Opzet onderzoek belastingen
Tekst van het document
Opzet onderzoek naar belastingen, heffingen en leges in de gemeente Landsmeer. Rekenkamer gemeente Landsmeer, 15 juni 2022
1. Aanleiding en achtergrond onderzoeksvraag. Voor 2022 heeft de rekenkamer van de gemeente Landsmeer zich tot doel gesteld een onderzoek te doen naar de tarieven van belastingen, heffingen en leges. De gemeente voert een deel van haar taken uit door het leveren van voorzieningen aan burgers en bedrijven. Als een voorziening (deels) bekostigd wordt door deze in rekening te brengen bij degene die de voorziening afneemt dan is er sprake van een leges of heffing. Alle overige voorzieningen komen ten laste van algemene dekkingsmiddelen, waaronder algemene gemeentelijke belastingen. De wet stelt dat heffingen en leges slechts de kosten van voorzieningen mogen dekken en niet gebruikt mogen worden als algemeen dekkingsmiddel. Het is overigens niet verplicht om de kosten in rekening te brengen. De wet bepaald ook welke gemeentelijke belastingen er mogen worden geheven. De wet stelt niet dat ze moeten worden geheven of hoe hoog de belastingen mogen zijn. Wel stelt de wet een aantal eisen aan de manier waarop de belastingen worden geheven, welke grondlagen wel en niet mogen worden gebruikt en de manier waarop eventuele kwijtschelding wordt geregeld. Tegelijk met het vaststellen van de begroting stelt de gemeenteraad ieder jaar de tarieven voor belastingen, heffingen en leges vast.
Het College geeft daarbij inzicht in hoeverre inkomsten uit heffingen en leges de kosten van de voorzieningen dekken. Met het vaststellen van de jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over de daadwerkelijke inkomsten uit heffingen en leges, de uitgaven aan de bijbehorende voorzieningen en de gerealiseerde kostendekkendheid. De gemeentelijke lasten voor burgers en bedrijven zijn een terugkerend onderwerp van aandacht. Twee fundamentele beleidsdoelen strijden daarbij om voorrang. Enerzijds wil men de gemeentelijke lasten voor burgers en bedrijven graag zo laag mogelijk houden. Anderzijds is er de ambitie een bepaald voorzieningenniveau te realiseren. Grip op de gemeentelijke financiën kan niet zonder grip op de inkomsten van de gemeente. Het lijkt de rekenkamer daarom dienstig om de raad, juist bij de start van een nieuwe bestuursperiode, meer inzicht te geven in de opbrengsten van belastingen, heffingen en leges en de mate waarin deze opbrengsten bijdragen aan de bekostiging van gemeentelijke voorzieningen.
2. Doel van het onderzoek. Doel van het onderzoek is om de gemeenteraad van Landsmeer inzicht te geven in de hoogte van de leges en tarieven en hoe deze zich verhouden tot die van andere gemeenten. Ook willen we inzicht geven in de kostendekkendheid van de leges en tarieven en, met name, hoe de kostentoerekening tot stand komt.
1
3. Centrale vraagstelling, deelvragen en afbakening De rekenkamer wil de volgende vragen beantwoorden: 1. Hoe verhouden de tarieven en, in het verlengde daarvan, de opbrengsten van belastingen, heffingen en leges van de gemeente Landsmeer zich tot die van andere gemeenten? 2. In welke mate zijn de heffingen en leges kostendekkend? a. Hoe hoog zijn de inkomsten en uitgaven en zijn deze direct aan elkaar gerelateerd? Nemen de uitgaven toe als de inkomsten toenemen en vice versa? b. Hoe worden indirecte kosten toegerekend en worden hierbij beleidskeuzes gemaakt? 3. Aan welke knoppen kan de raad draaien?
