemende spanningen op het wereldtoneel, hybride dreigingen en klimaatverandering zijn ook op lokaal niveau voelbaar. De vele uitdagingen vragen om een weerbare samenleving, waarin inwoners zelfredzaam zijn, de basisbehoeften van inwoners vervuld blijven, en de continuïteit van de maatschappij wordt gewaarborgd. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol en dit is niet alleen een veiligheids- en crisisthema. Er wordt samengewerkt in en met de Veiligheidsregio. Van de gemeenten wordt gevraagd deel te nemen aan projectgroepen, bijvoorbeeld rondom ‘noodpunten’ of samenwerking met lokale netwerken. Op dit moment is onduidelijk of er financiering vanuit het Rijk beschikbaar komt en wat de opdracht concreet betekent qua inzet/capaciteit voor de gemeenten.
Ruimtelijk domein
Woningbouw Woningbouw blijft de komende jaren een prioriteit. Voor de ontwikkeling van de locaties aan de Violierweg en Calkoenstraat/Oude keern worden grondexploitaties geopend. Extra financiële middelen zijn dus niet nodig omdat de kosten voor deze (grote) projecten in deze grondexploitaties worden meegenomen. Het werken met grondexploitaties (verder GREX) heeft wel het risico dat als de ontwikkeling niet gerealiseerd wordt de tot dan toe gemaakte kosten in de GREX ten laste komen van de algemene reserve. Ook de gebiedsvisie entree Landsmeer wordt voorbereid. Voor de visie is budget beschikbaar voor het vervolg zijn mogelijk wel extra middelen noodzakelijk maar dit is afhankelijk van de in de visie te maken keuzes. Onderhoud wegen, kunstwerken en groen Wij gaan door met het onderhoud op basis van de vastgestelde beleids- en beheerplannen. Het areaal is uitgebreid door de overname van de wegen van het HHNK. In de budgetten is reeds rekening gehouden met deze uitbreiding. Omgevingsdienst Ijmond De komende tijd wordt de Governance en de financieringsstructuur van de gemeenschappelijke regeling ODijmond herijkt. Het is de verwachting dat hierdoor de kosten voor de ODijmond vanaf 2027 gaan stijgen. Op dit moment is het echter nog onduidelijk hoe veel de extra kosten gaan bedragen.
13
Sociaal domein
In 2026 geven we onverminderd uitvoering aan al het bestaand beleid inclusief speerpunten. De belangrijkste ontwikkeling is evenwel Jeugd, zowel beleidsmatig, in de uitvoering als financieel. Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) De Hervormingsagenda Jeugd is een gezamenlijk plan van het rijk, gemeenten, aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties. Het doel is om de jeugdzorg beter, effectiever en betaalbaarder te maken en kent de volgende kernambities. 1. Normaliseren en versterken van het gewone opgroeien: • minder medicalisering; • meer inzet op preventie, opvoedondersteuning en samenwerking met o.a. scholen en huisartsen. 2. Verduidelijken en beperken van het jeugdhulppakket: • niet alle hulp blijft onder de Jeugdwet vallen; • hoogspecialistische en langdurige zorg wordt scherper afgebakend. 3. Verbeteren van kwaliteit en beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp: • betere regionale samenwerking; • heldere toegang en toewijzing van zorg. 4. Professionele ruimte voor hulpverleners vergroten: • minder administratieve lasten; • meer vertrouwen en zeggenschap voor professionals. 5. Structurele beheersing van de kosten: • gemeenten krijgen een structurele korting, maar ook extra middelen bij hervorming; • efficiëntere inzet van middelen en inkoopafspraken. 6.
Verbeteren van governance en samenwerking: • heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk, gemeenten en uitvoerders. Hoewel er al een begin is gemaakt met de hervormingsagenda en ambities op zich goed zijn, zien we in de, gemeentelijke, praktijk dat we nog ver af staan van de uiteindelijke en spreekwoordelijke ‘stip op de horizon’. Dit brengt vooral voor alle gemeenten de volgende onzekerheden en risico’s met zich mee. 1. Financiële onzekerheid Het is zeer de vraag of alle al ingeboekte bezuinigingen haalbaar zijn zonder dat dit ten koste gaat van zorg. De opbrengsten van hervormingen zijn nog niet zeker of meetbaar. 2. Onduidelijkheid over invulling van het “basispakket” Het is nog niet helder wat er straks wél en niet tot jeugdhulp hoort. Dit zorgt voor juridische risico’s (aanspraken van ouders) en beleidsmatige onduidelijkheid bij gemeenten. 3. Tijdspad en haalbaarheid De agenda loopt tot 2028, maar veel maatregelen moeten vóór 2026 worden doorgevoerd. Gemeenten vragen zich af of het tempo realistisch is, gezien personeelstekorten en bestuurlijke druk. 4. Regionale samenwerking en inkoop Gemeenten moeten regionaal samenwerken in zorginkoop en -aanpak, maar de rolverdeling is complex en soms politiek gevoelig. Verschillen in beleid en uitvoering tussen regio's kunnen leiden tot ongelijkheid of vertraging. 5.
