CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Linksom - Ideeen voor gemeenten over armoedebestrijdiing. Editie 2023

Raadsvergadering 30 november 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Extern7.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Linksom! Gedurfde ideeën voor gemeenten over armoedebestrijding

Denktank Gedurfde ideeën over armoedebestrijding

Editie 2023 © Denktank Gedurfde ideeën

1

Voorwoord Talrijke sociaal-maatschappelijke organisaties zijn al actief met armoedebestrijding. Toch zijn er 1,3 miljoen huishoudens die onder de armoedegrens leven. Die armoede moet en kan afnemen in ons welvarende land. Deze bundel wil daaraan een bijdrage leveren. Structurele armoedebestrijding Linksom! streeft naar structurele verbeteringen van armoedebestrijding. Een vangnet voor mensen die buiten hun schuld in de armoede terecht zijn gekomen. Eerlijkere belastingen, beter betaalbare nutsvoorzieningen en nog allerlei andere onderwerpen die aangepakt moeten worden. Structurele veranderingen vragen wel tijd en tevens een overheid met een politieke wil om tot een meer rechtvaardige maatschappij te komen. Met een neoliberale regering is dat niet vanzelfsprekend; in tegendeel. Huidige armen In de tussenliggende tijd staan de huidige armen in de kou. Ondanks de inspanningen van een groot aantal gewaardeerde armoedebestrijders is armoede nog volop aanwezig, ingrijpend en onrechtvaardig. En onacceptabel omvangrijk. Zolang armoede niet beter structureel landelijk bestreden wordt, is een gemeentebestuur de voor de hand liggende partij om kwetsbaren te ondersteunen. Dat gebeurt al volop, veelal samen met lokale instanties die uit compassie handelen en de eerste nood lenigen. Dat is de huidige situatie.

Waardevol, maar niet voldoende voor de grote groep mensen die nu onder de armoedegrens leven. Zij vormen onze doelgroep. Denktank Linksom! heeft de Denktank Gedurfde ideeën over armoedebestrijding gevormd met ervaren mensen die zich willen inspannen voor deze doelgroep. Zij zijn vaak actief (geweest) als progressieve politicus, als wethouder, raadslid, bestuurslid of op andere wijze betrokken bij de armoede problematiek. Ideeën De ideeën in deze bundel zijn uit het leven gegrepen en zoveel mogelijk beproefd in gemeentelijke praktijk. Het zijn veelal gedurfde ideeën over armoedebestrijding. Ze zijn bedoeld voor het verbeteren van het gemeentelijke armoedebeleid. Het zijn suggesties voor het behandelen van onderwerpen over armoede door het gemeentebestuur en de gemeenteraad.

3

Formeel Deze bundel is zorgvuldig samengesteld. Het toepassen van de ideeën is op eigen risico. Auteurs en de Denktank Gedurfde Ideeën over armoede kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade door dat gebruik. Gedeelten van de bundel mogen worden overgenomen; bronvermelding wordt op prijs gesteld. Nadere informatie Indien je nadere informatie over een idee wilt hebben, is de website van een gemeente of van een betrokken organisatie vaak al een goede informatiebron. Ook bij de raadsstukken van gemeenten is vaak goede informatie te vinden. Neem contact op met betrokkenen; zorg voor eenvoudig te beantwoorden vragen! Medewerkenden

2024 Opmerkingen over deze bundel en suggesties voor de editie van 2024 zijn welkom via denktankarmoede@gmail.com 4

Kloof tussen inkomen en uitgaven

5

Basisbanen en wijkbasisbanen Basisbanen zijn banen voor inwoners die wel graag willen en kunnen werken, maar een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. De banen dragen bij aan het welzijn en de financiële zelfredzaamheid van deze inwoners. Met basisbanen worden ook belangrijke maatschappelijke taken door de basisbaner ingevuld. Een basisbaan mag geen betaalde werkzaamheden of vrijwilligerswerk verdringen. Het gaat bijvoorbeeld om ondersteuning in buurtcentra, het opruimen van zwerfafval, het optreden als gastheer of gastvrouw, het assisteren van fietsstewards, het meewerken aan een wijkblad, het ondersteunen van een sportvereniging of het bijstaan van kwetsbare buurtbewoners. Welke taken de deelnemers uitvoeren wordt beïnvloed door hun eigen wensen en mogelijkheden. Als mensen taken kunnen uitvoeren die bij hen passen en als ze de juiste begeleiding krijgen, dan gaat het met hen beter én hebben andere inwoners er veel plezier van. Praktijkervaringen De gemeente Groningen is in 2019 gestart met een experiment over basisbanen. Uit de eindevaluatie van Groningen van dit project in maart 2023 blijkt, dat verreweg de meeste deelnemers er qua inkomen op vooruit zijn gegaan en ook in welzijn en gezondheid. Opvallend is dat van alle mensen die gestart zijn met een basisbaan er niemand is uitgevallen.

Met de komst van de basisbanen is de leefbaarheid van de wijken en dorpen in de gemeente verbeterd. Basisbaners geven aan dat het werk hen weer zelfvertrouwen en energie geeft. Ook voelen ze zich fitter en ervaren ze minder stress. Bovendien gaan ze er in inkomen wat op vooruit. Deelnemers krijgen na drie jaar een vast contract. Belangrijk is dat de basisbaan voor onbepaalde duur is. Er is geen uitstroomdoelstelling zoals vroeger bij de In- en doorstroombanen. De Melkertbaan is als het ware terug, zij het dat bij een Melkertbaan een loon van 120% van het minimumloon gold. Kosten en opbrengsten Een basisbaan zoals in Groningen in de pilot uitgevoerd kost de gemeente € 18.400 directe kosten per jaar per baan. De gemeente bespaart bijstand en loonkostensubsidie. In het bedrag zitten ook de uitvoeringskosten, wervings- en selectiekosten en de kosten van begeleiding. De pilot omvatte 50 banen. Groningen gaat naar 250 banen na een zeer positieve evaluatie. Groningen deed onderzoek waaruit blijkt dat in een structurele fase een basisbaan slechts € 4.680 per jaar per baan kost. Reken je ook nog de besparingen in andere regelingen binnen het sociale domein mee dan kom je zelfs tot een totale maatschappelijke meerwaarde van € 7.240 per baan per jaar. 6

Onvoorwaardelijk geld geven Bestaanszekerheid kan bevorderd worden door zonder voorwaarden een serieus bedrag per maand gedurende een langere periode te geven, dat naar eigen inzicht besteed kan worden. Vertrouwen schept kansen Armoede betekent meer dan alleen het gebrek aan financiën, maar het tekort aan financiële middelen is wel vaak de basis van veel negatieve gevolgen. Op basis van vertrouwen en laagdrempelig geld geven, krijgen de ontvangers de mogelijkheid onder eigen regie oplossingen te vinden op de manier zoals het voor henzelf goed werkt. Als dit eigen keuzes zijn is de kans veel groter dat het succesvolle resultaten geeft, die duurzamer effect hebben dan alleen giften. Onderzoek heeft de laatste jaren meer en meer aandacht voor de (emotionele) effecten van schaarste op het welbevinden en gezondheid van mensen. Het geven van geld heeft dan ook niet alleen effect op materiele zaken, maar ook op welbevinden. Drie uiteenlopende initiatieven We beschrijven 3 initiatieven in deze richting, gericht op uiteenlopende doelgroepen. 1. Kwetsbare jongeren (Stichting Het Bouwdepot Eindhoven) Gemeente Eindhoven heeft 30 jongeren van 18, 19, 20 jaar € 1.050,- per maand gegeven gedurende 1 jaar. Een belastingvrije schenking, wel met ondersteunende begeleiding Bouwdepot, die Bouwdepot kan opschorten.

