CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

GETEKENDE Verordening heffing en invordering belastingen roerende woon- en bedrijfsruimten

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Vaststellen belasting- en legesverordening1.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 21 december 2023 Gerneente Landyneer

De raad van de gemeente Landsmeer; gelezen het voorstel van 14 november 2023, gelet op artikelen 216 en 221 van de Gemeentewet besluit vast te stellen de volgende verordening. besluit : vast te stellen de Verordening op de heffing en de mnvordering van belastngen op roerende woon- en bedrijfsruimten Landsmeer 2024.

Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten worden ter zake van de binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten twee directe belastingen geheven, te weten. a. een gebruikersbelasting van degene die naar de omstandigheden, beoordeeld bj het begin van het kalenderjaar, de roerende bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezt, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen gebruikersbelasting. b, een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een roerende woon- of bedrijfsruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting 2. Met betrek.king tot de gebruikersbelasting wordt: a. gebuik door degene aan wie een deel van de ruimte in gebruik is gegeven. aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruk heeft gegeven, is bevoegd, de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b, het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik, aangemerkt ails gebruik door degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld; degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd. de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte ter beschikking is gesteld 3.

Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig bekend staat, tenzij biijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel2 Voorwerp van de belasting Als èén roerende woon- of bedrijfsruimte wordt aangemerkt a. een binnen de gemeente gelegen roerende wcon- of bedrijfsruimte welke duurzaam aan een plaats is gebonden en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik. b, een gedeelte van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderljk geheel te worden gebruikt; c. een samenstel van twee of meer onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimten of onder b bedoelde gedeelten daarvan. die bij dezelfde belastingplchtige in gebruik zijn en die. naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren,

d. het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte van een onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c bedoeld samnenstel Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstat van de belastingen is de waarde van de roerende wcon- of bedrijfsruimte. De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de ruimte dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. 2 De heffingsmaatstaf van een roerende bedrijfsruimte wordt bepaald op de vervangingswaarde, met uitzondenng van roerende ruimten de zijn ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastestelde registers van beschermde monumenten, indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste hd. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met. a, de aard en de bestemming van de ruimte; b. de sedert de stchting van die ruimte opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen 3. Met betrekking tot een roerende woonruimte die deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Staatsblad 1989, nr 252) aangewezen landgoed dat voldoet aan de in art.

1, derde hid, onderdeel b, van de in die wet bedoelde voorwaarden, wordt in zoverre afgeweken van het eerste lid, dat de heffingsmaatstaf wordt bepaald met inachtneming van een veronderstelde verplichting om het landgoed gedurende 25 aar als zodanig in stand te houden en geen opstaand hout te vellen anders dan volgens de regels van nommaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Fuimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte, worden geacht deel uit te maken van de woonruimte. 4. Met betrekking tot een roerende woon- of bedrijfsnuimte als bedoeld in art. 2. aanhef en onderdeel d, wordt de heffingsmaatstaf bepaald op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele roerende wcon- of bedrijfsruimte, bedoeld in art 2, onderdeel d. Artikel 4 Waardepeildatum 1. De waarde van een roerende woon- of bednjfsruimte wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin die ruimte op die datum verkeert. 2. De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald. 3. Indien een roerende woon- of bedrijfsruimte na de waardepeildatum die benoort bij het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld a. wjzigt als gevolg van hetziy bouw, verbouwg, verbetering. afbraak of vernietiging. hetzij veranderng van bestemming.

welke wijziging een verandering in de waarde van ten minste 5 percent met een minimum van € 11 345 ten gevolge heeft dan wel van € 113.445 of meer, of b. een verandering in waarde ondergaat van ten minste 5 percent met een minimum van€ 11.,345 dan wel van € 113.445 of meer ais gevolg van een andere, specafek voor de roerende ruimte geldende. bijzondere omstandigheid, of c duurzaam aan een paats wordt gebonden en dient tot permanente bewoning of permanent gebruk, wordt, in afwjking in zoverre van het eerste id, de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar, volgende op dat waarn de in onderdeel a bedoelde feiten geheel of ten dele hun beslag hebben gekregen dan wel de in onderdeel b of c bedoelde omstandigheid heeft plaatsgevonden of is gebleken.

4. De waardepeildatum is 1 januan 2023

Artikel 5

Belastingtarieven

1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting. 0,23840%. b. de eigenarenbelasting. 1" voor roerende woonruimten : 0,10039%; 2° voor roerende bednjfsruimten: : 0,28133%. 2. Geen belasting wordt geheven indien de heffingsmaatstaf van de roerende ruimte beneden € 11.344 blijft Artikel 6

Vrijstellingen

In afwijking in zoverre van art 3 wordt bij het bepalen van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. roerende bedrjfsrummten, voorzover de ondergrond daarvan bestaat ut cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geexploiteerd ten behoeve van land- of bosbouw. b. glasopstanden de bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. roerende bedrijfsruimten ten behoeve van waterverdedigingsen watertbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen. d. roerende bedriyfsruimten die zijn bestemd voor de zuivering van nool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; e. roerende bedryfsrummten die in hoofdzaak zjn besterd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard; f. roerende bedrijfsruimten die in hoofdzaak worden gebruikt voor het geven van basisonderwijs. g.

roerende bedrjfsruimten, voorzover die zijn bestemd, te worden gebruikt ten behoeve van begraafpaatsen, urentuinen en crematona, h werktuigen die van een roerende ruimte kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zchzelf als ruimten zijn aan te merken. 2. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bj de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebrukersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn a3n woondoeleinden. Artikel7

Wijze van belastingheffing

1. De belastingen worden geheven bij wege van aanslag 2. De aanslagen kunnen met andere aanslagen op een zogenaamd combi-aanslagbljet worden verenigd. Artikel 8

Termijnen van betaling

1. De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn éón maand later. 2. Indien op basis van art 7.lid 2, een machtiging tot automatische incasso werd afgegeven, moeten de aanslagen worden betaald, respectievelijk worden de aanslagen geincasseerd in acht gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke volgende termujn één maand later.

3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel. 1. Met ingang van de in het derde lid vermelde datum vervalt de Verordening op de hefting en invordering op roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen 2023, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Landsmeer 2024'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van '1 december 2023. De gnffier.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=271bad7f-a1c3-41a6-9bf5-55c0bd60427c