Afbakening Landsmeer heeft de volgende verordeningen tot het heffen van gemeentelijke belastingen en heffingen vastgesteld: Belasting
Wettelijke grondslag
Onroerendezaakbelasting Roerende woon en leefruimtebelasting Toeristenbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting
Art. 220 Gemeentewet Art. 221 GW Art. 224 GW Art. 225 GW Art. 228 GW
Opbrengst (2020) Begroting Rekening 2425 1995 3 0 15 -3 20
19
Voor bewoners van de gemeente Landsmeer is met name de onroerendezaakbelasting van belang. Het is opvallend dat de opbrengsten hiervan in 2020 ver achterblijven bij de verwachtingen. Deze verwachtingen waren mede gebaseerd op de hoge opbrengsten in jaren daarvoor, wat vragen oproept over de voorspelbaarheid van de opbrengsten van de ozb. Daarnaast worden de rioolheffing (Art 228a GW) en afvalstoffenheffing (Art 15.33 Wet milieubeheer) geheven. Tot slot worden leges in rekening gebracht voor een aantal diensten die door de gemeente geleverd worden. De wettelijke grondslag hiervoor is Art. 229b GW. Een en ander is vastgelegd in verordeningen op de liggelden, op de lijkbezorgingsrechten, op de marktgelden en de algemene legesverordening, inclusief tarieventabel. Bij leges wordt onderscheid gemaakt tussen algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving (omgevingsvergunningen) en dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Voor heffingen en leges geldt dat deze slechts de kosten van de geleverde diensten mogen dekken. In de jaarrekening 2020 wordt over de kostendekkendheid het volgende gemeld: Heffing/leges Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges algemene dienstverlening Leges fysieke leefomgeving Leges Europese dienstenrichtlijn Lijkbezorgingsrechten
Inkomsten 1378 1137 199 191 2 176
Uitgaven 1782 1136 801 632 6 155
Dekkingsgraad 77% 100% 25% 30% 30% 113% 2
Opvallend is dat de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing slechts 77% is, terwijl deze was begroot op 92% (bron: jaarrekening 2020). Met name de opbrengsten blijven achter bij de verwachtingen, terwijl deze toch redelijk voorspelbaar lijken. Dit probleem speelt niet bij de rioolheffing. Het is de rekenkamer ook opgevallen de opbrengsten over de jaren soms forse variaties laten zien. De beperkte kostendekkendheid van de leges, zowel bij publieke dienstverlening als bij de omgevingsvergunningen, roept de vraag op hoe deze zich verhoudt tot andere gemeenten. Zijn er mogelijkheden om de kostendekkendheid te verbeteren? Gegeven bovenstaande bevindingen spitst ons onderzoek zich toe op de volgende thema’s: 1. De voorspelbaarheid van de opbrengsten van de ozb en afvalstoffenheffing. 2. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing en leges.
4. Omschrijving normenkader Voor kwantitatieve vergelijking met andere gemeenten zullen wij gebruik maken van de data verzameld door het Centrum voor Onderzoek Economie Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen. Dit levert een directe vergelijking op van de hoogte van de leges en tarieven van de gemeente Landsmeer met die van andere gemeenten. Voor verschillende leges zijn door het rijk maximumtarieven vastgesteld. Een gemeente is niet verplicht de maximumtarieven daadwerkelijk in rekening te brengen. Leges mogen niet meer opbrengen dan nodig is om de gemiddelde kosten van de dienst te dekken. Voor de toerekening van kosten bestaan echter geen eenduidige normen. Formeel valt het besluit om uitgaven van de gemeente wel of niet toe te rekenen aan de kosten van een dienst onder het budgetrecht van de raad.
5. Globale onderzoeksopzet Wij zullen ons in eerste plaats richten op de gegevens die beschikbaar zijn in de financiële administratie, al dan niet voorzien van ambtelijke toelichting. Het is de bedoeling het onderzoek te baseren op de meest recente gegevens, waaronder de jaarrekening 2021, waarbij we ons zullen richten op de onderbouwing van zowel de begrote opbrengsten als de toerekening van kosten. Voor een kwalitatieve vergelijking met andere gemeentes zullen wij nagaan wat de bevindingen van vergelijkbare onderzoeken elders zijn geweest.
6. Organisatie: tijdspad, inhuur externen en kosten Het onderzoek zal worden uitgevoerd door de rekenkamerleden Rengelink en de Koning. Er zal geen gebruik worden gemaakt van externe deskundigen. Het is de bedoeling om het onderzoek in het najaar af te ronden.
3
Het tijdsbeslag wordt als volgt ingeschat: Vooronderzoek Opstarten onderzoek Analyse financiële administratie, inclusief ambtelijke toelichting Vergelijking cijfers andere gemeenten Samenstellen rapport Verwerken ambtelijke en bestuurlijke reacties Presentatie resultaten Totaal:
16 uur 8 uur 24 uur 8 uur 16 uur 10 uur 4 uur 96 uur
De totale kosten zullen €7500 bedragen en zullen ten laste komen van het budget van de rekenkamer in 2022.
7. Presentatie en communicatie Het onderzoek zal gepresenteerd worden in de vorm van een rapport, waarin verslag wordt gedaan van het uitgevoerde onderzoek en waarin de bevindingen, conclusies en aanbevelingen worden opgenomen. Dit rapport zal na ambtelijke en bestuurlijke toetsing worden aangeboden aan de raad. Het definitieve rapport zal gepubliceerd worden op de website van de Rkc.
4