B7 Ontwerp gewijzigde GR Twiske-Waterland was-wordt lijst
Tekst van het document
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Aanhef Provinciale en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad overwegende: -
-
-
dat het noodzakelijk is om de op basis van artikel 8, eerste lid, Wet gemeenschappelijke regelingen ingestelde openbare lichaam Twiske-Waterland te wijzigen in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022; dat de gemeente Alkmaar in 2016 is uitgetreden, en dat als gevolg daarvan grondgebied van de voormalige gemeente Graft-De Rijp (thans Alkmaar) buiten de begrenzing van het werkingsgebied van de gemeenschappelijke regeling valt; dat de gemeenten Beemster en Purmerend zijn heringedeeld tot gemeente Purmerend; dat voor alle besluitvorming gewogen stemrecht wordt gehanteerd waarbij de drie meest betalende participanten de meerderheid van stemmen kunnen behalen; hieruit volgt dat enkele wijzigingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling nodig zijn, alsmede aanpassing van de kaart met het werkingsgebied behorende bij deze regeling; daarnaast nog enkele redactionele verbeteringen nodig zijn;
gelet op: de bepalingen, vervat in hoofdstuk IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten: de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twiske-Waterland als volgt vast te stellen:
HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1
Begripsbepalingen
1. Deze regeling verstaat onder: het openbaar lichaam, genoemd in artikel 2, tweede lid van deze regeling; de in de aanhef genoemde bestuursorganen aan de regeling deelnemende publiekrechtelijke lichamen en rechtspersonen; Provinciale St
-Holland;
Gedeputeerde Staten
-Holland;
c.
lid 1 van deze regeling, inclusief daarbinnen gelegen wateren, wegen en vaarwegen voor zover niet uitdrukkelijk uitgezonderd;
d.
de organisatie belast met de uitvoering van door het bestuur van het recreatieschap opgedragen taken.
e. Wgr:
Wet gemeenschappelijke regelingen 1
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid 2. Waar in of krachtens deze regeling artikelen van de Provinciewet of enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen in de plaats van: het recreatieschap; het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; K
Artikel 2
de voorzitter.
Doel en werkgebied
1. Deze regeling heeft ten doel binnen een gebied, als aangegeven op de bij deze regeling behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening: a. het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling in de openluchtrecreatie; b. in samenhang met het vorenstaande tot stand brengen en bewaren van een evenwichtig natuurlijk milieu; c. het tot stand brengen en duurzaam in stand houden van het specifiek en gedifferentieerde karakter van het landschap door bescherming, ontwikkeling en consolidatie van de waarden die het in zich draagt en d. het verwerven van inkomsten uit het recreatiegebied ter verwezenlijking en instandhouding van de direct hiervoor genoemde doelstellingen. 2. Ter verwezenlijking van dat doel is er Waterland', dat gevestigd is te Oostzaan.
-
3. Wanneer het recreatieschap enig zakelijk dan wel persoonlijk recht verwerft op gronden, grenzend aan het in het eerste lid bedoelde gebied, is deze regeling ook van toepassing op (het gebied van) die gronden, indien het bestuur van de gemeente, tot het grondgebied waarvan deze behoren, bij aangetekende brief heeft meegedeeld hiermede in te stemmen. De in het eerste lid bedoelde tekening wordt overeenkomstig aangepast en aanvullend gewaarmerkt.
HOOFDSTUK II: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 3
Taken en bevoegdheden
1. Ter behartiging van de in artikel 2 genoemde doelen worden aan het bestuur van het recreatieschap de volgende taken toegekend: a. het jaarlijks opstellen en het aanpassen van een jaarbegroting en van een meerjarenbegroting, die geldt voor de periode, volgend op het jaar waarvoor de jaarbegroting geldt. b. het periodiek opstellen dan wel aanpassen van een beleidsplan, dat onder meer omvat een prioriteiten- en investeringsschema en het opmaken en vaststellen van plannen voor de werken van het recreatieschap, waaronder begrepen basis- en deelplannen alsmede beheerplannen. c. het uitoefenen van toezicht op de naleving van bepalingen in wetten, reglementen en verordeningen in het gebied voor zover vermeld in een bijlage bij dit artikel. d. het verwerven, ruilen, bezwaren en vervreemden van roerende en onroerende zaken, vorderingen of persoonlijke rechten en tot het verhuren, verpachten of op ander wijze in gebruik geven van de eigendommen van het recreatieschap. e. het aangaan van geldleningen. 2. Ter verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelen worden aan het algemeen bestuur van het recreatieschap de volgende bevoegdheden toegekend dan wel overgedragen: 2
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid a. het vaststellen van verordeningen, op overtreding waarvan een geldboete van de tweede categorie kan worden gesteld. b. Het uitoefenen van de gemeentelijke bevoegdheden, ingevolge artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht (ongeklede recreatie), indien en voor zover het algemeen bestuur heeft verklaard daartoe over te gaan. c. Het uitoefenen van de bevoegdheid van burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid van de Wet milieubeheer voor wat betreft het gestelde in bijlage I, categorie 19, sub g, onder 1 van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer (gemotoriseerde modelvliegtuigen, -vaartuigen, -voertuigen) indien en voor zover het algemeen bestuur heeft verklaard daartoe over te gaan. d. Het uitoefenen van de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang zoals bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 122 van de Provinciewet indien en voor zover de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van door het bestuur van het recreatieschap vastgestelde regels. 3.
