CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Landsmeer Memo 22032021

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente landsmeerBij agendapunt: Beleidsplan Afval en Grondstoffen 2021-20261.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

www.unitedquality.nl

Aan:

J. van Batenburg (gemeente Landsmeer)

Van:

G. Lubbers (United Quality)

Datum: Onderwerp:

18 maart 2021 Antwoord op aanvullende vragen gemeenteraad inzake inzamelstrategie

01 - Inleiding Na de behandeling van de verschillende scenario’s t.b.v. de inzamelstrategie op 4 maart in de gemeenteraad, zijn enkele aanvullende vragen ontstaan. In deze memo worden de aanvullende vragen beantwoord. 02 - Resultaat per scenario op de VANG doelstelling De VANG doelstelling1 betreft een doelstelling op het gebied van de hoeveelheid restafval per inwoner en het scheidingspercentage van huishoudelijk afval. Het gaat om resp. 100 kilogram restafval (fijn en grof) per inwoner en om een scheidingspercentage van minimaal 75%. In onderstaande tabel is het verwachte effect op de VANG doelstelling -per scenario- weergegeven. Het betreft uiteraard een (realistische) inschatting van het verwachte effect. Scenario 2 is gepresenteerd als belangrijke en betaalbare eerste stap, waarmee de basis op orde wordt gebracht. Aanvullingen zijn daarna mogelijk.

Inzamelscenario’s → Verwacht effect ↓ Ingezamelde hoeveelheid restafval per inwoner (kg) Resultaat nascheiding t.b.v. VANG-doelstelling2 Hoeveelheid restafval per inwoner t.b.v. VANGdoelstelling Reductie van de hoeveelheid restafval t.o.v. huidige situatie Scheidingspercentage huishoudelijk afval

Huidige situatie ( 2019)

Scenario 1: Omgekeerd inzamelen

Scenario 2: Nascheiding van PMD

Scenario 3: Diftar op restafval

Scenario 4: Inzamelfrequentie verlagen

Scenario 5: Volledig Diftar

252

108

177

122

147

111

9

1

19

1

1

1

243

107

158

121

146

110

n.v.t.

56%

35%

50%

40%

55%

52%

80%

66%

77%

72%

79%

03 - Indicatie van het aantal uitstaande minicontainers voor fijn restafval Er is aanleiding om te veronderstellen dat er gemiddeld per huishouden meer dan één minicontainer3 voor fijn restafval in gebruik is. Het gaat hierbij om huishoudens die voor inzameling van fijn restafval aangesloten zijn op huis-aan-huis routeinzameling (vooral laagbouw). Landsmeer ontvangt maandelijks data over de hoeveelheid ingezameld fijn restafval. Op basis van de samenstelling van het fijn restafval zoals in de sorteeranalyse van 2019 kan het soortgelijk gewicht daarvan berekend worden. Omdat het restafval veel karton en PMD bevat, is het soortgelijk gewicht relatief laag. Als dit vergeleken wordt met de totaal ingezamelde hoeveelheid fijn restafval in 20194, het aantal huishoudens en de inzamelfrequentie, blijkt dat er gemiddeld 1,2 tot 1,65 minicontainers per huishouden worden ingezameld. De hoeveelheid fijn restafval die ingezameld wordt in Landsmeer past niet in gemiddeld één minicontainer per huishouden. Bij deze doorrekening is uitgegaan van een 1 Onderdeel van het uitvoeringsprogramma VAN-HHA 2018-2020 (zie: https://www.vang-hha.nl/) 2 Alle AEC’s behalen altijd -ook zonder nascheiding van PMD- een beperkt nascheidingsresultaat, o.a. door terugwinning van metalen. 3 Een tweewiel rolcontainer met een inhoud van 240 liter.

4 Gegevens over geheel 2019 zijn ook als input voor de voorgaande analyses gebruikt. Hiermee ontstaat een consistent beeld. Omdat het

onderzoek naar de situatie in Gemeente Landsmeer in december 2020 is gestart waren de totaalgegevens van 2020 nog niet bekend en is er gekozen om met de cijfers uit 2019 te werken. Daarnaast zijn de inzamelgegevens over 2020 in mindere mate representatief door de COVID-pandemie (het aanbod van huishoudelijk afval is hierdoor in alle Nederlandse gemeenten substantieel hoger). 5 De bandbreedte komt tot stand door een ingecalculeerde marge m.b.t. het berekende soortgelijk gewicht.

