CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B8 TOE Bijlage 2 Bodemonderzoek.

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente landsmeerBij agendapunt: Het gewijzigd vaststellen van een bestemmingsplan voor de realisatie van 47 woningen aan Den Ilp 14-16, Den Ilp AANGENOMEN41.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Sneek Beheer BV Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan op de locatie aan op de locatie aan Den Ilp 10 te Den Ilp Projectnummer: 190651/lvh/sh Datum: 13 augustus 2020

Opdrachtgever Sneek Beheer BV Postbus 9465 1800 GL ALKMAAR Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl

BRL-SIKB 2000

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING............................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4

VELDONDERZOEK ................................................................................................. 9 LABORATORIUM ONDERZOEK ............................................................................ 10 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................. 11 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 16 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; WATERBODEM ....................... 18

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 19

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5

ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 VOORGAANDE BODEMONDERZOEKEN ................................................................. 4 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 6 ONDERZOEKSSTRATEGIE ...................................................................................... 7 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 8

ASBEST ONDERZOEK .......................................................................................... 19 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 19 WATERBODEM .................................................................................................... 19 RISICO-EVALUATIE EN BEPALING SPOEDEISENDHEID VAN SANEREN................. 20 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 21

SANERINGSPLAN .............................................................................................................. 22

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ..................................................... 22 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN............................................................... 23 SANERING VASTE BODEM ................................................................................... 24 VERLAGING GRONDWATERSTAND EN SANERING GRONDWATER ....................... 25 LOZINGSVOORSCHRIFTEN EN ZUIVERING ........................................................... 25 PLANNING ........................................................................................................... 25 VEILIGHEID ......................................................................................................... 26 UITVOERING, MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING EN EVALUATIE ............................ 26

BIJLAGEN: 1 2 3 4 5 6 7

Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten grond, grondwater, asbest en waterbodem Monsternemingsplan en -formulier asbest en WABO Historische informatie Uitdraai sanscrit Bepaling veiligheidsklasse

TEKENINGEN: 1-2 Situatie met monsterpunten, peilbuizen en contourlijnen vaste bodem 2-2 Situatie met ontgravingscontouren en dieptes

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

1

INLEIDING

In opdracht van Sneek Beheer BV is in de periode van maart t/m juni 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een actualisatie bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Den Ilp 10 te Den Ilp. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het actualisatie bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie voor woningbouw. Het actualisatie bodem- en asbestonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Op basis van de onderzoeksresultaten is voor de sanering van de aangetoonde verontreinigingen in hoofdstuk 5 een saneringsplan opgesteld.

Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten • Saneringsplan

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5).

1

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2

VOORONDERZOEK

In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:

verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN

1. locatiegegevens

eigendomssituatie hoogteligging 2. bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

E

F

G

O O O

A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel

2.1

Onderzoeksaanleiding

Het vooronderzoek is tijdens de voorgaande onderzoeken uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • voorgaande bodemonderzoeken; • www.bodemloket.nl; • gisviewer OD IJmond; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2

Achtergrondinformatie

De locatie is gesitueerd aan Den Ilp 10 te Den Ilp en staat kadastraal bekend als: gemeente Landsmeer, sectie M, nummers 795, 669 en 1450. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van circa 17.000 m2. In figuur 1 is de situering met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie voor woningbouw weergegeven. De locatie is momenteel bebouwd met loodsen en een kantoor. De locatie is grotendeels verhard met asfalt. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-2 en 2-2.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

2

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Figuur 1:

overzicht situering herontwikkeling

Op de locatie is vanaf 1957 een houthandel gevestigd. Voor 1957 bestond de locatie uit diverse losliggende grondstroken met sloten en waterpartijen. Het gebied is vervolgens opgehoogd met een puinhoudende ophooglaag en de sloten zijn gedempt. De huidige panden dateren uit 1984. In onderstaand figuren 2 t/m 5 (bron:topotijdreis) is de ontwikkeling van de locatie te zien vanaf 1940 tot heden. Figuur 2: situatie 2019

Figuur 3: situatie 1980

Figuur 4: situatie 1960

Figuur 5: situatie 1940

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

3

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Het maaiveld is zowel inpandig als uitpandig grotendeels verhard met asfalt en gedeeltelijk met puin. Inpandig is lokaal een betonverharding aanwezig. Binnen de voormalige inrichting waren de volgende voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten en/of deellocaties aanwezig: • voormalige ondergrondse 8 m3 dieseltank zuidwestelijk van woonhuis 12/14; • voormalige ondergrondse 5 m3 dieseltank met tankplaats zuidwestelijk van zuidelijke loods; • voormalige bovengrondse 0,5 m3 dieseltank; • gedempte sloten en ophooglaag. Figuur 6:

2.3

overzicht situering verdachte deellocaties

Voorgaande bodemonderzoeken

Op de locatie zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Het meest recente bodemonderzoek betreft een integraal bodemonderzoek door CBB (februari 2007 met kenmerk 606044. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: • de aanwezige asfaltverharding is teerhoudend; • de aanwezige puinlaag/ophooglaag is asbesthoudend; • de aanwezige puinlaag is diffuus verontreinigd met PAK; • in diverse boringen is zintuiglijk en analytisch een olieverontreiniging aangetroffen; • de bovengrond en ophooglaag is sterk verontreinigd met minerale olie, zware metalen en PAK; • de ondergrond is licht verontreinigd met minerale olie en sterk met zware metalen en PAK; • het grondwater is overwegend licht verontreinigd met zware metalen en vluchtige aromaten en sterk met minerale olie en naftaleen; • ter plaatse van de voormalige brandstoftanks zijn in de vaste bodem en in het grondwater licht tot sterk verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten en minerale olie aangetoond; • ter plaatse van de voormalige brandplaats zijn geen verhoogde gehalten aangetoond; • voor zover bekend zijn de aangetoonde bodemverontreinigingen niet verwijderd. In onderstaande figuren 7 t/m 9 zijn de verontreinigingscontouren van de locatie weergegeven zoals aangetoond in 2007 (onderzoek CBB).

