CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen GroenLinks 3-2 inburgering

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Beleidsnotitie Nieuwe Wet Inburgering1.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen GroenLinks over Agendapunt 8. Wet Inburgering 1. Waar staan we nu? De wet is 1/1/22van kracht. Wordt er vooruitlopend op de vaststelling al gewerkt vanuit de nieuwe wet? (er valt nu nog niemand onder de nieuwe wet!) Antwoord: Op dit moment kunnen we door gaan met het uitrollen van het nieuwe beleid in praktische zin. Daarnaast kan de uitvoering zich richten op de “ondertussen groep” en de ELIP groep, zoals ook in het plan staat beschreven. Vooruitlopend werken we waar kan op basis van de nieuwe wet. Denk hierbij aan het ontzorgen, Participatieverklaring, het NOA assessment en de taalstart. Waar we wel rekening mee dienen te houden is dat de bekostigingssystematiek voor deze cliënten nog onder de oude wet valt.

2.

Taalcursussen moeten nog ingekocht worden?

Antwoord: Medio/eind februari verwachten wij verder te kunnen met aansluiting middels een meeliftregeling bij de taalaanbieders van de gemeente Amsterdam. Dit heeft op zich laten wachten aangezien er nog onduidelijkheid vanuit het Rijk was over financiële middelen en hierdoor had Amsterdam meer tijd nodig om hun inkoop vorm te geven. De overeenkomsten met 2 aanbieders (Violet taaltraining en IVIO) worden ook deze maand afgerond. We kunnen dus kiezen voor taalaanbod in Purmerend of in Amsterdam.

3.

Hoe ziet de controle op de taalcursussen eruit?

Antwoord: Er vinden kwalitatieve controles en administratieve controles plaats door de gemeenten Amsterdam en Purmerend via Blik op Werk. We monitoren de cursussen zelf ook. Er is overleg tussen de gemeente en de taalscholen en ook overleg tussen cliënt en inburgeringsconsulent en taalschool. Ook zullen we gaan kijken naar het aantal geslaagde trajecten.

4. Het is een lerend stelsel. “Er is daarom plaats ingeruimd voor monitoring en evaluatie”. Hoe ziet dat er uit en op welke momenten en wordt hiermee ook bedoeld dat dit met de raad gedeeld wordt? Antwoord: Het advies van de adviesraad om monitoring vorm te geven nemen we over en staat op de “to do” lijst. Ervaringen vanuit de nieuwe wet laten even op zich wachten aangezien we nu geen deelnemers hebben, maar we hebben al wel een idee over waarmee we willen monitoren; -Kennis via ervaringsdeskundigen vanuit oude en nieuwe wet. -Regelmatig overleg met (uitvoering) Waterland, casuïstiek overleg samen met andere betrokken uitvoerende partijen zoals Vluchtelingenwerk, Kredietbank, SMD, Vrijwilligerscentrale, maar ook kennis- en ervaring deling op regionaal niveau. -De (afgesproken) monitoring vanuit de taalscholen -Inburgering resultaat aan de hand van de PIP (na inburgering termijn); we zullen wel eerst in de praktijk ervaring moeten op doen.

5.

Welke kosten zijn structureel, welke incidenteel gedekt?

Antwoord: Er zijn structurele middelen van het Rijk beschikbaar. Onderwijsgelden zijn op basis van het aantal inburgeraars.

6. Meer toelichting. Er worden verschillende termen gebruikt. Er is een inburgeringsconsulent en later staat een gespecialiseerde consulent (p 18) en ook de term casemanager komt voor. Is dit dezelfde persoon? De casemanager is een medewerker binnen team participatie van de gemeente? Antwoord: Hiermee wordt de inburgeringsconsulent bedoeld. De inburgeringsconsulent is de contactpersoon gedurende het inburgeringstermijn van maximaal 3 jaar.

