CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage inspreker zorgboerderij_vastgesteld_bestemmingsplan_333387 Landsmeer

Raadsvergadering 23 februari 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Zienswijze Kadernota 2024 Recreatieschap Twiske-Waterland12.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bes te m mi ngs p l an zo r gbo e rd e ri j B a ld er t e L a nd s mee r

VAS T G ES T EL D

Bes te m mi ngs p l an zo r gbo e rd e ri j B a ld er t e L a nd s mee r

VAS T G ES T EL D

Inhoud

Toelichting + bijlagen Regels Verbeelding Separaat bijgevoegd: Advies Natuurwaarden Rapport 'Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteit Zorgboerderij Balder te Landsmeer'

25 juni 2012 Projectnummer 167.00.00.02.00

T o e l i c h t i n g

167.00.00.02.00.toe

I n h o u d s o p g a v e

1

Inleiding

5

2

Huidige en toekomstige situatie

7

2.1

Huidige situatie

7

2.2

Toekomstige situatie

8

3

4

5

6

Beleid

9

3.1

Rijksbeleid

9

3.2

Provinciaal beleid

10

3.3

Gemeentelijk beleid

13

Milieuaspecten

17

4.1

Hinder van bedrijven

17

4.2

Archeologie

17

4.3

Bodem

18

4.4

Ecologie

20

4.5

Externe veiligheid

21

4.6

Geluidhinder

22

4.7

Luchtkwaliteit

23

4.8

Water

25

Juridische toelichting

27

5.1

Inleiding

27

5.2

Juridische vormgeving

28

5.3

Bestemmingen

30

Uitvoerbaarheid

31

6.1

Economische uitvoerbaarheid

31

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

31

Bijlagen

167.00.00.02.00.toe

1

I n l e i d i n g

Voorliggend bestemmingsplan betreft het perceel van zorgboerderij Balder aan de Pikpotweg 1 te Landsmeer. Zorgboerderij Balder ligt in het recreatiegebied Het Twiske. De zorgboerderij zal uitbreiden met nieuwe gebouwen, waaronder een woonzorggebouw en een tweede bedrijfswoning bij het complex. De realisatie van de tweede bedrijfswoning en de realisatie van het grotere oppervlak aan bebouwing is op basis van het vigerende bestemmingsplan, bestemmingsplan Landelijk gebied 2009, niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische regeling voor de voorgenomen ontwikkeling. In navolgende afbeelding is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Ligging plangebied (Bron: Google Earth)

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na deze inleiding volgt een hoofdstuk

LEESWIJZER

waarin de huidige en toekomstige situatie in het plangebied wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleidskader op verschillende overheidsniveaus besproken. In hoofdstuk 4 komen de planologische en milieurandvoorwaarden aan de orde. Hoofdstuk 5 is de juridische toelichting bij het plan en het laatste hoofdstuk betreft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

5

6

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

H u i d i g e

2

e n

t o e k o m s t i g e

s i t u a t i e

2.1

Huidige situatie Het plangebied ligt middenin recreatiegebied Het Twiske. Dit is een groot recreatie- en natuurgebied met water, bos en weilanden. Het gebied is toegankelijk voor recreatie door middel van fiets- en wandelpaden en er is ook gelegenheid voor waterrecreatie. Een gedeelte van het recreatiegebied is ook voor auto’s toegankelijk. In het zuidoosten van Het Twiske, in het veenweidengebied, ligt aan Pikpotweg 1 boerderij Balder. Deze boerderij heeft de functie van zorgboerderij. Hier komen dagelijks mensen met een verstandelijke beperking om onder begeleiding werkzaamheden te verrichten op de boerderij voor een nuttige dagbesteding. Het vee dat tot het agrarische bedrijf behoort, zorgt voor een natuurlijke begrazing van de veenweiden in het natuurgebied waarin in de boerderij ligt. Daarnaast is het bedrijf ook toegankelijk voor recreanten in het gebied en heeft daarmee een educatieve functie. In de bestaande situatie zijn er op het terrein een bedrijfswoning, een gemeenschappelijke ruimte, een werkplaats en een educatieve ruimte aanwezig. Het erf is omplant met opgaand groen, waardoor het in het landschap is ingepast.

Figuur 2. Bestaande situatie in het plangebied (Bron: 9° Architecture)

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

7

Figuur 3. Plangebied (Foto Google Earth)

2.2

Toekomstige situatie Voor het terrein zijn plannen voor een aanzienlijke uitbreiding, zowel qua gebouwen als qua functies. Naast de dagbesteding wordt er door middel van de bouw van een groot woonzorggebouw ook begeleid wonen mogelijk voor mensen met een verstandelijke beperking. Het woonzorggebouw voorziet in 18 wooneenheden voor begeleid wonen en een aantal gemeenschappelijke ruimten. Aan het woonzorggebouw wordt een bedrijfswoning gebouwd. Dit is de tweede bedrijfswoning bij de zorgboerderij. Dit gebouw is in het noordwesten van het perceel gesitueerd. In het noordoostelijke deel van het plangebied wordt een nieuwe stal gerealiseerd in combinatie met een theeschenkerij. Voor het overige blijft de bestaande bebouwing gehandhaafd. De nieuwe gebouwen hebben een maximale bouwhoogte van 9 meter. Het hoogste gebouw op het erf is de gemeenschappelijke ruimte met een hoogte van 10,5 meter. Dit is een reeds bestaand gebouw. In het rapport ‘Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteit Zorgboerderij Balder te Landsmeer’ wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van het geheel.

Figuur 4. Nieuwe situatie (Bron: 9° Architecture)

8

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

3

B e l e i d

3.1

Rijksbeleid Nota ruimte Op 17 mei 2005 en 17 januari 2006 hebben de Tweede en de Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met de Nota Ruimte. De vier algemene doelen van de Nota Ruimte zijn de versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van (inter)nationale ruimtelijke waarden, borging van de veiligheid. Om het woon- en leefklimaat van steden voldoende te kunnen waarborgen, dient er voldoende aandacht te zijn voor sport-, recreatie- en ontspanningsmogelijkheden op geringe afstand van de stad. Naast typische stedelijke vormen van recreatie, gaat het daarbij om groene, recreatief ingerichte gebieden die lopend of per fiets te bereiken zijn.

