Beantwoording art.47 vragen - CDA - Den Ilp 85
Tekst van het document
Vragen Art. 47 RvO
Naam vragensteller(s):
Eric Knibbe
Onderwerp:
Den Ilp 85
Beantwoording:
Schriftelijk
Datum indiening bij griffie:
24-11-2023
Nummer aanvraag: Datum verzonden naar college: (beantwoording binnen 30 dagen)
Vragen 1. Waarom, op basis waarvan en wanneer is Den Ilp 85 als probleemlocatie bestempeld? 2. Wat was de onderbouwing en de aanvraag van de gemeente voor realisatie op de probleemlocatie Den Ilp 85? 3. Zowel de Provincie als het College van B&W zijn uitgesproken over de forse verbetering. Waarom is dit volgens u een verbetering voor de omgeving? 4. Is er betrokkenheid van de gemeente geweest bij de planvorming? Zo ja, welke? 5. In hoeverre is de omgeving, in bijzonder de omwonenden en andere belanghebbenden, betrokken geweest bij deze planvorming? 6. De verrommeling op het perceel is veroorzaakt door de eigenaar zelf. Dat lijkt verband te houden met het feit dat dit als probleemlocatie is aangemerkt. Wat vindt het college daarvan? 7. Welk probleem ontstaat er als er 1 huis wordt teruggebouwd? 8. Wat is de inhoudelijke reden om op dit perceel meer dan 2 woningen te bouwen? 9. Hoeveel tijd en handhaving is er al besteed aan dit perceel en hoeveel juridische kosten zijn er al gemaakt door de gemeente? 10. Kunt u in grote lijnen aangeven welke (procedure)stappen er nog gaan volgen en op welke momenten de gemeenteraad hierover en op welke wijze wordt geconsulteerd? 11. Denkt het college dat het bouwen van meerdere woningen achterelkaar aan het Lint zal leiden tot precedentwerking? Waarom wel/niet?
Antwoord college Datum beantwoording: 16 januari 2024 1. Waarom, op basis waarvan en wanneer is Den Ilp 85 als probleemlocatie bestempeld? Na een uitvraag door de provincie waarin Noord-Hollandse gemeenten werden opgeroepen locaties aan te dragen die wachtten op transformatie en waar de regels uit de provinciale Omgevingsverordening een gewenste oplossing in de weg stonden, hebben wij geprobeerd om zoveel mogelijk locaties in Landsmeer op deze lijst te krijgen. Uw raad heeft ons immers altijd meegegeven dat u van mening bent dat de bevoegdheid om keuzes te maken over ontwikkeling van percelen aan ons Lint bij de gemeente zou moeten liggen in plaats van bij de provincie. Op 2 november 2021 heeft de provincie Noord-Holland ingestemd met de lijst van 21 probleemlocaties in dorpslinten. 2. Wat was de onderbouwing en de aanvraag van de gemeente voor realisatie op de probleemlocatie Den Ilp 85? Wij verwijzen naar RIB 10960-2023 van 20 juni 2023 ten aanzien van de ontheffingsaanvraag. Voor plaatsing op de lijst met probleemlocaties in linten is ten aanzien van Den Ilp 85 de volgende motivatie aangedragen: “het betreft een perceel waar een havenmeesterswoning was gesitueerd. Deze is op aandringen van de gemeente Landsmeer gesloopt i.v.m. risico op kraak. De woning is daarna niet meer in het bestemmingsplan teruggekomen.
De gemeente wenst medewerking te verlenen aan het bouwen van een nieuwe woning op de plek van de voormalige havenmeesterswoning. Het perceel heeft momenteel de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Recreatie’. Het realiseren van woningen is momenteel niet mogelijk. Dit terwijl hier in het verleden wel een woning heeft gestaan. Per abuis is dit uit het bestemmingsplan gelaten. Bij het toestaan van de bouw van een extra woning wordt de bestemming van het achterste deel omgezet van ‘Recreatie’ naar ‘Wonen’ zonder bebouwingsmogelijkheden. Hiermee wordt een ruimtelijke verbetering gerealiseerd doordat recreatieve activiteiten niet meer mogelijk zijn en het niet meer mogelijk wordt om (oude) boten ter plaatse te repareren.” Bij onderbouwing voor alle aangeleverde probleemlocaties is expliciet aangegeven dat: “Over de plannen voor de locaties heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden, maar maatwerk en gezamenlijke planvorming met de provincie is zeer wenselijk. Voor alle plannen geldt dat de landschappelijke kernkwaliteiten zoveel mogelijk worden gerespecteerd of zelfs worden versterkt.” 3. Zowel de Provincie als het College van B&W zijn uitgesproken over de forse verbetering. Waarom is dit volgens u een verbetering voor de omgeving? In de raadsinformatiebrief ‘Ontheffingsaanvraag Den Ilp 85’ d.d. 20 juni 2023 bent u hierover geïnformeerd.
