CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2022 - college 16-06-2021 Definitief

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente landsmeerBij agendapunt: Perspectiefnota 20227.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Perspectiefnota 2022

Gemeente Landsmeer

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................2 Aanbiedingsbrief .................................................................................................................................3 Leeswijzer ............................................................................................................................................5 Financiële cijfers ..............................................................................................................................5 Indeling............................................................................................................................................5 Bijlagen ............................................................................................................................................5 Inleiding...............................................................................................................................................6 Ontwikkelingen per programma .........................................................................................................7 Algemeen bestuur ...........................................................................................................................8 Participatie

..................................................................................................................................8 Integrale veiligheid ........................................................................................................................11 Veiligheid ...................................................................................................................................11 Ruimtelijk domein .........................................................................................................................12 Omgevingswet...........................................................................................................................12 Ontwikkeling resort A10............................................................................................................12 Ruimtelijke projecten ................................................................................................................12 Sociaal domein ..............................................................................................................................14 Nieuwe gemeentelijke taken.........................................................................................................14 Wet inburgering ........................................................................................................................14 Beschermd

wonen.....................................................................................................................14 Rijksbeleid .....................................................................................................................................14 Langer zelfstandig wonen..........................................................................................................14 Tekorten jeugdhulp ...................................................................................................................14 Financiën .......................................................................................................................................16 Personeel en organisatie ...........................................................................................................16 Het financieel perspectief .................................................................................................................17 Bijlage Meerjareninvesteringsplanning.............................................................................................21 Bijlage Berekening Onroerendezaakbelasting...................................................................................26 Bijlage Berekening Afvalstoffenheffing .............................................................................................29

2

Aanbiedingsbrief Aan de raad, De financiële situatie van Landsmeer is ronduit zorgwekkend en misschien zelfs alarmerend te noemen. De laatste jaren zijn de begrotingen met kunst en vliegwerk sluitend gemaakt, soms zelfs door een deel van de Algemene Reserve als dekkingsmiddel in te zetten. Tegelijkertijd zijn de laatste jaren de Jaarrekeningen met forse tekorten afgesloten. Inmiddels is de Algemene Reserve tot een zodanig verontrustend laag niveau gedaald, dat er nauwelijks ruimte is om toekomstige tekorten op te vangen. Deze trend moet gekeerd worden, daar anders de gemeente door de provincie onder preventief toezicht zou kunnen worden geplaatst. Het bij de Begroting 2021 vastgesteld begrotingsbeleid heeft nog niet tot een duidelijke omslag geleid. Er wordt door ons weliswaar scherp gestuurd op het opvangen van overschrijdingen binnen de programma’s van de begroting, maar doordat inmiddels de financiële ruimte binnen de programma’s beperkt is, lukt dat niet in alle gevallen. Daarnaast zijn er, met name in het Sociaal Domein, open-einde-regelingen waarop door de gemeente niet of nauwelijks gestuurd kan worden. Toch is er geen alternatief voor dit begrotingsbeleid, want extra bezuinigingen en verhoging van de inkomsten zijn niet meer dan dweilen met de kraan open, als het resultaat van al die inspanningen weer teniet gedaan wordt door budgetoverschrijdingen.

Het beleid van de Rijksoverheid maakt het voor gemeenten en dus ook voor Landsmeer niet gemakkelijker. Weliswaar krijgen de gemeenten dit jaar een éénmalige compensatie voor de jeugdzorgkosten, maar het is nog volstrekt onduidelijk in hoeverre dit een voorloper is van meer structurele compensatie. Vanwege de demissionaire status van het huidige kabinet is daarover op korte termijn geen duidelijkheid te verwachten. Er komt een nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan, maar hoe die voor Landsmeer gaat uitpakken is op dit moment nog volstrekt onduidelijk. In een eerste concept-verdeling was Landsmeer een nadeelgemeente, in een tweede concept een voordeelgemeente. Er wordt nog steeds aan gerekend en de VNG heeft aangegeven niet aan een herverdeling mee te werken als het te verdelen bedrag gelijkt blijft. Ook de opschalingskorting is nog niet van de baan. In deze Perspectiefnota kondigen we op een tweetal belangrijke onderdelen van de begroting te weten de Onroerendezaakbelasting (OZB) en de Afvalstoffenheffing nieuwe voorstellen aan die beogen tot een meer robuuste en toekomstbestendige berekening van deze heffingen te komen. Hierdoor zullen schommelingen en tekorten voorkomen kunnen worden en wordt de begroting minder kwetsbaar.

Daarnaast is de verwachting dat de in de Berap I aangekondigde inhuur voor het verbeteren van de P&C cyclus zal leiden tot een betere grip op de processen naar besluitvorming over de P&C documenten. Hierdoor zullen we ook beter uitvoering kunnen geven aan het door uw raad vastgestelde begrotingsbeleid. In dit ongewisse vooruitzicht bieden wij u de Perspectiefnota aan. Zoals u kunt zien is het in deze nota gepresenteerde begrotingssaldo voor 2022 nog negatief. Dat betekent dat we in aanloop naar de Begroting 2022 nog aanvullende incidentele maatregelen zullen moeten nemen. 3

Omdat er nog zo veel onzekerheden en onduidelijkheden zijn die grote gevolgen voor de hoogte van de Algemene Uitkering kunnen hebben, leek het ons niet opportuun nu al keihard in de begroting te gaan snijden. Wij hebben gemeend daarvoor iets meer tijd te nemen en stellen ons voor u (net als vorig jaar) een aantal alternatieven voor te leggen, zodat we op basis van de dan door uw raad gemaakte keuzes de Begroting 2022 kunnen voorbereiden. Wij stellen voor om de komende periode op basis van deze Perspectiefnota de benodigde bijstellingen en alternatieven nader uit te werken, zowel in financiële zin als inhoudelijk, teneinde u na het zomerreces, onderbouwde keuzes te kunnen voorleggen. Het college van burgemeester en wethouders, Burgemeester,

Secretaris,

4

Leeswijzer Financiële cijfers

De financiële cijfers in tabellen staan altijd weergegeven in hele euro’s tenzij anders vermeld. Lasten staan negatief weergegeven en baten positief. Staat er bij de verschillenkolom een negatief bedrag dan is dat nadelig (meer uitgegeven of minder ontvangen). Bij een aantal mutaties wordt het begrip "Budgettair neutraal" gebruikt. Dat betekent dat een mutatie in totaal geen geld kost of oplevert. Deze duiding geeft helderheid als een budgettair neutrale mutatie over meerdere programma's impact heeft. Door aan de toelichting toe te voegen dat de mutatie budgettair neutraal is, dan weet u als lezer dat een en ander neutraal gedekt is.

Indeling

In het hoofdstuk "Het financieel perspectief" krijgt u een beeld op hoofdlijnen van de behaalde resultaten en wordt het financiële resultaat kort toegelicht. In de programma's wordt ingegaan op de beleidsontwikkelingen per programma.

Bijlagen

Het laatste deel betreft de bijlagen. Hierin wordt onder andere inzicht gegeven in het investeringsritme van de komende jaren. Ook wordt de berekeningswijze met betrekking tot onroerendezaakbelasting en afvalstoffen heffing toegelicht in de perspectiefnota.

