Gemeente Landsmeer - Accountantsverslag 2021 WG
Tekst van het document
Accountantsverslag 2021 Gemeente Landsmeer
Aan de gemeenteraad van de gemeente Landsmeer Postbus 1 1120 AA LANDSMEER
Geachte leden van de gemeenteraad,
Onderwerp Accountantsverslag 2021
Bij de jaarrekening 2021 hebben wij op 30 juni 2022 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid.
Datum 30 juni 2022
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2021. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.
Kenmerk 312021002.22.192
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2021 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Landsmeer is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 30 mei 2022 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met de Auditcommissie.
Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA
ValidSigned door A. Booij RA op 30-06-2022 Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2
Arie Booij
3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12
Tel: 06 – 1509 2689 Remco Korhorn Tel: 06 – 1099 9195
2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 4. Interne beheersing ................................................................ 28 5. Overige aangelegenheden ..................................................... 33
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312021002.22.192 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging van 12 augustus 2021 (kenmerk 312021002.21.240) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2021. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening 2021 van de gemeente Landsmeer. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het “Controleprotocol 2021-2024 Gemeente Landsmeer” dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021 en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021. Tijdens de uitvoering van de oorspronkelijke controleplanning hebben zich geen wijzigingen van materieel belang in de reikwijdte voorgedaan. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2021 voldoende voor de doelstelling van onze controle.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde controleprotocol
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het “Controleprotocol 2021-2024 Gemeente Landsmeer” dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juli 2021. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2021 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:
Bron: Jaarrekening 2021 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten
Onzekerheden
€ 254.000
€ 762.000
De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de jaarrekeningcontrole 2021 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. 312021002.22.192 - 2
▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪ ▪
Voortgang investeringsplanning en beheersing van investeringskredieten. Voortgang en status ontwikkeling grondexploitaties: o Luijendijk-Zuid: afwikkeling afkoop bovenwijkse voorzieningen bepalend voor uiteindelijk resultaat o Breekoever/Sportlaan: resultaat is afhankelijk van realisatie Breekoever o Hotelresort: boekwaarde ultimo 2020 bestaat uit geactiveerde voorbereidingskosten. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot (doorlopende) fouten in voorgaande jaren. De verantwoording en waardering van voorzieningen in relatie tot de aanwezigheid van actuele onderbouwingen (vanwege schattingselementen). Gedurende het boekjaar 2021 zijn de voorzieningen voor onderhoud vrijgevallen in verband met het ontbreken van actuele beheerplannen. Afwikkeling onverschuldigde betaling WNT 2020. Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het college en management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Landsmeer. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2020 gerapporteerde onzekerheden rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd.
Uw afhankelijkheid van derden: o Sociaal Domein (Jeugd en Wmo) o Belastingen (gemeente Amsterdam) o Uitkeringen (gemeente Waterland/ Haltewerk) De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. De voortgang en status van de (noodzakelijke en gewenste) verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de af te geven collegeverklaring rechtmatigheid (over boekjaar 2022).
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Op het onderdeel “Vennootschapsbelasting” is sprake van een balansmutaties, zijn in overschrijding van de begroting (lasten). Deze begrotingsrechtmatigheidsfouten werken op basis van de Kadernota Rechtmatigheid materiële zin rechtmatig (oktober 2018) van de Commissie BBV niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Tevens is sprake van een aantal overschrijdingen op investeringskredieten waarvan een bedrag van in totaal € 21.000 doorwerkt in ons rechtmatigheidsoordeel. Ook is sprake van fouten als gevolg van niet rechtmatig aanbestede contracten voor een bedrag van € 148.000. Tenslotte werken niet gecorrigeerde getrouwheidfouten van in totaal € 56.000 ook door in ons rechtmatigheidsoordeel. 312021002.22.192 - 3
De totale rechtmatigheidsfout die doorwerkt in ons rechtmatigheidsoordeel bedraagt daarmee in totaal € 225.000. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in materiële zin, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2021
De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Landsmeer. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen het BBV
van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Landsmeer zijn uiteengezet in de jaarrekening 2021 in onderdeel “Waarderingsgrondslagen”. In de jaarrekening 2021 hebben zich ten opzichte van jaarrekening 2020 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Landsmeer. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de (niet materiële) fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeente Landsmeer op 31 december 2021 geeft in overeenstemming met het BBV. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van de gemeente, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het “Normenkader Landsmeer 2021” dat is vastgesteld door de raad op 8 juli 2021.