Indien de raad van een gemeente, op het grondgebied waarvan de verordening betrekking heeft, schriftelijk heeft bericht, dat naar zijn mening de verordening geheel of ten dele niet dient te gelden voor bepaald aangewezen gebieden van deze gemeente, worden deze gebieden uitgesloten van de werkingssfeer van de betreffende bepalingen van de verordening. Deze uitsluiting geldt slechts indien: a. een gemeentelijke verordening voorziet in hetzelfde onderwerp, en b. door de raad van deze gemeente voorzien is in een mandaatregeling met betrekking tot de voor het beheer en toezicht noodzakelijke bevoegdheden voor het uitvoeringsorgaan dat door het recreatieschap is belast met het beheer over het gebied. 4. In de door het algemeen bestuur vast te stellen verordening als bedoeld in lid 2 wordt een eventuele uitsluiting als bedoeld in het derde lid, vermeld met verwijzing naar de voor deze gebieden geldende gemeentelijke verordening. 5. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop in een vroegtijdig stadium ingezetenen van de provincie alsmede belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van het recreatieschap worden betrokken. 6. a.
Onverminderd het bepaalde in de Wgr worden de volgende ontwerpbesluiten van het algemeen bestuur ter zienswijze aan de gemeenteraden en provinciale staten van de deelnemers gezonden: - het opstellen dan wel aanpassen van plannen, waaronder begrepen beleids-, inrichtings- en beheerplannen; - het vaststellen van verordeningen, al dan niet door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven, strekkende tot de uitoefening van de belangen en de taken van het recreatieschap; - het vaststellen van een legesverordening; - besluit tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. - het instellen van een bestuurscommissie; b. Onder een zienswijze in de zin van dit artikel wordt verstaan dat de gemeenteraden onderscheidenlijk provinciale staten hun wensen en bedenkingen kenbaar kunnen maken. c. Het algemeen bestuur kan bij andere besluiten bepalen of zienswijzen worden gevraagd. d. Het algemeen bestuur bepaalt de wijze waarop en de termijn waarbinnen zienswijzen kunnen worden ingediend. 3
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid Artikel 4 1. Voor zover wettelijke regels zich daartegen niet verzetten kan het algemeen bestuur bij verordening de uitoefening van bepaald aangewezen bestuursbevoegdheden aan uitvoeringsorganen mandateren. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het vaststellen van een verordening, door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven, dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk der deelnemende gemeenten en provinciale staten. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van die verordening aan de deelnemers. Alle deelnemers zenden binnen drie maanden na ontvangst van het ontwerp van die verordening schriftelijk bericht aan het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK III: ALGEMEEN BESTUUR Artikel 4
Samenstelling
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 9 leden te weten: a. een vertegenwoordiger, aan te wijzen door provinciale staten, uit hun midden, de leden van gedeputeerde staten inbegrepen; b. een vertegenwoordiger van elke aan de regeling deelnemende gemeente aan te wijzen door de raad van de gemeente, uit zijn midden, de leden van het college van burgemeester en wethouders inbegrepen. 2. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Zolang de leden lid zijn van gedeputeerde staten of van een college van burgemeester en wethouders het bestuursorgaan van de deelnemer, behouden zij het lidmaatschap van het algemeen bestuur tot hun opvolgers zijn benoemd. 3. De aanwijzing van de gemeentelijke vertegenwoordigers in het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de gemeenteraden in nieuwe samenstelling na gehouden gemeenteraadsverkiezingen. 4. De aanwijzing van de provinciale vertegenwoordigers in het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van provinciale staten in nieuwe samenstelling na gehouden statenverkiezingen. 5. De gemeentelijke respectievelijk provinciale vertegenwoordigers in het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de leden van de gemeenteraden respectievelijk de leden van provinciale staten aftreden. 6.