5

Inleiding Met de Perspectiefnota 2022 worden de kaders meegegeven voor het opstellen van de komende programmabegroting 2022-2025. De opbouw van dit document is als volgt. Allereerst worden in het hoofdstuk Ontwikkelingen per programma de verschillende beleidsontwikkelingen die relevant zijn voor dit document gepresenteerd. Vervolgens zullen de financiën worden besproken in het tweede hoofdstuk Het financieel perspectief. Het financieel perspectief is opgedeeld in 3 onderdelen:   

het budgettair beeld: hierin wordt weergegeven wat de stand van de begroting is na vaststelling van de eerste bestuursrapportage 2021; autonome ontwikkelingen: in deze tabel worden autonome, niet-beïnvloedbare ontwikkelingen weergegeven. Denk aan wettelijke ontwikkelingen et cetera; ontwikkelingen/wensen: in deze tabel worden nieuwe beïnvloedbare zaken weergeven waarover de raad zijn zienswijze bij de behandeling van de perspectiefnota kan geven. Dit zijn ontwikkelingen die zichtbaar zijn binnen beleidsvelden of wensen vanuit de beleidsprogramma's. Deze doen zich echter vooralsnog niet voor in verband met de huidige financiële stand van zaken.

Door de bovenstaande indeling aan te houden wordt het inzichtelijk wat de verwachte stand is van de Begroting 2022 met de autonome, onvermijdelijke ontwikkelingen die zich voordoen. De raad kan deze "oningekleurde" stand als vertrekpunt nemen om besluiten te nemen over de wensen en ontwikkelingen binnen de beleidsprogramma's. Tevens is het geactualiseerd meerjareninvesteringsplan 2021-2024 toegevoegd als bijlage. Dit betreft de versie van de begroting 2021. Dit geeft weer welke investeringen worden gepleegd bij het voortzetten van het bestaande ambitieniveau en het maakt deel uit van het financieel perspectief. Het geactualiseerde MIP 2021-2024 sluit aan op het raadsbesluit en jaarrekening 2020, met een doorkijk naar 2025 en 2026.

6

Ontwikkelingen per programma In dit hoofdstuk zullen de beleidsontwikkelingen binnen programma's worden gepresenteerd.

7

Algemeen bestuur Bestuurlijke toekomst De gemeente Waterland heeft in februari 2020 besloten om zelfstandig te blijven en een ambtelijke fusie met de gemeente Landsmeer uitgesloten. Hierdoor kan er geen uitvoering meer worden gegeven aan het besluit van onze gemeenteraad om een fusie na te streven met Waterland, en zo mogelijk ook met Oostzaan en Wormerland. In de notitie ‘Bestuurlijke toekomst Landsmeer: Stand van zaken en varianten’ wordt nader ingegaan op de huidige situatie en de kansen die er misschien nog meer zijn om te komen tot een bestuurlijke fusie. In deze notitie worden ook technisch mogelijke varianten geschetst. De raad heeft deze notitie inmiddels ontvangen en in de raad besproken. In het derde kwartaal van 2021 vindt, op basis van uw besluit, een terugkoppeling aan uw raad plaats van de oriënterende gesprekken met Purmerend en Amsterdam. Tegelijk zal het college uw raad adviseren over mogelijkheden en vervolgstappen. Aan de hand hiervan zal de raad een nieuwe keuze voor haar bestuurlijke toekomst moeten maken. Landsmeer blijft vooralsnog tot die tijd zelfstandig. Participatie De gemeente zet participatie in bij projecten die veel Landsmeerders aangaan. Fysieke bijeenkomsten waren afgelopen tijd vanwege corona niet mogelijk.

Daarbij is het zo dat dergelijke uitgebreide bijeenkomsten (zoals bij Havenzathe) voor toekomstige projecten voorlopig financieel niet haalbaar zijn. Bij lopende projecten, waar participatie onderdeel van is, kan dit wel. De kosten voor participatie zijn dan al opgenomen in het projectbudget, zoals bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Omdat het van belang is om bij grote projecten inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden te betrekken, zal de gemeente op dit vlak haar wettelijke taken vervullen en participatie inzetten via onder andere de digitale kanalen. De afgelopen tijd bleek bijvoorbeeld dat de inzet van enquêtes voor verschillende projecten heeft laten zien dat ook op die manier veel en nuttige informatie bij inwoners en ondernemers gehaald kan worden. Om ook de minder computervaardige inwoners te bereiken worden waar mogelijk Kompas, bewonersbrieven en het digitale informatiebord ingezet. Op deze manier zullen we met de beperkte middelen die beschikbaar zijn er toch het meest optimale uit halen. Dienstverlening Het jaar 2022 zal opnieuw in het teken staan van digitalisering van onze werkprocessen, dienstverlening en de bedrijfsvoering. De inzet van het zaak-en procesgericht werken voor producten en diensten en de inzet van e-formulieren wordt de digitale behandeling van bijv. een aanvraag voor een product of dienst sneller.

Deze wijze van digitaal werken is een basisvoorwaarde om in 2022 bijvoorbeeld met de Omgevingswet te gaan werken. In 2022 zijn het inkoopproces en opnieuw meer andere processen, producten en diensten gedigitaliseerd. COVID 19 heeft voor aanpassingen in gebruik van software ten behoeve van bv. ‘videobellen’ gezorgd. Dit heeft voor continuïteit in onze werkzaamheden en de uitvoering van onze taken gezorgd. Landsmeer heeft daardoor o.a. meer mogelijkheden voor thuiswerken en op afstand vergaderen. Daarnaast is het steeds meer op afstand ‘zaken’ kunnen doen met de gemeente makkelijker voor de inwoners geworden.

8

Informatiebeveiliging en Privacy Dit jaar worden er meerdere onderwerpen en projecten opgepakt om de informatieveiligheid verder te bevorderen binnen de organisatie. Informatiebeveiliging en Privacy staan in Landsmeer hoog op de agenda. Hieronder een (gedeeltelijk) overzicht van de projecten die in 2021 en 2022 zullen plaatsvinden: • Een ISMS tooling (t.b.v. kwaliteit- en risicomanagement) is aangeschaft en wordt momenteel geïmplementeerd, dit ten behoeve van de waarborging van alle werkprocessen betreffende informatiebeveiligings- en privacyaspecten. Met de implementatie van deze tooling zal er een eerste nulmeting worden uitgevoerd. De uitkomsten van deze nulmeting zullen als informatiebron fungeren voor de verdere implementatie van informatiebeveiliging en privacy binnen de organisatie. • Een bewustwordingscampagne (Awaretrain) ten behoeve van Informatiebeveiliging en Privacy is onlangs gestart voor de medewerkers. Dit pakket is in 2020 aangeschaft en wordt tot het einde van 2021 gefaseerd uitgerold. Er worden diverse onderwerpen aangekaart, zoals bijvoorbeeld het herkennen van phishingmails en de betekenis van ‘social engineering'. • Er wordt procedureel gezien meer aandacht besteed aan risicomanagement en contractmanagement voor ICT diensten (samenwerking tussen Inkoop, Informatievoorziening, ICT, Informatiebeveiliging en Privacy).

