CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - 7570-2023 Bijlage RIB Resultaat onderzoeken mogelijkheid woningbouw resort Breeck

Commissievergadering (CV) 11 mei 2023, gemeente landsmeerBij agendapunt: Mogelijke woningbouw bij het Breeck resort (ter meningsvorming)17.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Projectgerelateerd

13 maart 2023

BI9133

iii

Projectgerelateerd

Inhoud 1 2

Inleiding Onderzoek wegverkeerslawaai

1 2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Beoordelingskader wegverkeer Uitgangspunten Resultaten Oplossingsrichtingen/ indicatie maatregelen Conclusie & aandachtspunten

2 3 4 6 7

3

Onderzoek industrielawaai

8

3.1 3.2 3.3 3.4

Beoordelingskader industrielawaai Uitgangspunten Resultaten Conclusie & aandachtspunten

8 10 14 15

4

Onderzoek geur

16

4.1 4.2 4.3 4.4

Beoordelingskader geur Uitgangspunten Resultaten Conclusie & aandachtspunten

16 16 18 19

5

Onderzoek luchtkwaliteit

20

5.1 5.2 5.3 5.4

Wettelijk kader Maximale concentratiewaarden plangebied Planbijdrage Conclusie

20 21 21 22

6

Onderzoek stikstof

23

6.1 6.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5 6.5.1 6.5.2 6.6 6.6.1 6.6.2 6.7

Context Wettelijk kader Uitgangspunten scenario 1 Aanlegfase Gebruiksfase Uitgangspunten scenario 2 Aanlegfase Gebruiksfase Rekenmodel Aanlegfase Gebruiksfase Resultaten Scenario 1 Scenario 2 Conclusie

23 23 25 25 26 28 28 29 29 29 29 30 30 30 31

7

Externe veiligheid

33

7.1 7.2

Context Toetsingskader externe veiligheid

33 34

13 maart 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI9133

iv

Projectgerelateerd

7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.3 7.3.1 7.3.2 7.3.3

Wet- en regelgeving externe veiligheid Plaatsgebonden risico en groepsrisico Verantwoordingspicht groepsrisico Externe veiligheid onder de Omgevingswet Inventarisatie relevante risicobronnen Methodiek Beschouwing Beoordeling relevante risicobronnen

34 34 35 35 36 36 36 38

8

Onderzoek hoogspanning

39

8.1 8.2 8.3 8.3.1 8.3.2 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.5 8.5.1 8.5.2 8.6

Context Lokaal toetsingskader Indicatieve magneetveldzone Magneetveldzone hoogspanningslijn Indicatieve magneetveldzone Netkaart Voorzorgbeleid risico’s hoogspanning Voorzorgbeleid Evaluatie beleid Vergelijking risico’s hoogspanning met andere onvrijwillige gezondheidsrisico’s Perceptie van het gezondheidsrisico van hoogspanning Mogelijke maatregelen ALARA maatregelen (rekening houden met voorzorgbeleid binnen de 0,4 microtesla) Communicatie en participatie Conclusies

39 39 40 40 41 42 42 42 43 44 44 44 44 45

9

Natuurtoets

47

9.1 9.2 9.3 9.3.1 9.3.2 9.4 9.4.1 9.4.2 9.5 9.5.1 9.5.2 9.5.3 9.6 9.6.1 9.6.2 9.6.3 9.7 9.7.1 9.7.2 9.7.3 9.8

Aanleiding Doelstelling en scope onderzoek Juridisch- en Beleidskader Wet natuurbescherming Natuurnetwerk Nederland Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep Beschrijving plangebied en de directe omgeving Voorgenomen ingreep Toetsing wettelijk beschermde gebieden Werkwijze onderzoek naar wettelijk beschermde gebieden Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden Storingsfactoren en effectenbeoordeling Toetsing wettelijk beschermde soorten Werkwijze onderzoek naar beschermde soorten Aanwezige of te verwachten wettelijk beschermde soorten Conclusie wettelijk beschermde soorten Toetsing wettelijk beschermde houtopstanden Werkwijze onderzoek naar wettelijk beschermde houtopstanden Voorgenomen kapomvang en beoordeling Conclusie wettelijk beschermde houtopstanden Toetsing planologisch beschermde gebieden

47 47 47 47 49 49 49 51 52 52 52 53 54 54 55 62 63 63 63 64 65

13 maart 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI9133

v

Projectgerelateerd

1

Inleiding

De gemeente Landsmeer onderzoekt de mogelijkheden om woningbouw te realiseren op de gronden tussen de wijk Luijendijk-Zuid en de Ringweg A10. Eerder is op deze gronden de ontwikkeling en realisatie van vakantieresort Breeck toegestaan. De gemeente Landsmeer wil nu alsnog onderzoeken of op deze gronden permanente woningbouw mogelijk is Op uw verzoek hebben wij onderzocht of woningbouw verantwoord is op de locatie ten noorden van de A10, ten oosten van ’t Twiske, ten zuiden van de volkstuinen en aan de oostzijde begrensd door de Scheepsbouwerweg. Om de haalbaarheid van woningbouw op deze locatie te onderzoeken hebben wij onderzocht wat de invloed is van: 1. Geluid, wegverkeerslawaai en industrielawaai 2. Geur 3. Luchtkwaliteit en stikstofdepositie 4. Inventarisatie van risicobronnen on de Omgevingswet en veilige afstand tussen woonbebouwing en hoogspanningslijn 5. Natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming In de volgende hoofdstukken treft u per onderzoek onze bevindingen en conclusies aan.

13 maart 2023

BI9133

1

Projectgerelateerd

Overige uitgangspunten  Ontwerp nieuwbouw conform bestand ‘G360-20210321-plankaart concept VO to coordinates’ en ‘G360-20210328-BB+BH over inmeting’.  Schermhoogte ter hoogte van plangebied = ca. 4,5m (noord- en zuidzijde A10).  Op de gevels van het uitgewerkte ontwerp zijn de geluidbelastingen in beeld gebracht. De maximale bouwhoogte van het ontwerp is 12 meter (4 bouwlagen).  Voor het grotere plangebied zijn contouren berekend op verschillende hoogtes: 2, 5, 8 en 14 meter. Dit komt overeen met een 1e, 2e, 3e en 5e bouwlaag.  Op de berekende geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer is een aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder toegepast, bij toetsing aan de huidige wetgeving.