De raad onderscheidenlijk provinciale staten kunnen voor elk lid van het algemeen bestuur dat zij hebben vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. 7. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats het is benoemd zou hebben moeten aftreden. 8. Het aanwijzen van leden ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen acht weken na dat openvallen. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur door ontslag, overlijden of om een andere reden vacant komt, wijst de raad van de gemeente waar het voormalig lid uit afkomstig was onderscheidenlijk wijzen provinciale staten een nieuw lid aan. 9. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur in dienst van het recreatieschap aangesteld of anderszins daaraan ondergeschikt. 4
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Artikel 5
Stemmen en besluitvorming
1. Voor het rechtsgeldig kunnen nemen van besluiten door het algemeen bestuur is vereist dat er tenminste 5 bestuursleden of hun plaatsvervanger aanwezig zijn (quorum). 2. Besluitvorming in het algemeen bestuur over participantenbijdrage vindt plaats op basis van een gewogen stemrecht met een bijbehorend aantal uit te brengen stemmen volgens onderstaande tabel. Naam deelnemer Provincie Noord-Holland
Aantal stemmen 6
Gemeente Amsterdam Gemeente Beemster
5 1
Gemeente Edam Volendam Gemeente Alkmaar Gemeente Landsmeer
2 (was 3) 1 2
Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Waterland Gemeente Wormerland
1 3 1 1
Gemeente Zaanstad Totaal
4 25 stemmen (was 28 stemmen)
3. Besluitvorming in het algemeen bestuur over het overige beleid en uitvoering van het programma vindt plaats op basis van een gewogen stemrecht met een bijbehorend aantal uit te brengen stemmen volgens onderstaande tabel. Naam deelnemer Aantal stemmen Provincie Noord-Holland 7 Gemeente Amsterdam 6 Gemeente Beemster 2 Gemeente Edam Volendam 4 Gemeente Alkmaar 1 Gemeente Landsmeer Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zaanstad Totaal 40 stemmen
4 2 5 2 2 5
4. Indien er minder dan 6 bestuursleden of hun plaatsvervanger aanwezig zijn, wordt er geacht geen quorum te zijn en kan de voorzitter ter plaatse direct een nieuwe vergadering doen aanvangen. In dat geval geldt dat er voor het nemen van een rechtsgeldig besluit tenminste 4 leden of hun plaatsvervanger aanwezig zijn waarbij ieder lid van het algemeen bestuur bij het nemen van een besluit zoveel stemmen uitbrengt als toegekend op grond van het tweede c.q. derde lid van dit artikel.
5
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Artikel 6
Werkwijze
1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar leden van het algemeen bestuur schriftelijk en onder opgave van redenen wordt gevraagd. In het laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken gehouden. 2. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling, een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen worden zo spoedig mogelijk na vaststelling openbaar gemaakt en ter kennis gebracht van de deelnemers. 4. De minister belast met de zorg voor de openluchtrecreatie, kan een vertegenwoordiger aanwijzen om als adviseur aan de vergadering van het algemeen bestuur deel te nemen. 3. Het algemeen bestuur en de leden van het algemeen bestuur hebben de bevoegdheid personen uit te nodigen als adviseur aan een vergadering deel meer (al dan niet ambtelijke) adviseurs. Het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur kan hieromtrent nadere regels stellen. 4. Een lid c.q. zijn plaatsvervanger kan staande de beraadslagingen vragen de beslissing over het aan de orde zijnde onderwerp aan te houden voor nader overleg met het orgaan dat hem heeft aangewezen. 5. Een uitstel als bedoeld in het eerste lid wordt door de voorzitter voor ten hoogste twee maanden verleend.
Indien de voorzitter van oordeel is, dat de urgentie dan wel het belang van de zaak geen uitstel gedoogt, beslist de vergadering. Een aanhouding als bedoeld in het vorige lid wordt door de voorzitter verleend tot aan de volgende vergadering. Indien de voorzitter van oordeel is dat de urgentie dan wel het belang van de zaak geen uitstel duldt, beslist de vergadering. 3. Na het verstrijken van de termijn waarvoor uitstel is verleend, wordt de beraadslaging over het aangehouden onderwerp heropend en terzake een beslissing genomen. 6. Op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 52 lid 1 onder f van de Wgr van overeenkomstige toepassing. 7. Het algemeen bestuur maakt zijn agenda, vergaderstukken en verslagen uit eigen beweging openbaar, met inachtneming van de artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid.
Artikel 7
Openbaarheid vergaderingen
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; b. het vaststellen, wijzigen of intrekken van door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen; c. het vaststellen van de legesverordening, d. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, e. instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de Wgr.
Artikel 8
Vergoedingen en tegemoetkoming
Het algemeen bestuur kan met inachtneming van artikel 52, eerste lid, juncto artikel 21, eerste en tweede lid, van de Wgr voor leden, plaatsvervangende leden en adviseurs van het algemeen en dagelijks bestuur, alsmede ten behoeve van de leden en plaatsvervangende leden van een in artikel 15 bedoelde commissie een regeling vaststellen voor een op jaarbasis te bepalen vergoeding voor hun werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten.
6
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
HOOFDSTUK IV: DAGELIJKS BESTUUR Artikel 9
Samenstelling
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en tenminste drie leden, aan te wijzen door het algemeen bestuur uit zijn midden. 2. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop zij aftreden als lid van het algemeen bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur, nadat en voor zover hernieuwde aanwijzing, als bedoeld in artikel 5, van leden van het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden dan wel door ontslag, overlijden of om een andere reden een plaats in het dagelijks bestuur is opengevallen. 3. Leden van het algemeen bestuur die geen lid zijn van het dagelijks bestuur kunnen de vergaderingen van het dagelijks bestuur bijwonen met dien verstande dat zij niet aan de besluitvorming van het dagelijks bestuur kunnen deelnemen. 3. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van het algemeen bestuur. 4. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan.
