B8. Bemalingsadvies
Tekst van het document
BEMALINGSADVIES Dorpsstraat 25 Landsmeer
Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid Schillingweg 103 2153 PL Nieuw-Vennep
T 0252 – 416 132 E info@geosupporting.nl I www.geosupporting.nl
BEMALINGSADVIES Aanleg parkeerkelder aan de Dorpsstraat 25 te Landsmeer
Opdrachtnummer
: 300.32.553622
Opdrachtgever
: Residentie Landsmeer b.v. Keizersgracht 391 A 1016 EJ Amsterdam
Telefoonnummer
: 06-53 37 97 82
Datum rapport
: 16 mei 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
1
2.
Gegevens en uitgangspunten
2
2.1
Constructie
2
2.2
Tijdsplanning
2
3.
Bodemkundige en geohydrologische gesteldheid
3
3.1
Bodemopbouw
3
3.2
Grond- en oppervlaktewater
4
4.
Bronbemaling
5
4.1
Bouwputontwerp en vereiste verlaging grondwaterstand
5
4.2
Bemalingsmethode
5
4.3
Waterbezwaar
6
4.4
Lozing bemalingswater
7
4.5
Monitoring
7
5.
Gevolgen in de omgeving
8
5.1
Zettingen
8
5.2
Grondwateronttrekkingen derden en beschermingsgebieden
9
5.3
Natuurwaarden en beplantingen
9
5.4
Grondwaterverontreinigingen
10
5.5
Monitoring
10
6.
Regelgeving onttrekking en lozing
11
6.1
Onttrekking
11
6.2
Lozing
11
Bijlagen 1
ligging projectlocatie met peilbuislocaties TNO
2
ontwerptekeningen
3
sondeer- en boorgegevens Geo-Supporting
4
boorgegevens TNO
5
geohydrologisch profiel
6
peilbuisgegevens en isohypsenkaart TNO
7
Opbarstberekeningen
8
modelopbouw MicroFEM
9
invloedssfeer bemaling
10
grondwateronttrekkingen derden
11
bodemverontreinigingen
1
1.
INLEIDING
In februari 2022 ontving Geo-Supporting de opdracht voor het uitbrengen van geotechnisch onderzoek en advies voor de bouw van een appartementencomplex met parkeerkelder aan de Dorpstraat 25 te Landsmeer.
Voorliggend rapport bevat het bemalingsadvies voor de bouw van de parkeerkelder. Dit advies dient mede ter onderbouwing van de melding bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Paragraaf 2 geeft de beschrijving van de uitgangspunten van het project voor wat betreft de geplande fasering van de bemaling. De geohydrologische gesteldheid is beschreven in paragraaf 3. In paragraaf 4 wordt de toe te passen bemaling beschreven alsmede het waterbezwaar. Paragraaf 5 beschrijft de gevolgen van de bemaling op de omgeving. De toepasselijke regelgeving wordt beschreven in paragraaf 6.
2
2.
GEGEVENS EN UITGANGSPUNTEN
De regionale ligging van het project is weergegeven in afbeelding 1.
Afbeelding 1. Regionale ligging projectlocatie
2.1
Constructie
Bij het sondeerwerk op de planlocatie zijn maaiveldhoogtes ingemeten op 0,7 à 1,1 m - NAP. Een straatpeil is ingemeten op ca. 0,5 m - NAP. Het bouwpeil is aangegeven op 0,3 m - NAP.
In bijlage 2 is het ontwerp weergegeven. In tabel 1 zijn de afmetingen van de kelder opgenomen. Tabel 1: Afmetingen parkeerkelder
constructie
afmetingen in m
niveau in m – bouwpeil
niveau in m - NAP
keldervloer
34 x 15
3,30
3,60
poeren
34 x 15
3,60
3,90
liftput
3x2
4,10
4,40
2.2
Tijdsplanning
De bemalingsduur is aangehouden op 12 weken met een geplande start uitvoering in het najaar/winter van 2023. Voor de poeren is een bemalingsduur van 4 weken aangehouden, voor de liftput 1 week.
3
3.
BODEMKUNDIGE EN GEOHYDROLOGISCHE GESTELDHEID
Op basis van specifiek voor dit project uitgevoerde sonderingen door Geo-Supporting (zie bijlage 3) en de literatuur (zie bijlage 4) is in deze paragraaf de bodemopbouw geschematiseerd. 3.1
Bodemopbouw
Het maaiveld werd tijdens het sondeeronderzoek aangetroffen op circa 0,9 m - NAP.