312021002.22.192 - 4
Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312021002.22.192 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312021002.22.192 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt zowel in relatieve zin als absolute zin toe
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2021 bedraagt € 1.655.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 563.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2021 € 2.218.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)
2021
2020
2019
Eigen vermogen per 1 januari
3.188
6.006
8.099
Tussentijdse resultaatbestemming
-/- 563
-/- 1.279
-/- 1.847
Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)
2.218
-/- 1.539
-/- 246
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
1.655
-/- 2.818
-/- 2.093
Eigen vermogen per 31 december
4.843
3.188
6.006
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en de onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van de gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2021 circa 21% van het balanstotaal (2020: circa 10% van het balanstotaal) en daarmee in relatieve zin gestegen. Ook in absolute zin is het eigen vermogen toegenomen in 2021. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het boekjaar 2021. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
312021002.22.192 - 7
Resultaat 2021 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Landsmeer ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen aan reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten (incl. algemene dekkingsmiddelen)
26.477
Totale lasten (incl. overhead en vennootschapsbelasting)
24.822
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
1.655
Af: toevoegingen aan reserves
646
Bij: onttrekkingen aan reserves
1.209
Saldo mutaties reserves Gerealiseerd resultaat (voordelig)
563 2.218
De exploitatie over 2021 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 1.655.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 895.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 2.550.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 2.218.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het gerealiseerd resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de realisatie verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het voordelige exploitatieresultaat 2021 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de structurele baten en lasten. Het inzicht in de structurele baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
312021002.22.192 - 8
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit Het college van vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf “Weerstandsvermogen burgemeester en en risicobeheersing”) heeft het college van burgemeester en wethouders bepaald op € 4.983.000. In 2020 bedroeg deze € wethouders kwalificeert het 3.414.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve ten opzichte van 2020 gestegen. weerstandsvermogen als “uitstekend” In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft het college van burgemeester en wethouders een toelichting op het risicoprofiel en de top 10 risico’s opgenomen. Ten behoeve van de jaarstukken 2021 heeft het college ingeschat dat, op basis van de geactualiseerde risicoanalyse, het benodigde weerstandsvermogen, ofwel de kwantificering van het optreden van de meest waarschijnlijke risico’s, € 875.000 bedraagt (2020: € 529.000). Op basis van deze kwantificering is de weerstandsratio voor 2021 circa 5,7 (2020: 6,5) en is naar mening van het college van burgemeester en wethouders sprake van een beschikbare weerstandscapaciteit die kwalificeert als “uitstekend”. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”.
Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312021002.22.192 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312021002.22.192 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole Algemeen
Bij de start van de controle van de jaarrekening 2021 op 11 april 2022 waren de concept jaarstukken 2021 gereed. De oplevering van de onderbouwende stukken was echter niet volledig. Daarnaast had er geen zichtbare interne controle op de naleving van de verslaggevingsvoorschriften (BBV) plaatsgevonden, waardoor de concept jaarstukken 2021 op een groot aantal punten niet voldeed aan het BBV. In overleg met uw organisatie zijn deze punten aangepast waardoor de jaarstukken 2021 weer voldoen aan het BBV. Wij adviseren er zorg voor de dragen dat al deze aanpassingen tevens in Lias (rapportagetool) worden verwerkt, zodat de concept jaarstukken 2022 direct voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften. Verder hebben wij tijdens de controle van de jaarrekening 2021 de volledige en prettige medewerking van uw organisatie gehad.
Kapitaalstorting Alliander verwerkt in jaarrekening
In 2021 heeft Alliander haar aandeelhouders laten weten dat zij in de komende jaren in verband met de energietransitie omvangrijke investeringen moet doen. Alliander heeft haar aandeelhouders daarom gevraagd om tezamen een financiële bijdrage van € 600 miljoen te doen, zodat zij deze energietransitie kan financieren. In de raadsvergadering van 25 november 2021 heeft de gemeenteraad besloten om in te gaan op het stortingsverzoek van Alliander en deel te nemen in de “reverse converteerbare hybride obligatielening” voor een bedrag van € 112.000. Deze transactie is in de jaarrekening 2021 verwerkt door de lening ter grootte van € 112.000 onder de financiële vaste activa op te nemen. Voor de komende jaren betekent dit dat u voorlopig een rentevergoeding over het verstrekte kapitaal zult krijgen. De verstrekte lening heeft naar verwachting van Alliander geen financiële consequenties op korte termijn, omdat op basis van de huidige afspraken en rentestanden, de rentevergoeding hoger is dan de rentelasten van de gemeente. Alliander gaat er vervolgens van uit dat in 2025 een deel van de lening geconverteerd naar aandelen wordt en het restant in 2028. Op het moment dat de lening wordt geconverteerd naar aandelen, zult u, voor zover het resultaat van Alliander dat toestaat, een dividenduitkering kunnen verwachten.