Figuur 5. Begrenzing Rijksbufferzone Amsterdam -Purmerend (Bron: VROM)

Het Rijk heeft een aantal rijksbufferzones vastgesteld met als doel een open-

RIJKSBUFFERZONES

heid te bewaren tussen verschillende steden en het ruimte bieden voor recreatie. Deze bufferzones zijn al in 1958 bepaald om te voorkomen dat steden aan elkaar zouden groeien. Sinds 2001 ligt er meer nadruk op de recreatiefunctie van de gebieden. Ook Landsmeer ligt binnen een van deze rijksbufferzones, de

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

9

zone Amsterdam-Purmerend. Ook Het Twiske valt binnen deze begrenzing. De zones moeten vrij blijven van grootschalige bebouwing, zoals nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. Wanneer er meer aandacht voor recreatie is, dient het uitgangspunt te blijven dat het landschap open en groen blijft. Provincies stellen voor de rijksbufferzones een planologisch regime vast, gericht op het vrijwaren van de gebieden van verdere verstedelijking. Het Rijk toetst of het regime overeen komt met de planologische doelstellingen voor de rijksbufferzones. Een zorgboerderij past binnen een dergelijke zone. NATIONAAL LANDSCHAP

Tevens maakt Landsmeer deel uit van het nationale landschap Laag Holland.

LAAG HOLLAND

De nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Het zeer open landschap van Noord-Hollands Midden is het archetype van een ‘Hollands landschap’. Het bestaat uit een laag gelegen veenweidegebied met daarin zeer laag gelegen droogmakerijen omzoomd door dijken en ringvaarten. Het veenweidegebied is van nature zeer nat en het laagveenpakket is van natuurhistorisch belang en kenmerkend voor laag (West-)Nederland. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door een strokenverkaveling vanuit ontginningslinten en is in te delen in rijpolders en vaarpolders. Het is van groot nationaal en internationaal belang voor weidevogels. De kernkwaliteiten van nationaal landschap Laag Holland zijn: de grote openheid, het geometrische inrichtingspatroon in droogmakerijen en strokenverkaveling. De landschappelijke, cultuurhistorische natuurlijke kwaliteiten van nationale landschappen moeten behouden blijven, duurzaam beheerd en waar mogelijk worden versterkt. Binnen nationale landschappen is daarom ‘behoud door ontwikkeling’ het uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid. De landschappelijke kwaliteiten zijn medesturend voor de wijze waarop de gebiedsontwikkeling plaatsvindt.

Uitgangspunt is dat de nationale landschappen zich sociaal-economisch voldoende moeten kunnen ontwikkelen, terwijl de bijzondere kwaliteiten van het gebied worden behouden of versterkt.

3.2

Provinciaal beleid Structuurvisie Noord-Holland 2040: Kwaliteit door veelzijdigheid Ter vervanging van het streekplan Noord-Holland Zuid en het Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord is op 21 juni 2010 de Structuurvisie Noord-Holland 2040 ‘Kwaliteit door veelzijdigheid’ door Provinciale Staten vastgesteld (inwerkingtreding 1 november). In deze structuurvisie zet de provincie haar doelen voor de ontwikkeling van de provincie in de periode tot 2040 uiteen. Ingespeeld moet worden op de verwachte ontwikkelingen omtrent globalisering, klimaatverandering en demografie. Op basis hiervan zijn keuzes gemaakt voor de ontwikkeling van de provincie. Waar nodig moet verandering plaatsvinden,

10

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

maar er is met name aandacht voor het verder ontwikkelen van bestaande kwaliteiten van de provincie. Het behoud van het Noord-Hollandse landschap is daarbij een belangrijk aspect. Door het landelijk gebied te ontwikkelen vanuit de kenmerken van de Noord-Hollandse landschappen en de bodemfysieke kwaliteiten wordt door de provincie gestreefd naar een aantrekkelijke regio om te wonen, te werken en te bezoeken. In de hele provincie is de identiteit van de landschappen versterkt met behoud door ontwikkeling en transformatie. Deze landschappen zijn een veelgenoemde reden voor mensen om in Noord-Holland te willen wonen, werken en recreëren. De afwisseling tussen stad en open landschap is hier een belangrijk onderdeel van. De landschappen rond de steden zijn toegankelijk voor recreatie. De landbouwgebieden rond steden zijn gericht op kleinschalige productie, streekproducten, educatie, ‘zorglandbouw’ en natuur en landschapsbeheer. Om de kwaliteit van het landschap te bewaren moet extra aandacht aan nieuwe ontwikkelingen worden besteed. Nieuwe plannen dienen de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristiek van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren. Mogelijke negatieve effecten dienen te worden gecompenseerd.

Hierop is in het rapport ‘Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteit Zorgboerderij Balder te Landsmeer’ nader ingegaan. Zoals reeds vermeld ligt het plangebied in Nationaal Landschap Laag Holland. Het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Landschap Laag Holland, het Hollandse agrarisch cultuurlandschap tussen Amsterdam, Hoorn, Alkmaar en Zaanstad met zijn veenweidegebieden, droogmakerijen en zijn karakteristieke dijk- en lintdorpen. Het is de voortuin van de metropoolregio, en de plek waar stad en land elkaar ontmoeten (beleving van rust, ruimte en groen, recreatie, verbrede landbouw, streekproducten). De provincie voert de regie over het behoud, duurzaam beheer en waar mogelijk versterking van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kernkwaliteiten van dit gebied. De Structuurvisie is uitsluitend bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers. Om de provinciale belangen, die in de structuurvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie opgesteld. Hierin wordt een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is.

