CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuwe Wet inburgering gemeente landsmeer

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Beleidsnotitie Nieuwe Wet Inburgering8.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2022 Nieuwe Wet Inburgering gemeente Landsmeer

Nelleke Tooren Gemeente Landsmeer 1-1-2022

1

Inhoud Inleiding

2

De nieuwe Wet Inburgering

3

Doelgroep

4

Huisvesting en integratie

5

Ontzorgen en PIP

7

Welzijn, gezondheid en maatschappelijke begeleiding

8

Taal, onderwijs en participatie

10

Werk en Inkomen

17

Ondertussen- en Elip groep

19

Financiën

20

2

Inleiding Voor u ligt de beleidsnotitie “Nieuwe wet Inburgering gemeente Landsmeer”. In deze notitie staan beleidsuitgangspunten voor de nieuwe Wet Inburgering die per 1 januari 2022 in werking treedt. Deze ingangsdatum is (voor de 2e keer) verschoven. Ondanks de verlate inwerkingtreding zijn we de afgelopen periode, door deelname aan de ministeriële pilots PIP en Ontzorgen, op beleidsmatig- en uitvoerend niveau al wel gestart met voorbereidende werkzaamheden. De nieuwe Wet Inburgering gaat om een stelselwijziging waarbij gemeenten extra taken krijgen toebedeeld op dit terrein. Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang naar de regie rol van de gemeente. Inburgeraars zijn binnen de oude situatie zelf verantwoordelijk voor de eigen inburgering. Het nieuwe inburgeringsstelsel is een lerend stelsel, dat robuust en adaptief is. Er is daarom plaats ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Dit dient als instrument om beleidsvoering te versterken en om tijdig wijzigingen te kunnen aanbrengen. Bij de inrichting van de nieuwe wet, willen wij ervaringsdeskundige statushouders betrekken. Het is de eerste keer dat gemeenten en statushouders op deze wijze met elkaar naar de inburgering kijken. We verwachten hiermee meer aandachtspunten en adviezen op te halen voor de inburgering in de praktijk.

Wij zullen dan ook deze beleidsnotitie als startpunt zien en waar nodig en mogelijk uitgangspunten aanpassen. De gemeente Landsmeer heeft het voornemen de uitvoering van de Wet Inburgering bij de gemeente Waterland te beleggen. Net als bij de uitvoering van de Participatiewet valt er voor beide gemeenten veel te winnen door samen te werken. Denk hierbij aan voordelen op financieel gebied, uitvoerende mogelijkheden, groepsgrootte, maar ook door het delen van kennis en expertise. Overigens wordt er ook regionaal samengewerkt. Er is samenwerking met de gemeenten Amsterdam en Purmerend gezocht in verband met het vorm geven van de onderwijsroutes. Hiernaast vinden wij lokale aansluiting op onze bestaande voorzieningen en samenwerken met onze lokale maatschappelijke partners en vrijwilligers ook zeer belangrijk. Deze beleidsnotitie beschrijft welke activiteiten noodzakelijk en wenselijk zijn met betrekking tot de participatie van statushouders vanaf 1 januari 2022.

3

De nieuwe Wet Inburgering Het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan zijn voor inburgeringsplichtigen de snelste weg om mee te doen in de maatschappij. Om nieuwkomers een betere kans te geven op een goede start in Nederland gaat het inburgeringsbeleid veranderen. Vanaf 1 januari 2022 komen nieuwe statushouders onder de nadrukkelijke regie van de gemeente te staan. Inburgering maakt dus onderdeel uit van het brede sociaal domein. Gemeenten worden onder meer verantwoordelijk voor: • het afnemen van de brede intake • de begeleiding van inburgeringsplichtigen • de inkoop van het cursusaanbod Het nieuwe stelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang. Met taalles vanaf dag 1 en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ wordt hier in het AZC (asielzoekerscentrum) mee begonnen. Het nieuwe inburgeringsstelsel is een lerend stelsel, dat robuust en adaptief is. Er is daarom plaats ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Dit dient als instrument om beleidsvoering te versterken en om tijdig wijzigingen te kunnen aanbrengen. Van gemeenten wordt verwacht dat zij vroegtijdig starten met een brede intake, bij voorkeur wanneer iemand nog op het AZC verblijft. Met behulp van deze brede intake brengen gemeenten in kaart wie de betreffende statushouder is, wat diegene kan, waar zijn behoefte ligt, welke capaciteiten iemand heeft en wat het leerniveau is.

Deze informatie leidt tot een Persoonlijk plan Integratie en Participatie (PIP). In de PIP worden afspraken gemaakt over het te volgen taaltraject, hoe iemand (weer) gaat deelnemen aan de maatschappij (liefst via betaald werk) en welke ondersteuning de gemeente vindt dat daarbij nodig is. Gemeenten krijgen de taak om alle (bijstandsgerechtigde) asielstatushouders verplicht te ontzorgen gedurende 6 maanden. Dit helpt deze inburgeringsplichtigen om bij aanvang van de inburgeringstermijn de focus op inburgering en participatie te leggen. Er komen 3 leerroutes in het nieuwe stelsel: Onderwijsroute: gericht op het behalen van een erkend diploma binnen Nederlands onderwijs voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Na een taalschakeltraject worden jonge inburgeringsplichtigen daarom zo snel mogelijk doorgeleid naar een Nederlandse (beroeps) opleiding. B1-route: om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt, komt er een leerroute waarbij iedereen leert zich in de maatschappij te redden.

Er worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend. Dit betekent dat er, een persoonlijk plan op maat, op basis van de persoonlijke mogelijkheden gemaakt wordt. Een combinatie

4

van praktijkgericht onderwijs en leren in de praktijk via een stageplek. Al werkend kan hiermee de woordenschat en kennis van de maatschappij verder uitgebreid worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk om een sluitend inburgeringsaanbod te doen aan asielstatushouders. Dit aanbod omvat, naast een van de drie leerroutes, in ieder geval kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM), Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het participatieverklaringstraject (PVT). Het nieuwe inburgeringsstelsel is een lerend stelsel. Er is daarom plaats ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Dit dient als instrument om beleidsvoering te versterken en om tijdig wijzigingen te kunnen aanbrengen. De veranderopgave Inburgering beoogt lessen en ervaringen uit de gemeentelijke praktijk in te zetten voor de (door-)ontwikkeling van het nieuwe inburgeringsstelsel.

Doelgroep De inburgeraars zijn te verdelen in twee groepen: 1. Asielstatushouders: vluchtelingen met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. 2. Gezinsmigranten en overige inburgeraars: migranten wiens gezin of partner al in Nederland woont. Dit betreft een diverse groep inburgeraars, waaronder houders van een verblijfsvergunning regulier, ‘humanitair niet-tijdelijk’, geestelijk bedienaren, houders van een verblijfsvergunning o.g.v. het kinderpardon, discretionaire bevoegdheid, etc. Aanbodplicht per doelgroep De aanbodplicht verschilt per inburgeringsdoelgroep, namelijk asielstatushouders versus gezinsmigranten en overige inburgeraars. Voor asielstatushouders omvat het aanbod de volgende componenten: één van de drie leerroutes, Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM), de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gemeenten moeten ook voorzien in de financiële ontzorging van de asielstatushouders, maatschappelijke begeleiding bij de inburgering en in participatiemogelijkheden. Gezinsmigranten en overige inburgeraars hebben een andere startpositie dan asielstatushouders.