• Er wordt gewerkt aan het landelijke programma ‘Verhogen digitale weerbaarheid’ van de VNG en de daaruit voorvloeiende (deel)projecten. • Er wordt gewerkt aan een plan de campagne voor de WPG (wet politiegegevens) audit die wettelijk verplicht is dit jaar. De opstelling van beleid en diverse procedures rond Informatiebeveiliging en Privacy zal zoals voorgaande jaren ook worden opgesteld. Zo wordt er momenteel gewerkt aan een ‘procedure incidentmanagement’ en zal het ‘privacy beleidskader’ worden herzien. Het Waterlands Archief De gemeente Landsmeer neemt samen met de regiogemeenten deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Waterlands Archief (GR WA). Het is voor de gemeente een wettelijke verplichting om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden. Dit wordt gerealiseerd door de aansluiting met de GR WA. De zes deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inkomsten van het WA. De bijdrage van de gemeente Landsmeer zal toenemen van € 91.789 euro in 2021 tot € 112.195 euro in 2024. De gemeentelijke bijdragen aan de GR WA zijn gebaseerd op het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten en het aantal meters fysiek archief dat ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt beheerd. In de periode 2022-2025 zullen ook terabytes worden opgeslagen in het e-depot. Dit leidt tot een toename van circa 30% van de bijdrage over 2021 t/m 2024.

De gevolgen van de financiële bijdragen zijn al verwerkt in de meerjarenbegroting. Deze zijn op 18 juni 2020 aan de raad voorgelegd en vastgesteld.

9

MRA Landsmeer maakt onderdeel uit van de MRA, deelregio Zaanstreek-Waterland. Eind 2021 wordt besloten op het governance voorstel van de MRA-transitiecommissie ‘Metropool van grote klasse’. Mogelijk heeft dit gevolgen voor hoe de samenwerking binnen de deelregio Zaanstreek-Waterland is georganiseerd. In 2022 zal hierop een verdieping plaatsvinden, mede in relatie tot de aangescherpte Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland.

10

Integrale veiligheid Veiligheid Het veiligheidsdomein is volop in beweging door het coronavirus. Onverminderd blijven de speerpunten uit het integrale veiligheidsbeleid 2019-2023 van kracht. Er komt een nieuw uitvoeringsprogramma OOV voor 2022. Het is nog niet mogelijk om de gevolgen van het coronavirus in te schatten voor het nieuw op te stellen uitvoeringsprogramma OOV, waardoor er nog geen wijziging wordt voorgesteld voor het reguliere veiligheidsbudget. Openbare orde De gemeente heeft een belangrijke, regisserende rol op het gebied van openbare orde en veiligheid. Niet alleen voor de inwoners, maar ook voor de bedrijven en instellingen die op haar grondgebied gevestigd zijn. Ook de samenwerkende partners zoals de politie, maatschappelijke organisaties en burgers spelen een belangrijke rol bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Belangrijke thema’s zijn zonder andere High impact crimes, huiselijk geweld, jeugdoverlast, vaaroverlast, contra terrorisme, drugsaanpak en cybercrime. De regionale samenwerking op deze onderwerpen wordt de komende jaren geïntensiveerd en zal de nodige inzet vragen van de organisatie. Momenteel wordt er gewerkt aan een uitvoeringsprogramma integrale veiligheid 2022.

In dit programma wordt wederom gewerkt met de vijf hoofdthema’s veilige woon- en leefomgeving, jeugd en veiligheid, bedrijvigheid en veiligheid, integriteit en veiligheid en fysieke veiligheid In de wijken en buurten zijn probleemconcentraties inzichtelijk geworden en bieden ons inzicht in waar, wanneer en waarop de focus moet liggen. We monitoren bijvoorbeeld trends in jeugdoverlast en vaaroverlast. Waar we ons binnen het thema bedrijvigheid en veiligheid in 2021 met name richten is sociale veiligheid, bedrijventerreinen en cybercrime. Op het gebied van integriteit en veiligheid willen we in 2022 onze aandacht op ondermijning en georganiseerde criminaliteit gaan vergroten. Voor het thema fysieke veiligheid gaan we o.a. met onze partners onderzoeken waar we meer kunnen gaan doen op het onderwerp zelfredzaamheid van onze inwoners.

11

Ruimtelijk domein Omgevingswet De inwerkingtreding van de omgevingswet is opnieuw uitgesteld, omdat het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog niet gereed zijn. De planning is nu dat het 1 juli 2022 gebeurt. Landsmeer heeft haar kant van de aansluiting op het DSO voorbereid en daarvoor drie ICT programma’s aangeschaft. Voor de aanschaf en inrichting van deze programma’s is budget opgenomen in de reserve Omgevingswet. In 2022 gaan de kosten van de programmatuur over naar de beheerfase en worden structureel in de begroting verwerkt. Landsmeer doorloopt vanaf 2021 het proces van de omgevingsvisie, waarin de besluitvorming in 2022 gepland is. Daarna zal het opstellen van het omgevingsplan worden gestart, dat de bestemmingsplannen op termijn zal vervangen. De kosten van deze twee projecten worden gedekt uit de reserve bestemmingsplannen. Ontwikkeling resort A10 Met marktpartijen wordt de ontwikkeling van het resort “Breeck” aan de Scheepsbouwersweg voorbereid. De contractvorming wordt afgerond. Bij positief resultaat wordt in 2022 de planologische procedure afgerond, waarna gepland is dat in 2023 de grond kan worden geleverd en de grondopbrengst gerealiseerd kan worden. De kosten van het verplaatsen van de huidige volkstuinen op de locatie komen ten laste van deze opbrengst. Kosten en opbrengsten zijn opgenomen in een grondexploitatie.

Ruimtelijke projecten Duidelijk is dat de ambities op het gebied van woningbouw groot zijn in Landsmeer maar de mogelijkheden beperkt. Met name de nieuwe provinciale omgevingsverordening beperkt de mogelijkheden voor woningbouw. Zowel regionaal als lokaal proberen wij invloed uit te oefenen op de provincie om meer ruimte krijgen voor een eigen Landsmeerse afweging. Wij zullen deze pogingen blijven voortzetten ook al is er op dit moment geen zicht op een koerswijziging van de provincie op korte termijn. Inmiddels is het bestemmingsplan voor de laatste fase van het Breekoever project in procedure gebracht. Afhankelijk van een eventueel beroep kan de start bouw in 2022 plaats vinden. De gesprekken met gemeente Amsterdam worden voortgezet om te onderzoeken of een eventuele samenwerking kan leiden tot de realisatie van een nieuwe sporthal. Op deze wijze kan de locatie in het centrum van de huidige sporthal worden benut voor woningbouw. Gelet op de complexiteit van het project is de verwachting niet dat dit op korte termijn al tot resultaten leidt. Gelet op de mogelijk grote meerwaarde worden de inspanning op dit project voorgezet. In 2021 is het project gestart om te komen tot ontwikkeling van het terrein aan de Violierweg. Door de nieuwe provinciale omgevingsverordening is de ontwikkeling van deze locatie realistisch geworden.