Provinciale Ruimtelijke Verordeni ng Structuurvisie De verordening is eveneens op 21 juni 2010 door Provinciale Staten vastgesteld. In de verordening zijn verschillende regels opgenomen. Er zijn regels voor het gehele provinciale gebied, regels voor uitsluitend het bestaand bebouwd gebied en regels voor uitsluitend het landelijk gebied.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

11

REGELS VOOR HET BE-

In de verordening is aangegeven wat onder Bestaand Bebouwd Gebied moet

STAAND BEBOUWD GEBIED

worden verstaan. Het gaat met name om feitelijk bestaande bebouwing ten behoeve van alle stedelijke functies, bijvoorbeeld wonen, werken, verkeer en stedelijk groen. In figuur 6 is het bestaand bebouwd gebied weergegeven ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is indicatief aangegeven met een groene cirkel. Uit het kaartje blijkt dat de huidige bebouwing op het perceel in het plangebied is aangeduid als het bestaand bebouwd gebied. De rest van het perceel maakt daar geen deel van uit. Nieuw bedrijventerrein en nieuwe woonbebouwing is niet toegestaan in het landelijk gebied. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor ontheffing verlenen. Om een dergelijke ontheffing te kunnen verlenen moet het nut en de noodzaak worden aangetoond en moet daarnaast worden aangetoond dat dit niet gerealiseerd kan worden door herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren binnen bestaand bebouwd gebied.

Figuur 6. Bestaand Bebouwd Gebied Landsmeer, plangebied indic atief aangegeven met groene cirkel (Bron: Provincie Noord-Holland)

De nieuw te bouwen voorzieningen liggen op hetzelfde perceel als de bestaande bebouwing en grenzen daarmee direct aan het bestaand bebouwd gebied. De zorgboerderij wordt uitgebreid met een aantal nieuwe gebouwen. De nieuwe gebouwen kunnen vanwege hun omvang niet binnen het bestaande bebouwde gebied worden gerealiseerd, maar vormen een uitbreiding van bestaande zorgboerderij op hetzelfde perceel en maken daarmee geen nieuwe functies mogelijk in het landelijk gebied. Door de uitbreiding wordt naast een dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking ook begeleid wonen in een woonzorghuis mogelijk. Tevens wordt een nieuwe stal aan de boerderij toegevoegd. Het vee dat tot de zorgboerderij behoort, heeft een belangrijke functie voor het onderhouden van de veenweiden in het omliggen-

12

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

de natuurgebied door deze te begrazen. Ten behoeve van het begeleid wonen in het woonzorghuis is een tweede bedrijfswoning noodzakelijk. Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap Laag Holland. De Provinciale

NATIONAAL LANDSCHAP

Ruimtelijke verordening meldt dat een bestemmingsplan alleen mag voorzien

LAAG-HOLLAND

in de ontwikkeling van nieuwe functies en uitbreiding van de bebouwing van bestaande functies voor zover deze geen significant negatieve effecten kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het betreffende Nationaal Landschap. De kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Laag-Holland zijn als volgt geformuleerd: -

het behoud en ontwikkeling van de openheid van het landschap;

-

het behoud van de rijkdom aan weide- en moerasvogels;

-

het behoud van het oude geometrische inrichtingspatroon in de droogmakerijen;

-

het behoud van het veenpakket;

-

het behoud van de middeleeuwse strokenverkavelingen en de historische watergangen in het veenweidegebied;

-

het behoud van een groot aantal archeologische locaties;

-

het behoud en de ontwikkeling van karakteristieke dijk- en lintdorpen.

Het voorliggende plan betreft een herstructurering/transformatie en uitbreiding van een bestaande functie op een reeds bebouwd perceel. In het rapport ‘Landschappelijke inpassing en Beeldkwaliteit Zorgboerderij Balder te Landsmeer’ is ingegaan op de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling in de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling levert geen negatieve effecten op voor de omgeving en het landschap en heeft geen negatieve invloed op de kernkwaliteiten in het gebied. Het voorliggende plan past daarom binnen het Nationaal Landschap.

3.3

Gemeentelijk beleid Welstandsnota Landsmeer Op 30 september 2008 heeft de gemeenteraad van Landsmeer de Welstandsnota 2008 vastgesteld. Het doel van het welstandstoezicht is een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van Landsmeer. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. In de welstandsnota wordt dit nader uitgewerkt. Het plangebied valt in de Welstandsnota in de categorie ‘landelijk gebied (overig gebied)’. Hiervoor geldt een conserverend ruimtelijk beleid. Nieuwe bebouwing wordt niet toegestaan. Voor Het Twiske geldt dat aanpassingen en

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

13

uitbreidingen niet uitgesloten zijn, maar zich wel moeten voegen naar de karakteristiek van het landschap. Het gebied kent een regulier welstandsniveau met uitzondering van de panden met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Het welstandsniveau moet bijdragen aan het behoud van de basiskwaliteit van het gebied. de ontwikkelingen rond de boerderijen binnen een carré van bomen laat zien dat een regulier welstandstoezicht volstaat. Wel is extra aandacht nodig voor de plaatsing, maat en de detaillering van de bijgebouwen. Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied betreft het bestemmingsplan Landelijk gebied 2009, dat door de Raad is vastgesteld op 21 april 2009 en door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. In het bestemmingsplan ligt het plangebied binnen de bestemming ‘Recreatie met waarde – dagrecreatie’ met een aanduiding ‘zorgboerderij’. Deze bestemming is bedoeld voor dagrecreatie met bijbehorende bebouwing en voorzieningen en landschappelijke en natuurwaarden in de vorm van water, open ruimtes en bos/bebossing. Ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij’ is een zorgboerderij met veestallen en/of een beheersboerderij en educatiecentrum toegestaan. Hier is ten hoogste één zorgboerderij en/of beheersboerderij toegestaan met een totale oppervlakte van maximaal 1200 m² een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van 11 meter.

Figuur 7. Fragment van het vigerend bestemmingsplan Landelijk gebied 2009

14

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

De voorgenomen plannen passen niet binnen de kaders zoals die gesteld zijn in het bestemmingsplan Landelijk Gebied. In het nieuwe plan wordt in totaal (inclusief de bestaande bebouwing) 1685 m² aan bebouwing gerealiseerd. Ook is de toegestane goothoogte niet voldoende om de nieuwe gebouwen mogelijk te maken. Binnen het vigerende bestemmingsplan is één bedrijfswoning toegestaan. Het nieuwe plan voorziet echter in twee. Om de voorgenomen ontwikkelingen toch mogelijk te maken, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

15

16

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

4

M i l i e u a s p e c t e n

4.1

Hinder van bedrijven Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zo veel mogelijk voorkomen. In de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd, zowel voor bedrijven als maatschappelijke instellingen als scholen en sportvoorzieningen. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies.