2.3

Resultaten

In onderstaande afbeeldingen zijn de geluidbelastingen in beeld gebracht ten gevolge van de A10 bij toepassing van de hierboven genoemde uitgangspunten. Afbeelding 2 bevat de geluidbelastingen op het ontwerp, afbeeldingen 3 en 4 bevatten de geluidcontouren voor het gehele plangebied op verschillende hoogtes. Uitleg kleuren:  Groen = voldoet aan voorkeurswaarde/ standaardwaarde  Oranje = geluidbelasting onder voorwaarden mogelijk  Rood + paars= overschrijding maximale ontheffingswaarde onder huidige wetgeving  Paars = overschrijding grenswaarde onder Omgevingswet Vanuit zuidwesten gezien

Vanuit zuidoosten gezien

Figuur 2: Afbeelding 2: Geluidbelasting Lden op ontwerp nieuwbouw ten gevolge van A10

13 maart 2023

BI9133

4

Projectgerelateerd

Figuur 3: Afbeelding 3: Geluidcontour Lden ten gevolge van A10 op 2m (links) en 5m (rechts) hoogte

Figuur 4: Afbeelding 4: Geluidcontour Lden ten gevolge van A10 op 8m (links) en 14m (rechts) hoogte

Uit de resultaten volgt dat binnen het plangebied:  de voorkeurswaarde/standaardwaarde wordt overschreden ten gevolge van de A10 op alle bouwhoogtes;  de maximale ontheffingswaarde (huidige wetgeving) wordt overschreden ten gevolge van de A10, met name op hoogtes boven de 1e bouwlaag;  de grenswaarde (Omgevingswet) wordt overschreden ten gevolge van de A10, met name op hoogtes boven de 2e bouwlaag binnen het gehele plangebied en boven de 4e bouwlaag wanneer naar het ontwerp wordt gekeken;  de WHO-advieswaarden worden overschreden. De geluidbelasting binnen het grotere plangebied ligt tussen de 53 en 72 dB (excl. art. 110g Wgh), wanneer gekeken wordt naar de bouwlagen 1 t/m 5. Om hier woningbouw te realiseren en om een gezond woon- en leefklimaat vanuit geluid te kunnen waarborgen dient de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai te worden gereduceerd.

13 maart 2023

BI9133

5

Projectgerelateerd

2.4

Oplossingsrichtingen/ indicatie maatregelen

Aangezien sprake is van overschrijdingen van de voorkeurswaarde/ standaardwaarde en maximale ontheffingswaarde/ grenswaarde dienen maatregelen te worden onderzocht. De volgorde die daarin van belang is, is 1) toepassing van (stedenbouwkundige) ontwerp oplossingen, 2) maatregelen aan de bron, 3) afscherming van de bron en 4) gebouwmaatregelen aan de nieuwbouw zelf. Voorbeelden oplossingsrichting 1 Bij een andere locatie, indeling en oriëntatie van de bouwblokken, kan aan het volgende gedacht worden:  Niet-geluidgevoelige bestemmingen aan geluidbelaste kant situeren (afscherming voor geluidgevoelige bestemmingen);  Niet-verblijfsruimten aan de geluidbelaste kant te situeren (bv. badkamer);  Geluidgevoelige bestemmingen/ ruimten aan geluidluwe zijde (zoals slaapkamer);  Eenzijdig georiënteerde woningen zoveel mogelijk voorkomen aan de geluidbelaste kant.  Bebouwing meer naar achter (van de weg af) plaatsen.  Meer bouwen in afgesloten vormen (carré-vorm) zodat er geluidluwere gebieden kunnen ontstaan. Voorbeelden oplossingsrichting 2 Bij bronmaatregelen kan aan het volgende gedacht worden:  Geluidreducerende wegdekken rijksweg: o Tweelaags ZOAB: reductie ca. 2,5 dB o Tweelaags ZOAB fijn: reductie ca. 4 à 5 dB Voorbeeld oplossingsrichting 3 Bij overdrachtsmaatregelen kan aan het volgende gedacht worden aan het eventueel ophogen van bestaande schermen.

Voorbeeld oplossingsrichting 4 Enkele mogelijkheden om op gebouwniveau de geluidbelasting te reduceren op geluidgevoelige ruimten betreft de toepassing van afschermende onderdelen op gebouwen:  Afschermend balkon, borstwering, loggia  Afscherming tussen de gebouwen  Akoestische ‘oren’ (afschermende elementen)  Lamellen  Afscherming vlak voor raam (glazen gevelscherm)

13 maart 2023

BI9133

6

Projectgerelateerd

3

Onderzoek industrielawaai

3.1

Beoordelingskader industrielawaai

Voor de bedrijven in de omgeving gelden de wettelijke geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit bij de dichtstbijzijnde woningen. Voor bedrijven met maatwerkvoorschriften of een omgevingsvergunning milieu zijn de vastgestelde voorschriften leidend. In het algemeen geldt dat bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering mogen worden beperkt door nieuwe woningen, rekening houdend met concrete toekomstplannen van de bedrijven. Tenslotte is een belangrijk uitgangspunt dat rekening gehouden wordt met de maximale planologische mogelijkheden, in dit geval voor bedrijvigheid op het naastgelegen bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein geldt volgens het bestemmingsplan een algemene toelating van bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.1, met een richtafstand tot de gevels van woningen van 50 meter, gerekend vanaf de bestemmingsgrens voor de functie bedrijf. Het Activiteitenbesluit stelt geen waarden voor het geluid vanwege de verkeersaantrekkende werking van de bedrijven. De aanname in dit quickscan onderzoek is dat, voor zover er sprake is van relevante verkeersaantrekkende werking, dit verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld direct na het verlaten van het terrein van de inrichting. Het geluid daarvan wordt vervolgens getoetst als wegverkeerslawaai in de zin van de Wet geluidhinder, niet als industrielawaai.

Er zijn drie bedrijven nabij het plangebied die mogelijk geluidhinder kunnen veroorzaken: 1. Autobedrijf Stijl 2. De gemeentewerf Landsmeer met milieustraat 3. Eierfabriek Adriaan Goede BV. De ligging van het plangebied en deze bedrijven is weergegeven in de figuurFout! Verwijzingsbron niet gevonden. hieronder.

13 maart 2023

BI9133

8

Projectgerelateerd

de omgevingsvergunning milieu. In de omgevingsvergunning zijn de volgende geluidvoorschriften opgenomen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidsniveaus:

Omgevingswet Onder de omgevingswet zijn in eerste instantie de bruidsschatregels (overeenkomende met de regels uit het Activiteitenbesluit) van toepassing. De standaard instructieregels uit de Omgevingswet voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) komen grofweg overeen met het Activiteitenbesluit. De beoordeling van maximale geluidsniveaus (LAmax) wordt iets soepeler onder de Omgevingswet door een hogere geluidwaarde in de nachtperiode en geen geluidwaarde in de dagperiode. Wanneer de bruidsschat van toepassing is, kunnen makkelijk met maatwerk hogere piekgeluiden toegelaten worden met het oog op het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) die hogere piekgeluiden toelaat. Ruimtelijke ordening In de praktijk van de ruimtelijke ordening wordt veelal aangesloten bij de richtafstanden uit de VNGuitgave Bedrijven en milieuzonering (2009), op basis van de milieucategorie van het bedrijf. De richtafstanden voor een bepaald bedrijf gelden vanaf de terreingrens tot de bestemmingsgrens waar woningen gebouwd mogen worden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Zeker voor bestaande bedrijven in een situatie waarbij bestaande woningen en andere gevoelige bestemmingen op een grotere afstand zijn gelegen dan de richtafstanden, hebben de VNG-richtafstanden een indicatief karakter. Voor de bedrijven zijn de richtafstanden namelijk niet normerend.