Actualisatie van de grondexploitatie: blijf alert op prijsontwikkelingen
Een belangrijk risico dat wij onderkennen in het kader van de jaarrekeningcontrole is de waardering van de grondexploitaties. De grondexploitaties hebben ultimo 2021 een (netto) boekwaarde van € 893.000 en zijn daarmee ten opzichte van 2020 met € 45.000 toegenomen. De toename van de boekwaarde (mutatie onderhanden werk) is het saldo van de gerealiseerde opbrengsten en kosten in 2021. Omdat de kosten in 2021 hoger zijn dan de gerealiseerde opbrengsten, neemt de boekwaarde van de voorraad grond toe. De grondexploitatie is één van de posten die het meest gevoelig is voor de economische ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een stagnerende vraag of dalende prijzen. Hierdoor kan het verwachte resultaat van een project (fors) afnemen of zelfs omslaan in een verwacht verlies, maar bij een voorspoedige realisatie van verkopen (voorlopen op plan) is juist weer sprake van een voordelig 312021002.22.192 - 12
effect. Voor een nadere onderbouwing van de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitaties verwijzen wij naar de paragraaf “Grondbeleid” in het jaarverslag. Daarin worden ontwikkelingen in de complexen, de prognoses voor de komende jaren en de mogelijke risico’s nader toegelicht. De controle van de grondexploitatie vraagt veel aandacht, vanwege de (hoge mate van) schattingsonzekerheid die met de (waardering van de) jaarrekeningpost samenhangt. Wijzigingen in de uitgangspunten die bij het doorrekenen van grondexploitaties gehanteerd zijn veelal van (substantiële) invloed op de financiële uitkomst van de grondexploitatie. Ook hebben (op projectniveau) de nog te maken kosten en de nog te realiseren opbrengsten, inclusief de timing daarvan, mogelijk invloed op de waardering. Deze waardering is vooral afhankelijk van nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. Hiervan kan het volgende beeld gegeven worden:
Ons valt hierbij op dat de raming voor zowel de nog te maken kosten als de nog te realiseren opbrengsten onveranderd zijn (gebleven) ten opzichte van eerdere jaren. Dit heeft vooral te maken met de resterende looptijd van de complexen. Luijendijk-Zuid wordt naar verwachting van het college in 2022 afgesloten. Bij Breekoever en het Hotelresort zal dat naar verwachting van het college in 2023 het geval zijn. De resterende looptijd van de complexen is daarmee beperkt en overzienbaar, waardoor met een grotere nauwkeurigheid de nog te maken koste en nog te realiseren opbrengsten kunnen worden ingeschat dan wanneer sprake zou zijn van langere looptijden. Wat wij momenteel breed zien in de praktijk is dat de geraamde kosten van investeringen momenteel niet toereikend zijn, omdat de vraag naar aannemers en het aanbod van bouwmaterialen momenteel voor aanzienlijke prijsstijgingen zorgt. Hoewel de resterende looptijd nog relatief kort is, kan het voorkomen dat de ramingen voor nog te maken kosten die in de huidige plannen zijn opgenomen, in de huidige markt wellicht niet meer passend zijn. Gelet op de beperkte ruimte in de exploitaties vormt dit een mogelijk risico. Wij adviseren u om hier in de komende actualisatie en tussentijdse informatievoorziening rekening mee te houden.
Documenteer de uitgangspunten die u hanteert bij het waarderen van de vorderingen
Bij het opstellen van uw jaarstukken dienen de vorderingen, welke zijn verantwoord onder de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, te worden gewaardeerd. Het waarderen van vorderingen kan plaatsvinden door middel van het vormen van een voorziening voor oninbaarheid. Omdat een aantal vorderingen voortkomt uit activiteiten die u heeft uitbesteed bent u afhankelijk van informatie vanuit de betreffende serviceorganisaties. Dit betreffen de volgende serviceorganisaties:
312021002.22.192 - 13
▪ ▪ ▪
Gemeente Amsterdam voor de belastingvorderingen Gemeente Waterland voor de vorderingen sociale zaken Halte Werk voor de vorderingen Tozo
Wij merken op dat bij het waarderen van de vorderingen verschillende uitgangspunten worden gehanteerd, zoals bijvoorbeeld het niet vormen van een voorziening en jaarlijks vorderingen ouder dan 5 jaar afboeken en in andere gevallen wordt een voorziening gevormd op basis van informatie vanuit de serviceorganisatie, zonder dat deze zichtbaar door u gevalideerd wordt. Op basis van voorgaande benadrukken wij het belang dat u als gemeente aan de voorkant nadenkt over welke uitgangspunten u hanteert bij het waarderen van de vorderingen en deze uitgangspunten periodiek toetst. Eind oktober 2018 heeft de commissie BBV in de Kadernota Rechtmatigheid 2018 de uitspraak gedaan dat in de jaarrekening de Zorg ervoor dat toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves moeten worden verwerkt overeenkomstig het bedrag dat via de raadsbesluiten met begroting(swijzigingen) door de gemeenteraad is goedgekeurd. Tot 2018 was de hoofdregel dat de mutaties in de reserves tot betrekking tot maximaal het bedrag waarvoor de gemeenteraad de autorisatie heeft gegeven, verwerkt mogen worden. reservemutaties niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn De commissie BBV heeft hiermee expliciet het budgetrecht van de gemeenteraad willen versterken en de gemeenteraad de mogelijkheid willen geven om de middelen die niet zijn gebruikt (en via de begroting zijn vrijgegeven) in heroverweging te geven.
