CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 - Raad - versie 24 06 2021

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente landsmeerBij agendapunt: WORDT VERPLAATST: Jaarrekening 202026.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Niet-sporters

%

Gezondheids-monitor volwassenen (en 2016 ouderen), GGD’en, CBS en RIVM

47,2

Nederland

48,7

Het percentage t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Banen

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar

2018

LISA

494,7

Nederland

774

Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 65 jaar. Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

2015

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

1,38

Het percentage jongeren (12 - 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen

62

Nederland

1,45

Kinderen in armoede

% kinderen tot 18 jaar

2015

Verwey Jonker Instituut – Kinderen in Tel

2,75

Nederland

6,58

69

Nederland

67,8

Nederland

39

Het percentage kinderen tot 18 jaar in een uitkeringsgezin Netto arbeidsparticipatie

%

2018

CBS Arbeidsdeelname

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking Personen met een bijstandsuitkering

Per 1.000 inwoners 18 jaar en ouder

2e halfjaar 2018 CBS - Participatiewet

17,7

Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Re-integratie voorzieningen

per 1.000 inw.15-65jr

eerste halfjaar 2018 CBS - Participatiewet

14

Nederland

30,5

Nederland

10,4

Het aantal re-integratievoorzieningen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

1e halfjaar 2018

CBS Beleidsinformatie Jeugd

7,2

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2e halfjaar 2018

CBS Beleidsinformatie Jeugd

0,6

Nederland

1,1

Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar Wmo-cliënten met een maatwerk arrangement

Per 1.000 inwoners

2e halfjaar 2018

CBS - Monitor Sociaal Domein WMO

50

Nederland

60

Aantal per 1.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerk-arrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentie-gemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeente 63

Beleidsstukken Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken:      

Meerjarenbeleidplan sociaal domein (2019-2023) Nota Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzalen (2017) Nota preventief jeugdbeleid (2017-2020) Subsidiebeleidskader Sociaal Domein (2016) Beleidsplan armoedebestrijding en schuldhulp (2016-2020) Uitvoering Participatiewet Landsmeer (2016)

Verordeningen participatie: Re-integratieverordening/gewijzigde re-integratieverordening (2018) Verordening individuele studietoeslag (2015) Verordening individuele inkomenstoeslag (2015) Verordening tegenprestatie (2015) Verordening loonkostensubsidie (2018) Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (2019)

Verordeningen jeugd & onderwijs: Verordening leerlingenvervoer (2014) Verordening onderwijshuisvesting (2017) Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer (2018)

Verordeningen WMO: Verordening maatschappelijke ondersteuning (2020)

Overige verordeningen: Algemene Subsidieverordening gemeente Landsmeer (2016) Verordening adviesraad sociaal domein (2018)

64

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Naam verbonden partij GGD Zaanstreek-Waterland Vestigingsplaats

Zaandam

Website

www.ggdzw.nl

Bestuurlijk belang

Jaarlijkse bijdrage en gemeentelijke vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur in het kader van primaire ziektepreventie, jeugd en ouderenzorg en infectieziekten. Primaire Ziektepreventie en leveren van een bijdrage aan de publieke gezondheidszorg. De GGD werkt meer samen met de gemeentes om invulling te geven aan haar taken. Als zich in de regio calamiteiten voordoen, die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld uitbraak infectieziekte) of in het kader van de rampenbestrijding inzet vragen van de GGD, zullen hieruit kosten voortvloeien.

Doel openbaar belang Ontwikkelingen Risico's

Gemeentelijke bijdrage

432

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2019

810

31-12-2019

860

Vreemd vermogen

1-1-2019

7.167

31-12-2019

7.151

Financieel resultaat

50

endvbend

65

Overige verbonden partijen Naam verbonden partij

Regionale samenwerking sociaal domein

Vestigingsplaats

Zaandam

Website

Geen

Bestuurlijk belang

Deze lichte vorm van publieke samenwerking kent geen bestuur.

Doel openbaar belang

Door gezamenlijke regionale inkoop, beleidsvoorbereiding- en uitvoering wordt de kwaliteit verbeterd en worden schaalvoordelen benut Overschrijdingen specialistische jeugdhulp.

Ontwikkelingen Risico's

Geen. In verband met gezamenlijke inzet van projectleiders wordt wel een verdeling gemaakt van de kosten over de deelnemende gemeenten. Dit kan jaarlijks fluctueren afhankelijk van majeure wijzigingen zoals stelselwijzigingen in bijvoorbeeld de afrekenmethodiek, tarieven of producten. Er is geen vermogen ingebracht in deze regeling en ook geen gemeentelijke bijdrage. Hierover wordt dan ook geen risico gelopen.

Gemeentelijke bijdrage Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

31-12-2019

0

31-12-2020

0

Vreemd vermogen

31-12-2019

0

31-12-2020

0

Financieel resultaat

0

endvbend

66

Financiën Portefeuillehouder Wethouder E. Heinrich

Missie

Het programma financiën en algemene dekkingsmiddelen is het laatste programma van de programmabegroting. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Naast de algemene dekkingsmiddelen worden in dit programma baten en lasten verantwoord welke niet zijn onder te brengen in andere programma's. Voor het grootste deel bestaat dit programma uit belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is, uitkering uit het gemeentefonds en overige baten en lasten. Naast 'Treasury' wordt in dit programma ook het door het BBV verplicht onderdeel 'Overhead' verantwoord. Onder overhead wordt dat deel van de personeelsbegroting verstaan wat aan door BBV gedefinieerde overheadtaken toe moet worden gerekend.

Verantwoording

Dit programma heeft geen speerpunten

Wat heeft het gekost? Bedragen * €1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging -4.160

Rekening

Verschil

Lasten

Begroting primair -4.182

-4.583

-423

Baten

16.377

17.000

16.676

-325

Saldo voor mutaties reserves Toevoeging reserves

12.195 0

12.841 -1.201

12.093 -773

-748 429

Onttrekking reserves

755

1.918

1.482

-436

Saldo reserves

755

716

709

-7

12.950

13.557

12.802

-755

Saldo na mutaties reserves

Toelichting verschillen Bij de verantwoording van de afwijkingen wordt een tolerantiegrens gehanteerd van circa € 25.000. Het resultaat van dit programma voor mutatie reserves is in 2020 € 12.093.000 voordelig. Dat is € 748.000 nadeliger dan begroot en wordt veroorzaakt door € 423.000 hogere lasten en € 325.000 lagere baten.