Op deze leeftijd hebben de ouders nog een onderhoudsplicht, maar die zijn buiten beeld geraakt. De adempauze die door dit project ontstaat lost niet binnen een jaar alle problemen op, maar geeft jongeren wel kansen voor een steviger basis om hun leven op de rit te krijgen. De Rotterdamse Erasmus Universiteit onderzocht het effect van deze aanpak op het leven van de jongeren. Dat bleek heel positief. Amersfoort en Groningen sluiten zich bij dit initiatief aan. 2. Gezinnen met jonge kinderen (Gewoon geld geven) Het Kansfonds heeft het initiatief genomen om geld rechtstreeks in gezinnen te investeren in plaats van vóór hen allerlei indirecte projecten te financieren die in de praktijk niks veranderen aan de basissituatie van die gezinnen. De Hogeschool van Amsterdam voert onderzoek uit naar het effect van deze aanpak op het leven van de gezinnen. In Tilburg gaat het om € 150,- per maand aan 150 gezinnen gedurende 2 jaar. Zaanstad is ook aangehaakt en Amsterdam gaat meedoen met 300 gezinnen, een vermogensfonds verstrekt daar de giften (Stichting RCOAK). 10

3. Personen met onvoldoende, instabiel inkomen (Collectief Kapitaal) Collectief Kapitaal heeft als doel dat burgers (met name ZZP’ers) onderling solidariteit ontwikkelen en collectief aan de slag gaan met het delen van financieel, cultureel en sociaal kapitaal. In Amsterdam is een eerste ronde gehouden met het werven van geld om 5 huishoudens te kunnen voorzien van € 1.000,- per maand gedurende 1 jaar. Inmiddels is er een tweede ronde gestart en ook in Rotterdam een eerste ronde. Leeuwarden, Arnhem en Utrecht zijn in voorbereiding van werving en campagne voeren. Tegelijkertijd wordt er onderzoek gedaan naar het effect van zowel geven als ontvangen en het samen deel uitmaken van Collectief Kapitaal. Een actie-onderzoeker coördineert lokale onderzoeksgroepen. Binnen de beweging bestaan lokale collectieven/subgroepen die samen onderdelen van de actie en het onderzoek bedenken en uitvoeren. De actie wordt uitgevoerd met mensen uit een selectief postcodegebied. Het verstrekken van geld aan mensen met een uitkering is qua regelgeving bewerkelijk en risicovol voor de deelnemers, maar wel een ambitie die op langere termijn mogelijk gemaakt zou moeten worden. Daarnaast wordt meer en meer de nadruk gelegd op het collectieve werken, waaraan iedereen een bijdrage kan leveren en waarmee men ook kennis en netwerk kan opbouwen voor andere mogelijkheden.

Gedurfd idee? Jazeker, géén voorwaarden stellen en dus vertrouwen op de goede, verantwoorde besteding van het geld óf accepteren dat iemand eens een keer onverantwoord mag doen (zoals mensen met structureel veel geld ook kunnen doen), is ongebruikelijk. Het is ook gedurfd om – in geval van 2 en 3 – zonder overheidsgeld burgers te voorzien van extra inkomen, omdat de regelgeving (belastingdienst, uitkeringen) veel drempels opwerpt. Collectief kapitaal brengt daarbij werelden bij elkaar die elkaar maar weinig ontmoeten en kennen, maar die wederzijds wel veel van elkaar kunnen leren.

11

Experimenten met verruimde bijstand In veel gemeenten zien we pilots in de richting van basisinkomen en initiatieven die je kunt zien als aanzetten tot realisatie van een vorm van het basisinkomen. Hier aandacht voor enkele lokale experimenten met versoepelde bijstand. Participatiewet en experimenten Een aantal gemeenten in Nederland wilde experimenteren met de bijstand, naar aanleiding van de invoering van de Participatiewet (2015). Het ging soms om een ‘lokaal basisinkomen’, of een door het basisinkomen geïnspireerde sociale zekerheid. Kernbegrippen waren: meer uitgaan van vertrouwen en minder van wantrouwen en straffen, minder bureaucratie, meer autonomie, minder stress, meer mogelijkheden voor bijstandsgerechtigden om te ondernemen, bij te verdienen, mantelzorg te verlenen, bij te scholen, etc. Het Rijk heeft uiteindelijk toestemming gegeven voor experimenten waarbij bijstandsgerechtigden : - meer mochten bijverdienen naast de uitkering (maximaal € 200 per maand) en - geen verplichtingen op het gebied van re-integratie hadden. Een gemeente die hiermee experimenteerde moest ook experimenteren met het intensiever dan regulier begeleiden van een groep bijstandsgerechtigden. Deelnemende gemeenten hebben dit ingevuld met een benadering die intensief is, maar die wel uitgaat van het idee dat deelnemers zelf veel invloed hebben op wat ze doen.

