CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek naar de realisatie van de duurzaamheidsambities van de gemeente Landsmeer.pdf

Commissievergadering (CV) 14 april 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: RKC rapport "Onderzoek naar de realisatie van de duurzaamheidsambities van de gemeente Landsmeer"12.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door het ontbreken van kwantitatieve doelen en door de korte tijd dat het beleid van toepassing is, is niet te bepalen of de uitvoering op dit moment effectief is. Wel is geconstateerd dat de procesmatige doelen gerealiseerd worden, antwoorden op vragen gevonden worden en grootschalige (energie/klimaat) oplossingen verkend worden. Op de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex (www.gdi.databank.nl) scoort Zuidplas een 6,0 voor duurzaamheid in het algemeen. Het landelijk gemiddelde is 5,8. Op het onderdeel milieu en energie scoort Zuidplas 5,2, het landelijk gemiddelde is 5,1. De grootste uitdaging ligt op dit moment bij de energietransitie. De ontwikkeling van de regionale energiestrategie (RES), de transitievisie warmte en de aanpak voor aardgasvrije wijken is de komende tijd voor alle gemeenten in het land een grote opgave. Naast beleid en doelen gaat het ook om het betrekken van de stakeholders, zoals bedrijfsleven, organisaties, woningbouwcorporaties, netbeheerders en bewoners. De technische, ruimtelijke en sociale gevolgen en mogelijkheden worden momenteel voor de regio en voor Zuidplas in kaart gebracht. Een grote uitdaging lijkt er te liggen bij voldoende netcapaciteit, waar de netbeheerder niet ‘speculatief’ de capaciteit mag uitbreiden. Daarbij komen ook vraagstukken naar voren als wel/geen warmtenet vanuit de haven van Rotterdam en wel of geen windmolens in het Groene Hart.

De komende tijd moet op basis van landelijke afspraken een uitvoeringsagenda worden opgesteld, waarmee een klimaatbestendige inrichting bereikt wordt, waarbij ook aandacht moet zijn voor de uitkomsten van de stresstesten en risicodialogen. Het Groene Hart is als een van de laagstgelegen punten van Nederland kwetsbaar. Grotendeels is/wordt klimaatbestendigheid al meegenomen in 23

het verbeterd rioleringsplan en de ontwikkeling van de duurzame leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR). Opmerkingen Rkc: Ook hier vinden wij terughoudende conclusies en onzekerheid over de voortgang van de energietransitie. Het is voor veel gemeentes nog een zoektocht hoe de door het rijk opgelegde doelstellingen gerealiseerd kunnen worden.

5. Rekenkameronderzoek naar duurzaamheid bij de gemeente Hoeksche Waard De gemeente Hoeksche Waard ligt in Zuid-Holland ten zuiden van Rotterdam, heeft ruim 87.000 inwoners en een oppervlakte van 268,93 km2. Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd door CE Delft in 2020 en heeft als centrale vraagstelling: “In hoeverre is het beleid van de gemeente Hoeksche Waard doeltreffend en doelmatig om al haar energiedoelstellingen te bereiken en, indien het huidige beleid niet toereikend is, welke stappen kunnen er dan el gezet worden, en in hoeverre is de ambtelijke organisatie in staat het duurzaamheidsbeleid te realiseren?” De energiedoelstellingen van de gemeente Hoeksche Waard als volgt: - Energieneutrale gemeente in 2040 - Energieneutrale gemeentelijke organisatie in 2030 - 25% energiebesparing in 2040 ten opzichte van 2020 - In 2030 zijn grote stappen gemaakt om alle elektriciteit in de gemeente duurzaam op te wekken - In de gebouwde omgeving wordt 1,5% energie per jaar bespaard tot 2030 - In de gebouwde omgeving wordt tot 2030 30% aardgas bespaard ten opzichte van 2020 - De CO2-uitstoot van de Hoeksche Waardse mobiliteit is in 2030 met 25% verminderd t.o.v. 2020 - Het gemeentelijk vastgoed is zo veel mogelijk energieneutraal in 2030. Eén van de deelvragen in het onderzoek was of de gemeenteraad voldoende in staat was gesteld om de kaderstellende en controlerende rol te vervullen.