Artikel 10
Taken en bevoegdheden
1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor: a. het dagelijks bestuur van het recreatieschap te voeren, voor zover niet bij de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten met inachtneming van hetgeen daaromtrent in artikel 55a van de Wgr is opgenomen; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur om rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het toezicht op de uitvoering van het beleid van het algemeen bestuur; g. advisering aan de uitvoeringsorganisatie met betrekking tot de wijze van uitvoering van het beleid van het algemeen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor: a. b. de informatievoorziening aan het algemeen bestuur 2. Het dagelijks bestuur is bevoegd om in onvoorziene en dringende gevallen afwijkingen in de uitvoering van door het algemeen bestuur vastgestelde plannen en begrotingen goed te keuren. Het algemeen bestuur kan deze bevoegdheid van het dagelijks bestuur inperken door het stellen van nadere regels. 3. Het dagelijks bestuur regelt zelf haar werkwijze en vergaderingen.
7
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Artikel 11
Werkwijze
1. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn besloten. 2. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of wanneer een lid hem dit schriftelijk verzoekt onder opgave van de te behandelen onderwerpen. Indien een vergadering is gevraagd, wordt zij binnen twee weken gehouden. 3. Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft 4. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 5. inachtneming van de artikelen 5.1. en 5.2 van de Wet open overheid. 4. Besluitvorming in het dagelijks bestuur vindt plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen waarbij elk lid van het dagelijks bestuur een stem uitbrengt. 5. Bij de aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur houdt het algemeen bestuur er rekening mee dat het aantal gewogen stemmen dat door het voltallige dagelijks bestuur kan worden uitgebracht tijdens vergaderingen van het algemeen bestuur maximaal de helft bedraagt van het aantal gewogen stemmen dat door het voltallige algemeen bestuur kan worden uitgebracht. Artikel 10 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.
Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 3. Zij verstrekken - tezamen dan wel afzonderlijk - aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, voor meer leden daarvan, hetzij mondeling in een vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd en wel door: a. mondelinge beantwoording van de gestelde vragen in dezelfde vergadering van het algemeen bestuur; b. toezending van bepaald aangewezen stukken binnen drie weken na ontvangst van het verzoek daartoe; c. schriftelijke beantwoording van de gestelde vragen binnen zes weken na ontvangst daarvan.
Hoofdstuk V: DE VOORZITTER Artikel 12
Benoeming en taak
1.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan.
2.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
3.
De vicevoorzitter vervangt de voorzitter indien deze verhinderd is.
4.
Indien door het recreatieschap een geding wordt gevoerd tegen of een rechtshandeling gepleegd met een rechtspersoon, die door dezelfde persoon wordt vertegenwoordigd als de voorzitter van het recreatieschap, wordt het recreatieschap vertegenwoordigd door de vicevoorzitter, ook indien door de wederpartij alsnog een andere vertegenwoordiger mocht zijn aangewezen.
1. De voorzitter of de vicevoorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.
8
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid 2. De voorzitter of de vicevoorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Met instemming van de voorzitter kan het algemeen bestuur bij verordening ook aan anderen vertegenwoordigingsbevoegdheid toekennen. 3. De vicevoorzitter wordt door het algemeen bestuur aangewezen uit zijn midden. 4. De vicevoorzitter vervangt de voorzitter in voorkomende gevallen en is als zodanig bevoegd het openbaar lichaam in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Artikel 13 Zo door het recreatieschap een geding wordt gevoerd tegen of een rechtshandeling gepleegd met een rechtspersoon, die door dezelfde persoon wordt vertegenwoordigd als de voorzitter van het recreatieschap, wordt het recreatieschap vertegenwoordigd door de vicevoorzitter, ook indien door de wederpartij alsnog een andere vertegenwoordiger mocht zijn aangewezen.
Hoofdstuk VI: COMMISSIES Artikel 13
Bestuurscommissies
1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen. 2. Het algemeen bestuur kan bij verordening voor deelgebieden of bepaalde aangelegenheden bestuurscommissies instellen zoals bedoeld in de artikelen 52, juncto 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan bevoegdheden van algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter kunnen worden overgedragen. 3. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een bestuurscommissie als bedoeld in het vorige lid dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk der deelnemende gemeenten, stadsdeelraad en provinciale staten. 4. Artikel 5, tiende en elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot instelling van bestuurscommissies als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
1. Het algemeen bestuur kan voor bepaalde belangen een bestuurscommissie instellen. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de bevoegdheden en samenstelling van de bestuurscommissies.