Dat betekent kort gezegd dat eventuele geluidhinder ook buiten de richtafstanden op zou kunnen treden. Anderzijds is het ook goed mogelijk dat eventuele geluidhinder afwezig is en al op een veel kleinere afstand dan de richtafstand geluidhinder wordt voorkomen. Voor de toetsing van de maximale planologische mogelijkheden is het gebruikelijk uit te gaan van de richtafstanden die behoren bij de maximaal toegelaten milieucategorieën. Dit zal onder de Omgevingswet niet anders zijn, zolang de huidige planregeling voor bedrijventerrein Landsmeer nog onderdeel is van het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat bij het in werking treden van de Omgevingswet.

3.2

Uitgangspunten

Hieronder zijn de uitgangspunten per bedrijf toegelicht. 13 maart 2023

BI9133

10

Projectgerelateerd

Autobedrijf Stijl, Scheepsbouwersweg 7 De kavel van het autoschadebedrijf ligt ten zuidoosten van het plangebied, op een afstand van 37 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw, maar op 76 meter afstand van de dichtstbijzijnde geprojecteerde woning. Het bedrijf heeft een werkplaats waarvan de roldeur in de westgevel van het gebouw zit. Deze deur ligt op 47 meter afstand van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. In de Figuur 6 zijn de afstanden tot de beoogde nieuwbouw en plangrens weergegeven.

Figuur 6: Afstanden tussen Autobedrijf Stijl en de beoogde nieuwbouw

Uitgegaan is dat de roldeur tijdens luidruchtige werkzaamheden is gesloten. Daarnaast is rekening gehouden met piekgeluiden vanwege het aan- en afrijden van voertuigen. In de avond- en nachtperiode is het mogelijk dat schade auto’s worden geleverd. Als dit het geval is, is het uitgangspunt dat deze op het binnenterrein (ten oosten van het gebouw) worden gelost. De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van ongeveer 75 meter, ten oosten van het bedrijf. Volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) en volgens het bestemmingsplan valt dit bedrijf in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Geur is hierbij bepalend. De richtafstand voor geluid is 30 meter. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Gemeentewerf Landsmeer met milieustraat, Scheepsbouwersweg 5 De gemeentewerf ligt direct ten oosten van het plangebied, op een afstand van 39 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. De gemeentewerf is enkel in de dagperiode geopend. Vlak bij de entree van de inrichting is de milieustraat met meerdere containers opgesteld. De containeropstelplaats ligt op 57 meter van de plangrens voor de beoogde woningbouw. Het uitgangspunt is dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege de milieustraat voldoen aan de richtafstand van 50 meter.

In Figuur 7 zijn de afstand tot de beoogde nieuwbouw weergegeven, hieruit blijkt dat de beoogde nieuwbouw ten minste 78 meter van de inrichtingsgrens ligt.

13 maart 2023

BI9133

11

Projectgerelateerd

Figuur 7: Afstanden tussen gemeentewerf Landsmeer en de beoogde nieuwbouw

De maximale geluidsniveaus op de beoogde nieuwbouw vanwege de piekgeluiden van het op- en afladen van containers zijn berekend met een Geomilieu model. Het piekgeluidvermogen van het verladen van een container bedraagt 118 dB(A). De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van ongeveer 70 meter, ten zuidoosten van de gemeentewerf. Volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) valt een gemeentewerf/milieustraat in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Geluid is hierbij bepalend. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Van dit bedrijf is geen milieudossier beschikbaar. Er is geen geluidsonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen concrete toekomstplannen bekend bij de gemeente. Eierfabriek Adriaan Goede BV, Scheepsbouwersweg 3 Dit bedrijf verwerkt kippeneieren tot gedroogde en vloeibare ei-producten. Ook dit bedrijf ligt direct ten oosten van het plangebied, op een afstand van ongeveer 38 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. De beoogde nieuwbouw ligt ten minste 80 meter van de inrichtingsgrens.

13 maart 2023

BI9133

12

Projectgerelateerd

Figuur 8: Afstanden tussen eierfabriek Adriaan Goede en de beoogde nieuwbouw

De geldende geluidvoorschriften staan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens toe. Uitgegaan is dat de eierfabriek hieraan voldoet. Voor de piekgeluiden is in de voorschriften niet geregeld waar deze van toepassing zijn. Om deze reden is voor het aan- en afrijden van vrachtwagens inzichtelijk gemaakt wat de te verwachte maximale geluidsniveaus zijn. Omdat de milieuvergunning voorschrijft dat in de avond- en nachtperiode respectievelijk maximaal 5 en 2 transporten zijn toegelaten, is het mogelijk dat piekgeluiden in deze perioden optreden. Worst-case is uitgegaan van het afblazen van remlucht van vrachtwagens met een piekbronvermogen van 110 dB(A). De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van ongeveer 80 meter, ten oosten van het bedrijf. Volgens het bestemmingsplan valt dit bedrijf in milieucategorie 4.1 van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) met een richtafstand van 200 meter. Geur is hierbij bepalend. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Volgens de Omgevingsdienst IJmond heeft het bedrijf een omgevingsvergunning milieu, maar valt het bedrijf op basis van de actuele productiecapaciteit onder het Activiteitenbesluit.

Het bedrijf is voornemens de eierschalen binnen het eigen bedrijf te gaan verwerken, waardoor de omgevingsvergunning milieu weer van toepassing zal worden. De Omgevingsdienst IJmond zal de vergunning gaan actualiseren. Bedrijventerrein Landsmeer Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Voor het bedrijf Eierfabriek Adriaan de Goede BV (milieucategorie 4.1) is een maatbestemming opgenomen.

13 maart 2023

BI9133

13

Projectgerelateerd

3.3

Resultaten

De resultaten zijn per bedrijf hieronder behandeld. Autobedrijf Stijl, Scheepsbouwersweg 7 Van het autobedrijf is te verwachten dat zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidsniveaus voldoen aan de geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast ligt de beoogde nieuwbouw op 76 meter afstand van de inrichtingsgrens (de plangrens ligt op 37 meter afstand van de inrichtingsgrens). Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het feit dat de westelijke roldeur in de werkplaats gesloten moet zijn tijdens luidruchtige werkzaamheden om de kans op geluidhinder weg te nemen. Daarnaast kan het lossen van schade auto’s in de avond- en nachtperiode potentieel resulteren in piekgeluiden, waardoor het lossen van deze auto’s bij voorkeur op het binnenterrein (ten oosten van het gebouw) plaats vindt. Gemeentewerf Landsmeer met milieustraat, Scheepsbouwersweg 5 De inrichting ligt op 78 meter van de beoogde nieuwbouw (de plangrens ligt op 39 meter afstand van de inrichtingsgrens). Hierdoor is het te verwachten dat ook de gemeentewerf voldoet aan de geluidwaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast is de werf enkel in de dagperiode in bedrijf.