Het verschil met asielstatushouders is dat gezinsmigranten en overige inburgeraars het inburgeringsonderwijs voor taal en kennis van de Nederlandse Maatschappij zelf dienen te betalen, waarbij het mogelijk is om op basis van een inkomenstoets gebruik te maken van een lening bij DUO. Het aanbod van de gemeenten aan gezinsmigranten en overige inburgeraars is alleen de module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). In onderstaande tabel wordt de aanbodplicht per groep weergegeven.

5

Deze beleidsnotitie richt zich vooral op alle asielstatushouders die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig worden en woonachtig zijn in de gemeente Landsmeer.

Huisvesting en integratie Gemeenten in Nederland zijn wettelijk verplicht om statushouders te huisvesten en zorg te dragen voor de integratie en participatie. Het aantal te huisvesten statushouders wordt door een halfjaarlijkse huisvestingstaakstelling via het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) aan de gemeente opgelegd. Na opvang in de asielzoekerscentra gaan statushouders naar een gemeente, via een systeem van toewijzing (TVS). De door de vluchtelingcrisis verhoogde asielinstroom in Nederland leidde in alle gemeenten tot een hogere taakstelling, ook in de gemeente Landsmeer. De taakstelling voor de gemeente Landsmeer was in 2021 totaal 17 personen. Ondanks deze verhoging heeft de gemeente landsmeer haar taakstelling wederom behaald. We hebben zelfs nog een paar extra koppelingen kunnen realiseren. Deze zullen in mindering worden gebracht op onze taakstelling in de eerste helft van 2022. Deze is inmiddels bekend en bedraagt 7 personen. Hiermee hebben we enige ruimte kunnen realiseren rondom de start van de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering. De verwachting is dat 50% van de asielstatushouders ouder is dan 18 jaar. De overige 50% bestaat uit kinderen jonger dan 18 jaar. Bovengenoemde percentuele verdeling is een schatting op basis van de instroom in het verleden.

Dit is echter heel onzeker, omdat dit deels afhankelijk is van de vluchtelingenstromen die ons land bereiken en de leeftijd/gezinssamenstelling. Daarnaast hebben gemeenten geen invloed op de instroom van het aantal gezinsmigranten. Het aantal inburgeringsplichtigen kan dus fluctueren en er kunnen de komende jaren meer of minder instromers zijn. Landsmeer heeft de taakstelling voor de huisvesting van statushouders voor 100% afgedekt door prestatieafspraken met de corporaties Eigen haard en Rochdale te maken. De corporaties verdelen de huisvesting onderling. Samen met de corporaties moeten we alles op alles zetten om bij een eventuele verdere toename van de taakstelling, het aantal benodigde passende woningen op tijd beschikbaar te hebben. Bij voorkeur binnen de termijn van twaalf weken. Die

6

termijn is belangrijk, omdat statushouders het AZC zo snel mogelijk na het verkrijgen van de verblijfsstatus moeten verlaten om doorstroom te realiseren. Koppeling aan gemeente Binnen de taakstelling koppelt het COA een statushouder zoveel mogelijk aan een gemeente waar voor hen de beste kansen liggen voor integratie en participatie. Dat doen ze op basis van opleiding en werkervaring. Binnen de regio is de ervaring dat het effect op de arbeidsmarktkansen marginaal is. Zonder extra inspanning komen statushouders nauwelijks aan het werk. Het zou duidelijkheid bieden als het COA in ieder klantprofiel transparant maakt wat de reden van koppeling is geweest van deze specifieke statushouder aan deze specifieke arbeidsmarktregio. Binnen de gemeente Landsmeer geldt dat er vooral gezinswoningen beschikbaar zijn zodat er verhoudingsgewijs veel gezinnen gekoppeld worden. Bij huisvesting in een gemeente ontvangen statushouders een bijstandsuitkering. Ze krijgen informatie over inburgering en er wordt gestart met integratie.

We doen dit aan de hand van onderstaande thema's die essentieel zijn voor het succesvol meedoen: • taal (taalcoaching); • inburgering en Participatieverklaringstraject; • sociaal netwerk/voorzieningen (maatschappelijke begeleiding, toeleiding naar vrijwilligerswerk, Wmo, Jeugdhulp) • arbeidstoeleiding Participatieverklaringstraject De meeste inburgering thema’s worden al jaren uitgevoerd, zoals maatschappelijke begeleiding. Andere onderdelen, zoals het participatieverklaringstraject, zijn gestart in 2016. Sinds 1 oktober 2017 is de Participatieverklaring een verplicht onderdeel van de inburgering. De doelgroep is verruimd naar alle nieuwkomers, ook degene die niet inburgeringsplichtig zijn. Kennis van de doelgroep niet inburgeringsplicht wordt verkregen bij de afdeling Burgerservice wanneer men zich als nieuwe bewoner van Landsmeer komt inschrijven. De gemeente zorgt ervoor dat ook deze inwoners informatie krijgen over het participatieverklaringstraject. Voor statushouders maakt (de ondertekening van) de Participatieverklaring onderdeel uit van het verplichte inburgeringstraject. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding. Vluchtelingenwerk voert het participatietraject in opdracht van de gemeente Landsmeer uit.

Doel van het participatieverklaringstraject is kennismaking met de kernwaarden van Nederland, opbouwen van een netwerk en zich welkom voelen. Vluchtelingenwerk De (volwassen) statushouders die in Landsmeer komen wonen, worden 14 maanden begeleid door Vluchtelingenwerk. De begeleiding bestaat onder andere uit het ondersteunen bij: praktische zaken rondom het betrekken van de woning en aanschaffen van een inrichting, contact maken met de buurt, inschrijven voor school en inburgeringscursus, het regelen van verzekeringen, inschrijven bij huisarts en tandarts. Vluchtelingenwerk heeft een breed scala aan dienstverlening ontwikkeld

7

waaronder praktische ondersteuning, participatieworkshops, een snelle start met taal en trajectbegeleiding gericht op activering. Maatschappelijke begeleiding blijft noodzakelijk en er is een blijvende behoefte aan praktische ondersteuning door vrijwilligers. Bijvoorbeeld bij de opstart van een huishouden, het begrijpen van brieven en formulieren en regelwerk. Ook is er behoefte aan Taal- en netwerkmaatjes en aan juridische hulp bij gezinshereniging. Bij deze maatschappelijke begeleiding is aandacht voor het financieel redzaam worden van statushouders en de preventie van schulden. Hoewel de vrijwilligers betrokken en gemotiveerd zijn, blijft een gebrek aan vrijwilligers altijd een punt van aandacht.

