Begroting 2025 - Herziene versie - 06112024
Tekst van het document
34
Beleidsindicatoren Ruimtelijk Domein Indicator
Eenheid
Periode
Gemiddelde WOZ-waarde
x €1.000
2024
Nieuw gebouwde woningen
per 1.000 woningen
2023
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
%
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Bron CBS - Waarde onroerende zaken
Waarde Landsmeer Benchmark Waarde Benchmark 580
Nederland
379
1,8
Nederland
9,1
2024
Basisregistraties adressen en gebouwen - bewerking ABF Research CBS Bevolkingsstatistiek
84,8
Nederland
70,4
€
2024
COELO - Atlas lokale lasten
1.310
Nederland
911
€
2024
COELO - Atlas lokale lasten
1437
Nederland
994
35
Beleidsstukken
Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken:
Beleidsuitgangspunten Wegbeheer gemeente Landsmeer (beleidsvisie op wegbeheer; raadsbesluit 18 mei 2017). Beheerplan Wegen 2018-2022. Beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2028. Mobiliteitsvisie 2018-2022. Waterplan Landsmeer 2016-2026. Beschoeiingenbeheerplan. Gemeentelijk rioleringsplan 2018-2023 "Samen water ruimte geven". Verordening aansluitvoorwaarden riolering Landsmeer 2012. Verordening afvoer hemelwater en grondwater Landsmeer. Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Landsmeer (2023) Beleidskader VTH en VTH-strategie. Toekomstvisie 2025. Economische Visie Zaanstreek-Waterland 2018-2022. Groenbeleidsplan 2021-2031 Speelbeleidsplan Samen Beter Buiten Spelen 2017-2022. Diverse bestemmingsplannen voor gehele grondgebied. Woonvisie Landsmeer 2016-2024. Huisvestingsverordening 2020. (nieuwe verordening is reeds vastgesteld maar nog niet in werking getreden) Verordening Startersleningen 2017. Welstandsnota 2012. Wabobeleidsplan 2020. Bouwverordening 2012. MJOP (Meerjarenonderhoudsplan) gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Archeologie beleid 2011. Erfgoedverordening 2010. Verordening op de monumentencommissie 2005. Duurzaamheidsvisie 2018-2024.
Beleidsplan Afval en Grondstoffen 2021-2026 Standplaatsenbeleid 2012 Marktverordening / marktreglement 2019 Uitvoeringsprogramma Wabo 2022 Beleidskaders woningbouwprogramma (2021) Parkeernota Landsmeer (2021-2025) Regionale detailhandelsvisie Zaanstreek-Waterland (2022) Visie waterrecreatie Zaanstreek-Waterland (2021) Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland 2021-2025
36
Verbonden partijen
Bij dit programma horen de volgende verbonden partijen: - Recreatieschap Twiske-Waterland - Vervoerregio Amsterdam - Omgevingsdienst IJmond
37
Sociaal Domein Portefeuillehouder
Wethouder B. ten Have Wethouder N. Bonenkamp (Kunst & Cultuur en Sport)
Missie
Het sociaal domein faciliteert de sociale basisvoorzieningen. Ook biedt het, als een inwoner niet (meer) zelfredzaam is en het ook met het eigen informele netwerk niet mogelijk is, ondersteuning op diverse levensgebieden. De gemeente zet zich er samen met andere organisaties voor in dat kinderen zich ontwikkelen tot gezonde jongeren en zelfstandige volwassenen, dat volwassenen zelfstandig kunnen functioneren en senioren vitaal en zelfredzaam blijven.
Speerpunten Maatschappelijke ondersteuning Omschrijving speerpunt Iedereen moet volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. De gemeente zorgt ervoor dat de sociale basisvoorzieningen beschikbaar en bekend zijn. Wat willen we bereiken? Eenzaamheid voorkomen, bespreekbaar maken en samenwerken om eenzaamheid te verminderen. Wat gaan we daar voor doen? - Preventie: we ontwikkelen een aanpak om eenzaamheid onder jongeren bespreekbaar te maken en evalueren die. - We communiceren regelmatig over het onderwerp eenzaamheid. - We werken samen met onze partners aan initiatieven om eenzaamheid te verminderen. Wat willen we bereiken? We zetten ons ervoor in dat nog meer inwoners mee kunnen doen door Landsmeer dementievriendelijk te maken, woningen indien nodig aan te passen, vrijwilligers te koesteren en mantelzorgers te ondersteunen. Wat gaan we daar voor doen? - We werken samen met onze partners aan een dementievriendelijke samenleving. - We bedanken onze vrijwilligers - We ondersteunen mantelzorgers en breiden waar mogelijk het aanbod uit.
Armoede en schulden Omschrijving speerpunt Armoede en schulden vormen een groeiend probleem in onze samenleving. Leven in armoede en het hebben van schulden zorgen voor schaamte, stress en depressie. Wat willen we bereiken? 38
Inkomensondersteuning aanbieden aan wie daarvoor in aanmerking komt en problematische schulden voorkomen. Wat gaan we daar voor doen? - We communiceren regelmatig over regelingen voor mensen met een smalle beurs. - We zetten in op preventie als het gaat om gezondheid, zorg, armoede en/of schulden.
Werk en inkomen Omschrijving speerpunt Financiële zelfredzaamheid is belangrijk om te kunnen participeren in de samenleving. Werk is één van de manieren om de financiële zelfredzaamheid te verhogen. Naast inkomen geeft werk ritme, structuur en zelfvertrouwen. Ook voor mensen voor wie het vinden van betaald werk minder vanzelfsprekend is, bijvoorbeeld mensen met een beperking of chronische ziekte, heeft werk een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Wat willen we bereiken? Uitstroom van bijstandsgerechtigden naar werk of sociale activering waardoor het totale aantal inwoners in de bijstand niet groeit of in ieder geval zo laag mogelijk blijft. Wat gaan we daar voor doen? - In samenwerking met onze uitvoeringspartners, het lokale speelveld en de regio gaan we mensen met een uitkering begeleiden naar werk. Ook begeleiden van werk naar werk hoort hierbij. In 2025 moet er een Regionaal Werkbedrijf gerealiseerd worden. Er wordt waar mogelijk, lokaal en regionaal door een netwerk van gemeenten, UWV en sociale partners (onderwijs, vakorganisaties, werkgeversorganisaties) samengewerkt om deze doelstellingen te behalen.
Volksgezondheid Omschrijving speerpunt De GGD is een uitvoeringsorganisatie van het lokale volksgezondheidsbeleid, welke direct aansluit bij ons ambtenarenapparaat. Het is van maatschappelijk belang dat de GGD toekomstbestendig wordt, met behulp van de besteding van de incidentele impuls. Voor onder ander ‘gezondheidsbevordering’ en ‘sociale basis’ is door het rijk een Brede SPUK-regeling ter beschikking gesteld. Wat willen we bereiken? - De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040. Wat gaan we daar voor doen? - Wij doen actief mee aan de landelijke en regionale preventiecampagnes. - We zorgen voor de uitvoering van de Brede SPUK met de volgende aandachtsgebieden; valpreventie, overgewicht, mentale weerbaarheid, kansrijke start en problematisch alcohol- en middelengebruik. Wat willen we bereiken? - Een toekomstbestendige GGD met een aantal algemene en specifieke taken die invulling geeft aan (een deel van) ons beleid. Wat gaan we daar voor doen? 39
- Het College zet zich in om sturing te geven aan de GGD in het algemeen bestuur
Onderwijs en jeugd Omschrijving speerpunt Iedereen moet volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. Daarom bekijken we vanaf de geboorte waar extra ondersteuning nodig is op wat thuis en op school wordt geboden. We investeren in preventie, advies en lichte vormen van ondersteuning om zwaardere jeugdzorg te voorkomen. We investeren met die ambitie zowel in de lokale basiszorg als in de (regionale) samenwerking tussen organisaties en overheden voor specialistische zorg. Wat willen we bereiken? We voeren de Hervormingsagenda Jeugd door. Wat gaan we daar voor doen? - Zowel lokaal als regionaal (Zaanstreek Waterland) geven we invulling aan de Hervormingsagenda. Wat willen we bereiken? Wij hebben extra oog voor opgroeiende jeugd en jongeren in Landsmeer als onderdeel van preventief jeugdbeleid. Daarbij hoort zowel stimuleren als begrenzen. Wat gaan we daar voor doen? - We ontwikkelen met jongeren in Landsmeer nieuwe initiatieven en breiden ons aanbod eventueel structureel uit. - We werken aan het behouden van een goede samenwerking tussen jongerenwerk, BOA’s , politie en overige betrokkenen. - We gaan een haalbaarheidsonderzoek doen naar een jongerenhuiskamer.