Het onderhavige perceel ligt vrij in het buitengebied van Landsmeer en in de directe nabijheid ervan ligt geen andere bebouwing. De dichtstbijzijnde bebouwing ligt op een afstand van meer dan 250 meter vanaf het plangebied. Er is daarom geen sprake van hinder als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling voor andere functies of het inperken van de mogelijkheden van functies elders. Vanuit het oogpunt van hinder van bedrijvigheid mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

4.2

Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde "veroorzakerprincipe". Dit principe houdt in dat

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

17

degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Ondertussen is dit vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die op 1 september 2007 van kracht is geworden. Met name de Monumentenwet is door de Wamz aangepast en gaat concreet in op de bescherming van archeologische waarden in bestemmingsplannen.

Figuur 8. Fragment cultuurhistorische waardenkaart (Bron: Provincie Noord-Holland)

De provincie Noord-Holland heeft de Cultuurhistorische waardenkaart opgesteld waarop cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle gebieden zijn opgenomen. In figuur 8 is een kaartfragment opgenomen van de omgeving van het plangebied. Hieruit blijkt dat er geen archeologische of cultuurhistorische waarden bekend zijn voor de omgeving van het plangebied. Ook is in het vigerende bestemmingsplan dat voor dit plangebied geldt geen dubbelbestemming omtrent archeologische waarden opgenomen. Vanuit het oogpunt van archeologie mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

4.3

Bodem In het kader van het landelijke project "Landsdekkend Beeld Bodemverontreiniging" is een inventarisatie uitgevoerd naar bodemlocaties waarvan op grond van historische gegevens het vermoeden bestond dat er sprake van bodemverontreiniging zou kunnen zijn, de zogenaamde "verdachte" locaties. Al deze gevonden locaties zijn in een database verzameld. Tevens zijn bodemonderzoeksrapporten, die bij de gemeenten en de provincie aanwezig zijn, ingevoerd in de gemeentelijke bodeminformatiesystemen. De meeste locaties leve-

18

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

ren geen onaanvaardbaar risico op en kunnen worden aangepakt wanneer er nieuwbouw, wegaanleg of eigendomsoverdracht plaatsvindt. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan vastgesteld worden of er inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen getroffen moeten worden. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen.

Figuur 9. Fragment kaart Bodemloket (Bron: Provincie Noord-Holland)

In bovenstaande figuur is een fragment van de kaart van het Bodemloket. Op deze kaart staat aangegeven voor welke locaties bodemonderzoek en/of saneringen zijn uitgevoerd en wat potentieel verdachte locaties zijn. Het plangebied staat niet nader aangeduid op de kaart. Door de initiatiefnemer is ten behoeve van het plan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, waarover is gerapporteerd in “Verkennend bodemonderzoek Locatie De Marsen te Landsmeer” van Grontmij d.d. 1 april 2010 (projectnummer 285133, referentienummer 316557). Het plangebied is op basis van dossieronderzoek verdeeld in onverdachte en verdachte deellocaties. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat voor de onverdachte terreindelen nader on-

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

19

derzoek niet noodzakelijk is. Voor de verdachte terreindelen kan op basis van het veld- en laboratoriumonderzoek de hypothese worden verworpen. Aanvullend onderzoek is voor deze terreindelen niet noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem de voorgenomen bouwplannen niet in de weg staat. Vanuit het oogpunt van verontreiniging van de bodem mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

4.4

Ecologie WET- EN REGELGEVING

Voor het bestemmingsplan is het conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) noodzakelijk aandacht te besteden aan natuur wet en – regelgeving. Er dient onder meer aangegeven te worden of er als gevolg van de plannen vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en of deze verkregen kunnen worden. Met betrekking tot bovenstaande is een Natuurwaardenonderzoek uitgevoerd (Advies Natuurwaarden bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer, BügelHajema Adviseurs 2010). Het onderzoek bestaat uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek en gaat zowel in op soortbescherming (Flora- en faunawet) als op gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998 en Ecologische Hoofdstructuur). De conclusies worden hieronder kort beschreven. Beschermde gebieden

NATUURBESCHERMINGS-

Op 1 oktober 2005 is de Natuurbeschermingswet 1998 van kracht geworden die

WET 1998

de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden bundelt. Hierin zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Onder deze wet worden drie typen gebieden aangewezen en beschermd: Natura 2000-gebieden, Staats- en Beschermde Natuurmonumenten en Wetlands. Verder is deze wet de basis voor het nationale Natuurbeleidsplan waarin de Ecologische Hoofdstructuur is geregeld.

ECOLOGISCHE

De Ecologische Hoofdstructuur is een samenhangend netwerk van bestaande en

HOOFDSTRUCTUUR

nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. De Ecologische hoofdstructuur is als beleidsdoel opgenomen in de Nota Ruimte en de Structuurvisie Noord-Holland 2040.

CONCLUSIE

Hoewel beschermde gebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Ecologische Hoofdstructuur in de directe omgeving van het plangebied liggen, zijn gezien de huidige situatie en de aard van de ingrepen geen negatieve effecten op deze gebieden te verwachten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig. De activiteit is met het oog op natuur niet in strijd met het de Structuurvisie Noord-Holland 2040.

20

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

Beschermde soorten Met ingang van 1 april 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Het

FLORA- EN FAUNAWET

soortenbeleid uit de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992 van de Europese Unie is hiermee in de nationale wetgeving verwerkt. Achter de Flora- en faunawet staat het idee van de zorgplicht voor in het wild levende beschermde dieren en planten en hun leefomgeving. Beschermde soorten worden opgesomd in de ‘lijsten beschermde inheemse planten- en diersoorten’. De Algemene Maatregel van Bestuur ex artikel 75 van de Flora- en faunawet van 23 februari 2005, kent een driedeling voor het beschermingsniveau van planten- en diersoorten (licht beschermd, middelzwaar beschermd en streng beschermd). Uit het onderzoek komt naar voren dat het plangebied een zeer beperkte na-

CONCLUSIE

tuurwaarde kent. Wanneer bij het uitvoeren van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels worden geen verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet overtreden. Voor de aanwezige licht beschermde soorten geldt een vrijstelling van de verboden in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Aan deze vrijstelling zijn geen aanvullende eisen gesteld. Wel blijft de zorgplicht van toepassing. Uitvoerbaarheid Uit het onderzoek naar effecten op beschermde natuurwaarden blijkt dat de aanwezige natuurwaarden geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Deze conclusie geldt voor de beschermde soorten en de noodzaak van ontheffingen. Het is aan het bevoegd gezag om de visie dat er geen sprake zal zijn van negatieve effecten op beschermde gebieden en een noodzaak tot vergunningen te bevestigen. Gezien de aangetroffen soorten en de voorziene plannen en activiteiten behoudt dit onderzoek vijf jaar zijn geldigheid voor een wettelijke of juridische procedure. Dit betreft een ontheffing voor de Flora- en faunawet of een waarop de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is (o.a. een besluit voor de Wro).

Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied, die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie van het onderzoek moeten plaatsvinden. Dit geldt ook wanneer het beleid voor beschermde gebieden in de omgeving verandert.

4.5

Externe veiligheid De overheid werkt aan het vastleggen van veiligheidsnormen die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Nieuw aan het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen ten aanzien van risico's op onge-

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

21

vallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden.

Figuur 10. Fragment risicokaart (Bron: Provincie Noord-Holland)

In bovenstaande figuur staat een fragment van de Risicokaart van de provincie Noord-Holland afgebeeld. Het plangebied is in roze aangegeven. Zoals uit de kaart blijkt, bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen. Tevens zijn er geen gasleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

4.6

Geluidhinder De Wet geluidhinder dateert van 16 februari 1979 en is sindsdien middels verschillende wetten diverse keren gewijzigd. De meest recente wijziging heeft plaatsgevonden bij besluit van 7 december 2006 (Staatsblad 2006 – 661). De inwerkingtreding heeft op 1 januari 2007 plaatsgevonden. Tevens is op 1 januari 2007 het “Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2006” (Staatscourant 21 december 2006, nr. 249) in werking getreden. Voor wegverkeerslawaai is bij deze wijziging van de wet overgestapt op de Europese dosismaat L day-evening-night (Lden). In de wet wordt Lden aange-

22

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

geven in decibel (dB). Deze dosismaat is ‘A-gewogen’: ze houden rekening met de gevoeligheid van het menselijk oor. De geluidbelasting in Lden is het gemiddelde over de dag-, avond- en nachtperiode. In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke weg een zone heeft, waarbinnen onderzoek plaats moet vinden naar de geluidbelasting aan de gevels van nieuw te bouwen woningen en gebouwen ten behoeve van andere geluidgevoelige functies. Een uitzondering geldt voor: -

wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied;

-

wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur.

Indien binnen een geluidzone nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Het plangebied is gelegen aan de Pikpotweg. Deze weg heeft een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. In de feitelijke situatie kan deze snelheid ter plaatse van het plangebied niet gehaald worden, omdat het een doodlopende weg is die eindigt op een parkeerplaats. Deze weg ligt op een afstand van ruim 100 meter vanaf het plangebied. Voor deze locatie is een akoestisch onderzoek verricht. De verkeersintensiteit ter plaatse van het plangebied is onbekend. Daarom is middels een akoestische berekening het maximaal aantal voertuigen berekend waarbij nog voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit de berekening (die in de bijlage bij deze toelichting is toegevoegd) blijkt dat wanneer er sprake is 6000 voertuigen de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Gezien de locatie en het karakter van de weg is het niet aannemelijk dat een dergelijke hoge verkeersintensiteit hier gehaald wordt. Vanuit het oogpunt van wegverkeerslawaai mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

4.7

Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer

NSL/NIBM

in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

23

Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft VROM in samenwerking met InfoMil de nibm-tool (mei 2010) ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald.

Figuur 11. Berekening met de nibm-tool

Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een reeds bestaande zorgboerderij mogelijk. De verkeerstoename die gepaard gaat met de beoogde ontwikkeling is niet bekend. Uit de berekening met de nibm-tool (figuur 11) blijkt echter dat zelfs wanneer er sprake zou zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen van 490 per dag dit nog geen nadelige gevolgen zou hebben voor de luchtkwaliteit, aangezien de grens van 3% (een toename van 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) niet overschreden wordt. Het is niet aannemelijk dat het plan een dergelijke toename van verkeer veroorzaakt. Het plan moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven en het plan voldoet daarmee aan het gestelde in de Wet milieubeheer.

24

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

4.8

Water Op grond van artikel 3.1.1 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: ‘het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten’. In het geval een plan een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg heeft, zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater (al dan niet via het rioolstelsel). Dit kan leiden tot wateroverlast, wanneer in extreme situaties pieken in de waterstand ontstaan. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert als gevolg van de verhardingstoename, zullen in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden. Compensatie vindt plaats door realisatie van extra wateroppervlak. Voor het onderhavige plan is uitgerekend hoe groot de toename van verharding en bebouwing zal zijn. In de navolgende tabel is dit aangegeven. Bestaand

Oppervlakte in m²

Bestrating

2.578

Bebouwing

Nieuw Bestrating

Oppervlakte in m² 1.790

Bebouwing

- woning - stal+ opslag

60 230

- woning - stal+ opslag

70 60

- hooi - educatie

60 65

- hooi - educatie

60 65

- werkplaats

295

- werkplaats

295

- woonzorg - stal nieuw

525 630

- mestplaat Totaal

3.288

Totaal

150 3.645

Het totaal oppervlak aan verharding en bebouwing in de bestaande situatie bedraagt 3288 m². Zoals uit de tabel valt af te leiden bestaat het plan behalve uit de bouw van gebouwen ook uit de verwijdering van verharding. Na realisatie van het plan zal de totale oppervlakte 3645 m² verharding en bebouwing bedragen. De toename aan verhard oppervlak is 357 m². In de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is aangegeven dat voor een toename van minder dan 800 m² bebouwing of verharding geen compensatie behoeft plaats te vinden, tenzij het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer niet kan verwerken. In het onderhavige

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

25

geval is sprake van een toename van minder dan 800 m², namelijk 357 m², en het watersysteem wordt toereikend geacht. Op basis hiervan is compensatie van de toename van het verhard oppervlak niet aan de orde. Het plan mag met betrekking tot het aspect water uitvoerbaar worden geacht.