Ongeacht of de besteding waarvoor het bedrag is vrijgegeven wel of niet is gedaan, moet de reservemutatie dus in de jaarrekening verwerkt worden, tenzij uit het besluit dat de gemeenteraad genomen heeft, blijkt dat een lager bedrag is toegestaan. Dit vraagt de nodige aandacht bij het redigeren van besluiten die u neemt (of gaat nemen). Van belang is dat duidelijk uit de raadsbesluiten blijkt wat de bedoeling is van de gemeenteraad en dat dit niet voor meerdere uitleg vatbaar is. Is bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk dat u autorisatie geeft om een bedrag te dekken “tot maximaal de gemaakte kosten”, dan zal toch het gehele bedrag uit de reserve moeten worden gehaald. Eventuele niet bestede middelen maken dan (weer) onderdeel uit van het te bestemmen resultaat en krijgen bij het vaststellen van de jaarrekening de bestemming die u als gemeenteraad daar dan aan geeft. Wij adviseren u bij het redigeren van raadsbesluiten die een reservemutatie tot gevolg (kunnen) hebben, expliciet te formuleren wat de bedoeling van de gemeenteraad is en deze besluiten ook om te zetten in begrotingswijzigingen. Overigens kunnen er raadsbesluiten zijn die inhouden dat specifiek benoemde saldi, bijvoorbeeld een overschot of tekort op de uitvoering van de Wmo, ook nog in het lopende begrotingsjaar ten gunste of ten laste van een specifieke bestemmingsreserve mogen worden gebracht.
Voor dergelijke mutaties zijn de richtlijnen niet gewijzigd.
312021002.22.192 - 14
De voorziening ter egalisatie In de jaarrekening zijn voorzieningen ter egalisatie van kosten vrijgevallen. Deze voorzieningen waren bedoeld om de kosten van van kosten is vrijgevallen in groot onderhoud over een meerjarige periode te egaliseren (vaste jaarlijkse dotatie). Hiermee werd beoogd schommelingen in uw meerjarenbegroting voorkomen. De werkelijk gemaakte onderhoudskosten worden vervolgens uit de voorziening gedekt. verband met het ontbreken van actuele beheerplannen De jaarlijkse dotaties aan dergelijke onderhoudsvoorzieningen zijn gebaseerd op onderliggende onderhoudsplannen. De eisen aan een onderhoudsplan dat ten grondslag ligt aan een voorziening zijn, vanuit het BBV, hoog. Daarom is het van belang dat u periodiek aandacht besteed aan het (blijvende) voorspellende karakter van dit plan. Bij de interimcontrole is ons medegedeeld dat de onderliggende plannen voor het onderhoud aan gemeentelijke gebouwen gedateerd zijn, in sommige gevallen niet alle objecten bevatten waarbij sprake is van toekomstig groot onderhoud en er in voorkomende gevallen achterstanden zijn ontstaan ten opzichte van de planning zoals deze in de onderhoudsplannen is opgenomen. In de zomer van 2021 heeft de gemeente daarom een opdracht gegeven aan een externe partij om de staat van onderhoud aan uw objectenbezit inzichtelijk te maken.
Op basis van dit geactualiseerde inzicht moet vervolgens doorgerekend worden of de huidige omvang van de jaarlijkse dotaties in de meerjarenbegroting toereikend zijn en of de huidige voorzieningen voldoende middelen bevatten om het geplande onderhoud te kunnen bekostigen. Uw onderhoudsplannen bevatten daarnaast aannames (bijvoorbeeld over de hoogte van de kosten) om tot een inschatting van deze kosten te komen in de komende jaren. Om de plannen actueel te houden, is het van belang deze aannames periodiek te toetsen. Een belangrijk instrument hierbij is het zogenaamde “backtesting”. Dit betekent dat nadat een onderhoudsactiviteit heeft plaatsgevonden, een vergelijking wordt gemaakt tussen de werkelijke kosten voor het groot onderhoud en de geplande kosten en daarnaast dat een vergelijking wordt gemaakt tussen de geplande kosten en de werkelijke kosten. Hiermee krijgt u inzicht of het opgenomen bedrag in de voorziening toereikend was. Eventuele afwijkingen kunnen immers een indicatie zijn dat gemaakte schattingen onjuist zijn. In de afgelopen periode is veel nagedacht over uw bestuurlijke toekomst. Mede daarom heeft het gebouwenbeheer de afgelopen jaren minder aandacht gekregen.
Al met al zijn de vraagstukken rond de robuustheid van de voorzieningen inmiddels dermate hoog geworden, waardoor het niet mogelijk is de hiervoor genoemde voorzieningen te handhaven onder de verslaggevingsregels. Het saldo van de voorzieningen is daarom vrijgevallen ten gunste van het resultaat. De gemeenteraad kan eventueel besluiten om de vrijgevallen middelen via de resultaatbestemmingen 2021 in een bestemmingsreserve groot onderhoud te reserveren.