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

4

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Figuur 7:

puinlaag diffuus verontreinigd met PAK

Figuur 8:

bodem diffuus verontreinigd met minerale olie

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

5

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Figuur 9:

puinlaag diffuus verontreinigd met asbest

De relevante gegevens uit de voorgaande bodemonderzoeken zijn opgenomen in bijlage 5. 2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De regionale bodemopbouw is samengevat in tabel 2. Tabel 2: pakket Deklaag 1e WVP Scheidende laag 2e WVP

regionale bodemopbouw diepte [m-mv] 0-15 15-30 30-70 70- .

Toelichting: WVP = watervoerend pakket

samenstelling Holland veen op afzetting van Calais zand, form van Twente klei en slib, formatie van Drenthe en Eem grof zand, formatie van Urk en Sterksel kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit

Grondwaterstroming In de deklaag stroomt het grondwater in noordwestelijke richting. Verder treedt kwel op naar het ondiepe (freatische) grondwater.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

6

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.5

Onderzoeksstrategie

Op basis van de beschikbare informatie is de locatie deels onderzocht conform de onderzoeksstrategie (onverdacht) bij verkennend bodemonderzoek volgens de NEN-5740ONV. Hierbij is grotendeels de onderzoeksstrategie “VED-HE” (verdacht locatie, diffuse bodembelasting heterogeen verontreinigd) toegepast. Hierbij zijn, tenzij onverdacht, maximaal 4 deelmonsters gemengd tot 1 mengmonster. De grond(water) monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Naar aanleiding van de analyseresultaten is aanvullend chemisch onderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de verdachte locaties is onderzoek uitgevoerd in aansluiting op de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740). Op de locatie zijn diverse verdachte locaties aanwezig. Vanwege de aangetroffen puinbijmengingen en ophooglagen in de bodem is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie op verdachte locaties, strategie 6.4.5 “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld” uit de NEN-5707 en/of de strategie 6.5.2 “halfverhardingslagen” uit de NEN5897.

Omdat de puin/puinhoudende lagen ten behoeve van het asbestonderzoek deels is verzameld vanuit de boorgaten in het asfalt of beton, is per monster minder monstermateriaal aangeleverd dan de in de NEN-5897 voorgeschreven hoeveelheid van 25 kg. Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5720. Tijdens het onderzoek zal door middel van gutssteken/boringen de dikte van de sliblaag worden bepaald. De sliblaag is onderzocht volgens de richtlijnen van de Nederlandse Norm voor verkennend waterbodemonderzoek (NEN-5720). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend waterbodemonderzoek conform strategie 5.4.16 “overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)”. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:

veld- en laboratoriumonderzoek

sublocatie/onderdeel

veldonderzoek boringen tot waarvan tot 0,5 m-mv > 2 m-mv

laboratoriumonderzoek met peilbuis

vaste bodem

grondwater

20 x NEN-grond

8 x NEN-water

NEN-5740 VED-HE opp. 17.000 m2

63

63

6 + 2@

verdacht en aanvullend onderzoek

10

10

2 + 5@

asbestonderzoek grond/puin

67 #

10 #

-

waterbodem

lengte/500 = 1 vak 10 boringen

-

@: bestaande peilbuis herbemonsterd

12 x NEN-grond 7 x NEN-water 15 x min.olie 2 x min.olie/BTEX 14 x asbest (grond/puin) 2 x asbest verzamelmonsters 1 x WB-regionaal + OCB 1 x PFAS

#: putjes 30 x 30 cm [waar mogelijk] i.c.m. onverdacht

De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:

samenstelling NEN-Pakketten

Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK +bromoform (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bestrijdingsmiddelen [OCB]

NEN-wabo

NEN-grond

NEN-water

X

X

X

X X X X

X X X -

X X X -

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

7

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.6

Betrouwbaarheid onderzoek

Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

8

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 17 t/m 20, 23, 24 maart, 6 t/m 8, 22 en 23 april en 22 juni 2020, door de gecertificeerde medewerkers dhr. R. Roelofs, dhr. J. Molenkamp en dhr. K. Hemme van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het actualisatie bodemonderzoek zijn 73 handboringen uitgevoerd (1 t/m 67, 1A, 10A, 11A, 26A, 60A en 65A), waarvan 5 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. Tien bestaande peilbuizen zijn herbemonsterd. De maximale boordiepte bedraagt 2,8 m-mv. In verband met de aanwezige sterk puinhoudende ophooglaag zijn vrijwel alle boringen uitgevoerd met een ramguts. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten met behulp van een grondboor (diameter 10 cm) en/of ramguts doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgeboorde grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen.

Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-2. Voor het waterbodemonderzoek zijn, gelijkmatig verdeeld, 10 monsterpunten geselecteerd (boringen 200 t/m 209). De boringen zijn geplaatst met behulp van een steekguts en zuigerboor. De maximale boordiepte bedraagt circa 0,9 m-waterspiegel. In bijlage 4 is het monsternemingsformulier waterbodem opgenomen. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5a en 5b. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,22 0,22 ~ 1,0 1,0 ~ 2,8

Tabel 5b: laagdikte [cm] 30 70 20

samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam toevoeging asfalt/ beton/ braak zand, matig fijn zwak siltig, lokaal zwak grindig, zwak humeus veen grondwaterstand: variërend van 0,6 tot 1,3 m-mv

samenvatting van het lokaal aangetroffen waterbodemprofiel hoofdnaam water slib veen

toevoeging zwak siltig -

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

9

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk is op de locatie een ophooglaag aangetroffen van 0,1 tot > 2,0 m-mv met zwakke tot sterke bijmengingen aan puin, beton, plastic, asfalt en hout. Lokaal zijn volledige puinlagen aangetroffen. Zintuiglijk zijn in diverse boringen oliecomponenten waargenomen, vanaf maaiveld tot eind boordiepte (2,0 m-mv). In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de bestaande peilbuizen is bemonsterd. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 11 t/m 13.

Afwijking SIKB protocol 3001: Als gevolg van het gefaseerd uitvoeren van de veldwerkzaamheden en inzetten van de mengmonsters, kon de opdracht van diverse mengmonsters niet binnen de vastgestelde termijn worden geaccepteerd en is als zodanig aangegeven op het analysecertificaat. Overschrijding van een conserveringstermijn bedraagt over het algemeen niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters altijd koel en donker bewaard. Gezien de geringe standaardafwijking van maximaal 5 % waarop een conserveringstermijn is gedefinieerd, wordt gesteld dat een meetresultaat bij een geringe overschrijding van de conserveringstermijn, ook slechts in geringe mate kan afwijken van het daadwerkelijke gehalte op het moment van monstername. Derhalve is het toegestaan het keurmerk “Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB” te gebruiken. 3.2

Laboratorium onderzoek

Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6 t/m 10, 14 en 15. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 15.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

10

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.3

Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters

Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:

De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.

I (•••)1 :

De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

1

De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 t/m 13.

Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

11

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 6: % H* = % L*= monster

analyseresultaten vaste bodem en toetsing 10 25

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06 MM-07 MM-08 23+24+ 25+29+ boring 1+9 3+4+8 5t/m7 10+10A 13t/m15 17t/m20 AW½ I31+37 30 waarde (AW+I) waarde traject (m-mv) 0,18~1,1 0,0~1,4 0,2~1,0 0,16~1,0 0,08~1,0 0,09~1,0 0,09~1,0 0,15~1,0 arseen < < < < < 56•• < < 20 48 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium 2,4• 1,8• 1,6• 3,6• 0,99• 1,5• 2,5• 4,1• 0,6 6,8 13 chroom 110• 57• 160•• 300••• 190••• 120•• 85• 440••• 55 117,5 180 kobalt 39• 30• 110•• 110•• 53• 170•• 46• 39• 15 102,5 190 koper 360••• 300••• 290••• 1600••• 330••• 1300••• 640••• 880••• 40 115 190 kwik < 0,67• 0,45• 0,27• 0,74• 24•• 0,34• 0,35• 0,15 18,08 36 lood 290•• 500•• 680••• 560••• 710••• 1200••• 480•• 840••• 50 290 530 molybdeen 3,4• 2• 8,3• 10• 4,6• 37• 5,1• 3,9• 1,5 96 190 nikkel 96•• 61• 130••• 790••• 99•• 130• 120••• 88•• 35 67,5 100 zink 1100••• 1900••• 1600••• 3700••• 1600••• 4700••• 4100••• 2500••• 140 430 720 PAK (10)-tot. 16• 140••• 470••• 130••• 580••• 2500••• 93••• 150••• 1,5 20,8 40 PCB’s 0,053• 0,25• 0,13• 0,10• 0,094• 0,19• 0,057• 0,41• 0,02 0,51 1 min.olie 1400• 2600•• 3600•• 3800•• 11000••• 11000••• 6800••• 2900•• 190 2595 5000

Tabel 7: % H* = % L*= monster

analyseresultaten vaste bodem en toetsing 10 25

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-09 MM-10 MM-11 MM-12 MM-13 MM-14 MM-15 MM-16 26t/m28 14,17, 1+2+4+ 14+15+ boring 26t/m28 2+28+30 1+3+6+9 13+19 AW½ I+30 18,24,31 7+19+26 17+18 waarde (AW+I) waarde traject (m-mv) 0,13~1,0 0,12~1,0 1,0~1,5 1,0~1,5 1,0-1,5 0,5~1,5 1,0~2,0 1,0~2,0 arseen 51•• < 29• 22• 59•• 64•• 22• < 20 48 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium 2,6• 4,8• 1,1• 6,0• 2,8• 1,3• 1,6• < 0,6 6,8 13 chroom 160•• 150•• < 74• 220••• 140•• 75• < 55 117,5 180 kobalt 67• 31• 49• 29• 89• 97• 24• < 15 102,5 190 koper 1200••• 2100••• 140•• 170•• 1500••• 780••• 2500••• < 40 115 190 kwik 0,70• 0,91• 0,34• 0,33• 0,78• 16• 0,84• 0,38• 0,15 18,08 36 lood 600••• 2200••• 170• 370•• 590••• 860••• 740••• 100• 50 290 530 molybdeen 11• 6,2• 1,6• 39• 14• 22• 7,5• 4• 1,5 96 190 nikkel 290••• 110••• 64• 520••• 370••• 190••• 73•• < 35 67,5 100 zink 2400••• 3600••• 890••• 3700••• 2700••• 2600••• 1500••• 420• 140 430 720 PAK (10)-tot. 140••• 120••• 53••• 230••• 120••• 350••• 28•• 66••• 1,5 20,8 40 PCB’s 0,17• 0,084• 0,16• 0,24• 0,14• 0,091• < < 0,02 0,51 1 min.olie 2400• 1100• 3800•• 3900• 1600• 1800• 730• 430• 190 2595 5000