Piekgeluiden vanwege het laden- en lossen van containers kunnen resultaten in een maximaal geluidsniveau van ten hoogste 68 dB(A), waarmee voldaan wordt aan de geluidwaarde van 70 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. Uitgegaan is dat in de dag- en avondperiode geen containerhandelingen plaatsvinden. Eierfabriek Adriaan Goede BV, Scheepsbouwersweg 3 De eierfabriek moet momenteel aan de maatmerkvoorschriften en in de toekomst aan de geluidvoorschriften uit de omgevingsvergunning milieu voldoen voor zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidsniveaus. De voorschriften schrijven een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens voor. De beoogde nieuwbouw ligt op 80 meter (de plangrens ligt op 38 meter afstand) van de inrichtingsgrens, waardoor te verwachten is dat de eierfabriek geen knelpunt vormt voor de nieuwbouw. De maximale geluidsniveaus vanwege het aan- en afrijden van de vrachtwagens bedraagt op 50 meter afstand van de inrichtingsgrens ten hoogste 65 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Bij de dichtstbijzijnde beoogde nieuwbouw is dit 60 dB(A), waarmee wordt voldaan aan de geluidwaarde uit het Activiteitenbesluit. Bedrijventerrein Landsmeer Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter.

Voor het bedrijf Eierfabriek Adriaan de Goede BV is een maatbestemming opgenomen. Door voor de nieuwbouw uit te gaan van een afstand van tenminste 50 meter tussen het bouwvlak en (in verband met vergunningvrij bouwen) het achterafgebied enerzijds en de bestemmingsgrens van het bedrijventerrein anderzijds, wordt voldaan aan de richtafstand tot bedrijven in maximaal milieucategorie 3.1, zodat voor dat onderdeel voldoende rekening gehouden wordt met de maximale planologische mogelijkheden op het bedrijventerrein.

13 maart 2023

BI9133

14

Projectgerelateerd

Door binnen die afstand van 50 meter woningen te projecteren is onvoldoende zeker gesteld, dat bij invulling van de maximale planologische van het bedrijventerrein een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Bovendien betekent dit een mogelijk onevenredige beperking van de milieugebruiksruimte van de zittende bedrijven.

3.4

Conclusie & aandachtspunten

Nabij het plangebied zijn drie bedrijven relevant voor het milieuaspect geluid: 1. Autobedrijf Stijl 2. De gemeentewerf Landsmeer met milieustraat 3. Eierfabriek Adriaan Goede BV. Van het Autobedrijf Stijl en de gemeentewerf Landsmeer is te verwachten dat beide voor zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidsniveaus voldoen aan de geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit ter plaatse van de beoogde nieuwbouw en dat beide niet worden beperkt in de gebruiksruimte. Voor het Autobedrijf Stijl zijn daarbij twee aandachtspunten: 1. De westelijke roldeur moet gedurende luidruchtige werkzaamheden gesloten zijn. 2. Het eventueel lossen van schade auto’s in de avond- en nachtperiode moet op het terrein ten oosten van het hoofdgebouw plaatsvinden. De eierfabriek voldoet aan de voorschriften voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit de omgevingsvergunning milieu zolang de beoogde nieuwbouw niet binnen 50 meter van de inrichtingsgrens wordt gerealiseerd. De maximale geluidsniveaus vanwege het aan- en afrijden van vrachtwagens voldoen aan de geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit en in de dagperiode zijn geen maximale geluidsniveaus boven de 70 dB te verwachten vanwege laad- en losactiviteiten.

Bedrijventerrein Landsmeer Door binnen een afstand van 50 meter van de bestemmingsgrens woningen te projecteren is onvoldoende zeker gesteld, dat bij invulling van de maximale planologische van het bedrijventerrein een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Bovendien betekent dit een mogelijk onevenredige beperking van de milieugebruiksruimte van de zittende bedrijven.

13 maart 2023

BI9133

15

Projectgerelateerd

4

Onderzoek geur

4.1

Beoordelingskader geur

Voor geur door bedrijven gelden geen wettelijke waarden. Een algemeen uitgangspunt vanuit een goede ruimtelijke ordening is dat geurhinder door bedrijven bij nieuwe woningen wordt voorkomen. En als dat niet mogelijk blijkt, die geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft. Een ander algemeen uitgangspunt is dat bestaande bedrijven niet door nieuwe woningen in hun bedrijfsvoering mogen worden beperkt. Hierbij wordt rekening gehouden met concrete toekomstplannen van de bedrijven. Tenslotte is een belangrijk uitgangspunt dat rekening gehouden wordt met de maximale planologische mogelijkheden, in dit geval voor bedrijvigheid op het naastgelegen bedrijventerrein. Onder de Omgevingswet geldt bij het projecteren van woningen en andere geurgevoelige gebouwen, de instructieregel voor de gemeente dat, met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening gehouden wordt met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit komt in hoofdlijnen op hetzelfde neer als nu de toets aan de goede ruimtelijke ordening zoals hierboven beschreven. Ook dan gelden er daarvoor geen wettelijke waarden. In de praktijk van de ruimtelijke ordening wordt veelal aangesloten bij de richtafstanden uit de VNGuitgave Bedrijven en milieuzonering (2009), op basis van de milieucategorie van het bedrijf.

De richtafstanden voor een bepaald bedrijf gelden vanaf de terreingrens tot de bestemmingsgrens waar woningen gebouwd mogen worden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Zeker voor bestaande bedrijven in een situatie waarbij bestaande woningen en andere gevoelige bestemmingen op een grotere afstand zijn gelegen dan de richtafstanden, hebben de VNG-richtafstanden een indicatief karakter. Voor de bedrijven zijn de richtafstanden namelijk niet normerend. Dat betekent kort gezegd dat eventuele geurhinder ook buiten de richtafstanden op zou kunnen treden. Anderzijds is het ook goed mogelijk dat eventuele geurhinder afwezig is en al op een veel kleinere afstand dan de richtafstand geurhinder wordt voorkomen. Voor de toetsing van de maximale planologische mogelijkheden is het gebruikelijk uit te gaan van de richtafstanden die behoren bij de maximaal toegelaten milieucategorieën. Dit zal onder de Omgevingswet niet anders zijn, zolang de huidige planregeling voor bedrijventerrein Landsmeer nog onderdeel is van het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat bij het in werking treden van de Omgevingswet.

4.2

Uitgangspunten

Er zijn drie bedrijven nabij het plangebied die mogelijk geurhinder kunnen veroorzaken: 1. Autobedrijf Stijl 2. De gemeentewerf Landsmeer met milieustraat 3. Eierfabriek Adriaan Goede BV. Autobedrijf Stijl, Scheepsbouwersweg 7 Dit autoschadebedrijf ligt ten zuidoosten van het plangebied, op een afstand van bijna 40 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. Er is een spuitinrichting aanwezig. De schoorsteen daarvan ligt op een afstand van circa 60 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van circa 75 meter, ten oosten van het bedrijf.

