B6. Geo onderzoek en funderingsadvies
Tekst van het document
GEOTECHNISCH ONDERZOEK en FUNDERINGSADVIES Dorpsstraat 25 Landsmeer
Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid Schillingweg 103 2153 PL Nieuw-Vennep
T 0252 – 416 132 E info@geosupporting.nl I www.geosupporting.nl
GEOTECHNISCH ONDERZOEK en FUNDERINGSADVIES Dorpsstraat 25 Landsmeer
Opdrachtnummer
: 300.16.553622
Opdrachtgever
Telefoonnummer
: Residentie Landsmeer b.v. Keizersgracht 391 A 1016 EJ Amsterdam : 06-53 37 97 82
Datum rapport
: 9 maart 2022
Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid Schillingweg 103 2153 PL Nieuw-Vennep T 0252 – 416 132 E info@geosupporting.nl I www.geosupporting.nl K.v.K. Amsterdam 34252996 ABN AMRO 57.89.38.782 IBAN NL47ABNA0578938782 BTW nr. NL816081426B01
Rapportage gecontroleerd.
Pagina 2 van 7
Inhoudsopgave:
1 Inleiding en projectgegevens
3
2 Veldwerk
3
3 Resultaten
4
4 Inmeten onderzoekslocaties
5
5 Funderingsadvies
5
6 Verzendlijst rapportage
6
Bijlagen: 1 Resultaten: Situatietekening Sondeergrafieken:
DKM1 t/m DKM6
Handboringen:
Hb1 t/m Hb2
Tabel XYZ - coördinaten 2 Funderingsadvies
Pagina 3 van 7
1 Inleiding en projectgegevens In opdracht van Residentie Landsmeer b.v. heeft Geo-Supporting bv een geotechnisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het project 'Nieuwbouw aan de Dorpsstraat 25’ te Landsmeer. Richtlijnen voor het onderzoek zijn verstrekt door Residentie Landsmeer b.v., de heer Prud’homme de Lodder. De in deze rapportage staande inmeet- en waterpasresultaten zijn alleen van toepassing op het geotechnisch onderzoek en kunnen niet als basis dienen voor de realisatie van het bouwproject en/of ander doeleinden.
2 Veldwerk Het veldwerk van het geotechnisch onderzoek is uitgevoerd op 28 januari 2022 en heeft bestaan uit: 6 diepsonderingen, DKM1 t/m DKM6; uitzetten en waterpassen van de sondeerlocaties ten opzichte van NAP, en 2 handboringen, grondclassificaties en het inmeten van de grondwaterstand.
De diepsonderingen zijn met meting van de plaatselijke mantelwrijving en berekening van het wrijvingsgetal.
Pagina 4 van 7
3 Resultaten De
diepsonderingen
zijn
uitgevoerd
met
een
elektrische
kleefmantelconus
in
overeenstemming met de norm NEN-EN-ISO 22476-1. Deze norm beschrijft methoden van de bepaling van de conusweerstand en de plaatselijke wrijvingsweerstand van grond. Tevens geeft deze norm een nauwkeurigheid van 4 kwaliteitsklassen aan. Uit onderstaande tabel blijkt dat de klassenindeling in hoofdzaak betrekking heeft op de nauwkeurigheid van de gemeten conusweerstand, plaatselijke wrijvingsweerstand en diepte.
klasse 1
Meetgrootheid toelaatbare meetonzekerheid meetinterval Conusweerstand 0,05 MPa of 3% 20mm Plaatselijke wrijvingsweerstand 0,01 MPa of 10% Helling 2° Sondeerdiepte 0,2m of 1% 2 Conusweerstand 0,25 MPa of 5% 50mm Plaatselijke wrijvingsweerstand 0,05 MPa of 15% Helling 2° Sondeerdiepte 0,2m of 2% 3 Conusweerstand 0,5 MPa of 5% 100mm Plaatselijke wrijvingsweerstand 0,05 MPa of 20% Helling 5° Sondeerdiepte 0,2m of 2% 4 Conusweerstand 0,5 MPa of 5% 100mm Plaatselijke wrijvingsweerstand 0,05 MPa of 20% Sondeerdiepte 0,1m of 1% Opmerking: De toelaatbare meetonzekerheid is de grotere waarde van de absolute meetonzekerheid en de relatieve meetonzekerheid. De relatieve meetonzekerheid geldt voor de meetwaarde en niet voor het meetbereik.
