_Bijlage_1_Quickscan_natuur_25-01-2021
Tekst van het document
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA Noordeinde 160 Landsmeer Kadastraal bekend 5054, 5058 en 5059 kadastrale gemeente Landsmeer 25 januari 2021
Opdrachtgever: Elly Wijma Uitvoering: Ecologisch adviesbureau Limosa Samenstelling: Eric van Gerrevink ECOLOGISCH ADVIES BUREAU LIMOSA Middel 180 1551ST Westzaan Telefoon 0612942800 Bankrekening nummer: NL88INGB0007449782 Email: limosa.advies@gmail.com
1
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
2
Inhoud 1
2
3
4
INLEIDING ....................................................................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding voor het onderzoek .................................................................................................................................. 4
1.2
Resultaten uit het onderzoek ...................................................................................................................................... 4
1.3
Werkzaamheden ............................................................................................................................................................... 4
1.4
Het plangebied ................................................................................................................................................................... 5
Onderzoek methode.................................................................................................................................................................... 6 2.1
Flora en Fauna soorten ................................................................................................................................................. 6
2.2
Gebieden ............................................................................................................................................................................... 6
BESCHRIJVING PERCEEL.................................................................................................................................................... 7 3.1
Bestemming perceel........................................................................................................................................................ 7
3.2
Natuur bestemming perceel ........................................................................................................................................ 7
3.3
Hydrologische omstandigheden................................................................................................................................ 8
3.4
Beschrijving aanwezige biotopen ............................................................................................................................. 8
Wet natuur bescherming ........................................................................................................................................................... 9 4.1
Soortbescherming ............................................................................................................................................................ 9
4.2
Zorgplicht .............................................................................................................................................................................10
4.3
Beschermde soorten .....................................................................................................................................................10
4.3.1
Planten ............................................................................................................................................................................10
4.3.2
Vissen ..............................................................................................................................................................................10
4.3.3
Amfibieën .......................................................................................................................................................................10
4.3.4
Vogels ........................................................................................................................................................................... 11
4.3.4.1
Aangetroffen soorten met een niet jaarrond beschermde nesten ................................................ 11
4.3.4.2 Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten .............................................................................. 11 4.3.5
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................................ 12
4.3.6
Vleermuizen .................................................................................................................................................................. 12
4.3.7
Overige fauna .............................................................................................................................................................. 13
4.4 5
6
Conclusie beschermde soorten ............................................................................................................................... 13
Effecten, verplichtingen. .......................................................................................................................................................... 13 5.1
Planten.................................................................................................................................................................................. 13
5.2
Vogels met (niet) jaarrond beschermde nesten .............................................................................................. 13
5.3
Zoogdieren ......................................................................................................................................................................... 13
5.4
Vissen.................................................................................................................................................................................... 14
5.5
Vleermuizen ....................................................................................................................................................................... 14
Aanbevelingen.............................................................................................................................................................................. 14
3
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding voor het onderzoek
Er bestaan plannen de locatie aan het Noordeinde 160 te Landsmeer (gemeente Landsmeer, provincie Noord-Holland) te herinrichten. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor de nabij gelegen beschermde natuurgebieden. In opdracht van mevrouw Wijma heeft ecologisch adviesbureau Limosa, in het kader van de huidige natuurwetgeving, een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Deze quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aanwezigheid van soorten, dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn, dan wordt nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Resultaten uit het onderzoek
Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd maatregelen te nemen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen.
1.3
Werkzaamheden
Het bestaande woonhuis zal worden gesloopt, waarna nieuwbouw zal plaatsvinden. Deze nieuwbouw vindt niet plaats op dezelfde locatie, de rooilijn wordt 15 meter in plaats van 3 meter vanaf de weg. Het oude huis heeft een oppervlakte van 60 m2. De nieuwbouw beslaat een oppervlakte van 240 m2. De ecologische gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit de sloop van het woonhuis, het verwijderen van de vegetatie toplaag, het vergraven van de bodem en het eventueel kappen en rooien van bomen en struiken. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
4
1.4
Het plangebied
Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van de gemeente Landsmeer. Aan de westzijde van het perceel is grootwater van de Kerkebreek. Aan de noordzijde een brede sloot. Aan de noordoostzijde grenzend aan woonperceel Noordeinde 156. Aan de oostzijde de openbare weg het Noordeinde, dit is een drukke doorgaande weg met aan de oostkant van de weg een wegsloot. Aan de zuidzijde bevindt zich een nog te ontwikkelen woonperceel Noordeinde 164. Het plangebied ligt in de bebouwing van het Noordeinde in Landsmeer.