Tabel 8: % H* = % L*= monster

analyseresultaten vaste bodem en toetsing 10 25

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-17 MM-18 MM-19 MM-20 MM-21 MM-22 MM-23 MM-24 33+34+ 32+ 49+80+ 53+54+ 36+ 32+34+ 41+ 49+52+ boring AW½ I43+45 46t/m49 52 56 39t/m41 39+40 46t/m48 54+56 waarde (AW+I) waarde traject (m-mv) 0,13~0,6 0,0~0,5 0,0~1,0 0,0~1,0 0,0~0,5 1,0-1,5 1,0-1,5 1,0~2,0 arseen < < < < < 25• < < 20 48 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium 1,5• 2,4• 3,9• 2,2• 2,2• 0,83• 1,2• 0,64• 0,6 6,8 13 chroom < 98• 69• < 61• 61• < 57• 55 117,5 180 kobalt 39• 25• 81• 46• 19• 24• 39• 42• 15 102,5 190 koper 450••• 470••• 630••• 2900••• 280••• 240••• 81• 90• 40 115 190 kwik 0,97• 0,35• 0,70• 0,48• 0,22• 1,3• 0,97• 0,78• 0,15 18,08 36 lood 450•• 480•• 710••• 340•• 430•• 260• 540••• 210• 50 290 530 molybdeen < 2,1• 2,7• 3,3• 2• 4,3• < < 1,5 96 190 nikkel 61• 79•• 82•• 76•• 67• 82•• 47• 88•• 35 67,5 100 zink 1400••• 1700••• 2100••• 2700••• 1500••• 1300••• 780••• 570•• 140 430 720 PAK (10)-tot.

240••• 31•• 47••• 48••• 31•• 21•• 1300••• 29•• 1,5 20,8 40 PCB’s 0,41• < 0,045• 0,043• 0,044• 0,027• 0,22• 0,10• 0,02 0,51 1 min.olie 3800•• 520• 2300• 3600•• 2300• 2300• 15000••• 910• 190 2595 5000 Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

12

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 9: % H* = % L*= monster

analyseresultaten vaste bodem en toetsing 10 25

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-25 MM-26 MM-27 MM-28 MM-29 MM-30 MM-31 MM-32 34,35,39 42+44+ 42+44+ 16+57+ 16+57+ boring ,46,48,49 60+61 60+61 60+61 AW½ I51 51 59 59 +52 waarde (AW+I) waarde traject (m-mv) 1,5-2,0 0,0~1,0 0,5~2,0 0,15~0,5 0,5-1,0 1,0~2,0 0,0~0,5 0,5~2,0 arseen < < < < 380••• 700••• < < 20 48 76 barium @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ @ cadmium 1,0• 6,1• 9,4•• 0,87• 17••• 15••• 3,3• < 0,6 6,8 13 chroom < 91• 200••• < 140•• 170•• < < 55 117,5 180 kobalt 17• 34• 35• 67• 510••• 1000••• 150•• < 15 102,5 190 koper 62• 2600••• 990••• 200••• 4100••• 5400••• 260••• 120•• 40 115 190 kwik 0,30• 0,37• 0,43• 3,5• 29•• 31•• 0,56• 0,72• 0,15 18,08 36 lood 540••• 820••• 2800••• 320•• 11000••• 11000••• 940••• 260• 50 290 530 molybdeen 1,7• 2,9• 6,4• 8,5• 470••• 1000••• 46• < 1,5 96 190 nikkel 55• 150••• 150••• 61• 220••• 270••• 50• 41• 35 67,5 100 zink 1100••• 2300••• 5000••• 1100••• 73000••• 100000••• 10000••• 430• 140 430 720 PAK (10)-tot.

80••• 73••• 10• 110••• 230••• 91••• 84••• 13• 1,5 20,8 40 PCB’s 0,040• 0,073• 0,36• 0,083• 78••• 2,2••• 0,044• < 0,02 0,51 1 min.olie 1200• 2800•• 680• 8300••• 12000••• 2100• 3200•• < 190 2595 5000 Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde

Tabel 10:

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten vaste bodem gestandaardiseerde resultaten/overschrijding toetsingswaarden [mg/kg d.s.] [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage]