Welke gemeenten? Een aantal gemeenten deed mee aan het ‘officiële’ experiment, waarbij (met toestemming van het Rijk) wordt afgeweken van de reguliere wetgeving. Dit zijn Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. Enkele andere gemeenten kennen een soortgelijk experiment, maar minder vergaand omdat zij binnen de kaders van de reguliere wetgeving lijven (o.a. Amsterdam en Apeldoorn). Op enkele plaatsen is overigens ook nagedacht over experimenten (op enige termijn) buiten de kaders van de participatiewet, bijvoorbeeld in Leeuwarden, Rivierenland (rondom Culemborg) en Terneuzen. Doelgroep en de omvang ervan De doelgroep bestaat uit mensen met een bijstandsuitkering (aantallen verschillen per gemeente, maar voor deze gemeenten samen zijn het er tienduizenden). Per gemeente kunnen er nog aanvullende beperkingen zijn over wie voor deelname in aanmerking komt (bijvoorbeeld: dak- en thuislozen, mensen die pas kort in de bijstand zitten, statushouders zonder inburgering). In de zes gemeenten betrokken bij het officiële experiment participeren 3.000 à 4.000 mensen. 12

De hoogte van de uitkering, condities voor verstrekking Het gaat niet om een (echt) basisinkomen, maar om een bijstandsuitkering met andere voorwaarden. De hoogte is dus gelijk aan een bijstandsuitkering. De condities verschillen per deelnemende gemeente. Hoe wordt het gefinancierd? Financiën komen van de gemeenten, en in een enkel geval van Europese subsidies. Het ministerie van SZW levert een bijdrage voor landelijke afstemming en kennisuitwisseling. Is er een onderzoek gekoppeld? Ja, wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan door diverse universiteiten en hogescholen, meestal een instelling die in de gemeente zelf gevestigd is. De experimenten zijn afgerond, zie hier een notitie over de eerste uitkomsten: Vertrouwen werkt wel – Resultaten van de experimenten met regelvrije bijstand bekend. Inmiddels is de ‘brede’ CPB-analyse verschenen (Evaluatie experimenten Participatiewet: Effecten op de uitstroom naar werk). Kort samengevat zijn de conclusies dat sollicitatieplicht niet helpt om meer mensen aan het werk te krijgen (wie meer vrijheid krijgt, vindt net zo snel een nieuwe baan) en dat de experimenten eigenlijk te versnipperd waren om tot veel meer duidelijke zinnige conclusies te komen.

Wat is verder nog interessant? Voordat de experimenten van start konden gaan, is langdurig overlegd met het Rijk, dat uiteindelijk schoorvoetend een beperkte ruimte voor experimenten heeft toegestaan. Wat is de relevantie voor invoering basisinkomen? De experimenten en de discussie daarover (ook in andere gemeenten) maken duidelijk dat veel knelpunten in de bestaande regelingen rond sociale zekerheid worden ervaren en dat er op lokaal niveau veel bereidheid en veel creativiteit is om daar oplossingen voor te zoeken. Hoewel de term basisinkomen meestal vermeden wordt, neemt de behoefte aan oplossingen in die richting toe. Daarentegen is ook duidelijk dat de weerstanden op landelijk niveau groot en hardnekkig zijn. Het is zaak de uitkomst van de experimenten goed te analyseren, omdat dat op een aantal punten inzicht kan geven in de gedragseffecten die het gevolg kunnen zijn van invoering van basisinkomen.

13

Burgerbudget voor vrijwilligerswerk Het burgerbudget is een uitkering met een startbedrag van € 1.000 voor iedereen die structureel zelfgekozen vrijwilligerswerk verricht. Wie in een kwartaal tenminste 36 uur vrijwilligerswerk heeft verricht, krijgt het budget weer aangevuld tot € 1.000. Het burgerbudget bevordert het verrichten van vrijwilligerswerk en verbetert de bestaanszekerheid van vrijwilligers. • •

€ 1.000 voor start van structureel vrijwilligerswerk bij een of meer non-profit instellingen naar eigen keuze Aan begin van elk kwartaal een aanvulling tot € 1.000 voor zover in het vorige kwartaal budget is gebruikt voor 36 of meer uur vrijwilligerswerk

Nog niet beproefd In diverse gemeenten is getracht dit idee te realiseren, maar dat is daar nog niet gelukt. Het idee is interessant genoeg om in deze bundel op te nemen, zeker als invoering van een stimuleringsfonds voor vrijwilligerswerk gerealiseerd wordt. Achtergrond Structureel vrijwilligerswerk is een vrijwillige, maar niet vrijblijvende, inzet op langdurende basis en onmisbaar in onze samenleving. Structureel vrijwilligerswerk verstevigt sociale relaties en geeft structuur aan werk en leven. Het Burgerbudget helpt om twee problemen op te lossen: het stimuleert dat het werk gedaan blijft worden en kan zo de trend keren dat steeds minder personen beschikbaar zijn voor vrijwilligerswerk. Verder helpt het Burgerbudget om armoede op te lossen, bijvoorbeeld voor mensen die te weinig uren betaald werk hebben. Dit vanuit de gedachte dat vrijwilligers niet werken voor het geld, maar wel geld nodig hebben om te kunnen leven. Uitwerking Een vrijwilliger kan voor ieder gewerkt uur een bedrag gebruiken van zijn burgerbudget. Dat bedrag is gelijk aan het wettelijk minimum uurloon bij de overheid. Het burgerbudget wordt elk kwartaal aangevuld tot € 1.000 als de vrijwilliger minimaal 36 uur vrijwilligerswerk heeft verricht in het er voorafgaande kwartaal.

Heeft hij bijvoorbeeld in een kwartaal 40 uur vrijwilligerswerk verricht, dan heeft hij ongeveer € 400 gebruikt en vult de gemeente het geslonken budget met zo'n € 400 weer aan tot € 1.000. De eerste uitkering en elke aanvulling geschieden steeds in de eerste week van het kwartaal. Indien een vrijwilliger minder dan 36 uur in die drie maanden vrijwilligerswerk verricht heeft, dan krijgt hij niets, want het budget is bedoeld voor structureel en substantieel vrijwilligerswerk. 14

Als de vrijwilliger vier aaneengesloten kwartalen onvoldoende vrijwilligerswerk heeft gedaan stopt de regeling automatisch. Bij een herstart krijgt de vrijwilliger geen nieuw startbedrag, maar wel weer nieuwe aanvullingen. Instellingen De overheid erkent voor het Burgerbudget alleen de uren die zijn doorgegeven door een Algemeen Nut Behartigende Instelling (ANBI) of een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI). Die organisaties betalen geen vrijwilligersbijdrage aan vrijwilligers die gebruik maken van het Burgerbudget. Financiering De uitkering wordt door de gemeente betaald. Het streven is dat de rijksoverheid de uitkering straks vergoedt. Voor de komende jaren is een verbinding met het stimuleringsfonds voor vrijwilligerswerk interessant (zie het verkiezingsprogramma PvdA-GL 2023). De gemeente kan mogelijk uit het fonds putten voor het bekostigen van het Burgerbudget. Terugvorderen Het Burgerbudget wordt door de overheid nooit teruggevorderd. Nader onderzoek De integrale doorwerking van het Burgerbudget op huishoudens en de samenleving is nader onderzoek waard. Armoedeval Met een nazorgplicht moet de gemeentelijke overheid vrijwilligers beschermen tegen een armoedeval die het gevolg kan zijn van het gebruikmaken van het Burgerbudget.