67

FINANCIËN Lasten x € 1.000

Bedrag

Toelichting

Salarislasten

259 Lagere salarislasten met name door gefaseerde invulling van vacatures ivm de krappe arbeidsmarkt en door niet ingevulde vacatures na uitdiensttreding van werknemers door de financiële situatie van de gemeente.

Inhuur

-515 Hogere inhuur dan begroot ivm tijdelijke invulling van openstaande posities. -38 Hogere overige personele kosten in verband met vaststellingsovereenkomsten, bovenwettelijke ww en begeleiding werknemers -33 Overschrijding door restantkosten migratie ‘cloud’ en kosten implementatie software t.b.v. versleuteld en beveiligd mailen

Overige personele kosten

ICT Software algemeen

ICT Software financiën

-56 Hogere ICT kosten met name door implementatie efacturatie (wettelijke taak) en advisering hierbij

Overige verschillen

-40 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd

Saldo lasten

-423 Nadelig

Baten x € 1.000 Hogere algemene uitkering OZB Eigenaren

OZB Gebruikers Overige verschillen

93 Hogere algemene uitkering o.b.v. de decembercirculaire -342 Zowel in 2019 als in 2020 is met een te hoog verwacht niveau aan opbrengsten uit voorgaande jaren rekening gehouden. -88 Idem 11 Kleinere afwijkingen bij elkaar gesaldeerd

Saldo baten

-325 Nadelig

Saldo

-748 Nadelig

Reserves Op het programma Financiën zijn de reserves weerstandsvermogen en dekking kapitaallasten led verlichting gemeentehuis van toepassing. Toevoegingen: 429.000: Er heeft een lagere toevoeging aan de reserve weerstandsvermogen plaatsgevonden dan begroot in verband met een actualisatie van het benodigde weerstandsvermogen. Onttrekkingen: -436.000: Lagere onttrekking benodigd voor de vorming van de reserve weerstandsvermogen en geen onttrekking dekking kapitaallasten led verlichting gemeentehuis

Beleidsindicatoren 68

Indicator Gemiddelde WOZ waarde

Eenheid

Periode

Duizend euro

Bron

Waarde

Benchmark

CBS - Statistiek 2020 Waarde Onroerende Zaken

Waarde

437

Nederland

270

5

Nederland

8,6

63,3

Nederland

54,2

De gemiddelde WOZ waarde van woningen Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2018

Basisregistratie adressen en gebouwen

Het aantal nieuw gebouwde woningen, per 1.000 woningen Demografische druk

%

2020

CBS - bevolkingsstatistiek

De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 15 tot 65 jaar Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In Euro’s

2020

COELO

817

Nederland

700

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten Gemeentelijke woonlasten meerpersoons huishouden

In Euro’s

2020

COELO

904

Nederland

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten

69

773

Indicator Formatie

Eenheid Fte per 1.000 inwoners

Periode 2020

Bron Eigen gegevens

Waarde

Benchmark

Waarde

8,8

nvt

nvt

De toegestane formatie volgens het vastgestelde formatieplan voor het begrotingsjaar op 1 januari Apparaatskosten

Kosten per inwoner

2020

Eigen begroting

€731,00

nvt

nvt

Alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

2020

Eigen begroting

11%

nvt

nvt

Inhuur voor vervanging of inhuur van specialisten met specialistische vakkennis die ontbreekt in de organisatie. Geen resultaatopdrachten of inhuur voor de uitoefening van wettelijke taken Overhead

% van totale lasten

2020

Eigen begroting

17%

nvt

nvt

De overheadkosten zoals begroot op taakveld overhead gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegen aan reserves)

70

Beleidsstukken Bij het programma financiën behoren geen geldende beleidsstukken of verordeningen.

Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Naam verbonden partij Ombudsman metropoolregio Vestigingsplaats

Amsterdam

Website

https://www.ombudsmanmetropool.nl/

Bestuurlijk belang

Deze gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing op gedragingen van organen van privaatrechtelijke rechtspersonen, die een voorheen gemeentelijke taak vervullen of mede vervullen. Het daartoe bevoegde bestuursorgaan moet een daartoe strekkend besluit hebben genomen. Deze regeling is aangegaan om op een effectieve en efficiënte wijze vorm en inhoud te geven aan de door de Gemeentewet aan de raad gegeven mogelijkheid om voor de behandeling van verzoekschriften een gezamenlijke ombudsman in te stellen. Wanneer inwoners niet tevreden zijn met de dienstverlening van (een van) de gemeenten die bij ons zijn aangesloten – bijvoorbeeld omdat ook na bezwaar een boete gehandhaafd blijft, een uitkering wordt stop gezet of omdat niet naar een inwoner wordt geluisterd – dan kan de inwoner een klacht indienen. De ombudsman voert ten minste jaarlijks overleg met een vertegenwoordiging van de raden en daarnaast ten minste jaarlijks met het voltallige presidium van de Gemeenteraad van Amsterdam van de Gemeenteraad van Amsterdam. Eventuele financiële consequenties worden in onderling overleg tussen de verzoekende deelnemer en de ombudsman vastgesteld en komen alleen voor rekening van de deelnemer.

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

Gemeentelijke bijdrage

2

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2019

226.548

31-12-2019

203.629

Vreemd vermogen

1-1-2019

329.469

31-12-2019

448.649

Financieel resultaat

-22.919

endvbend

71

Vennootschappen en coöperaties Naam verbonden partij BNG Vestigingsplaats

Den Haag

Website

www.bngbank.nl

Bestuurlijk belang

De gemeente Landsmeer heeft zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de 24.453 aandelen die zij bezit (een stem per aandeel van nominaal € 2,50) op het totaal van 55.690.720 geplaatste aandelen (aandeel gemeente Landsmeer: 0,04%). BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De bank ondersteunt overheidsbeleid en draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Er wordt krediet verstrekt tegen lage tarieven aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Gedurende het begrotingsjaar hebben zich geen veranderingen voorgedaan in de belangen van aandeelhouders in BNG Bank. (Hierbij is het gevolg van een eventuele gemeentelijke samenvoeging buiten beschouwing gelaten.) Gezien de onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten en de doorwerking van Corona kan het resultaat flucteren en zijn prognoses en outlooks minder zeker. Over 2020 werd tov 2019 evenwel meer winst gemaakt: respectievelijk 221 miljoen in 2020 tov 163 miljoen in 2019.