Ontzorgen en PIP Al eerder hebben we mogen leren, ervaring mogen opdoen met betrekking tot ontzorgen en een Persoonlijk Plan Integratie en Participatie (PIP). Doordat de gemeente Landsmeer samen met de gemeenten Edam-Volendam en Waterland uitvoering mochten geven aan één van de ministeriële pilots “PIP en Ontzorgen” zijn we op beleidsmatig en uitvoerend niveau al eerder gestart met voorbereidingswerkzaamheden. Er zijn nieuwe statushouders in het AZC bezocht en er zijn PIP plannen opgesteld. De intake en uitvoering hiervoor werd gedaan door Vluchtelingenwerk. De ervaringen met het PIP zijn positief. Belangrijke voordelen zijn dat als de intaker vaststelt dat trauma’s of psychische problemen een rol spelen, de statushouder meteen aangemeld kan worden bij een huisarts in de gemeente Landsmeer zodat er tijdig een specialist ingeschakeld kan worden. Daarnaast kan de statushouder ook snel geïnformeerd worden over wat er van hem of haar wordt verwacht. De gemeente stelt op basis van de Brede Intake met de inburgeraar een PIP op. Het PIP bevat de uitkomsten van de brede intake en de maatwerkafspraken die met de inburgeraar zijn gemaakt. In het PIP staat wat de inburgeraar moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen en welke cursussen, trajecten en begeleiding de gemeente aanbiedt. Ook de afspraken over de ontzorging staan hierin. Het PIP dient tevens als beschikking.

Het PIP kan meerdere beschikkingen bevatten, bijvoorbeeld over de leerroute, financieel ontzorgen en afspraken op basis van de Participatiewet. Onderdeel van het PIP is het Noa assessment of een nog door het Rijk vast te stellen leerbaarheidstoets. Als de statushouder in Landsmeer komt wonen, worden in eerste instantie zo veel mogelijk de vaste lasten zoals huur en zorgverzekering vanuit de uitkering betaald. Ook worden de huur- en zorgtoeslag op de dag dat de statushouder het huurcontract tekent aangevraagd, via het COA-toeslagenpunt. Het restant van de bijstand wordt uitgekeerd als leefgeld. Statushouders kunnen in financiële problemen komen, als zij de spelregels van onze ingewikkelde samenleving nog niet begrijpen. Het blijkt regelmatig dat statushouders toch financieel in de problemen komen. Uitleg over de regels in Nederland en hulp bij het goed omgaan met financiën blijkt noodzakelijk. Het is wenselijk de begeleiding te intensiveren. Voor de toeleiding naar financiële

8

zelfredzaamheid kopen we cursussen Eurowijzer in bij Vluchtelingenwerk. Als de statushouder voldoende weet en kan, wordt het betalen van de vaste lasten gestopt en neemt de statushouder dit in overleg zelf over. Mocht het zo zijn dat er juist nog meer financiële ondersteuning nodig is kan er budget begeleiding worden ingezet via de Kredietbank. Er zijn statushouders die moeite hebben met de financiering van de reiskosten en kinderopvang die samenhangen met het volgen van het inburgeringstraject. Om zoveel mogelijk hobbels weg te nemen voor het succesvol volgen van een inburgeringstraject heeft de gemeente geregeld dat statushouders de reiskosten vergoed kunnen krijgen uit bijzondere bijstand. Statushouders moeten de toeslag voor de kinderopvang tijdens de inburgering zelf betalen. Dit geldt overigens ook voor de cliënten met een bijstandsuitkering die een re-integratietraject volgen. Gemeenten zijn verplicht om voorschoolse educatie aan te bieden door bijvoorbeeld tijdens de intake te vragen of zij hun kind gebruik willen laten maken van de vroeg voorschoolse educatie (VVE). Hierbij kan uitleg gegeven worden over de voordelen van de VVE voor zowel het kind als de ouders. De gemeente is verplicht om de keuze van de ouders vast te leggen in het Persoonlijk PIP. Hiermee wordt het bespreken van het onderwerp geborgd tijdens de intake.

Desondanks zijn ouders vrij om geen gebruik te maken van de VVE.

Welzijn, gezondheid en maatschappelijke begeleiding. De groep statushouders is een kwetsbare groep. Ze vormen een risicogroep voor het ontwikkelen van psychische klachten en als gevolg daarvan ook voor het ontwikkelen van andere gezondheidsklachten en ongezond gedrag. Daarnaast kennen velen hun rechten niet en weten zij bijvoorbeeld niet hoe de politie en hulpverlening in Nederland werkt. Schaamte, culturele aspecten en sociale normen spelen vaak een belangrijke rol in de afweging voor het vragen om hulp. Signalering en voorlichting Als er tijdens of vanuit de overdracht uit COA of tijdens de intake bij een statushouder problemen worden vermoed, zoals huiselijk geweld, problemen rond de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ), trauma‘s, echtscheidingen of andere problematiek worden deze door de inburgeringsconsulent in kaart gebracht. Indien nodig schakelt Vluchtelingenwerk een deskundige in. Psychische klachten, zorgen over achterblijvers en medische problemen zijn de belangrijkste reden voor uitval bij inburgeringscursussen. Omdat wij in het nieuwe stelsel inburgering resultaatverantwoordelijk worden voor de inburgering willen wij al in een vroeg stadium inzetten op verbetering en intensivering van preventie, voorlichting en een gericht aanbod voor sociaal-psychische problematiek.

We vragen de maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk om de statushouders al in een vroeg stadium te informeren. Vluchtelingenwerk voert in opdracht van de gemeente Landsmeer de maatschappelijke begeleiding uit en zet hiervoor lokale vrijwilligers in. De maatschappelijke begeleiding van de statushouder

9

richt zich op direct contact met de statushouder en een samenhangende aanpak van de vragen en ondersteuningsbehoefte in zijn situatie. In eerste instantie gaat het om vragen rond aanmelding en inschrijving bij tal van instanties waar men met het huisvesten in Landsmeer mee te maken krijgt en de kennismaking met zijn nieuwe leefomgeving. In tweede instantie om zelfstandig gebruik te leren maken van voorzieningen en een verdere oriëntatie op de mogelijkheden tot participatie en zelfregie. Omdat in Landsmeer vooral gezinnen met kinderen worden geplaatst is het heel belangrijk dat Vluchtelingenwerk, indien zij knelpunten binnen het gezin signaleert, die bespreekt met de Jeugdzorg medewerker van het Middelpunt. De problematiek is vaak complex en lastig om hier op een goede manier handen en voeten aan te kunnen geven. Daarnaast sluit het huidig aanbod voor psychische klachten niet goed aan op de problematiek van de statushouders en zijn er wachtlijsten bij organisaties die zich hierin specialiseren. We willen daarom de komende tijd experimenteren met het aanbieden van het programma Mindfit, dat zich richt op de preventie van psychosociale problemen bij statushouders. Ontmoeting en lokale activiteiten Uit ervaringsverhalen van statushouders blijkt dat er een grote behoefte is aan ontmoeting en gesprekken met Nederlanders.

Als dit ontbreekt, trekt men zich terug en spreekt men hoofdzakelijk in de eigen taal. De Nederlandse taalvaardigheden verslechteren daardoor. Om ook lokaal mogelijkheden aan te bieden om de taalvaardigheden te versterken is er vanuit Volwasseneneducatie in de bibliotheek in Landsmeer een non-formeel taalaanbod gerealiseerd. De bibliotheek is een laagdrempelige organisatie en daarom zeer geschikt als locatie om vannuit verschillende achtergronden en culturen samen te komen. Er zijn taalmaatjes die in het oefenen van de Nederlandse taal voorzien, er worden informatieve groepsbijeenkomsten georganiseerd, maar ook bestaat er de mogelijkheid gebruik te maken van de zogeheten Voorleesexpress. Een vrijwilliger wordt aan een gezin gekoppeld en bij de mensen thuis gevraagd aan ouder en kind voor te lezen. Betrokken partijen waaronder Vluchtelingenwerk en de Vrijwilligerscentrale werken nauw samen doordat zij een gezamenlijk spreekuur in bibliotheek hebben. In Landsmeer maken wij ook gebruik van het aanbod van buurtgezinnen. Buurtgezinnen maakt een koppeling tussen twee gezinnen waarbij er van elkaar geleerd kan worden. Een voorbeeld hiervan is: Mimi en Amir zijn met hun drie kinderen gevlucht uit Syrië. Ze zijn blij met een veilig bestaan in Nederland, maar hebben ook heimwee. Ze zijn druk met het leren van de taal en inburgeren.