Onderwijs en onderwijshuisvesting Omschrijving speerpunt Alle kinderen in de gemeente Landsmeer hebben recht op goed onderwijs en dito onderwijshuisvesting. Het College wil dit realiseren in gebouwen met een gezond binnenklimaat, die ook duurzaam zijn. Hiervoor is in overleg met de vier schoolbesturen voor alle zes basisscholen een Integraal Huisvestingsplan opgesteld, conform de door de raad vastgestelde uitgangspunten. Het IHP heeft een looptijd van twaalf jaar. Wat willen we bereiken? Kwalitatieve huisvesting met een goed binnenklimaat voor alle zes basisscholen in Landsmeer en Den Ilp. Wat gaan we daar voor doen? - We geven een verdere invulling aan het in 2024 vastgestelde IHP.
40
Sport en cultuur Omschrijving speerpunt Sport en Cultuur zijn belangrijke pijlers voor een vitale Landsmeerse samenleving en dragen bij aan de economische ontwikkeling van de gemeente en de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van haar inwoners. Het veelzijdige verenigingsleven verdient daarom alle aandacht van de gemeente. Wat willen we bereiken? Dat Landsmeerder, Ilpers en Purmerlanders actief en/of passief deelnemen in de samenleving via sport- en cultuurverenigingen. Wat gaan we daar voor doen? - De verenigingen sterker maken. De verenigingen moeten uit eigen kracht activiteiten ontplooien. Indien nodig ondersteunen we daarbij gericht. We nemen deel aan de sportadviesraad en beheercie. ICL. - We ontwikkelen een sportbeleid. - De samenwerking tussen sportverenigingen stimuleren en hen helpen om zich verder te ontwikkelen tot ‘multifunctionele speler’ in de lokale samenleving, onder andere via het Sportakkoord 2.0. Wat willen we bereiken? Eigentijdse en duurzame huisvesting en accommodaties voor verenigingen. Wat gaan we daar voor doen? - We gaan een gemeentelijk accommodatiebeleid ontwikkelen wat nodig is om deze doelstelling te bereiken. Er is hierbij een link met het opstellen en uitwerken van de omgevingsvisie. Wat willen we bereiken? Landsmeer behoudt een gevarieerd, herkenbaar en toegankelijk kunst- en cultuuraanbod.
Wat gaan we daar voor doen? - In aanloop naar het 700-jarig bestaan worden de mogelijkheden van een kunstroute onderzocht in samenhang met toerisme en recreatie.
41
Wat mag het kosten? Bedragen * € 1.000
Rekening
Begroting
begroting voor
Mutatie
Begroting
Meerjarenraming
Sociaal domein
2023
2024
2025
2025
2025
2026
2027
2028
4.01 Basis jeugd
-676
-942
-1.409
708
-701
-727
-667
-667
4.02 Basis sport/cultuur
-1.399
-1.672
-1.766
84
-1.682
-1.752
-1.803
-2.082
4.03 Basis volwassenen
-1.663
-1.884
-1.467
-339
-1.806
-1.780
-1.711
-1.711
4.04 Maatwerk jeugd
-3.177
-3.211
-3.286
-6
-3.291
-3.255
-3.255
-3.256
4.05 Maatwerk jeugd / NIA/ Kernteam Toegang 4.06 Maatwerk participatie
-85
-93
-73
59
-14
-14
-14
-14
-4.119
-3.909
-3.855
-1.157
-5.012
-3.699
-3.705
-3.706
4.07 Maatwerk WMO
-1.821
-1.565
-1.769
124
-1.645
-1.621
-1.598
-1.598
-160
-259
-313
-275
-588
-588
-587
-587
-13.100 211
-13.535 160
-13.937 160
-802 0
-14.739 160
-13.436 159
-13.341 112
-13.621 112
4.02 Basis sport/cultuur
354
185
189
-1
188
187
181
181
4.03 Basis volwassenen
122
122
105
0
105
75
0
0
4.04 Maatwerk jeugd
2
2
2
0
2
2
2
2
4.05 Maatwerk jeugd / NIA/ Kernteam Toegang 4.06 Maatwerk participatie
0
0
0
0
0
0
0
0
2.465
2.108
2.049
1.456
3.505
2.049
2.048
2.048
4.07 Maatwerk WMO
48
48
48
0
48
48
48
48
4.08 Toegang
14
10
10
0
10
10
10
10
3.215
2.636
2.564
1.454
4.019
2.529
2.401
2.401
4.08 Toegang Totaal lasten 4.01 Basis jeugd
Totaal baten
42
Saldo Toevoeging reserves
-9.885 0
-10.899 0
-11.372 0
652 0
-10.720 0
-10.907 0
-10.940 0
-11.220 0
Onttrekking reserves
223
0
0
0
0
0
0
0
Saldo reserves
223
0
0
0
0
0
0
0
-9.662
-10.899
-11.372
652
-10.720
-10.907
-10.940
-11.220
Saldo na mutaties reserves
43
Bedragen * € 1.000 In onderstaande tabel zijn alle afwijkingen > 25K opgenomen en nader toegelicht Omschrijving
2025
2026
2027
2028
4.01 Basis jeugd Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028
228
238
248
248
20
28
35
35
51
62
62
62
-Actualisatie formatiebegroting 2025-2028
39
44
49
49
-Actualisatie kapitaallasten MIP 2025-2028
89
377
258
-93
-Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 20252028
-40
-40
-39
33
-58
-58
-58
-58
37
51
64
64
158
170
183
183
-69
-70
-70
-70
-Actualisatie formatiebegroting 2025-2028
100
110
120
120
-Budgetwijzigingen jeugd
-96
-96
-96
-96
-Jeugdreclassering/ bescherming
100
100
100
100
-Jeugdbescherming
-65
-65
-65
-65
-Jeugdhulp regionale behandeling dyslexie
-36
-36
-36
-36
-Jeugd Lokale inkoop
17
17
18
18
55
55
55
55
357
363
369
369
-1.067
0
0
0
Indexatie -Terugdraaien indexatie materiële consumptie Nieuw beleid -Stichting Kind en Muziek 4.02 Basis sport/cultuur Autonome ontwikkelingen
Bestaand beleid -ICL Facilitair Indexatie -Terugdraaien indexatie materiële consumptie 4.03 Basis volwassenen Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 Bestaand beleid -Ophoging bijdrage GGD ZW 4.04 Maatwerk jeugd Autonome ontwikkelingen
Structureel besluit uit 2e Berap
4.05 Maatwerk jeugd / NIA/ Kernteam Toegang Structureel besluit uit 2e Berap -NIA Jeugdhulp met verblijf (niet ingekocht aanbod) 4.06 Maatwerk participatie Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 -Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 20252028 44
Bestaand beleid -Overige correcties (Upload 6)
-150
-150
-150
-150
-Budgetophoging uitvoeringskosten Participatiewet
-25
-25
-25
-25
-SPUK A16 Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne
1.206
0
0
0
30
34
38
38
-49
-130
-109
-109
82
110
139
139
25
25
25
25
-320
-319
-319
-319
-ICT kosten 3D
27
27
27
27
Overige bijstellen programma
6
22
40
40
652
844
863
584
4.07 Maatwerk WMO Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 Bestaand beleid -Budgetwijzigingen WMO Indexatie -Terugdraaien indexatie materiële consumptie Structureel besluit uit 2e Berap -Vervoer hulpmiddelen 4.08 Toegang Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 Structureel besluit uit 2e Berap
Totaal 4.01
Basis jeugd
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Indexatie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Nieuw beleid Stichting Kind en Muziek De brede spuk middelen vanuit het Rijk voor een combinatiefunctionaris sport & cultuur mogen niet langer ingezet worden voor het muziekonderwijs. Er is ruimte om dit af te bouwen. Dit levert voor 2025 een voordeel op omdat we de brede spuk middelen gedeeltelijk voor het muziekonderwijs kunnen gebruiken. Met ingang van 2026 is Stichting Kind en Muziek volledig afhankelijk van gemeentelijke financiering á 55k per jaar. 4.02
Basis sport/cultuur
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting.