Hoofdstuk VII: INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING Artikel 14
Interne verantwoording en inlichtingenplicht
1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 3. Zij verstrekken - tezamen dan wel afzonderlijk - aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, voor zover daarvan, hetzij mondeling in een vergadering van het algemeen bestuur, hetzij schriftelijk worden verlangd en wel door: a. mondelinge beantwoording van de gestelde vragen in dezelfde vergadering van het algemeen bestuur; b. toezending van bepaald aangewezen stukken binnen drie weken na ontvangst van het verzoek daartoe; c. schriftelijke beantwoording van de gestelde vragen binnen zes weken na ontvangst daarvan. 4. Indien een beroep wordt gedaan op het bepaalde in artikel 50a juncto artikel 23 van de Wgr, kan het algemeen bestuur besluiten, dat in een besloten vergadering terzake mededelingen worden gedaan. 9
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Artikel 15
Verantwoording en inlichtingen voorzitter
1. De voorzitter is het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde en te verlangde inlichtingen. 2. Artikel 14, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16
Externe verantwoording en inlichtingenplicht
1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad onderscheidenlijk provinciale staten die hem als lid provinciale staten worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad onderscheidenlijk provinciale staten die hem als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 3. De leden van het dagelijks bestuur verschaffen inlichtingen aan de raden onderscheidenlijk provinciale staten.
Artikel 17
Informatieverstrekking door het bestuur
1. Het algemeen bestuur geeft provinciale staten en de gemeenteraden alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en commissies geven de raden en provinciale staten alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk provinciale staten nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Het algemeen bestuur zendt in ieder geval de volgende stukken, zodra die zijn vastgesteld respectievelijk door het bestuur is ontvangen, ter kennisneming toe: - plannen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b; - de begroting en bijbehorende meerjarenbegroting; - de rekening; - verordeningen, al dan niet door strafbedreiging of politiedwang te handhaven; - de reglementen van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur; - de agenda's voor de openbare vergaderingen van het algemeen bestuur; - de verslagen van de openbare vergaderingen van het algemeen bestuur; - het jaarverslag van het recreatieschap; - Koninklijke besluiten die betrekking hebben op stukken of aangelegenheden van het recreatieschap; - het accountantsrapport over de rekening. 2.
Het algemeen bestuur verstrekt aan provinciale staten en de gemeenteraden alle inlichtingen, voor zover dat niet strijdig is met het gemeenteraden schriftelijk worden verlangd en wel door: - toezending van bepaald aangewezen stukken binnen drie weken na ontvangst van het verzoek daartoe; - schriftelijke beantwoording van de gestelde vragen binnen zes weken na ontvangst daarvan. 3. De deelnemers zijn verplicht aan het recreatieschap inlichtingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen die voor het recreatieschap van belang zijn.
10
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
HOOFDSTUK VIII: BELEID, UITVOERING EN VERANTWOORDING 1. Het algemeen bestuur kan een procedure vaststellen voor het opstellen en vaststellen van een meerjarig beleidsplan als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder b, alsmede wijzigingen hierop, waarin de betrokkenheid wordt beschreven van: a. de deelnemers aan de regeling b. de uitvoeringsorganisatie c. de belangenorganisaties van gebruikers, recreanten en ondernemers d. de eigenaren van zakelijke rechten in het gebied 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een beleidsplan van het recreatieschap, alsmede ontwerpen voor wijzigingen van dat plan toe aan de deelnemers. 3. De deelnemers kunnen tegen het ontwerp van een beleidsplan, alsmede tegen ontwerpen van wijzigingen van dat plan schriftelijk bezwaren indienen bij het dagelijks bestuur binnen drie maanden na toezending van dat ontwerp. Het dagelijks bestuur onderzoekt de ingediende bezwaren; het pleegt daarbij overleg met de indiener van de bezwaren, indien 4. Het algemeen bestuur stelt vervolgens het meerjarig beleidsplan vast en beslist daarbij over de ingediende bezwaren.
Artikel 18
Verantwoording/verslaglegging
1. Het algemeen bestuur brengt ten behoeve van de deelnemers jaarlijks verslag uit van de werkzaamheden van het recreatieschap gedurende het voorafgaande jaar. Het jaarverslag wordt algemeen verkrijgbaar gesteld. 2. Het algemeen bestuur kan in een verordening of mandaatregeling nadere regels stellen met betrekking tot periodieke rapportages door de uitvoeringsorganisatie
Artikel 19
Mandaat
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter kunnen hun bevoegdheden inzake de hun opgedragen taken met inachtneming van afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht mandateren of machtigen of volmacht verlenen zowel binnen het openbaar lichaam als aan een uitvoeringsorganisatie.