15

Meedoen regelingen Een Meedoen regeling, in verschillende gemeenten ook wel uitgewerkt in de vorm van een Stadspas, is een financiële aanvullingsregeling. De regeling is bedoeld voor mensen met een laag inkomen die willen meedoen aan leuke, leerzame of gezonde activiteiten. Voor wie? De doelgroep verschilt per gemeente. Zo heeft bijvoorbeeld gemeente Tilburg sinds 2023 ook studenten met kinderen toegevoegd. Vaak geldt de regeling alleen binnen de eigen gemeente en moet je zelf in die gemeente wonen. Het netto-inkomen (samen met partner) moet lager zijn, dan bepaalde normen. Vaak hanteren gemeenten daarvoor een percentage van de bijstand. Het vereiste niveau verschilt per gemeente en ligt vaak tussen 120 of 130% daarvan. Een beperkt vermogen (auto, wat spaargeld) wordt vaak toegestaan. Ook daarvoor verschillen de normen per gemeente. Nieuwegein kent bijvoorbeeld een uitzondering voor de eigen woning met hypotheek. Hoe werkt het? Bij veel gemeenten krijgen inwoners bericht van toekenning aan het begin van het jaar automatisch toegestuurd, omdat ze al bij de gemeente bekend zijn. Zo niet, dan moeten zijzelf een aanvraag doen. Verschillende gemeenten kennen ook inzet van Formulierhulp. Dat staat soms bij de regeling vermeld. De gemeente checkt of sprake is van meer aanvragen per gezin. Over toekenning stuurt de gemeente vervolgens binnen een bepaalde termijn bericht.

We zagen de gehanteerde termijnen verschillen tussen 2 en 8 weken. Het is dus mogelijk na 2 weken! Inwoners die voor de regeling in aanmerking komen, kunnen een keuze maken uit diverse (vaak op de site van betreffende gemeente -of op een aparte site- gepresenteerde) activiteiten of dingen. Gebruik kan vaak met een pas. Soms wordt het doen van uitgaven mogelijk gemaakt via andere, al bestaande passen. Als de gemeente een webwinkel inzet hoef je jouw pas soms niet te laten zien. Voorbeelden van te vergoeden kosten zijn een zwembadabonnement, meer-rittenkaart voor fitness-methode, biljartabonnement, busabonnement (daluren), soms producten van theater, de sportschool etc. Uitgaven houdt de gemeente vaak zelf bij. Deze kan een betrokkene dan ook zelf inzien. Wil hij (zij) meer uitgeven, dan moet hij vaak de rest zelf bijleggen. Waar worden hiermee ervaringen opgedaan? Deze regeling wordt in veel gemeenten uitgevoerd. Willekeurige voorbeelden hiervan zijn Tilburg, Nijmegen, Zutphen, Oude-IJsselstreek, Lingewaard, Montferland, Noordenveld, Groningen, Nederweert, Overbetuwe, West Maas en Waal. En andere varianten (onder 16

andere namen) vind je bijvoorbeeld in Amersfoort, Coevorden, Doetinchem, Dongen, Nieuwegein, Utrecht, Westerwolde. Verschillen in invulling Verschillen tussen gemeenten betreffen vooral het toegekende maximumbedrag. We zagen bedragen tussen € 100 en € 300 per jaar waarbinnen gemeenten nog verschillende maxima hanteren naar categorie (kind, volwassene) en/of naar soort activiteit. Verschillende gemeenten kennen deze mogelijkheden in punten toe en niet in euro’s. Veel gemeenten zetten samen met/via Stichting Leergeld een aanbod op (o.a. laptop, fietsgeld). Soms laat een app je zien welke zaken op jou van toepassing zijn of moet je jouw uitgaven via een webwinkel besteden. Er zijn gemeenten, die vergoedingen rechtstreeks aan de aanbieders toekennen. We troffen gemeenten aan waar een aparte organisatie de uitvoering doet en ook waar buiten de regeling soms nog aparte aanvullingen bestaan, zoals bijvoorbeeld een busvoordeelabonnement. Per gemeente verschilt de intensiteit en de vorm waarin verificatie op het gebruik plaatsvindt. De meeste gemeenten trekken daarvoor achteraf een steekproef uit de groep gebruikers. Mensen met een wat hoger inkomen De vraag over hoe om te gaan met mensen die een hoger inkomen hebben dan de gehanteerde norm, maar desondanks hoge structurele lasten kennen en mogelijk in armoede verkeren, betreft een complexe kwestie.

Het kan zinvol zijn voor gemeenten om flexibiliteit in te bouwen in de normen, zodat individuele omstandigheden kunnen worden meegewogen. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door middel van een hardheidsclausule waarin uitzonderingen worden gemaakt voor specifieke gevallen waarbij de financiële situatie niet volledig wordt weerspiegeld door de gestelde normen. Het is belangrijk om deze mogelijkheden zorgvuldig te overwegen om ervoor te zorgen dat mensen in moeilijke financiële omstandigheden de hulp krijgen die ze nodig hebben. Dit helpt ook om de effectiviteit van de regelingen te vergroten.

17

Niet-gebruik van armoedevoorzieningen Ons sociale systeem lijkt op het eerste gezicht een prima vangnet: Als je langdurig geen betaald werk hebt, krijg je bijstand en voor de onderste helft van het inkomensgebouw zijn er vier toeslagen om het inkomen op te krikken. Daarnaast zijn er op lokaal niveau vaak ook verschillende maatregelen toegevoegd, die gedeeltes van inkomensverlies compenseren. De praktijk is minder mooi: Zo vraagt 35 % (ca. 200.000 personen) van de mensen die recht hebben op bijstand, het niet aan. En bij de vier toeslagen is het zo dat tussen de 10 en 15 % van de mensen die er recht op hebben één of meerdere toeslagen niet aangevraagd worden. Ook het gebruik van lokale regelingen loopt sterk uiteen en baart zorgen. Het rapport Niet-gebruik van de algemene bijstand. (SZW, 30 april 2021) laat zien, dat het niet-gebruik met name jongeren onder 27 jaar betreft. Daarnaast zien ook Europese migranten en zelfstandigen af van het recht op bijstand. Het platform van economen in Nederland (ESB) publiceerde in 2022 nader onderzoek. Klik hier voor het hele verhaal.