45
Actualisatie kapitaallasten MIP 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de Leeswijzer van deze begroting. Bestaand beleid ICL Facilitair Een deel van de verhoging wordt veroorzaakt door een hogere beheersvergoeding. Het andere deel van de verhoging betreft de schoonmaakkosten. Deze zijn overgedragen naar de gemeente. Indexatie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Terugdraaien indexatie materiële consumptie 4.03
Basis volwassenen
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Bestaand beleid Ophoging bijdrage GGD ZW Deze verhoging is voornamelijk toe te schrijven aan de financiële verwerking van autonome ontwikkelingen zoals cao-onderhandelingen, het herijken van het JGZ-pakket, de financiële gevolgen van de verhuizing van het hoofdkantoor van de GGD ZW naar het pand van de Veiligheidsregio en de derde en laatste tranche van de incidentele impuls. 4.04
Maatwerk jeugd
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Budgetwijzigingen jeugd Het betreft hier de aanpassing aan de lastenkant van het schrappen van de voorgenomen rijksmaatregelen om de kosten voor het sociaal domein te verlagen, dekking hiervoor is ontvangen via de algemene uitkering (zie ook de toelichting in de samenvatting aan het begin van dit boekwerk). Structureel besluit uit 2e Berap Jeugdreclassering/ bescherming Al eerder gemeld in Berap II 2024. Bij de verplichte wijzigingen in de begrotingssystematiek is deze post niet aangepast. Jeugdbescherming Al eerder gemeld in Berap II 2024. In het afgelopen jaar zijn de tarieven voor Jeugdbescherming landelijk vastgesteld. Voor ons betekende dit een substantiële verhoging. Jeugdhulp regionale behandeling dyslexie Dit betreft hulp bij dyslexie. Er zijn meer kinderen dan verwacht die deze hulp nodig hebben.
46
Jeugd Lokale inkoop Al eerder gemeld in Berap II 2024. Dit betreft voornamelijk video-hometraining voor gezinnen. Er is minder behoefte aan dan verwacht. 4.05
Maatwerk jeugd / NIA/ Kernteam Toegang
Structureel besluit uit 2e Berap NIA Jeugdhulp met verblijf (niet ingekocht aanbod) Al eerder gemeld in Berap II 2024. Met de kennis van nu schatten we in dat we hier minder kosten maken dan verwacht. 4.06
Maatwerk participatie
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de Leeswijzer van deze begroting. Bestaand beleid Overige correcties (Upload 6) Het betreft hier een financieel technische wijziging. Tot en met 2024 waren de kosten van WSW-ers onderdeel van de formatiebegroting. Deze zijn echter niet in dienst van de gemeente. Het ‘voordeel’ is onderdeel van de ‘actualisatie formatiebegroting 2025-2028’ en het ‘nadeel’ is een raming van 150K op dit product. Budgetophoging uitvoeringskosten Participatiewet Voor de uitvoering van o.a. de Participatiewet door gemeente Waterland verwachten een kostenstijging. SPUK A16 Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne Het Rijk stelt een vergoeding beschikbaar per dag, per beschikbaar bed. 4.07
Maatwerk WMO
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Bestaand beleid Budgetwijzigingen WMO Het betreft hier de aanpassing aan de lastenkant van het schrappen van de voorgenomen rijksmaatregelen om de kosten voor het sociaal domein te verlagen, dekking hiervoor is ontvangen via de algemene uitkering (zie ook de toelichting in de samenvatting aan het begin van dit boekwerk). Indexatie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Structureel besluit uit 2e Berap Vervoer hulpmiddelen Al eerder gemeld in Berap II 2024. Er worden minder scootmobielen geïndexeerd dan verwacht 47
4.08
Toegang
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Structureel besluit uit 2e Berap ICT kosten 3D Al eerder gemeld in Berap II 2024. Conform jaarrekening 2023 kan dit bedrag worden aangepast.
48
Beleidsindicatoren Sociaal Domein Indicator
Eenheid
Periode
per 1.000 leerlingen per 1.000 leerlingen
2017 2023
DUO/Ingrado DUO/Ingrado
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
%
2023
DUO/Ingrado
Niet-sporters
%
2022
per 1.000 inwoners van 15-64 jaar
2023
Jongeren met een delict voor de rechter
%
2021
Achterstand onder jeugd - Kinderen in uitkeringsgezin
%
Netto arbeidsparticipatie
Absoluut verzuim Relatief verzuim
Bron
Waarde Landsmeer Benchmark Waarde Benchmark 1,8 1,8 Nederland 30 27 Nederland 1,6
Nederland
2,4
40
Nederland
46,4
574,6
Nederland
836,6
CBS - Jeugdmonitor
1
Nederland
1
2022
CBS - Jeugdmonitor
3
Nederland
6
%
2023
73,2
Nederland
73,1
Personen met een bijstandsuitkering
per 10.000 inwoners
2023
CBS - Arbeidsdeelname (gemeente) CBS - Re-integratie
162,3
Nederland
344,8
Lopende re-integratievoorzieningen
per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
2023
CBS - Re-integratie
57,2
Nederland
191,5
% van alle jongeren tot 18 jaar
2023
CBS - Indicatoren jeugdzorg in natura
12,3
Nederland
13,5
%
2023
CBS - Indicatoren jeugdzorg in natura
0,5
Nederland
1,1
2023
CBS - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Wmo
530
Nederland
705
Banen
Jongeren met jeugdhulp Jongeren met jeugdbescherming
Cliënten met een maatwerkvoorziening per 10.000 inwoners Wmo
Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen), GGD’en, CBS en RIVM CBS Bevolkingsstatistiek / LISA bewerking ABF Research
49
Beleidsstukken
Bij dit programma horen de volgende beleidsstukken: ·
Meerjarenbeleidsplan sociaal domein (2019-2023)
·
Nota Harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzalen (2017)
·
Beleidsplan armoedebestrijding en schuldhulp (2021-2024)
·
Uitvoering Participatiewet Landsmeer (2016)
·
Beleidsnotitie Nieuwe Wet Inburgering (2022)
·
Integraal Huisvestingsplan (2024)
Verordeningen participatie: ·
Re-integratieverordening/gewijzigde re-integratieverordening (2018)
·
Verordening individuele studietoeslag Participatiewet (2022)
·
Verordening individuele inkomenstoeslag (2015)
·
Verordening tegenprestatie (2015)
·
Verordening loonkostensubsidie (2018)
·
Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening (2019)
·
Verordening verhoging vermogensnorm kwijtschelding belastingen gemeente Landsmeer (2023)
Verordeningen jeugd & onderwijs: ·
Verordening leerlingenvervoer (2014)
·
Verordening onderwijshuisvesting (2017)
·
Verordening jeugdhulp gemeente Landsmeer (2022)
Verordeningen WMO: ·
Verordening maatschappelijke ondersteuning (2020)
Overige verordeningen: ·
Algemene Subsidieverordening gemeente Landsmeer (2021)
·
Verordening adviesraad sociaal domein (2022)
50
Verbonden partijen