26

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

5

J u r i d i s c h e t o e l i c h t i n g

5.1

Inleiding De bestemmingsplanprocedure is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de procedure zijn de volgende fasen te onderscheiden: Voorbereidingsprocedure Voor het opstellen van een voorontwerpbestemmingsplan verricht de gemeente onderzoek naar de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, naar de bestaande toestand en naar mogelijke en wenselijke ontwikkelingen binnen een gemeente. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt voor overleg gezonden aan de in artikel 3.1.1 van het Bro genoemde instanties. Bovendien wordt het voorontwerp ter inzage gelegd voor inspraak op de wijze zoals die in de gemeentelijke inspraakverordening is vastgelegd. De gemeente reageert vervolgens op het overleg ex artikel 3.1.1 Bro en de inspraak door in de toelichting van het plan op de gemaakte op- en aanmerkingen in te gaan en aan te geven welk standpunt de gemeente daarover inneemt. Vaststellingsprocedure Na aankondiging in de Staatscourant, in één of meer plaatselijke dag-, nieuwsof huis-aan-huisbladen en op de gemeentelijke website wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp naar voren brengen.

Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd uiterlijk 12 weken na de termijn van terinzagelegging vast. Beroepsprocedure Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Indien Gedeputeerde Staten of de VROM inspectie een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

27

Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld of gewijzigd is vastgesteld om gehoor te geven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de VROM inspectie wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingplan ter inzage gelegd.

5.2

Juridische vormgeving Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit betekent dat het analoge bestemmingsplan ook digitaal beschikbaar is. In aansluiting op de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro), op 1 juli 2008 en de RO-standaarden, op 1 januari 2010, is bij het opstellen van het bestemmingsplan de nieuwe wet- en regelgeving toegepast. De RO-standaarden bestaan uit: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2008 (SVBP2008), de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke instrumenten 2008 (STRI2008) en de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2008 (PRBP2008). HET DIGITALE

De koppeling van de kaart, toelichting en regels (het bestemmingsplan) wordt

BESTEMMINGSPLAN

in de nieuwe systematiek de verbeelding genoemd. De verbeelding is vervat in een GML. De digitale verplichting, het bestemmingsplan vervat in een GML, is ingegaan op 1 januari 2010. Vanaf dat moment heeft het digitale plan voorrang op het analoge plan. In de Wro zijn de strafbepaling en de algemene gebruiksbepaling neergelegd, zodat deze niet meer opgenomen hoeft te worden in de regels. Na 1 oktober 2010 zijn deze regels neergelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Tevens is de uitsluiting van de aanvullende werking Bouwverordening onder de nieuwe Wro vervallen. Deze bepaling wordt niet meer opgenomen in de regels. In het nieuwe Bro is een formulering opgenomen ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht. Deze teksten zijn neergelegd in de regels. De nieuwe regelingen hebben als gevolg dat het bestemmingsplan wat betreft de vorm en de inhoud enigszins kan afwijken van de tot nu toe gebruikelijke wijze van opstellen. De SVBP2008 bevat een aantal voorschriften die moeten worden opgevolgd. Voor de regels betekent dit ondermeer dat niet meer wordt gesproken van voorschriften maar van regels. Tevens zijn er een aantal dwingend voorgeschreven begrippen, die worden neergelegd in het artikel aangaande begrippen. Ook schrijft de SVBP2008 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan de wijze van meten.

28

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

Op grond van artikel 3.1.3 en artikel 3.1.6 van het Bro bestaat een bestemmingsplan uit: 1.

bestemmingen die bij of krachtens de Wro kunnen worden voorgeschreven;

2.

regels die bij of krachtens de Wro kunnen worden voorgeschreven;

3.

een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven;

4.

wanneer nodig uitwerkings- en wijzigingsregels en afwijken bij een omgevingsvergunning.

Daarbij is een bestemmingsplan voorzien van een toelichting. Hierin is de gemaakte keuze van de bestemmingen uiteengezet en zijn de resultaten van de voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken opgenomen. Ook de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro zijn in de toelichting opgenomen alsook de manier waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken is in deze toelichting uiteengezet. Daarbij zijn in de toelichting ook de inzichten in de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan opgenomen. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met

WET ALGEMENE BEPALINGEN

het bijbehorende Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. De invoe-

OMGEVINGSRECHT

ring van de Wabo en het Bor heeft grote gevolgen voor het ruimtelijk omgevingsrecht zoals dat gold op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met de inwerkingtreding van de Wabo is de Wro deels vervallen en opgaan in de Wabo. In de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning geïntroduceerd en geregeld. In de omgevingsvergunning zijn de verschillende toestemmingen voor locatiegebonden activiteiten geïntegreerd, waarbij sprake zal zijn van een samenloop met andere locatiegebonden activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook de ontheffingen die in een bestemmingsplan zijn geregeld, zijn na 1 oktober 2010 vervangen door de omgevingsvergunning. Dit geldt ook voor de aanlegvergunning. Het algemene gebruiksverbod dat was opgenomen in artikel 7.10 Wro komt te vervallen en is vervangen door het algemene gebruiksverbod dat is opgenomen in artikel 2.1 Wabo. Voor een gebruik in strijd met een bestemmingsplan is een omgevingsvergunning vereist. Door de komst van de Wabo en het Bor zijn een aantal begrippen uit de Wro (onder andere ontheffing en aanlegvergunning) vervallen; deze begrippen worden ook in de RO-standaard SVBP2008 gebruikt. In september 2010 zijn er werkafspraken met betrekking tot de SVBP2008 gepubliceerd. Het voorliggende plan is aangepast aan de werkafspraak september 2010 SVBP2008.

Zo wordt er niet meer gesproken over ontheffingen, maar over afwijkingen. De in het overgangsrecht genoemde bouwvergunning is vervangen door een omgevingsvergunning voor het bouwen.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

29

5.3

Bestemmingen In het bestemmingsplan is voorzien in één bestemming, te weten: -

GEBRUIK

Maatschappelijk – Zorgboerderij.

In de bestemming ‘Maatschappelijk – Zorgboerderij’ is bewoning en zorgvoorziening in de vorm van dagbesteding mogelijk, voor personen die daar zorg en hulp bij nodig hebben. Binnen deze bestemming kunnen de gronden tevens voor agrarische doeleinden worden gebruikt. De beide plaatsen waar bedrijfswoningen worden voorzien het plan voorziet zijn aangeduid met “bedrijfswoning”.