De kinderen hebben geen contact met Nederlandse gezinnen, terwijl dit volgens school goed zou zijn voor hun taalontwikkeling. Twee van de kinderen gaan nu wekelijks naar een steungezin met kinderen van dezelfde leeftijd en de gezinnen eten af en toe met elkaar. Er is een bijzondere vriendschap tussen de gezinnen ontstaan. Aanmeldingen van vrijwilligers voor al deze lokale voorzieningen blijft een aandachtspunt.

10

Taal, onderwijs en participatie Het hoofddoel van het nieuwe inburgeringsstelsel is dat nieuwkomers in Nederland zo snel mogelijk zelfstandig meedoen in Nederland, het liefst via betaald werk. Het Rijk heeft dit vertaald in een specifiek beleidsdoel voor het nieuwe inburgeringsstelsel: inburgeringsplichtigen halen het voor hen hoogst haalbare taalniveau – niveau B1 – doen kennis op over de Nederlandse maatschappij en doen dit vanaf de start in combinatie met inspanningen gericht op participatie naar vermogen. Het Rijk formuleert op basis van dit hoofddoel vijf subdoelen: een snelle start, snelheid van de inburgering, maatwerk, dualiteit (het combineren van het leren van de taal en participatie) en kwaliteit. Het centrale principe van het nieuwe inburgeringsstelsel is dat de regie op de uitvoering bij de gemeente ligt. De gemeente Landsmeer wordt daarmee verantwoordelijk voor een kwalitatief goed inburgeringsaanbod voor statushouders. De gemeente moet ook zelf zorgen dragen voor de inkoop van deze leerroutes. Binnen het nieuwe stelsel komen drie leerroutes: 1. De B1-route gericht op inburgering en de arbeidsmarkt. 2. De Onderwijsroute gericht op het behalen van een Nederlands diploma. 3. De Z-route gericht op zelfredzaamheid en (arbeidsmarkt) participatie.

De gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland hebben de gezamenlijke wens om de onderwijsroute in te kopen door middel van een zogenaamde meeliftregeling. Daarmee wordt bedoeld dat kleinere gemeenten kunnen aansluiten bij raamovereenkomsten die in buurgemeenten (voor ons Amsterdam) zijn gesloten. We sluiten dan aan conform de voorwaarden in de raamovereenkomst. Voor de B1-route en de Z-route zullen de gemeenten in Waterland de samenwerking opzoeken op basis van een onderhandse aanbesteding voor de periode van 1,5 jaar. Pilotjaar Omdat de nieuwe Wet Inburgering nieuw is, wil de gemeente Landsmeer een pilotjaar (1,5 jaar) inbouwen waarin we samenwerken met diverse partijen zoals de inburgeringsconsulenten, taalscholen, de Vrijwilligerscentrale, de bibliotheek en Vluchtelingenwerk om gezamenlijk een integraal aanbod voor inburgeraars aan te bieden.Ook zullen we nieuwe partijen verkennen waarmee we het duale aanbod willen vormgeven. We willen in het pilotjaar ervaring opdoen en onderzoeken wat wel en of niet werkt en hoe we zo effectief mogelijk kunnen omgaan met de beschikbare budgetten. Hierbij willen we ook de ervaringen en adviezen van de ervaringsdeskundige betrekken. Op basis van de resultaten en opgehaalde informatie en ervaringen uit het pilotjaar bepalen we de vervolgstappen.

11

Taalstart De nieuwe Wet inburgering bepaalt dat statushouders een leerbaarheidstoets maken. De uitslag moet de gemeente als advies meenemen bij het bepalen van de meest passende leerroute. Wij denken echter dat er meer voor nodig is om te kunnen inschatten wat de meest passende leerroute is. Daarom wil de gemeente Landsmeer Taalstart inzetten: een taaltraject gericht op mondelinge- en presentatievaardigheden, dat ingezet wordt als observatie-instrument. In dit traject brengt de opdrachtnemer met een (eigen) meet- en observatie-instrument tenminste de volgende elementen in kaart: • Taalniveau • Mate van alfabetisering • Leersnelheid • Studievaardigheid • Mate van zelfstandig leren • Digitale vaardigheden Op deze manier wil de gemeente een breder inzicht verkrijgen in het leerprofiel, de leersnelheid en de leerbaarheid van de deelnemers, zodat zij op basis van een gedegen advies de meest passende leerroute kan bepalen. Deze leerroute, inclusief de duur, intensiteit en benodigde gemeentelijke begeleiding, legt de gemeente na het doorlopen van de Taalstart vast in het PIP. Themalessen In de Taalstart komen onderwerpen aan bod die relevant zijn voor de statushouder . Thema’s die in ieder geval aan bod moeten komen zijn: • Oriëntatie op de gemeente en samenleving (bijv. sociale voorzieningen) • Zelfredzaamheid (bijv. wonen, gezondheid, mobiliteit, financiën) • Sociaal netwerk (bijv.

familie, buren, vrienden) • Toekomst (bijv. inburgering, onderwijs, werk) Duur en intensiteit Na de Brede Intake meldt de inburgeringsconsulent de deelnemer aan voor de Taalstart. De taalschool dient binnen 1 week na aanmelding een intakegesprek in te plannen met de deelnemer. Dit betekent dat de deelnemer begint met Taalstart uiterlijk 4 weken na vestiging (inschrijving in de BRP). Tijdens de Taalstart volgt de deelnemer een taaltraject van 8 uur per week gericht op mondelinge- en presentatievaardigheden. Dit traject wordt aangeboden in een periode van 4 weken. De Taalstart dient uiterlijk in de 9e week na inschrijving in de BRP te zijn afgerond. Omdat de Taalstart input is voor het PIP, moet de eindrapportage met advies leerroute uiterlijk binnen 1 week na einde traject aan de gemeente worden verzonden. Na afronding van het traject stelt de opdrachtnemer een eindrapportage op met een advies aan de gemeente Landsmeer voor de te volgen leerroute en de geschatte duur en intensiteit van het inburgeringstraject. Indien de deelnemer een advies voor de leerroute B1 krijgt, neemt de opdrachtnemer ook een advies op over de leersnelheid (snel, gemiddeld of langzaam) van de deelnemer.

