Beantwoording BW art47 vragen VVD 2021- RIB Jaarverslag leerplicht
Tekst van het document
Vragen Art. 47 RvO Naam vragensteller(s):
Marion Breij
Onderwerp:
2021-108 RIB Jaarverslag leerplicht 2019-2020 met bijlage B1.
Beantwoording:
Schriftelijk
Datum indiening bij griffie:
27 mei 2021
Nummer aanvraag: Datum verzonden naar college: (beantwoording binnen 30 dagen)
93 28 mei 2021
Vragen In de RIB wordt gesteld dat er in 2019-2020 geen thuiszitters zijn geweest in Landsmeer (p6). Verder wordt aangegeven dat het aantal leerlingen waarvan onderwijs onbekend is (particulier onderwijs) in de jaren 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 respectievelijk 8, 7 en 13 was (p.6). Ondanks de 8 november 2018 aangenomen motie van de Landsmeerse VVD levert de gemeente, noch het samenwerkingsverband, structureel gezien, geen volledige bekostiging voor het volgen van particulier onderwijs. Het betreft hier dus leerlingen die wellicht thuiszitter waren geweest als de ouder(s) (of anderen) zelf geen oplossing hadden gezocht en/of konden inkopen. Het lijkt dan ook dat de VSV cijfers (p.8) hierdoor positief worden beïnvloed, d.w.z. de positieve trendbreuk lijkt te worden veroorzaakt door het hogere aantal leerlingen dat naar particulier onderwijs is gegaan. Deze leerlingen zouden wellicht allemaal thuiszitters zijn geweest als zij afhankelijk waren geweest van de overheid. Echter is (zijn) hun ouder(s) (of anderen) in staat om particulier onderwijs in te kopen. Onze vragen zijn: 1. Zou het inderdaad zo kunnen zijn dat de VSV cijfers positief worden beïnvloed door hetgeen hierboven wordt omschreven? Zo nee, graag een toelichting op dat standpunt. 2.
Hoeveel leerlingen die particulier onderwijs volgen zouden thuiszitter zijn als hun ouder(s) (of anderen) geen particulier onderwijs zouden hebben geregeld?
Antwoord college Datum beantwoording: 15-06-2021
(= datum b&w-vergadering, invullen door steller)
1. Zou het inderdaad zo kunnen zijn dat de VSV cijfers positief worden beïnvloed door hetgeen hierboven wordt omschreven? Zo nee, graag een toelichting op dat standpunt. De VSV cijfers gaan niet over thuiszitters. Het antwoord op uw vraag is dus nee. VSV aanpak gaat over voortijdig schoolverlaten. Degenen die niet terug naar school gaan, worden vsv’ers genoemd. Zij zijn niet in het bezit van een mbo niveau 2, havo of vwo-diploma en beschikken daarom niet over een startkwalificatie. Verschillende factoren vergroten de kans dat jongeren voortijdig de school verlaten, veel spijbelen is daar een van. Thuiszitters zijn kinderen en jongeren die zonder onderwijs thuis zitten omdat hun problematiek (volledige) deelname in een reguliere dan wel speciale onderwijssetting onmogelijk maakt. Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten hebben met elkaar te maken, maar zijn niet hetzelfde. De leerlingen die particulier onderwijs zijn gaan volgen hebben deze keuze uit eigen beweging gemaakt.
Geen van deze jongeren viel onder de VSV doelgroep. De leerplichtambtenaar heeft alle VSV leerlingen in beeld en begeleidt hen, hetzij naar onderwijs, hetzij naar arbeid of anderszins. Geen van de VSV leerlingen zijn de afgelopen jaren uitgemond in thuiszitter. 2. Hoeveel leerlingen die particulier onderwijs volgen zouden thuiszitter zijn als hun ouder(s) (of anderen) geen particulier onderwijs zouden hebben geregeld? Geen. Er zijn geen casussen bekend van jongeren die thuiszitter zouden zijn (geworden) als ze niet particulier onderwijs zouden zijn gaan volgen. De kwetsbare jongeren (VSV) worden goed begeleid waarmee thuiszitten voorkomen wordt.