BOUWEN

Alle gebouwen dienen binnen een bouwvlak gebouwd te worden. De verschillende maatvoeringen zijn op de plankaart aangegeven. In het grootste gedeelte van het plangebied mag de maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 9 meter bedragen. Een tweetal gebouwen heeft een afwijkende maatvoering. Deze staan als zodanig op de plankaart aangegeven. Binnen het plangebied mogen erf- of perceelsafscheidingen van ten hoogste 2 meter worden opgericht. De mestplaat mag uitsluitend worden gebouwd binnen de daarvoor aangeduide gronden. Deze mestplaat mag een inhoud van maximaal 3000m³ en een hoogte van maximaal 3 meter hebben. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden opgericht tot een hoogte van 3 meter.

30

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

7

U i t v o e r b a a r h e i d

6.1

Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen om zorgboerderij Balder aan de Pikpotweg 1 te Landsmeer te vergroten en uit te breiden met nieuwe functies. De kosten voor de bouwwerkzaamheden alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Hiervoor wordt tussen de gemeente Landsmeer en de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. De exploitatiekosten zijn derhalve anderszins verzekerd. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk. Dit betekent dat de uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het vooroverleg is het voor overlegpartners ingevolge afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 3.1.1 Besluit op de ruimtelijke ordening, mogelijk geweest reacties te geven op het voorontwerp bestemmingsplan “Zorgboerderij Balder”. Vanaf 21 februari 2011 is het gedurende 6 weken mogelijk geweest een reactie te geven. Naar aanleiding daarvan zijn er vier overlegreacties ontvangen. De reacties zijn samengevat en beantwoord in het navolgende. De volledige reacties zijn opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

31

Brandweer Oostzaan/Wormerland/Landsmeer, Postbus 20, 1530 AA, Wormer Opmerking Overlegpartner vraagt hoe de bluswatervoorziening geregeld is. Reactie gemeente Met de brandweer Landsmeer is besproken dat er een brandkraan moet komen. Deze wordt opgenomen in de bereikbaarheidskaart of het aanvalsplan, deze worden gemaakt nadat de bouw gerealiseerd is. Ook is er in de directe omgeving oppervlaktewater aanwezig en bij grote branden kan er via WTS-1000 (groot watertransport, 1000 m) van voldoende bluswater worden voorzien. Dit wordt opgenomen in het uitrukvoorstel. Dit uitrukvoorstel, het aanvalsplan en de bereikbaarheidskaart worden vastgesteld wanneer de nieuwbouw is gerealiseerd. Opmerking Overlegpartner adviseert om de zorgnorm hoger te leggen. Reactie gemeente Met de brandweer is besproken dat er een uitrukvoorstel dient te komen, waarin de zorgnorm kan worden vastgesteld. Provincie Noord-Holland, Postbus 3007, 2001 DA Haarlem Opmerking Overlegpartner geeft aan dat de nieuwe bebouwing buiten bestaand bebouwd gebied (BBG) zoals aangegeven in artikel 9, lid 1 van de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie (PRVS) valt. Het plangebied valt in het buitengebied van Landsmeer. Voor het bouwen in het buitengebied en buiten BBG is een ontheffing op grond van artikel 13, lid 2 van de PRVS nodig. Reactie gemeente Op grond van artikel 34 PRVS, is een ontheffing aangevraagd.

Opmerking Omdat het plangebied in natuurgebied ‘Het Twiske’ valt, zullen de effecten in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 inzichtelijk gemaakt moeten worden. Overlegpartner adviseert een verstorings- en verslechteringstoets, waarin de effecten op de habitattypen en –soorten onderzocht worden. Tevens is een nader onderzoek nodig naar de relatieve bijdrage van de extra (zorg)woningen aan de stikstofdepositie op de kwetsbare habitattypen ten opzichte van de huidige achtergronddepositie. Reactie gemeente Er is door BugelHajema een adviesrapport betreffende de natuurwaarden in en rond het plangebied opgesteld. Hierbij is gekeken naar het gebied en naar de diersoorten. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten op de gebie-

32

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

den hoeft te worden verwacht en dat er gezien de zeer beperkte natuurwaarde van het plangebied, geen verbodsbepalingen uit de Flora en faunawet worden overschreden. Daarnaast heeft GS bij brief van 23 februari 2011 aangegeven dat er geen vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig is. Wat betreft de (zorg)woningen kan worden gezegd dat huishoudens slechts een klein percentage van de totale emissie stikstofoxiden bedragen, waardoor er geen significante toename van de stikstofdepositie optreedt. Daarbij kan worden gezegd dat de hedendaagse eisen zullen worden gesteld aan stookinstallaties, isolaties en dergelijke. Door het planbureau voor de leefomgeving wordt onderschreven dat door dit bronbeleid de emissies tot 2020 verder af zullen nemen. Samenvattend wordt gesteld dat er geen nader onderzoek naar de relatieve bijdrage van de extra (zorg)woningen aan de stikstofdepositie op de kwetsbare habitattypen ten opzichte van de huidige achtergronddepositie nodig is. Opmerking Door de ontwikkelingen zal het verkeer toenemen. Overlegpartner mist een deskundig rapport op dat gebied en ook de effecten van de toenemende verkeersintensiteit op de omgeving. Geadviseerd wordt om de effecten van het verkeer en uitlaatgassen op de natuur in dat gebied te onderzoeken.

Reactie gemeente In de paragraaf ‘luchtkwaliteit’ van de toelichting wordt ingegaan op de invloed van het verkeer op de luchtkwaliteit en de stikstofdepositie. Het plan maakt een uitbreiding van een reeds bestaande zorgboerderij mogelijk. De extra (zorg)woningen maken permanente bewoning mogelijk voor zorgbehoevenden. Dit zorgt er dus voor dat er geen dagelijks woonverkeer bijkomt. Bezoek ten behoeve van de boerderij was er al, waardoor hier qua verkeersbewegingen geen verandering in te verwachten valt. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Hiervoor is getoetst aan de AMvB-nibm. Deze toets laat zien dat een toename van 490 verkeersbewegingen per dag, nog geen nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Een dergelijke toename hoeft niet te worden verwacht, waardoor het project beschouwd kan worden als nibm-project, onderzoek naar de luchtkwaliteit derhalve achterwege kan blijven en het plan voldoet aan het gestelde in de Wet milieubeheer. VROM-Inspectie, Postbus 16191, 2500 BD Den Haag Geen inhoudelijke opmerkingen.