12

De opdrachtnemer stelt de eindrapportage samen op basis van de uitslag van de leerbaarheidstoets en inzichten die zijn opgedaan tijdens de Taalstart en deelt deze met de deelnemer en de inburgeringsconsulent van de gemeente. De eindrapportage moet volledig en nauwkeurig zijn, zodat de gemeente met de observaties en het advies in de eindrapportage, afspraken kan opnemen in het PIP. De eindrapportage is zo opgesteld dat de aanbieders van de inburgeringsroutes de opgedane inzichten kunnen gebruiken voor het inrichten van het vervolgtraject van de deelnemer. Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) Een van de doelen van de inburgering is dat nieuwe inwoners betere kennis krijgen van de Nederlandse samenleving en gewoontes. De module KNM is een onderdeel van de inburgeringsplicht. De opdrachtnemer biedt tijdens het persoonlijke inburgerings- en participatietraject de module KNM aan, zowel binnen de Z-route als de B1-route. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) De module MAP wordt in de B1- en Z-route uitgevoerd. Het betreft een cursus met een theoretisch component uitgevoerd door de taalschool (de opdrachtnemer) en een praktisch component uitgevoerd door lokale partijen.

Doel van deze module is dat de inburgeraar in een vroegtijdig stadium kennis maakt met de Nederlandse arbeidsmarkt en stappen zet, die leiden tot het zo snel mogelijk, maar ook duurzaam, verwerven van een plek op de arbeidsmarkt. Tijdens deze module wordt in elk geval aandacht besteed aan: • Beroepsoriëntatie; • Werknemerscompetenties; • Realistisch beroepsbeeld; • Beroepskansen; • Het verwerven van beroepscompetenties; • Een netwerk opbouwen; • Werk vinden; • Werkcultuur. Binnen het traject is ruimte om de invulling te laten aansluiten bij de capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeraar, en bij de arbeidsmarkt. Omdat er grote verschillen zijn tussen kandidaten van de Z-route en kandidaten van de B1-route verschilt ook de invulling van de module MAP voor beide routes. In elk geval moeten deelnemers 40 uur praktijkervaring opdoen om de module succesvol af te ronden. Het theoretische deel kan in urenaantal verschillend zijn voor de B1-route en Z-route. Waarbij de verwachting is dat gemiddeld 15 uur per kandidaat nodig zal zijn. Het is belangrijk om binnen dit onderdeel een brug te slaan met de Participatiewet. Daarom zal de inburgeringsconsulent van de gemeente een groot deel van dit onderdeel invullen. De invulling van deze module moet dus gezamenlijk met de inburgeringsconsulent worden uitgevoerd.

Het hangt van de leerbaarheid van de kandidaat af in welk stadium binnen het traject dit wordt uitgevoerd. De module MAP wordt afgesloten met een gesprek tussen de inburgeringsconsulent van de gemeente en de inburgeraar waarin wordt beoordeeld of de inburgeraar aan de module heeft voldaan.

13

Gezinsmigranten en overige inburgeraars De casemanager stelt een PIP op met de gezinsmigrant/overige inburgeraar en meldt de inburgeraar aan bij opdrachtnemer voor het volgen van MAP. Na afronding van MAP (40 uur) meldt opdrachtnemer aan de gemeente dat aan de MAP verplichting is voldaan. De gezinsmigrant / overige inburgeraar ontvangt daarna een MAP certificaat van de gemeente. Gezinsmigranten en overige inburgeraars regelen en betalen de overige onderdelen van hun inburgeringstraject zelf. De Onderwijsroute De onderwijsroute is voor inburgeraars tot 28 jaar, om deze via een 1,5 jaar durende taalschakeltraject voor te bereiden op instroom in het Nederlands beroep- of wetenschappelijke onderwijs. Statushouders kunnen straks via de onderwijsroute een erkend diploma halen binnen het Nederlands onderwijs voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Aanbieders geven echter aan dat het budget van het Rijk voor de uitvoering van de Onderwijsroute niet reëel is. Tegelijkertijd is er voor gemeenten binnen de huidige financiële kaders van de wet geen ruimte om de prijs van de onderwijsroute te verhogen. Gemeenten constateren dan ook dat aanbieders zich niet inschrijven voor hun aanbestedingen. Diverse regio’s, zoals HollandRijnland, Rotterdam, Twente en Drenthe, stuiten in hun aanbiedingstrajecten op problemen. Zo ook in Amsterdam.

Op dit moment wachten wij dan ook op regionaal niveau de consequenties van het Rijk af. B1 route De B1-leerroute route is gericht op inburgeringsplichtige (asiel) statushouders die B1 taalniveau kunnen behalen. Om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk taalniveau B1 behalen (en daarmee voldoen aan hun inburgeringsplicht) en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. De afspraken rondom participatie en werk worden vastgelegd in het PIP. Doelstelling Het doel van de B1-route is dat statushouders binnen drie jaar de examenonderdelen lezen, schrijven, luisteren en spreken hebben behaald op taalniveau B1. Indien het niet mogelijk is om op alle examenonderdelen op B1-niveau te behalen, is afschalen naar A2-niveau mogelijk. Daarnaast moeten zij ook KNM en PVT afronden. De B1route moet opleveren dat inburgeraars door middel van het inburgeringstraject het hoogst haalbare taalniveau behalen. Waar relevant en mogelijk wordt ingezet op een combinatie van inburgering en participatie, het liefst door middel van betaald werk of een opleiding, waaraan op individueel niveau invulling moet worden gegeven. Het inburgeringstraject is gericht op persoonlijke doelen en mogelijkheden en het bieden van maatwerk is essentieel.

De B1-route is een praktijkgericht en duaal inburgerings- en participatietraject. Het inburgeringstraject is flexibel en waar relevant en mogelijk sluit het inburgeringstraject aan bij het arbeidsmarktperspectief en de uiteindelijke baan van de deelnemer. Door middel van de B1-route krijgen statushouders de kans om naar vermogen te participeren in de maatschappij en op de arbeidsmarkt en kunnen zij hun potentie ten volste benutten.

14

Duur Naar verwachting duurt de B1-route (met optie om af te schalen naar A2): • Voor snelle leerling circa 1,5 jaar; • Voor gemiddelde leerling circa 2 jaar; • Voor langzame leerling circa 3 jaar. Hoe zien we de B1 route in de praktijk? De inburgeringsconsulent van de gemeente stelt een PIP op met de inburgeraar, neemt de leerbaarheidstoets af en meldt de inburgeraar aan bij de opdrachtnemer. De leerroute bestaat uit ongeveer 24 studie belastende uren per week, verdeeld over 4 dagen en bevat verschillende vormen van formeel en informeel leren van taal, KNM, MAP, het uitvoeren van opdrachten en tijd om onder begeleiding huiswerk te maken. De duur en intensiteit kan per deelnemer verschillen. Het is onder andere ook afhankelijk van de leersnelheid en persoonlijke doelen van een inburgeraar. Binnen 4 weken na aanmelding bij opdrachtnemer start het taalonderwijs voor de inburgeraar op een locatie in Purmerend, dan wel digitaal als dat nodig is. De inburgeringsconsulent van de gemeente regelt de benodigde ondersteuning en houdt contact met de opdrachtnemer over de voortgang. Zodra de inburgeraar voldoende taalvaardig is om te communiceren met anderen (dit is maatwerk), verzoekt opdrachtnemer de inburgeringsconsulent van de gemeente om een participatieplek of deeltijd werkplek te organiseren voor de inburgeraar op basis van het PIP voor ca.