In 2022 verwachten wij gezamenlijk met uw raad de richting te gaan bepalen voor invulling van dit terrein. De procedures voor de realisatie van appartementengebouwen op het van Acker terrein zijn afgerond. Wij hopen dat de bouw in 2022 gereed zal zijn, hierbij moet opgemerkt worden dat wij hiervoor afhankelijk zijn van het tempo van de ontwikkelaar.

12

Het project Zuideinde 99 is in voorbereiding, gelet op de ligging van dit project is medewerking van de provincie een voorwaarde. Wij verwachten in 2022, afhankelijk van de uitkomst van het overleg met de provincie, de ruimtelijke procedure aan uw raad te kunnen voorleggen. De ruimtelijke procedure op het perceel Den ilp 10 (houthandel Sneek) is voor de inwerkingtreding van de provinciale omgevingsverordening gestart. Wij verwachten het bestemmingsplan in 2021 ter besluitvorming aan uw raad te kunnen voorleggen. Afhankelijk van evt. beroep procedures en de snelheid van de ontwikkelaar kan de start bouw in 2022 plaatsvinden. Afval In 2021 is het nieuwe afvalbeleidsplan door uw raad vastgesteld. Door het voeren van een nieuw beleid wordt de gehele afvalinzameling en verwerking duurzamer en zullen de kosten voor de inwoners minder hard gaan stijgen. De afvalstoffenheffing wordt wel duurder maar door het ingevoerde nieuwe beleid wordt de kostenstijging dus lager dan wanneer het oude beleid was gecontinueerd.

13

Sociaal domein Nieuwe gemeentelijke taken

De komende periode worden aan individuele gemeenten nieuwe taken gegeven, vergezeld van al dan niet toereikende financiële middelen. Het gaat hier om taken op grond van de nieuwe Wet inburgering en de door decentralisatie van Beschermd wonen. Wet inburgering De invoering van de nieuwe Wet Inburgering - naar verwachting januari 2022 - betekent voor gemeenten dat zij op grond van het nieuwe inburgeringsstelsel er zorg voor dienen te dragen dat nieuwkomers de Nederlandse taal leren en aan het werk gaan. Daarbij staan maatwerk en snelheid centraal. Beschermd wonen Beschermd wonen wordt geboden aan mensen met psychische of psychosociale problemen die alleen met intensieve begeleiding in staat zijn zich te handhaven in de samenleving. De voorziening biedt aan hen de mogelijkheid te wonen in een gewone wijk, met toezicht en begeleiding. De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen wordt gefaseerd (in een periode van 10 jaar) van de centrumgemeenten naar alle gemeenten door gedecentraliseerd. Nieuwe cliënten vallen per 2022 onder de verantwoordelijkheid van de respectievelijke individuele gemeenten, bestaande cliënten blijven - voor de termijn van hun indicatie - onder de verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten vallen. Financieel wordt per 2023 geleidelijk overgestapt van de huidige historische verdeling over centrumgemeenten naar een objectieve verdeling over alle gemeenten.

Bij deze door decentralisatie is sprake van een verplichte regionale samenwerking.

Rijksbeleid

Naast het overhevelen van taken zijn er andere ontwikkelingen vanuit het Rijk die beleidsinhoudelijk en/of financieel consequenties voor gemeenten hebben. Langer zelfstandig wonen Steeds meer mensen met beperkingen blijven zelfstandig thuis wonen. Dit leidt tot een stijgende vraag naar met name ondersteuning op grond van de Wmo, waarbij bovendien meer dan voorheen sprake is van complexe problematiek. We zien met name een stijgende trend in de aanvragen voor hulpmiddelen en woningaanpassingen. Hierbij speelt tevens de geringe doorstroom op de woningmarkt een belangrijke rol. Tekorten jeugdhulp De afgelopen jaren was er landelijk gezien bij gemeenten sprake van een financieel tekort voor jeugdhulp. Deze tekorten hebben geleid tot de verstrekking van het rijk van incidentele extra middelen (2019 t/m 2022). Voor een antwoord op de vraag of - en in welke mate - sprake is van structureel tekorten is onderzocht door een onafhankelijke partij, Andersson Elffers Felix (AEF). Resultaat van dit onderzoek was dat gemeenten circa € 1,7 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat zij aan middelen ontvangen. In maart 2021 heeft de VNG met het kabinet gesproken over de tekorten op de jeugdhulp. Tijdens dit overleg zou het kabinet een aanbod doen om de huidige financiële nood (incidenteel) te lenigen en perspectief bieden voor de structurele oplossing op de lange termijn.

Incidenteel heeft het kabinet voor 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor het oplossen van de acute problematiek in de jeugdzorg.

14

Dit overleg heeft echter niet tot een structureel resultaat geleid waarna de VNG heeft besloten arbitrage in te roepen. Naar aanleiding van deze arbitrage heeft het kabinet besloten dat gemeenten in 2022 1,314 miljard euro extra krijgen om de tekorten in de jeugdzorg aan te vullen. Het geld komt boven op de 300 miljoen euro die eerder was toegezegd. Deze 300 miljoen euro van het Rijk was reeds verwerkt in de meerjarenraming 2021-2024. Om aansluiting te houden bij de actualiteit is in deze versie de 300 miljoen verwerkt tot en met 2022 conform de meicirculaire 2021. Voor de komende jaren wordt medio juni of uiterlijk met een nieuwe kabinetsformatie meer duidelijk over de structurele baten.

15

Financiën Personeel en organisatie De gemeentelijke organisatie staat onder druk; Dit komt o.a. door de zware financiële positie van onze gemeente en de effecten die dit heeft voor de organisatie. De organisatie is teruggegaan naar de basis en een structurele taakstelling op de personele begroting ingaande dit lopende begrotingsjaar 2021 is ingezet en in uitvoering. Met de basis-variant voldoen we krap aan de minimale eisen van de wet- en regelgeving. Er heeft geen kerntakendiscussie plaatsgevonden. Ambities staan onder grote druk; De structurele taakstelling daar nog bij opgeteld zorgt ervoor dat de organisatie op het scherpst aan de wind moet zeilen. Er is sprake van een steeds verder toenemende kwetsbaarheid, wat op haar beurt weer leidt tot zorgen over de continuïteit. Daarnaast is het effect van de Corona-crisis, die zorgt voor het noodgedwongen thuiswerken, enerzijds positief (aantal werkzaamheden zijn prima middels beeldscherm-werken uit te voeren) anderzijds enige kanttekeningen wanneer het gaat om het verder ontwikkelen van de organisatie omdat het gezamenlijk fysiek bijeenkomen en zaken integraal in de juiste persoonlijke verbinding op te pakken niet mogelijk is. Het is zo moeilijk balanceren binnen de organisatie om te blijven zorgen dat je voor medewerkers een aantrekkelijke werkgever blijft.

