Bijlage 1. Llijst met activitveiten waarvoor verplichte participatie nodig is
Tekst van het document
Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Inleiding Participatie is onder de Omgevingswet een aanvraagvereiste. Dat betekent dat iedere initiatiefnemer bij het indienen van een vergunningaanvraag moet aangeven óf hij inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties of bestuursorganen heeft betrokken bij een initiatief. Bij buitenplanse opa’s kan de gemeenteraad verder gaan en categorieën aanwijzen waarbij participatie verplicht is. Als een initiatiefnemer een reguliere of binnenplanse vergunningaanvraag doet, moet hij aangeven óf hij aan participatie heeft gedaan en zo ja, hoe partijen zijn betrokken en wat daar het resultaat van is geweest. De participatie is vrijwillig en vormvrij. Als gemeente geven we het goede voorbeeld, stimuleren we initiatiefnemers om participatie vorm te geven en bieden we hen daar handvatten toe. Het ontbreken van participatie is echter géén reden om een vergunningaanvraag te weigeren. Dat is ook logisch: de activiteit past immers binnen het omgevingsplan en over het omgevingsplan heeft verplicht participatie plaatsgevonden. Er zijn ook initiatieven die niet passen binnen het Omgevingsplan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad daarom de ruimte om te bepalen of participatie bij deze afwijkingen verplicht is.
Net als bij het adviesrecht kan de gemeenteraad een lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht is. Het vrijwillige karakter van participatie vervalt dan. Bij de aangewezen activiteiten is de initiatiefnemer dus verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. Ook dan blijft participatie overigens vormvrij: de initiatiefnemer mag zelf weten hoe hij het participatieproces aanpakt. De gemeenteraad moet, vóórdat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, een besluit nemen over de lijst van categorieën waarbij de raad participatie verplicht stelt. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft de initiatiefnemer in geen enkel geval verplicht aan participatie te doen. Ook dan zullen we in alle gevallen de initiatiefnemer stimuleren om aan participatie te doen.
Categorieën van gevallen adviesrecht en participatie 1. Wonen 1.1 Het binnen de bebouwde kom oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indiende de omvang van nieuwe bebouwing groter is dan 11 woningen; 1.2 Het binnen de bebouwde kom transformeren of vergroten van bestaande bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indiende de omvang van de nieuwe bebouwing groter is dan 11 woningen; 1.3 Indien buiten de bebouwde kom geldt voor 1.1 en 1.2: meer dan 2 woningen; 1.4 Het transformeren of vergroten van een bestaande (bedrijfs)woning buiten de bebouwde kom, waardoor deze groter wordt dan 862,5 m³
1.5 Het gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning. Toelichting wonen Een woning is een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; onder woning of wooneenheid worden mede zorgwoningen begrepen. Het begrip woning omvat zowel woningen als wooneenheden. Hieronder vallen daarmee ook: appartementen, studentenunits, flat- of portiekwoningen en woningen boven winkels. Artikelsgewijs: 1.1 Het aantal van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom is gebaseerd op actuele projecten en projecten uit verleden. Het aantal is mede gebaseerd op het feit dat de gemeente Landsmeer te maken heeft met projecten die liggen in Bijzonder Provinciaal Landschap (werkingsgebied in de provinciale verordening), deze aanduiding geeft aan dat kleinschalige ontwikkelingen tot 11 woningen zijn toegestaan. Aantallen die hierboven uitstijgen behoeven goedkeuring van de provincie alvorens een plan gestart kan worden; 1.2 Indien bij transformatie van gebouwen of uitbreiding ervan ook nieuwe woningen aan de voorraad worden toegevoegd is aangesloten bij de aantallen onder 1.1; 1.3 Het toevoegen van burgerwoningen buiten de bebouwde kom is volgens de provinciale verordeningen niet toegestaan, mits men voldoet aan de door de provincie gestelde voorwaarden.
Deze voorwaarden houden in dat bij functieverandering (van agrarisch naar wonen of van bedrijventerrein naar wonen) er ruimte is voor de toevoeging van één of twee vrijstaande woningen. Vanaf 2 woningen is daarom advies vereist. Recreatiewoningen vallen hier ook onder; 1.4 De inhoudsmaat van 862,5 m³ is gebaseerd op de maximaal toegestane maat in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2009; 1.5 Een recreatiewoning heeft de bestemming recreëren, dit betekent dat deze woning alleen bedoeld is om te recreëren. In het bestemmingsplan is bepaald dat vakantiehuisjes, stacaravans of andere kampeermiddelen en recreatievaartuigen niet gebruikt mogen worden voor permanente bewoning. Gemeenten hebben een beginselplicht om handhavend op te treden tegen overtredingen. 2. Bedrijven 2.1 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere milieucategorie dan het omgevingsplan toestaat, in de bebouwde kom, buiten de bebouwde kom en op bedrijventerreinen; Toelichting bedrijvigheid Doeleinden voor handel en bedrijf zoals aangeduid in de “Handreiking Bedrijven en Milieuzonering” en het rapport “Milieuzonering nieuwe stijl” van de VNG. Het adviesrecht geldt hier alleen buiten een bedrijventerrein of bedrijfsperceel. Hiermee blijft het uitbreiden van bedrijfsfuncties binnen een bestaand bedrijventerrein of bedrijfsperceel zonder advies mogelijk.