Doel openbaar belang

Ontwikkelingen

Risico's

Gemeentelijke bijdrage Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

1-1-2020

4.887.000.000

31-12-2021

5.097.000.000

Vreemd vermogen

1-1-2020

144.802.000.000 31-12-2021

Financieel resultaat

221.000.000

endvbend

72

160.359.000.000

Paragrafen Lokale heffingen Algemeen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerendezaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Gerealiseerde inkomsten Bedragen * € 1.000 Totaal programma

Begroting na wijziging 1.606

Rekening

Verschil

Afvalstoffenheffing

Begroting primair 1.606

1.378

-227

Leges burgerzaken

169

169

134

-35

Leges omgevingsvergunningen

157

157

173

15

9

9

10

1

2.302

2.425

1.995

-430

20

20

19

-1

1.138

1.138

1.137

-1

Roerende zaakbelasting

3

3

0

-3

Toeristenbelasting

30

15

-3

-18

5.435

5.543

4.844

-699

Marktgelden Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing

Saldo lasten

Kostendekkendheid

Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd.

73

Alle bedragen zijn x € 1.000 Afvalstoffenheffing Opbrengsten

Begroting na wijziging 1.606

Rekening 1.378

1.356

1.360

Storting voorziening Compensabele BTW

237

245

Toegerekende overhead Dekkingspercentage

161 92%

177 77%

Onttrekking voorziening Uitgaven

De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing zijn € 227K lager dan is begroot. Dit wordt veroorzaakt door: - Correctie van over 2019 en 2020 te hoog bijgeraamde opbrengsten ter hoogte van € 72K; - Hoger dan begrote afboeking van opbrengsten wegens oninbaarheid en vermindering, € 38K; - Lagere opbrengsten uit afvalstromen (Nedvang) als gevolg van correctie over 2018, 2019 en 2020, € 117K. Rioolheffing Opbrengsten

Begroting na wijziging 1.138

Rekening 1.137

809 82 223 24

759 92 267 18

100%

100%

Uitgaven Storting voorziening Compensabele BTW Toegerekende overhead Dekkingspercentage

De opbrengsten uit lijkbezorgingsrechten zijn € 58K hoger dan de begroting door een hoger aantal begrafenissen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden . Lijkbezorgingsrechten

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten

118

176

Uitgaven Toegerekende overhead

137 26

130 25

Dekkingspercentage

72%

113%

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead

234 683 132

199 672 129

Dekkingspercentage

29%

25%

Leges algemene dienstverlening

74

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten

185

191

Uitgaven Toegerekende overhead

594 114

530 102

Dekkingspercentage

26%

30%

Begroting na wijziging

Rekening

Opbrengsten

2

2

Uitgaven

6

5

Toegerekende overhead

1

1

26%

30%

Dienstverlening vallend onder de fysieke leef/omgevingsvergunning

Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn

Dekkingspercentage

Lokale lastendruk Woonlasten per huishouden Omschrijving

2019

2020

Gemiddelde woningwaarde OZB eigenaren Afvalstoffenheffing Rioolheffing

351.035 323,06 289,25 225,59

428.443 322,62 347,10 226,83

Totaal

837,90

896,55

Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen

Begroting na wijziging

Rekening

49.780

45.627

75

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen

Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen. Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn. De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen:  De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden;  De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen. Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.

Risicoprofiel Om de risico's van Gemeente Landsmeer in kaart te brengen is in samenwerking met de teammanagers een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een workshop ondersteund door NARIS. In totaal zijn 38 risico's in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht vindt u de tien belangrijkste risico’s die de grootste bijdrage leveren aan de berekende benodigde weerstandscapaciteit.

76

Invloed op weerstandsvermogen

Risicogebeurtenis

Kans Maximum optreden financieel gevolg

18,33% Lagere dan geraamde uitkering uit het gemeentefonds

50%

€ 200.000

13,39% juridische procedures

10%

€ 1.000.000

9,13%

Onverwachte (extra) overschrijding van budget voor inhuur, calamiteit

7,39%

Uitvoeren van meer dan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte als gevolg van (extreme) weersomstandigheden

7,37%

Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject

50%

€ 100.000 40% 10%

extra kosten bodemsanering bij uitvoering gemeentelijke 7,36% projecten en projecten derden (nutsvoorzieningen) of waar gemeente verantwoordelijk wordt gesteld

19%

onderhoud en vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte

10%

7,33%

7,13% verkeerd materiaal gebruik bij oeverherstel sportpark Extra voorzieningen WMO (incidentele grote en dure voorzieningen) hoger aantal personen jeugdhulpverlening (duurdere 2,72% verblijfstrajecten) dan geraamd 4,60%

€ 100.000

€ 600.000 € 194.343

30% 25%

€ 400.000 € 130.000 € 100.000

10%

€ 150.000

2,20% extra uitgaven vaststellingsovereenkomsten VSO

30%

€ 40.000

1,85% Niet realiseren geraamde inkomsten bouwleges Vertraagde uitvoering van projecten die zijn opgenomen in het 1,84% investeringsschema/beheerprogramma Toenemende uitvoeringskosten door vertraging Breekoever fase 1,82% 3 zijn niet meer op te vangen binnen het saldo van het project Vertraagde uitvoering van projecten die zijn opgenomen in het 1,82% investeringsschema/beheerprogramma

20%

€ 50.000

20%

€ 50.000

40%

€ 25.000

20%

€ 50.000

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 1,7 mln. - zie tabel 1) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 0,53 mln. (benodigde weerstandscapaciteit). Hoe hoger dit bedrag hoe hoger de dekking in de reserve weerstandsvermogen moet zijn. Daarbij komt dat de dekking van de reserve weerstandsvermogen gefinancierd wordt uit de algemene reserve. Dit zijn communicerende vaten.

77

Weerstandscapaciteit + ratio Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Landsmeer bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Voor een aantal elementen staat hier dat deze niet van toepassing zijn. Zo zijn bestemmingsreserves waar relevant al verrekend met de risico’s (bijvoorbeeld sociaal domein en diverse vereveningsreserves), is verzilvering van stille reserves niet aan de orde tot het moment dat hier een expliciet raadsbesluit over genomen is en geldt dit laatste ook voor de onbenutte belastingcapaciteit. De financiële verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Daarbij gaat het om de eigen inkomsten uit: 1. De onroerende zaakbelastingen (OZB) 2. De rioolheffingen; 3. De afvalstoffenheffingen en reiningingsrechten. Omdat de rioolheffing en afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor het jaar 2020 (redelijk peil OZB) is vastgesteld op 0,1853 (bron meicirculaire gemeentefonds 2019).