13 maart 2023

BI9133

16

Projectgerelateerd

Volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) en volgens het bestemmingsplan valt dit bedrijf in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Geur is hierbij bepalend. De richtafstand voor geluid is 30 meter. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Gemeentewerf Landsmeer met milieustraat, Scheepsbouwersweg 5 De gemeentewerf ligt direct ten oosten van het plangebied, op een afstand van bijna 40 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van circa 55 meter, ten zuidoosten van de gemeentewerf. Volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) valt een gemeentewerf/milieustraat in milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Geluid is hierbij bepalend. De richtafstand voor geur is 30 meter. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Van dit bedrijf is geen milieudossier beschikbaar. Er zijn geen geluid- of geuronderzoeken uitgevoerd. De werf is alleen overdag geopend. Op de werf vindt geen groencompostering plaats. Er zijn geen concrete toekomstplannen bekend bij de gemeente. Eierfabriek Adriaan Goede BV, Scheepsbouwersweg 3 Dit bedrijf verwerkt kippeneieren tot gedroogde en vloeibare ei-producten. Ook dit bedrijf ligt direct ten oosten van het plangebied, op een afstand van bijna 40 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw.

De centrale schoorsteen ligt op een afstand van circa 110 meter van de plangrens voor de beoogde nieuwbouw. De dichtstbijzijnde bestaande woonbebouwing ligt op een afstand van circa 85 meter, ten oosten van het bedrijf. Volgens het bestemmingsplan valt dit bedrijf in milieucategorie 4.1 van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) met een richtafstand van 200 meter. Geur is hierbij bepalend. Zoals hiervoor vermeld betreft het indicatieve afstanden. Volgens de Omgevingsdienst IJmond heeft het bedrijf een omgevingsvergunning milieu, maar valt het bedrijf op basis van de actuele productiecapaciteit onder het Activiteitenbesluit. Het bedrijf is voornemens de eierschalen binnen het eigen bedrijf te gaan verwerken, waardoor de omgevingsvergunning milieu weer van toepassing zal worden. De omgevingsdienst IJmond zal de vergunning gaan actualiseren. In de melding van een milieu neutrale wijziging uit 2004 wordt melding gemaakt van een geuronderzoek van TNO. De rapportage van dit onderzoek zit niet in het dossier van de Omgevingsdienst IJmond. Het papieren dossier is in 2018 retour gestuurd naar de gemeente Landsmeer. Vooralsnog hebben wij niet de beschikking over dit geuronderzoek van TNO. Bedrijventerrein Landsmeer Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter.

Voor het bedrijf Eierfabriek Adriaan de Goede BV (milieucategorie 4.1) is een maatbestemming opgenomen.

13 maart 2023

BI9133

17

Projectgerelateerd

4.3

Resultaten

Autobedrijf Stijl, Scheepsbouwersweg 7 Van dit bedrijf is geen (reguliere) geurhinder te verwachten. De schoorsteen van de spuiterij ligt op ruim 60 meter van de plangrens. De nieuwe woningen zullen niet direct op de plangrens geprojecteerd gaan worden, zodat de werkelijke afstand groter zal zijn dan 60 meter, volgens het voorbeeldplan op een afstand van ruim 100 meter. Bovendien is de overheersende windrichting westelijk en ligt het bedrijf oostelijk van de beoogde woonbebouwing. Incidenteel zal de geur van het bedrijf bij de woningen waargenomen kunnen worden, afhankelijk van de weersomstandigheden. Dit zal echter naar verwachting niet leiden tot onaanvaardbare geurhinder en daarmee ook niet tot beperkingen voor het bedrijf. Gemeentewerf Landsmeer met milieustraat, Scheepsbouwersweg 5 Ook van de gemeentewerf is geen (reguliere) geurhinder te verwachten. De containers voor afval staan op een afstand van circa 60 meter van het plangebied en de meeste containers bevatten geen afvalstoffen die geur verspreiden. De afstand tot de toekomstige woningen zal nog groter zijn dan 60 meter, volgens het voorbeeldplan op een afstand van ca 100 meter. En ook hier geldt dat de overheersende windrichting westelijk is en de gemeentewerf oostelijk ligt van de beoogde woonbebouwing.

Eierfabriek Adriaan Goede BV, Scheepsbouwersweg 3 Volgens de Omgevingsdienst IJmond zijn er geen geurklachten bekend over dit bedrijf. Op het terrein van het bedrijf is wel een zogenaamde nestgeur waargenomen. Dat is de eigen geur van het bedrijf die niet wordt veroorzaakt door de puntbronemissies uit de schoorsteen. Ook bij dit bedrijf is het gunstig dat de nieuwe woningen niet in overheersende windrichting liggen ten opzichte van het bedrijf en dat de centrale schoorsteen op een grotere afstand is gelegen. Op basis van het voorbeeldplan is de afstand van de nieuwe woningen tot de schoorsteen circa 150 meter. Dat is nog altijd ruim binnen de richtafstand van 200 meter. Al met al is geurhinder vanwege dit bedrijf niet uitgesloten. Op basis van het TNO onderzoek uit 2004, zodra beschikbaar, kan wellicht meer duidelijkheid worden verkregen over de kansen op geurhinder en het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken daarvan. Bedrijventerrein Landsmeer Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. Voor het bedrijf Eierfabriek Adriaan de Goede BV is een maatbestemming opgenomen.

Door voor de nieuwbouw uit te gaan van een afstand van tenminste 50 meter tussen het bouwvlak en (in verband met vergunningvrij bouwen) het achterafgebied enerzijds en de bestemmingsgrens van het bedrijventerrein anderzijds, wordt voldaan aan de richtafstand tot bedrijven in maximaal milieucategorie 3.1, zodat voor dat onderdeel voldoende rekening gehouden wordt met de maximale planologische mogelijkheden op het bedrijventerrein. Uitgangspunt hierbij is dat de geurhinder vanwege de eierfabriek tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft. Door binnen die afstand van 50 meter woningen te projecteren is onvoldoende zeker gesteld, dat bij invulling van de maximale planologische van het bedrijventerrein een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Bovendien betekent dit een mogelijk onevenredige beperking van de milieugebruiksruimte van de zittende bedrijven.

13 maart 2023

BI9133

18

Projectgerelateerd

4.4

Conclusie & aandachtspunten

Bestaande bedrijven Er zijn drie bedrijven nabij het plangebied die mogelijk geurhinder kunnen veroorzaken: 1. Autobedrijf Stijl 2. De gemeentewerf Landsmeer met milieustraat 3. Eierfabriek Adriaan Goede BV. Van het autobedrijf en de gemeentewerf is geen geurhinder te verwachten, onder meer omdat de overheersende windrichting westelijk is en de bedrijven oostelijk van de beoogde woonbebouwing zijn gesitueerd. Van eierfabriek Adriaan Goede BV is geurhinder niet uit te sluiten. Op basis van het TNO onderzoek uit 2004, zodra beschikbaar, kan wellicht meer duidelijkheid worden verkregen over de kansen op geurhinder en het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken daarvan. Bedrijventerrein Landsmeer Door binnen een afstand van 50 meter van de bestemmingsgrens woningen te projecteren is onvoldoende zeker gesteld, dat bij invulling van de maximale planologische van het bedrijventerrein een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Bovendien betekent dit een mogelijk onevenredige beperking van de milieugebruiksruimte van de zittende bedrijven.