Landsmeer Memo Raad 20210318 V3

Pag. 1 van 4

www.unitedquality.nl

aanbiedpercentage van 100%. Dat betekent dat alle huishoudens hun minicontainer, in alle 26 jaarlijkse inzamelrondes, ter inzameling aanbieden. In de praktijk wordt nooit een aanbiedpercentage van 100% gehaald. In gemeenten zonder Diftar ligt het aanbiedpercentage doorgaans op 80% tot 90% (bijv. door vakanties, etc.). Feitelijk zal het gemiddelde aantal minicontainers per huishouden dus nog iets hoger zijn. In een beperkt aantal situaties is een extra minicontainer voor fijn restafval noodzakelijk (bijv. in het geval van zeer grote gezinnen, medische indicatiestelling, etc.). Een gemiddelde van 1,2 tot 1,6 minicontainers per huishouden is opvallend hoog. Daarbij moet vermeld worden dat de gemeente momenteel geen specifiek beleid hanteert met betrekking tot het uitgeven van nieuwe en/of extra minicontainers. Er is ook geen sluitende registratie voor uitstaande, uitgegeven en/of weer ingenomen minicontainers. Inwoners kunnen dus extra minicontainers voor fijn restafval aanvragen en gebruiken, zonder dat dit in strijd is met het gemeentelijke beleid. Als er extra minicontainers voor fijn restafval in gebruik zijn -terwijl dat niet nodig is- ontstaat er voor dat huishouden, nauwelijks een prikkel om het huishoudelijk afval te scheiden. Door geregistreerde inzameling in te voeren en voor alle huishoudens maar één minicontainer beschikbaar te stellen6 ontstaat deze prikkel wel.

Daarnaast krijgt de gemeente inzicht en overzicht in waar welke minicontainer geplaatst is. Dit maakt het beheer van het areaal aan minicontainers, vanaf dat moment, goed mogelijk. 04 - Alternatieven binnen inzamelscenario 2: Nascheiding van PMD Het inzamelscenario is zo vormgegeven dat er -binnen de kaders van het scenario- een maximale bijdrage aan de doelstelling wordt gerealiseerd. Belangrijk hierbij is het inzamelresultaat7 dat hierbij behaald kan worden. Binnen het inzamelscenario zijn alternatieven mogelijk. De alternatieven beperken de eenmalige kosten (investerings- en implementatiekosten) en de daar direct aan gelieerde jaarlijkse kosten (bijv. rentelasten, onderhoudskosten, etc.). Het toepassen van een alternatief heeft -in de meeste gevallen- een negatief effect op het inzamelresultaat. Hierdoor is de reductie van de hoeveelheid restafval -als gevolg van het invoeren van inzamelscenario 2- beperkter dan in het raadsvoorstel van 23 februari 2021 is berekend. De jaarlijkse verwerkingskosten worden daardoor hoger dan is berekend in het raadsvoorstel van 23 februari 2021. De totale jaarlijkse kosten stijgen daardoor. Voorbeeld: • De verwachting binnen inzamelscenario 2 is dat de hoeveelheid OPK in het fijn restafval met ca. 50% tot 60% afneemt (ca. 130 tot 160 ton per jaar). Dit OPK wordt dan gescheiden ingezameld.

Dit heeft tot gevolg: o De totale verwerkingskosten zijn ca. €27.800 tot ca. €34.400,- per jaar lager t.o.v. de huidige situatie. ▪ De opbrengst (á €110,- per ton8) voor OPK stijgt met ca. €14.300,- tot €17.600,- per jaar. ▪ De kosten voor de verwerking van restafval dalen met ca. €13.500,- tot €16.800,- per jaar. o De hoeveelheid restafval per inwoner daalt met ca. 11 tot 14 kilogram per jaar t.o.v. de huidige situatie. • Als een alternatief ervoor zorgt dat binnen inzamelscenario 2 de hoeveelheid OPK in het fijn restafval ‘maar’ met 25% tot 30% afneemt (ca. 65 tot 80 ton), heeft dit tot gevolg: o De verwerkingskosten zijn ca. €14.000,- tot ca. €17.200,- per jaar lager t.o.v. de huidige situatie. ▪ De opbrengst voor OPK stijgt met ca. €7.200,- tot €8.800,- per jaar. ▪ De kosten voor de verwerking van restafval dalen met ca. €6.800,- tot €8.400,- per jaar. o De hoeveelheid restafval per inwoner daalt met ca. 5 tot 7 kilogram per jaar t.o.v. de huidige situatie. Binnen inzamelscenario 2 zijn vijf alternatieven mogelijk. In onderstaande tabel zijn de effecten per alternatief voor de eenmalige-, jaarlijkse kosten en het inzamelresultaat op hoofdlijnen weergegeven. Het effect op de eenmalige-, jaarlijkse kosten en het inzamelresultaat zijn weergegeven t.o.v. de berekening zoals is opgenomen in het raadsvoorstel van 23 februari 2021.

#

Alternatief

Wijziging t.o.v. scenario 2

Toelichting

1

Geen geregistreerde huis aan huis inzameling van fijn restafval.

• Geen aanschaf van nieuwe minicontainers • Geen aanschaf van chips

• Prikkel tot scheiding verdwijnt. • Belangrijk stap in 'de basis op orde' niet gezet. • Vervolg maatregelen zijn moeilijker in te voeren.

