B3. Quickscan Flora en Fauna Noordeinde 131 - versie
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening NH2020 Plangebied: Noordeinde 133, Landsmeer Opsteller(s):
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening NH2020 Colofon Plangebied
Noordeinde 133, Landsmeer
Opsteller(s) Datum
6-2-2023
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20230113v01
Aantal pagina’s
33
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Contactpersoon Kwaliteitscontrole Projectleider Wijze van citeren
. de, 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening NH2020. Plangebied: Noordeinde 133, Landsmeer. Kenmerk: ER20230113v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2023
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Onderzoeksmethodiek 1.4 Leeswijzer Omschrijving plangebied 2.1 Algemeen 2.2 Beschrijving
5 5 5 5 6 7 7 7
2.3 Geplande ingrepen 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden 2.3.2 Methode uitvoering: materieel en werkwijze 2.3.3 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode 2.3.4 (Ontwerp)tekening Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
8 8 8 8 8 10
3.1 3.1.1
Wet natuurbescherming Natura 2000
10 10
3.2 3.2.1
Omgevingsverordening NH2020 Natuurnetwerk Nederland
12 12
4
3.2.2 Bijzonder Provinciaal Landschap Beschermde houtopstanden
13 14
5
4.1 Wet natuurbescherming Onderzoeksresultaten beschermde soorten
14 15
5.1 5.1.1
Soorten Vogelrichtlijn Bronnenonderzoek
15 15
5.1.2 Verkennend veldonderzoek 5.1.3 Effectbeoordeling en toetsing 5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Bronnenonderzoek 5.2.2 Verkennend veldonderzoek 5.2.3 Effectbeoordeling en toetsing 5.3 Nationaal beschermde soorten 5.3.1 Bronnenonderzoek 5.3.2 Verkennend veldonderzoek 5.3.3 Effectbeoordeling en toetsing 5.4 Invasieve exoten Vervolgstappen
15 16 18 18 18 19 20 20 21 22 22 23
6.1 6.2 6.3 6.4
23 23 23 25
6
Algemeen Beschermde gebieden Beschermde soorten Onderzoeksperioden
3
6.5 Ontheffing Conclusies Geraadpleegde bronnen 8.1 Literatuur 8.2 Internet Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming Bescherming van gebieden Bescherming van soorten 7 8
Bescherming van houtopstanden Omgevingsverordening NH2020
Ecoresult B.V. februari 2023
26 27 28 28 28 29 31 31 31 31 32 33
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Noordeinde 133, Landsmeer. De aanleiding voor dit verzoek betreft de splitsing van een kavel, de daaropvolgende sloop van een schuur, het verwijderen van groen en de nieuwbouw van een woonhuis en vrijstaande berging (zie verder hoofdstuk 2.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: x overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); x een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); x overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); x een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden). In het kader van de Omgevingsverordening NH2020.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. x Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 25 januari 2023 door , ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht. x Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 5 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Daarnaast zijn indien beschikbaar de gemeentelijke
1 Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/ruimtelijke-
ingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige
Ecoresult B.V. februari 2023
5
x
natuurkaarten geraadpleegd. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF uitvoerportaal.
1.4
Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.
Ecoresult B.V. februari 2023
6
2
Omschrijving plangebied
2.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat een tuin met daarop een schuurtje aan de Noordeinde 133 te Landsmeer, gemeente Landsmeer, provincie Noord-Holland (Figuur 2).