13 maart 2023

BI9133

19

Projectgerelateerd

6

Onderzoek stikstof

6.1

Context

Gemeente Landsmeer onderzoekt de mogelijkheden om woningbouw te realiseren op de gronden tussen de wijk Luijendijk-Zuid en de Ringweg A10. Eerder is op deze gronden de ontwikkeling en realisatie van vakantieresort Breeck toegestaan. De gemeente Landsmeer wil nu alsnog onderzoeken of op deze gronden permanente woningbouw mogelijk is. Een deel van de gronden is in gebruik als volkstuinen. Voor deze volkstuinen zal vervangende ruimte worden gecreëerd. Er worden twee verschillende scenario’s besproken. Het gebied uit het eerste scenario heeft een oppervlakte van ongeveer 12 hectare waarop ongeveer 540 woningen zouden kunnen worden gerealiseerd. In het tweede scenario heeft het gebied een oppervlakte van ongeveer 2 hectare. Op deze grond staan de volkstuinen. De volkstuinen zouden worden verwijderd en er zouden 100 woningen worden gerealiseerd. Tijdens de realisatie van deze mogelijke ontwikkelingen wordt divers, brandstof aangedreven materieel ingezet. Verbrandingsemissies van dit materieel zorgen voor stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het gebruik van de nieuwe woningen zal tot een verandering van de verkeersituatie in en rondom het plangebied leiden. Deze verandering in verkeer zorgt voor een mogelijke toename in stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Om een inschatting van de stikstofdepositie als gevolg van bouw en gebruik van de woningen te krijgen, zijn enkele verkennende berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator. Uitgangspunten van deze berekeningen zijn gebaseerd op generieke kentallen en globale aannames met bijbehorend detailniveau. De in deze notitie gerapporteerde berekeningen en resultaten hebben daarom het karakter van een verkenning met als doel om een eerste inschatting van de mogelijke effecten te krijgen.

6.2

Wettelijk kader

Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. In de beslisboom voor toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten (zie Figuur 11) zijn de stappen om vergunningsplicht vast te stellen beschreven.

13 maart 2023

BI9133

23

Projectgerelateerd

Figuur 11. Beslisboom Toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten

13 maart 2023

BI9133

24

Projectgerelateerd

6.3

Uitgangspunten scenario 1

Het gebied in scenario heeft een oppervlakte van ongeveer 12 hectare. Er wordt aangenomen dat er gemiddeld 45 woningen per hectare kunnen worden gerealiseerd. Dit komt neer op 540 woningen op het hele plangebied.

6.3.1 Aanlegfase Tijdens de realisatie van de woningen wordt divers, brandstof aangedreven materieel ingezet. Verbrandingsemissies van dit materieel zorgen voor stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Om de emissies tijdens de aanlegfase van de woningen te bepalen zijn de werkzaamheden opgedeeld in twee onderdelen: 1) Bouwrijp maken (inclusief sloop) 2) Woonrijp maken + bouw van woningen Aangenomen is dat het volledige plan in drie jaar gerealiseerd kan worden. Het bouwrijp maken inclusief de sloop gebeurt in het eerste en tweede jaar. De bouw van de woningen en het woonrijp maken gebeurt in het tweede en derde jaar. In het tweede jaar overlappen de twee onderdelen (zie tabel 2 en tabel 3 in bijlage 1). Bouwrijp maken Op basis van de oppervlakte van het plangebied, de bestaande en toekomstige functies en inschattingen van capaciteiten van in te zetten materieel is, op basis van generieke inschattingen en expert judgement, een inschatting van de inzet van materieel en bijbehorende vermogens gemaakt. Emissies door mobiele werktuigen worden berekend op basis van het AdBlue verbruik, uren inzet en brandstofverbruik (de “AUB-methode”). De emissiecoëfficiënten zijn afkomstig uit de dataset van TNO voor AERIUS 2021 (tabblad NRMM AUB methodiek). Deze zijn afhankelijk van de vermogensklasse en het bouwjaar.

Voertuigen worden geproduceerd met motoren die moeten voldoen aan de vigerende emissienormering welke afhangt van de vermogensklasse. Voor de werktuigen is het bouwjaar 2015 gehanteerd. Voor werktuigen uit dit bouwjaar geldt de emissienormering STAGE IV. Dit materieel is doorgaans uitgerust met een SCR, waarbij is uitgegaan van een AdBlue verbruik van 6%. Voor de sloopwerkzaamheden is op basis van het plangebied een oppervlak van 21.500 m2 met een gebouwhoogte van 3 meter aangenomen. In totaal wordt er 120.000 m2 bouwrijp gemaakt. Voor de graafwerkzaamheden is een gemiddelde diepte van 2 meter aangenomen. Uit de berekening volgt een totale emissie van 1.381 kg NOx en 62 kg NH3 voor het bouwrijp maken (zie tabel 7, bijlage 1).

13 maart 2023

BI9133

25

Projectgerelateerd

Woonrijp maken en bouw van woningen Voor de emissieberekening als gevolg van de aanleg van de woningen is gebruik gemaakt van de emissiekentallen van het RIVM6. Hier wordt een emissie van 3 kg NOx per woning gehanteerd. Er wordt aangenomen dat één woning overeenkomt met een bruto oppervlak van 100 m2. Voor de NH3-emissie is 4% van de totale NOx-emissie aangenomen. De bouw van de 540 woningen zorgt voor een emissie van 1.620 kg NOx en 65 kg NH3. Het woonrijp maken van de woningen heeft een emissie van 240,8 kg NOx en 9,7 kg NH3. De inschatting voor de inzet van het materieel en bijbehorende emissies voor het woonrijp maken is analoog aan de, in paragraaf 3.1.1 beschreven, methode voor het bouwrijp maken (zie tabel 8, bijlage 1). Op basis van expert judgement en expertise uit overige ontwikkelingen is aangenomen dat er tijdens de aanlegfase per dag 10 vrachtwagens en 40 personenauto’s van en naar het plangebied rijden7. Dit zorgt voor een emissie van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per jaar. De emissies als gevolg van de aanlegfase en de fasering van de aanlegfase zijn weergegeven in bijlage 1.