Deklaag Vanaf het maaiveld wordt veelal een topzandlaag aangetroffen (zie ook bijlagen 2 en 3) tot ca. 1 à 3 m - maaiveld. Hieronder wordt een afdekkende klei- en veenlaag aangetroffen tot 6 m – maaiveld, tussen 6 en 13 m – maaiveld bestaat het afdekkend pakket met name uit sterk silthoudend zand en klei. Deze afzettingen behoren tot de formaties van Nieuwkoop, Naaldwijk en Echteld. De verticale doorlaatfactor zal gering zijn. De weerstand is aangehouden op >700 dagen. De doorlaatfactor van de topzandlagen is aangehouden op 1 à 5 m/dag.
1e Watervoerend pakket Vanaf 13 m – maaiveld wordt het 1e watervoerend pakket aangetroffen bestaande uit grove rivierafzettingen behorend tot de formatie van Kreftenheye. De doorlaatfactor van deze grove zandlagen is op basis van de literatuur aangehouden op 50 à 75 m/dag Tussen 15 en 21 mmaaiveld komen waterremmende kleilagen voor. De basis van het watervoerend pakket is afgeleid op ca. 40 m - maaiveld.
Op basis van de verzamelde gegevens is de volgende geohydrologische opbouw vastgesteld. Tabel 2: Geohydrologische schematisatie
geohydrologische eenheid
diepte m t.o.v. NAP
formatie
samenstelling
kD [m2/d]
c [dagen]
topzandlaag
mv tot 2 à 3
antropogeen
zand, matig fijn/grof
5 - 10
-
deklaag
2 à 3 tot 7
Nieuwkoop, Naaldwijk
veen, klei
-
400
deklaag
7 tot 13
Echteld, Naaldwijk
silt, zand, klei
5 - 10
300
13 à 14 tot 17
Kreftenheye
zand
150
-
storende laag
17 tot 20
Kreftenheye
klei, zand
5
50
1e watervoerend pakket B
20 tot 26*)
Kreftenheye
zand
1e watervoerend pakket A
*) Maximaal verkende sondeerdiepte
2.000
4
3.2
Grond- en oppervlaktewater
Informatie betreffende grondwaterstanden is opgevraagd bij het DINO-loket van TNO. In de bijlagen 1 en 5 zijn de peilbuisgegevens vermeld.
Gebaseerd op langjarige peilbuisgegevens van TNO (en met name peilbuizen B25E0349 en B25E0884) wordt een stijghoogtefluctuatie van het grondwater in het 1e watervoerend pakket (zandlagen > 12 m – maaiveld) afgeleid tussen 1,9 en 2,3 m - NAP.
Op basis van dezelfde peilbuizen maar met een filterstelling tussen 8 en 9 m – NAP zijn stijghoogtes in de zandtussenlaag afgeleid tussen 1,6 en 2,0 m – NAP. Aangezien deze laag een beperktere waterdoorlatendheid bezit wordt de afstand tussen de peilbuizen en de planlocatie relatief groot geacht. Geadviseerd wordt een peilbuis te plaatsen in deze laag ter bepaling van de stijghoogte op locatie.
De freatische grondwaterstand in de topzandlaag is met name afhankelijk van de actuele neerslagsituatie, het peil van omliggend oppervlaktewater en lokale ontwateringsmiddelen. Op basis van langjarige peilbuisgegevens kan hier geen uitspraak over worden gedaan omdat deze op te grote afstand zijn gelegen. Ten tijde van de boorwerkzaamheden in januari jl. zijn grondwaterstanden aangetroffen op 1,3 à 1,5 m - NAP.
Het waterpeil van omliggend oppervlaktewater wordt door het hoogheemraadschap beheerd op 1,5 à 1,6 m – NAP.
5
4.
BRONBEMALING
4.1
Bouwputontwerp en vereiste verlaging grondwaterstand
Om de constructie onder de grondwaterstand aan te leggen zijn er mogelijkheden voor uitvoering van de bouwput: 1
open ontgraving
2
ontgraving binnen een grondkerende constructie
3
ontgraving binnen een grond- en waterkerende constructie.