Het algemene beeld is dat de informatievoorziening op het thema energietransitie en klimaatadaptatie tot nu toe beperkt is geweest. Het is voor de woordvoerders duurzaamheid nog niet duidelijk hoe de gemeente de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2040 wil gaan invullen en welke tussendoelstellingen hiervoor gelden. Ook is er geen programma gepresenteerd met de te nemen maatregelen. Het onderzoek heeft geleid tot (onder meer) de volgende conclusies: - De gemeente ligt in 2020 nog niet op koers om de doelstelling voor energieneutraliteit in 2040 te realiseren. - Om de doelstelling van energieneutraliteit te realiseren is het essentieel dat het energiegebruik in de gebouwde omgeving wordt gereduceerd en verduurzaamd. Dit is een zeer grote opgave, waar de gemeente nog grotendeels aan moet beginnen. - Het concrete beleid op het thema klimaatadaptatie35 moet de gemeente nog ontwikkelen. - Het beeld vanuit de raad is dat de informatievoorziening op het thema energietransitie en klimaatadaptatie tot nu toe beperkt is geweest.

35

Daarmee worden maatregelen bedoeld, die bedoeld zijn om nadelige gevolgen van klimaatverandering te kunnen opvangen.

24

- De ambtelijke capaciteit en aanwezige expertise is voldoende om het huidige beleid vorm te geven. Om het doel te realiseren in 2040 is opschaling van de ambtelijke capaciteit echter noodzakelijk. De belangrijkste aanbeveling, vooral naar de raad toe is: Monitor beter en neem tussendoelstellingen op voor de kortere termijn. In het rapport wordt ook een opsomming gegeven van succesvol beleid (best practices) bij andere gemeenten. Ten aanzien van de energietransitie worden de volgende voorbeelden vermeld. - Het ontwikkelen van een windfonds. In de gemeente Goeree-Overflakkee is de energiecoöperatie Deltawind actief, die is opgericht met als doel om de inkomsten van de productie van windenergie te delen met de omgeving van haar windparken. - Samenwerking om innovaties aan te jagen. De provincie Zuid-Holland heeft Goeree-Overflakkee bijvoorbeeld aangemerkt als Energy Island, ofwel proeftuin in de energietransitie. - Zonne-energie op bedrijfsdaken als voorwaarde stellen bij de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. In de gemeente Waalwijk wordt deze voorwaarde al in de praktijk toegepast. - Het opstellen van green deals met bedrijven. Met bedrijven zijn in Velsen green deals gemaakt om energiepositief te worden. - Het verlagen van leges voor duurzame bedrijven en duurzame maatregelen.

Verschillende gemeenten hebben al ‘groene’ leges vastgesteld, zoals Den Haag, Enschede, Leusden en Zeist. - Kiezen voor een participatieve aanpak in de warmtetransitie naar aardgasvrij. In Stad aan ’t Haringvliet hebben bewoners zelf de keuze gemaakt dat zij naar een aardgasvrije toekomst toe willen. - Inzetten op energieambassadeurs. De gemeente Leiden werkt met energie-ambassadeurs. Dit zijn inwoners van de wijk zelf, die tegen vergoeding de taak hebben om bewoners te informeren en enthousiasmeren om duurzame maatregelen te treffen. - Herinvoering van betaald parkeren. Dit stimuleert andere vormen van vervoer (fietsen, lopen). Momenteel bereiden de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken een wijziging van de Gemeentewet (Artikel 225, achtste lid) voor die een differentiatie van de parkeertarieven mogelijk maakt. - Aanscherpen parkeernormen. In veel gemeenten probeert men bij nieuwbouwwijken lagere parkeernormen te hanteren door met de ontwikkelende partij afspraken te maken. Het aanscherpen van de parkeernormen ontmoedigt niet alleen autobezit, en kan ook zorgen voor meer groen en afvoer van regenwater. Wat betreft klimaatadaptatie worden de volgende voorbeelden van succesvol beleid genoemd: - Differentiëren van de rioolheffing. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Venray.