8 uur per week dan wel het aantal uren dat in het PIP is afgesproken. De weekindeling wordt in samenspraak met gemeente en betrokken partners gedaan, zodat er voldoende ruimte is voor ontzorgen, PVT en maatschappelijke begeleiding. Z-route De Z-leerroute is gericht op zelfredzaamheid voor inburgeringsplichtige asielstatushouders, die met een lage leerbaarheid moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en in het land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad. Hier vallen ook analfabeten onder. De Z-route is een alternatief voor wie de Onderwijsroute en de B1-route (wellicht met onderdelen op A2-niveau) niet haalbaar is. Deze route is erop gericht dat ook inburgeringsplichtigen met een zeer lage leerbaarheid en onderwijsachterstand een passend aanbod krijgen. Ook deze groep wordt hiermee beter voorbereid op hun toekomst in Nederland. Het traject is gericht op activiteiten die aansluiten bij de persoonlijke integratiedoelen van de inburgeraar: leren van de Nederlandse taal, zelfredzaamheid in de samenleving, activering en participatie. De afspraken rondom participatie en werk worden vastgelegd in het PIP. De doelstelling is het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau, dat wil zeggen A2 en als dat niet haalbaar is A1. Doelstelling De Z-route moet deelnemers zelfvertrouwen geven bij het opbouwen van hun leven in Nederland.

De activiteiten dragen bij aan het welzijn, veiligheid en de zelfredzaamheid van de deelnemers. De deelnemers ontwikkelen vaardigheden en competenties die hun kwetsbare positie in de samenleving verbetert. Met de Z-route kunnen deelnemers taalvaardigheden opdoen op een voor hen zo hoog mogelijk niveau en werken zij aan hun alfabetisering. Deze taalverwerving is gericht op de

15

context van de statushouders en draagt bij aan de (zelf)redzaamheid in de Nederlandse samenleving. Een deelnemer krijgt gedurende het inburgeringstraject inzicht in zijn eigen leerproces. De Z-route is gericht op de dagelijkse praktijk van de deelnemers. De onderwerpen die aan bod komen sluiten aan bij de leefwereld van de deelnemer. Het aanbod moet laagdrempelig zijn en de opdrachtnemer werkt met methodes die aansluiten bij het leervermogen en de behoeftes van de deelnemers. De NT2lessen zijn praktijkgericht en zorgen voor verhoging van het taalniveau en zorgen ervoor dat de deelnemer de taal leert toepassen in praktijksituaties. In de Z-route wordt ingezet op activiteiten waarmee zelfredzaamheid, participatie en het leren van de Nederlandse taal in samenhang worden gestimuleerd. In het vormgeven van de Z-route werken opdrachtnemer, gemeente en partners nauw samen, zodat taalverwerving en participatie-activiteiten aan elkaar zijn gekoppeld. Hoe zien we de Z- route in de praktijk? De inburgeringsconsulent van de gemeente stelt een PIP op met de inburgeraar, neemt de leerbaarheidstoets af en meldt de inburgeraar aan bij de opdrachtnemer. Binnen 4 weken na aanmelding bij opdrachtnemer start het taalonderwijs voor de inburgeraar op een locatie in Purmerend, dan wel digitaal als dat nodig is.

De invulling van de leerroute is afhankelijk van de mogelijkheden van de deelnemer en is dus maatwerk. De leerroute start met ongeveer 24 studie belastende uren per week, verdeeld over 4 dagen en bevat verschillende vormen van formeel- en nonformeel leren van taal, KNM, MAP, het uitvoeren van opdrachten en tijd om huiswerk te maken. De intensiteit is onder andere afhankelijk van de leersnelheid en persoonlijke doelen van een inburgeraar. Tegelijkertijd verzorgt de inburgeringsconsulent een participatie activiteit van ca. 8 uur per week in de tijd dat geen taallessen gevolgd hoeven te worden. Dit aantal uren kan in de loop van de tijd worden opgebouwd. Over het algemeen zal meer nadruk liggen op intensieve taaltraining in het begin van het traject en meer nadruk op participatie aan het einde van het traject. De weekindeling wordt in samenspraak met gemeente en betrokken partners gedaan, zodat er voldoende ruimte is voor ontzorgen, PVT en maatschappelijke begeleiding. De doelstelling is het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau, dat wil zeggen A2 en als dat niet haalbaar is A1. Het traject is na 36 maanden afgerond als aan het urencriterium (800 uur NT2 en KNM, 800 uur participatie inclusief PVT en MAP) is voldaan en een afsluitend gesprek met het gemeentelijk team Inburgering heeft plaatsgevonden.

De inburgeraar ontvangt daarna van de gemeente een certificaat dat er aan de inburgeringsplicht is voldaan. Voor inburgeraars die het traject met alfabetisering beginnen, is verlenging van de inburgeringstermijn met maximaal 2 jaar mogelijk. Combinatie taal en participatie De gemeente is verantwoordelijk voor het onderdeel participatie, en trekt hierin nauw op met partners zoals het WSP en de Vrijwilligerscentrale. De casemanager van de

16

gemeente voert de regie op het onderdeel participatie en legt de lijnen met de partijen die aanbod hebben. Er is een nauwe relatie tussen de opdrachtnemer en de casemanager om steeds weer op maat te kunnen bepalen wat een volgende passende stap zou kunnen zijn. Examens De eerste twee examenpogingen van de B1 route worden door het Rijk bekostigd. Daarna moeten asielstatushouders de examens zelf bekostigen. Mensen binnen de Z-route hoeven geen examen te doen. Locatie en lesmateriaal De groep inburgeraars in Landsmeer is te klein om op locatie in Landsmeer les te krijgen. Daarom hebben de gemeenten in Waterland zich voor de B1 route en de Z-route aangesloten bij de gemeente Purmerend om gezamenlijk van de onderwijslocatie in Purmerend gebruik te gaan maken. De locatie moet voldoen aan de eisen die hieraan zijn gesteld in het Programma van Eisen van de onderhandse aanbesteding ten behoeve van de taalaanbieders. De taalaanbieder zorgt dat elke deelnemer van de Z-route en B1-route beschikt over het juiste lesmateriaal.

Maatschappelijke begeleiding

Kennismakin Koppeling Gesprek Landsmeer

Kennismakings Gesprek

Huisvesting

€ Ontzorgen + Coaching

Toekenning uitkering

Brede Intake

PIP

Taalstart

Wa =

Leerroutes

Z-route

B1-route

Onderwijsroute

Regulier basis en voortgezet onderwijs Kinderen van statushouders in de basisschoolleeftijd stromen, via een schakelklas, het reguliere onderwijs in Landsmeer in. Vluchtelingenwerk verwijst kinderen van statushouders die extra taalondersteuning nodig hebben in de voorschoolse leeftijd vanaf 2 jaar naar de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) zodat ze een goede startpositie hebben als ze naar de basisschool gaan. In het voorgezet onderwijs

17

worden jongeren in de Internationale Schakelklas (ISK) in Purmerend geplaatst, waar extra focus op taal ligt. Doorstroom naar MBO, HBO of WO kan via de reguliere route, maar gaat vaak via schakeljaren.