6.3.2 Gebruiksfase Het uitgangspunt is dat de woningen zonder gasaansluiting, (open) haarden en rookgaskanalen worden opgeleverd. Daarmee blijft alleen de toename van het verkeer over als bron van stikstof in de gebruiksfase. Er wordt aangenomen dat de werkzaamheden in 2026 afgerond zijn. Als zichtjaar voor de permanente gebruiksfase is gekozen voor 2027. Het aantal verkeersbewegingen is gebaseerd op CROW kentallen8. Voor de berekening is aangenomen dat de verkeersgeneratie 7 voertuigbewegingen per woning per weekdag is9. Dit komt uit op 3.780 verkeersbewegingen voor 540 woningen. Twee procent van dit aantal wordt gezien als vrachtwagens (tabel 5, bijlage 1). Aangenomen is dat het wegverkeer, vanaf de Scheepsbouwersweg, wordt opgedeeld in drie richtingen. Twintig procent van de verkeersgeneratie gaat via Zuideinde richting het centrum van Landsmeer, veertig procent via de oprit van de rijksweg A10 richting het westen en veertig procent via de oprit van de rijksweg A10 richting het zuiden. Vanaf die punten wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat op deze weg rijdt. De routes die zijn meegenomen in het onderzoek zijn weergegeven in Figuur 12.

6

Methode inschatting depositie woningbouwprojecten, RIVM, 2019 Bij 250 werkdagen per jaar en 2 bewegingen per aankomst volgen voor vrachtauto’s 10 x 250 x 2 = 5.000 en voor personen/bestelauto’s 40 x 250 x 2 = 20.000 bewegingen per jaar. 8 CROW hoofdstuk 6.3.3.2. Hoofdgroep wonen, publicatie 26-07-2021 9 Voor de berekening is de gemiddelde verkeersgeneratie gekozen op basis van de kentallen voor “koop, huis, vrijstaand”, “koop, huis, twee onder een kap”, “koop, huis, tussen/hoek” en “huur, huis, vrije sector”. De kentallen vanaf de categorie matig stedelijk en rest bebouwde kom beginnen bij 6,7 en loopt op tot 8,6 bewegingen per dag. 7

13 maart 2023

BI9133

26

Projectgerelateerd

Figuur 12. Routes wegverkeer in de gebruiksfase

13 maart 2023

BI9133

27

Projectgerelateerd

6.4

Uitgangspunten scenario 2

Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 21.500 m2. Dit gebied wordt nu gebruikt voor volkstuinen. Er wordt aangenomen dat er gemiddeld 45 woningen per hectare kunnen worden gerealiseerd. Dit komt neer op 100 woningen op het hele plangebied. Het gebied is aangegeven in Figuur 12.

6.4.1 Aanlegfase Tijdens de realisatie van de woningen wordt divers, brandstof aangedreven materieel ingezet. Verbrandingsemissies van dit materieel zorgen voor stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Om de emissies tijdens de aanlegfase van de woningen te bepalen zijn de werkzaamheden opgedeeld in twee onderdelen: 1) Bouwrijp maken (inclusief sloop) 2) Woonrijp maken + bouw van woningen Aangenomen is dat het volledige plan in drie jaar gerealiseerd kan worden. Het bouwrijp maken inclusief de sloop gebeurt in het eerste en tweede jaar. De bouw van de woningen en het woonrijp maken gebeurt in het tweede en derde jaar. In het tweede jaar overlappen de twee onderdelen (zie tabel 9 en tabel 10 in bijlage 2). Bouwrijp maken Het bouwrijp maken is berekend analoog aan de in paragraaf 3.1.1 beschreven methode. Voor de sloopwerkzaamheden is op basis van het plangebied een oppervlak van 21.500 m2 met een gebouwhoogte van 3 meter aangenomen. In totaal wordt er het totale plangebied bouwrijp gemaakt. Voor de graafwerkzaamheden is een gemiddelde diepte van 2 meter aangenomen. Uit de berekening volgt een totale emissie van 613 kg NOx en 28 kg NH3 voor het bouwrijp maken (zie tabel 13, bijlage 2). Woonrijp maken en bouw van woningen Voor de emissieberekening als gevolg van de aanleg van de woningen is gebruik gemaakt van de emissiekentallen van het RIVM10.

Hier wordt een emissie van 3 kg NOx per woning gehanteerd. Er wordt aangenomen dat één woning overeenkomt met een bruto oppervlak van 100 m2. Voor de NH3-emissie is 4% van de totale NOx-emissie aangenomen. De bouw van de 100 woningen zorgt voor een emissie van 300 kg NOx en 12 kg NH3. Het woonrijp maken van de woningen heeft een emissie van 40,6 kg NOx en 1,6 kg NH3. De inschatting voor de inzet van het materieel en bijbehorende emissies voor het woonrijp maken is analoog aan de, in paragraaf 3.1.1 beschreven, methode voor het bouwrijp maken (zie tabel 14, bijlage 2). Op basis van expert judgement en expertise uit overige ontwikkelingen is aangenomen dat er tijdens de aanlegfase per dag 5 vrachtwagens en 20 personenauto’s van en naar het plangebied rijden11. Dit zorgt voor een emissie van 10 kg NOx en 0,3 kg NH3 per jaar. 10

Methode inschatting depositie woningbouwprojecten, RIVM, 2019

11 Bij 250 werkdagen per jaar en 2 bewegingen per aankomst volgen voor vrachtauto’s 10 x 250 x 2 = 5.000 en voor personen-

/bestelauto’s 40 x 250 x 2 = 20.000 bewegingen per jaar. 13 maart 2023

BI9133

28

Projectgerelateerd

De emissies als gevolg van de aanlegfase en de fasering van de aanlegfase zijn weergegeven in bijlage 2.

6.4.2 Gebruiksfase De uitgangspunten zijn analoog aan de uitgangspunten van scenario 1. Het aantal verkeersbewegingen is gebaseerd op CROW kentallen. Voor de berekening is aangenomen dat de verkeersgeneratie 7 voertuigbewegingen per woning per weekdag is. Dit komt uit op 700 verkeersbewegingen voor 100 woningen. Twee procent van dit aantal wordt gezien als vrachtwagens (tabel 12). Aangenomen is dat het wegverkeer, vanaf de Scheepsbouwersweg, wordt opgedeeld in drie richtingen. Twintig procent van de verkeersgeneratie gaat via Zuideinde richting het centrum van Landsmeer, veertig procent via de oprit van de rijksweg A10 richting het westen en veertig procent via de oprit van de rijksweg A10 richting het zuiden. Vanaf die punten wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat op deze weg rijdt. De routes die zijn meegenomen in het onderzoek zijn weergegeven in Figuur 12.

6.5

Rekenmodel

De stikstofdepositie is berekend met AERIUS Calculator, versie 2022. Voor de berekening van de aanlegfase is 2025 als zichtjaar gebruikt (maatgevende jaar). Voor de gebruiksfase is zichtjaar 2027 gebruikt. Er wordt aangenomen dat dit het eerstvolgende jaar is na afronding van de werkzaamheden.