7. Is de evaluatie VOI pilot duale trajecten meegenomen ter voorbereiding? Rapport van 2/5 21 in opdracht van het ministerie SZW? Antwoord: Ja we hebben daar kennis van genomen, maar met onze aantallen richten we elk traject in als maatwerk. We zijn bezig om dit lokaal vorm te geven. (New Bees en Vrijwilligerscentrale).

8. Er zijn statushouders die in land van oorsprong al een diploma hebben. Wordt daar ook meer maatwerk in geboden, creatief gekeken of men daarmee binnen het vakgebied aan de slag kan? Antwoord: Ja daar wordt naar gekeken. Er zijn voorbeelden van cliënten met een ICT achtergrond die al vanaf het AZC aan het werk zijn.

9.

Om hoeveel mensen gaat het die nog onder de oude regeling vallen?

Antwoord: Officieel weten wij niet hoe groot de “ondertussen groep” is aangezien wij geen examen resultaten van DUO krijgen. We zijn op dit moment dit wel aan het uitzoeken. Iedereen die bekend is in TVS (systeem waar de koppelingen vanuit het COA in geregistreerd staan) gaan wij benaderen en de stand van zaken in kaart brengen. In Landsmeer hebben we 18 “ELIP-ers”.

10. “De groep statushouders is een kwetsbare groep. Sommigen kampen met psychische problemen waardoor behandeling nodig is en deelname aan taallessen/participatie niet goed mogelijk is?" Wat betekent dat precies? (uitleg). Antwoord: Psychische problematiek kan van alles in de weg staan. We willen dit ondervangen met het programma Mindfit speciaal voor statushouders. Cliënten die hieraan deelnemen komen met andere cliënten met dezelfde achtergrond, cultuur, in een groep. Als dit niet voldoende blijkt te zijn en er meer zorg nodig is dan komt de persoon in de Z-route terecht.

11. Aanbod behandelingen vaak niet passend en vaak te talig. Wat maakt dat het programma Mindfit wel passend is? Antwoord: Mindfit sluit aan op de taal en de cultuur van de inburgeraar.

12. De onderwijsroute is voor inburgeraars tot 28 jaar, om deze via een 1,5 jaar durende taalschakeltraject voor te bereiden op instroom in het Nederlands beroep- of wetenschappelijke onderwijs. Statushouders kunnen straks via de onderwijsroute een erkend diploma halen binnen het Nederlands onderwijs voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Aanbieders geven echter aan dat het budget van het Rijk voor de uitvoering van de Onderwijsroute niet reëel is. Tegelijkertijd is er voor gemeenten binnen de huidige financiële kaders van de wet geen ruimte om de prijs van de onderwijsroute te verhogen. Gemeenten constateren dan ook dat aanbieders zich niet inschrijven voor hun aanbestedingen. Diverse regio’s, zoals Holland-Rijnland, Rotterdam, Twente en Drenthe, stuiten in hun aanbiedingstrajecten op problemen. Zo ook in Amsterdam. Op dit moment wachten wij dan ook op regionaal niveau de consequenties van het Rijk af." Vraag: DUS DAAR GEBEURT NU NIETS MEE? Antwoord: De hierboven benoemde situatie is inmiddels achterhaald. De Rijksmiddelen voor de onderwijsroute zijn tijdelijk verhoogd. Amsterdam heeft hierdoor kunnen inkopen en wij kunnen hierop meeliften. 13. De beoogde beleidsdoelstelling is het beschikbaar stellen van voorzieningen aan inburgering plichtige die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht.

De uitkering is bedoeld ter dekking van de kosten van deze voorzieningen, niet zijnde uitvoeringskosten, zoals opgenomen in artikel 40, eerste lid van de wet” GRAAG TOELICHTING wat wordt hier bedoeld? Antwoord: We hebben van het Rijk uitvoeringskosten gekregen t.b.v. de bekostiging van o.a. de inburgeringsconsulent en bureaukosten. Hiernaast krijgen we voor elke inburgering plichtige geld voor onderwijs en maatschappelijke begeleiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=6b85f1bd-cf68-45b2-94a2-622c94c38c93