Werk en inkomen Participatiewet Circa 35% van ons uitkeringsbestand bestaat uit statushouders. De cijfers van oktober 2021 geven aan dat wij 115 cliënten met een Participatiewet uitkering hebben waarvan 31 cliënten met oorzaak bijstandsafhankelijkheid 'statushouder'. Dit is inclusief de aantallen die de afgelopen jaren zijn ingestroomd. Er zijn statushouders die al jaren in ons uitkeringsbestand zitten. We willen dat ze op eigen benen staan, werken of op een andere manier participeren. Ook statushouders zelf willen deelnemen aan het maatschappelijke leven. De ondersteuning vanuit de Participatiewet is gericht op het vinden van werk. Zoals al aangegeven is, is het moeilijk voor vergunninghouders om (betaald) werk te vinden. Gezien de taalproblemen en het gebrek aan werkervaring in Nederland is het wenselijk c.q. noodzakelijk om de komende jaren extra aandacht te geven aan de statushouders. Dit doen we door inzet en ontwikkeling van de volgende instrumenten.

Een aantal van deze instrumenten wordt regionaal vormgegeven via het Werkgeversservicepunt, zoals de matching met werkgevers: • werkervaringsplekken; • vrijwilligerswerk; • faciliteren van instroom in onderwijs / opleiding; • (Uitgebreide) intake; leren kennen van de statushouder; • non formele taal faciliteiten inzetten via de bibliotheek; • sollicitatietrainingen / trainingen werknemersvaardigheden; • extra taallessen; • ondersteuning bij startend ondernemerschap; • activiteiten om het netwerk van statushouders te verbreden; • matchingsevents waar werkgevers en statushouders elkaar ontmoetten. • consulent statushouders Om de integratie succesvol te maken naar zoveel mogelijk betaald werk hebben we een gespecialiseerde consulent die zich volledig op deze groep kan richten. De consulent krijgt ondersteuning van re-integratie coaches. Partner werkende statushouder In de gemeente Landsmeer zijn veel gezinnen gehuisvest. In de huidige praktijk, waarbij keuzes gemaakt moeten worden voor de inzet van menskracht en middelen, richt de re-integratie zich op de partner met de meeste kans op betaalde arbeid en dat is vaak de man. Als de man betaald werk vindt, stopt de uitkering en daarmee ook de re-integratie van de partner. Onder het nieuwe stelsel Inburgering wordt met elke statushouder een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld.

Ook de partner van een statushouder die betaald werk heeft, heeft recht op een re-

18

integratietraject voor de realisatie van de PIP. Dat heeft gevolgen voor de caseload van de consulenten. Nazorg bij arbeidsinschakeling Nazorg is nodig om de overgang van bijstand naar werk soepel te laten verlopen. Hiervoor willen we job coaching inzetten. Job coaching is het begeleiden van mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt op de werkvloer. De job coaching richt zich ook op de werkgever. Via de jobcoach blijft er nog een aanspreekpunt bij de gemeente voor werkgevers met vragen, twijfels of moeilijkheden. Job coaching duurt meestal zes maanden en neemt zowel de werkgever als de nieuwe werknemer zorgen uit handen. Bij statushouders is dit relevant, omdat de cultuurverschillen en de verandering van werkomgeving voor hen vaak groot zijn en dus tot meer problemen kunnen leiden. Daarom willen we altijd job coaching aanbieden aan statushouders die een betaalde baan vinden. Duale trajecten Inburgering en de weg naar werk waren georganiseerd als trajecten na elkaar. Dit verandert in het nieuwe Inburgeringsstelsel. Het streven is om alles vanaf dag één parallel te doen en werk en inburgering te combineren in een duaal traject. Een duaal traject zorgt voor een vroege focus op werk. Daarnaast zorgen duale trajecten voor een versnelling van de taalverwerving van statushouders.

In duale trajecten worden statushouders op de werkvloer ‘ondergedompeld’ in een Nederlandstalige omgeving, en maken ze daardoor in korte tijd zeer grote stappen in hun mondelinge taalvaardigheid en communicatieve vaardigheden. Dit vormt een waardevolle aanvulling op de taalcursus vanuit de inburgering, die zich vooral richt op de theorie en grammatica en (slechts) drie dagdelen per week beslaat. In duale trajecten kan taalverwerving worden aangeboden gericht op specifieke vaktaal. Dit maakt het gemakkelijker voor statushouders om de stap naar betaald werk in de betreffende sector te maken. Het streven naar duale trajecten is nog een hele uitdaging voor statushouders en instanties, zowel op inhoud als praktisch gezien. Van statushouders wordt namelijk verwacht dat zij op meerdere terreinen iets moeten doen, zoals maatschappelijke begeleiding, zorg, inburgering, (vrijwilligers)werk en (vervolg)opleiding. Een statushouder moet veel regelen om zijn of haar draai in Nederland te vinden, er zijn verplichtingen vanuit de inburgering en de Participatiewet, het is vaak ingewikkeld om documenten uit het land van herkomst te krijgen, partners of kinderen zitten soms nog vast in vluchtelingenkampen, er kunnen trauma’s spelen en statushouders moeten ondertussen ook nog wennen aan het ritme van een Nederlands gezin.

Soms kan niet alles tegelijk en is persoonlijke aandacht, maatwerk en redelijkheid belangrijk, zodat niet het onmogelijke van iemand wordt gevraagd. Bovendien is de groep statushouders zeer divers, wat betreft cultuur, leeftijd, geslacht, werk- of opleidingsniveau en persoonlijke verhalen. Er is dus geen homogene doelgroep waarvoor één specifieke aanpak de beste is. Het uitgangspunt is dat wij tijdens het inburgeringsproces deelnemers stimuleren om mee te doen, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of combinaties van inburgering en werk of scholing.

19

Ook de diverse plichten van de Participatiewet zijn evengoed van toepassing op statushouders, bijvoorbeeld de verplichting om zich in te spannen om de taal te leren en werk te aanvaarden wanneer dat mogelijk is. Dit betekent dat wij leerwerkplekken of vrijwilligersplekken moeten verwerven waar statushouders ervaring kunnen opdoen terwijl ze nog aan het inburgeren zijn. Ondernemerschap Zelfstandig ondernemerschap is een alternatieve route voor de arbeidsparticipatie van statushouders. Statushouders in Landsmeer tonen interesse in ondernemerschap en hebben regelmatig ervaring als ondernemer in het land van herkomst. Toch slaagt slechts een klein deel erin om zelfstandig ondernemer te worden. De grootste obstakels voor statushouders om succesvol een bedrijf te starten in Nederland liggen op financieel en cultureel vlak: je moet bijvoorbeeld je btw-opgave doen en kunt na elk jaar een belastingaanslag verwachten. Nederland is een ingewikkeld land van regels, loketten en procedures. Ook voor een beroep als taxichauffeur is een diploma vereist. Ook zaken als de ‘Bbz’-regeling, het aanvragen van een ‘BTW-nummer’ dan wel een ‘Kamer van Koophandel-nummer’ leiden tot verwarring omdat ze dat in het land van herkomst niet kennen.

Statushouders die ondernemer willen worden zouden gebaat zijn bij een netwerk, gericht op ondernemende statushouders met hulp bij de voorbereidingen zoals een plan van aanpak, een bedrijfsplan etc. De mogelijkheden tot zelfstandig ondernemer worden onderdeel van de PIP. •

De komende tijd brengen we in kaart op welke wijze we startende statushouders het best op weg kunnen helpen naar (parttime) zelfstandig ondernemerschap. We zoeken daarbij contact met het zelfstandigenloket.