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

33

GASUNIE, Postbus 444, 2740 AK, Waddinxveen Geen inhoudelijke opmerkingen. Overlegpartners De volgende overlegpartners zijn betrokken bij het vooroverleg: -

Stadsdeel Amsterdam-Noord;

-

Gastransport Services, District West;

-

NV Nederlandse Gasunie;

-

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

-

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;

-

ISW;

-

Kamer van Koophandel en Fabrieken;

-

Milieudienst Waterland;

-

Ministerie van Economische Zaken;

-

Ministerie LNV, Directie Noord-West;

-

Gemeente Oostzaan;

-

Gemeente Purmerend;

-

PWN;

-

TenneT TSO;

-

VROM-inspectie;

-

Gemeente Waterland;

-

Brandweer Landsmeer;

-

Stadsregio Amsterdam;

-

Liander.

Het bestemmingsplan “Zorgboerderij Blader te Landsmeer” is met ingang van 15 februari 2012, als ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Op het ontwerpplan is één zienswijze ontvangen. De zienswijze is beantwoord in de Nota van Zienswijzen, die als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Naar aanleiding van deze zienswijze is de toelichting van het bestemmingsplan aangevuld.

34

167.00.00.02.00.toe - Bestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer - 25 juni 2012

B i j l a g e n

B i j l a g e

1 :

R e k e n b l a d o n d e r z o e k

a k o e s t i s c h

!" #

$

% &'()

%%%

$

*

+

,

' /

/

+. 4

! "#

$

% & % % %0 % % 1 1 10 1 2 2 3

/

(

( ( 3

/ 3 # (

3

* + * +* ,

+

*

( ! ,+ ) ,

/ /

&4- 3

5+

/

$ & 6 6 60 6 6 7 7 7 3 7 3

#

'

) + , ),

) 5 . .

)) ,

) .

( *) ** *

$

( +, . ) '

0 ((

& -

-

( ( (

*

' +

( ,5 5

* * * *

3

-

. . . . *

( 3 3

'

) + +) . .*

892

*

+5 5

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

B i j l a g e

2 :

O v e r l e g r e a c t i e s

B i j l a g e B r i e f

3 :

p r o v i n c i e

N o o r d - H o l l a n d

i n z a k e

N a t u u r b e s c h e r m i n g s w e t 1 9 9 8

B i j l a g e

4 :

O n t h e f f i n g R u i m t e l i j k e

P r o v i n c i a l e V e r o r d e n i n g

S t r u c t u u r v i s i e

B i j l a g e N o t a

5 :

v a n

z i e n s w i j z e n

Nota van Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zorgboerderij Balder te Landsmeer heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening, juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, tezamen met de daarbij behorende stukken, vanaf woensdag 15 februari 2012 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De ter inzage legging is aangekondigd door middel van een publicatie in de Kompas Regiokrant d.d. 14 februari 2012 en de Staatscourant 2011 nr. 2871, d.d. 14 februari 2012. Het ontwerpbestemmingsplan is tijdens openingsuren in te zien geweest bij de publieksbalie in het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat 1 te Landsmeer. Tevens was het bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar op de gemeentelijke website www.landsmeer.nl, en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan schriftelijk, of mondeling een zienswijze naar voren kunnen brengen bij de raad. Van de mogelijkheid om mondelinge zienswijzen in te dienen, is geen gebruik gemaakt. In totaal is één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en ontvangen en kan derhalve ontvankelijk worden verklaard. In deze nota is de zienswijze weergegeven en voorzien van een reactie. Daarbij is aangegeven of en hoe de zienswijze tot aanpassing van het plan heeft geleid.

Voorliggende nota wordt elektronisch beschikbaar gesteld. Het is op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Deze nota is geanonimiseerd voor wat betreft persoonsgegevens.

Zienswijze Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Datum inboeking: 24 februari 2012; Registratienummer: I201201346; Ontvankelijk: Ja Opmerking vooraf Het Hoogheemraadschap geeft aan dat in het kader van de ruimtelijke procedure gevraagd is om wateradvies. De toezending van het plan in het kader van de vaststellingsprocedure geeft het Hoogheemraadschap aanleiding om te reageren. Reactie Namens de gemeente is in de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan door BügelHajema Adviseurs tot twee maal toe aan het Hoogheemraadschap gevraagd om een reactie op het plan (1 november 2011 en 23 november 2011). Het Hoogheemraadschap heeft echter niet gereageerd op de verzoeken. Vervol-

gens is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro het plan voor reactie verzonden aan het Hoogheemraadschap. Ook in deze fase van de ruimtelijke procedure heeft het Hoogheemraadschap geen reactie gegeven. De gemeente betreurt het dat er pas in de zienswijzenfase door het Hoogheemraadschap een reactie op het bestemmingsplan is gegeven. De gemeente verzoekt het Hoogheemraadschap het wateradvies voor toekomstige bestemmingsplannen tijdig af te geven. Opmerking: waterkwantiteit Indiener geeft aan dat door het plan een substantiële toename van verharding en extra bebouwing gerealiseerd zal worden, waardoor in het betreffende peilgebied compensatie gerealiseerd zal moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak. Het Hoogheemraadschap heeft op basis van het compensatiepercentage (14%) voor dit peilgebied berekend dat 236 m² extra open water gerealiseerd zal moeten worden. Het Hoogheemraadschap is hierbij uitgegaan van een toename van het verhard oppervlak van 1685 m². Het Hoogheemraadschap geeft tevens aan dat het bestemmingsplan voldoende mogelijkheden biedt om de watercompensatie binnen het plangebied te realiseren en dat bij de indiening van de aanvraag van een watervergunning aangegeven kan worden op welke wijze de compenserende maatregelen getroffen zullen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=dfbd3c9f-9aeb-40b9-81c2-b093d49641d1