Als het hemelwater niet in het gemeentelijk riool komt via dak, trottoir, terras en/of regenpijp krijgen inwoners korting op de rioolheffing. - Afspreken dat woningcorporaties in het huurcontract opnemen dat de tuin slechts voor de helft betegeld mag worden. Dit kan worden opgenomen in de prestatieafspraken. - Subsidies beschikbaar stellen voor vergroening van tuinen. Het waterschap Hollandse Delta stelt deze subsidies al beschikbaar. - Onderzoeken of regenwaterputten gestimuleerd kunnen worden in tuinen. In Vlaanderen geldt een dergelijke verplichting bij nieuwbouw. Commentaar Rkc: De doestellingen van deze gemeente zijn uiterst ambitieus en waarschijnlijk niet haalbaar. Het door CE Delft en de rekenkamer uitgevoerde onderzoek maakt een serieuze in druk en 25

legt de vinger op de zere plek: te weinig uitwerking van de doelstelling en te weinig mogelijkheden voor de raad om een en ander te volgen. De opsomming van “best practices” is interessant.

5. Rekenkameronderzoek naar duurzaamheid bij de gemeente Laarbeek De gemeente Laarbeek ligt in Noord-Brabant ten noorden van Helmond, heeft ruim 92000 inwoners en een oppervlakte van 55,35 km2. Het onderzoek van de rekenkamer van deze gemeente is in 2019 uitgevoerd door BMC en heeft als onderwerp de sturing en beheersing door de gemeenteraad. De centrale onderzoeksvraag luidt: Over welke informatie, op welke momenten en in welke vorm dient de gemeenteraad van Laarbeek te beschikken om gefundeerd kaders te stellen en te controleren op het gebied van duurzaamheid? Op basis van het onderzoek adviseren zij het in het vakgebied management control systems bekende raamwerk “Levers of Control” van Harvard hoogleraar Herbert Simons36 toe te passen. Dit raamwerk geeft aan, dat de strategie van een organisatie gerealiseerd kan worden met vier instrumenten (door hem “levers” genoemd), te weten: beliefs systems, boundary systems, interactive control systems en diagnostic control systems.

- de beliefs systems moeten ervoor zorgen dat “alle neuzen in dezelfde richting staan”, de hele organisatie moet in de doelstellingen geloven; - de boundary systems geven de grenzen aan waartussen gemanoeuvreerd kan worden; - de interactive control systems omvatten het overleg binnen de organisatie om tot resultaten te komen; - de diagnostic control systems bieden verantwoordinginformatie en geven aan hoe de organisatie scoort op de prestatie-indicatoren. Toepassing van het levers of control raamwerk zou volgens de onderzoekers betekenen, dat de raad informatie krijgt over: - de missie, visie en waarden van het duurzaamheidsbeleid: de ‘stip op de horizon’; - de beleidsmatige kaders en beschikbare budgetten voor de uitvoering; - de participatie door inwoners, maatschappelijke organisaties, (sport- en buurt-)verenigingen, scholen en bedrijven; - de monitoring, efficiëntie- en effectmetingen van de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid: diagnosticeren en evalueren. Tenslotte adviseren zij het levers of control raamwerk gestalte te geven met behulp van interactieve bijeenkomsten, waarbij aan de orde komen: - De missie, visie en waarden van het duurzaamheidsbeleid: ‘de stip op de horizon’ (door de gemeenteraad). - De beleidsmatige kaders en beschikbare budgetten voor de uitvoering (door de gemeenteraad en te bewaken door het college).