Bij dit programma horen de volgende verbonden partijen: - GGD Zaanstreek-Waterland Bijzondere samenwerkingsverbanden Naast de bovenstaande verbonden partijen werken wij ook samen met de volgende partijen: - Regionale samenwerking decentralisatie in het Sociaal Domein (Gemeenschappelijke regeling Zonder Meer) - Gemeenschappelijke regeling Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan (SPOOR-raad)
51
Financiën Portefeuillehouder Wethouder B. ten Have:
Missie
Het programma financiën en algemene dekkingsmiddelen is het laatste programma van de programmabegroting. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Naast de algemene dekkingsmiddelen worden in dit programma baten en lasten verantwoord welke niet zijn onder te brengen in andere programma's. Voor het grootste deel bestaat dit programma uit belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is, uitkering uit het gemeentefonds en overige baten en lasten. Naast 'Treasury' wordt in dit programma ook het door het BBV verplicht onderdeel 'Overhead' verantwoord. Onder overhead wordt dat deel van de begroting verstaan wat ondersteunend is aan de primaire processen waaronder personeel van bedrijfsvoering, management, ICT, huisvesting, HR, communicatie, etc. Tegenvallers of de noodzaak tot extra investeringen kunnen grote gevolgen hebben voor onze begroting. We willen de financiële consequenties van keuzes inzichtelijk maken en een transparant financieel beleid voeren, een soepele en efficiënte P&C cyclus is hierbij ondersteunend. Een adequate vaste bezetting van de financiële functie is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Indien noodzakelijk worden de bestaande uitgangspunten van het financieel beleid heroverwogen, afhankelijk van de opgaven waarvoor de gemeente staat.
Speerpunten Financiën Omschrijving speerpunt Tegenvallers of de keuze voor extra investeringen kunnen grote gevolgen hebben voor onze begroting en daarmee de degelijkheid van de financiële positie van de gemeente. Wat willen we bereiken? Het college wil de financiële consequenties van tegenvallers en die van extra investeringen inzichtelijk maken en een transparant financieel beleid voeren. Wat gaan we daar voor doen? - Een efficiënte Planning & Controle cyclus. - Een afzonderlijk proces waarin college en raad gezamenlijk tot gedragen keuzes komen bij de programmabegroting 2026-2029 om het financieel evenwicht te herstellen.
52
Wat mag het kosten? Bedragen * € 1.000
Rekening
Begroting
begroting voor
Mutatie
Begroting
Meerjarenraming
Financiën
2023
2024
2025
2025
2025
2026
2027
2028
5.01 Overhead
-6.832
-5.581
-6.206
-695
-6.901
-6.985
-6.894
-6.880
5.02 Algemene uitkering
0
0
0
0
0
0
0
0
5.03 Onroerendezaakbelastingen 5.04 Overige belastingen
-129
-140
-141
19
-122
-115
-108
-108
-5
0
0
0
0
0
0
0
5.05 Overige uitgaven en inkomsten 5.06 Treasury
12
-47
-243
197
-45
-45
-45
-45
-95
-47
-48
0
-47
-47
-47
-47
Totaal lasten 5.01 Overhead
-7.048 417
-5.815 36
-6.636 63
-479 -1
-7.115 62
-7.192 62
-7.095 62
-7.080 62
5.02 Algemene uitkering
19.079
20.133
21.546
-408
21.138
20.406
20.558
20.827
5.03 Onroerendezaakbelastingen 5.04 Overige belastingen
3.418
3.541
3.738
-28
3.711
3.711
3.711
3.711
48
61
68
-2
66
71
71
71
5.05 Overige uitgaven en inkomsten 5.06 Treasury
22
31
31
0
31
31
31
31
291
388
399
63
461
423
389
353
Totaal baten
23.276
24.191
25.846
-376
25.470
24.704
24.822
25.055
Saldo Toevoeging reserves
16.228 0
18.376 107
19.210 0
-855 0
18.355 0
17.512 0
17.727 0
17.975 0
Onttrekking reserves
65
298
0
-7
0
0
0
0
53
Saldo reserves Saldo na mutaties reserves
65
405
7
-7
0
0
0
0
16.293
18.781
19.217
-862
18.355
17.512
17.727
17.975
54
Bedragen * € 1.000 In onderstaande tabel zijn alle afwijkingen > 25K opgenomen en nader toegelicht Omschrijving
2025
2026
2027
2028
5.01 Overhead Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028
-688
-599
-506
-506
-7
-72
-72
-72
118
162
204
204
-67
-47
-47
-47
-407
-519
-1.179
-1.765
33
41
49
49
-28
-168
-316
-316
194
303
437
837
-Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 20252028
63
39
37
1
Overige bijstellen programma
-71
-75
-75
-60
Totaal
-860
-935
-1.468
-1.675
-Vrijval begrote onttrekking reserve kapitaallasten Indexatie -Terugdraaien indexatie materiële consumptie Nieuw beleid -Bijstelling budget informatieveiligheid en privacy 5.02 Algemene uitkering Autonome ontwikkelingen -Raming alg. uitkering 5.03 Onroerende-zaakbelastingen Autonome ontwikkelingen -Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 Indexatie -Indexering OZB 5.05 Overige uitgaven en inkomsten Bestaand beleid -Overige correcties (Upload 6) 5.06 Treasury Autonome ontwikkelingen
Algemene opmerking Ogenschijnlijk is voor dit programma sprake van en groot nadeel. Dit heeft echter te maken met de aangepaste systematiek zoals in de samenvatting aan het begin van deze begroting beschreven. Er is zowel sprake van verschuivingen (actualisatie formatiebegroting) als een lager geraamde algemene uitkering (compensatie voor inflatie vanaf 2026 eruit gehaald). 5.01
Overhead
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting (zie ook algemene opmerking onder de tabel). Vrijval begrote onttrekking reserve kapitaallasten In boekjaar 2024 is de bestemmingsreserve kapitaallasten opgeheven. Deze mutatie heeft betrekking op de begrote onttrekkingen uit deze reserve. 55
Indexatie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Terugdraaien indexatie materiële consumptie Nieuw beleid Bijstelling budget informatieveiligheid en privacy Het budget voor 2025 wordt verhoogd met 67K. Hiervan is 47K structureel en 20K incidenteel. Gemeenten staan voor de taak om te voldoen aan de NIS2, de Europese richtlijn betreffende de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen. Daarnaast zijn we, op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verantwoordelijk voor het waarborgen van de privacy van onze burgers en het beschermen van hun persoonlijke gegevens. Dat betekent dat we verder moeten investeren in het beveiligen van kritieke systemen en processen om de continuïteit te waarborgen en potentiële bedreigingen het hoofd te bieden. Het realiseren van een actieplan NIS2 alsmede de eisen op gebied van privacybescherming vragen extra inzet om het wettelijk vereiste niveau te bereiken. Daarna is structureel beheer noodzakelijk. Zowel op beleidsniveau als voor het team ICT is structureel 1 extra formatieplaats opgenomen. Dit is verwerkt in het journaal "actualisatie formatiebegroting" welke wordt toegelicht in de leeswijzer van deze begroting.