De relatie tussen conusweerstand en plaatselijke wrijving, het wrijvingsgetal, geeft een indicatie van de gelaagdheid en de vastheid van de bodem. In de conus is een hellingmeter ingebouwd waarmee tijdens het sonderen de afwijking van de conus ten opzichte van de vertikaal is geregistreerd. De verkregen sondeerresultaten zijn grafisch verwerkt en opgenomen in dit geotechnisch onderzoeksrapport.
Pagina 5 van 7
De uitgevoerde handboringen Hb1 en Hb2 geven meer inzicht in de bodemopbouw en samenstelling van de ondergrond. Na uitvoering van de handboringen is in de boorgaten grondwater aangetroffen op een diepte van ca. 1,37 m - NAP, met hierbij de nadrukkelijke vermelding dat deze metingen eenmalige waarnemingen zijn en derhalve als indicatief beschouwd moeten worden.
Tijdens het geotechnisch onderzoek zijn geen verdere bijzonderheden aangetroffen.
4 Inmeten onderzoekslocaties
De onderzoekslocaties zijn in het terrein uitgezet en gewaterpast ten opzichte van NAP. De omschrijving van het referentiepunt met de daaraan verbonden hoogteligging en de resultaten van de waterpassing zijn weergegeven in de tabel XYZ-coördinaten in bijlage 1. Het
referentieniveau
en
onderzoekslocaties
staan
tevens
weergegeven
op
de
situatietekening in bijlage 1.
5 Funderingsadvies
Het funderingsadvies voor dit project is opgesteld in overeenstemming met de Eurocode met Nederlandse NB. De uitgangspunten, paalsysteem en paalbelastingen, voor het funderingsadvies zijn aangeleverd door Residentie Landsmeer b.v., de heer Prud’homme de Lodder.
Pagina 6 van 7
6 Verzendlijst rapportage
De rapportage is verzonden naar: ferry@im-mo.nl
Pagina 7 van 7
BIJLAGE 1 Resultaten geotechnisch onderzoek 300.03.553622 Dorpsstraat 25 Landsmeer
38
RAADHUISSTRAAT
40-40L
Put
DKM1+Hb1
2
DKM2
DKM3
25
DKM6
STR AA T
DKM5
DO R PS
DKM4+Hb2
27-27A
1
3
7-47
5
49
Oude Keern
Referentie waterpassing: DGPS 31A-31G Datum waterpassing: 28.01.2022 De genoemde inmeet- en waterpasresultaten zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor de realisatie van het bouwproject en/of andere doeleinden.
SITUATIETEKENING: Dorpsstraat 25 Landsmeer PROJECTNR: 300.03.553622 Bijlage: 1 Schaal: 1:500 (A4) Datum: 28.01.2022
0
5
10
15
20
25
Bedrijvenpark Nieuw-Vennep Zuid Schillingweg 103 2153 PL Nieuw-Vennep Telefoon: 0252-416132 Email: info@geosupporting.nl
4
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,97 m NAP
20
10 2,3
-1
2,1
-2
1,8
-3
1,8
-4
1,7
-5
1,6
-6
1,5
-7
1,2
-8
1,0
-9
0,8
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
0,5
-11
0,6
-12
0,7
-13
1,0
-14
1,3
-15
1,8
-16
2,1
-17
2,4
-18
2,4
-19
2,9
-20
3,1
-21
3,3
-22
3,4
-23
3,6
-24
3,7
-25
3,9
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 01
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,06 m NAP
20
10 1,6
-2
1,4
-3
1,5
-4
1,5
-5
1,7
-6
1,8
-7
2,0
-8
2,2
-9
2,5
-10
2,9
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
3,3
-12
3,6
-13
3,8
-14
4,3
-15
4,6
-16
4,9
-17
5,2
-18
5,9
-19
6,2
-20
6,9
-21
7,4
-22
7,8
-23
7,9
-24
8,1
-25
8,4
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 02
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,09 m NAP