Op basis van het geotechnisch advies van Geo-Supporting bv, projectcode 300.16.553622, wordt de kelder aangelegd in 4-zijdig gesloten bouwput vanwege de nabij gelegen belendingen en samendrukbare bodem. Het installatieniveau van de damwanden is op basis van deze rapportage aangehouden op 12,5 m – NAP.
Bij de aanwezige bodemopbouw in combinatie met het vermelde ontgravingsniveau en de afgeleide stijghoogte is opbarsting van de bouwputbodem vanuit het 1e watervoerend pakket niet aan de orde (zie ook bijlage 6).
Voor het tegengaan van eventuele (tijdelijke) welvorming vanuit de zandtussenlaag (zandlagen tussen 7 en 9 m – NAP) wordt een mogelijke ontlasting van dit pakket wel wenselijk geacht (zie ook bijlage 6). De maximaal toegestane stijghoogten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Bij een goed functionerend damwandsysteem zal de ongewenste overdruk in de zandtussenlaag slechts eenmalig behoeven te worden afgebouwd. Geadviseerd wordt om vroegtijdig een peilbuis te plaatsen in de zandtussenlaag om voor aanvang van de werkzaamheden inzicht te hebben in de benodigde verlaging en de effecten op de stijghoogte buiten het damwandsysteem gedurende de bouwwerkzaamheden. Tabel 3. Maximaal toegestane stijghoogte in zandtussenlaag
ontgraving
afmetingen in m
constructieniveau in m - NAP
verlagingsniveau in m - NAP
keldervloer
34 x 15
3,60
2,6
poeren
34 x 15
3,90
2,9
liftput
3x2
4,40
3,4
4.2
Bemalingsmethode
Voor de verlaging van de stijghoogte in de zandtussenlaag kan gebruik worden gemaakt van ontspanningsfilters met een h.o.h. afstand van ca. 2 m rondom de ontgraving in de damwandkassen vanaf het maaiveld. De filterstelling dient af te worden gesteld tussen 7 en 9 m – NAP. Het
6
overloopniveau van deze filters kan worden voorzien op 2,9 m – NAP. Ter plaatse van de liftput kan met enkele ontspanningsfilters vanaf de bouwputbodem de stijghoogte kortstondig worden verlaagd in de zandtussenlaag. Aanvullend zal een horizontaal drainagesysteem nodig zijn voor een werkbare bouwput. Dit stelsel dient verdiept aan te worden gebracht onder de bouwputbodem in een zandwerkvloer met dikte van ca. 0,3 m. De horizontale drainage kan bestaan uit pvc-ribbeldrains met een diameter van 80 mm en omwikkeld met cocosvezel of een pp-doek. De drains dienen in een zandwerkvloer op een onderlinge afstand van ca. 4 m en op 0,3 à 0,5 m – ontgravingsdiepte te worden aangebracht.
Voor de lokaal verdiepte delen zoals de liftput kan de grondwaterstand aanvullend worden verlaagd door middel van klokpompen.
Geadviseerd wordt om de keuze, nadere uitwerking en verantwoording van de toe te passen bemalingsmethode aan de uitvoerende partij over te laten. De bemalingsmethode dient hierbij te worden uitgewerkt in een bemalingsplan. 4.3
Waterbezwaar
Het waterbezwaar is berekend met Microfem door op de knooppunten van de bouwput de vereiste grondwaterstand te fixeren en het waterbezwaar te berekenen. Het model maakt gebruik van de parameters zoals gegeven in bijlage 8.
In tabel 4 is het berekende waterbezwaar weergegeven. Voor deze berekening is uitgegaan van een worst-case stijghoogte op 1,6 m – NAP. Tabel 4. Waterbezwaar bouwput- en spanningsbemaling
constructie
afmetingen
verlaging m
debiet m3/dag
bemalingsduur dagen
waterbezwaar **) m3
keldervloer
34 x 15
1,0
15
49
735
poeren
34 x 15
1,3
25
35*)
875
liftput
3x2
1,7
25
7
175
*) bemalingsduur is incl. 1 week aanbrengen zandwerkvloer waarvoor extra verlaging nodig is **) het waterbezwaar zal na afbouw druk in zandtussenlaag binnen het damwandsysteem met name bestaan uit
neerslag en lekkage door het damwandsysteem
Het maximale waterbezwaar benodigd voor de bouw van de parkeerkelder is berekend op 50 m3/dag (ca. 2 m3/uur).