78

Totaal WOZ waarde in €

Percentage redelijk peil 2020

Redelijk peil in €

Niet-woningen eigenaren

93.450.000

0,1853%

173.162

Niet-woningen gebruikers

91.350.000

0,1853%

169.272

Woningen eigenaren

1.674.000.000

0,1853%

3.101.922

Totaal

3.444.356

Opbrengst OZB 2020

1.995.242

Onbenutte belastingcapaciteit na correctie kwijtschelding ad 45.628

1.494.742

Omschrijving Algemene reserve

Bedrag 2.630.000

Stille reserves Jaarresultaat

828.000 -1.532.000

Onvoorziene uitgaven Onbenutte belastingcapaciteit

0 1.494.742

Totale weerstandscapaciteit

3.420.742

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

79

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen

=

3.420.742 528.697

=

6,47

De ratio van de gemeente Landsmeer valt in klasse A. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 6,37 daarom als “uitstekend” te kwalificeren. Weerstandsnorm Waarderings-cijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

Kengetallen

80

Bedragen * € 1.000 Kengetallen

Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

Netto schuldquote Netto schuldquote voor verstrekte leningen

64% 64%

66% 66%

75% 75%

Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte

28% -1%

18% 0%

11% 0%

Grondexploitatie Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)

3% 113%

0% 116%

3% 116%

81

Kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang informatie geven. Van belang is te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Op basis van de cijfers bij het Jaarverslag 2020 kunnen we concluderen dat de gemeente over 2020 aan de gestelde normen voldoet. Echter de schuldquote en solvabiliteit laten een dalende trend zien. Deze wordt veroorzaakt door enerzijds een afname van het eigen vermogen (negatief rekeningresultaat) en anderzijds een stijging van het vreemd vermogen (langlopende schulden).

Netto schuldquote

De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2019 is met 75 % volgens de VNG-norm voldoende.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. De solvabiliteitsratio r is voor 2020 met 11% afgezet tegen VNG-norm onvoldoende.

Structurele exploitatieruimte

De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten waarbij rekening gehouden moet worden met beperkingen en verruimingen van de exploitatie door toevoeging en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke ruimte de gemeente heeft om haar lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de lasten nog kunnen stijgen dan wel de baten kunnen dalen, voordat de gemeente de lasten niet meer volledig kan dragen. Er is geen VNGnorm voor het niveau van dit kengetal, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting of jaarrekening niet sluit. De structurele exploitatieruimte is 0 procent.

Grondexploitatie

Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNG-norm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente.

Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde) De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Landsmeer zijn met € 58,65 gestegen van € 837,90 in 2019 naar € 896,55 in 2020. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Nederland zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gestegen met € 37,- van €

82

740,- naar € 776,-. Dit betekent dat daar waar we in 2019 circa 13% boven het landelijk gemiddelde zaten qua lastendruk, we in 2020 circa 16% boven het landelijk gemiddelde zitten.

83

Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen

Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen en de financiële gevolgen van het gevoerde beheerniveau. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we:  

Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd); Groot onderhoud.

Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Periode Beleidsnota / beheersplan

Vastgesteld Actualisatie door de raad

Riolering

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2013-2017

21-12-17

2023

Water, oevers & beschoeiingen

Waterplan 2016-2026 Oeverbeheerplan 2008-2018

21-12-16 30-09-08

2026 2019

Openbare verlichting

13-10-10

2020

Groen Kunstwerken

Beheerplan openbare verlichting 2011-2018 Groenbeleidsplan Landsmeer 2009-2019 (Het bomenbeheerplan wordt hier onderdeel van) Beheerplan bruggen 2014-2018

31-03-09 19-03-15

2020 2020

Gebouwen Spelen

Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2016-2025 Speelbeheerplan Landsmeer 2017-2022

25-09-16 20-04-17

2021 2022

Wegen

Beheerplan wegen 2018-2022

18-05-17

2022

De gemeente Landsmeer beschikt over beheerprogramma’s voor het onderhoud van riolering, wegen, openbare verlichting, speelplaatsen, bomen, gemeentelijke gebouwen, kunstwerken, water, beschoeiingen en groen. Gegevensbestanden worden doorlopend bijgewerkt met de laatste revisies, inspectiegegevens, beoordelingen en maatregelen om tot goede planningen te komen. De ramingen voor het onderhoud in de begroting zijn gelijk aan de bedragen van de desbetreffende jaarschijf van de onderhoudsplannen. 84

Onderdeel bedragen x € 1.000

Toevoeging Raming

Onttrekking Verschil Raming

Werkelijk

Gemeentehuis Gemeentewerf

68 33

68 33

0 0

Loket WWZ Kinderdagverblijf

0 3

0 3

Zwembad ICL

70 121

Diverse openb. Geb.

7 302

Werkelijk

Verschil

78 46

23 14

55 31

0 0

6 32

0 6

6 26

70 121

0 0

40 108

16 48

23 60

7 302

0 0

8 317

17 125

-9 192

Wegen

Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2017 geactualiseerd. Voor het achterstallig onderhoud is extra budget beschikbaar gesteld om in 2018 en 2019 een inhaalslag te maken. In 2020 is dit afgerond. Onder andere het fietspad Sportpark is integraal opgepakt, daarnaast zijn diverse kleine herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Voor o.a. het wegbeheer beschikt de gemeente sinds 2014 over beheersysteem Kikker, waarin weg inspecties kunnen worden ingelezen en het beheer kan worden gepland en actueel gehouden. Door 2-jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. De inspectie van 2020 is doorgeschoven naar 2021. In 2021 zal op basis van die inspectie een nieuw beheersplan opgesteld worden. De kunstwerken worden conform het beheerplan kunstwerken onderhouden en beheerd. Er is een start gemaakt met het in kaart brengen van de technische kwaliteit van de kunstwerken. De hieruit voortvloeiende aandachtspunten zouden worden verwerkt in het te actualiseren kunstwerkenbeleid en -beheer 2020. Door personele wisselingen wordt dit doorgeschoven naar 2021. Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK) heeft per 1 januari 2019 de wegvakken binnen de bebouwde kom, totaal circa 4 km weg, aan Landsmeer overgedragen.

In 2020 is HHNK het initiatief gestart om de wegen buiten de bebouwde kom over te dragen naar de gemeente Landsmeer. In 2020 is het beleidsplan Openbare verlichting geactualiseerd en vastgesteld door de raad. In 2020 is gestart met jet vernieuwen van het beheerplan en het verder verledden van het areaal hierin opgenomen. Dit beheerplan wordt in 2021 afgerond.

Riolering In 2020 is het oude gemengde riolering in de Meerkoetstraat en omgeving vervangen door een nieuw gescheiden riolering voor hemelwater en afvalwater. Het hemelwater wordt met een drainage-transport riool afgevoerd hetgeen een positief effect heeft op de grondwaterstand. Daar waar mogelijk wordt het hemelwater via de berm afgevoerd richting de sloot.