20
10 1,5
-2
2,0
-3
2,0
-4
2,2
-5
2,3
-6
2,5
-7
2,7
-8
2,9
-9
3,1
-10
3,4
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
3,7
-12
3,9
-13
4,2
-14
4,5
-15
4,7
-16
5,0
-17
5,3
-18
6,2
-19
6,6
-20
7,3
-21
8,1
-22
8,7
-23
9,2
-24
9,7
-25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 03
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa -1
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -1,01 m NAP
20
10 1,6
-2
1,6
-3
1,7
-4
1,8
-5
1,8
-6
1,7
-7
1,8
-8
1,9
-9
2,0
-10
2,2
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-11
2,4
-12
2,4
-13
2,6
-14
3,2
-15
3,8
-16
4,1
-17
4,4
-18
4,5
-19
4,6
-20
4,8
-21
5,2
-22
5,4
-23
5,4
-24
5,6
-25
5,7
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 04
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,92 m NAP
20
10 0,4
-1
0,1
-2
0,4
-3
0,5
-4
0,6
-5
0,8
-6
0,9
-7
1,2
-8
1,5
-9
1,8
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
2,0
-11
2,2
-12
2,7
-13
3,1
-14
3,4
-15
3,8
-16
4,5
-17
4,8
-18
4,9
-19
5,3
-20
5,5
-21
5,8
-22
6,0
-23
6,4
-24
7,0
-25
7,3
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 05
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Conusweerstand (qc) in MPa 0
2
4
6
8
10
Wrijvingsgetal (Rf=fs/qc) in % 12 14 16 18 M.V. : -0,67 m NAP
20
10 0,4
-1
2,6
-2
2,9
-3
3,0
-4
3,2
-5
3,3
-6
3,3
-7
3,6
-8
3,8
-9
4,0
Diepte in m ten opzichte van referentieniveau (NAP) gecorrigeerd voor hellingsafwijking
-10
4,2
-11
4,5
-12
4,7
-13
5,2
-14
5,6
-15
5,8
-16
6,0
-17
6,1
-18
6,0
-19
6,4
-20
6,6
-21
6,8
-22
7,1
-23
7,2
-24
7,4
-25
7,5
-26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 225 15
cm² cm²
0,10 0,20 0,30 Wrijvingsweerstand (fs) in MPa
0,40
0,50
Test according NEN-EN-ISO22476-1
1.47
Project : Dorpsstraat 25 Locatie : Landsmeer
x
: 28-1-2022 Datum Conusnr. : P15-CFPTxy.70084 Projectnr. : 300.03.553622 Sondeernr.: 06
1/1
Helling (I) in graden
8
6
4
2
Aanduiding grondsoorten en gelaagdheid op boorstaat Zand
Mergel
Baggerspecie
Klei
Kalk/kalksteen
Schelpen
Veen
Stol
Schelpenbank
Grind
Mijnsteen
Verharding
Zandsteen
Graszode
Kruipruimte
Silt
Teelaarde
Puin
Leem
Humus
Sintels
Loss
Plantenresten
Huisvuil
Keileem
Hout/houtresten
Kunststofresten
Leisteen
Bruinkool
Onbekend
Schalie
Slib
Diversen
NAP MV
Profiel
M G P
M= monster, G= grondwaterstand, P= peilbuis
hoofdbestanddeel
+3.0 -1.0 +2.0 -2.0 +1.0 -3.0
zwak houdend matig houdend sterk houdend uiterst houdend
+0.0 -4.0 -1.0 -5.0 -2.0 -6.0
gelijke delen hoofdbestanddeel met 2 bijbestanddelen hoofdbestanddeel met lenzen grondwaterstand in boorgat
-3.0 -7.0 -4.0 -8.0 -5.0 -9.0
geroerd monster ongeroerd monster peilbuis in boorgat met lengte filter en kleiafdichting op schaal stijghoogte grondwater in peilbuis
-6.0 -10.0
verloren casing op schaal in boorgat
-7.0 -11.0
Hb1 28-01-2022 bij DKM1 NAP MV -1.0
Profiel
Maaiveldhoogte: -0.97 Grondwaterniveau: -1.47 M G P
t.o.v. NAP t.o.v. NAP
Coordinaten:
Omschrijving bodemprofiel
Opmerkingen
0.00m Zand, matig fijn bruin/zwart, zwak puinhoudend.
-2.0 -1.0
-3.0 -2.0
2.70m Veen, bruin, zwak puinhoudend.
-4.0 -3.0
-5.0 -4.0
4.00m Einde boring.