Door de toepassing van een gesloten damwandsysteem met een installatieniveau op 12,5 m –NAP worden mogelijk zandig ontwikkelde bodemlagen in het dieptetraject van 4 tot 7 m –NAP dichtgezet.
7
4.4
Lozing bemalingswater
Het onttrokken water kan naar verwachting worden geloosd op nabijgelegen hemelwaterriool. Hiertoe dient vroegtijdig afstemming plaats te vinden met de gemeente Landsmeer en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Alvorens het water te lozen kan, afhankelijk van de kwaliteit van het water, de toepassing van een zuiveringsinstallatie op voorhand niet worden uitgesloten.
4.5
Monitoring
Ten tijde van de bemalingswerkzaamheden dient de hiertoe te plaatsen peilbuizen gedurende bemalingswerkzaamheden dagelijks te worden gemonitord zodat tijdig kan worden ingegrepen bij overdadige grondwaterstandsverlagingen (>0,3 m – ontgravingsniveau). Ook kan hieruit voortijdig een grondwatermonster worden genomen ter analyse van de kwaliteit.
De hoeveelheid water die wordt onttrokken, moet worden gemeten met een aantoonbaar recentelijk geijkte watermeter.
8
5.
GEVOLGEN IN DE OMGEVING
Ten gevolge van de bemaling zal ook in de omgeving de freatische grondwaterstand dalen. Noemenswaardige grondwaterstandsverlagingen worden door de toepassing van een grond- en waterkerend scherm tot 12,5 m - NAP buiten de locatie niet verwacht bij een deugdelijke installatie van de damwanden. Voor onderstaande analyse is uitgegaan van een invloedssfeer van de bemaling in de omgeving tot 10 à 30 m voor lek- en kwel door de damwandsloten en onderliggende waterremmende veen- en kleilagen.
5.1
Zettingen
Binnen het door de bemaling beïnvloede gebied is sprake van een effectieve korrelspanningsverhoging als gevolg van het verlagen van de grondwaterstand. Door het verhogen van de korrelspanning kunnen zettingen optreden. De grootte van de zetting wordt bepaald door de grondsoort en de mate van voorbelasting hiervan in het verleden door bijvoorbeeld eerdere verlagingen van de grondwaterstand.
Vanwege de toepassing van een grond- en waterkerende damwand tot 12,5 m – NAP worden grondwaterstands- en stijghoogteverlagingen meer dan GLG niet aan de orde geacht buiten de planlocatie. Voor een worst-case benadering wordt in onderstaande analyse uitgegaan van een verlaging op 0,1 m – GLG op 10 m van de planlocatie.
Gedurende de bemalingswerkzaamheden wordt de grondwaterstand gedurende 8 weken verlaagd tot ca. 0,1 m – GLG (is afgeleid op 2,0 m - NAP). Door het samendrukbare karakter van het veenpakket tussen 2 en 7 m - NAP worden eindzettingen als gevolg van de grondwaterstandsverlaging in de omgeving berekend tot maximaal 30 mm nabij de bouwput. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van ingeschatte bodemparameters en ervaringscijfers overeenkomstig de theorie van Terzaghi, waarbij gebruik gemaakt is van de navolgende formule:
=
ℎ p + ∆p ln C p
z = zetting in mm h = dikte samendrukbare laag C = samendrukkingsconstante ln = natuurlijk logaritme p = korrelspanning ∆p = korrelspanningsverhoging
Op een afstand van meer dan 10 m tot de bouwput zullen de grondwaterstandsverlagingen daarbij minder zijn, dan de reeds van nature optredende lage grondwaterstanden (zie ook bijlage 9). Bij een bemalingsduur van 12 weken kan ca. 35 % consolidatie van het veenpakket optreden (zie ook bijlage 10). Voor het berekenen van de consolidatietijd is gebruik gemaakt van onderstaande vergelijking:
9
∆t = ∆te
2 ∗ (a ∗ h) C = tijdsduur tot het praktische einde van de consolidatie (s)
a
= afstromingsconstante (-)
h
= dikte van de laag (m)
Cv
= verticale-consolidatiecoëfficiënt (m2/s)
Op basis van bovenstaande analyse worden maximale zettingen als gevolg van lek door damwanden berekend op ca. 10 mm. Opstallen in de omgeving zullen gezien de bodemopbouw gefundeerd zijn op palen waarvoor dergelijke zettingen niet schadelijk worden geacht.