Figuur 2: Ligging van plangebied Noordeinde 133, Landsmeer (rode omlijning) en het onderzochte gebied (blauwe omlijning) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: OpenStreetMap
2.2
Beschrijving x x x x x
x
x
x x
Het plangebied wordt aan de west-, zuid- en oostzijden omringd door smalle ondiepe watergangen (maximaal 1 meter breed) met overwegend houten beschoeiing. Aan de westzijde is een stalen brug met planken brugdek aanwezig tussen de Noordeinde en het plangebied. Bebouwing bestaat uit een houten schuur. De houten schuur heeft een enkel laags dak. De dakbedekking bestaat uit asbest golfplaten. De schuur is enkelwandig. En er zijn geen tussenruimtes aanwezig. Aan de lange zijdes bevind zich dakgoten en regenpijpen voor regenwaterafvoer. Het golfplaten dak sluit niet direct aan op de houten gevel. Rondom de schuur is een tuin aanwezig, net als de schuur behorend tot Noordeinde 131. De beplanting binnen het plangebied bestaat uit gazon, met verspreid plantenperkjes, enkele bomen en struiken. De bomen zijn van geringe hoogte en er zijn geen boomnesten of holtes aanwezig. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit bebouwing en bebouwde kavels. Deze bebouwing is voorzien van pannendakken met toegankelijke openingen onder overstekkende kantpannen en de eerste rij dakpannen toegankelijk via de dakgoot. Tussen de kavels lopen watergangen met een houten beschoeiing aan beide kanten. De oprijlaan is verhard met klinkerbestrating. Verder is geen bestrating aanwezig in het plangebied.
Ecoresult B.V. februari 2023
7
x
Straatverlichting is aanwezig aan de straatzijde van het plangebied door middel van lantaarnpalen.
2.3
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden Het plangebied zal opnieuw herontwikkeld worden. Dit houdt in ieder geval in: x De splitsing van het kavel en de aanleg van een hek. x De sloop van het huidige schuurtje binnen het plangebied. x De sloop van de oude toegangsbrug x Het bouwrijp maken van het plangebied. x Het verwijderen en opschonen van het groen binnen het bouwvlak voor de nieuwe woning (zie Figuur 3) x De bouw van een nieuwe woning en een vrijstaande berging. x De bouw van een nieuwe toegangsbrug x De aanleg van verharding en 4 parkeervakken met grastegels.
2.3.2
Methode uitvoering: materieel en werkwijze Per fase start de bouw nadat het (deel)plangebied bouwrijp is gemaakt. De bouwwerkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit: x heien paalfundering; x bouwen / monteren casco (wanden, vloeren, gevels, dak); gebruik bouwsteigers, mobiele x x x
2.3.3
kranen e.d.; installaties en afbouw; De werkzaamheden worden met het nodige (zwaar) materieel uitgevoerd; Tijdens de werktijden is de bouwplaats voor zonsopgang en na zonsondergang verlicht met bouwlampen; buiten de werktijden is de bouwplaats na zonsondergang tot voor zonsopgang in het kader van veiligheid spaarzaam verlicht.
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Het voornemen is de werkzaamheden in 2023 te starten. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.4
(Ontwerp)tekening De ontwerptekening van dit project is te vinden in Figuur 3.
Ecoresult B.V. februari 2023
8
Figuur 3: Ontwerptekening van de nieuwe inrichting van het plangebied Ruimzicht. Bron: Hooyschuur
Ecoresult B.V. februari 2023
9
3
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1
Natura 2000
3.1.1.1
Algemeen Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske op ca. 290 meter ten oosten van het plangebied (zie Figuur 4). Dit gebied heeft stikstofgevoelige habitats.
3.1.1.2
Stikstof In de aanlegfase zal er gebruik gemaakt worden van machines die stikstof uitstoten. Ook zal er sprake zijn van bouwverkeer ten bate van dit project. Als gevolg hiervan is stikstofdepositie op nabijgelegen stikstofgevoelige habitats in de omgeving en daarbij behorende negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Een nadere beoordeling van de aanlegfase middels de AERIUSberekening is derhalve nodig. In de gebruiksfase zal er uitgegaan worden van gasvrije bebouwing (geen stikstofdepositie als gevolg van gasverbranding in het gebouw zelf), maar het gebruik van het plangebied zal wel veranderen (van 1 naar 2 huishoudens, waardoor er mogelijk een verkeersaantrekkende werking is). Een nadere beoordeling middels de AERIUS-berekening is derhalve nodig.