85

Daarnaast is de riolering in o.a. Purmerland gereinigd en geïnspecteerd. Een deel van Havenzathe is gereinigd. Verder is met regio Zaanstreek Waterland in 2020 gestart met de voorbereiding van de aanbesteding van het reinigen en inspecteren van vrijvervalriolering en het reinigen van kolken. Eind 2017 is het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023” voor een beleidsperiode van 6 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge zal in de komende beleidsperiode de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker worden betrokken bij het rioleringsbeheer. De inrichting van de openbare ruimte zal, waar nodig, aangepast moeten worden om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Op grond van het rioleringsplan 2018-2023 is de rioolheffing vastgesteld evenals het riool aansluittarief. In het verbreed GRP 2018-2023 is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld.

Het onderhoud en het doen van nieuwe investeringen evenals renovatie- en vervangingsinvesteringen zullen jaarlijks conform de kaders van het GRP plaatsvinden. In het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRP uit te voeren. Elk jaar wordt opnieuw afgewogen welke maatregelen getroffen moeten worden en wat de consequenties zijn van de te maken keuzes. Daar worden investeringen in aanpassingen van de openbare ruimte nadrukkelijk bij betrokken. Samen met de regio Zaanstreek is een regionale uitvoeringsagenda klimaatadaptie Zaanstreek Waterland opgesteld. Ook is in 2020 gestart met het opstellen van een lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie voor de gemeente Landsmeer. Zowel de regionale- als lokale uitvoeringsagenda worden in april 2021 ter vaststelling aan de raad aangeboden.

Water In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). Tevens wordt uitgegaan van het oeverbeheerplan 2008-2018 In 2022 wordt het nieuwe Oeverbeheerplan Landsmeer 2023-2027 vastgesteld. Een groot deel van het beheer en onderhoud van het stedelijk water wordt aan het HHNK overgedragen. De gemeente moet depotcapaciteit voor bagger beschikbaar stellen of tot nieuwe afspraken komen met het hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland voor de afzet van gemeentelijke bagger. Het Waterplan Landsmeer voorziet op dit moment in twee locaties. De bestaande locaties nabij de Violierweg en een nieuwe grotere locatie ten zuiden van Luijendijk-Zuid die als weiland-depot via een transportleiding bereikbaar is. Op 28 april 2014 is een intentieovereenkomst getekend tussen de gemeente en HHNK voor overname van het beheer van het stedelijke oppervlaktewater. De opgave is met wederzijdse instemming gesplitst in een overeenkomst voor het deel binnen de bebouwde kom en het deel buiten de bebouwde kom.

86

Met HHNK is gewerkt aan de definitieve overdracht van het beheer van het oppervlaktewater en ook de mogelijkheden worden onderzocht om de wegen van het HHNK over te dragen aan onze gemeente. In 2021 zal hier verder aan worden gewerkt.

Groen

Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimtebeleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. Het onderhoudsbudget is gesplitst in en regulier onderhoudsbudget en een voorziening voor (groot) onderhoud. Door de voorziening onderhoud jaarlijks aan te vullen zijn er middelen om de speeltoestellen en locaties volgens een vastgestelde planning te vervangen. In het afgelopen jaar is het project om te komen tot een ravotplek in het sportpark afgerond. In 2009 is het groenbeleidsplan vastgesteld door de raad. Het groenbeleidsplan is een omschrijving van het openbaar groen van de gemeente op het gebied van kwaliteit, beheer en onderhoud. Door middel van kaarten zijn diverse groenstructuren in beeld gebracht. In 2007 is het bomenbeheerplan vastgesteld door de raad. Het bomenbeheerplan is geschreven om het belang van bomen te benadrukken en voorwaarden te stellen aan beheer en onderhoud van de bomen in Landsmeer. In 2019 is een inspectie gedaan van het bomenbestand Dit geeft inzicht in de onderhoudscyclus en geeft sturing aan onderhoudswerkzaamheden.

In aanvulling hierop is een monumentale bomenlijst opgesteld. In 2020 is het project gestart om te komen tot een nieuw groenbeleidsplan. Door personele wisselingen in de organisatie en de Corona pandemie heeft het proces vertraging opgelopen. Planning is om in 2021 het nieuwe groenbeleidsplan ter vaststelling aan de raad aan te bieden.

Gebouwen

Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP). Jaarlijks worden de werkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. Het 4-jaarlijks actualiseren van het systeem is uitbesteed aan externe partijen. Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Ten behoeve van de planning van het onderhoud wordt onderscheid gemaakt naar verschillende intensiteiten die elk een eigen frequentie hebben (< 10 jaar, 10 – 20 jaar en > 20 jaar). Daarbij is een bundeling gemaakt van activiteiten die bij elkaar horen om te voorkomen dat er een veelheid van kleine, afzonderlijke activiteiten moet worden uitgevoerd. Kortom: planmatig werken. Beheer en onderhoud worden uitgevoerd volgens de planning. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

87

Financiering Algemeen

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn:  Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating  Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Algemene ontwikkelingen: rentebeleid Na een forse daling van de rente vanaf maart 2020, loopt de rente geleidelijk op of wordt minder negatief. De renten zijn bijna op nivo van voor de crises.

Mocht de rente nog verder oplopen door mogelijke bovengemiddelde toename van de inflatie, dan zal de ECB gebruikt haar instrumentarium inzetten om de rentetoename af te laten vlakken. De rente voor een 10-jaars staatslening nam fractioneel toe van min 0,47% eind 2020 naar min 0,21% in het eerste kwartaal van 2021. Door de pandemie is de ontwikkeling van de nederlandse economie negatief. Het bruto binnenlands product kende een negatieve ontwikkeling van min 3,7%. De inflatie in 2020 bedroeg plus 1,1%. Voor 2021 wordt economisch herstel verwacht. Het verwachte economisch herstel is breed Risicobeheer, de kasgeldlimiet en renterisiconorm De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke kortlopende middelen (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een kasgeldlimiet. Dit is geconcretiseerd in de vorm van een maximum percentage van het begrotingstotaal dat gedurende enig jaar met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar en de renterisiconorm op geldleningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Het doel van deze normen afkomstig uit de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijke) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.

Het niveau van de korte leningen, de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van het bedrag van de begroting. De rente-risiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd.