Voor funderingen op staal (denk aan verhardingen, kabels- en leidingen) worden dergelijke maaiveldzakkingen over het algemeen ook niet schadelijk geacht. Wel kunnen hiervoor naderhand herstelacties nodig zijn omdat enige vervormingen tot ca. 5 m van de bouwput als gevolg van dergelijke werkzaamheden niet geheel kunnen worden uitgesloten.
Een expertise en monitoring van belendingen worden vanwege onzekere funderingsontwerpen en de kritische bodemopbouw noodzakelijk geacht.
5.2
Grondwateronttrekkingen derden en archeologie
De planlocatie bevindt zich in een archeologisch aandachtsgebied (zie ook bijlage 11). Aangezien de tijdelijke onttrekking plaatsvindt binnen een horizontaal en verticaal gesloten bouwput wordt beïnvloeding van dit gebied niet aan de orde geacht.
Overige grondwateronttrekkingen of geothermiebronnen worden binnen de invloedssfeer niet aangetroffen.
5.3
Natuurwaarden en beplantingen
In de directe omgeving van de te bemalen bouwput zijn beplantingen in de vorm van onder meer bomen en heesters aanwezig binnen een afstand van ca. 10 à 20 m. Binnen de invloedssfeer van de bemaling bevinden zich geen landbouwgronden of natuurgebieden.
De bemaling staat gepland voor het groeiseizoen. Indien in de directe omgeving van de planlocatie (ca. 30 m) monumentale bomen aanwezig zijn die droogtegevoelig zijn dan kunnen hiertoe, bij een uitvoering in het groeiseizoen, aanvullende bewateringsmaatregelen worden overwogen. Op basis van het landelijk bomen register is dit niet aan de orde.
10
5.4
Grondwaterverontreinigingen
Uit de informatie verkregen van het bodemloket (zie ook bijlage 12) blijken er geen grondwaterverontreinigingen binnen de invloedssfeer van de bemaling aanwezig te zijn. Mitigerende maatregelen hieromtrent worden derhalve niet aan de orde geacht.
5.5
Barrièrewerking
Als gevolg van het dichtzetten van de topzandlaag met een kelder kan dit leiden tot obstakelvorming waardoor enerzijds wateroverlast en anderzijds wateronderlast kan ontstaan.
Mede vanwege de beperkte aanwezigheid van topzandlagen zal horizontale stroming in dergelijke gebieden met name plaatsvinden in de weglichamen. Geadviseerd wordt om na het realiseren van de parkeerkelder de ruimte tussen de kelderwand en damwand op te vullen met zand met een minimale waterdoorlatendheid van 5 m/dag. Hierdoor kan opstuwend grondwater (als gevolg van neerslag) worden afgevoerd naar de Dorpsstraat en Raadhuisstraat.
Bergings- en infiltratiemedia welke toegepast gaan worden om waterneutraal te bouwen kunnen worden voorzien aan de voorzijde (Raadhuisstraat) in de groenstrook, hierdoor worden geen lokale grondwaterverhogingen geïntroduceerd ter plaatse van de naastgelegen woningen.
5.6
Monitoring
Monitoringspeilbuizen Geadviseerd wordt om een peilbuis te plaatsen in de topzandlaag en zandtussenlaag ter monitoring en beheersing van de benodigde verlagingen en monstername ter afleiding van de grondwaterkwaliteit. Ook ter beoordling van de nulsituatie voorafgaande aan de start van de werkzaamheden wordt door het hoogheemraadschap geadviseerd om de freatische grondwaterstand alsmede de stijghoogte van het diepe grondwater te monitoren. Aanvullend wordt geadviseerd om 4-zijdig monitoringspeilbuizen in de topzandlaag en zandtussenlaag aan te brengen rondom de bouwput ter controle van de waterdoorlatendheid van de damwandsloten. Hiermee kan tijdig gereageerd worden op grote lekkages door middel van waterlasinjecties of het nader afdichten met bentoniet.
11
6.