Figuur 4: Plangebied Noordeinde 133, Landsmeer (rode stip) en de nabijgelegen Natura 2000 gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (groen en blauw) en stikstofgevoelige habitats (paars). Bron: AERIUS calculator versie 2022 | 30-01-2023
Ecoresult B.V. februari 2023
10
3.1.1.3
Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) worden niet direct verwacht. Volgens de effectenindicator met activiteit woningbouw zijn er vissen (bittervoorn, kleine modderkruiper, rivierdonderpad), vleermuizen (meervleermuis) en vogels (roerdomp, visdief) zeer gevoelig voor deze verstoringsvormen Figuur 6. Echter vinden de ontwikkelingen op ca. 290 m van het Natura 2000-gebied plaats en kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat de afstand dusdanig groot is dat dit geen negatieve effecten zal hebben op deze soorten en de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Er worden ook geen negatieve effecten verwacht op een eventuele vliegroute voor meervleermuis van het foerageergebied naar de verblijfplaatsen. Meervleermuis foerageert voornamelijk boven het Rietveen ten westen van de bebouwde kom van Landsmeer en de dichtstbijzijnde bekende verblijfplaatsen zijn aanwezig in Oostzaan op een afstand van 2,4 km ten westen van het plangebied. Daarbij wordt de Ringvaart gebruikt als vliegroute (zie Figuur 5). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van deze structuur. Op basis van de afstand tot deze vliegroute kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Figuur 5: Plangebied Noordeinde 133, Landsmeer (rode stip) ten opzichte van in de omgeving waargenomen meervleermuizen (groen stippen) en de nabijgelegen vliegroute van meervleermuis (oranje lijnen) en de bekende vaste rust- en verblijfplaatsen. Bron: NDFF | 03-02-2023
Ecoresult B.V. februari 2023
11
Figuur 6: Effectenindicator voor het Natura 2000 gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske voor de activiteit woningbouw. Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl
3.2
Omgevingsverordening NH2020
3.2.1
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 7. Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Oostzaner- en Ilperveld. Dit gebied ligt op ca. 290 meter ten oosten van het plangebied. Er zijn geen Ecologische verbindingszone in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. In de provincie Noord-Holland is geen sprake van toetsing van externe werking op gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk2. De Provinciale Omgevingsverordening NH2020 wordt niet overtreden.
2 https://bestanden.noord-holland.nl/internet/Onderwerpen/Natuur/nnn-wijzer/misverstand-ontwikkelingen-in-de-
nabijheid.html
Ecoresult B.V. februari 2023
12
3.2.2
Bijzonder Provinciaal Landschap Het plangebied is niet gelegen in een weidevogelleefgebied, een onderdeel van het Bijzonder provinciaal landschap (zie Figuur 7). Het dichtstbijzijnde Bijzonder Provinciaal Landschap ligt op ca. 109 meter ten westen van het plangebied. Dit betekent dat het plangebied ook niet gelegen is binnen Leefgebied voor Weidevogels. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Provinciale Omgevingsverordening NH2020 wordt niet overtreden.
Figuur 7: Ligging plangebied Noordeinde 133, Landsmeer ((globaal rood omlijnd) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland en Bijzonder Provinciaal landschap. Bron: https://geoapps.noord-holland.nl | 31-01-2023
Ecoresult B.V. februari 2023
13
4
Beschermde houtopstanden
4.1
Wet natuurbescherming Er worden voor deze ontwikkeling geen bomen gekapt. Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt daarom voor deze ontwikkeling niet overtreden.