Juridische en maatschappelijke weerstand Veranderingen in toegang tot jeugdzorg kunnen leiden tot bezwaarprocedures en maatschappelijke kritiek van ouders, cliëntenorganisaties of aanbieders. 14
Financiën (inclusief overhead) MJOP (Meerjaren Onderhouds Planning van de gemeentelijke objecten) Deze heeft vertraging opgelopen en dient geactualiseerd te worden in verband met eventueel af te stoten vastgoed. Richting het einde van 2025 komen we met een nieuw MJOP voor 2025-2028. De gevolgen van de keuzes welke in het verleden zijn gemaakt over het niveau van onderhoud van de gemeentelijke objecten, maar ook de slag die wellicht geslagen moet worden op het gebied van verduurzaming, zullen met een prijskaartje komen. De vraag is of dat binnen de bestaande voorziening kan worden opgevangen. Wet Open Overheid (WOO) We liggen op schema met de meerjarige verplichtingen en acties door voortvloeien uit de WOO. Een gevolg van de wet is dat er steeds meer overheidsinformatie actief openbaar gemaakt moet worden. Dit is van belang voor een goed werkzame democratie. Er lijkt een algemene trend zichtbaar dat dit vervolgens ook tot steeds meer (complexe) WOO-verzoeken leidt. Vooralsnog kunnen we deze verzoeken goed aan maar het kan de komende jaren wel tot een verzwaring van de administratieve last van de organisatie leiden.
15
Bijlage 1 Opties uit bespreeknotitie Opties bespreeknotitie Sociaal domein Onderstaande tabel bevat de optie uit de bespreeknotitie waarvan we als college voorstellen deze niet te benutten. Onderwerp / activiteit Respijtzorg (betreft de financiering van het regionale Buitenhuis gericht op het ontlasten van mantelzorgers).
Zwembad (gericht op recreatie van inwoners)
Muziekonderwijs basisscholen (gericht op culturele educatie en ontwikkeling voor alle leerlingen)
Voorstel
Budget
Voorgestelde Effect bij geheel Besparing schrappen
Opties ‘onwenselijk’ Er is een voornemen € 22.000 €0 deze activiteit onderdeel te maken van de WMO waardoor het huidige vrijwillige karakter verdwijnt. Wij stellen voor de activiteit te handhaven. In plaats van sluiten Totale last €0 of commercialiseren van het (langdurig traject zwembad met afhankelijkheid voor de van een derde partij) gemeente is het halveren van bedraagt de van de netto (dus gemeentelijke inclusief huur) subsidie € 240.000. Hiervan is € 70.000 subsidie.
Het Rijk heeft de middelen hiervoor geschrapt. Het betreft geen wettelijke taak waardoor het een optie is dit niet langer door de gemeente te financieren.
De besparing zou dan € 35.000 bedragen € 55.000
€0
Schrappen zou slecht een tijdelijk financieel effect hebben maar wij vinden het ongewenst deze vorm van mantelzorgsteun te schrappen. De stichting zal zelf haar inkomsten moeten verhogen. Het is aan de stichting zelf om daar invulling aan te geven. Wanneer dit alleen via een verhoging van het entreekaartje verloopt gaat het waarschijnlijk om een verhoging van € 2 per kaartje.
Schrappen van de financiering zal tot het stoppen van muziekonderwijs leiden. We kunnen lastig inschatten welk % van de leerlingen hierdoor niet meer met een vorm van muziekonderwijs in aanraking komt.
16
2026
2027
2028
2029
Opties met beperkte invloed Taakstelling GR 5% Taakstelling organisatie Reclamemast Schrappen c.q. uitstellen investeringen Commissie van Ark (middelen Jeugd) 'Herstel ravijnjaar'
68
135
135
135
50 pm pm pm
50 50 pm pm pm
50 50 pm pm pm
50 50 pm pm pm
Verwacht saldo inclusief alle ontwikkelingen
118
235
235
235
Bij deze opties zijn we vooral afhankelijk van derden en hebben we om die reden ook niet ‘ingeboekt’ Ten aanzien van de 5% bij de verschillende gemeenschappelijke regelingen zijn deze gevraagd mogelijkheden in beeld te brengen. De (financiële) uitkomsten hiervan moeten worden afgewacht wanneer de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen worden vastgesteld. We realiseren ons dat een bijdrage vanuit de organisatie aan de opgave ook als wenselijk wordt beschouwd. Uit het realisatievermogen is ons echter gebleken dat hiervoor nauwelijks mogelijkheden zijn. Voor de reclamemast geldt dat we voorlopig uitgaan van 50K maar voor toestemming wel afhankelijk van Provincie en/of Rijkswaterstaat die hier vooralsnog niet aan mee willen werken. Het schrappen c.q. uitstellen van investeringen (anders dan vanwege haalbaarheid) hebben we in de ‘zachte’ categorie geplaatst. Het is altijd een mogelijkheid maar we ontkomen ook niet aan investeringen die in de afgelopen jaren al vaker zijn uitgesteld. Op een gegeven moment komen daar andere kosten voor terug. Wanneer investeringen ook een bijdrage aan de opgave moeten leveren is vooral schrappen een maatregel die echt bijdraagt. Het schrappen van scholen is wat ons betreft niet aan de orde. Andere grote investeringen komen uit het rioleringsplan.
Schrappen daarin levert geen voordeel op maar daar zijn vaak wel andere investeringen in bijvoorbeeld wegen aan gekoppeld om op een efficiënte manier ‘werk met werk’ te maken. Commissie van Ark Met de meicirculaire 2025 zijn er met name voor de jaren 2026 en 2027 en beperkt voor 2028 en verder middelen voor de tekorten op Jeugd beschikbaar gesteld. Deze zijn in deze PPN verwerkt maar nog niet op het niveau zoals door de VNG gewenst. Om die reden is hiervoor een PM-post opgenomen. ‘Herstel ravijnjaar’ Met de meicirculaire is er macro een bedrag van € 400 miljoen beschikbaar gesteld, dat is nog steeds € 2 miljard minder dan het oorspronkelijke ravijn. In die zin is nog geen sprake van herstel. We hebben een PM-post opgenomen omdat de VNG nog steeds in gesprek is het ministerie over voldoende middelen voor medebewindstaken maar het kabinet lijkt vooralsnog niet te bewegen.
17