Naast formatie is budget vereist om externe expertise in te huren voor taken die we intern niet kunnen oplossen of wel door de schaal van de organisatie, zoals 24x7 beveiliging op bijzondere gebeurtenissen rond ons netwerk, ofwel vanwege specialistische expertise. 5.02
Algemene uitkering
Autonome ontwikkelingen Raming alg. uitkering Deze mutatie betreft het saldo van de effecten van de septembercirulaire en de aangepaste systematiek (zie ook samenvatting aan het begin van dit boekwerk en de algemene opmerking onder de tabel). 5.03
Onroerende-zaakbelastingen
Autonome ontwikkelingen Actualisatie formatiebegroting 2025-2028 De post is uitgelegd in de leeswijzer van deze begroting. Indexatie Indexering OZB De OZB wordt voor het jaar 2025 met 4,8% geïndexeerd. Echter is ook hier een effect van de nieuwe systematiek zichtbaar. In de vorige begroting was al rekening gehouden met een meerjarige cumulatieve verhoging. Deze wordt hierbij teruggedraaid. 5.05
Overige uitgaven en inkomsten
Bestaand beleid Overige correcties (Upload 6) Naast sommige al geïndexeerde budgetten was in de vorige begroting/PPN 2025 ook rekening gehouden met een algemene stelpost voor inflatie, deze komt met de nieuwe systematiek te vervallen. 5.06
Treasury
Autonome ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten Staat C - begroting 2025-2028 De post wordt uitgelegd in de Leeswijzer van deze begroting. 56
Beleidsindicatoren Financiën Indicator
Eenheid
Periode
Gemiddelde WOZ-waarde
x €1.000
2024
Nieuw gebouwde woningen
per 1.000 woningen
2023
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
%
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Bron CBS - Waarde onroerende zaken
Waarde Landsmeer Benchmark Waarde Benchmark 580
Nederland
379
1,8
Nederland
9,1
2024
Basisregistraties adressen en gebouwen - bewerking ABF Research CBS Bevolkingsstatistiek
84,8
Nederland
70,4
€
2024
COELO - Atlas lokale lasten
1.310
Nederland
911
€
2024
COELO - Atlas lokale lasten
1437
Nederland
994
57
Beleidsstukken
Bij dit programma hoort het volgende beleidsstuk: - Financiële verordening 2024 - Inkoop- en aanbestedingsbeleid - Treasurystatuut
Verbonden partijen
Bij dit programma horen de volgende verbonden partijen: - BNG
58
Paragrafen Lokale heffingen Algemeen
De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden als waarvan de besteding ongebonden is. De belangrijkste heffingen van de gemeente zijn onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De lokale heffingen, die gerekend worden tot de algemene dekkingsmiddelen (ongebonden heffingen), zijn de roerende en onroerende zaakbelastingen (OZB). Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen horen (gebonden heffingen). De belangrijkste daarvan zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
Geraamde inkomsten
Onderstaand wordt een totaaloverzicht gegeven van de geraamde opbrengsten heffingen en leges in 2025 t/m 2028. Bedragen x €1.000 Totaal programma
2025
2026
2027
2028
Afvalstoffenheffing
2.298
2.298
2.298
2.298
Leges burgerzaken
182
182
182
182
Leges omgevingsvergunningen
236
236
236
236
Marktgelden
10
10
10
10
3.707
3.707
3.707
3.707
31
31
31
31
1.403
1.449
1.568
1.704
Roerende zaakbelasting
3
3
3
3
Toeristenbelasting
30
35
35
35
7.900
7.951
8.070
8.206
Onroerende zaakbelasting Precariobelasting Rioolheffing
Saldo baten
Kostendekkendheid
Uitgangspunten tarievenbeleid Het streven is om tot 100% kostendekkendheid voor alle leges en heffingen te komen. Dit met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten en marktgelden, waarbij de raad heeft aangegeven niet te streven naar 100% kostendekkendheid. Het uitgangspunt voor de overige heffingen is dat deze trendmatig worden opgehoogd. Zoals in de inleiding aangegeven vind die verhoging voor het betreffende jaar voortaan pas bij de vaststelling van die begroting plaats. Voor wat het betreft het rioolrecht is meerjarig wel een verhoging zichtbaar, de reden daarvoor is dat we graag aansluiting willen houden met het riool- en waterplan waarmee ook een betere raming van de mutatie op de voorziening van riool kan worden gehouden.
59
2025
Afvalstoffenheffing Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven Storting voorziening BTW
2.298 150 1.786 326
Toegerekende overhead
344
Dekkingspercentage (excl. Mutatie voorziening)
94%
Dekkingspercentage
100%
Voor de afvalstoffenheffing hanteert de gemeente het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De totale baten van de afvalstoffenheffing dekken de kosten inclusief de toegerekende kosten voor overhead en BTW. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten.
Rioolheffing Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven Storting voorziening BTW Toegerekende overhead
2025 1.401 269 1.406 245 20
Dekkingspercentage (excl. mutatie voorziening)
84%
Dekkingspercentage
100%
Voor de rioolheffing hanteert de gemeente het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De totale baten rioolrecht dekken de kosten inclusief de toegerekende kosten voor overhead en BTW. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten. Conform het GRWP (Gemeentelijk Riool- en Waterzorg Programma 2025-2028) wordt de rioolheffing geïndexeerd met 2%. Dit betekent dat een onttrekking van € 269K uit de voorziening riolering noodzakelijk is ter dekking van de te verwachten kosten. Lijkbezorgingsrechten Opbrengsten Onttrekking voorziening Uitgaven Storting voorziening Toegerekende overhead
2025 153 160 2 31
Dekkingspercentage
79%
60
De lijkbezorgingsrechten is één van de heffingen waarvan de raad aangeeft dat hier het principe van 100% kostendekkendheid niet gehanteerd wordt. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten. Leges algemene dienstverlening Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead
2025 184 884 170
Dekkingspercentage
17%
Voor de leges van de algemene dienstverlening hanteert de gemeente ook niet het principe van 100% kostendekkendheid. De totale baten dekken niet volledig de kosten, inclusief de toegerekende kosten voor overhead en BTW. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten. Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgevingsvergunning Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead
288 1.162 224
Dekkingspercentage
21%
2025
De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 99% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de fysieke leef-/ omgevingsvergunning. De dienstverlening heeft betrekking op de omgevingsvergunningen. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn Opbrengsten Uitgaven Toegerekende overhead
2025
Dekkingspercentage
21%
3 12 2
De lasten die in de begroting worden gepresenteerd onder taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening en 8.3 Wonen en bouwen worden voor 1% toegerekend aan de leges dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. De dienstverlening heeft betrekking op vergunningen voor de drank- en horecawet, evenementen e.d. De overheadkosten worden toegerekend op basis van een percentage (de totale lasten van de overhead delen door de totale lasten van de begroting) over de directe kosten.