REGELGEVING ONTTREKKING EN LOZING
6.1
Onttrekking
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Voor het onttrekken van grondwater dient in het kader van de Waterwet een vergunning te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als de onttrekking meer bedraagt dan 150 m3/uur, 50.000 m³/maand of de bemaling langer duurt dan 6 aaneengesloten maanden. Bij het verwachte maximale waterbezwaar van circa 5 m3/uur gedurende 12 weken is de bemaling bij het waterschap meldingsplichtig.
6.2
Lozing
Het lozen van het onttrokken water zal in overleg met het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Landsmeer en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, naar verwachting op omliggend hemelwaterstelsel kunnen plaatsvinden. Hiervoor kan een lozingsvergunning nodig zijn met daaraan verbonden leges- en lozingskosten. Hiertoe dient vroegtijdig afstemming plaats te vinden.
12
Symbolen en definities
symbool
omschrijving
eenheid
yn
volumieke gewicht van de grond in verzadigde toestand
kN/m3
c
effectieve cohesie
kPa
φ
effectieve hoek van inwendige wrijving
º
C’p
primaire samendrukkingcoëfficiënt
-
C’c
secundaire samendrukkingcoëfficiënt
-
Cc
primaire samendrukkingsindex
-
Cα
secundaire samendrukkingsindex
-
kD
doorlaatvermogen, product van k en D
m2/d
k
doorlaatfactor
m/d
D
laagdikte
m
c
weerstand van waterremmende lagen
wvp
watervoerend pakket
dag
verticale verplaatsing van een funderingselement of het zetting
maaiveld ten opzichte van het niveau in onbelaste situatietoestand
grondwaterstand
mm
hoogte van een punt waar het grondwater een drukhoogte m
t.o.v.
gelijk aan nul heeft ten opzichte van de atmosferische druk niveau
ref
BIJLAGE 1 Ligging projectlocatie met peilbuislocaties TNO
Planlocatie Peilbuislocatie TNO
BIJLAGE 2 Ontwerptekeningen
BIJLAGE 2 Ontwerptekeningen
BIJLAGE 2 Ontwerptekeningen
BIJLAGE 4 Geotechnisch veldwerk Geo-Supporting bv - 300.03.553622 Dorpsstraat 25 Landsmeer
38
RAADHUISSTRAAT
40-40L
Put
DKM1+Hb1
2
DKM2
DKM3
25
DKM6
STR AA T
DKM5
DO R PS
DKM4+Hb2
27-27A
1
3
7-47
5
49
Oude Keern
Referentie waterpassing: DGPS 31A-31G Datum waterpassing: 28.01.2022 De genoemde inmeet- en waterpasresultaten zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor de realisatie van het bouwproject en/of andere doeleinden.
SITUATIETEKENING: Dorpsstraat 25 Landsmeer PROJECTNR: 300.03.553622 Bijlage: 1 Schaal: 1:500 (A4) Datum: 28.01.2022
0
5
10
15
20
25
Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid Schillingweg 103 2153 PL Nieuw-Vennep Telefoon: 0252-416132 Email: info@geosupporting.nl
4
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,97 m NAP
20
10 2,3
-1
2,1
-2
1,8
-3
1,8
-4
1,7
-5
1,6
-6
1,5
-7
1,2
-8
1,0
-9
0,8
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
0,5
-11
0,6
-12
0,7
-13
1,0
-14
1,3
-15
1,8
-16
2,1
-17
2,4
-18
2,4
-19
2,9
-20
3,1
-21
3,3
-22
3,4
-23
3,6
-24
3,7
-25
3,9
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 01
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,06 m NAP
20
10 1,6
-2
1,4
-3
1,5
-4
1,5
-5
1,7
-6
1,8
-7
2,0
-8
2,2
-9
2,5
-10
2,9
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
3,3
-12
3,6
-13
3,8
-14
4,3
-15
4,6
-16
4,9
-17
5,2
-18
5,9
-19
6,2