-5.0
Hb2 28-01-2022 bij DKM4 NAP MV
Profiel
Maaiveldhoogte: -1.01 Grondwaterniveau: -1.31 M G P
t.o.v. NAP t.o.v. NAP
Coordinaten:
Omschrijving bodemprofiel
Opmerkingen
0.00m Zand, matig grof bruin, zwak puinhoudend, matig humushoudend.
-2.0 -1.0
1.00m Zand, matig grof bruin/zwart, matig humushoudend. 1.50m Veen, bruin.
-3.0 -2.0
-4.0 -3.0
-5.0 -4.0
4.00m Einde boring.
-6.0 -5.0
GEO-SUPPORTING BV Lisserbroek
Project:
Dorpsstraat 25
Locatie: Landsmeer
Rapportnr:
300.03.553622
Proj. datum:
28-01-2022
Tabel X-, Y- en Z- coördinaten
Meetpunt
X-coördinaat
Y-coördinaat
Z-coördinaat
DKM1+Hb1
122851,78
493892,33
-0,97
DKM2
122864,40
493890,16
-1,06
DKM3
122875,30
493889,32
-1,09
DKM4+Hb2
122870,60
493878,17
-1,01
DKM5
122856,46
493880,54
-0,92
DKM6
122839,53
493881,46
-0,67
Put
122842,85
493898,76
-0,52
Referentie: DGPS Datum: 28-01-2022 De genoemde inmeet- en waterpasresultaten zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor de realisatie van het bouwproject en/of andere doeleinden.
BIJLAGE 2 Funderingsadvies ten behoeve van: Nieuwbouw aan de Dorpsstraat 25 Landsmeer
-1Op dit advies zijn uitsluitend de DNR2011 alsmede onze Algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, welke een aansprakelijkheidsbeperking bevatten
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................. 3 2. Projectgegevens..................................................................................................................... 3 3. Geotechnisch bodemonderzoek ........................................................................................... 3 4. Uitgangspunten .................................................................................................................... 4 4.1. Hoogteligging.................................................................................................................. 4 4.2. Bodemopbouw ............................................................................................................... 4 4.3. (Grond)waterstanden ..................................................................................................... 4 5. Funderingsadvies ................................................................................................................... 5 5.1. Draagvermogen fundering ............................................................................................. 5 5.2. Negatieve kleefbelasting ................................................................................................ 6 5.3.
Uitvoering ....................................................................................................................... 6
Bijlagen
1. Overzicht netto draagvermogen 2. Detail berekening negatieve kleef 3. Detail berekening draagvermogen
-2-
1.
Inleiding
Ingevolge uw opdracht heeft Geo-Supporting bv een funderingsadvies opgesteld ten behoeve van de nieuwbouw aan de Dorpsstraat 25 te Landsmeer. Dit rapport bevat het geotechnisch advies.
2.
Projectgegevens
Dit advies is opgesteld ten behoeve van de nieuwbouw aan de Dorpsstraat 25 te Landsmeer. De volgende gegevens zijn door de opdrachtgever ter beschikking gesteld: • Tekening B736;OV-01, “Plattegronden en Renvooi” getekend door Leloup Architecten d.d. 2 april 2020 • Tekening B736;OV-02, “Gevels, doorsneden en renvooi” getekend door Leloup Architecten d.d. 2 april 2020
3.
Geotechnisch bodemonderzoek
Bij het tot stand komen van dit advies is gebruik gemaakt van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek met projectnummer 300.03.553622 Het grondonderzoek heeft bestaan uit sonderingen, waarvan met meting van de plaatselijke mantelwrijving. De sondeerresultaten zijn gegeven op de grafieken 1 t/m 6, waarop de diepte is uitgezet ten opzichte van NAP. Op de grafieken van de kleefmantelsonderingen is tevens het wrijvingsgetal weergegeven. Dit is de verhouding tussen de plaatselijke mantelwrijving en de conusweerstand (W/C * 100%). Empirisch is vastgesteld dat het wrijvingsgetal een nauwe relatie heeft met de grondsoort, zodat een goede indicatie van de laagopbouw wordt verkregen. Ter aanvulling van het sondeeronderzoek zijn twee ondiepe boringen verricht ter nadere verkenning van de toplagen en bepaling van de actuele grondwaterstand. Op basis van een veldclassificatie zijn boorprofielen gemaakt die als bijlage zijn toegevoegd aan het rapport.