De praktijk wijst op dit moment uit dat meerdere medewerkers dit jaar voor een grotere gemeentelijk werkgever hebben gekozen. De spoeling wat betreft ervaren nieuwe mensen binnenhalen is dun, ook dat zorgt hiermee voor druk op de kwaliteit en continuïteit in onze organisatie. Hierover is zorg ontstaan binnen de organisatie. Het verhoogt de druk op de medewerkers omdat vacatures niet direct meer worden ingevuld, als gevolg van de taakstelling. Niets doen is geen optie. Dat betekent concreet dat we op dit moment de organisatie vanuit verschillende invalshoeken onder de loep nemen. We brengen de formatie en inhuur en andere personeelslasten exact in beeld; waar ontbreekt het kwantitatief en kwalitatief aan in onze organisatie (in ieder geval op het financiële vlak is versterking noodzakelijk, zeker om P&C cyclus te verstevigen, hiervoor hebben we in de Berap 1 een voorstel geformuleerd); Wat zijn onze kritische functies en waar liggen knelpunten als het gaat om te voldoen aan de minimale eis van wet- en regelgeving. We bekijken de inrichting van onze organisatie en we zijn de taakstelling verder aan het vormgeven. We brengen ook in beeld op welke wijze de personeelslasten de afgelopen jaren zijn gedekt. We verwachten dat uit analyse zowel financiële als organisatorische knelpunten naar voren komen, waarvoor we gezamenlijk oplossingen moeten zoeken.

Het is belangrijk om met elkaar grip te houden op onze personeelsbegroting en de factoren die deze begroting beïnvloeden, en de daarmee gepaard gaande lasten. Dat betreft de cijfers, maar hieraan gekoppeld zullen we een organisatie moeten hebben die op een kwalitatief goede wijze haar taken kan blijven uitvoeren; en dat is nu geen gemakkelijke opgave. Bij het opstellen van de begroting 2022 zullen wij een helder beeld schetsen van de personeelslasten en met dekkingsvoorstellen komen.

16

Het financieel perspectief Budgettair beeld Onderstaande tabel toont het actueel budgettair beeld van de begroting 2022 - 2025 en hoe dit resultaat tot stand is gekomen. De peilmomenten daarbij zijn de primitieve begroting 2021 en de structurele doorwerkingen van de eerste bestuursrapportage. In het jaar 2022 is het totale resultaat € 524.000 negatief, dit blijft meerjarig de trend. Bedragen * € 1.000 Budgettair beeld meerjarig

2022

2023

2024

2025

Primaire begroting

-392

42

45

45

1e Berap 2021

-132

-133

-133

-133

Totaal

-524

-91

-88

-88

Autonome ontwikkelingen Onderstaande tabel geeft een weergave van de autonome, onvermijdbare ontwikkelingen binnen de verschillende programma's. In het laatste jaar is het saldo van de autonome ontwikkelingen negatief door de indexatie die is uitgevoerd. Als laatst wordt in deze tabel het budgettair beeld gepresenteerd inclusief de autonome ontwikkelingen. Dit is de actuele stand van de begroting 2022-2025 zonder deze in te kleuren met wensen vanuit de verschillende beleidsvelden. Het is zichtbaar dat het resultaat structureel nadelig is.

Autonome ontwikkelingen meerjarig

2022

2023

2024

2025

Ruimtelijk domein Hogere beheerkosten ICT Omgevingswet.

-30

-30

-30

-30

Lagere opbrengst leges omgevingsvergunningen

-40

-80

-80

-80

-37

-37

-37

-37

Vervallen precariobelasting op kabels en leidingen

-12

-12

-12

-12

Verwerking mei circulaire

144

-97

-163

220

Bezuiniging bedrijfsvoering

26

0

0

0

Actualisatie berekening OZB

182

182

182

182

Stelpost Loon- & prijsstijgingen - Storting stelpost

-139

-139

-139

-139

Extra grondverkoop

145

0

0

0

Totaal autonome ontwikkelingen

239

-213

-279

104

Budgettair beeld inclusief autonome ontwikkelingen

-284

-305

-367

16

Sociaal domein GGD gemeentelijke bijdrage Financiën

17

Toelichting autonome ontwikkelingen Hierna volgt een toelichting op de verschillende autonome ontwikkelingen die genoemd zijn in het vorige tabel. Ruimtelijk domein Hogere beheerkosten ICT Omgevingswet In 2020 en 2021 zijn de kosten voor de aanschaf van software en de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) betaald uit de bestemmingsreserve voor het programma Omgevingswet. Vanaf 2022 moet, boven op het structureel in de begroting opgenomen budget van € 12.000 voor beheer en onderhoud van de software € 30.000 extra in de begroting worden opgenomen. Lagere opbrengst leges omgevingsvergunningen Er wordt rekening gehouden met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 01-07-2022. Dat betekent dat minder omgevingsvergunningen vereist zijn. Ingeschat wordt dat de opbrengst van de leges daardoor met € 80.000 per jaar naar beneden moet worden bijgesteld. Dat betekent voor 2022 dat de raming van de leges voor een half jaar met een bedrag van € 40.000 wordt verlaagd. Sociaal domein GGD gemeentelijke bijdrage Op basis van de kadernota 2022 van de GGD komt naar voren dat er meer lasten gemaakt worden voor salaris, infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, kantoorautomatisering en suicidepreventie.

Financiën Vervallen precariobelasting op kabels en leidingen Met ingang van 1 januari 2022 vervalt de mogelijkheid om precario op kabels en leidingen te heffen. Dit is op basis van regelgeving vanuit het Rijk. Hiermee vervalt een jaarlijkse opbrengst van € 12.000. Verwerking mei circulaire De mei circulaire is meerjarig verwerkt. De bedragen die het rijk voor jeugd heeft toegezegd voor 2022 en verder waren nog niet bekend in de mei circulaire Net na het bekend worden van de circulaire is er tussen de VNG en het Rijk een akkoord gesloten over financiële compensatie voor de tekorten op jeugdzorg vanaf 2022. Dit betreft een macro bedrag van € 1.314 miljoen voor alle gemeenten. Voor de jaren 2023 en verder heeft het rijk echter nog geen harde toezegging gedaan. Wel is bekend dat aan deze compensatie voor 2022 en de jaren erna, een hervormingsagenda met beheersmaatregelen is gekoppeld. Deze agenda wordt in 2021 al opgeleverd. Om toch financieel een structurele duiding te kunnen geven voor de jaren na 2022 voor deze compensatie worden medio juni gesprekken gevoerd tussen VNG, BZK en het Interprovinciaal overleg (IPO) om een pragmatische oplossing te vinden hoe het financieel structureel perspectief invulling kan krijgen. Dit is nodig omdat er eerst een nieuw regeerakkoord moet komen, waarin de compensatie voor de komende jaren wordt aangegeven en bevestigd.

Pas dan kan dit ook in de septembercirculaire verwerkt worden. Kortom, tegen deze achtergrond kon in deze perspectiefnota geen compensatie worden opgenomen voor jeugdzorg vanaf 2022 en verder. Daarbij is het goed te realiseren dat vanuit de vakafdeling mogelijk nog een appel kan worden gedaan op benodigde aanvullende budgetten die mogelijk nodig zijn om de genoemde hervormingsagenda te kunnen uitvoeren.