Een bestemmingsreserve groot onderhoud heeft een tijdelijk karakter
In 2015 heeft de commissie BBV zich over de vraag gebogen (vraag 2015.001) of het wenselijk is dat bestemmingsreserves gevormd worden ter dekking (egalisatie) van toekomstige onderhoudslasten, in het geval een actueel beheerplan ontbreekt. De commissie BBV is van mening dat, als actuele beheerplannen ontbreken, niet kan worden onderbouwd wat de benodigde omvang van een voorziening moet zijn. Daarmee ontbreekt dan het inzicht in de mate waarin de doelstelling van egalisatie van lasten over meerdere begrotingsjaren wordt gerealiseerd. In dat geval, zo stelt de commissie BBV, wordt niet voldaan aan de vereisten om een voorziening voor groot onderhoud te vormen. In de praktijk blijkt bij veel gemeenten als alternatief dan een bestemmingsreserve gevormd te worden, zodat er dekkingsmiddelen zijn voor het uitvoeren van groot onderhoud. Dit is bij uw gemeente mogelijk ook het geval als
312021002.22.192 - 15
de gemeenteraad besluit de vrijgevallen middelen via de resultaatbestemming 2021 te reserveren voor een bestemmingsreserve groot onderhoud. Bij een bestemmingsreserve groot onderhoud wordt vanuit de verslaggevingsregels geen nadere onderbouwing afgedwongen inzake de omvang en afloop van de bestemmingsreserve (in tegenstelling tot voorzieningen). Het is hierbij aan de gemeenteraad om de kaders en voorwaarden voor de bestemmingsreserve goed te omschrijven. Een bestemmingsreserve groot onderhoud kan echter, zo stelt de commissie BBV, nooit de functie van het egaliseren van onderhoudslasten over meerdere begrotingsjaren overnemen. Dit kan hooguit een tijdelijke situatie zijn gedurende de periode dat het beheerplan wordt geactualiseerd. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie is het overigens - welke systematiek ook wordt gekozen door de gemeenteraad aan te raden altijd zorg te dragen voor actuele beheerplannen.
De voorziening riolering betreft een egalisatievoorziening
In de concept jaarrekening 2021 was door de gemeente een voorziening riolering gevormd welke bestond uit een voorziening art. 44 lid 1 sub d BBV (spaarvoorziening) en een voorziening art. 44 lid 2 BBV (egalisatievoorziening). Wij hebben de voorziening riolering beoordeeld op basis van de Notitie Lokale Heffing (april 2020) van de Commissie BBV. In deze notitie is onder andere opgenomen dat voor het vormen van deze twee afzonderlijke voorzieningen het tarief voor de rioolheffing gesplitst dient te worden in een spaarcomponent (t.b.v. spaarvoorziening) en een exploitatiecomponent (t.b.v. egalisatievoorziening). De splitsing van het tarief rioolheffing dient te gebeuren op basis van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Omdat deze splitsing in het GRP niet is gemaakt is het op basis van eerdergenoemde notitie niet mogelijk een spaarvoorziening te vormen. In de jaarrekening 2021 is daarom een voorziening artikel 44 lid 2 BBV (egalisatievoorziening) en niet van een artikel 44 lid 1 sub d BBV (spaarvoorziening) verantwoord. Concreet houdt dit in dat het productsaldo riolering jaarlijks wordt toegevoegd (bij een overschot op het product riolering) dan wel wordt onttrokken (bij een tekort op het product riolering) aan de voorziening riolering.
Voor 2021 is op basis van de Notitie Lokale Heffingen het productsaldo bepaald op € 204.000 positief welke is toegevoegd aan de voorziening riolering, waardoor de stand van de voorziening riolering per 31 december 2021 in totaal € 298.000 bedraagt.
Evalueer de wijze waarop specifieke uitkeringen worden verwerkt in uw financiële administratie
Uw gemeente ontvangst diverse uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel van onder andere het Rijk en van overige Nederlandse overheidslichamen, zoals de provincie Noord-Holland. Op het moment dat de gemeente dergelijke uitkeringen via de bank ontvangt worden deze uitkeringen direct als bate verantwoord in de financiële administratie. Aan het eind van het boekjaar, bij het opstellen van de jaarrekening (waaronder de SiSa-bijlage), wordt beoordeeld of en in hoeverre het project (doel) waarvoor de uitkering is ontvangen is gerealiseerd. Het deel dat (nog) niet gerealiseerd is wordt vervolgens in mindering gebracht op de reeds verantwoorde bate en gereserveerd op de balans. Het reserveren van het deel dat (nog) niet gerealiseerd is dient te gebeuren onder de balanspost “De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Tijdens de controle van de jaarrekening 2021 hebben wij vastgesteld dat reservering niet altijd op deze balanspost heeft plaatsgevonden, waardoor verschillende correcties zijn doorgevoerd. 312021002.22.192 - 16
Per saldo is onder de overlopende passiva een reservering van € 12.000 opgenomen waarvan besteding reeds heeft plaatsgevonden en de reservering daarom vrij had moeten vallen ten gunste van het resultaat. Deze afwijking hebben wij meegenomen bij onze foutenevaluatie. Door de hiervoor beschreven wijze van boeken bestaat het risico dat tussentijds de baten te hoog zijn verantwoord in de financiële administratie en de daaruit voortkomende tussentijdse rapportages. Wij adviseren u de beschreven boekingsgang rondom uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel te evalueren. U kunt bijvoorbeeld op het moment dat uitkeringen via de bank worden ontvangen deze uitkeringen eerst op de balans reserveren en periodiek, bijvoorbeeld bij het opstellen van de tussentijdse rapportages, beoordelen welk deel van de specifieke uitkering al is gerealiseerd en dit als zodanig tussentijds verwerken in uw financiële administratie in plaats van één keer per jaar bij opstellen van de jaarrekening. Een dergelijke verwerkingswijze kan tevens leiden tot nauwkeurigere tussentijdse rapportages.