-20
6,9
-21
7,4
-22
7,8
-23
7,9
-24
8,1
-25
8,4
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 02
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,09 m NAP
20
10 1,5
-2
2,0
-3
2,0
-4
2,2
-5
2,3
-6
2,5
-7
2,7
-8
2,9
-9
3,1
-10
3,4
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
3,7
-12
3,9
-13
4,2
-14
4,5
-15
4,7
-16
5,0
-17
5,3
-18
6,2
-19
6,6
-20
7,3
-21
8,1
-22
8,7
-23
9,2
-24
9,7
-25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 03
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,01 m NAP
20
10 1,6
-2
1,6
-3
1,7
-4
1,8
-5
1,8
-6
1,7
-7
1,8
-8
1,9
-9
2,0
-10
2,2
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
2,4
-12
2,4
-13
2,6
-14
3,2
-15
3,8
-16
4,1
-17
4,4
-18
4,5
-19
4,6
-20
4,8
-21
5,2
-22
5,4
-23
5,4
-24
5,6
-25
5,7
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 04
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,92 m NAP
20
10 0,4
-1
0,1
-2
0,4
-3
0,5
-4
0,6
-5
0,8
-6
0,9
-7
1,2
-8
1,5
-9
1,8
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
2,0
-11
2,2
-12
2,7
-13
3,1
-14
3,4
-15
3,8
-16
4,5
-17
4,8
-18
4,9
-19
5,3
-20
5,5
-21
5,8
-22
6,0
-23
6,4
-24
7,0
-25
7,3
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 05
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,67 m NAP
20
10 0,4
-1
2,6
-2
2,9
-3
3,0
-4
3,2
-5
3,3
-6
3,3
-7
3,6
-8
3,8
-9
4,0
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
4,2
-11
4,5
-12
4,7
-13
5,2
-14
5,6
-15
5,8
-16
6,0
-17
6,1
-18
6,0
-19
6,4
-20
6,6
-21
6,8
-22
7,1
-23
7,2
-24
7,4
-25
7,5
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 06
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Aanduiding grondsoorten en gelaagdheid op boorstaat Zand
Mergel
Baggerspecie
Klei
Kalk/kalksteen
Schelpen
Veen
Stol
Schelpenbank
Grind
Mijnsteen
Verharding
Zandsteen
Graszode
Kruipruimte
Silt
Teelaarde
Puin
Leem
Humus
Sintels
Loss
Plantenresten
Huisvuil
Keileem
Hout/houtresten
Kunststofresten
Leisteen
Bruinkool
Onbekend
Schalie
Slib
Diversen
NAP MV
Profiel
M G P
M= monster, G= grondwaterstand, P= peilbuis
hoofdbestanddeel
+3.0 -1.0 +2.0 -2.0 +1.0 -3.0
zwak houdend matig houdend sterk houdend uiterst houdend
+0.0 -4.0 -1.0 -5.0 -2.0 -6.0
gelijke delen hoofdbestanddeel met 2 bijbestanddelen hoofdbestanddeel met lenzen grondwaterstand in boorgat
-3.0 -7.0 -4.0 -8.0 -5.0 -9.0
geroerd monster ongeroerd monster peilbuis in boorgat met lengte filter en kleiafdichting op schaal stijghoogte grondwater in peilbuis
-6.0 -10.0
verloren casing op schaal in boorgat
-7.0 -11.0
Hb1 28-01-2022 bij DKM1 NAP MV -1.0
Profiel
Maaiveldhoogte: -0.97 Grondwaterniveau: -1.47 M G P
t.o.v. NAP t.o.v. NAP
Coordinaten:
Omschrijving bodemprofiel
Opmerkingen
0.00m Zand, matig fijn bruin/zwart, zwak puinhoudend.
-2.0 -1.0
-3.0 -2.0
2.70m Veen, bruin, zwak puinhoudend.
-4.0 -3.0
-5.0 -4.0
4.00m Einde boring.
-5.0
Hb2 28-01-2022 bij DKM4 NAP MV
Profiel
Maaiveldhoogte: -1.01 Grondwaterniveau: -1.31 M G P
t.o.v. NAP t.o.v. NAP
Coordinaten:
Omschrijving bodemprofiel
Opmerkingen
0.00m Zand, matig grof bruin, zwak puinhoudend, matig humushoudend.
-2.0 -1.0
1.00m Zand, matig grof bruin/zwart, matig humushoudend. 1.50m Veen, bruin.
-3.0 -2.0
-4.0 -3.0
-5.0 -4.0
4.00m Einde boring.