Locatie plangebied in de omgeving
Zwarte lijn schematische grenzen van het perceel (niet de kadastrale grenzen) Rode lijn schematische weergave locatie nieuwbouw Blauwe lijn schematische weergave te slopen pand 5
2
Onderzoeksmethode
Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht en welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht gaat uit naar die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Flora- en Faunasoorten
Bronstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek is het kilometerhok (waarbinnen het plangebied is gelegen) en de acht daaromheen liggende kilometerhokken onderzocht, rekening houdend met relevantie en overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. Daarmee vielen de drie kilometerhokken ten westen gelijk af. Deze zijn onderdeel van N2000 gebied en geheel ander biotoop dan plangebied. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfsplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is er een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en waarde van de waarnemingen. Er is onderzoek gedaan naar niet jaarrond beschermde vogel, vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten. Veldbezoek Het plangebied is op 23 december 2020 bezocht. Om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te bekijken en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna.
Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachte soorten. Indien negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten ofwel er ontheffing zal moeten worden aangevraagd zal dat worden aangegeven.
2.2
Gebieden
Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden. Dit is Natura 2000 gebied of Natuur Netwerk Nederland. 6
3
BESCHRIJVING PERCEEL
3.1
Bestemming perceel
Het perceel heeft in bestemmingsplan “het lint 2015” de bestemmingen: wonen 1, wonen 2 en wonen 3. Op deel wonen 1en 2 waarde archeologie 1 en op wonen 3 waarde archeologie 2.
Uitsnede uit bestemmingplan kaart Lint 2015
3.2
Natuur bestemming perceel
Het perceel maakt geen onderdeel uit van Natura 2000 gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske. Het perceel is gelegen in de bebouwde kom tussen het Ilperveld en het Twikse. Het perceel ligt niet in het Natuur Netwerk Nederland (NNN). NNN houdt in deze regio dezelfde begrenzing aan als de Natura 2000 gebieden.
N2000 gebieden Twiske en Ilperveld zijn niet aangrenzend aan het plangebied
7
3.3
Hydrologische omstandigheden
Het perceel ligt aan de oostkant 40 cm boven het polderpeil en dat loopt af naar 20 cm boven polderpeil aan de westkant. Het perceel ligt niet in een onderbemaling, er is dan ook geen peilbesluit op deze grond van toepassing. De grondwaterstand is stabiel en bevindt zich op gemiddeld 30cm onder maaiveld.
3.4
Beschrijving aanwezige biotopen
In het plangebied staat een vrijstaand woonhuis van het bouwjaar 1904. Het was van oorsprong een twee onder een kapwoning. Het pand is in verre staat van verval Er zitten grote gaten in het dak, in de achtergevel ontbreken hele delen, de begane grond vloeren zijn verwijderd, de schoorsteen is gebroken en verzakt. Aangezien er geen vloer meer in zit is de “kruipruimte “zichtbaar. Deze is bezaaid met steentjes en begroeid met algen. Een gedeelte van de binnenwanden is verdwenen. De voorgevel is halfsteens gemetseld en stamt uit de jaren ‘70. Het is geen spouwmuur, aan de binnenzijde zit 5 cm rockwool plaat met vijverfolie. De binnenkant is afgewerkt met een gipsplaat. De zij- en achtergevels zijn aan de buitenzijde opgebouwd met houten rabatdelen, daarachter weer rockwool van 5 cm en vijverfolie. Deze wanden zijn aan de binnenzijde afgewerkt met dunne triplex- of gipsplaten. De zolderverdieping is een grote ruimte, in de nok 180 cm hoog, hier fladdert vijverfolie tussen resten gipsplaat door. Er zitten twee dakkapellen in de kap. In de ramen van de dakkapellen zit geen glas meer. Op het huis liggen nog dakpannen. Het regenwater stroomt er net zo hard onderdoor als er overheen.
Het gehele pand geïnspecteerd op de aanwezigheid van vogelpoep of vleermuispoep, maar niets gevonden. Zelfs de zwaluwen en de mussen, toch de pioniers in dit soort bouwvallen, hebben dit openhuis in de laatste jaren niet gebruikt.