Europese aanbestedingen: rechtmatigheidsfouten van in totaal € 148.000
Het normenkader voor de rechtmatigheidscontrole bevat onder andere de Europese aanbestedingswetgeving. Bij onze jaarrekeningcontrole hebben wij aan de hand van een door uw gemeente uitgevoerde crediteurenanalyse (spendanalyse) gecontroleerd of de Europese aanbestedingswetgeving gedurende het boekjaar 2021 is nageleefd. Op basis van de spendanalyse constateren wij dat voor een tweetal dossiers de Europese aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Wij merken op dat de bevindingen zijn geconstateerd vanuit de verbijzonderde interne controle die door uw gemeente is uitgevoerd en voortkomen uit financiële beheershandelingen van voor 2021. De onrechtmatigheidsfout komt uit op een bedrag van € 148.000. Gelet op de omvang van dit bedrag heeft deze rechtmatigheidsfout geen effect op de strekking van de controleverklaring. De fouten hebben betrekking op contracten welke Europees aanbesteed hadden moeten worden, die (in voorgaande jaren) zijn aangegaan of waar uw gemeente al geruime tijd diensten afneemt. Zolang bij deze dossiers geen nieuwe (Europese) aanbesteding plaatsvindt, zullen de kosten die hierop betrekking hebben onrechtmatig zijn. Wij adviseren u te onderzoeken of het wenselijk is de dossiers door te laten lopen, of dat er toch (nieuwe) aanbestedingen opgestart moeten worden.
Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering niet vastgesteld
Het vaststellen dat de zorg in natura (ZIN) in het kader van de Wmo en Jeugdwet is geleverd, moet op twee manieren worden vastgesteld, namelijk: ▪
Enerzijds via de productieverantwoordingen van de zorginstelling die zijn voorzien van een controleverklaring met goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstellingen. Zorginstellingen zijn op basis van het “Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2021” verplicht bij productieverantwoordingen boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toe te voegen. De accountant stelt bij de controle onder andere vast dat de zorg is geleverd.
312021002.22.192 - 17
▪
Anderzijds door bij productieverantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt, het college van burgemeester en wethouders aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestatie zijn geleverd. Dit kan bijvoorbeeld door middels een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen.
Over 2021 is in totaal € 94.000 aan bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en in totaal € 316.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN niet voorzien van een productieverantwoording met (goedkeurende) controleverklaring van de accountant van de zorginstelling. Omdat het college van burgemeester en wethouders geen aanvullende controles heeft uitgevoerd in 2021 ten aanzien van deze bestedingen is er geen zekerheid verkregen dat prestaties daadwerkelijk geleverd zijn. Wij hebben daarom in totaal € 94.000 aan bestedingen in het kader van Wmo ZIN en € 316.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN als onzeker aangemerkt. Deze onzekerheden hebben wij meegenomen bij onze foutenevaluatie. Voor 2022 en verder denkt het college van burgemeester en wethouders na over hoe zij de afhankelijkheid van zorginstellingen en de door hen afgegeven productieverantwoordingen met controleverklaring, kan beperken en door zelfstandig onderzoek uit te voeren de onzekerheden kan verminderen. Hierover vinden inmiddels gesprekken met de vakafdeling plaats en wordt onderzocht op welke wijze dit in uw eigen proces kan worden ingeregeld. Wij vinden dit een goede ontwikkeling en denken hierin graag met u mee.
Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdwet)
Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2021 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de pgb-budgetten als onrechtmatig. Dit betekent voor uw gemeente voor de Jeugd pgb’s een meest waarschijnlijke fout van € 926 en voor Wmo pgb’s € 2.042. Gelet op de (beperkte0 omvang van deze meest waarschijnlijke fouten werken deze niet door in onze foutenevaluatie. De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college van burgemeester en wethouders heeft, net als voorgaand jaar, een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb's niet uitgevoerd.
Op basis hiervan hebben wij de gehele massa aan Pgb’s (€ 111.000, waarvan € 42.000 WMO en € 69.000 Jeugd) als onzeker gekwalificeerd. Dit betekent overigens niet dat wij fouten hebben geconstateerd.
312021002.22.192 - 18
Vanuit de aansluiting van productieverantwoordingen per zorginstelling met de financiële administratie 2021 is gebleken dat een Lasten Jeugdwet 2021 onterecht niet verantwoord aantal facturen met betrekking tot de Jeugdwet zijn verantwoord in de financiële administratie 2022. Hierdoor is een bedrag van €
44.000 onterecht verantwoord in 2022, omdat de onderliggende prestaties, zoals verantwoord in de productieverantwoordingen, in 2021 zijn geleverd. Per saldo zijn de verplichtingen en de lasten Jeugdwet 2021 te laag verantwoord.