Artikel 20
Organisatie
1. Het algemeen bestuur kan in een organisatieverordening de benodigde taak- en bevoegdheidsverdeling vaststellen ten behoeve van de uitvoering van besluiten door een al dan niet ambtelijke uitvoeringsorganisatie. 2. Wanneer de uitvoering van besluiten door het algemeen bestuur wordt opgedragen aan een nietambtelijke uitvoeringsorganisatie wordt als onderdeel van de opdrachtovereenkomst een mandaatregeling vastgesteld. 3. Het algemeen bestuur kan in de organisatieverordening of opdrachtovereenkomst bepalen dat het hoofd van de uitvoeringsorganisatie als adviseur zorg draagt voor de beleidsvoorbereiding van het algeme algemeen bestuur en dagelijks bestuur. 4. Het algemeen bestuur kan een regeling vaststellen voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van de realisering van de in artikel 2, eerste lid, onder b genoemde doelstelling en voor de personele begeleiding van die projecten. 5. De in het vorige lid bedoelde regeling bepaalt in ieder geval: 11
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid - op welke wijze de subsidie dient te worden aangevraagd; - aan wie, op welke wijze en onder welke voorwaarden subsidie kan worden toegekend; - hoe de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld. 6. Het provinciaal bestuur stelt het maximum van zijn aandeel in de kosten van de in het vierde lid bedoelde regeling voor een jaar vast voordat de begroting van dat jaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Is door het provinciaal bestuur dan nog geen maximum bepaald, dan geldt als maximum het in de vastgestelde begroting van het voorafgaande jaar daartoe opgenomen bedrag. 7. Indien een andere deelnemer besluit bij te dragen in de kosten van de in het vierde lid bedoelde subsidieregeling, dan is het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK IX: FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 21
Geld- en financieringsmiddelen
1. De geldmiddelen van het recreatieschap worden gevormd door: a. de in artikel 26, eerste lid bedoelde bijdragen van de deelnemers; b. subsidies, andere bijdragen dan de onder a bedoelde, schenkingen, legaten en erfstellingen; c. geldleningen; d. exploitatieopbrengsten uit het in beheer zijnde recreatiegebied; e. overige inkomsten. Artikel 22 Het algemeen bestuur stelt bij verordening voorschriften vast met betrekking tot het financieel beheer, welke voorschriften onder meer regelen inhouden betreffende: a. de wijze waarop de betalingen geschieden en de ontvangsten en de inkomsten -behoudens de belastingen -
d. de verzekering van de gelden en eigendommen van het recreatieschap; e. de wijze van fraudeverzekering; f. de belegging van kasgelden; g. de organisatie van het financieel beheer. Artikel 23 1. De jaarlijks door het dagelijks bestuur op te stellen ontwerp programmabegroting en meerjarenbegroting van het recreatieschap worden opgesteld binnen de grenzen van het vastgestelde beleidsplan. De meerjarenbegroting omvat een periode van 4 kalenderjaren en wordt jaarlijks met een jaar bijgesteld 2. Begrotingsvoorstellen die afwijken van het bepaalde in voorgaande leden worden door het dagelijks bestuur met een afzonderlijke toelichting voorgelegd aan het algemeen bestuur. 3. In de jaarbegroting en meerjarenbegroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemer voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage aan het recreatieschap. Artikel 24 12
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid 1. Het dagelijks bestuur biedt tijdig de ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting, vergezeld van een toelichting, aan het algemeen bestuur en aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur stelt de begroting, meerjarenbegroting en eventueel gewijzigd investeringsschema - overeenkomstig de in de comptabiliteitsvoorschriften voor provincies en gemeenten opgenomen termijnen tijdig voor het begrotingsjaar vast nadat de deelnemers in de gelegenheid zijn gesteld hierop te reageren en zendt deze onmiddellijk na vaststelling aan de deelnemers. 3. Het bepaalde in de vorige leden is met uitzondering van de daargenoemde tijdstippen van toezending en vaststelling mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel 25 1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks de ontwerpjaarrekening van het recreatieschap eventueel vergezeld van zijn opmerkingen en vergezeld van een verantwoording van zijn financieel beleid tijdig aan het algemeen bestuur en aan de deelnemers onder overlegging van een afschrift van het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de hiertoe door het algemeen bestuur aangewezen registeraccountant(s). 2.
De deelnemers kunnen een schriftelijke reactie op de jaarrekening indienen bij het dagelijks bestuur binnen twee maanden na toezending van de rekening. Bij de vaststelling van de jaarrekening overeenkomstig de daarvoor in de comptabiliteitsvoorschriften voor provincies en gemeenten opgenomen termijnen - beslist het algemeen bestuur op de door de deelnemers ingediende bezwaren. 3. Ter zake van de tijdige toezending van de ontwerp begrotingen en de ontwerp jaarrekening wordt er rekening mee gehouden dat de goedgekeurde begroting en goedgekeurde jaarrekening uiterlijk op 15 juli aan de minister verzonden dienen te worden. Artikel 26 1. Het nadelig saldo over enig boekjaar van een door het algemeen bestuur vastgestelde jaarrekening wordt gebracht ten last van de deelnemers volgens een door de deelnemers bij het aangaan van deze regeling overeengekomen of later gewijzigde verdeelsleutel, welke als bijlage bij deze regeling is gevoegd en van deze regeling deel uitmaakt. 2. Wanneer de begroting een exploitatietekort aanwijst, over de deelnemers om te slaan, zijn deze gehouden hun geraamde deelnemerbijdrage bij wijze van voorschot te voldoen, in twee termijnen en wel op 1 januari en 1 juli van het begrotingsjaar. 3.