- De participatie door inwoners, maatschappelijke organisaties, (sport- en buurt-)verenigingen, scholen en bedrijven (te organiseren en uit te voeren door het college en de ambtelijke organisatie). - De monitoring, efficiëntie- en effectmetingen van de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid: het diagnosticeren en evalueren (te ontwikkelen door de ambtelijke organisatie en te rapporteren

36

De levers of control: de balans vinden (controlling.nl)

26

aan het college en aan de gemeenteraad middels de planning-en-control cyclus en afzonderlijke rapportages). Opmerkingen Rkc: Een interessant rapport, dat vooral ingaat op de rol van de gemeenteraad en de informatie, die nodig is om die rol te vervullen. Zinvol om daarbij te verwijzen naar het levers of control framework, al zullen vanuit het perspectief van de raad de diagnostic control systems waarschijnlijk het belangrijkste zijn, maar het kan zeker geen kwaad ook aan de andere instrumenten aandacht te besteden.

6. Rekenkameronderzoek naar duurzaamheid bij de gemeente Ede De gemeente Ede ligt op de Veluwe, heeft ruim 117.000 inwoners en een oppervlakte van 318,18 km2. Het onderzoek is in 2019 door de rekenkamer commissie zelf uitgevoerd. De centrale onderzoeksvraag voor het uitgevoerde onderzoek was: Ligt de gemeente Ede op koers voor wat betreft de door haar geformuleerde doelstellingen voor duurzaamheid? Het onderzoek is gestart met een analyse gemaakt van de beleidsdocumenten van de gemeente (startnotitie, voortgangsrapportages, etc.). Op basis van deze informatie is een algemeen overzicht gemaakt van de doelen, beleidsmaatregelen en toegekende budgetten. Vervolgens is ingezoomd op het doelbereik. Hiertoe is monitoringsinformatie bestudeerd en zijn interviews afgenomen met beleidsambtenaren van de gemeente, de verantwoordelijke wethouder voor het duurzaamheidsprogramma en vertegenwoordigers van externe partijen. Ook is een analyse gemaakt van moties, amendementen en vragen in het raadsinformatiesysteem, die de raad heeft aangenomen/gesteld en documenten met informatie over hoe vaak de raad (over de voortgang) is geïnformeerd.

Het onderzoek heeft geleid tot onder meer de volgende bevindingen: - Ondanks enkele aandachtspunten concludeert de commissie, dat het gemeentelijke beleid effectief is geweest in het ondersteunen van de belangrijkste bron van hernieuwbare energie: het warmtenet. Doordat Ede niet werkt met concessies, maar afnemers de keuzevrijheid heeft gelaten om al dan niet aan te sluiten, is er volgens het Warmtebedrijf minder weerstand geweest en lopen procedures sneller. Een aandachtspunt is de snelheid/stroperigheid van procedures, bijvoorbeeld rondom een grootschalig zonneproject langs de A12 of bij het verkrijgen van een recht van opstal voor zonnepanelen op daken. - De gemeente heeft grote stappen gezet met de verduurzaming van het eigen vastgoed. Het aandeel panden met een energielabel A is gestegen van 58% in 2016 naar boven de 70% in 2018. Ook ligt de gemeente goed op schema om de doelstelling voor energiebesparing bij de openbare verlichting te realiseren. - De gemeente ligt op koers om het doel van duurzame mobiliteit te realiseren, maar het gemeentelijke beleid is vooral faciliterend aan het nationaal beleid. Cijfers tot 2017 laten zien dat de CO2-uitstoot van het verkeer (zeer) licht is gedaald tussen 2010 en 2015, waarna het weer steeg tot 2017. Er is een forse reductie nodig om in 2030 de gestelde doelen te realiseren, die in lijn zijn met nationaal beleid.