-3-
4.
Uitgangspunten
Het funderingsadvies is opgesteld op basis van NEN-9997-1+c2; 2017. Deze norm bevat de NEN-EN 1997-1 (Eurocode 7 – Deel 1) en de nationale bijlage. Bij het opstellen van dit advies worden de volgende uitgangspunten aangehouden : bij de berekeningen wordt uitgegaan van centrisch en op druk belaste funderingselementen; Het bouwwerk wordt als niet-stijf bouwwerk beschouwd de constructie is geplaatst is in veiligheidsklasse RC2 de constructie is geplaatst in geotechnische categorie 2.
4.1.
Hoogteligging
Ten tijde van het onderzoek bedroeg de maaiveldhoogte ter plaatse van de onderzoekslocaties NAP -0,67 à -1,09m.
4.2.
Bodemopbouw
In tabel 1 is de aangetroffen bodemgesteldheid globaal omschreven: Tabel 1: Globale bodemopbouw Niveau Grondsoort bovenkant laag [NAP + ... m]
maaiveld ZAND, matig vast / KLEI sterk zandig -2,0 à -2,5 VEEN, slap -4,1 à -4,6 VEEN, matig slap -5,0 à -5,2 ZAND, sterk kleiig / KLEI sterk zandig -11,8 à -12,0 KLEI, zandig -13,2 à -13,7 ZAND, matig vast tot vast maximaal verkende diepte is NAP -27,0 m
4.3.
(Grond)waterstanden
Ter plaatse van de uitgevoerde boringen is op 28 januari 2022 de grondwaterstand aangetroffen op een niveau van NAP -1,31 à -1,47 m. Dit betreft twee éénmalige waarnemingen; o.a. door wisselingen in neerslagoverschot zijn fluctuaties van de grondwaterstand mogelijk.
-4-
5.
Funderingsadvies
Gezien de aangetroffen bodemopbouw komt voor dit project een fundering op palen in aanmerking. Hierbij is voor dit project gekozen voor een fundering op schroef-injectiepalen Ø114/180/300mm en Ø140/220/350mm. Bij de berekeningen zijn de volgende paalfactoren, afkomstig van Tabel 7.c van NEN 9997-1, gehanteerd: αp = paalklassefactor voor de berekening van de = 0,63* draagkracht van de paalpunt β = factor die de invloed van de paalvoetvorm in = 1,0 rekening brengt s = factor die de invloed van de vorm van de = 1,0 dwarsdoorsnede van de paalvoet in rekening brengt αs = factor die de invloed van het paaltype op de = 0,008 schachtwrijving in rekening brengt * Deze waarde kan alleen aangehouden worden, indien over de laatste gang van 8x de paaldiameter, tot het beoogde paalpuntniveau, de boorbuis niet op-en-neer wordt gehaald, en na het op diepte komen van de paal aan de punt onder verhoogde druk wordt afgeperst.
5.1.
Draagvermogen fundering
In bijlage 1 is de berekende netto draagkracht aangegeven, dit is de rekenwaarde van de maximale draagkracht minus de negatieve kleefbelasting. Ten behoeve van de bepaling van de rekenwaarde van de berekende draagvermogens zijn onderstaande factoren toegepast. ξ3/4 = Correlatiefactor voor de bepaling van karakteristieke = 1,30 waarden uit de resultaten van grondproeven. (bepaald volgens NEN 9997-1, Tabel A.10a, uitgaande van aantal sonderingen N ≤ 3) γt = partiële weerstandsfactor op de totale weerstand = 1,20 voor op druk belaste palen Indien de rekenwaarde voor de paalbelasting, vermeerderd met de optredende negatieve kleef, gelijk blijft of kleiner is dan de rekenwaarden van het paaldraagvermogen (Fc;d + Fnk;d ≤ Rc;d), wordt voldaan aan de sterkte-eis voor de uiterste grenstoestand (UGT). Tevens zal dan, in de meest voorkomende situaties, de paalkopopzakking relatief gering zijn. Door deze relatief geringe paalkopopzakkingen, wordt tevens voldaan aan de vervormingseisen voor de bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT). In bijlage 3 is een detailberekening weergegeven voor de berekening van de netto draagvermogens van de fundering.
-5-
5.2.