Uit het rapport van ESB: “Wat betreft het niet-gebruik gaat het voornamelijk om mensen met een beperkt recht.” In het rapport Gebruik en niet-gebruik van toeslagen in Nederland (CPB, 2018) valt te lezen, dat zo’n 10% van alle huishoudens die (in 2014-2016) recht had op huurtoeslag, die niet definitief heeft aangevraagd. Het niet-gebruik van kindgebonden budget schat het CBP in 2014-2016 op ongeveer 15% van alle huishoudens. Ook bij niet-gebruik is de hoogte van de toeslag de belangrijkste verklarende factor. Hoe hoger de toeslag zou zijn, bijvoorbeeld vanwege een hoge huur en/of een laag inkomen, des te lager het niet-gebruik. Of andersom geformuleerd: bij niet-gebruik gaat het relatief vaak om kleine bedragen. Het niet-gebruik in termen van geld (relatieve omvang in euro’s) is dan ook kleiner dan in termen van aantal huishoudens (relatieve omvang in aantal huishoudens). Het niet-gebruik van kindgebonden budget ter waarde van 160 miljoen euro betekent dat het niet-gebruik zo’n 8% bedraagt van het totale bedrag in euro’s. Ook bij huurtoeslag schat het CPB het niet-gebruik op ongeveer 8% van het totale bedrag in euro’s. Lokale armoedevoorzieningen laten ook een wisselend beeld zien van niet-gebruik, waardoor beschikbaar gestelde budgetten in verschillende gemeenten soms zelfs niet eens volledig benut worden.

20

Woonlastenfonds zoals in Almere Het lokale woonlastenfonds maakt dat de huur wordt verlaagd naar de minimaal subsidiabele huur. De maximaal subsidiabele huur bedraagt € 808,06. Daarboven is geen recht op huurtoeslag. De minimaal subsidiabele huur bedraagt ca. € 225,54. Daaronder is ook geen recht op huurtoeslag. Tot € 452,20 wordt de huur boven de minimaal subsidiabele huur voor 100% vergoed door de huurtoeslag. Boven € 452,20 geldt een kwaliteitskorting. Voor meer kwaliteit mag meer gerekend worden, is de (onterechte) redenering. De huur boven de € 452,20 wordt nog maar gedeeltelijk vergoed bij de huurtoeslag. De bijdrage uit het lokale woonlastenfonds bewerkstelligt dat de huur weer wordt verlaagd naar de minimaal subsidiabele huur. De gemeente kan ook kiezen voor een lager percentage voor de vergoeding van de kwaliteitskorting dan 100% afhankelijk van het verwachte beroep op de regeling en het beschikbare budget. Dan wordt de kwaliteitskorting gedeeltelijk vergoed door de gemeentelijke bijdrage. Almere doet dat bijvoorbeeld. Wat is de financiële impact van het idee voor de gemeente? Hangt af van de hoogte van de bijdrage, het aantal aanvragen en de uitvoeringskosten. De gemeente Almere heeft een vast budget van € 0,7 miljoen per kalenderjaar. Zou ze de kwaliteitskorting voor 100% vergoeden dan kost het ca.

€ 1,3 miljoen Valt het idee binnen de wet? De gemeente mag niet aan inkomenspolitiek doen. Gaat het echter om een specifieke doelgroep en betreft het specifieke kosten, in dit geval een hoge huur ook al woont men in een sociale woning, dan is het toegestaan. Welk financieel voordeel is er voor de deelnemers bij uitvoering van het idee? Zij wonen in een woning die niet duurder is dan € 452,20 per maand. Woningen met een huur onder de € 452,20 per maand zijn er nauwelijks meer. De huur legt een te groot beslag op het minimuminkomen. Kiezen voor een goedkopere woning is niet mogelijk in de huidige situatie van de volkshuisvesting. Is dit idee al uitgevoerd? Waar? Hoe? Wat was het resultaat? In Almere al gedurende meer dan 10 jaar. Almere heeft door veel nieuwbouw nog uitsluitend sociale woningen boven de € 452,20. De gemeente heeft een vast budget van € 0,7 miljoen. Afhankelijk van het aantal verwachte aanvragen wordt de bijdrage gecorrigeerd. Voor 2022 bedraagt de bijdrage 54% van de bijdrage die zou zijn verstrekt zonder correctie. Dit leidt tot 23

maximaal € 259 per maand per aanvraag. De bijdrage is gebaseerd op de inkomensgegevens en huurtoeslaggrenzen van het kalenderjaar daarvoor. Die bedragen staan vast, zodat je niet het probleem van de huurtoeslag zelf hebt dat je eerst het inkomen schat en het jaar daarna het definitieve recht vaststelt gebaseerd op het werkelijke inkomen met alle terugbetalingsperikelen. Deze aanpak zou overigens ook voor de huurtoeslagen zelf en andere toeslagen een oplossing zijn en veel ellende voorkomen. Vind je dat dit idee een gedurfd idee is? Ja, omdat het om een tamelijk onbekende gemeentelijke armoedemaatregel gaat en er geen goedkope woningen meer zijn, hetgeen een te groot beslag op het minimuminkomen legt. Het Rijk zou door de kwaliteitskorting uit de huurtoeslagwet te halen of te matigen veel gemakkelijker dezelfde oplossing bieden. Maar ja, het Rijk doet dat (nog?) niet.

24

Collectieve zorgverzekering Verschillende gemeenten, maar lang niet alle, kennen een collectieve ziektekostenverzekering (gemeentepolis). De gemeentepolis is één van de maatregelen om minima tegemoet te komen in de hoogte van de zorgkosten en een alternatief te bieden voor chronisch zieken met een kleine beurs. Dit ook om zorgmijding te voorkomen. Waarom een gemeentepolis? Sinds de decentralisaties in het sociaal domein is de gemeentepolis een logisch instrument voor een breder doel. De gedachte achter de decentralisaties is dat gemeenten integraal beleid kunnen voeren op het gebied van gezondheid, armoede en schuldpreventie. Er is vaak een samenloop van problemen op deze gebieden in één huishouden, waardoor een integrale aanpak effectiever en efficiënter kan zijn. De gemeentepolis kan mensen met een beperkte financiële redzaamheid helpen bij het voorkómen van financiële problemen door onderverzekering en wanbetaling, en van gezondheidsproblemen die kunnen ontstaan door zorgmijding. Voor wie? De gemeentepolis wordt ingezet om mensen met een laag inkomen (minima) en mensen met een beperking of chronische ziekte een voordelige polis te bieden. De polis biedt laagdrempelige toegang tot zorg en geeft ondersteuning aan mensen in kwetsbare posities. Het geeft deels compensatie voor de wet Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten die in 2016 werd afgeschaft.