Veldwaarnemingen en verklaring symbolen O/W test: 1=licht 2=matig 3= sterk

Aard: B= benzine d = detectiegrens D = diesel Ol= olie h = humusstoring HBO = huisbrandolie

locatie

max. boring boordiepte [nr.] [m-mv]

zintuiglijke waarnemingen diepte O/W Aard [m-mv] Test

monster diepte [m-mv]

code

10A 11A 12 21 29

1,6 2,0 2,0 2,0 2,0

1,0>1,6 1,0-1,5 0,5-1,5 0,0>2,0 1,5>2,0

1 1 2 2 2

Ol Ol Ol Ol Br

31

2,0

1,0>2,0

1

Ol

36 38 62 63

2,0 2,0 0,4 2,0

1,0>2,0 1,0>2,0

1 2 geen 0,15>2,0 3

Ol Ol Ol

1,0-1,5 1,0-1,2 1,0-1,5 1,5-2,0 1,5-2,0 1,5-2,0 1,0-1,5 1,0-1,5 1,0-1,5 1,0-1,5 0,1-0,3 0,15-0,5 1,5-2,0

64 65A 66

2,0 2,0 2,0

1,0>2,0 1,0>2,0 0,5>2,0

1 1 2

Ol Ol Ol

1,5

1,0>1,5

2

Ol

1,0-1,5 0,5-1,0 1,5-2,0 1,0-1,5

67 Toelichting tabel:

< • •• •••

AW-waarde ½(AW+I) waarde I-waarde H*= 10%

190 2595 5000

0,2 0,65 1,1

0,2 16,1 32

0,2 55,1 110

0,45 8,7 17

min. olie [GC]

benzeen

tolueen

ethylbenz.

xylenen

10A-3 4100•• 11-1 3500•• 12-3 5300••• 21-1 9200••• 29-3 32000••• 29-3 25000••• 31-3 1400• 31-3 2300• 36-3 2800•• 38-3 3500•• 62-1 2700•• 63-1 8000••• 63-4 14000•••

< < -

< < -

< < -

< < -

65-3 66-2 66-4 67-3

-

-

-

-

: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding tussenwaarde : overschrijding interventiewaarde

1800• 600• 13000••• 9400•••

*: humusgehalten standaard bodem - : niet geanalyseerd

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

13

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 11:

analyseresultaten grondwater

peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis 1,2-dichlooretheen trans 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform

analyseresultaten (µg/l) 1A 8 11A

Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

toetsingswaarden (µg/l) 23

26A

1,8-2,8

1,8-2,8

1,8-2,8

1,3-2,3

1,8-2,8

6,54 1380 7 1,0

6,55 1834 5 1,2

6,41 1649 9 0,9

6,81 1448 6 1,1

6,39 1370 6 1,1

Swaarde

½ (S+I)

Iwaarde

< 140• < 1,5• < < < < < < <

< 1200••• < 1,7• < < < < < < <

11• 210• < 18•• 47• < < < 84• < 300•

< 850••• < 1,6• < < < < < < <

< 160• < < < < < < 7,2• < <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < < <

< < < < < 0,21•

1• < < 0,9• < 4,8•

< < < 0,5• < 0,26•

< < < < < 37••

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < 0,1• < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < 130• <

< < < < < < < < < < < < < < 82• <

< < < 0,2• < < < 0,4• < < < < < 2,9•• < <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #

453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315

900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

14

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 12:

analyseresultaten grondwater

peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis 1,2-dichlooretheen trans 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform

analyseresultaten (µg/l) 38 60A 65A

toetsingswaarden (µg/l) 70

83

1,95-2,95

1,8-2,8

1,25-2,0

6,89 1331 6 1,15

6,46 1420 6 0,75

6,37 1420 9 0,75

6,33 2098 7 0,45

6,26 1364 7 1,1

Swaarde

½ (S+I)

Iwaarde

< 700••• < < < < < < 19• < <

59•• 1100••• < 1,3• 39• < 0,098• < 540••• < 1100•••

< 79• < 1,2• < < < < 120• < <

< < < < < < < < < < <

< 2200••• < 2,8• < < < < 11• < <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

0,3• < < 0,2• < 0,26•

< < < < < <

0,3• < < 0,9• < 9,6•

< < < 0,3 < 2,8•

< < < 0,3• < 0,19•

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < 0,1• < < < < < < < < < < 75• <

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < 950••• <

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < < <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #

453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315

900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

1,35-2,35 1,35-2,35

< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

15

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 13:

analyseresultaten grondwater

peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis 1,2-dichlooretheen trans 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform

analyseresultaten (µg/l) 90 91 109

Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

3.4

toetsingswaarden (µg/l) 118

M-01

1,0-2,0

0,9-1,9

0,8-1,8

1,5-2,5

0,8-1,8

6,44 2232 9 0,45

6,48 1275 6 0,5

6,79 387 4 0,6

6,67 577 5 0,75

7,21 1258 8 0,5

Swaarde

½ (S+I)

Iwaarde

< 970••• < < < < < < < < <

< 470•• < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < <

11• 190• < < < < < < 360••• < <

< 590•• < < < < < < 69• < <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < < 0,12•

< < < 0,2• < 0,17•

< < < < < 0,09•

3,8• < < < < 0,08•

0,3• < < 0,3• < 0,25•

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < 98• <

< < < < < < < < < < < < < < < <

< < < 0,2• 0,1• < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < 190• <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #

453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315

900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd

Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest

Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN-5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

16

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’.

Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest. Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 14:

analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)

monstergegevens Monster

Sleuf/MP

traject (m-mv)

materiaalmonster(s) >20mm (mg)

RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06 RE-07 RE-08 RE-09 RE-10 RE-11 RE-12 RE-13 RE-14

1 t/m 4 5 t/m 7 8+9+26+27 25+28t/m30 23+24+31+37 17 t/m 20 10,+13t/m15 22+38+64+65 34+35+43 36+39t/m41 32+33+45+47 46+48t/m50 52 t/m 56 42+44+51

0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5 0,0~1,5

9700 600 -

analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) asbesttype bodem/puin bodem/puin gewogen* soort > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte H/NH in mg/kg ds. in mg/kg ds. in bodem/puin asbest 5 2100 130 3 580 2 700 <2,9 110 <1 <1 <1 27 20

28 vezels n.g. 15 vezels 31 vezels 100 vezels n.a. 46 vezels n.a. n.a. n.a. n.g. n.g. 2 vezels 7 vezels

5 2247,4 130 3 580 2 700 <2,9 110 <1 <1 <1 32,3 20

S-A S S S S-A S S-A S S S-A

NH H H-NH NH H-NH NH NH H H-NH NH

Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

17

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.5

Toetsingscriteria en analyseresultaten; waterbodem

De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is op basis van de uitgevoerde toetsingen ingedeeld in de klassen, beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De klasse-indeling geeft een maat voor de kwaliteit van een partij toe te passen op landbodem [T.1] of in oppervlaktewater [T.3] of een partij te verspreiden op aangrenzend perceel [T.5] of in een zoet oppervlaktewaterlichaam [T.6]. Voorafgaand aan de toetsing dienen aan de hand van het lutum- en organische stofpercentage de gemeten waarden te worden gestandaardiseerd. Afhankelijk van de toepassing spreken we over: T.1 Toepassen op landbodem: • Altijd toepasbaar altijd toepasbaar op landbodem; • Wonen: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; • Industrie: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; • Niet toepasbaar: mag niet worden toegepast op landbodems. T.3 Toepassen in oppervlaktewaterlichaam: altijd toepasbaar: voldoet aan de achtergrondwaarde; klasse A: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse A; klasse B: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse B; nooit: nooit toepasbaar (overschrijdt interventiewaarde).

• • • •

T.5 Verspreiden op aangrenzend perceel (landbodem): verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.

• •

T.6 Verspreiden in zoet oppervlaktewaterlichaam: verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.

• •

In bijlage 3 zijn de rekenbladen van de toetsingen aan het BoToVa 3.0.0. opgenomen. In tabel 15 zijn de toetsingen weergegeven. Tabel 15: Monster (boringen) MM-WABO [200t/m209]

toetsing waterbodem per toepassing T.1

T.3

T.5

T.6

niet toepasbaar obv min.olie

klasse B

niet verspreidbaar obv metalen

niet verspreidbaar obv metalen

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

18

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN

In opdracht van Sneek Beheer BV is in de periode van maart t/m juni 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een actualisatie bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Den Ilp 10 te Den Ilp. Het actualisatie bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie voor woningbouw. Het actualisatie bodemen asbestonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem. Op basis van de resultaten zijn op tekening 1-2 de globale contourlijnen weergegeven, waarbinnen analytisch verontreinigingen zijn aangetroffen boven de T- of I-waarden. 4.1

Asbest onderzoek

Zintuiglijk is op de locatie een ophooglaag aangetroffen van 0,1 tot > 2,0 m-mv met zwakke tot sterke bijmengingen aan puin, beton, plastic, asfalt en hout. Lokaal zijn volledige puinlagen aangetroffen. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens het laboratoriumonderzoek is in RE-02 en RE-13 plaatmateriaal aangetroffen > 20 mm. In de puinhoudende laag binnen RE-01, RE-04, RE-06, RE-08, RE-10 t/m RE-14 [0,0~1,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen tot maximaal 32,3 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn lokaal tot maximaal 31 vrije vezels aangetroffen. In de puinhoudende laag binnen RE-02, RE-03, RE-05, RE-07 en RE-09 [0,0~1,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 110 mg/kg d.s. tot maximaal 2247,4 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn maximaal 100 vrije vezels aangetroffen. De gewogen gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg.kg d.s.). 4.2

Vaste bodem en grondwater

Analytisch zijn in de vaste bodem (MM-01 t/m MM-32) licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB’s en minerale olie aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten overschrijden de interventiewaarden. Zintuiglijk zijn in diverse boringen oliecomponenten waargenomen, vanaf maaiveld tot eind boordiepte (2,0 m-mv). Analytisch zijn in deze boringen licht tot sterk verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten overschrijden de interventiewaarde. Vluchtige aromaten zijn niet aangetoond. In het grondwater zijn overwegend licht verhoogde gehalten aan zware metalen, vluchtige aromaten, VoCl’s en minerale olie aangetoond. Lokaal zijn sterk verhoogde gehalten aan barium, molybdeen, zink en minerale olie aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan barium, molybdeen, zink en minerale olie overschrijden de interventiewaarden. 4.3

Waterbodem

Zintuiglijk zijn in de waterbodem en onderliggende bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. De bemonsterde waterbodem is bij toepassing op landbodem niet toepasbaar. Bij toepassing in oppervlaktewater is de bemonsterde waterbodem toepasbaar als klasse B. De bemonsterde waterbodem is niet verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater. Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