8
De voortuin aan de oostzijde is kaal met tussen de vergroeide bestrating wat gras. Aan de noord- en zuidzijde liggen bestrate parkeerplekken die voor een groot deel begroeid zijn met gras. Aan de westzijde van het pand bevindt zich voornamelijk gras of open grond. Het gras is een ruw gemaaid gazon. In de noord-oost hoek van het perceel ligt een gesloten vegetatie van 200 m2 bamboe. De vegetatie ten westen van de sloot ligt buiten het plangebied.
Grasland met bamboebos
rechts gewone esdoorn buiten plangebied
Er is een grote boom (Acer Preudo Plantanoides) met dbh van 60 cm en totale hoogte van 10 meter net ten zuiden buiten het plangebied aanwezig. Er is geen open oppervlaktewater aanwezig in het plangebied, wel ten westen en ten noorden, net buiten het plangebied.
4
Wet natuurbescherming
In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als gebieden.
4.1
Soortbescherming
Voor dier- en plantsoorten zijn in de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten dient een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantsoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit. - Een inventarisatie en beoordeling van de (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn. - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren.
9
Een ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. - Zij is nodig: a) In belang van de volksgezondheid en of openbare veiligheid. b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang. c) In het belang van het luchtverkeer. - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
4.2
Zorgplicht
Voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) geldt de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.
4.3
Beschermde soorten
4.3.1 Planten Aangetroffen soorten In het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2010 – 2020). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied is te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. 4.3.2 Vissen Omdat er geen water in het plangebied aanwezig is kunnen er geen (beschermde) vissoorten voorkomen. 4.3.3 Amfibieën Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Kamsalamander en Rugstreeppad waargenomen (NDFF 2010-2020). De Rugstreeppad is bekend in de omgeving van het plangebied. De soort is binnen een kilometer eerder waargenomen. De rugstreeppad is een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn. De kamsalamander is ook waargenomen binnen een kilometer van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde en niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. 10
Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wel geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door de algemene soorten zoals gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker. De dieren kunnen wegkruipen in verlaten muizenholen of onder opgeslagen materialen, stronken en takken. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb, maar ze zijn in Noord-Holland vrijgesteld bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting. Rugstreeppad en Kamsalamander Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de rugstreeppad en de kamsalamander. In het plangebied ligt geen geïsoleerd ondiep en snel opwarmend water zonder predatoren zoals vis en waterroofinsecten dat door de dieren kan worden gebruikt voor de voortplanting. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht is het niet te verwachten dat rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. 4.3.4. Vogels Alle inheemse soorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in 4 categorieën) en de zogenaamde categorie 5 soorten. 4.3.4.1
Aangetroffen soorten met niet jaarrond beschermde nesten
Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek is een houtduif gezien die aan het foerageren was. Er is geen nest van de houtduif gevonden. In het kilometerhok zijn in het verleden buizerd, havik, sperwer, kerkuil slechtvalk, gierzwaluw en grote gele kwikstaart vastgesteld. (NDFF 2010-2020). Potentie plangebied In de bebouwing kunnen vogels broeden, alleen hebben ze dat de afgelopen jaren niet gedaan. Er is binnen geen vogelpoep te vinden. Het erf is te intensief in gebruik en het ontbreekt aan struiken en bomen. Het bamboebos is niet geschikt als broedbiotoop.
4.3.4.2 Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten In het woonhuis zitten zoveel (grote) gaten en kieren dat het voor de huismus geen beschermde omgeving is om een nest te maken. Er zijn tijdens het veldbezoek dan ook geen oude nesten gevonden. Voor de foeragerende mussen is voldoende potentieel broedgebied in de nabijheid van het plangebied te vinden. Er is in het woonhuis geen zwaluwnest gevonden, de kans dat er een gierzwaluw gaat wonen is zeer klein vanwege de beperkte hoogte van het woonhuis. Als er na 15 jaar leegstand nog geen roofvogel zich in het woonhuis heeft gevestigd toont dit de ongeschiktheid van het woonhuis aan voor het verblijf van vogels. 11
4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden boommarter, steenmarter, hermelijn, wezel, waterspitsmuis, grijze rat, bruine rat, mol, egel, veldmuis en noordse woelmuis waargenomen (NDFF 2010-2020). De noordse woelmuis is beschermd onder de Habitatrichtlijn. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het plangebied kleine zoogdieren voorkomen zoals egel, mol en veldmuis. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland vrijgesteld bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is niet geschikt voor de noordse woelmuis. De benodigde levensvoorwaarden zijn in dit biotoop niet aanwezig.