Omdat de huidige doelstelling geen streefwaarde bevat, is geen uitspraak mogelijk over de doelrealisatie. - De energiebesparing bij bedrijven lijkt nog relatief moeizaam te verlopen. Uit de interviews blijkt dat slechts een klein deel van de bedrijven (de koplopers) positief reageert op het gemeentelijk aanbod een (gratis) energiescan te laten uitvoeren.

27

- Op onderdelen is het niet objectief te beoordelen of de doelstelling zijn gehaald, omdat deze niet meetbaar zijn geformuleerd. Voorbeelden zijn de thema’s duurzame mobiliteit en food, onder andere het speerpunt ‘Ede proeftuin voor duurzame voeding’. Het ontbreken van streefwaarden maakt het lastig om het ambitieniveau te bepalen en te vergelijken met nationale doelen. - Binnen de startnotitie en de uitvoeringsprogramma’s is weinig aandacht gegeven aan duurzame inkoop. - Alhoewel het aandeel hernieuwbare energie sterk is gestegen in de afgelopen jaren, wordt het doel (20% in 2020) waarschijnlijk niet gerealiseerd. Het aandeel zal waarschijnlijk blijven steken op 16% in 2020. - De gemeente ligt niet op koers om het gestelde doel van energiebesparing in de gebouwde omgeving te realiseren. Ze beschikt hiervoor over relatief weinig (harde) beïnvloedingsmogelijkheden. Een wettelijk kader ontbreekt, de inzet is volledig gericht op verleiden en ontzorgen. - De rol van de gemeente verschilt per deelterrein: deze rol varieert van regisseur tot één van de partners van een netwerk. Dit onderzoek laat zien dat de gemeente soms een sturende rol kan nemen, bijvoorbeeld als het gaat om eigen gebouwen en eigen mobiliteit. Op onderdelen is de gemeente geen eigenaar maar partner, bijvoorbeeld met betrekking tot mobiliteit, voeding en het warmtenet.

- De informatie richting de raad lijkt op orde. De raad wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van de duurzaamheidsdoelen, onder andere tijdens de P&C cyclus (jaarrekening, perspectiefnota en begroting) en heeft de mogelijkheid om kaders te stellen, zoals bij de vaststelling van de routekaart Ede Energieneutraal is gebeurd. Op grond van de bevindingen worden de volgende aanbevelingen gedaan. - Besteed meer aandacht aan het formuleren van concretere en specifiekere doelstellingen bij projectplannen, vooral bij de geformuleerde speerpunten. - Neem in overweging meer aandacht te besteden aan duurzame inkoop. - Houd als raad de bredere blik op duurzaamheid in het oog. Denk daarbij aan bijvoorbeeld biodiversiteit, klimaatadaptatie en luchtkwaliteit en onderken meerdere dimensies (planet, people en profit). - Voer het gesprek met raad en college over de rol die je als gemeente op het gebied van duurzaamheid wilt en kunt innemen. Opmerkingen Rkc: Dit komt bij ons over als een pragmatisch, doelgericht onderzoek. Ook hier blijkt, dat het voor een gemeenteraad lastig is de voortgang van het duurzaamheidstraject te bewaken. Dat vereist concrete doelstellingen, die ook controleerbaar zijn geformuleerd.