19

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4.4

Risico-evaluatie en bepaling spoedeisendheid van saneren

Op basis van de onderzoeksresultaten is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Om vast te stellen of de sanering van de verontreinigingen spoedeisend zijn, is een risico-evaluatie uitgevoerd. De risico-evaluatie is met behulp van een geautomatiseerde versie uitgevoerd volgens het Saneringscriterium (SANSCRIT), dat vanaf 1 mei 2006 van toepassing is. De geautomatiseerde versie van SANSCRIT (versie 2.7.1) is ontwikkeld door het Van Hall Instituut, in samenwerking met het ministerie van VROM. De invoergegevens van de bepaling spoedeisendheid zijn opgenomen in bijlage 6. Bepaling spoedeisendheid van saneren De kern van de systematiek luidt: bij gevallen van ernstige bodemverontreiniging is sprake van spoedeisendheid van sanering, tenzij is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat actuele risico’s de aangegeven criteria voor geen van de drie aspecten (actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s) overschrijden. De systematiek bestaat uit drie stappen. In de eerste stap wordt de ernst van de verontreiniging beoordeeld. In de tweede stap vindt een standaard beoordeling plaats. Indien nodig vindt in de derde stap een uitgebreide beoordeling plaats. Op basis van de beoordelingen wordt de beslissing “spoedeisend / niet spoedeisend” genomen.

Beoordeling Uit de beoordeling (stap 1) blijkt dat: • er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging; • er geen sprake is van een ernstige grondwaterverontreiniging; • er geen gevoelige situaties aanwezig zijn. Uit de standaard beoordeling (stap 2) blijkt dat: • er geen sprake is van humane risico’s; • er geen sprake is van ecologische risico’s; • er geen sprake is van verspreidingsrisico’s. Uit de uitgebreide beoordeling (stap 3) blijkt dat: • er geen sprake is van humane risico’s. Eindconclusie Op de locatie is sprake van een niet-spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest, zware metalen, PAK, PCB’s en minerale olie.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

20

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4.5

Conclusies en aanbevelingen

Zintuiglijk is op de locatie een ophooglaag aangetroffen van 0,1 tot > 2,0 m-mv met zwakke tot sterke bijmengingen aan puin, beton, plastic, asfalt en hout. Lokaal zijn volledige puinlagen aangetroffen. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijk zijn in diverse boringen oliecomponenten waargenomen, vanaf maaiveld tot einde boordiepte (2,0 m-mv). Analytisch zijn in de vaste bodem licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB’s, minerale olie en asbest aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten overschrijden de interventiewaarden. In het grondwater zijn overwegend licht verhoogde gehalten aan zware metalen, vluchtige aromaten, VoCl’s en minerale olie aangetoond. Lokaal zijn sterk verhoogde gehalten aan barium, molybdeen, zink en minerale olie aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan barium, molybdeen, zink en minerale olie overschrijden de interventiewaarden. De locatie (ca 17.000 m2) is tot minimaal 2 m-mv verontreinigd met diverse parameters. Lokaal zijn enkele oliespots aanwezig binnen de locatie. Het betreft een heterogeen nietspoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging. De Provincie Noord-Holland is het bevoegd gezag. De bemonsterde waterbodem is bij toepassing op landbodem niet toepasbaar. Bij toepassing in oppervlaktewater is de bemonsterde waterbodem toepasbaar als klasse B.

De bemonsterde waterbodem is niet verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd. Wij adviseren om voorafgaand aan de herinrichting van de locatie een functiegerichte sanering uit te voeren onder milieukundige begeleiding. Voor de verwijdering van de aangetoonde verontreinigingen is in hoofdstuk 5 een saneringsplan opgenomen.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

21

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

5

SANERINGSPLAN

5.1

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Voor de verwijdering van de aangetroffen verontreinigingen zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gehanteerd: • de bodemopbouw en verontreinigingssituatie, zoals beschreven in onderhavig en voorgaand bodemonderzoek; • de aangetroffen verontreiniging betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging; • de Provincie Noord-Holland [Omgevingsdienst IJmond] is het bevoegd gezag; • de gehele locatie wordt grotendeels tot 1,0 meter minus toekomstig maaiveldhoogte ontgraven; • ter plaatse van de mobiele minerale olie verontreinigingen onder de toekomstige nieuwbouw wordt de ontgraving in verticale richting doorgezet tot onder de interventiewaarde; • onder de toekomstige bebouwing, buiten de contouren van de minerale olie verontreinigingen, wordt in verticale richting ontgraven tot zo ver voor de nieuwbouw noodzakelijk is; • ter plaatse van het toekomstige onbedekte maaiveld (tuinen, groen en plantsoen) wordt een leeflaag van minimaal 1,0 m aangebracht; • ter plaatse van het toekomstige bedekte maaiveld (wegen, trottoirs en bebouwing) wordt een afdeklaag van circa 0,5 m aangebracht; • ter plaatse van de toekomstige kabels, leidingen en rioolsleuven wordt ontgraven tot 1,5 meter minus toekomstige maaiveld en wordt aangevuld met industriegrond tot max.