Indien van de deelnemers de in het tweede lid bedoelde voorschotten later zijn ontvangen dan komen de hieruit voortvloeiende kosten voor rekening van die deelnemers naar rato van de grootte van de verschuldigde voorschotten gerelateerd aan de termijn waarmee die data zijn overschreden. Voor die kostentoerekening is basis de debetrente van de door het recreatieschap aangegane rekening courant overeenkomst. Artikel 27 1. Indien de vastgestelde jaarrekening sluit met een exploitatieoverschot, besluit het algemeen bestuur of dit: a. geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan de reserve, dan wel; b. geheel of gedeeltelijk zal worden gebruikt voor extra afschrijving dan wel; c. geheel of gedeeltelijk zal worden uitgekeerd aan de deelnemers in de verhouding, waarin zij ingevolge het bepaalde in artikel 26, eerste lid, bijdragen in het exploitatietekort. 13
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid Artikel 28 1. Voor de betaling van rente en aflossing van door het recreatieschap te sluiten geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden staan de deelnemers garant. 2. De deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding, waarin zij ingevolge het bepaalde in artikel 26, eerste lid bijdragen in het exploitatietekort. 3. Indien uit deze bepaling in enig jaar voor de deelnemers betalingen voortvloeien, zullen deze na afwikkeling van het exploitatietekort of -overschot worden verrekend.
Hoofdstuk X: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 22
Toetreding
1. Het daartoe bevoegde orgaan van een publiekrechtelijk lichaam of rechtspersoon kan verzoeken om toetreding tot deze regeling. Het verzoek wordt aan het algemeen bestuur gezonden en een afschrift aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur stelt, na overleg met de deelnemers, binnen drie maanden, nadat het in het eerste lid bedoelde verzoek is ontvangen, een ontwerp vast voor de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling in verband met de voorgenomen toetreding alsmede een regeling voor de gevolgen van de toetreding. Het dagelijks bestuur zendt dit ontwerp en regeling aan de deelnemers, waaronder begrepen de aspirant-deelnemer, met het verzoek binnen drie maanden na verzending hiervan, inzake de vaststelling ervan een besluit te nemen. 3. De toetreding gaat in op de eerste dag volgend op de dag dat alle deelnemers met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling hebben ingestemd. treedt in werking de eerste dag van de maand na bekendmaking van het besluit, of anders op een moment zoals bepaald in het toetredingsbesluit.
Artikel 23
Uittreding
1. Uittreding uit deze regeling kan geschieden met ingang van het derde kalenderjaar volgend op de toezending van het betreffende besluit van het bevoegde orgaan van de uittredende deelnemer aan het algemeen bestuur. 2. Uittreding geschiedt onder door het algemeen bestuur na overleg met deelnemers te stellen regelen die in ieder geval betreffen de voort te zetten verplichtingen van de uittredende deelnemer betreffende de rente en aflossing van geldleningen bedoeld in artikel 28. 3. Het algemeen bestuur stelt binnen zes maanden nadat het besluit tot uittreding is ontvangen een ontwerp vast voor de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling aan de gevolgen van de uittreding en zendt dit ontwerp aan de deelnemers met het verzoek binnen drie maanden na verzending van dat ontwerp inzake de vaststelling ervan een besluit te nemen. 1. Een deelnemer die voornemens is uit te treden, kan het algemeen bestuur verzoeken een indicatie te geven van de gevolgen van de uittreding voor het openbaar lichaam. De indicatie wordt binnen zes maanden na het verzoek verstrekt, tenzij anders overeengekomen is tussen het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer. De kosten van de indicatie komen voor rekening van de deelnemer die daarom heeft verzocht. De indicatie is niet bindend. 2. organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3.
Uittreding uit deze regeling kan geschieden met ingang van het derde kalenderjaar volgend op de toezending van het betreffende besluit van de uittredende deelnemer aan het algemeen bestuur. Bij unaniem besluit van alle deelnemers kan van deze termijn afgeweken worden. 14
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid 4. De procedure voor uittreding begint de dag nadat het algemeen bestuur het besluit tot uittreding van de deelnemer heeft ontvangen. 5. Uittreding geschiedt onder door het algemeen bestuur na overleg met deelnemers te stellen regelen, vervat in een uittredingsplan. 6. Het algemeen bestuur stelt binnen drie maanden nadat het besluit tot uittreding is ontvangen een ontwerp vast voor de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling aan de gevolgen van de uittreding en zendt dit ontwerp aan de deelnemers met het verzoek binnen drie maanden na verzending van dat ontwerp inzake de vaststelling ervan een besluit te nemen.
Artikel 24 Uittredingsplan 1. waaronder in ieder geval betreffen de voort te zetten verplichtingen van de uittredende deelnemer betreffende de rente en aflossing van geldleningen en andere langlopende verplichtingen met een resterende looptijd van ten minste 5 jaar. 2. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het dagelijks bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het dagelijks bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de andere deelnemers in het algemeen bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden uit de deelnemers, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer en een vertegenwoordiger van algemeen bestuur. 5. Ten minste zes maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast.
Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 32. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.
15
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid
Artikel 25 1. De voorlopige, respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het recreatieschap die het di 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het recreatieschap die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele
4. Het recreatieschap brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 33, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in 7. Het recreatieschap is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip va
Artikel 26
Wijziging
1. Deze regeling kan slechts worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van alle deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 2, derde lid.
Artikel 27
Opheffing en liquidatie
1. Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van tenminste tweederde van het aantal deelnemers. 2. In geval van opheffing van deze regeling geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur dat daarvoor de nodige regels stelt. Hierbij kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de deelnemers gehoord, vastgesteld. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 5. Een voor- of nadelig saldo van de liquidatie wordt over de deelnemers verdeeld, respectievelijk omgeslagen op overeenkomstige wijze als de omslag van een exploitatietekort.
Hoofdstuk XI: HET ARCHIEF Artikel 28
Archief
Artikel 33 Ten aanzien van de archiefbescheiden van het recreatieschap zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, alsmede de omtrent het toezicht
16
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid daarop, zoals die voor de provincie Noord-Holland zijn of nader worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing. 1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap.
2.
De directeur en de bestuurssecretaris zijn belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3.
Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
4.
Het recreatieschap v deelnemers overgedragen (gedelegeerde) bevoegdheden.
5.
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Het Noord-Hollands Archief.
6.
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Noord-Hollands Archief.
7.
De archivaris van het Noord-Hollands Archief brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het recreatieschap, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
8.
Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het recreatieschap.
9.
De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken.
-, bestuurstaken en de door de
10. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 11. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. 12. Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de in het derde lid genoemde archiefbewaarplaats.
HOOFDSTUK XII: SLOTBEPALINGEN Artikel 29
Duur en inwerkingtreding
1. Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Deze (gewijzigde) regeling treedt in werking na publicatie. systematiek waarbij er tevens sprake is van een zelfstandige begroting en jaarrekening van de voormalige recreatieschappen Het Twiske en Landschap Waterland blijven, overeenkomstig bijlage 1, gehandhaafd totdat het algemeen bestuur van recreatieschap beslist om over te gaan tot integratie van de verdeelsleutels en integratie van de begrotingen en de jaarrekeningen van de beide voormalige recreatieschappen waarbij dan met betrekking tot de tekortfinanciering de bijdragepercentages zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze gemeenschappelijke regeling van toepassing worden.
17
Uitleg: Abc = gewijzigde tekst; Abc = toegevoegde tekst/artikel/lid; Abc = verwijderde tekst/artikel/lid 4. De vigerende algemene verordening voor het recreatiegebied Het Twiske blijft gehandhaafd en kan, overeenkomstig het in deze gemeenschappelijke regeling bepaalde, in de toekomst worden gewijzigd of ingetrokken.
Artikel 30
Geschillenregeling
Voordat ten aanzien van een geschil, aangaande de uitvoering of toepassing, van deze regeling gerezen, de beslissing van een rechterlijke instantie wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie samen te stellen door gedeputeerde staten, in overleg met de dagelijkse besturen van de bij het geschil betrokken deelnemers. Indien er geschillen ontstaan aangaande de uitvoering of toepassing van deze regeling, wordt het geschil als volgt opgelost: a. de bij het geschil betrokken deelnemers treden met elkaar in overleg, indien dit niet resulteert in een oplossing wordt vervolgens; b. door de bij het geschil betrokken deelnemers een mediator aangesteld, indien dit niet resulteert in een oplossing wordt vervolgens; c. een geschillencommissie, samengesteld door gedeputeerde staten, in overleg met de dagelijkse besturen van de bij het geschil betrokken deelnemers, indien dit niet resulteert in een oplossing wordt vervolgens; d. de beslissing van een rechterlijke instantie gevraagd.
Artikel 31
Evaluatie
1. Het bestuur draagt tenminste een keer in de vier jaar zorg voor een evaluatie van de regeling. 2. De evaluatie heeft onder meer, doch niet uitsluitend, tot doel na te gaan: a. of, en zo ja in welke mate, de met deze regeling beoogde samenwerking is gerealiseerd; b. of, en zo ja in welke mate, de bij deze regeling opgedragen taken, in het licht van de beoogde samenwerking, aanpassing behoeven.
Artikel 32
Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als 'Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Twiske-
18