Ecoresult B.V. februari 2023
14
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Soorten Vogelrichtlijn
5.1.1
Bronnenonderzoek
5.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied Noordeinde 133, Landsmeer. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 13-01-2023 Soort
Beschermingscategorie
Boomvalk
Categorie 4
Buizerd
Categorie 4
Gierzwaluw
Categorie 2
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Oehoe
Categorie 3
Ooievaar
Categorie 3
Ransuil
Categorie 4
Roek
Categorie 2
Slechtvalk
Categorie 3
Sperwer
Categorie 4
Steenuil
Categorie 1
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.1.2
Verkennend veldonderzoek
5.1.2.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Voor zowel huismus als gierzwaluw zijn geen mogelijkheden in het schuurtje om vaste rust- en verblijfplaatsen te herbergen. Er zijn geen openingen of kieren aanwezig (bijvoorbeeld dakpannen, ruimtes tussen gevel en dak) naar toegankelijke tussenruimtes waar gierzwaluw en huismus vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen herbergen. Het groen binnen het plangebied kan gebruikt worden als functioneel leefgebied voor huismus echter zijn in de directe omgeving genoeg alternatieve groenstructuren aanwezig in de vorm van groene voor- en achtertuinen langs de Noordeinde. Of basis hiervan maakt het plangebied geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van huismus. De lintbebouwing rondom het plangebied is wel
Ecoresult B.V. februari 2023
15
geschikt voor huismus en gierzwaluw. Deze soorten zouden tot broeden kunnen komen onder de pannendaken die toegankelijk zijn via openingen onder overstekkende kantpannen en openingen onder de eerste rij dakpannen die toegankelijk zijn via de dakgoot. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen steenuil- en kerkuilnestkasten aanwezig, sterk urbane omgeving). Tevens zijn er geen geschikte invliegopeningen aanwezig en zijn er ook geen sporen (uilenbalen, prooiresten of uitwerpsel) aangetroffen. Voor ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestpalen met ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten. Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen binnen en direct rondom het plangebied geen nesten waargenomen.
Mede op basis hiervan kan de aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en roek worden uitgesloten. 5.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals ekster (zogenaamde Categorie 5-soorten). Deze soort zoud tot broeden kunnen komen in de bomen binnen het plangebied. De directe omgeving van het plangebied is ook geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals koolmees, pimpelmees, spreeuw en ekster.
5.1.2.3
Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving zijn geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, zoals roodborst, winterkoning en merel. Algemene vogels kunnen tot broeden komen in bijvoorbeeld de struiken en bomen in de tuin van het plangebied.
5.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.1.3.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vogels. Geschikte nestplaatsen ontbreken. Met de ontwikkelingen gaat er geen essentieel functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. De naastgelegen lintbebouwing is wel geschikt voor gebouwbewonende vogels zoals huismus en gierzwaluw. Echter zijn er geen ontwikkelingen gepland in de direct nabijheid van deze gevels Op basis van de afstand tot deze gevels (>10m) kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat er geen negatieve effecten zullen opstreden op vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten. Nader (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten
Ecoresult B.V. februari 2023
16
kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. (zie Hoofdstuk 6). 5.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5-soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op bezette nesten van Categorie 5-soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
5.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 6.
Ecoresult B.V. februari 2023
17
5.2
Soorten Habitatrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
5.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied Noordeinde 133, Landsmeer Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 13-01-2023. Soort
Soortgroep
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Laatvlieger
Zoogdieren - Vleermuizen
Meervleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Rosse vleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren - Vleermuizen
Noordse Woelmuis
Zoogdieren - Overig
Rugstreeppad
Amfibieën
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
Sierlijk witsnuitlibel
Libellen
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De te slopen schuur herbergt geen mogelijkheden voor vleermuizen om of vaste rust- en verblijfplaatsen te herbergen. De schuur is enkelwandig en er zijn geen tussenruimtes aanwezig. Ook het dak bestaat uit een enkele laag zonder toegankelijke tussenruimtes waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Op basis hiervan worden verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis niet verwacht in het plangebied.
ruige
De bebouwing rondom het plangebied is wel potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw. De bomen in het plangebied en in de achtertuinen zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats.