Eenmalige kosten

Jaarlijkse kosten

Hoeveelheid restafval

6 Met uitzondering van specifieke gevallen zoals zeer grote gezinnen, medische indicatiestelling, etc. 7 Inzamelresultaat: de mate waarin de hoeveelheid restafval (fijn en grof) wordt beperkt en het scheidingsresultaat verbeterd. 8 Minimale marktprijs voor bont 1.01/1.02 (papier/karton) in Nederland en België d.d. 3 maart 2021.

Landsmeer Memo Raad 20210318 V3

Pag. 2 van 4

www.unitedquality.nl

#

Alternatief

Wijziging t.o.v. scenario 2

Toelichting

2

Geen geregistreerde inzameling van fijn restafval en GFT bij hoogbouw.

• Minder nieuwe verzamelcontainers nodig. • Geen aanschaf van toegangscontrolesysteem t.b.v. verzamelcontainers

• Kans op dumping bij hoogbouwlocaties. • Belangrijk stap in 'de basis op orde' niet gezet. • Vervolg maatregelen zijn moeilijker in te voeren.

• Geen aanschaf van nieuwe minicontainers voor OPK • Oude minicontainers restafval voorzien van nieuw (OPK-)deksel

Door de oude minicontainers te voorzien van een nieuw deksel ontstaat er bij een deel van het areaal een desinvestering. De leeftijd en staat van de huidige minicontainers varieert en is niet inzichtelijk. Er wordt dus deels geïnvesteerd in minicontainers die tegen het einde van hun technische-/economische levensduur zitten.

• Geen aanschaf van nieuwe minicontainers;

• Scheidingsresultaat voor OPK (en de kwaliteit daarvan) is lager. • Inzameling van OPK los (niet in minicontainers) is duurder.

• Lagere kosten voor externe inhuur en advies • Wel zullen hier meer ambtelijke uren aan besteed moeten worden.

Als de projectleider vanuit de gemeente over de juiste competenties beschikt, zijn er nauwelijks9 negatieve effecten.

3

4

5

Gebruik huidige minicontainers voor fijn restafval als minicontainers voor OPK.

Huis aan huis inzameling van OPK niet in minicontainers (maar ‘los’ zoals in huidige situatie) Projectleider voor implementatie van de gemeente i.p.v. externe inhuur.

Eenmalige kosten

Jaarlijkse kosten

Hoeveelheid restafval

Let op: • Alternatief 3 en 4 kunnen niet beiden doorgevoerd worden. • Alternatief 3 is niet mogelijk als er (ook) voor alternatief 1 wordt gekozen. • Voor alternatief 5 is van toepassing dat de reductie van kosten voor externe inhuur afhankelijk zijn van de mate waarin de interne projectleider daadwerkelijk voor het project beschikbaar is. Wanneer dit het geval is zullen er meer interne ambtelijke uren besteed moeten worden aan dit project. De beperking van de investeringskosten zijn per alternatief: 1. Geen geregistreerde huis aan huis inzameling van fijn restafval: ca. €140.000,2. Geen geregistreerde inzameling van fijn restafval en GFT bij hoogbouw: ca. €105.000,3. Gebruik huidige minicontainers voor fijn restafval als minicontainers voor OPK: €63.000,4. Huis aan huis inzameling van OPK niet in minicontainers (maar ‘los’ zoals in huidige situatie): €110.000,5. Projectleider voor implementatie van de gemeente i.p.v. externe inhuur: €20.000,Inzamelscenario 2 betreft een pakket aan op elkaar afgestemde maatregelen. Samen vormen deze maatregelen een logisch geheel. Dit geheel aan maatregelen zorgt ervoor dat het inzamelresultaat en de daarbij behorende jaarlijkse kosten zoals opgenomen is in het raadsvoorstel van 23 februari 2021 behaald kunnen worden.

Het exacte effect van ieder individueel alternatief op het inzamelresultaat en de daarmee samenhangende stijging van de jaarlijkse verwerkingskosten 9 Een projectleider met veel relevante ervaring in soortgelijke projecten kan tijdens implementatie o.b.v. ervaring/kennis wellicht

doorlooptijden verkorten, etc. Echter zullen er op de termijn van twee tot vijf jaar nauwelijks merkbare effecten op het gebied van kosten en/of het inzamelresultaat merkbaar zijn.

Landsmeer Memo Raad 20210318 V3

Pag. 3 van 4

www.unitedquality.nl

is moeilijk te bepalen. Hier kan alleen een grove indicatie voor afgegeven worden. Wel kan gesteld worden dat inzamelscenario 2, in een situatie waarin alle mogelijke alternatieven toegepast worden, nauwelijks tot een beter inzamelresultaat zal leiden. Hierdoor kunnen de jaarlijkse verwerkingskosten oplopen tot het niveau waarin de huidige situatie gecontinueerd wordt.

Landsmeer Memo Raad 20210318 V3

Pag. 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=0599909e-87cc-4465-83c0-5fc803bcc626