De conclusie van deze raadsinformatiebrief luidde: “Geconcludeerd kan worden dat dit een mogelijkheid is om deze locatie te herontwikkelen en de oude jachthaven weg te bestemmen. De provincie Noord-Holland heeft uitgesproken deze ontwikkeling passend te vinden en de gemeente geadviseerd voor dit plan een ontheffing aan te vragen. Het college zal daarom een ontheffingsaanvraag bij de provincie indienen voor de realisatie van dit plan. Bij de situering van de woningen is rekening gehouden met verschillende factoren waarbij de initiatiefnemer aandacht heeft besteed aan het karakter van de omgeving. Hierbij wordt geen afbreuk gedaan aan de omgeving en zal het perceel ten opzichte van de situatie zoals deze nu is een aanzienlijke kwaliteitsverbetering opleveren.” Het is overigens met name de Provincie die uitgesproken is over de duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in het lint. Op basis van dit criterium biedt en verleent de
Provincie immers mogelijkheid tot ontheffing op de regels uit de provinciale Omgevingsverordening. Het college kan zich in deze gedachtegang vinden. 4. Is er betrokkenheid van de gemeente geweest bij de planvorming? Zo ja, welke? De locatie is op de lijst met probleemlocaties gekomen door toedoen van de gemeente (zie onder 1) en de ontheffingsaanvraag is ingediend door ons college. Wij zijn echter niet de initiatiefnemer van het plan. Een initiatiefnemer maakt een plan en legt dat voor. In het zogeheten ‘vooroverleg’ wordt een plan dan besproken. Het is aan de initiatiefnemer om met de uitkomsten van dergelijk overleg iets te doen of niet. 5. In hoeverre is de omgeving, in bijzonder de omwonenden en andere belanghebbenden, betrokken geweest bij deze planvorming? Het is duidelijk dat de ontwikkelingen op dit perceel in de directe omgeving gevoelig ligt. Ons college heeft ook meerdere gesprekken gevoerd met bezorgde omwonenden. De initiatiefnemer heeft in het verleden al meermaals gepoogd draagvlak te creëren in de omgeving, door het voeren van gesprekken met direct omwonenden alsmede het presenteren van beoogde plannen. 6. De verrommeling op het perceel is veroorzaakt door de eigenaar zelf. Dat lijkt verband te houden met het feit dat dit als probleemlocatie is aangemerkt.
Wat vindt het college daarvan? Bij de beoordeling of er sprake is van een ruimtelijke verbetering worden zaken die ongewenst zijn (bijvoorbeeld oneigenlijk gebruik of illegale bouw) altijd buiten beschouwing gelaten. Vaak heeft de aard van de bestemming een directe relatie met een rommelig karakter. In dit geval is het een langgerekt smal grasperceel waar in de huidige situatie boten en bijbehorend materieel worden gestald en onderhouden. Dit gedeelte heeft de bestemming ‘Recreatie’. 7. Welk probleem ontstaat er als er 1 huis wordt teruggebouwd? Het vigerende bestemmingsplan geeft de kaders voor de huidige mogelijkheden op deze locatie. Volgens dit bestemmingsplan mag er 1 woning gerealiseerd worden op dit perceel. Er ontstaat dan ook geen probleem, omdat dit momenteel het uitgangspunt is van het vigerende bestemmingsplan. 8. Wat is de inhoudelijke reden om op dit perceel meer dan 2 woningen te bouwen? U vraagt impliciet om een ruimtelijke onderbouwing van het nieuwe plan voor de ontwikkeling van Den Ilp 85. Deze ruimtelijke onderbouwing zal bij de ruimtelijke procedure aan uw raad worden voorgelegd. 9. Hoeveel tijd en handhaving is er al besteed aan dit perceel en hoeveel juridische kosten zijn er al gemaakt door de gemeente? Er is niet bijgehouden hoeveel ambtelijke uren zijn besteed aan dit specifieke perceel. Er zijn geen kosten gemaakt anders dan de ambtelijke uren. 10.
Kunt u in grote lijnen aangeven welke (procedure)stappen er nog gaan volgen en op welke momenten de gemeenteraad hierover en op welke wijze wordt geconsulteerd? Op dit moment is het college in afwachting van de stukken die door initiatiefnemer aangeleverd dienen te worden voor de ruimtelijke procedure. Daarna zal een anterieure overeenkomst worden opgesteld die door het college kan worden getekend. Het college zal bij vaststelling van de anterieure overeenkomst uw gemeenteraad op de hoogte brengen van de beoogde plannen voor Den Ilp 85. Na
het tekenen van de anterieure overeenkomst zal een vooroverleg worden opgestart om zodoende te komen tot een zorgvuldige voorbereiding van het plan. Na akkoord in het vooroverleg komt het plan in aanmerking voor een aanvraag onder de Omgevingswet. Tijdens dit proces zal uiteindelijk een definitief besluit moeten volgen om al dan niet een omgevingsplan vast te stellen. 11. Denkt het college dat het bouwen van meerdere woningen achterelkaar aan het Lint zal leiden tot precedentwerking? Waarom wel/niet? In de ruimtelijke ordening is er alleen sprake van precedentwerking als de gevallen geheel gelijk zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat de bestemmingen gelijk moeten zijn en dat ook het perceel vergelijkbaar moet zijn. Een dergelijk smal langgerekt perceel met de twee enkel bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Recreatie’ erop komt niet tot nauwelijks voor. Op basis hiervan is precedentwerking in strikte zin zeer onwaarschijnlijk. In breder perspectief zal deze vraag ook zeer nadrukkelijk aan bod komen bij het opstellen van de Omgevingsvisie voor de gemeente Landsmeer. Hierbij zoeken we aansluiting bij de het voornemen van de provincie om ruimte te zoeken voor “verantwoorde verdichting van de linten met behoud van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorische waarden” vanuit het oogpunt van woningnood en leefbaarheid.
Met andere woorden: wellicht is “het bouwen van meerdere woningen achterelkaar aan het Lint” wel wenselijk?