-6.0 -5.0
GEO-SUPPORTING BV Lisserbroek
Project:
Dorpsstraat 25
Locatie: Landsmeer
Rapportnr:
300.03.553622
Proj. datum:
28-01-2022
Tabel X-, Y- en Z- coördinaten
Meetpunt
X-coördinaat
Y-coördinaat
Z-coördinaat
DKM1+Hb1
122851,78
493892,33
-0,97
DKM2
122864,40
493890,16
-1,06
DKM3
122875,30
493889,32
-1,09
DKM4+Hb2
122870,60
493878,17
-1,01
DKM5
122856,46
493880,54
-0,92
DKM6
122839,53
493881,46
-0,67
Put
122842,85
493898,76
-0,52
Referentie: DGPS Datum: 28-01-2022 De genoemde inmeet- en waterpasresultaten zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor de realisatie van het bouwproject en/of andere doeleinden.
BIJLAGE 4 Boorgegevens TNO
BIJLAGE 4 Boorgegevens TNO
BIJLAGE 3 Geohydrologisch profiel Projectlocatie
Richting Bron
: :
west / oost REGIS II v2.2
Richting Bron
: :
west / oost GeoTOP v1.4
BIJLAGE 5 Peilbuisgegevens TNO en isohypsenkaart
Zandtussenlaag -150 -155 Stijghoogte in cm t.o.v. NAP
-160 -165 -170 -175 -180 -185 -190 -195 -200
B25E0349 1
B25E0884 1
1e Watervoerend pakket -190 -195 Stijghoogte in cm t.o.v. NAP
-200 -205 -210 -215 -220 -225 -230 -235 -240
B25E0349 2
B25E0884 2
BIJLAGE 5 Peilbuisgegevens TNO en isohypsenkaart
Bron: Grondwaterkaart van Nederland 1995, provincie Noord-Holland TNO: Isohypsenpatroon eerste watervoerend pakket
Planlocatie Lijn van gelijke freatische grondwaterstand in m t.o.v. NAP Peilbuislocatie TNO
BIJLAGE 6 Opbarstberekening watervoerend pakket Liftput
BIJLAGE 7 Opbarstberekening zandtussenlaag Keldervloer met grondverbetering
BIJLAGE 7 Opbarstberekening zandtussenlaag Poeren
BIJLAGE 7 Opbarstberekening zandtussenlaag Liftput
BIJLAGE 8 Modelopbouw MicroFem Model Het onttrekkingsdebiet en de verlagingen van de grondwaterstand en stijghoogte in de omgeving als gevolg van de bemaling zijn bepaald op basis van superpositie met het numerieke programma Microfem, voor een stationaire situatie.
Modelgrenzen Het modelgebied is zo gekozen dat de modelgrenzen buiten de invloedssfeer van de bemaling liggen. De invloedssfeer van de bemaling bedraagt circa 60 m. Het modelgebied is rechthoekig met afmetingen van 3 x 3 km.
Netwerk Een netwerk is gegenereerd dat bestaat uit driehoekige elementen. De gehanteerde knooppuntafstanden zijn: bouwput vanaf bouwput tot modelgrens
5m oplopend van 5 tot 250 m
Modelopbouw De volgende opbouw is in het model ingevoerd: parameter
Waarde
eenheid
ho
0
m + NAP
c1
400
dagen
kD1
10
m2/dag
h2
grondwaterstand te berekenen
m + NAP
c2
800
dagen
kD2
1.000
m2/dag
h3
grondwaterstand te berekenen
m + NAP
Diversen Een neerslagoverschot van 300 mm per jaar is toegepast. Ter plaatse van de damwand is de waterdoorlatendheid aangehouden op 0,1 m/dag.
Waterbezwaar Het waterbezwaar van de bouwput is berekend door een vaste stijghoogte op de knooppunten van de bouwput op te leggen.
BIJLAGE 9 Invloedssfeer bemaling
Planlocatie Verlagingscontour 0,05 m op 30 m tot bouwput
Verlagingscontour 0,1 m op 10 m tot bouwput
BIJLAGE 10 Tijd-/zettingsgrafiek klei- en veenpakket Tijd in dagen 1 0% 10%
Zetting in procenten van de eindzetting
20% 30%
40% 50% 60%
70% 80% 90%
100%
10
100
1000
10000
BIJLAGE 11 Grondwateronttrekkingen derden en archeologie
120 m1
Planlocatie
360 m1
BIJLAGE 11 Grondwateronttrekkingen derden en archeologie
55 m1
90 m1 120 m1
Planlocatie
BIJLAGE 12 Bodemverontreinigingen
650 m1
Planlocatie
140 m1