Identificatie cliënten Wmo
Het uitvoeren van een verplichte identificatie met een identificatiebewijs (geldig reisdocument of rijbewijs) bij intakegesprekken/ huisbezoeken is een verplicht onderdeel van de Wmo. Wij merken op dat in de praktijk geen consistente vastlegging plaatsvindt van deze waarneming in het cliëntdossier, waardoor achteraf niet meer is vast te stellen of deze controle daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Deze controle is wel een vereiste vanuit de Wmo en daarom is het documenteren van het identificatiebewijs in het cliëntdossier noodzakelijk. Een vastlegging dat de identificatie heeft plaatsgevonden kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de laatste vier tekens van het identificatiebewijs als uniek kenmerk vast te leggen. Uit uw verbijzonderde interne controle is naar voren gekomen dat de verplichte identificatie wel plaatsvindt maar in het cliëntdossier geen vastlegging van de identificatie is gemaakt. Omdat deze vastlegging ontbreekt is sprake van een formele rechtmatigheidsfout, dit houdt in dat de uitgaven Wmo onrechtmatig zijn, maar niet hoeven te worden meegenomen in het accountantsoordeel. Inmiddels is aan ons bevestigd dat de verplichte identificatie met een identificatiebewijs op consistente wijze wordt vastgesteld als onderdeel van het proces, waardoor naar verwachting voor 2022 geen sprake zal zijn van een dergelijke formele rechtmatigheidsfout.
De kasgeldlimiet is in kwartaal 1 en kwartaal 2 overschreden
In kwartaal 1 en in kwartaal 2 is sprake geweest van overschrijding van de kasgeldlimiet voor respectievelijk € 1.815.000 en € 1.614.000. De Wet Fido geeft aan dat de kasgeldlimiet niet mag worden overschreden. Indien een overschrijding voor een derde achtereenvolgend kwartaal plaatsvindt, dan dient de toezichthouder daarvan middels een rapportage op de hoogte te worden gebracht en dient een plan te worden overgelegd waarin is vermeld hoe de gemeente binnen de kasgeldlimiet blijft. Vooralsnog is dit bij uw gemeente niet het geval geweest. Wij adviseren u alert te blijven en ervoor te zorgen dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.
Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid die, in materiële zin, doorwerkt in ons oordeel
Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2021, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door de gemeenteraad zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad, zodat deze tijdig (binnen het
312021002.22.192 - 19
begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan de gemeenteraad van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van de gemeenteraad. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 (welke van toepassing is op de jaarrekening 2021) van de Commissie BBV. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop de gemeenteraad de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij alleen sprake is van een overschrijding op het onderdeel “Vennootschapsbelasting”. Deze overschrijding werkt op basis van de Kadernota Rechtmatigheid (oktober 2018) van de Commissie BBV niet door in ons oordeel. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotingsrechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. Wij verwijzen voor een inhoudelijke en meer specifieke analyse van de begrotingsafwijkingen naar de toelichtingen die zijn opgenomen in de jaarrekening en in het onderdeel “Begrotingsrechtmatigheid”. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten.
Deze hebben zich in 2021 voor een totaalbedrag van € 910.000 voorgedaan, waarvan een bedrag van € 21.000 op basis van de Kadernota Rechtmatigheid (oktober 2018) van de Commissie BBV meeweegt in ons rechtmatigheidsoordeel. De reden dat het overgrote deel niet meeweegt in ons oordeel is omdat de overschrijdingen reeds aan de gemeenteraad zijn gemeld of passen binnen het beleid van de gemeente. Ook hiervoor verwijzen wij u naar de toelichting die het college van burgemeester en wethouders in het onderdeel “Begrotingsrechtmatigheid” heeft opgenomen.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2021 van € 209.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren.
In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. 312021002.22.192 - 20
In 2021 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2021 stelden wij wel vast dat er geen sprake was van een (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij vragen uw aandacht voor de inhoudelijke controle, bijvoorbeeld het beoordelen van de juistheid van de looncodes die wel of niet zijn meegenomen en de zichtbare vastlegging van het uitgevoerde controlewerk. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2022 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2021 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking.
Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage
Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2021 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. Hierna treft u deze tabel aan. Nr.