De gemeentepolis is vooral een adequate zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen en hoge zorgkosten. Zo zijn de vergoedingen binnen de gemeentepolis ruim en verstrekt de gemeente een financiële bijdrage aan inwoners voor een betere betaalbaarheid van de gemeentepolis. De administratieve last voor gemeenten bij aanvragen bijzondere bijstand, op het gebied van zorg, zou worden verlaagd door de inzet van de gemeentepolis. Aanvragen De aanvraag van een gemeentepolis is laagdrempelig, eenvoudig en vergelijkbaar met het aangaan van welke zorgverzekering dan ook. Het aanbieden van verschillende pakketten kan de armoedeval temperen. De pakketten met de laagste dekking zouden gemeenten aan kunnen bieden aan inwoners met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. De pakketten met de hoogste dekking aan inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Voor minima bestaan veel regelingen om kosten te compenseren of kwijt te schelden. Vaak ligt de grens voor deze regelingen op 110% van het minimum. Dit betekent dat als men iets meer verdient er in het besteedbaar inkomen netto vaak flink op achteruitgaat. Door de uitgebreide collectieve ziektekostenverzekering ook open te stellen voor inwoners die tot 130% van het minimuminkomen hebben, kan de armoedeval enigszins getemperd worden. 25

Tegemoetkoming kosten zwemonderwijs Een tegemoetkoming in de kosten voor zwemonderwijs voor kinderen uit gezinnen die moeten leven van een laag inkomen (bijv. lager dan 120-130% van de bijstandsnorm). Inleiding Nederland is een waterrijk land. Daarom is goed kunnen zwemmen essentieel voor onze kinderen en draagt het bij aan de veiligheid in en om het water. Maar zwemlessen zijn duur en gezinnen met een laag inkomen kunnen zwemlessen vaak niet betalen. Gemeenten kunnen een subsidieprogramma opzetten dat financiële ondersteuning biedt aan gezinnen met een laag inkomen, bijvoorbeeld door een aanvulling op het kindpakket. Zo kunnen gemeenten tegemoetkomen in de kosten voor het zwemonderwijs door van (een aantal) lessen de kosten te vergoeden. Ervaringen Dit idee is eerder uitgevoerd in de gemeente Druten door 40 zwemlessen per kind te vergoeden. Het draagt bij aan het algehele welzijn en sociale inclusie van kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Hieraan wordt onder andere bekendheid gegeven via Facebook. Elke gemeente zou een dergelijke regeling moeten treffen, ook omdat elk kind gelijke kansen verdient. Welke tips heb je als iemand dit idee wil uitvoeren? Laat inwoners van de gemeente weten dat de regeling bestaat, door hier aandacht aan te besteden via lokale media (krant, Facebook, Twitter), om de bereikbaarheid van de doelgroep te vergroten.

Er zijn gemeenten waarbij de tegemoetkoming voor zwemonderwijs onderdeel vormt van een algemenere regeling en dan bijvoorbeeld gefinancierd wordt via Stichting Leergeld.

27

Menstruatie armoede Gemeente Coevorden bekostigt menstruatiekosten voor meisjes en vrouwen. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 10 meisjes en vrouwen in Nederland wel eens moeite heeft met het bekostigen van menstruatieproducten. Het kan hen in de weg staan bij schooldeelname, bij het sporten of op het werk. Daarnaast wordt wegens geldgebrek soms gekozen voor ongeschikte alternatieven die kunnen leiden tot ongemak, irritaties en zelfs infecties. Ook gemeente Coevorden deed hier onderzoek naar en baseerde daar beleid op. De gemeente neemt ook de kosten voor haar rekening. Vooral aandacht voor uitgifte Het onderzoek laat vooral zien, dat menstruatieproducten op een laagdrempelige wijze aangeboden moeten worden, maar wel met een bepaalde mate van toezicht. In Coevorden is sinds 1 juli 2021 een uitgiftepunt voor menstruatieproducten vanuit het Armoedefonds. De beheerster van de Facebookpagina Samen met en voor elkaar Minimahulp is hiervan de coördinator. Zij let op de signalen met betrekking tot menstruatiearmoede binnen de groep vrouwen die zij vanuit de Facebookpagina kent. Deze vorm van het verstrekken van menstruatieproducten ziet de gemeente als een laagdrempelige manier waarbij een bepaalde mate van toezicht aanwezig is. Voortgang Coevorden breidt dit bestaande uitgiftepunt uit door er meer in te richten bij maatschappelijke accommodaties.

Het Armoedefonds voorziet deze punten van menstruatieproducten. Wanneer de producten bij een uitgiftepunt op dreigen te raken, kunnen zij bij het Armoedefonds nieuwe producten opvragen. Dit proces is afhankelijk van het enthousiasme van betrokken personen die de uitgiftepunten beheren. Dat betekent dat er contact onderhouden wordt met de uitgiftepunten vanuit de gemeente en/of het Armoedefonds om de continuïteit van deze rol van de uitgiftepunten te borgen. Daarnaast zet gemeente Coevorden in op communicatie rondom deze uitgiftepunten zodat meisjes en vrouwen de producten goed weten te vinden. De gemeente monitort dit bereik en de afname en stuurt zo nodig bij.

28

Uitvoering

29

Samenwerking tussen instanties In veel gemeenten is een groot aantal organisaties actief met armoedebestrijding. In de praktijk werken ze veelal los van elkaar terwijl hun activiteiten veel effectiever zouden zijn indien ze wel (meer) zouden samenwerken. De gemeente kan stimuleren dat deze instellingen elkaar beter leren kennen en meer gaan samenwerken. Veel organisaties Het aantal instanties dat zich op het bestrijden van armoede richt, is aanzienlijk. Het zijn zowel landelijke organisaties als lokale initiatieven, particulieren, stichtingen, fondsen, nonprofit en not for profit organisaties, kerken, huisartsen, buurthuizen, commerciële instellingen en onderdelen van de gemeentelijke overheid zoals sociale wijkteams, informatieloketten en schuldhulpmedewerkers. Ze zetten zich in voor allerlei groepen waaronder daklozen, verslaafden, mensen zonder officiële papieren, ex-gevangenen, alleenstaanden, ouderen, armen, invaliden en chronisch zieken. Er wordt veel hulp geboden, vaak hartverwarmend. Die steun is belangrijk voor de doelgroep, ook omdat ruim een miljoen Nederlanders op bijstandsniveau moet rondkomen. En omdat zovelen afhankelijk zijn van die steun, moeten ze er ook op kunnen rekenen. We constateren dat veel van zulke instellingen nauwelijks samenwerken en dat ze elkaars bestaan en activiteiten soms gewoon niet kennen.