61
Lokale lastendruk
De onroerende zaakbelasting behoort, tezamen met de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tot de gemeentelijke woonlasten. Bij de berekening van de gemiddelde woonlasten is als uitgangspunt gehanteerd een woning met een WOZ-waarde van € 580.000,- (peildatum 01-01-2023, www.waarderingskamer.nl) en bewoond door een huishouden van 3 of meer personen. Het uitgangspunt bij de bepaling van de OZB is dat het huidige niveau van de OZB niet wordt verhoogd anders dan met de indexatie van de septembercirculaire 4,8%. Uitgangspunt bij de bepaling van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is dat deze 100% kostendekkend moeten zijn. Beide heffingen zijn doorgelicht en geactualiseerd qua beleid en kostendekkendheid. Gezien de relatief hoge stand van de voorziening is het tarief voor de afvalstoffenheffing gelijk gebleven met voorgaand jaar. Het tarief van de rioolheffing is conform het GRWP 2025-2028 geïndexeerd met 2%. Woonlasten per huishouden in EUR Omschrijving Gemiddelde woningwaarde OZB eigenaren Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal
€ € € € €
Begroot 2024 580.000,00 524,52 512,02 259,87 1.296,41
Kwijtscheldingsbeleid
€ € € € €
Begroot 2025 580.000,00 549,70 512,02 265,07 1.326,79
Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is het geval als aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de Invorderingswet is voldaan. Kwijtschelding
2025
Gemeentelijke belastingen
58
62
Weerstandsvermogen Algemeen
Artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht overheden tot een risicomanagementbeleid waarin de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit een rol spelen. De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. De belangrijkste bron voor beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door het resterend risico. Dat is het risico waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog is blootgesteld en dat redelijkerwijs niet in de programmabegrotingen kan worden opgevangen. Voor het resterend risico moet binnen de gemeentebegroting dekking aanwezig zijn. De hoogte van de dekking komt tot uiting in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen: De beschikbare weerstandscapaciteit waarmee de financiële gevolgen van resterende risico’s op het jaarrekeningresultaat gedekt kunnen worden; De benodigde weerstandscapaciteit voor resterende risico’s waarvoor dekking niet meer redelijkerwijs binnen de programmabegroting is op te nemen. Op grond van het risicomanagementbeleid moet de Algemene Reserve voldoende zijn om negatieve jaarrekeningresultaten als gevolg van resterende risico’s te dekken.
Risicoprofiel Om de risico's van Gemeente Landsmeer in kaart te brengen wordt bij het opstellen van de begroting een risico inventarisatie uitgevoerd en opgenomen. In onderstaand overzicht vindt u de kansverdeling en de tien belangrijkste risico’s die de grootste bijdrage leveren aan de berekende benodigde weerstandscapaciteit. Risico Kans Financieel gevolg Invloed Onverwachte (extra) overschrijding van budget voor inhuur, calamiteit of andere kortlopende taken die de gemeente krijgt
50%
€ 500.000
30%
Cybercriminaliteit; hacking en gijzeling
10%
€ 1.500.000
18%
Breeck resort project gaat niet door en voorbereidingskosten worden niet gedekt
50%
€ 300.000
18%
Extra noodvoorzieningen door uitstel/afstel onderhoud en vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte
15%
€ 500.000
7%
63
Als gevolg van (extreme) weersomstandigheden meer dan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte moeten uitvoeren
50%
€ 100.000
5%
Hoger aantal personen jeugdhulpverlening (duurdere verblijfstrajecten) dan geraamd
20%
€ 200.000
4%
Extra kosten bodemsanering bij uitvoering gemeentelijke projecten en projecten derden (nutsvoorzieningen) of waar gemeente verantwoordelijk wordt gesteld
20%
€ 200.000
4%
Extra voorzieningen WMO (incidentele grote en dure voorzieningen)
25%
€ 100.000
3%
Niet (volledig) realiseren van de geraamde grondopbrengsten voor het Breekproject
5%
€ 600.000
2%
Omvallen van zorgpartij in het netwerk waardoor reddingsplan en extra bijdrage via tarief/subsidie/anders noodzakelijk is
25%
€ 50.000
2%
De nodige weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicomodel. Met dit model maken we schattingen van de negatieve financiële gevolgen van risico’s. Met deze schattingen wordt bepaald welke weerstandscapaciteit nodig is om het resterend risico op te kunnen vangen, zonder daarbij 100% garantie na te streven. Het zekerheidspercentage voor het te vormen weerstandsvermogen is 90%. Het bedrag dat hieraan is gekoppeld bedraagt € 828.183. Dit bedrag is met een waarschijnlijkheid van 90% voldoende om voor een periode van twee jaar de financiële gevolgen van het resterend risico te dragen. Daarbij is er een kans van 10% dat dit bedrag toch tekortschiet.
Weerstandscapaciteit
De mate waarin Landsmeer in staat is om deze risico’s op te vangen wordt de ‘beschikbare weerstandscapaciteit’ genoemd. De beschikbare weerstandscapaciteit is in het BBV omschreven als ‘de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken’. Tevens maakt het BBV onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit, waarbij onder de incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan het vermogen om onverwachte incidentele tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. De belangrijkste component van deze beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve en de raming voor onvoorziene uitgaven. Dit zijn ook de componenten die gelijk te gelde gemaakt kunnen worden. De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen. Hierbij kunt u denken aan de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (EUR 2.054.103) en de stille reserves (EUR 762.000). Dit zijn componenten die niet gelijk te gelde gemaakt kunnen worden en daarmee in deze begroting niet worden meegerekend in de berekening van de weerstandsratio. Dit geldt ook voor de stille reserves van deze gemeente, dit betreft twee onroerende zaken die ook niet gelijk te gelde gemaakt kunnen worden. 64
De gemeenteraad heeft in 2019 bepaald dat er gestuurd moet worden op een weerstandsratio aan de bovenkant van de bandbreedte 1.4 - 2.0 met als kwalificatie ruim voldoende." Omschrijving
Bedrag
Algemene reserve per 1-1-2025 Totale weerstandscapaciteit
€ 3.773.000 € 3.773.000
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat punt 3. jaarresultaat alleen maar van toepassing is in een jaarrekening en niet in een begroting. Derhalve is deze niet meegenomen in de berekening weerstandscapaciteit.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Rekensom 3.773.000 Ratio weerstandsvermogen
=
828.183
65
=
4.56
Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
< 0.6
ruim onvoldoende
De ratio van de gemeente Landsmeer valt in klasse A. Het weerstandsvermogen is met een ratio van 4.56 daarom als “uitstekend” te kwalificeren.
66
Kengetallen Kengetallen
rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
53%
68%
77%
89%
113%
136%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
54%
67%
76%
88%
112%
135%
Solvabiliteit
17%
11%
10%
15%
19%
12%
Structurele exploitatieruimte
4%
2%
1%
-5%
-4%
-5%
Grondexploitatie
3%
3%
3%
3%
3%
3%
Belastingcapaciteit
130%
130%
127%
122%
124%
126%
67
Algemeen Kengetallen kunnen vooral in onderlinge samenhang informatie geven. Van belang is te kijken naar ontwikkelingen en trends over een langere periode, evenals naar het onderliggende risicoprofiel. Wat betekent dit voor Landsmeer Op basis van de cijfers bij de begroting 2025-2028 kunnen we concluderen dat de gemeente in deze begroting, met uitzondering van de solvabiliteitsratio, aan de gestelde normen voldoet. De netto schuldquote loopt in deze begrotingsperiode op van 68% in 2024 tot 137% in 2028 en is daarmee boven de VNG-norm van 130% (signaalwaarde). We merken hierbij op dat deze cijfers gebaseerd zijn op de begroting 2025-2028 zoals deze nu voorligt. Zoals in de bijlage in deze begroting opgenomen zijn er mogelijkheden om de financiële positie weer in balans te brengen, zowel structureel maar ook in sterke mate incidenteel. Wanneer we hiervan gebruik maken heeft dat een positief effect op de solvabiliteitsratio en de netto schuldquote.
Netto schuldquote
Algemeen De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) te delen door het begrotingstotaal. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. In de VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën wordt een schuld lager dan 100% van het begrotingstotaal als voldoende bestempeld en een schuld hoger dan 130% van het begrotingstotaal als onvoldoende. Wat betekent dit voor Landsmeer De netto schuldquote van de gemeente Landsmeer voor 2025 is met 77% volgens de VNG-norm voldoende.
Solvabiliteitsratio
Algemeen De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is een maatstaf voor kredietwaardigheid. De VNG-uitgave Houdbare gemeentefinanciën bestempelt een solvabiliteitsratio hoger dan 30% als voldoende en lager dan 20% als onvoldoende. Wat betekent dit voor Landsmeer De solvabiliteitsratio van de gemeente Landsmeer is voor 2025 met 10% volgens de VNG-norm onvoldoende. Dit wordt veroorzaakt door de investeringen die de komende jaren moeten worden gedaan en het daarmee aantrekken van vreemd vermogen.
Structurele exploitatieruimte
Algemeen De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten waarbij rekening gehouden moet worden met beperkingen en verruimingen van de exploitatie door toevoeging en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke ruimte de gemeente heeft om haar lasten te dragen. Het percentage geeft aan hoeveel de lasten nog kunnen stijgen dan wel de baten kunnen dalen, voordat de gemeente de lasten niet meer volledig kan dragen. Er is geen VNG- norm voor 68
het niveau van dit kengetal, maar een negatief percentage geeft aan dat de begroting of jaarrekening niet sluit. Wat betekent dit voor Landsmeer De structurele exploitatieruimte voor 2025 is 0%, dit geeft aan dat de begroting sluitend is.
Grondexploitatie
Algemeen Dit percentage geeft informatie over de boekwaarde van Niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) en Bouwgronden in exploitatie (BIE) in verhouding tot de totale gemeentelijke baten. Er is geen VNGnorm voor de hoogte van deze ratio. In de regel geldt: hoe lager de ratio des te minder investeringen in grondexploitaties er hoeven te worden terugverdiend en daarmee hoe lager het financiële risico voor de gemeente. Wat betekent dit voor Landsmeer De mogelijke grondexploitaties die in voorbereiding zijn, kunnen invloed hebben op deze ratio.
Belastingcapaciteit (t.o.v. landelijk gemiddelde)
Algemeen De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden voor OZB, rioolheffing en reinigingsheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Wat betekent dit voor Landsmeer De gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishouden met een eigen woning in Landsmeer stijgen vanaf 2025 ten opzichte van begroting 2024 van € 1.296 naar € 1.327. De gemiddelde lasten per meerpersoonshuishouden in Nederland bedragen in 2024 € 1.054 (Bron: COELO). De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. (N.B. : Dit kengetal (belastingcapaciteit) is dus niet te verwarren met de onbenutte belastingcapaciteit OZB, deze laatste geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten nog kan verhogen.)
69
Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf beschrijft het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen. Dit volgens artikel 9 en 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Ook geven we aan of er sprake van achterstallig onderhoud is. Kapitaalgoederen vormen het gezicht van de gemeente. Het zijn goederen die regelmatig onderhoud nodig hebben. Met onderhoud bedoelen we: uitvoeren van preventieve of correctieve maatregelen om een object binnen de levensduur in goede staat te houden of te brengen. Die goede staat is een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Bij de onderhoudskosten onderscheiden we:
Klein onderhoud (ook wel dagelijks onderhoud genoemd);
Groot onderhoud.
Bij klein onderhoud gaat het om nodige periodieke kosten om het object in goede staat te houden binnen een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau. Voorbeelden zijn reinigen van rioolstelsels en periodiek onderhoud aan elektrische installaties. Kosten van groot onderhoud ontstaan na een langere gebruiksperiode van een object. Ze zijn vaak ingrijpend en gaan om een groot of belangrijk deel van het object. Ten behoeve van het onderhoud en vervanging van de verschillende soorten kapitaalgoederen gelden onderstaande beleidsnota’s: Beleidsnota
Periode
Riolering Gem.rio.pl. 'Samen water ruimte geven" 2018-2023 Water/beschoeiingen Beheerplan oevers 2008-2018 Waterplan Landsmeer 2016-2026 Openbare verlichting Beleidsplan openbare verlichting 2020-2028 Groen Beleidsplan groenbeheer Landsmeer 2021-2031 Kunstwerken Beheerplan bruggen 2014-2018 Gebouwen Onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Speelruimteplan Speelbeheerplan Landsmeer 2017-2022 Wegen Beheerplan wegen 2018-2022
Vastgest. Actualis. 21-12-17 30-09-08 21-12-16 18-06-20 25-11-21 19-03-15 17-02-22 20-04-17 18-05-17
Wegen, kunstwerken en openbare verlichting
We vinden het belangrijk dat de inwoners van de gemeente Landsmeer zich makkelijk kunnen Verplaatsen en dat de doorstroming goed is. Voor deze doelstelling is goed onderhoud cruciaal. Voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijke wegennet is het beheerplan in 2017 geactualiseerd. Door 2-jaarlijks inspecties uit te voeren, is er actueel inzicht in de kwaliteit van het areaal. In 2024 is een nieuw beheerplan wegen voorbereid dat begin 2025 zal worden vastgesteld.
70
2024 2025 2026 2028 2031 2025 2025 2026 2025
Het traject om te onderzoeken of de wegen buiten de bebouwde kom van het waterschap HHNK naar de gemeente kunnen worden overgedragen loopt nog. De verwachting is dat deze overdracht begin 2025 aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd. In 2020 is het beleidsplan Openbare verlichting geactualiseerd en vastgesteld door de raad d.d. 18 juni 2020. Het beleidsplan in combinatie met het beheerplan verschaft inzicht in de maatregelen die worden uitgevoerd om de bestaande openbare verlichting in stand te houden en om voor toekomstige uitbreidingen en renovaties een leidraad (materiaalkeuze) voor inrichting en beheer beschikbaar te hebben.
Rioleringen
Eind 2017 is het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023” voor een beleidsperiode van 6 jaar vastgesteld. In dit plan is geanticipeerd op de gevolgen van de klimatologische veranderingen voor het rioleringsbeheer van de gemeente. Meer neerslag en zwaardere extreme buien moeten worden verwacht en de gemeente moet zich daarop voorbereiden. Dientengevolge wordt de inrichting van de openbare ruimte nadrukkelijker betrokken bij het rioleringsbeheer. De inrichting van de openbare ruimte wordt, waar nodig, aangepast om de gevolgen van de toenemende neerslag in de toekomst het hoofd te bieden. Dit plan is het eerste regionale GRP van de gemeente. Landsmeer is één van de zeven gemeenten die deelnemen binnen het convenant Samenwerking Waterketen Zaanstreek – Waterland met het HHNK. Dit langjarige samenwerkingsverband vloeit voort uit de verplichtingen en opgaven in het nationale Bestuursakkoord Water 2011. Het GRP bevat, naast een regionale visie en strategie, ook gemeentelijke paragrafen, waarin de Landsmeerse opgaven in de riolering zijn beschreven met de financiële consequenties ervan. In het verbreed GRP 2018-2023 is beschreven wat rioolbeheer in de toekomst gaat betekenen voor Landsmeer en welke kosten te verwachten zijn bij de ambities die in het plan zijn vastgesteld. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) worden bedragen opgenomen om het GRP uit te voeren.
Elk jaar wordt opnieuw afgewogen welke maatregelen getroffen moeten worden en wat de consequenties zijn van de te maken keuzes. Daar worden investeringen in aanpassingen van de openbare ruimte nadrukkelijk bij betrokken. Door de bezuinigingen in het verleden is het tempo van de investeringen naar beneden bijgesteld. Dit heeft er toe geleid dat de planning uit het GRP niet meer overeenkomt met het huidige MIP. Ook is gebleken dat het bij de GRP ingevoerde spaarsysteem niet voldoet. Op 3 oktober 2024 heeft de gemeenteraad het ontwerp Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma (GRWP) vastgesteld. Dit GRWP is de basis voor alle nieuwe renovatie- en vervangingsinvesteringen. Al deze werkzaamheden zullen jaarlijks conform de kaders van het GRWP plaatsvinden. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn de investeringen opgenomen om het GRWP uit te voeren. Het ontwerp GRWP is dan ook verwerkt in voorliggende begroting. Net als voor het GRP en PWR is in 2021 in Zaanstreek Waterland verband een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld met een lokaal en regionaal deel. Deze uitvoeringsagenda is in 2021 ook vastgesteld en dient de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te versnellen en intensiveren.
71
Water
In december 2016 heeft de raad een nieuw Waterplan Landsmeer vastgesteld dat is opgesteld i.s.m. het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Dit plan is vastgesteld voor een uitvoeringsperiode van 10 jaar (tot en met 2026). Op 28 april 2014 is een intentieovereenkomst getekend tussen de gemeente en HHNK voor overname van het beheer van het stedelijke oppervlaktewater. Op deze wijze kan het hoogheemraadschap zijn rol als waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheerder in stedelijk gebied beter vervullen. Het traject heeft vertraging opgelopen vanwege een mogelijke koppeling tussen de overdracht van het stedelijk water en de overdracht van de wegen buiten de bebouwde kom. Inmiddels is duidelijk dat dit twee gescheiden trajecten zijn. De verwachting is dat eind 2024 de overdracht wordt gerealiseerd.
Gebouwen
Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen heeft de gemeente Landsmeer een Meer Jaren Onderhoudsplan (MJOP). Het MJOP heeft betrekking op het bouwkundige binnen- en buitenonderhoud, het terreinonderhoud en het onderhoud van de gebouw gebonden installaties. Jaarlijks worden de onderhoudswerkzaamheden bepaald, mede in relatie tot het actuele gebruik en eventuele toekomstige ontwikkelingen. Bij de investeringen wordt altijd gekeken naar oplossingen die duurzaam zijn en/of bijdragen aan duurzaamheid, waarbij een terugverdientijd van 5 jaren wordt gehanteerd. Het geldende MJOP 2022-2025 is op 17 februari 2022 vastgesteld door uw raad en nader onderzoek en inmiddels uitgevoerde werkzaamheden aan het zwembad hebben niet geleid tot een verhoging van de onderhoudskosten. Ondanks de prijsstijgingen in de markt, hebben deze nog niet geleid tot een bijstelling van het MJOP 2022-2025. Aangezien een aantal panden op het MJOP naar verwachting in de komende jaren gesloopt dan wel wellicht afgestoten worden is een herziening op dat vlak nodig. Naar alle waarschijnlijkheid is de huidige voorziening dan toereikend voor de onderhoudskosten van de panden die we in gebruik houden. We zullen het herziene plan, naar verwachting in Q1 2025, aan u voorleggen.
Openbaar groen en speelvoorzieningen
Met betrekking tot een planmatige aanpak van onderhoud en financiële planning van de speelvoorzieningen heeft de gemeente in april 2017 een speelruimte beleidsplan en het uitvoeringsplan vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan de visie op spelen en de verdeling van (formele) speelruimte over de gemeente. Het uitvoeringsplan geeft invulling aan het beheer en onderhoud van de speelruimte en de bijbehorende kosten. Het onderhoudsbudget is gesplitst in en regulier onderhoudsbudget en een investeringsoverzicht voor (groot) onderhoud en vervanging welke onderdeel is van het meerjareninvesteringsplan (MIP). In 2021 is het groenbeleidsplan vastgesteld door de raad. Het groenbeleidsplan is een omschrijving van het openbaar groen van de gemeente op het gebied van kwaliteit, beheer en onderhoud. In dit beleidsplan wordt vanwege beperkte financiële middelen de keuze gemaakt voor frequentie onderhoud. Door middel van kaarten zijn diverse groenstructuren in beeld gebracht. Bij dit beleidsplan is ook inzicht gegeven in de kosten in relatie tot de kwaliteitsniveaus. Uitgangspunt is dat bomen die gekapt moeten worden, weer herplant worden. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de wens voor behoud van kwalitatief hoogwaardig groen.
72
Financiering Algemeen
De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Er zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie budgettaire gevolgen verbonden, onder meer afhankelijk van het risicoprofiel. Onder de treasuryfunctie valt niet het (garanderen van) verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. Het beleid van de gemeente Landsmeer voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is in 2019 geactualiseerd. Het statuut is het kader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De belangrijkste punten, naast de voorschriften afkomstig uit de wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), zijn:
Gelden worden alleen uitgezet bij banken met ten minste een zogenoemde A-rating
Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij ten minste drie financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
De lange termijn rentetarieven zijn ten opzichte van voorgaand jaar gedaald. De rente voor een 10-jaars staatslening is momenteel 2,51%.
73
Geprognosticeerde balans
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat er een geprognosticeerde balans in de Begroting wordt opgenomen. Van belang is dat vanuit de Balans het EMU-saldo kan worden afgeleid. Het EMU-saldo wordt berekend vanuit de mutaties van de financiële activa en de vaste en vlottende schuld. Dit EMU-saldo kunt u vinden bij de bijlagen. Bedragen x € 1.000 31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
(im) Materiële vaste activa
25.722
26.980
32.661
36.497
48.303
52.250
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen
139
139
139
139
139
139
Financiële vaste activa: Leningen
347
305
305
305
305
305
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar
0
0
0
0
0
0
26.208
27.424
33.106
36.942
48.747
52.695
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen
962
921
921
921
921
921
Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen
0
0
0
0
0
0
Uitzettingen <1 jaar
8.668
8.614
8.614
8.614
8.614
8.614
Liquide middelen
85
2
3.002
2
2
2
Overlopende activa
394
649
649
649
649
649
Totaal Vlottende Activa
10.109
10.186
13.186
10.186
10.186
10.186
Totaal Activa
36.317
37.610
46.292
47.128
58.933
62.881
Activa
Totaal Vaste Activa
74
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Eigen vermogen
6.305
4.065
4.603
7.093
11.183
7.471
Voorzieningen
3.689
3.205
2.549
2.095
2.011
1.870
Vaste schuld
21.800
18.600
27.400
25.200
33.000
39.800
Totaal Vaste Passiva
31.794
25.870
34.552
34.388
46.194
49.141
Vlottende schuld
2.371
6.489
6.489
7.489
7.489
8.489
Overlopende passiva
2.152
5.251
5.251
5.251
5.251
5.251
Totaal Vlottende Passiva
4.523
11.740
11.740
12.740
12.740
13.740
Totaal Passiva
36.317
37.610
46.292
47.128
58.934
62.881
Passiva
75
Risicobeheer, de kasgeldlimiet en renterisiconorm De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke kortlopende middelen (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een kasgeldlimiet. Dit is geconcretiseerd in de vorm van een maximum percentage van het begrotingstotaal dat gedurende enig jaar met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar en de renterisiconorm op geldleningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Het doel van deze normen afkomstig uit de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijke) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die de gemeente moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s. Het niveau van de korte leningen, de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,5% van het bedrag van de begroting. De rente-risiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. Overheden (Wet Fido). In onderstaande tabel wordt de voor 2025 geldende kasgeldlimiet afgezet tegen de ontwikkeling van de netto vlottende schuld. De maximale toegestane kortlopende schuld was € 2.991k conform de Wet Financiering Decentrale.