1,0 m-mv of 0,5 m-mv indien sprake is van een afdekaag; • de terugsaneerwaarden voor oliecomponenten in de vaste bodem zijn in horizontale richting de wonen-waarden (AW-waarden), dan wel de terreingrens; • de terugsaneerwaarden voor de oliecomponenten in het grondwater zijn de I-waarden; • de terugsaneerwaarden voor de overige parameters in de vaste bodem zijn in horizontale richting de Wonen-waarden, dan wel de terreingrens; • binnen de locatie vindt herschikken van immobiele verontreinigingen plaats; • het saneringsresultaat wordt getoetst door analyses van grond(water)monsters op het standaard NEN-pakket, minerale olie en/of asbest; • de ARBO- en veiligheidsvoorschriften conform de CROW-400 worden gehanteerd; • indien tijdens de werkzaamheden blijkt dat een afwijking van de uitgangspunten en randvoorwaarden plaats zal vinden zal, in overleg met betrokkenen, naar een oplossing worden gezocht; • schade aan infrastructuur moet worden voorkomen. Eventuele schade, veroorzaakt door de werkzaamheden, moet worden hersteld; • voor de lozing van het vrijkomende grondwater dient, met betrekking tot de kwantiteit en kwaliteit, te worden voldaan aan de eisen van de waterkwaliteitsbeheerder; • eisen van de provincie m.b.t. het onttrekken van grondwater; • eisen die voortkomen uit eventuele andere vergunningen.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

22

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

5.2

Voorbereidende werkzaamheden

Vergunningen Voor het uitvoeren van de werkzaamheden zijn de volgende vergunningen/meldingen noodzakelijk: Tabel 16:

overzicht benodigde vergunningen

activiteit uitvoeren sanering lozen van (verontreinigd) grondwater lozen op riool onttrekken en lozen van grondwater

vergunning/melding goedkeuring saneringsplan melding lozen buiten inrichting rioolaansluiting melding

transport van verontreinigde grond

VBA- of PmG- ontheffing

bevoegd gezag Provincie Noord Holland Gemeente Landsmeer Gemeente Landsmeer Provincie Noord Holland/ Waterschap provincie bestemming grond

Bovenstaande vergunningen c.q. toestemmingen dienen te worden aangevraagd.

Kabels en leidingen De aannemer dient minimaal 3 dagen voor aanvang van de werkzaamheden een definitieve KLIC-melding te doen. Inrichting werkterrein Voorafgaand aan de start van de bodemsanering wordt de saneringslocatie afgezet en ingericht. De decontaminatie-unit, schaftkeet en sanitaire voorzieningen worden aangevoerd en buiten de verontreinigde zone gesitueerd. Binnen het werkterrein en/of in de nabije omgeving van de saneringslocatie wordt een locatie ingericht, voor de tijdelijke opslag van grond. De tijdelijke opslaglocatie wordt nader bepaald. Voor vrachtwagens die het terrein betreden en/of verlaten worden voorzieningen aangebracht, om ze te ontdoen van aanhangende grond. Verwijdering bebouwing en verhardingen De aanwezige bebouwing en verhardingen worden voorafgaand aan de sanering verwijderd. De verhardingen en fundaties worden onder milieukundige begeleiding verwijderd. Het vrijkomende asfalt is teerhoudend en dient ter verwerking te worden afgevoerd naar een verwerker. Tanksanering Tijdens de bodemsanering zullen de nog aanwezige (afgezande) ondergrondse tanks met leidingwerk, conform de geldende KIWA-richtlijnen, worden gecleand en verwijderd. De tanks en het leidingwerk worden ter verschroting afgevoerd. Technische beperkingen In horizontale richting wordt ontgraven tot de terreingrenzen.

Op de terreingrenzen zal tijdens de ontgraving de huidige beschoeiing worden gehandhaafd. Ter plaatse van de toekomstige waterpartijen wordt, waar mogelijk, ook gebruik gemaakt van de huidige beschoeiing of worden damwandplaten geplaatst. De mobiele olieverontreinigingen worden grotendeels ontgraven. Onder de afdeklaag en leeflaag (> 0,5 a 1,0 m-mv) zal een immobiele restverontreiniging achterblijven. De restverontreinigingen worden, voorafgaand aan het aanvullen, afgedekt met een signaallaag of worteldoek. Verkeerstechnische maatregelen De saneringslocatie bevindt zich op eigen terrein. Voor het uitvoeren van de saneringswerkzaamheden dient de saneringslocatie te worden afgezet met hekwerk en waarschuwingsborden.

Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met saneringsplan, Den Ilp 10 te Den Ilp

23

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

5.3

Sanering vaste bodem

Voorafgaand aan de bodemsanering wordt de nieuwe maaiveldhoogte bepaald. Mogelijk wordt de locatie circa 0,5 m opgehoogd. De saneringslocatie wordt in het veld uitgezet waarbij een onderscheid wordt gemaakt in toekomstige bebouwing, toekomstige verhardingen, toekomstige kabels, leidingen een riooltrace, toekomstig bedekt maaiveld (verhardingen, trottoirs etc) en onbedekte maaiveld (tuinen en openbaar groen). De eerste fase van bodemsanering bestaat uit ontgraving van de bovengrond tot 0,5 a 1,0 meter minus de nieuwe maaiveldhoogte. Hierbij wordt in horizontale richting ontgraven tot maximaal de terreingrens. Ter plaatse van de toekomstige bebouwing worden de olieverontreinigingen in verticale richting ontgraven tot onder de interventiewaarde. Het overige terrein zal in horizontale richting worden ontgraven tot maximaal de kadastrale terreingrens, en in verticale richting tot zover noodzakelijk voor de nieuwbouw (afdeklaag), leeflaag (1,0 minus nieuw maaiveld) c.q. kabel- en leidingsleuven (1,5 meter minus nieuw maaiveld). Tijdens de ontgraving wordt, indien noodzakelijk, gebruik gemaakt van open bemaling. De aangetoonde sterke oliecomponenten in het grondwater worden naar verwachting vergraven. Lokaal worden aan de grenzen van het plangebied nieuwe waterpartijen gegraven tot circa 2 m-mv.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=a83c56a5-5063-4d53-a1ae-8757dc6d27f2