18

In de algemene uitkering van de mei circulaire zijn enkele bedragen vrij besteedbare bedragen verstrekt voor een aantal benoemde wettelijke taken. De ontvangen bedragen zijn ook voor hetzelfde bedrag als budget geboekt zodat hierop beleid mogelijk is. Per saldo kunt u in de tabel zien dat onder aan de streep, netto na aftrek voor budgetten voor wettelijke taken, voor 2022 de AU toeneemt met €144.000, in 2023 de AU afneemt met € 97.000, in 2024 de AU afneemt met € 163.000 en in 2024 de AU toeneemt met € 220.000. De afname wordt verklaart door een afnemend accres. Gebruikelijk is dat het ministerie het laatste jaar van de meerjaren weer opschroeft. De volgende bedragen voor beleidsuitvoering zijn opgenomen in afwachting van beleidsvoorstellen en besluitvorming obv extra gelden in de circulaire: De onderstaande bedragen zijn een onderdeel van op bladzijde 17 vermelde autonome ontwikkelingen. Thema/jaar

2022

2023

Inburgering - 7 - 3 1 Combinatiefunct. - 0 - 55 55 Wet Open Overheid - 90 - 100

2024 -

2025 2

-

- 55

-

- 110

- 121

Bezuiniging bedrijfsvoering In totaal is er op de bedrijfsvoering nog een bezuiniging gerealiseerd van € 26.000. Actualisatie berekening OZB De opbrengsten OZB worden verhoogd waarvan een deel ad € 139.000 in een stelpost voor Loon- & prijsstijgingen wordt gestort. Stelpost Loon- & prijsstijgingen - Storting stelpost De OZB opbrengsten zoals genoemd in de toelichting hierboven wordt in een stelpost gestort. Extra grondverkoop We ontvangen verzoeken voor het aankopen van strookjes gemeentegroen, die op basis van het geldende groenbeleid niet kunnen worden toegestaan. De groenkaart en groenbeleid worden bij vaststelling in 2021 zo voorgesteld dat verkoop wel mogelijk wordt. Gezien de opbrengst in 2020 en 2021 van circa € 100.000 extra, ramen we in 2022 een iets hoger bedrag. Structureel saldo De begrotingsvoorschriften geven aan dat sprake moet zijn van een duurzaam financieel evenwicht. Dit betekent dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele baten. In onderstaand overzicht treft u de structurele saldi. In het eerste deel van de tabel wordt het primaire begrotingssaldo* gepresenteerd, vervolgens wordt het incidenteel primaire begrotingssaldo** eruit gehaald. Zo blijft het structureel primaire begrotingssaldo*** over. De structurele gevolgen van de Berap I en de Perspectiefnota weergegeven, waarna het structurele

19

begrotingssaldo na de Perspectiefnota zichtbaar wordt. In 2021 is er sprake van een structureel tekort van € 132.000. Als laatst worden alle incidentele zaken weer toegevoegd aan het begrotingssaldo om tot het begrotingssaldo na Perspectiefnota te komen. Dit deel is toegevoegd om het eindsaldo aan te kunnen sluiten op het eindsaldo van de vorige tabel.

Bedragen * € 1.000 Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Primaire begroting * Incidenteel primaire begrotingssaldo **

-392 -364

42 -504

45 -496

45 -496

Structureel primaire begrotingssaldo ***

-27

545

541

541

Structurele gevolgen Berap I

-132

-133

-133

-133

Structurele gevolgen Perspectiefnota

68

-213

-279

104

Structureel begrotingssaldo na Perspectiefnota

-91

199

129

512

Incidenteel primaire begrotingssaldo

-364

-504

-496

-496

0

0

0

0

Incidentele gevolgen Perspectiefnota

171

0

0

0

Begrotingssaldo na Perspectiefnota

-284

-305

-367

16

Incidentele gevolgen Berap I

20

Bijlage Meerjareninvesteringsplanning Uw raad heeft voor de begrotingsjaren 2021 tot en met 2024 besloten om een kapitaallastenlimiet van 300.000,- in te stellen. Op basis van dit limiet heeft uw raad op 25-3-2021 de MIP 2021-2024 vastgesteld. Bij vaststelling van de MIP heeft uw raad ook besloten om een reserve in te stellen, waardoor er ruimte ontstaat om flexibeler te handelen. Het is immers niet mogelijk om ieder jaar exact op de vastgestelde kapitaallastenlimiet uit te komen. Om binnen de limiet te blijven zijn er meerdere projecten naar achteren geschoven. Zoals toen ook al aan uw raad gemeld is, is het hanteren van deze limiet geen toekomstbestendige oplossing. Het doorschuiven van projecten betekent dat noodzakelijk werk wordt doorgeschoven waarbij de risico’s alleen maar toenemen. In onderstaande tabel is het jaar 2025 toegevoegd aan de door uw raad vastgestelde MIP tot en met 2024. Voor de jaren 2022-2025 is de verwachting dat we uitkomen met de jaarlijkse kapitaallasten van 300.000,- en de schommelingen kunnen opvangen door de door uw raad ingestelde reserve. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de reserve ultimo 2025 leeg zal zijn. Om de risico’s van het uitstel te beperken wordt voorgesteld om in 2025 te beginnen met het verhogen van de investeringen. Op deze wijze blijven de risico’s van het 4 jaar lang hanteren van de limiet beperkt.

Dit heeft tot gevolg dat de kapitaallasten in 2026 hoger zullen uitvallen. Hoewel het jaar 2026 formeel buiten de scope van deze nota valt, willen wij uw raad dit perspectief wel meegeven. Op basis van de huidige inzichten komen de kapitaallasten in 2026 minimaal 150.000,boven de limiet uit zoals die geldt in de jaren 2021 tot en met 2024. Minimale kapitaallasten bedragen in 2026 dus 450.000,-. In de onderstaande tabel staan de door uw raad vastgestelde MIP 2021-2024 met daaraan toegevoegd de projecten die op de planning staan voor het jaar. Uw raad stelt bij deze perspectiefnota het MIP niet vast. Bij de behandeling van de begroting 2022 leggen wij uw raad separaat de MIP 2022-2025 ter besluitvorming voor.

21

Investeringen exclusief riolering Ambtelijke organisatie Camera’s raadzaal Bekabeling Dienstverleningsplan: zaakgericht werken Verledden verlichting gemeentehuis Aanschaf elektrische auto

Aanschaf vrachtwagen

Afschr. termijn 4 15 6 10 10 10

Totaal Groene ruimte

Netto Afschr. Investering termijn 56.000 100.000 98.000 0 25.000 225.00 279.000

100.000 98.000 70.000 25.000 293.000

2022

Kapitaallasten 2023 2024

2025

14.490 7.616 16.340 0 1.803 0

14.350 7.549 16.184 0 1.786 0

14.210 7.483 16.027 0 1.770 0

14.070 X 15.871 0 1.753 X

40.249

39.869

39.490

39.110

5.366

5.317

5.268

5.219

Renovatie natuurgrasveld B-veld Purmerland speelplan nr.012-021-022 - herinrichting speelplaats Stoutenburg en Paterspoel speelplan nr.024 herinrichten eerste speelplaats Drakenstein en locatie Noord-West 1