Met als gevolg dat er zowel overlappingen als witte plekken zijn. Onderlinge informatie-uitwisseling, afstemming en coördinatie tussen armoede bestrijdende instellingen zou de steun van die instellingen (nog) waardevoller maken. Ook gemeentelijke instanties (zoals een sociaal team) zijn in de praktijk maar oppervlakkig op de hoogte van het werk van de armoede instellingen in hun gemeente. Gemeentelijk initiatief De gemeente kan het initiatief nemen organisaties die zich bezighouden met armoedebestrijding met elkaar in contact te brengen. Dat kan bilateraal, maar ook bijvoorbeeld op (half-)jaarlijkse bijeenkomsten waar vertegenwoordigers van die instanties ervaringen uitwisselen en onderlinge raakvlakken vinden. Dat klinkt simpel, maar de praktijk is weerbarstig. Sommige organisaties zullen het initiatief verwelkomen, andere zullen, zeker in het begin, afhoudend zijn uit zorg voor behoud van hun onafhankelijkheid en voor aantasting van de hun privacy en die van hun cliënten. Het is dan zaak van volhouden en duidelijk maken wat het doel is. Gedurfd Dit idee is gedurfd omdat het de doelmatigheid van hulpverlening door armoedeorganisaties vergroot zonder dat dit veel inspanningen vraagt. 30

Beproefd In 2022 is dit initiatief in een gemeente genomen naar aanleiding van een gezamenlijke motie van enkele linkse partijen. 20 organisaties hebben positief op dat initiatief van de gemeente gereageerd en bevestigd dat ze elkaar (te) weinig kennen. Er vindt daar nu halfjaarlijks overleg plaats dat gefaciliteerd wordt door de gemeente in de vorm van vergaderruimte en wat catering. Bij dat overleg is een beleidsmedewerker van de gemeente aanwezig. Voorzitter van het overleg is een manager van één van de instellingen en de medewerker van de gemeente maakt een actie- en besluitenlijst. Het overleg heeft geleid tot bilaterale samenwerking tussen meerdere partijen en het openstellen van evenementen voor elkaars cliënten. Er zijn nu plannen om ook op het gebied van aanvragen bij fondsen gecoördineerd op te trekken in de verwachting dat de activiteiten dan een grotere kans op succes hebben. Dat geldt wellicht ook voor subsidies van de gemeente en de provincie.

31

Verschillende praktijkervaringen Er zijn verschillende manieren om deze aanpak verder in te vullen. Zo kent Utrecht De Geldzaak (www.degeldzaak.nl), met meerdere vestigingen, werkt Nieuwegein ook in de wijken zelf en kent Den Bosch Wijkpleinen, waar ervaring wordt opgedaan met integraal werken dicht bij de cliënten zelf. Soms lijkt de drempel bij Buurtpleinen e.d. echter nog te hoog. Last but not least raden we aan dit samen met ervaringsdeskundigen op te zetten/uit te werken.

35

Duo-schappen met eigen armoede ervaring Veel mensen die in armoede leven hebben nog maar weinig vertrouwen in medewerkers van de gemeente en van andere hulp biedende instanties. Ze zijn gefrustreerd geraakt door het niet krijgen van de juiste ondersteuning. De kloof tussen hulpzoekenden en deze instanties wordt van beide kanten als onoverbrugbaar ervaren. Hulp en beleid sluiten alsmaar niet aan en armoede blijft hardnekkig bestaan. Er is alle reden om beide groepen bewuster te maken van de aard van verschillen in beleving en leefwereld, meer begrip te krijgen voor wat armoede met mensen doet en te proberen de kloof te overbruggen. Gewenste situatie Creëer duo-schappen bij gemeenten en armoede bestrijdende instanties. Zo’n duo-schap wordt gevormd door een medewerker in het sociale domein en een (al dan niet opgeleide) ervaringsdeskundige op het gebied van armoede. Het gaat erom samen een volwaardige, betaalde functie vorm te geven. Dit kan zowel op beleidsniveau als op meer uitvoerend niveau worden ingevuld. De medewerker wordt geschoold in de effecten en gevolgen van armoede en sociale uitsluiting en leert hoe daarop in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen een beter beleid te maken is. De ervaringsdeskundige krijgt scholing in aspecten zoals communicatie en beleid en regelgeving op het gebied van armoedebestrijding.

De overheid stimuleert de duo-schappen en faciliteert deze. Beide leden van het duo worden zich bewuster van de eigen blik en de leefwereld/logica van de ander en staan daarvoor open. Deze constructie heeft een positief effect op de effectiviteit van armoedebestrijding en ook op de kosten daarvan waardoor die besparingen de kosten van de duo-schappen ruimschoots compenseren. In het hier bepleite samen uitoefenen van een functie kan wederzijds van elkaar geleerd worden, zonder dat van beiden per sé dezelfde ervaringen en vaardigheden verwacht worden. Er bestaan diverse opleidingen voor ervaringsdeskundigen in het sociale domein, met ook aandacht voor armoede en sociale uitsluiting. Daarnaast kunnen ook medewerkers bij gemeenten en instanties geschoold worden over de effecten en gevolgen van armoede en sociale uitsluiting en hoe daar een beter beleid op te maken is in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen die zelf armoede kennen. Gezien de moeizame aansluiting voor mensen in armoede bij het reguliere mbo/hbo is het

36

voor sommigen wenselijk dat er niet naar een diploma van een opleiding wordt gekeken, maar naar levenservaring en op andere wijze ontwikkelde vaardigheden. Al samenwerkend kunnen beide werkers veel van elkaar leren en aanvullende scholing en coaching ontvangen op de terreinen waar dat wenselijk is. Bestaande uitvoering: ervaringsdeskundigen inzetten bij contacten In o.a. Utrecht, Meppel, Zwolle en Groningen zijn opgeleide ervaringsdeskundigen in armoede in dienst van de gemeente. Bij Sterk uit Armoede zijn ervaringsdeskundigen verbonden die werken aan het scheppen van mogelijkheden voor opleiding en werk bij diverse instanties die gelieerd zijn aan (breed) armoedebeleid. In Noord-Nederland richten zij zich vooral op armoede van generatie op generatie. Vaak worden ervaringsdeskundigen ingezet bij het contact leggen met mensen die het minst vertrouwen hebben in andere mensen en die gefrustreerd zijn geraakt bij het niet krijgen van de juiste ondersteuning. In andere projecten en bijvoorbeeld leernetwerken worden mensen met eigen armoede-ervaring ingezet in het onderwijs aan beroepsopleidingen. Ook: voor het verbeteren van regelingen Veel gemeenten en instanties willen het niet-gebruik van regelingen minimaliseren. Iets waar ervaringsdeskundigen goed over mee kunnen denken. Ook door kritisch te kijken naar die regelingen zelf.

De resultaten liggen niet alleen op het gebied van verbetering van de situatie van personen in armoede, maar ook bij het veranderen van de aanpak of inzicht van werkers bij instellingen en ambtenaren. In Utrecht zijn goede ervaringen met het begeleiden van mensen naar schuldhulpverlening in samenwerking met ervaringsdeskundigen. Het schuldbedrag waarmee mensen hulp gaan zoeken is daar spectaculair gedaald. Ook het resultaat voor de betrokken ervaringsdeskundige in dienst bij de gemeente telt mee: inkomen uit werk, kunnen ontwikkelen van je talenten en vaardigheden en een voorbeeldrol voor anderen. Gedurfd idee? Veel armoedebestrijding richt zich op geld en materiële zaken, terwijl de kern van leven in armoede veel meer ligt bij vernedering, onderwaardering, geen perspectief zien, je niet kunnen ontwikkelen. Ruimte scheppen om met de levenservaring van mensen in armoede een zinnige bijdrage te leveren aan het verbeteren van de aanpak van armoede is een heel andere benadering. Zij hebben de samenleving iets te leren over wat van waarde is en wat onrechtvaardig en mensonwaardig is. Het echt goed luisteren naar mensen in armoede en van onderop een samenleving opbouwen vraagt uiteindelijk solidariteit van de rest van de samenleving. Daarvoor pleiten ook Tim 'S Jongers, Milio van de Kamp, Margret Franssen en andere jongere wetenschappers die zelf in armoede opgroeiden.