6.5.1 Aanlegfase Voor de emissies van het in te zetten materieel tijdens de werkzaamheden is een vlakbron ter hoogte van het plangebied gemodelleerd. Deze vlakbron bevat de gesommeerde emissies van het materieel (sector 3220). De invoerparameters uitstoothoogte (4 meter), spreiding (4 meter) en warmte-inhoud (0 MW) sluiten aan bij de standaard voor mobiele werktuigen in AERIUS Calculator. Voor de emissies van het verkeer voor de aan- en afvoer van materieel, materialen en personeel is in AERIUS één rijroute gemodelleerd. Deze rijroute loopt van het centrum van het plangebied via de Scheepsbouwersweg en IJdoornlaan naar de Rijksweg A10. Vanaf hier wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat op deze weg rijdt.

6.5.2 Gebruiksfase Licht verkeer (personen- en bestelauto’s) en zwaar vrachtverkeer zijn als aantal ingevoerd in AERIUS. Voor de bepaling van de NOx- en NH3-emissie wordt daarmee gebruik gemaakt van de emissiefactoren zoals deze in AERIUS opgenomen zijn (zie factsheet AERIUS “Wegverkeer – emissiefactoren standaard” 12). Het wegdeel in AERIUS is ingevoerd als lijnbron met de emissiekarakteristieken van “wegverkeer binnen de bebouwde kom” (sector 3113). 12

https://www.aerius.nl/nl/factsheets/wegverkeer-emissiefactoren-standaard/13-01-2022=

13 maart 2023

BI9133

29

Projectgerelateerd

Als uit de ecologische Voortoets volgt dat negatieve natuurgevolgen niet uitgesloten kunnen worden, dan kan het project niet zonder natuurvergunning gerealiseerd worden. Er is dan verder onderzoek nodig in de vorm van een zeer uitgebreide en op habitattype niveau toegespitste Passende beoordeling. Met die passende beoordeling kunnen de negatieve natuureffecten weggenomen worden met mitigerende maatregelen. Dat is vaak een intensief en een langer durend traject.

13 maart 2023

BI9133

32

Projectgerelateerd

7

Externe veiligheid

7.1

Context

Dit onderzoek externe veiligheid zal de mogelijke ontwikkeling voor het hele plangebied evalueren. Waar nodig zal er ook worden gekeken naar een kleiner deel van het plangebied, wat in dit rapport zal worden aangeduid als ‘alternatief plangebied’. Deze gebieden staan weergegeven in Figuur 13

Figuur 13 Omtrek volledige plangebied (rood) en alternatief plangebied (blauw)

In het kader van het onderzoek of het verantwoord is om woningen te plaatsen op deze locatie, is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid nodig. Voor het wijzigen van een bestemmingsplan is dit ook verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn de geplande gebouwen te beschouwen als kwetsbare objecten. In de omgeving van het plangebied liggen enkele risicobronnen die invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of er wordt voldaan aan de normen van externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.

13 maart 2023

BI9133

33

Projectgerelateerd

7.2

Toetsingskader externe veiligheid

Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veiligheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veiligheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.

7.2.1 Wet- en regelgeving externe veiligheid 

 

Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi)13. In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)14. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)15. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.

7.2.2 Plaatsgebonden risico en groepsrisico Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10-6-contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5- en de 10-6-contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens). 13

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit van 27 mei 2004, Staatsblad 2004, nummer 250, inwerkingtreding 27 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015. 14 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Besluit van 11 november 2013, Staatsblad 2013, nummer 465, inwerkingtreding 1 april 2015. 15 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 2010, nummer 686, inwerkingtreding 1 januari 2011. Laatste wijziging op 21 maart 2018. 13 maart 2023

BI9133

34

Projectgerelateerd

7.2.3 Verantwoordingspicht groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.

7.2.4 Externe veiligheid onder de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het kwantitatieve groepsrisicobeleid komt te vervallen, het kwalitatieve groepsrisicobeleid en de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico blijven in gewijzigde vorm bestaan. De verantwoordingsplicht als zodanig komt te vervallen, maar het blijft verplicht om aandacht te besteden aan aspecten zoals zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid, risicocommunicatie en de afweging van risico’s voor groepen personen. Het groepsrisico mag overigens (in specifieke situaties) nog steeds berekend worden. De verplichting hiertoe vervalt. Het plaatsgebonden risico blijft als norm wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoordingsplicht worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen vastgesteld16. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet aandacht worden besteed aan de betreffende risico’s en bijbehorende effecten.

Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (=de gemeente) in beginsel zogenaamde voorschriftengebieden moet aanwijzen in het omgevingsplan. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Voor zeer kwetsbare gebouwen is de gemeente wettelijk verplicht om een voorschriftengebied aan te wijzen. Binnen een aangewezen voorschriftengebied geldt de verplichting om bouwkundige (of gelijkwaardige) maatregelen te treffen aan nieuwbouw. Deze verplichting geldt altijd, zowel voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Een voorschriftengebied hoeft niet voor het gehele aandachtsgebied te gelden. Een gemeente kan er gemotiveerd voor kiezen om slechts een deel van een aandachtsgebied als voorschriftengebied aan te wijzen.

16

Afhankelijk van het type risicovolle milieubelastende activiteit gelden voor de aandachtsgebieden vaste afstanden of moeten deze worden berekend (zie Bijlage VII Bkl).

13 maart 2023

BI9133

35

Projectgerelateerd

7.3

Inventarisatie relevante risicobronnen

Dit hoofdstuk inventariseert de externe veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.

7.3.1 Methodiek Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens wordt geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de genoemde besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden. Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing. 1. Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk en/of 2.

Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of  de risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of  binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen.  de risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of  de invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.

7.3.2 Beschouwing Inventarisatie planvoornemen Het planvoornemen maakt geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk. In het plangebied wordt onder andere woningbouw gerealiseerd. Conform het Bevi zijn woningen te kwalificeren als kwetsbare objecten. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk 13 maart 2023

BI9133

36

Projectgerelateerd

7.3.3 Beoordeling relevante risicobronnen Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid: 1. Hoogspanningslijn FE104 Coenplein-Diemen 2. Autosnelweg A10 1. Hoogspanningslijn FE104 Coenplein-Diemen Voor de beschouwing van de hoogspanningslijn is een aparte notitie opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 7. 2. Autosnelweg A10 (traject afrit 16 (Noord) – knooppunt Coenplein) Op 30 meter ten zuiden van het plangebied ligt de autosnelweg A10 (traject afrit 16 (Noord) – knooppunt Coenplein). Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een rijksweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De autosnelweg heeft twee invloedsgebieden van 880 en 355 meter21 gebaseerd op het transport van toxische vloeistoffen (LT2) en brandbare gassen (GF3). Conform het Bevt is een beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico een verplichting aangezien het plangebied binnen 200 meter van de transportroute ligt. Tevens dient het bevoegd gezag te voldoen aan de verantwoordingsplicht groepsrisico. Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet krijgt de autosnelweg een brandaandachtsgebied (30 meter) en een explosieaandachtsgebied (200 meter).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=1816dd7d-a0ac-41b7-b566-822a7001d7a8