10

49.000

10

55.000

55.000

6.349

6.290

6.232

6.174

10

30.000

0

150

3.285

3.255

3.225

Speelplan Sportlaan

10 10 10 10

23.000 90.000 48.000 75.000

23.000 90.000

3.875 6.274 0 0

3.839 6.216 0 0

3.804 6.159 0 0

3.768 6.101 X X

10

32.000

160

3.504

3.472

3.440

Speelplan nr.030 - herinrichten speelplaats Assumburg

10 10 10 10

47.000 8.000 9.500 9.500

0 0 0 0

235 0 0 0

5.147 40 0 0

5.100 876 X X

Speelplan nr 031 - herinrichting speelplaats Rhijnestein

10

45.000

4.928

4.883

4.838

4.793

Speelplan, project 2 en 8

Speelplan nr.006a - herinrichten speelplaats school De Hoeksteen Speelplan nr.014 - herinrichten speelplaats Langebreek en verplaatsen voetbalkooi Speelplan nr 019-020- herinrichting speelplaats Zwaansburg en Doornenburg Speelplan nr 023 en nw- herinrichting tweede speelplaats Drakenstein locatie Noord-West 2 Speelplan nr 027 - herinrichting speelplaats Radboud Speelplan nr.028 - herinrichten speelplaats Nijenrode

45.000

Totaal Infrastructuur

379.000

113.000

27.101

33.569

38.213

38.694

Aanbrengen beschoeiingen volgens oeverbeheerplan (fase 4 + 5) 20

30 30 30 30 30

447.400 200.000 100.000 80.000 250.000 125.000

447.400 200.000 100.000 0

18.953 8.633

18.793 8.567

18.634 8.500

18.474 8.433

3.453 0 0

3.427 0 0

3.400 0 0

3.373 X X

30 30 30

1.151.384 170.000 830.798

1.151.384 0 830.798

0 677 0

0 672 0

0 666 0

0 661 0

30 30

754.955 340.300

754.955 0

20.118 0

19.961 0

19.805 0

19.648 X

30 30 30 30 30 30 30

31.000 597.000 597.000 597.000 597.000 597.000 470.000

0 597.000 0 0 0 0 0

0 25.743 2.985 0 0 0 0

0 25.544 25.771 2.985 0 0 0

0 25.345 25.572 25.771 2.985 0 2.350

155 25.146 25.373 25.572 25.771 2.985 20.288

30 30 30

395.700 600.000 1.288.000

395.700 600.000 1.288.000

4.044 7.299 55.217

4.013 25.032 54.788

3.981 24.838 54.359

3.950 24.645 53.929

30

1.027.000

0

0

5.135

44.332

43.990

10 20

21.601 158.000

12.781

1.069 0

1.060 0

1.050 0

1.040 780

aanpassing kruising IJdoornlaan-Zuideinde Algemeen voorbereidingskrediet infrastructuur asfalteren Zuideinde 9-21

Vernieuwen asfalt Het Lint fase 1 Vernieuwen voetpad 2,5 km langs het Lint Herinr Talingwg-Watersnipl Herinr. Hazenweg-Patrijzenweg Herinr. Houtsniplaan Herinr. Violierweg

Herinrichting Aalscholverstraat 1 tm 31 en Zultestraat Herinrichting Aalscholverstraat 33 tm 43 Herinrichting Havenzathe fase 1 Herinrichting Havenzathe fase 2 Herinrichting Havenzathe fase 3 Herinrichting Havenzathe fase 4 Herinrichting Havenzathe fase 5 Herinrichting kamperfoeliestraat-klaverstraat ev Herinrichting Meerkoetstraat, Reigerlaan, Lepelaarstraat, Calkoenstraat tussen Meerkoetstraat en van Beekstraat Herinrichting Meervalweg Herprofilering Ijdoornlaan Herstraten Tormentilstraat e.v. (Wederikstraat en Zonnedauwstraat) Infra Laadpalen Oeverbeheerplan fase 6

verbreding fietspad sportpark - onderdeel herinrichting Verledden OV (armaturen) Verledden OV (masten) vervangen bruggen 19, 33, 37, 38 en 39 vervanging brug 36 en 91 vervanging pontwachtershuisje -- PM Voorbereidingskrediet Nieuwe Gouw

30 30 30 40 40 40 30

254.000 308.790 308.790 221.000 34.000

448.000 308.790 308.790 221.000 34.000 100.000 7.001.598

2.899 1.976 1.894 1.352 1.214 0 3.684 161.211

2.876 3.041 2.960 1.342 1.206 0 3.655 210.826

2.853 4.097 4.142 1.332 1.197 0 3.627 278.836

2.831 5.536 6.598 1.323 1.188 0 3.598 332.521

475.000 13.757.418

30

39.000 39.000

0 0

827 827

820 820

814 814

807 807

30

140.000 140.000

0 0

700 700

6.043 6.043

5.997 5.997

5.950 5.950

10

30.000 30.000 14.624.418

30.000 30.000 7.437.598

1.790 1.790 231.877

2.316 2.316 293.445

2.714 2.714 366.063

2.689 2.689 419.772

Totaal Milieu/begraafplaatsen Ruimen 52 algemene graven

Totaal Onderwijs Uitbreiding Hoeksteen met een klaslokaal

Totaal Ruimtelijke ordening Digitaliseren omgevingsvergunningen

Totaal Eindtotaal

Investeringen riolering

Netto Gevoteerd investering krediet

Uitgaven ten laste van spaarvoorziening verv. riolering 2022

Digitaliseren rioolhuisaansluitingen en kolkleidingen in GISbestandslaag Persleiding tussen Den Ilp 100 – Den Ilp 97b Rioolwerk Aalscholverstraat 1 tm 31 en Zultestraat Rioolwerk Aalscholverstraat 33 tm 43

22.000 50.000 467.000 95.000

22.000 50.000

Riolering Havenzathe fase 1 Riolering Havenzathe fase 2 Riolering Havenzathe fase 3 Riolering Havenzathe fase 4 Riolering Havenzathe fase 5 Riolering Hazenwg-Patrijzenwg Riolering Houtsniplaan Riolering Talingweg-Watersniplaan

894.000 894.000 894.000 894.000 894.000 612.007 370.500 656.360

894.000 0 0 0 0 561.007 370.500 656.350

Rioolwerk kamperfoelistraat-klaverstraat ev Rioolwerk Meerkoetstraat-Reigerlaan-Calkoenstraat tussen Meerkoetstraat en v Beekstraat Rioolwerk Meervalweg Rioolwerk Tormentilstraat-Wederikstraat en Zonnedauwstraat verbreding fietspad sportpark - onderdeel riolering Vervangen riolering kruising Zuideinde-Ijdoornlaan Eindtotaal

705.000

0

984.000 715.000 688.000 67.000 970.000 12.022.867

540.333 715.000 0 67.000 2.932.190

894.000 0

2023

894.000 0

2024

2025

0 0

467.000 95.000

894.000 0

894.000

705.000

0

1.599.000

2.607.000

681.001 688.000

1.575.001

1.582.000

Bijlage Berekening Onroerendezaakbelasting Berekeningswijze onroerendezaakbelasting in de perspectiefnota In december 2020 heeft het college aan u raad toegezegd met een voorstel voor een meer robuuste en toekomst bestendige wijze van totstandkoming van de onroerendezaakbelasting te komen. In de berekenwijze welke tot 2021 werd gehanteerd werd niet gekeken in hoeverre het gebruikte indexatiepercentage klopte met de werkelijke indexatie in een gegeven jaar. Dat zou kunnen betekenen dat er te veel of te weinig was geïndexeerd en dus te veel of te weinig OZB was geïnd. Daarom is het voorstel vanaf 2022 te gaan nacalculeren. Ook werd tot 2021 voor de indexatie de consumentenprijs index werd gebruikt, maar dat is voor een gemeentelijke begroting eigenlijk geen geschikt indexcijfer. Daarnaast werd er in het tarief geen rekening gehouden met het feit dat er ieder jaar weer bepaalde OZB-aanslagen als oninbaar moeten worden beschouwd. De nu voorliggende en door het college aan u raad voorgestelde berekeningswijze is gebaseerd op de volgende componenten: 1) Actualisatie van de prijsindexcijfers voor lonen en materiaal zoals die in de septembercirculaires van de jaren 2018, 2019 en 2020 zijn opgenomen; 2) Op bladzijde 27 onder “Nacalculatie onroerendezaakbelasting en oninbaarheid” zijn onder meer de werkelijke bedragen vermindering en oninbaar opgenomen.