37

Schulden

38

Verkorten BKR-registratie na schulden De BKR-registratie kan na afronding van het schuldentraject verkort worden. Nu staan mensen die een schuldentraject hebben afgerond nog vijf jaar geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie. In de vier grote steden wordt die periode straks zes maanden. Deze verandering is een signaal dat er landelijk betere afspraken gemaakt moeten worden. Een aanpassing van de termijn is een politieke afweging van de gemeente, "De BKR registreert alleen". Vanaf 2024 zullen de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht BKRregistraties van inwoners die uit de schulden komen sneller verwijderen. Molensteen Gemeentes hebben nu al de bevoegdheid om inwoners uit het BKR-register te verwijderen als ze dat rechtvaardiger vinden. Vanaf nu wordt iedereen die zich bij de gemeente Utrecht meldt handmatig uit het Register gehaald, vertelt een woordvoerder van de gemeente Utrecht. "Maar het zou beter zijn als BKR dit na zes maanden zelf automatisch zou doen voor iedereen." Hij noemt de registratie "een molensteen". Bij het toekennen van leningen of hypotheken kijken banken namelijk eerst naar BKR-registraties.

"Als mensen hun schuldhulpverleningstraject succesvol hebben afgerond, en nog steeds nazorg krijgen, waarom moet een registratie dan nog vijf jaar aan hen kleven?" De periode waarin de gegevens nog in het register staan, kan gevolgen hebben bij het financieren van een huis of bij het afsluiten van een andere lening. Verkorten: actie van gemeente Iedere gemeente heeft de bevoegdheid om een BKR-registratie te bekorten. Bekorting kan zowel individueel als in de vorm van een algemene maatregel ingevoerd worden. Bij een individuele bekorting van de periode tot bijvoorbeeld 6 maanden, dienen er enkele objectieve criteria opgesteld te worden die bij deze toetsing gebruikt worden. Een gedurfde stap in een gemeente is de periode voor alle betrokkenen in te korten tot 6 maanden. Voor het doorvoeren van deze wijziging is niet meer nodig dan een aangepaste afspraak met het BKR in Tiel.

39

Over BKR-registratie Stichting BKR houdt van elke persoon met een in Nederland afgesloten krediet een elektronisch dossier bij in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI). Het gaat onder andere om afgesloten kredietcontracten, zoals leningen, creditcards en faciliteiten op betaalrekeningen. BKR bewaart gegevens over een lening tot vijf jaar na afloop. Hypothecaire leningen worden niet geregistreerd, tenzij de lener meer dan drie maanden zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen. Bij BKR aangesloten organisaties zijn verplicht een betalingsachterstand op een overeenkomst te melden bij BKR. Zij zijn verplicht de consument te waarschuwen dat de achterstand bij BKR zal worden gemeld als hij of zij langer wacht met betalen. Ook moeten ze de consument vooraf te waarschuwen dat zij een achterstandsmelding bij BKR zullen doen als er voor een bepaald tijdstip niet betaald wordt. Nadat een krediet is afgelost, blijft het nog 5 jaar vermeld in het CKI. Diverse banken hanteren als stelregel dat een consument niet meer dan 6 vermeldingen in BKR mag hebben om nog voor financiering in aanmerking te komen. Een roodstand, een creditcard of een koop op afbetaling zorgen ook voor een vermelding. Zaken als inkomen, huurschuld, belastingschuld of onbetaalde rekeningen bij het energiebedrijf staan niet geregistreerd.

Ook studiefinancieringen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) worden niet door BKR geregistreerd. Personen kunnen hun negatieve BKR-registratie aanvechten. Voorwaarde daarvoor is dat de schulden zijn afgelost en de financiën gedurende langere tijd op orde zijn. Dit aanvechten van de BKR-registratie kan via de kredietverstrekker die de BKR-registratie heeft genoteerd, een bedrijf dat gespecialiseerd is in BKR-registraties verwijderen of via de klachtencommissie Kifid. Kredietverstrekkers hebben vier weken de tijd om te reageren op een verzoekschrift. Indien haast geboden is, kan de rechtbank ingeschakeld worden. Inzage Consumenten kunnen inzage vragen in hun dossier en, zo nodig, een verzoek bij de kredietverstrekker indienen om dit te laten corrigeren. Daarnaast kunnen ze navragen welke instellingen in de afgelopen twaalf maanden het dossier hebben opgevraagd.

40

Kunstmatige intelligentie In de loop van 2022 zijn er digitale programma’s zoals ChatGPT en Bing AI beschikbaar gekomen. Met zulke programma's is het mogelijk om teksten te genereren, vragen te beantwoorden en uitleg te geven op allerlei gebieden. Voor het realiseren van onze ideeën is het interessant dat een programma zoals Chat GPT bijvoorbeeld ingezet kan worden voor het schrijven van een motie. Een gedeelte van dit soort programma's is gratis, zonder verplichtingen en met een laptop of tablet te gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld de app ChatGPT downloaden. We zijn ons er overigens van bewust dat kunstmatige intelligentie ook belangrijke negatieve ontwikkelingen mogelijk maakt.

Een motie schrijven met behulp van ChatGPT is eenvoudig. Stel de volgende vraag: "Schrijf een motie over (onderwerp) in gemeente (naam gemeente) om te bereiken dat (doel)'' . Hoe gedetailleerder je informatie geeft, des te beter de motie door ChatGPT zal worden geschreven. Beschrijf vooral het doel zo goed mogelijk. In ons voorbeeld is dat overigens zeer summier gebeurd. De met ChatGPT verkregen motie moet worden gecontroleerd op eventuele onjuistheden. Je kunt de motie zelf nog aanvullen of punten net iets anders formuleren. Belangrijk om te weten is dat de gegevens die ChatGPT thans ter beschikking heeft, tot september 2021 gaan. De huidige 'versie' van ChatGPT kan dus geen antwoord geven op actuele vragen van na september 2021. Ondertussen wordt ChatGPT natuurlijk wel doorontwikkeld.

Voorbeeld Onze tekst Schrijf een motie over beter informeren van inwoners van Oost-Maas en Waal, zodat zij meer gebruik maken van bestaande regelingen.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=2ce991a2-3185-4084-8e4f-50a6b3a9149f