88

De maximale toegestane kortlopende schuld was € 2.010k conform de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). In onderstaande tabel wordt de voor 2020 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. De actuele kortlopende schulden zijn niet binnen de norm gebleven. Derhalve is half december 2020 een lange geldlening aangetrokken. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Omvang begroting per 1 januari 1. Toegestane kasgeldlimiet

1e kw 2020 23.649

2e kw 2020 23.649

3e kw 2020 23.649

4e kw 2020 23.649

In procenten van de grondslag In bedragen 2. Omvang vlottende schuld Schuld in rekening courant

8,5% 2.010

8,5% 2.010

8,5% 2.010

8,5% 2.010

-875

-653

-1.428

-1.043

Totaal vlottende schuld 3. Vlottende middelen Omvang liquide middelen Tegoeden in rekening-courant

-875

-653

-1.428

-1.043

34

32

33

13

34

32

33

13

2.010 -841

2.010 -620

2.010 -1.396

2.010 -1.031

Ruimte (+) Opgenomen kasgeld

1.169 -1.500

1.390 -4.000

614 -5.500

980 -4.667

Oveschrijding limiet

-331

-2.610

-4.886

-3.687

Totaal liquide middelen Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)

In de volgende tabel wordt de rente-risiconorm afgezet tegen de feitelijke situatie. Hieruit blijkt dat de gemeente binnen de norm is gebleven. Einde 2020 is een nieuwe geldlening afgesloten van € 10.000k met een looptijd van 20 jaar. Renterisiconorm

Rekening

Begroting

Rekening

(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen 2. Aflossingen

2019

2020

2020

0 1.483

0 2.783

0 2.783

3. Renterisico (1+2)

1.483

2.783

2.783

4. Renterisiconorm

4.838

4.730

4.730

5a Ruimte onder risiconorm (als 4 > 3)

3.355

1.947

1.947

0

0

0

24.188

23.649

23.649

Percentage

20%

20%

20%

Renterisiconorm

4.838

4.730

4.730

5b Overschrijding renterisiconorm (als 3>4) Berekening Renterisiconorm Begrotingstotaal

89

Financieringsbehoefte en leningenportefeuille Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. Per jaar wordt gekeken welke geldleningen in aanmerking komen voor vervroegde aflossing en aan de hand van de dan geldende kapitaalmarktrente wordt een beslissing genomen. Dit boekjaar is een nieuwe lening aangetrokken van € 10.000k tegen minus 0,02% met een looptijd van 20 jaar. (bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari 2020 -Nieuwe leningen -Reguliere aflossingen -Vervroegde aflossingen -Renteaanpassingen (oud %) -Renteaanpassingen (nieuw %) Stand per 31 december 2020

Rente 12.433 10.000 -2.783

0,02%

0

19.650

Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, dan zal er aanvullende financiering benodigd zijn. (bedragen x € 1.000)

01-01-20

31-12-20

Reserves

6.007

3.410

Voorzieningen Opgenomen geldleningen

4.312 12.433

3.227 19.650

A. Totaal financieringsmiddelen

22.752

26.287

B. Vaste activa

21.184

22.655

Saldo financiering (A-B)

1.568

3.632

C. Geïnvesteerd in Grondexploitatie

786

848

Saldo financiering inclusief grondexploitatie

782

2.784

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er een positief saldo financiering is. Eventuele negatieve saldi worden in principe gedekt door het aantrekken van kort vreemd vermogen. 90

Bedrijfsvoering Algemeen

De paragraaf Bedrijfsvoering beschrijft de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Het college maakt met deze beschrijving inzichtelijk dat er, doelmatig, doeltreffend en klantgericht wordt gewerkt aan de uitvoering van de programma’s. De paragraaf Bedrijfsvoering bevat de volgende onderdelen:       

Ambtelijke samenwerking ICT Informatiebeveiliging en privacy Personeel Dienstverleningsplan Financiën Betaaltermijn

Ambtelijke samenwerking Naast de formele bestaande samenwerkingen vanuit de verschillende gemeenschappelijke regelingen, wordt op ambtelijk niveau samengewerkt met de regiogemeenten op velerlei onderwerpen waaronder: ruimte & landschap, mobiliteit/bereikbaarheid, duurzaamheid en economie & toerisme. Voor meer informatie verwijzen wij naar het programma Bestuur, onderdeel regionale samenwerking. In programma Algemeen bestuur is een uitgebreide toelichting te vinden over de bestuurlijke toekomst.

ICT

Doorontwikkeling, vervanging hardware, digitalisering en gevolgen maatregelen Corona In oktober 2019 is de gemeente Landsmeer met haar ICT-infrastructuur gemigreerd naar een nieuwe ‘cloud’ leverancier. Deze migratie was noodzakelijk voor het blijven functioneren van de werkprocessen, diensten en de uitgifte van producten. Het begin van 2020 is nog ingezet op gebruik van consultancy ten behoeve van afronding van deze migratie. Hierna is ingezet op de doorontwikkeling van de ICT infrastructuur en dan met name door het inventariseren van de beschikbare hardware (ten behoeve van noodzakelijke vervanging). Jaarlijks moet hardware en ‘mobile devices’ worden vervangen en/of nieuw worden aangeschaft. Het budget was tot en met 2020 niet toereikend en door het o.a. afschrijven van oude en defecte hardware, het toenemen van het op afstand werken en door nieuwe technologische ontwikkelingen, stegen de kosten. Hierdoor is het noodzakelijk om dit budget te verhogen. In 2020 kon worden ingezet op de vervanging van hardware (‘mobile devices’) en onderhoud van de technische infrastructuur, bv. digitale telefooncentrale). De hardware moest gemoderniseerd worden en de hardware voor werkplekken moest up-to-date worden gebracht. De vervanging van hardware moest ook worden ingezet om de veiligheid en functionaliteit van de gemeente te blijven borgen.

Op de digitalisering van de gemeentelijke werkprocessen is ook in 2020 ingezet d.m.v. het zaak-en procesgericht werken. Landsmeer moet hierin de nodige stappen blijven zetten om dit ook met behulp van ICT mogelijkheden ondersteuning te bieden. Dit leidt tot andere en nieuwe inspanningen. 91

Landsmeer blijft daarom alert de nieuwste ICT ontwikkelingen volgen en anticipeert waar dat kan al zo vroeg mogelijk op deze ontwikkelingen om haar ICT omgeving up-to-date te houden. Bij doorontwikkeling blijft het ook belangrijk dat de o.a. flexibiliteit, uitwisselbaarheid van informatie met mogelijke ketenpartners en leveranciers, gewaarborgd blijft. In het begin van 2020 was er nog geen sprake van Corona maatregelen en de gevolgen ervan, maar vanaf maart 2020 moest het team ICT stevig inzetten om extra middelen, hardware (‘mobile devices’), aan te schaffen en in te gaan zetten voor de brede ondersteuning van het verplichte thuiswerken van alle medewerkers (door o.a. MS Teams versneld uit te rollen, ‘mobile devices’ aan te passen, koppelingen leggen, apps inzetten). Voor het op afstand vergaderen hield dit in dat de digitalisering van het vergaderen (op afstand) door de raad (via een app en later via Ibabs) is ingeregeld en ondersteund.