Negatieve kleefbelasting
Bij de berekening van het draagvermogen is rekening gehouden met de ontwikkeling van negatieve kleef langs de paalschachten. Deze extra paalbelasting (Fs;nk;d) treedt op naast de constructiebelastingen (Fc;d). In bijlage 2 is een detailberekening weergegeven voor de berekening van de negatieve kleef. 5.3.
Uitvoering
De aannemer dient een werkplan op te stellen waarin tenminste de keuze van het materieel, de plaats van de eerste paal en de globale uitvoeringsvolgorde vermeld is. Hierbij dient de aannemer tenminste de beschikking te hebben over het geotechnisch advies en het uitgevoerde grondonderzoek. Voor de installatie van de schroefinjectiepalen dient een gespecialiseerd, gerenommeerd aannemingsbedrijf te worden ingeschakeld. Geadviseerd wordt de eerste paal zo dicht mogelijk bij een sondering te installeren. Het waargenomen installatiegedrag kan, in combinatie met het sondeerbeeld, een indicatie vormen voor de controle van tussen de sonderingen te installeren palen. Tijdens het boren dient de boorsnelheid afgestemd te zijn op de snelheid van inbrengen. Over de laatste gang van 8x de paaldiameter, tot het beoogde paalpuntniveau, dient de boorbuis niet op-en-neer gehaald te worden. Na het op diepte komen van de paal dient aan de punt onder verhoogde druk met grout te worden afgeperst. Geo-Supporting bv
-6-
Bijlage 1: Overzicht netto draagvermogen Alle niveaus/hoogtes/peilmaten zijn t.o.v.: N.A.P.
sondering 01 - Ontgraven
02 - Ontgraven
03 - Ontgraven
maaiveld paalpunt Rc ; n e t t o ; d [kN] niveau niveau R114/180/300 R140/220/350 -4.00
-4.00
-4.00
-15.00 -15.50
304 309
392 373
-20.50 -21.00 -21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00 -24.50
328 393 447 496 578 665 725 778 760
430 502 564 621 723 851 928 989 955
-15.00 -15.50
334 409
434 512
-20.50 -21.00 -21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00 -24.50
231 314 359 384 437 477 547 559 675
295 417 454 483 550 600 690 707 846
-15.00 -15.50
238 266
303 332
-20.50 -21.00 -21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00
301 410 494 511 555 584 626 656
396 532 621 647 697 739 798 839
-7-
Alle niveaus/hoogtes/peilmaten zijn t.o.v.: N.A.P.
sondering 04 - Ontgraven
05 - Ontgraven
06 - Ontgraven
maaiveld paalpunt niveau niveau -4.00
-4.00
-4.00
Rc ; n e t t o ; d [kN] R114/180/ R140/220/
-15.00
404
502
-20.50 -21.00 -21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00 -24.50
278 388 362 390 504 589 636 725 778
379 438 459 489 653 749 803 910 971
-15.00
291
370
-21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00 -24.50 -25.00
246 254 301 311 385 449 573 617
314 333 381 392 487 574 716 774
-15.00
435
558
-21.50 -22.00 -22.50 -23.00 -23.50 -24.00 -24.50 -25.00
256 374 426 509 633 564 453 460
322 477 536 642 778 607 557 559
-8-
Bijlage 2: Detail berekening negatieve kleef Uitgangspunten - gehanteerde sondering - gehanteerde paal - paalpuntniveau - paalkopniveau - traject negatieve kleef - ps u r ; k
: 01 - Ontgraven tot -4.00 : R114/180/300 : N.A.P.-15.00 m : N.A.P. -4.00 m : N.A.P. -4.00 m tot : N.A.P. -4.00 m : 0.00 kN/m2
Berekening negatieve kleef De karakteristieke waarde van de maximale negatieve kleefbelasting v.e. alleenstaande paal volgens art. 7.3.2.2 (d) bedraagt: Fn k ; k waarin : Os ;gem dj K0 ; j ; k j ; k 'v ; j ; k
