B7. Beoordeling archeologisch onderzoek Noordeinde 131
Tekst van het document
Memo Westerplein 4a 1901 NA Castricum www.nmferfgoedadvies.nl info@nmferfgoedadvies.nl tel: 0251-674666
Aan: Gemeente Landsmeer T.a.v.: Van: Tel: Kenmerk: NMF-2023-215-SH Datum: 3 juli 2023 Onderwerp: 2e Hertoets Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Noordeinde 131 te Landsmeer Contactgegevens Contactpersoon NMF Erfgoedadvies Datum beoordeling
3 juli 2023
Beoordeling en advies archeologische onderzoeksrapport Administratieve gegevens Gegevens rapport
Rapportnummer Soort onderzoek
. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen in een plangebied aan Noordeinde 131 in Landsmeer, gemeente Landsmeer. Hollandia reeks nr. 1097
Onderzoeksnummer
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (verkennende fase) 5407085100 (bureauonderzoek) en 5403164100 (booronderzoek)
Onderzoeksbureau
Hollandia archeologen
Opdrachtgever Bevoegde overheid
Gemeente Landsmeer
Beoordeling Archeologisch Bureauonderzoek Conformiteit met Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie versie 4.1
Geen opmerkingen. Het rapport is opgesteld conform de eisen KNA 4.1. Inhoudelijke opmerkingen Het getoetste rapport is helder geschreven en goed verifieerbaar. Alle eerdere opmerkingen zijn goed verwerkt.
1
Westerplein 4a 1901 NA Castricum www.nmferfgoedadvies.nl info@nmferfgoedadvies.nl tel: 0251-674666
Overige opmerkingen
Advies Geadviseerd wordt het rapport als definitieve versie aan te nemen. In het rapport concluderen de onderzoekers dat:” Op basis van historische, aardwetenschappelijke en archeologische gegevens is aan het dorpslint langs de Dorpsstraat een hoge verwachting toegekend voor het aantreffen van archeologische waarden (nederzettingsresten, zoals funderingen van (bij)gebouwen, waterputten, beerputten etc.) uit de vroege middeleeuwen C tot en met de nieuwe tijd. In de oude waterlopen kunnen afvaldumps en beschoeiingen worden verwacht, waardoor hiervoor een middelhoge verwachting geldt. Het uiterste oostelijke deel valt buiten het gebied van het dorpslint, waardoor hiervoor een lagere verwachting geldt. In het verkennend veldonderzoek is vanaf het maaiveld tot ca. 55 cm -mv (-1,75 m NAP) een ophogingslaag aangetroffen. Deze ophogingslaag bestaat uit donkerbruine, half gerijpte, siltig/zandig klei waarin houtresten, aardewerk-, mortel- en schelpfragmenten werden gevonden. Het gebied bij boring 1 lijkt veel verder opgehoogd te zijn dan de rest van het gebied, hier werd opgebrachte grond tot 170 cm -mv (-2,90 m NAP) waargenomen. Onder deze ophoging is een veraarde donkerbruin/zwarte veenlaag aangetroffen. Dit is veen dat droog aan het oppervlakte heeft gelegen en betreft mogelijk een archeologisch niveau. Het veraarde veen heeft een dikte van ca.
20 cm en werd voornamelijk aangetroffen tot ca. 80 cm -mv (-2 m NAP). Vanaf dit punt gaat het veraarde veen geleidelijk over naar een (rood)bruine veenpakket dat enkele kleibandjes bevat. De onderkant van dit veenpakket is niet gevonden. In boring 1 en 2 is de veraarde laag dikker (respectievelijk 40 en 60 cm) en is het tot dieper aangetroffen (respectievelijk 210 en 140 cm -mv, -3,30 en -2,60 m NAP). Het gebied is opgehoogd maar er lijken verder geen grondroeringen te hebben plaatsgevonden. Hierdoor is het oppervlak, waar mogelijke archeologische waarden uit de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd kunnen worden aangetroffen, in goede staat. Alhoewel er geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen is het aantreffen van archeologische waarden niet volledig uit te sluiten. De hoge verwachtingen uit het bureauonderzoek kunnen worden onderschreven. Het uiterste oostelijke deel valt buiten het gebied van het dorpslint, waardoor hiervoor in het bureauonderzoek een lagere verwachting was vastgesteld. Ondanks deze lage verwachting zijn dezelfde bodemlagen aangetroffen als in het westen van het gebied. Hierdoor kan met de resultaten van het inventariserend onderzoek de verwachting worden verhoogd.”.
Op basis van bovenstaande conclusies wordt het volgende advies geformuleerd:” Er wordt geadviseerd om de graafwerkzaamheden tijdens de bouw te laten begeleiden door een gecertificeerd archeologisch bedrijf wanneer er dieper gegraven wordt dan 55 cm -mv. Hiervoor wordt een inventariserend proefsleufonderzoek variant archeologische begeleiding voor voorgesteld (IVO-P, protocol 4003). Bij een variant archeologische begeleiding zal een archeoloog aanwezig zijn bij de graafwerkzaamheden om onder andere eventuele archeologische waarden en de bodemopbouw te documenteren.”. Naar onze mening is in voldoende mate aangetoond dat er een potentieel archeologisch niveau aanwezig is binnen het plangebied, dat mogelijk door de voorgenomen bouwplannen wordt bedreigd. Indien de voorgenomen bodemingrepen dieper reiken dan 55 cm -mv, dient er een archeologisch waardestellend onderzoek te worden uitgevoerd. U wordt geadviseerd bovenstaande aanbevelingen over te nemen en een Inventariserend Proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding uit te laten voeren. Voor de 2
Westerplein 4a 1901 NA Castricum www.nmferfgoedadvies.nl info@nmferfgoedadvies.nl tel: 0251-674666
uitvoering van een dergelijk onderzoek is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen verplicht. Indien bovenstaand advies niet wordt overgenomen, blijft onverminderd van kracht dat indien in het plangebied bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Landsmeer.
3