Beantwoording art 47-D66 VVD PvdA-bevordering integriteit college B&W
Tekst van het document
Vragen Art. 47 RvO Naam vragensteller(s):
M.G. Elfferich, N.H.W. Bonenkamp en M.J. Prins
Onderwerp:
Bevordering integriteit college van B&W
Beantwoording:
Schriftelijk
Datum indiening bij griffie:
21 december 2022
Nummer aanvraag: Datum verzonden naar college: (beantwoording binnen 30 dagen)
Invullen door griffie 3 januari 2023
Vragen In een artikel in het Parool van 20 december 2022 “Wethouder Landsmeer bemoeide zich met advies waardoor haar grond veel meer waard zou worden” wordt door hoogleraren onderstreept dat er sprake is van belangenverstrengeling als wethouder Breij geen afstand neemt van zaken waarbij zij een persoonlijk belang heeft, zoals ter zake de zienswijze die ziet op gronden waarvan zij eigenaar is. Dit wordt zowel verwoord in de moties die D66, VVD en PvdA ter zake dit onderwerp hebben ingediend op 27 oktober 2022 als in de brieven van een bezorgde inwoner van 28 oktober en 24 november. Het college heeft op de moties geheel niet gereageerd, naar aanleiding van de vragen van de inwoner wordt slechts gesteld dat deze zienswijze “materieel niet verschilde” van de zienswijze zoals door eerder door de raad verzonden. Dit overigens terwijl raadslid Breij destijds de beslissende stem had met betrekking tot die eerste zienswijze en ook in dat geval meestemmen volgens de Hoge Raad niet door de beugel kan. De burgemeester geeft in het krantenartikel wel aan dat het college scherper had moeten zijn. Vragen: 1. Houdt de burgemeester c.q. de portefeuillehouder integriteit vol dat er met deze handelwijze van wethouder Breij geen sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling? Of vindt de burgemeester dat het college wél scherper had moeten zijn? 2. Kan de burgemeester c.q.
de portefeuillehouder integriteit aangeven welke maatregelen er concreet worden genomen om alsnog iedere (schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen? 3. Kan de burgemeester aangeven hoe de schade die dit inmiddels heeft berokkend voor het aanzien van de gemeente, het college van B&W en de gemeenteraad hersteld zal worden?
Antwoord Datum beantwoording: 31 januari 2023 Herhaal de vraag (in cursief) en geef daarna het antwoord (niet cursief). 1. Houdt de burgemeester c.q. de portefeuillehouder integriteit vol dat er met deze handelwijze van wethouder Breij geen sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling? Of vindt de burgemeester dat het college wél scherper had moeten zijn? De burgemeester houdt niet vol, en heeft ook nooit volgehouden, dat er geen sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. De burgemeester vindt dat het college scherper had moeten toezien op het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling. 2. Kan de burgemeester c.q. de portefeuillehouder integriteit aangeven welke maatregelen er concreet worden genomen om alsnog iedere (schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen? De burgemeester heeft mede naar aanleiding van deze casus benadrukt dat bestuurders primair zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen. Daarnaast heeft het college aangegeven dat integriteit een vast agendapunt van de collegevergaderingen moet zijn, waardoor leden van het college elkaar ook kunnen aanspreken op elkaars handelen, alsook het voorleggen van dilemma’s. Daarnaast heeft de burgemeester in het presidium reeds aangegeven dat de volledige huishouding op het gebied van integriteit (o.a. kaders omgangsvormen, protocollen, trainingen, coaching) op orde zal moeten worden gebracht.
3. Kan de burgemeester aangeven hoe de schade die dit inmiddels heeft berokkend voor het aanzien van de gemeente, het college van B&W en de gemeenteraad hersteld zal worden? De burgemeester is zich bewust van de schade die de afgelopen maanden is ontstaan met betrekking tot het aanzien van de gemeente. Het aanzien van de gemeente Landsmeer is een verantwoordelijkheid van eenieder; het college, de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie. Vanuit deze driehoek gaan we samen aan de slag om het aanzien van onze gemeente te herstellen. Daarnaast zullen de huidige en toekomstige bestuurders zich meer dan ooit bewust moeten zijn van de effecten van hun handelen en keuzes op de uitstraling van de gemeente.