Houtduif
Veldmuis
Mol
Egel
4.3.6 Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn; verblijfplaats, foerageergebied of vliegroute. De maner waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan als winter verblijfplaats gebruikt worden maar in de zomer geheel verlaten blijven.
12
Aangetroffen soorten Er zijn in de omgeving alleen losse waarnemingen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. (NDFF 2010-2020). Potentie plangebied Potentiele verblijfplaatsen zijn bij gebouwen spouwmuren en onder dakpannen. Binnen het plangebied bevindt zich geen pand met een geschikte spouwmuur. Het pannendak is niet geschikt als verblijfplaats, het is zo beschadigd dat er geen luwe en veilige plek is voor vleermuizen. 4.3.7 Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen.
4.4
Conclusie beschermde soorten
Het plangebied is een ecologische woestijn. Het reeds 15 jaar leegstaande verwaarloosde woonhuis is niet door de natuur geannexeerd. Er zijn geen vogel- en vleermuissporen of holen gevonden. Het perceel is intensief in beheer en is begroeid met algemene soorten. De zoogdieren die er voorkomen zijn vrijgesteld door de provincie Noord-Holland. Er bevinden zich geen beschermde soorten in het plangebied
5
Effecten, verplichtingen
5.1
Planten
Er zijn binnen het plangebied geen beschermde soorten en Habitats aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht. Om deze redenen bestaan er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming en is aanvullend onderzoek of een ontheffing niet nodig.
5.2
Vogels met (niet) jaarrond beschermde nesten
Er zijn binnen het perceel geen sporen van vogels met een vaste- of jaarrond beschermde- of tijdelijke verblijfplaatsen van vogels aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht. Om deze redenen bestaan er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming en is aanvullend onderzoek of een ontheffing niet nodig. 5.3
Zoogdieren
De aanwezigheid van beschermde zoogdieren binnen het perceel is uitgesloten. Anders dan de algemene zorgplicht (zie laatste alinea van dit hoofdstuk) bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming en vanuit N2000 geen verplichtingen ten aanzien van zoogdieren en is aanvullend onderzoek of een ontheffing niet nodig. 13
5.4
Vissen
De aanwezigheid van beschermde vissoorten binnen het perceel is uitgesloten. Anders dan de algemene zorgplicht (zie laatste alinea van dit hoofdstuk) bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming en vanuit N2000 geen verplichtingen ten aanzien van vissen.
5.5
Vleermuizen
De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het perceel kan worden uitgesloten. De essentiële vliegroutes (langs bomen rij en over rechte watergangen) liggen naast het perceel. Anders dan de algemene zorgplicht (zie laatste alinea van dit hoofdstuk) bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming en vanuit N2000 geen verplichtingen ten aanzien van vleermuizen.
6
Aanbevelingen
Door de nabijheid van Natura 2000 gebied, Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske is een Aerius berekening noodzakelijk voor de toetsing van de stikstof depositie die door de sloop en bouw wordt geproduceerd. 7
Deskundigheid
Dit rapport is opgesteld door; Eric van Gerrevink, Middel 180, 1551 ST Westzaan, geboren 11 januari 1963. Ervaring: - Sinds 1983 actief in natuurbeheer. - Werkzaam bij Staatsbosbeheer in de periode 1983 tot 2015, Hollands duin, Westerkwartier, Zuid-Hollandse eilanden, Biesbosch, Strabrechtse Heide, Alblasserwaard, Veenweiden Noord-Holland. - Werkzaam bij Dunea (Meijendel, Berkheide, Solleveld) periode 2015 – heden, leidinggevende over 12BOA’s domein 2. Verantwoordelijk voor ontwikkeling operationeel advisering op het gebied van toezicht, recreatie en educatie. - Opstellen in samenwerking met DLG Herinrichtingsplan Westzaan 1992 – 1995. - Lid van projectteam Herinrichting Westzaan 1995 – 2010. - Ontwerp, begroting, bestek, directievoering, uitvoering bij voorrang Herinrichting Westzaan 1995 – 1996. - Lid van projectteam red de Kalverpolder 2005 – 2014. - Monitoring flora en fauna 1986 – 2020. - BOA domein 2 van 2004 – 2019. - Gecertificeerd zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming niveau 2 opzichter uitvoerder (2019).
14