Prijsindexcijfers van lonen en materialen In onderstaand overzicht zijn de prijsindexcijfers van lonen en materialen opgenomen zoals die in de septembercirculaires van de jaren 2018, 2019 en 2020 van het gemeentefonds zijn opgenomen. Voor 2021 is vooralsnog uitgegaan van de indexcijfers voor dat jaar uit de septembercirculaire van 2020. In de aan u voor te leggen begroting zal het actuele indexcijfer uit de dan beschikbaar gekomen septembercirculaire 2021 worden gehanteerd. Voor een samengesteld indexcijfer is een gebruikelijke verhouding van 2/3 deel van het indexcijfer voor lonen en 1/3 deel van het prijsindexcijfer voor materiaal gebruikt.

26

Indexcijfers Bron: septembercirculaires Lonen en salarissen Materiële consumptie

2018 2,4 1,4

2019 2,9 1,6

2020 4,6 1,5

2021 0,6 1,5

2022 1,5 1,5

Aandeel lonen en salarissen 2/3 deel Aandeel materieel 1/3 deel Totaal

1,6 0,9 2,5

1,9 1,1 3,0

3,1 1,0 4,1

0,4 1,0 1,4

1,0 1,0 2,0

Toegepast in Landsmeer

1,4

2,3

1,5

1,5

1,5

Over (-/- tekort +/+)

1,1

0,7

2,6

-0,1

0,5

Cumulatief

1,1

1,8

4,4

4,3

4,8

Op basis van bovenstaand overzicht blijkt dat vanaf 2018 structureel een te lage indexering van de opbrengsten OZB is toegepast c.q. niet is verwerkt in de tarieven. Dit loopt op van 1,1% in 2018 tot cumulatief 4,8% in 2022. De daarmee samenhangende opbrengsten voor onroerendezaakbelasting zijn daardoor te laag berekent en er is daarom onvoldoende ruimte in de begroting om loon enprijsstijgingen te dekken. Het college stelt daarom voor om in de tarieven OZB 2022 met terugwerkende kracht vanaf 2018 de niet verwerkte indexering alsnog te verwerken en vanaf 2022 het berekend samengesteld prijsindexcijfer uit de septembercirculaire te hanteren. Het aandeel van indexering uit de opbrengsten uit onroerendezaakbelasting wordt per begrotingsjaar in een aparte stelpost voor prijsindexering opgenomen om zo in de begroting effecten van loon- en prijsstijging op te kunnen vangen zonder telkenmale een extra beroep op algemene middelen te hoeven doen. Nacalculatie onroerendezaakbelasting en oninbaarheid 2018

2019

2020

3/jr gemiddelde Vermindering/oninbaar

Woningen

-27.020

-19.042

-11.560

-19.207

Niet-woningen -2.384

-5.662

-5.394

-4.480

Gebruikers

-15.289

-22.905

-20.560

-19.585

Totaal

-44.694

-47.609

-37.514

-43.272

27

Op basis van nacalculatie stelt het college voor om met ingang van 2022 vermindering/oninbaarheid in het tarief op te nemen van het gemiddelde van de laatst bekende voorcalculaties van drie voorgaande jaren. Op basis van bovenstaand overzicht betekent dat op basis van dit voorstel in het tarief voor 2022 een bedrag van € 43.272 wordt opgenomen voor compensatie van vermindering en oninbaarheid. Doorkijk (voorlopige) berekening onroerendezaakbelasting voor 2022

Evenals bij voorgaand overzicht is door uitvoerder ten opzichte van 2020 (peildatum 01-01-2019) in 2021 een waardestijging van gemiddeld 4% aangegeven voor alle drie de categorieën. Omdat een volledig beeld en nacalculatie over 2021 nog niet beschikbaar zijn, is onder voorbehoud dit percentage als aanname aangehouden en ook voor 2022 als basis gebruikt. Vanzelfsprekend zal bij het opstellen van de begroting 2022 en op basis daarvan de te berekenen tarieven en onder voorbehoud beschikbaarheid gebruik worden gemaakt van de door de uitvoerder nieuwe geprognosticeerde WOZ-waarden.

28

Bijlage Berekening Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing Uw gemeenteraad heeft op 25 maart 2021 ingestemd met de uitgangspunten voor een nieuw Beleidsplan Afval en Grondstoffen. De uitwerking van dit beleidsplan is de uitwerking van deze keuze van uw gemeenteraad. Hierbij is gekozen voor het uitgangspunt 'Nascheiding PMD' waarin het fijn restafval nagescheiden wordt. Landsmeer stopt dan met bronscheiding van PMD. Het uit dit beleidsplan voortvloeiend tarief wordt berekend op basis van de door u raad vastgestelde kostendekkendheid principe van deze heffing. In het tarief is uitgegaan van de aan u voorgelegd kosten waarbij zowel als bij de exploitatie als bij de investeringskosten een voorbehoud wordt gemaakt ten aanzien van de uitkomsten van de aanbesteding. De investeringskosten en voorbereiding daarvan worden in de heffing door middel van kapitaallasten verwerkt. Op basis van nacalculatie van afgelopen 3 jaren in onderstaand overzicht is gebleken dat de in het tarief opgenomen bedrag van € 16.580 voor dekking van kwijtschelding, vermindering en oninbaarheid niet toereikend is geweest om het werkelijke bedrag voor vermindering en oninbaarheid te dekken.

Om die reden wordt evenals bij de onroerendezaakbelasting u raad voorgesteld om de vermindering en oninbaarheid op basis van in het tarief op te nemen op basis van het gemiddelde van de laatst bekende voorcalculaties van drie voorgaande jaren.

Kwijtschelding/vermindering Oninbaar

2018 69.729 2.949

2019 50.025 1.059

In tarief 2020 Totaal Gemiddeld 2021 53.888 173.642 57.881 13.080 427 4.435 1.478 3.500 Totaal

59.359

16.580

In onderstaand overzicht is onder voorbehoud effecten aanbesteding en verwerking begroting een indicatie gegeven van het effect van het nieuwe beleidsplan op het tarief voor de afvalstoffenheffing waarbij tevens het effect is opgenomen van opname van het voorstel om het gemiddelde van de werkelijke bedrag aan kwijtschelding, vermindering en oninbaarheid op te nemen.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=20c87c83-1cf0-4591-b61b-3d90ef2c4482