28

8. Bevindingen en aanbevelingen a. Bevindingen Uit de in hoofdstuk 5 gepresenteerde vergelijking tussen de duurzaamheidsvisie37 en het uitvoeringsprogramma blijkt, dat de gemeente haar in februari 2018 in de Duurzaamheidvisie gepresenteerde ambities ten aan van het onderwerp energie slechts in beperkte mate heeft kunnen realiseren. Zo zijn een aantal doelstellingen niet overgenomen in het Uitvoeringsprogramma, zoals de zonnepanelen op basisscholen en verduurzaming van het gemeentelijke wagenpark. Belangrijker is echter, dat door de voor de begroting 2021 genomen bezuinigingsmaatregelen ook het Uitvoeringsprogramma maar gedeeltelijk is gerealiseerd. De gemeente heeft zich daarbij beperkt tot die maatregelen, die wettelijk voorgeschreven zijn. Hierdoor kunnen een aantal doelstellingen waarschijnlijk niet (meer) gerealiseerd worden, zoals “Al het gemeentelijk vastgoed in 2023 energielabel C”. Er zijn op dit punt zijn nog te weinig activiteiten ondernomen en er staat te weinig gepland. Het wordt dan bijna onmogelijk om nog aan deze doelstelling te voldoen. De gemeente verliest daarmee haar voorbeeldfunctie ten aanzien van energiebesparing. Ten aanzien van het gemeentehuis en de gemeentewerf zou overigens ook overwogen kunnen worden of sloop/verkoop en daarop volgende nieuwbouw geen beter perspectief biedt.

Ook de doelstelling om de sociale huurwoningen in 2023 op het niveau van energielabel B te brengen lijkt niet gehaald te worden. De gemeente is daarbij weliswaar afhankelijk van wat de woningcorporaties doen op dit vlak. Eigen Huis is met het project Gortesloot (120 woningen naar label A) voortvarend aan de slag gegaan, maar de resultaten waren teleurstellend: veel ontevreden bewoners en forse kostenoverschrijdingen. Het is dan ook de vraag of de corporaties op deze weg verder zullen gaan. Woningen van vóór 1990 zijn heel moeilijk te upgraden naar niveau A of B (het minimale niveau om van het gas af te kunnen). Het alternatief van sloop/nieuwbouw verdient serieuze overweging, vooral omdat de meerkosten daarvan goed gemaakt kunnen worden door over te gaan naar gestapelde bouw en verdichting van de bouw en daarmee tot uitbreiding van het arsenaal sociale woningen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 tenminste 35 terawatt-uur duurzame elektriciteit op land (wind én zon) geproduceerd moet worden. Windenergie heeft echter ook nadelen, zoals horizonvervuiling, geluidsoverlast, trillingen en sterfte onder vogels. Deze vorm van duurzame energie kan in Landsmeer niet rekenen op voldoende steun van de bevolking. De gemeenteraad van Landsmeer heeft zich uitgesproken tegen windmolens op Landsmeers grondgebied, maar ook in de directe nabijheid van de gemeentegrenzen.

Zonne-energie kan op meer steun rekenen, bij voorkeur op daken en boven parkeerterreinen. Zonneweiden zijn minder attractief, omdat zij het landschap aantasten, plantengroei verhinderen en daardoor insecten en weidevogels verjagen. Biomassa is momenteel de belangrijkste vorm van duurzame energie, zij dat het duurzame karakter twijfelachtig is. Het blijkt, dat biomassacentrales meer CO2 uitstoten dan kolencentrales38. Het is de vraag of die CO2 voldoende wordt gecompenseerd door de 37

In de Duurzaamheidsvisie wordt gesproken over energieneutraal en energiepositief. Wij adviseren daarvoor in de plaats te spreken over CO2-neutraal of klimaatneutraal en CO2-positief en klimaatpositief. 38 Onderzoek: biomassacentrales stoten meer CO2 uit dan steenkoolcentrales | NOS