Uiteraard maakt het college hierbij een zorgvuldige belangenafweging. Artikelsgewijs: 2.1 Binnen het omgevingsplan is vastgelegd welke milieucategorie bedrijven zijn toegestaan. Het
toestaan van zwaardere categorie bedrijven kan effect hebben op: de bedrijfsruimte van andere bedrijven, belasting wegennet, het woonmilieu en bijvoorbeeld de ruimtelijke uitstraling. 3. maatschappelijke- en sport voorzieningen 3.1 Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals een multifunctionele accommodatie (MFA) of multifunctioneel centrum (MFC); 3.2 Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen. Toelichting maatschappelijke voorzieningen: Dit betreft het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder: gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd-/kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart, bibliotheken, verenigingsleven en militaire zaken, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen. Artikelsgewijs: 3.1 Met grootschalig wordt hier bedoeld; een maatschappelijke voorziening die een impact heeft op de woonomgeving. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies/voorzieningen, die tot 7 dagen in de week / 24 u per dag toegankelijk zijn; 3.2 Sportinfrastructuur, waaronder sportparken en -hallen, heeft veelal een zware belasting op de omgeving vanwege intensief gebruik, parkeervoorzieningen, geluid en verlichting. 4. projecten m.b.t.
energieopwekking 4.1 Het realiseren van minimaal één windmolen, ongeacht de hoogte; 4.2 Het realiseren van weiden met zonnepanelen; 4.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals: buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof). Toelichting energieopwekking Het opwekken van energie uit duurzame bronnen. In de keuze en normering is het onderscheid gemaakt tussen grootschalige en individuele toepassing. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op eigen garage) valt buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. Artikelsgewijs: 4.1 Plaatsing van windmolens, hetzij voor particulier gebruik of bedrijfsgebruik, vereisen altijd advies van de gemeenteraad; 4.2 Grootschalige energie-opwek via zonnepanelen op zonnepanelen past niet in de bouwregels van de verschillende bestemmingsplannen. De gemeenteraad heeft ten aanzien van de wenselijk tot heden een aantal wisselende uitspraken gedaan, zodoende ligt er voor de hand dat hij hierover om advies wordt gevraagd;
4.3
Het opwekken van andere vormen van energie dan genoemd in 4.1 en 4.2. 5. Infrastructurele projecten 5.1 Het aanleggen en/of verbouwen van grootschalige infrastructurele werken, waarbij de gemeente bevoegd gezag is om op de aanvraag te besluiten.
Toelichting infrastructurele projecten: Infrastructuur voor verkeer, waterbeheer en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). Artikelsgewijs: 5.1 Grootschalig (bij adviesrecht): het aanleggen, (ver)bouwen of reconstrueren van infrastructurele werken met een grote ruimtelijke en/of financiële impact. Bijvoorbeeld: de nieuw-aanleg van rondwegen, spoortunnels, bruggen en viaducten. 6. Antenne-installatie 6.1 Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie, hoger van 30 meter. Toelichting antenne-installatie: De hoogte is gekozen op basis van regels uit verschillende bestemmingsplannen van de gemeente Landsmeer en de vergunningsvrije regels vanuit het Rijk. Artikelsgewijs: 6.1 De maximaal toelaatbare hoogte binnen de verschillende bestemmingsplannen is 30 meter. Vergunningsvrij mogen antenne-installaties lager dan 5 meter zonder toestemming van de gemeente geplaatst worden. Hiervoor zijn ook afspraken gemaakt in het antenneconvenant. 7. Gevoelige onderwerpen 7.1 Indien er sprake is van grote maatschappelijke impact, er grote maatschappelijke onrust is en/of anderszins politiek gevoelige initiatieven. Toelichting grote maatschappelijke impact De onderwerpen 1 t/m 6 van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, welke voorheen niet in te schatten waren, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint.
Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: het oprichten van een kerncentrale, het toestaan van (grote) festivalterreinen of datacenters. Artikelsgewijs: 7.1 Het is niet bij voorbaat scherp te maken om welke gevallen het concreet zal gaan, waardoor niet bij voorbaat advies verplicht kan worden gesteld. In de keuze en definitie van de categorieën 1 t/m 6 is hiernaast rekening gehouden met te verwachten maatschappelijke impact en gevoeligheid.