Informatiebeveiliging en privacy

Informatiebeveiliging en Privacy, Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Functionaris Gegevensbescherming Allereerst zijn er een aantal procedures en protocollen opgesteld, zoals bijvoorbeeld een procedure voor de rechten van betrokkenen en een protocol rond videobellen en online vergaderen. Ook is er aandacht besteed aan bewustwording: zo is er een awareness-sessie georganiseerd waarin de uitkomsten van een mystery-guest onderzoek werden besproken, alsook handige tips en tricks werden gedeeld over bijvoorbeeld het herkennen van phishingmails en het instellen van wachtwoorden. Een platform ten behoeve van bewustwording is ook aangeschaft en zal in april 2021 worden gelanceerd. Ook is er informatie voor de medewerkers aangeboden op intranet, zoals een ‘gedragscode Informatiebeveiliging en privacy’ of de ‘avg in een notendop’. Dit jaar is er aandacht besteed aan een inventarisatie rond de werkprocessen van de gemeente. Dit om verdere opstelling en aanvulling te geven aan het register van verwerkingen en tevens noodzakelijk is bij de implementatie van risicomanagement. Om de managers te ondersteunen rond risicomanagement en aldus de implementatie van passende technische en organisatorische maatregelen bij de inrichting/herziening van werkprocessen en/of informatiesystemen, is er een procedure opgesteld.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de uitvoering van risicoanalyses een geïntegreerd onderdeel wordt van het proces bij bijvoorbeeld aanschaffing van software, of bij de opstelling van een samenwerkingsovereenkomst. Hier zal in 2021 meer aandacht aan worden besteed. In 2021 zal er een nulmeting rond informatiebeveiliging en privacy worden uitgevoerd, middels de inmiddels aangeschafte ISMS-tooling. De uitkomsten van deze nulmeting zullen uiteindelijk worden gebruikt voor de opstelling van een informatiebeveiliging- en privacy plan voor 2021. Het afsluiten en inventariseren van verwerkersovereenkomsten heeft in 2020 ook een belangrijke plek gekregen. Wanneer de gemeente Landsmeer werkzaamheden uitvoert waarbij persoonsgegevens verwerkt worden, en deze uitbesteed zijn bij een andere partij, moeten er

92

afspraken worden gemaakt over onder andere de bescherming en verwerking van de persoonsgegevens. Verwerkersovereenkomsten worden dus bij nieuwe diensten afgesloten. Verder heeft de horizontale en verticale verantwoording rond informatiebeveiliging dit jaar weer plaatsgevonden, middels de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA).

Personeel

Doorontwikkeling Organisatie Ontwikkelplan In 2020 is gewerkt aan de organisatievisie van de gemeente Landsmeer. Hiervoor is input opgehaald bij de medewerkers. De visie is tot stand gekomen door, en is bedoeld voor, de medewerkers, het management en de directie. De organisatievisie laat zien waar we sterk in zijn en welke ambitie we hebben. De visie wordt in 2021 verder uitgerold en zal helpen met het maken van keuzes, om koers te houden en moet terugkomen in de dagelijkse werkzaamheden. Omdat het voorheen geldende functiehuis zou vervallen, is in 2020 een start gemaakt met een nieuw functiehuis. Na onderzoek is gekozen voor, ook in de regio veel gebruikte, HR21. Deze conversie naar HR21 is in 2020 voorbereid en uitgewerkt, waarbij de verdere uitrol en concrete uitwerking in 2021 zal plaatsvinden. Uiteraard is ook de OR hier nauw bij betrokken geweest. Naast de organisatievisie en HR21 is de organisatie, net als iedereen, geconfronteerd met corona en alle uitdagingen die hier bij komen kijken. Daarbij is veel aandacht geschonken aan begeleiding en sturing van de collega’s die opeens thuis moesten werken. Onder andere onthechting, stress, verandering van werkwijze en de balans tussen werk en privé, hebben veel gevraagd van de organisatie en nog meer van de collega’s.

Het managementteam heeft veel tijd gestoken om mensen bij te staan en helpen met allerlei problemen die zich voordeden. Het gemis van contact met collega’s is door het jaar heen steeds sterker geworden. Alhoewel de productiviteit niet zozeer hieronder heeft geleden, heeft alles wel een enorme (soms psychische) impact op de collega’s gehad. Dit zal ook in 2021 nog doorwerken. De organisatie heeft ingestoken op digitale verbondenheid en collega’s specialistische ondersteuning (ook psychisch) aangeboden waar nodig. De Regeling Inrichting Thuiswerkplek is in mei 2020 in werking getreden om handvaten te bieden voor de collega’s, om zo hun werkplek thuis beter in te kunnen richten bij lichamelijke klachten. Organisatie breed is er voor alle collega’s een feedback/feed forward training gegeven, uiteindelijk ook digitaal omdat fysieke aanwezigheid niet mogelijk was. Voor de buitendienst staat deze training nog voor 2021 op de agenda. Voor de buitendienst is er in 2020 een aanpassing doorgevoerd. Hierbij is de nadruk meer op interactie met de samenleving komen te liggen en is er een toename in gebruik van automatisering door de buitendienst gekomen. De buitendienst komt door de aanpassingen meer in een regierol. De functie van voorman is komen te vervallen en hiervoor zijn nieuwe functies in de plaats gekomen, te weten (meewerkend) opzichter en toezichthouder.