= Os ; g e m * dj *K0 ; j ; k *tan j ; k *('v ; j - 1 ; k + 'v ; j ; k )/2.0 = 0.0 kN = omtrek van de dwarsdoorsnede van de paalschacht = de dikte van de grondlaag i = de karakteristieke waarde van de neutrale gronddrukfactor in laag i = de karakteristieke waarde van de wrijvingshoek = de karakteristieke waarde van de effectieve verticale spanning onder in laag j
Rekenwaarde De situatie met reductie van de conusweerstand a.g.v. ontgraving levert het laagste draagvermogen en is daarmee maatgevend. In deze situatie is er geen korrelspanningsverhoging en dus ook geen zetting. De rekenwaarde van de maximale negatieve kleefbelasting van een alleenstaande paal bedraagt dan: Fn k ; d = Fn k ; k * f ; n k = 0.0 kN waarin : f ; n k
in dit geval : = belastingfactor voor de negatieve kleef (art. 7.3.2.2 (b)) 1.0
-9-
-
Bijlage 3: Detail berekening draagvermogen Uitgangspunten - gehanteerde sondering - gehanteerde paal - paalpuntniveau - traject positieve kleef
: 01 - Ontgraven tot -4.00 : R114/180/300 : N.A.P.-15.00 m : N.A.P.-13.50 m tot: N.A.P.-15.00 m
Maximale draagkracht van de paalpunt De maximale puntweerstand volgens art. 7.6.2.3 (e) bedraagt : qb ; m a x
waarin : qc ; I ; g e m qc ; I I ; g e m qc ; I I I ; g e m p r s
= 0.5 * p * * s * ((qc ; I ; g e m + qc ; I I ; g e m )/2 + qc ; I I I ; g e m ) = 5.288 MPa in dit geval : = de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over traject I = de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over traject II = de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over traject III = paalklassefactor = factor voor de paalvoetvorm = hoek van de inwendige wrijving = verhouding b/a = factor voor de vorm van de voet
=
11.61
MPa
=
11.60
MPa
= = = = = =
5.18 MPa 0.63 1.00 32.5 1.00 1.00 -
Voor een uitgebreide beschrijving van het bepalen van de gemiddelde conusweerstanden in de gebieden I, II en III wordt verwezen naar art. 7.6.2.3 (e) in de norm. De maximale draagkracht van de paalpunt volgens art. 7.6.2.3 (c) bedraagt: Rb ; c a l ; m a x ; i = Ab * q b ; m a x ; i = 374 kN waarin : Ab
= oppervlak van de paalvoet
=
in dit geval : 0.0707 m2
Maximale paalschachtwrijving De maximale paalschachtwrijving volgens art. 7.6.2.3 (i) bedraagt: qs ; m a x ; z
= s * qc ; z ; a
De maximale schachtwrijvingskracht volgens art. 7.6.2.3 (c) bedraagt: Rs ; c a l ; m a x ; i = Os ; l ; g e m * qs ; m a x ; z ; i * dz = 100 kN
- 10 -
Per laag Alle niveaus/hoogtes/peilmaten zijn t.o.v.: N.A.P. Nr Laag ----1 Zand - Schoon - Matig totaal
Nivo Os ; g e m s Perc. qc ; z ; a qs ; m a x dz Rc ; c a l [m] [m1 ] [%] [MPa] [MPa] [m] [kN] -13.50 --------15.00 0.94 0.0080 100 8.87 0.071 1.50 100.3 0.94 0.0080 8.87 0.071 1.50 100.3
Maximale draagkracht De maximale draagkracht van de paal volgens art. 7.6.2.3 (c) bedraagt: Rc ; c a l ; i
= R b ; c a l ; m a x ; i + Rs ; c a l ; m a x ; i = 474 kN (= 374 + 100)
De karakteristieke waarde van de maximale draagkracht van de paal volgens art. 7.6.2.3 (b) bedraagt: = Rc ; c a l / 3 = 365 kN
Rc ; k waarin : 3 ( n = 1 )
(n=1)
= factor volgens art. A.3.3.3 bij 1 sondering =
in dit geval : 1.30 -
Voor de rekenwaarde van de maximale draagkracht van de paal kan volgens art. 2.4.7.3.3 worden aangehouden : Rc ; d
= Rc ; k / R = 304 kN
waarin : R
in dit geval : = partiële weerstandsfactor volgens art. A.3.3.2 tabel A.6, A.7 of A.8 = 1.20 -
Toetsing Getoetst moet worden of Rc;d - Fs;nk;d Fc;d waarbij Fr;d - Fs;nk;d = 304 - 0 = 304 kN, zodat moet worden voldaan aan: Fc;d 304 kN.
- 11 -