29

aanplant van nieuwe bomen. Bovendien leidt het stoken van hout tot luchtverontreiniging in de vorm van stikstofverbindingen, fijnstof en andere schadelijke stoffen. Dat betekent dat Lansmeer niet proportioneel kan bijdragen aan de opwekking van duurzame energie in het kader van het klimaatakkoord en dus het fundamentele probleem van duurzame opwekking van energie “over de schutting kiepert”. Wellicht kan Landsmeer nog een substantiële bijdrage leveren aan het genereren van duurzame energie in de vorm van bodemwarmte, d.w.z. warmte die onttrokken aan de bodem tot 500 meter diep. De temperatuur van het opgepompte water kan daarbij oplopen tot 50°C. In de praktijk betekent dat wel, dat bodemwarmte gecombineerd moet worden met een warmtepomp. Vooral voor nieuwbouw is dat een interessante optie. Vergelijking met de rapporten van rekenkamer(commissie)s van andere gemeenten leert, dat Landsmeer een duidelijke duurzaamheidsvisie en bijbehorende uitvoeringsplan heeft, zij het dat de duurzaamheidsvisie erg ambitieus is en ook zonder de doorgevoerde bezuinigingen waarschijnlijk onhaalbaar geweest zou zijn. De rapportage naar de raad is adequaat. Ook in veel andere gemeenten is de voortgang van de uitvoering beperkt. Veel gemeenten worstelen met het maken van keuzes uit verschillende duurzaamheidsopties en weerstand bij de bevolking.

Het is te hopen, dat de komende jaren best practices tot ontwikkeling komen en/of technische doorbraken. In dit verband kan ook verwezen worden naar de in hoofdstuk 7 beschreven ervaringen bij andere gemeenten. In het rapport over de aanpak bij gemeente Zandvoort wordt onderscheid gemaakt in drie vormen van betrokkenheid van de gemeente bij duurzaamheidsinitiatieven: 1) controle 2) invloed en 3) lobby en kennisontwikkeling. De gemeente heeft controle over de energieprestatie van de gemeentelijke organisatie, waaronder eigen gebouwen, openbare verlichting en het wagenpark. De gemeente kan handhaven op energiebesparing bij bedrijven (de Wet milieubeheer) en kan energieambities vastleggen bij gebiedsontwikkeling (ruimtelijke ordening). De gemeente kan invloed uitoefenen door stimulering van energiebesparing en toepassing van duurzame energie bij particuliere woningeigenaren (bijvoorbeeld informatiecampagnes en subsidies). Met woningcorporaties worden prestatieafspraken gemaakt. Bedrijven kunnen gestimuleerd worden om vrijwillig aan de slag te gaan met energiebesparing en duurzame energie. Lobby en kennisontwikkeling omvat voorlichting, subsidies en regelgeving, waaronder fiscale regelingen voor bedrijven, subsidieregelingen voor particulieren, salderingsregeling voor zonne-energie etc.

Teneinde de Duurzaamheidsvisie gemeente Landsmeer 2018-2024 nieuw leven in te blazen beveelt de Rkc de raad de volgende maatregelen aan. 1. Het college te vragen de Duurzaamheidvisie te heroverwegen en daarbij haalbare klimaatambities te definiëren, de doelstellingen meetbaar te beschrijven en streefwaarden aan te geven. Daarbij lijkt het zinvol onderscheid te maken in de wijze waarop de gemeente, de doelen kan (helpen te) realiseren: door controle, beïnvloeding of lobby en voorlichting.

30

2. Het college te vragen het gemeentelijk vastgoed alsnog in 2023 op het niveau van het energielabel C te brengen dan wel stappen te ondernemen voor verkoop of sloop van het gemeentelijk onroerend goed met vervangende nieuwbouw. 3. Het college te vragen bij het overleg met de woningcorporaties over de prestatieafspraken sloop/nieuwbouw van corporatiewoningen niet uit de weg te gaan, waarbij van de kant van de gemeente gestapelde en/of verdichte nieuwbouw mogelijk moet worden gemaakt. 4. Het college aan te bevelen de mogelijkheden van aardwarmte en bodemenergie te laten onderzoeken, teneinde als gemeente Landsmeer een proportionele bijdrage te kunnen leveren in het kader van de Regionale Energie Strategie. 5. Het college te vragen de in Hoofdstuk 6 bij de bespreking van het rekenkamerrapport van de gemeente Hoeksche Waard vermelde “best practices” (blz. 24) in overweging te willen nemen.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=a57f61ba-667b-4714-93d7-cf6764893e76