Specifieke uitkering of overig
A7
Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik Regeling specifieke uitkering Reductie Energiegebruik
A7 A12B A12B B2 B2 C1 C1
Fout of onzekerheid
Financiële omvang in euro's
Toelichting fout/onzekerheid
312021002.22.192 - 21
C62
C62
D8 D8 D14 D14 F9 F9 G2 G2 G2
Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022 (OAB) Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen Regeling specifieke uitkering Extern Advies Warmtetransitie Regeling specifieke uitkering Extern Advies Warmtetransitie Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021 Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_gemeentedeel 2021 Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021
G2
Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden gebundelde uitkering Participatiewet in jaar T_gemeentedeel 2021
G3
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021
G3
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (exclusief levensonderhoud beginnende zelfstandigen)_gemeentedeel 2021
312021002.22.192 - 22
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T (exclusief BOB)_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vóór 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud BBZ en achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BOB in jaar T_gemeentedeel 2021
G3
BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 BBZ vanaf 2020 - Gederfde baten die voorvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen kapitaalverstrekkingen BBZ in jaar T_gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) _gemeentedeel 2021 Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen
G3
G4 G4 G4
312021002.22.192 - 23
G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4 G4
Tozo 1_fundamentele rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 1_belangrijke rechtmatigheidseisen Tozo 2 Tozo 2 Tozo 3 Tozo 3 Tozo 4 Tozo 4 Tozo 5 Tozo 5 Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T
G4
Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden levensonderhoud in jaar T
G4
Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Kwijtschelding schulden Tozo in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden van achterstallige betalingen op kapitaalverstrekking in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Bijzondere bijstand in jaar T
G4
G12 G12
Fout Onzekerheid
312021002.22.192 - 24
G12
G12
G12
G12
H4 H4 H8 H8
Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Gederfde baten die voortvloeien uit kwijtschelden schulden Wet Inburgering van 13 september 2012 in jaar T Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Aantal gedupeerden (zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling specifieke uitkering compensatie van de kosten die verband houden met het kwijtschelden van publieke schulden binnen het SZW-domein van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire toeslagen) Regeling specifieke uitkering stimulering sport Regeling specifieke uitkering stimulering sport Regeling Sportakkoord 2020-2022 Regeling Sportakkoord 2020-2022
Fout
Onzekerheid
Fout
Onzekerheid
Strekking controleverklaring rechtmatigheid: goedkeurend Strekking controleverklaring getrouwheid: goedkeurend Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) en die, zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa, gerapporteerd moeten worden.
Uitvoering M&O-beleid Tozo door Halte Werk
Net als bij andere uitkeringen is het van belang dat alleen mensen die daar recht op hebben Tozo ontvangen en dat misbruik en oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. De gemeente Landsmeer heeft de uitvoering van de Tozo gemandateerd aan Halte Werk. In de Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa 2021 (bijlage 1) is opgenomen dat door de accountant over de opzet, het bestaan en de werking van het beleid tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van de Tozo gerapporteerd moet worden in het verslag van bevindingen over 2021. Wij hebben vastgesteld dat u voor de uitvoering van het M&O beleid gebruikt maakt van het M&O 312021002.22.192 - 25
beleid van Halte Werk. De accountant van Halte Werk heeft hierover het volgende gerapporteerd: “Halte Werk heeft de Tozo regeling uitgevoerd. In lijn met de Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa 2021 is M&O beleid opgesteld. Uit de controle blijkt dat de dossiercontroles Tozo zijn uitgevoerd conform het controleprotocol en de daarin vastgelegde toetspunten. Verder zijn voor alle Tozo verstrekkingen IB-signalen opgevraagd. De IB-signalen zijn waar nodig in lijn met het M&O beleid onderzocht. De controle is uitgevoerd met inachtneming van de SDO-notitie ‘Tozo aandachtspunten voor de verantwoording 2021 en de accountantscontrole’ van 31 maart 2021.” Op basis van voorgaande hebben wij de opzet, bestaan en werking van het M&O-beleid van uw gemeente gecontroleerd en vastgesteld dat het M&O-beleid is nageleefd. Daarbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
312021002.22.192 - 26
4.
Interne beheersing
312021002.22.192 - 27
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij een managementletter uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit de managementletter 2021 verwijzen wij daarnaar. Hieronder hebben wij de controle 2021 managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.
312021002.22.192 - 28
Rechtmatigheidsverantwoording
Het ministerie van BZK heeft via de nieuwsbrief IBI (nummer 109, juni 2022) aangegeven dat de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording uitgesteld wordt tot in ieder geval de jaarrekening 2023. Dit betekent dat vanaf dan onze controleverklaring alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording die door het college in de jaarrekening wordt opgenomen) bevat. In onze managementletter en boardletter zijn wij, mede omdat toen nog de verwachting was dat de invoering per 2022 zou zijn, ingegaan op wat dit allemaal voor uw gemeente betekent. De belangrijkste punten hebben wij hierna samengevat en, waar noodzakelijk, aangevuld met recente ontwikkelingen: ▪
Vanaf het boekjaar 2023 moet het college van burgemeester en wethouders zichzelf over rechtmatigheid verantwoorden. In de jaarrekening dient daartoe de rechtmatigheidsverantwoording te worden opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering kan een uitgebreidere toelichting op rechtmatigheidsbevindingen door het college van burgemeester en wethouders worden gegeven: o Voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie BBV een model tekst ontwikkeld. Met dit verplichte model moet het college van burgemeester en wethouders zich verantwoorden over de rechtmatigheid, eventuele afwijkingen en onduidelijkheden. Relevant hiervoor is de “verantwoordingsgrens”. Dit is het bedrag, dat ligt tussen 0% en 3% van de lasten, inclusief toevoegingen aan reserves, waarboven afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten worden gerapporteerd door het college van burgemeester en wethouders. Fouten en onduidelijkheden (zie verderop in dit onderdeel) worden niet bij elkaar opgeteld. o In de paragraaf Bedrijfsvoering moet vervolgens een toelichting worden gegeven op de afwijkingen en onduidelijkheden en de maatregelen die het college van burgemeester en wethouders neemt om deze in de toekomst te voorkomen. Een rapporteringsgrens kan gebruikt worden om geconstateerde fouten die onder de verantwoordingsgrens vallen toch inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad.