Beantwoording Technischevragen GL Afvalbeleidsplan Afval en Grondstoffen 2021-2026
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
NAAM VRAGENSTELLER(S)
Jacobien van Boeijen
ONDERWERP
Vragen Afvalscheiding B1 Inzamelscenario’s
DATUM BO / BOT
4 maart 2021
AGENDAPUNT BO / BOT
6
BEANTWOORDING
in BO
MAG DE BEANTWOORDING GEDEELD WORDEN MET DE RAAD? DATUM INDIENING BIJ GRIFFIE
maandag vóór 12.00 uur voorafgaand BO / BOT
DATUM VERZENDING GRIFFIE AAN COLLEGE VOOR BEANTWOORDING
donderdag uiterlijk 12.00 uur voorafgaand BO / BOT
ja / nee 1/3/2021
1/3/2021
VRAGEN Algemeen:
wat is de rol van voorlichting aan inwoners precies en kunt u daar kosten aan hangen per scenario? Is er overleg geweest met de omringende gemeenten om te kijken wat hun ervaringen zijn? Wat is de praktijk in andere gemeenten? Is er schaalvoordeel te behalen door intergemeentelijke samenwerking?
Pagina 2. “Met de voorgestelde inzamelstrategie kan de hoeveelheid restafval (in relatie tot de VANG-doelstelling) met ca. 35% gereduceerd worden.” Wat wordt hier precies bedoeld; reductie ten opzicht van welke situatie? In welk jaar en in welke eenheid? [De VANG-doelstelling gaat over het resultaat halen van 100 kg en 75% van het afval gescheiden in 2020] Pagina 4. Tabel. Klopt het dat de inwoners van Landsmeer in 2019 90 kg meer afval aanboden (243 kilo) dan inwoners van weinig stedelijke gebieden tot 20.000 (163 kilo). Heeft u een verklaring daarvoor? Pagina 6. Tabellen. Klopt het dat 1 persoons huishoudens nu bijna 100 euro meer en 2 persoonshuishoudens nu ongeveer 67 euro meer betalen dan vergelijkbare andere gemeenten. Als dit gecorrigeerd wordt voor de grote hoeveelheid afval is het verschil voor eenpersoonshuishoudens nog steeds bijna 40 euro. Hoe verklaart u dat? Pagina 10. U geeft aan dat een investering normaliter in 10 jaar moet worden terugverdiend? Waar hangt dit vanaf en waarmee gaat u rekenen?
Pagina 11. “Als de stroom PMD -door invoering van statiegeld op flesjes en blikjes- opdroogt, kan er eenvoudig gestopt worden. Er is immers geen kostbare inzamelstructuur neergezet voor PMD.” Wanneer valt dit Rijksbesluit te verwachten? Pagina 14. “OPK inzameling wordt huis aan huis uitgevoerd middels minicontainers. Dit is goedkoper, stimuleert het gescheiden houden van OPK en verbetert de kwaliteit (en dus de opbrengst).” Waarom denkt u dat inwoners nu wel gaan scheiden en niet alles bij en door elkaar gooien? Pagina 16 “Er is een systeem voor registratie en toegangscontrole nodig t.b.v. het invoeren van Diftar op restafval en het optimaliseren van de milieustraat.” Is dat niet bij alle scenario’s noodzakelijk om misbruik te voorkomen? Pagina 18 “Mogelijke reductie van de hoeveelheid restafval, binnen twee tot vijf jaar: ca. 40%.” Kan dit concreter? Wanneer is dat mogelijk en wanneer niet? Pagina 23 “Dit sluit het beste aan bij de doelstellingen die Landsmeer met het nieuwe beleid wil realiseren” Welke doelstellingen worden hier bedoeld?
ANTWOORD datum beantwoording: dag-maand-jaar Herhaal de vraag (in cursief) en geef daarna het antwoord (niet cursief). (Sla het document op als: <beantwoording college + bestaande documentnaam>) Wat is de rol van voorlichting aan inwoners precies en kunt u daar kosten aan hangen per scenario? De implementatie van een nieuw beleid werkt het best wanneer de inwoners mee worden genomen, niet alleen in de logistieke veranderingen maar ook in het nut en noodzaak hiervan. Hiervoor is een stelpost genomen van een communicatiecampagne met hoge weerstand (€30.000) en lage weerstand (€10.000). Er is gerekend met de volgende kosten scenario 1: €30.000 (hoog), scenario 2: €10.000 (laag), scenario 3: €30.000 (hoog), scenario 4: €10.000 (laag) en scenario 5: €30.000 (hoog). Is er overleg geweest met de omringende gemeenten om te kijken wat hun ervaringen zijn? Het bureau wat ons adviseert is goed op de hoogte van de ervaringen van de omringende gemeenten. Er is geen direct overleg geweest. Wat is de praktijk in andere gemeenten? In bijna elke gemeente is de praktijk anders. De praktijk hangt sterk af van de specifieke omstandigheden in de betreffende gemeente. Deze vraag is te breed om te beantwoorden. Is er schaalvoordeel te behalen door intergemeentelijke samenwerking? Dat zou het geval kunnen zijn.
Nadat de gemeenteraad een inzamelscenario heeft gekozen wordt er gekeken hoe dit scenario het beste ingevuld kan invullen. Intergemeentelijke samenwerking is hierbij één van de opties die onderzocht wordt. Pagina 2. “Met de voorgestelde inzamelstrategie kan de hoeveelheid restafval (in relatie tot de VANG-doelstelling) met ca. 35% gereduceerd worden.” Wat wordt hier precies bedoeld; reductie ten opzicht van welke situatie? In welk jaar en in welke eenheid? [De VANG-doelstelling gaat over het resultaat halen van 100 kg en 75% van het afval gescheiden in 2020] Dit is reductie ten opzichte van de huidige situatie (resp. 243 kilogram restafval per inwoner in 2019). Het effect zal bereikt worden binnen twee tot vijf jaar na implementatie van de inzamelstrategie (tussen 20222026). Het effect wordt uitgedrukt in de hoeveelheid restafval -per inwoner- in kilogram. Als de hoeveelheid ingezameld restafval wordt gereduceerd heeft dit eveneens een positief effect op het scheidingspercentage in
Landsmeer (resp. 52% van de totale hoeveelheid ingezameld afval in 2019). Uiteraard gaat het om een verwachte (geschatte) reductie van de hoeveelheid restafval. Pagina 4. Tabel. Klopt het dat de inwoners van Landsmeer in 2019 90 kg meer afval aanboden (243 kilo) dan inwoners van weinig stedelijke gebieden tot 20.000 (163 kilo). Heeft u een verklaring daarvoor? Gemiddeld bieden de inwoners van Landsmeer ongeveer 80 kilogram meer restafval aan dan inwoners van andere weinig stedelijke gemeenten met een inwoneraantal tot 20.000. Dit is waarschijnlijk het gevolg van slecht scheidingsgedrag (dat is o.a. terug te zien in het scheidingspercentage fijn huishoudelijk afval in tabel 2) en de mogelijke aanwezigheid van bedrijfsafval in het huishoudelijk restafval. Pagina 6. Tabellen. Klopt het dat 1 persoons huishoudens nu bijna 100 euro meer en 2 persoonshuishoudens nu ongeveer 67 euro meer betalen dan vergelijkbare andere gemeenten. Als dit gecorrigeerd wordt voor de grote hoeveelheid afval is het verschil voor eenpersoonshuishoudens nog steeds bijna 40 euro. Hoe verklaart u dat? Een mogelijke verklaring is dat een gemeente met 220 tot 250 kg restafval -door de omstandigheden in de gemeente- nauwelijks gescheiden inzameling toepast (bijv. sterk verstedelijkt gebied, met veel hoogbouw.). In die gemeenten is dus geen dure inzamelstructuur gericht op gescheiden inzameling ingericht.
In Landsmeer wel, maar daar wordt beperkt gebruik van gemaakt (wat leidt tot hoge kosten voor de inzamelstructuur en hoge kosten voor de restafvalverwerking van afval wat gescheiden zou moeten worden). Pagina 10. U geeft aan dat een investering normaliter in 10 jaar moet worden terugverdiend? Waar hangt dit vanaf en waarmee gaat u rekenen? Dat wordt niet aangegeven op pagina 10. Op pagina 10 wordt aangegeven dat de economische- en/of technische levensduur ca. 10 jaar is. Met andere woorden: in 10 jaar moet de investering afgeschreven zijn en daarna vervangen worden. Pagina 11. “Als de stroom PMD -door invoering van statiegeld op flesjes en blikjes- opdroogt, kan er eenvoudig gestopt worden. Er is immers geen kostbare inzamelstructuur neergezet voor PMD.” Wanneer valt dit Rijksbesluit te verwachten? Per 1 juli 2021 wordt statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd (besluit daartoe is in april 2020 genomen). Op het moment van schrijven was het moment van invoering van statiegeld op blikjes niet bekend. In oktober 2020 is de regelgeving voor statiegeld op blikjes al wel door de Tweede Kamer goedgekeurd. Op 3 februari 2021 heeft de betreffende staatssecretaris de Tweede Kamer per brief over de invoering geïnformeerd. Het afgeronde besluit wordt uiterlijk 1 juli 2021 gepubliceerd in het Staatsblad. Invoering van statiegeld op blikjes is te verwachten per 31 december 2022.
Pagina 14. “OPK inzameling wordt huis aan huis uitgevoerd middels minicontainers. Dit is goedkoper, stimuleert het gescheiden houden van OPK en verbetert de kwaliteit (en dus de opbrengst).” Waarom denkt u dat inwoners nu wel gaan scheiden en niet alles bij en door elkaar gooien? Enerzijds doordat inwoners een minicontainer voor OPK krijgen. Hierdoor kunnen zij makkelijker het OPK apart houden voor de inzameling. Zij hebben dan een ruimte buitenshuis om dit te verzamelen. Het neemt geen ruimte meer in binnen hun huis en zij hoeven ook niet zelf een verzamelvoorziening te realiseren. In andere gemeenten is gebleken dat een minicontainer voor OPK de ingezamelde hoeveelheid OPK ten goede komt. Anderzijds doordat er nog maar één minicontainer voor fijn restafval per huishouden beschikbaar zal zijn. Inwoners moeten gaan scheiden om ervoor te zorgen dat het (fijn) restafval (incl. PMD) in één minicontainer past. Pagina 16 “Er is een systeem voor registratie en toegangscontrole nodig t.b.v. het invoeren van Diftar op restafval en het optimaliseren van de milieustraat.” Is dat niet bij alle scenario’s noodzakelijk om misbruik te voorkomen? In alle scenario’s is uitgegaan van een registratiesysteem voor inzameling van restafval in de wijk, inzameling van fijn restafval en GFT bij hoogbouw en inzameling op het milieupark.
Geregistreerde inzameling (voor de voornoemde afvalstromen) is dus in alle scenario’s een voorwaarde. In scenario 1, 3 en 5 is er aanvullend een betaalsysteem nodig om Diftar mogelijk te maken omdat de huishoudens dan betalen voor de daadwerkelijke
hoeveelheid die zij inleveren van de Diftar stromen. Dit moet geregistreerd worden en de betaling moet ook administratief geregeld worden. Pagina 18 “Mogelijke reductie van de hoeveelheid restafval, binnen twee tot vijf jaar: ca. 40%.” Kan dit concreter? Wanneer is dat mogelijk en wanneer niet? Dit kan niet concreter worden gemaakt. In elk scenario is de reductie van de verwachte hoeveelheid restafval een realistische schatting. De realisatie hiervan zal altijd afhangen van implementatie, communicatie, welwillendheid, handhaving, flankerend beleid enzovoort. Pagina 23 “Dit sluit het beste aan bij de doelstellingen die Landsmeer met het nieuwe beleid wil realiseren” Welke doelstellingen worden hier bedoeld? Dit zijn de doelstellingen die terug te vinden zijn op pagina 1 van bijlage B1 Inzamelscenario’s: 1. Beperken van de jaarlijkse kosten voor inzameling en verwerking van afvalstoffen. 2. Beperken van de hoeveelheid ingezameld restafval, zodat de VANG-doelstelling benaderd wordt. 3. Inzamelen van afval-/grondstofstromen die aangewend kunnen worden voor recycling en/of hergebruik. 4. Aanbieden van een passend serviceniveau aan inwoners.