Plan en functies zijn door gemeentesecretaris goedgekeurd, waarbij de OR positief heeft geadviseerd over het plan. De verdere uitwerking zal in 2021 plaatsvinden. Vervolg Het Nieuwe Landsmeerse Werken (LED verlichting en vervanging ICT bekabeling)

93

In 2019 is besloten om de kosten van € 70.000,-- voor de vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting te dekken uit het budget Duurzaamheid. Omdat het onderwerp Duurzaamheid geen prioriteit meer heeft bij de gemeente Landsmeer is de aanbesteding voor dit project stopgezet. Het project ‘vervanging ICT-bekabeling’ heeft in 2020 wel doorgang gevonden en wordt medio 2021 afgerond. Wijziging rechtspositie ambtenaren (WNRA) De Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) heeft er per 1 januari 2020 voor gezorgd dat de aanstelling van de ambtenaren op 1 januari 2020 van rechtswege overgegaan zijn naar een arbeidsovereenkomst volgens het Burgerlijk Wetboek. Op dat moment is ook de CAO CAR-UWO komen te vervallen en in plaats hiervan is de CAO Gemeenten 2020 gekomen. Door een goede voorbereiding in 2019 hebben zich op dit onderdeel geen bijzonderheden voorgedaan. Wel is van belang om te melden dat door de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) ook werknemers met een tijdelijk contract evenveel recht op een transitievergoeding hebben als werknemers met een vast contract. De financiële gevolgen hier van kunnen vooralsnog binnen de personeelsbegroting worden opgevangen.

Dienstverleningsplan

De resterende projecten in 2020 zijn vervolgd en afgerond. Bv. het zaak-en procesgericht werken is in 2020 verder geïmplementeerd en is in 2021 de digitale werkwijze in de organisatie. Het project ‘Implementatie Omgevingswet’ is in 2019 een programma geworden, met een eigen programmamanager, en geen onderdeel meer van het DvP 2020. Aan de projecten voor de implementatie van de omgevingswet wordt hard gewerkt. De omgevingswet gaat officieel op 1 januari 2022 in.

Extra activiteiten

Digitalisering Planning & Control cyclus In 2019 is de programmabegroting teruggebracht van twaalf naar vijf programma's. Op deze manier is het in 2020 voor zowel de raad als de inwoners overzichtelijker wat de plannen zijn van de gemeente Landsmeer en waar het geld aan besteed wordt. In 2020 heeft een verdere optimalisering van de digitale P&C cyclus plaatsgevonden.

94

Betaaltermijn

Landsmeer streeft naar een score van 90% als het gaat om tijdige betalingen en richt zich op een gemiddelde betaaltermijn van <30 dagen. 2019

2020

Percentage betalingen binnen 30 dagen

71,9%

71,5%

Percentage betalingen >30 dagen

28,0%

28,5%

Gemiddelde betaaltermijn in dagen

30,7

29,6

Na de invoering van E-facturatie in het vierde kwartaal van 2019 was de verwachting dat dit een verder positief effect op de betaaltermijn zou hebben. Aanloopproblemen, personele wisselingen en de verminderde bezetting op kantoor door de corona-maatregelen hebben echter een remmend effect gehad. Op dit moment loopt het beter. Verwachting is dan ook dat het positieve effect op de betaaltermijn in 2021 duidelijk zichtbaar zal worden.

95

Verbonden partijen Algemeen

In deze paragraaf geven we, volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), een overzicht van alle verbonden partijen van de gemeente en van de financiële aspecten ervan. In de programma’s staat informatie over de betrokkenheid van verbonden partijen bij het halen van de doelstellingen. Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin we een financieel belang én een bestuurlijk belang hebben. Het gaat hierbij om:  Privaatrechtelijke rechtspersonen (vennootschappen, stichtingen en verenigingen);  Publiekrechtelijke rechtspersonen (gemeenschappelijke regelingen). Voor de betekenis van de begrippen ‘bestuurlijk belang’ en ‘financieel belang’ sluiten we aan bij de definities zoals in het BBV staan. En in de bijbehorende circulaires en toelichtingen daarop. Er is een financieel belang als we:  een aan een verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag bij faillissement niet kunnen verhalen;  aansprakelijk zijn wanneer de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer we:  aandeelhouder zijn;  aan een gemeenschappelijke regeling deelnemen;  een garantie hebben afgegeven;  een lening hebben verstrekt. Een bestuurlijk belang betekent dat we zeggenschap hebben in de rechtspersoon, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht.

Er is een bestuurlijk belang als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij zitting in een toezichthoudend orgaan is geen sprake van vertegenwoordiging in het bestuur. Wanneer we in een toezichthoudend orgaan echter een besluitvormende stem hebben, stelt het BBV dit gelijk aan vertegenwoordiging in het bestuur. Er is dan wel een bestuurlijk belang. Wanneer er alleen een adviserend lidmaatschap is in een toezichthoudend orgaan, dan bestaat er volgens de definitie van het BBV geen bestuurlijk belang. Bij alleen een benoemingsrecht of voordrachtsrecht voor het bestuur is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Alle bedragen hieronder zijn x €1.000.

96

Gemeenschappelijke regelingen Naam verbonden partij

Waterlands Archief

Vestigingsplaats

Purmerend

Website

www.waterlandsarchief.nl

Bestuurlijk belang

Het Waterlands archief ontvangt een jaarlijkse bijdrage.

Doel openbaar belang

Gemeentelijke bijdrage

De belangrijkste doelstelling van het Waterlands Archief is het duurzaam beheren en beschikbaar stellen van overheidsinformatie die als zodanig is gewaardeerd zodat toekomstige generaties het archief kunnen blijven raadplegen. Hiermee voldoet de gemeente aan de bepalingen van de Archiefwet. Het archief oriënteert zich op haar rol, bijvoorbeeld in relatie tot ontwikkelingen als Big Data, een opgave binnen de MRA. Het Waterlands Archief is bezig met een eerste opzet voor de realisatie van een E-depot (digitaal statisch archief). Digitalisering is een belangrijke maar ook kostbare opgave. Ook de Omgevingswet stelt eisen t.a.v. het WA. 79

Financiële gegevens

Begindatum

Bedrag

Einddatum

Bedrag

Eigen vermogen

01-01-2020

356

31-12-2020

182

Vreemd vermogen

01-01-2020

50

31-12-2020

50

Financieel resultaat

0

Naam verbonden partij

Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

Vestigingsplaats

Zaandam

Website

www.veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl

Bestuurlijk belang

Gemeentelijke bijdrage

Jaarlijkse bijdrage en vertegenwoordiging in bestuur door de burgemeester. Hoogwaardig kwaliteitsniveau van voorbereiding op en bestrijding van incidenten, crises en rampen in regio. Focus in het beleidsplan is de doorontwikkeling van de organisatie ivm de veranderende samenleving. Tevens ontwikkeling tot een netwerkorganisatie. Ook de voorbereidingop de invoering van de Omgevingswet is een belangrijke opgave. Professionalisering, wetswijzigingen kunnen leiden tot een verhoogde bijdrage. 783

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=4dfa7b07-83db-49de-8fdd-5772a92c5d4e