Ondertussengroep en Elipgroep Volgens de cijfers van DUO betreft de ondertussen- en Elipgroep 30 personen in Landsmeer. De ondertussengroep bestaat uit de statushouders die nog aan het inburgeren zijn op basis van het oude stelsel. SZW en de VNG willen stimuleren dat gemeenten vanaf juli 2021 zoveel mogelijk hun begeleidende rol kunnen oppakken in de geest van de nieuwe wet voor statushouders die zich hier vestigen, maar nog onder het oude regiem vallen. Hieronder valt onder meer de brede intake, het PIP-advies en periodieke voortgangsgesprekken. Wij hebben eerder besloten om deel te nemen aan de Pilot ontzorgen en de brede intake. De Pilotperiode is beëindigd, maar we continueren de werkwijze voor het ontzorgen en de Brede intake voor de nieuwe instroom. We maken afspraken met de taalscholen dat deze, indien ze problemen signaleren bij de Inburgering hierover een signaal geven aan de gemeente. Elipgroep Een statushouder is, onder het huidige stelsel, zelf verantwoordelijk voor zijn/haar

20

inburgering, dus ook voor de inkoop van het taaltraject. Het blijkt dat niet iedereen deze verantwoordelijkheid aan kan. Degenen die hun inburgeringstermijn mogelijk niet halen, noemen we de Elipgroep (Einde lening nog inburgering plichtig). Deze groep loopt een hoog risico op schuldproblematiek en heeft weinig kans om aan het werk te raken. Statushouders die binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen halen, hoeven de lening bij DUO niet terug te betalen. Iemand die verwijtbaar over de inburgeringstermijn heen gaat, zal de lening van maximaal € 10.000,- en eventuele opgelegde boetes moeten terugbetalen, terwijl deze persoon nog steeds inburgering plichtig blijft. Naast schulden is er dan ook geen geld om die lessen of examens die nog nodig zijn te bekostigen. Daarnaast heeft dit gevolgen voor de verblijfsvergunning van de nieuwkomer. De ELIP-aanpak probeert dit voor te zijn en mensen binnen de inburgeringstermijn alsnog de inburgering te laten halen of ontheffing te verkrijgen. De inburgering plichtige kan eventueel met aanvullend advies en begeleiding geholpen worden binnen de gestelde termijn het inburgeringstraject af te ronden. Incidenteel worden ook aanvullende taalcursussen betaald. •

Voor de aanpak van de ondertussen- en Elipgroep wordt per individu een apart plan van aanpak op maat opgesteld.

Financiën De financiële kosten bestaan uit een aantal elementen. Ten eerste het beroep dat de statushouders doen op de reguliere voorzieningen. Van deze kosten wordt hier geen overzicht geboden. In principe is het zo dat de kosten gedragen worden binnen de reguliere begroting. Kosten inkomensondersteuning Inkomensondersteuning splitst zich uit naar de volgende onderdelen: 1. De uitkering 2. De bijzondere bijstand 3. Impact op de formatie 4. Woonkostentoeslag Kosten uitkering en levensonderhoud De gemeente is geconfronteerd met hogere uitkeringslasten als gevolg van de verhoogde instroom van statushouders. De tegenhanger van deze uitkeringslasten bestaat uit de rijksbijdrage (Buigbudget). In de jaren 2017 en 2018 was in het Buigbudget geen rekening gehouden met de verhoogde instroom van asielzoekers. Vanaf 2019 is het budget opgehoogd als tegemoetkoming in deze kosten. Kosten via bijzondere bijstand Voor het inrichten van de woning wordt aan een alleenstaande statushouder € 3.300,-- en voor een echtpaar € 5.500,--, een gezin met 1 kind € 4.000,-- aan bijzondere bijstand verstrekt. Voor elk extra kind wordt het bedrag hoger. Het bedrag

21

dat de statushouder krijgt is in de vorm van een lening (leenbijstand) en het is de bedoeling dat dit bedrag wordt terugbetaald over een periode van 3 jaar. Daarna wordt, bij regelmatige aflossing het restantbedrag kwijtgescholden. Impact op de formatie Er ontstaat een stijging van de uitvoeringskosten door de toename van van het aantal statushouders en de komst van het nieuwe stelsel. Hiermee is capaciteit gemoeid. We vinden deze extra capaciteit door invulling te geven aan de nieuwe functie van inburgeringsconsulent. Wonen en leven De personele kosten voor de huisvesting worden binnen de reguliere begroting gedragen. Omdat er bij vestiging in de gemeente voor de 1e maand geen huursubsidie kan worden verkregen, betaalt de gemeente de eerste huur uit de bijzondere bijstand. Daarnaast krijgen statushouders bij vestiging een overbruggingstoeslag ter hoogte van de maandnorm Participatiewet plus 2 weken tot de reguliere uitkering is vastgesteld. Werken Voor de activiteiten in het kader van de re-integratie zullen de kosten afhankelijk zijn van de aard- en aantal uitgevoerde trajecten. Een gemiddeld re-integratietraject kost € 4.000,-- Over 2019 en 2020 heeft het kabinet 20 mln. per jaar uitgetrokken voor de huidige inburgeraars (de ondertussengroep) die nog onder het oude stelsel inburgeren.

Wij weten nog niet precies hoeveel geld aan re-integratie- en duale trajecten besteed gaat worden. Nieuw stelsel inburgering / In- en uitvoeringsbudget In de meicirculaire 2021 zijn middelen beschikbaar gesteld voor de voorbereidingskosten in 2021. Op dit moment hebben wij totaal een bedrag van € 94.794,-- voor de implementatie van de nieuwe wet op de begroting staan. Deze middelen zijn bedoeld om de personele invulling eind 2021 al op orde te krijgen. Het gaat om personele invulling van de functie van inburgeringsconsulent vanaf oktober 2021, de kosten voor ICT voorzieningen en voor opleidingen van het personeel. Daarnaast krijgen we middelen om een aantal specifieke zaken vanuit de

22

wet te kunnen regelen. Dat ziet er als volgt uit: Onderdeel

Budget voor Budget voor statushouders gezinsmigranten

Inkoop van taaltrajecten Uitvoering module Arbeidsmarkt en participatie Uitvoering maatschappelijke begeleiding Uitvoering Participatieverklaringstraject (PVT) Uitvoering financieel ontzorgen Inzet van tolkenvoorziening

€ €

10.000 136 €

€

1.944

€

216 €

€

900

€

417 €

195

216

179

Eind september hebben wij de voorlopige beschikking ontvangen over de specifieke uitvoeringsmiddelen op basis van de taakstelling voor 2022. De taakstelling is voor de eerste helft 2022, 7 personen. Wij krijgen van het Rijk een bedrag van € 71.993,-voor de uitvoering. De beoogde beleidsdoelstelling is het beschikbaar stellen van voorzieningen aan inburgering plichtige die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht. De uitkering is bedoeld ter dekking van de kosten van deze voorzieningen, niet zijnde uitvoeringskosten, zoals opgenomen in artikel 40, eerste lid van de wet. Bij de overeenkomst voor Vluchtelingenwerk houden wij rekening met de kosten voor Mindfit € 6200,-- ongeveer per groep van 15 personen en Eurowijzer van € 350,-per persoon.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=d0cbff62-fbf6-4524-a77b-6618ba1f5537