Ecoresult B.V. februari 2023
18
Er zijn binnen het plangebied geen structuren (lijnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute3. In de omgeving zijn dit soort structuren wel aanwezig in de vorm van bomenrijen aan de achterzijde van de tuinen aan de Vogelwikkestraat die groenstructuren aan elkaar verbinden. Wat betreft foerageergebied zijn er enkele groenstructuren aanwezig binnen het plangebied waar vleermuizen kunnen foerageren. 5.2.2.2
Overige zoogdieren Noordse woelmuis is een soort van natte terreinen zoals rietland, moeras en drassige hooilanden. Het is door het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten dat deze soort in het plangebied voorkomt.
5.2.2.3
Amfibieën Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van rugstreeppad. De dichtstbijzijnde geïsoleerde populatie rugstreeppad bevindt zich in het Ilperveld op ca. 630 m ten noordoosten van het plangebied. Geschikt voortplantingswater en/of zandige ondergrond welke als overwinteringsplaats voor deze soort kan dienen is afwezig binnen het plangebied. Ook is het plangebied voor deze soort, vanwege de ligging in de bebouwde kom, met veel doorgaande wegen, en de aanwezigheid van steile houten beschoeiingen rondom het plangebied onbereikbaar.
5.2.2.4
Libellen Het plangebied is ongeschikt voor gevlekte witsnuitlibel en sierlijk witsnuitlibel. Deze soorten komen voor in poelen of plassen, waarbij de oevers begroeid zijn met struikgewas en ruigere vegetatie. Dit habitat is niet aanwezig in het plangebied.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) en bomen (ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis) is uitgesloten. Er zijn geen geschikte openingen aanwezig binnen het plangebied waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De naastgelegen lintbebouwing is wel geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis). Echter zijn er geen ontwikkelingen gepland in de direct nabijheid van deze gevels Op basis van de afstand tot deze gevels (>10m) kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat er geen negatieve effecten zullen opstreden op vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten. Wel wordt geadviseerd om overdag te werken en eventuele lichtmasten niet op de naastgelegen gevels te richten.
3 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
Ecoresult B.V. februari 2023
19
Wat betreft foerageergebied zouden vleermuizen kunnen foerageren in het plangebied echter vormt het plangebied geen essentieel leefgebied voor vleermuizen. Het plangebied is daarvoor te klein om te functioneren als essentieel leefgebied en er zijn ruim genoeg alternatieven aanwezig in de omgeving voor vleermuizen. Potentieel essentieel functioneel leefgebied is enkel in de omgeving van het plangebied aanwezig. Door de geruime afstand tussen deze structuren en het plangebied zullen de geplande werkzaamheden geen effecten hebben op deze structuren. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 7) van de Wnb worden niet overtreden. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is niet noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3
Nationaal beschermde soorten
5.3.1
Bronnenonderzoek
5.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 3: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied Noordeinde 133, Landsmeer. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 13-01-2023 Provinciale Provinciale Soort Soortgroep Soort Soortgroep vrijstelling vrijstelling Boommarter Zoogdieren Nee Wezel Zoogdieren Nee Bosmuis
Zoogdieren
Ja
Woelrat
Zoogdieren
Ja
Dwergmuis
Zoogdieren
Ja
Ringslang
Reptielen
Nee
Egel
Zoogdieren
Ja
Bastaardkikker
Amfibieën
Ja
Grijze zeehond
Zoogdieren
Nee
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Haas
Zoogdieren
Ja
Gewone pad
Amfibieën
Ja
Hermelijn
Zoogdieren
Nee
Kleine watersalamander Amfibieën
Ja
Huisspitsmuis
Zoogdieren
Ja
Meerkikker
Amfibieën
Ja
Konijn
Zoogdieren
Ja
Grote vos
Dagvlinders
Nee
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Ja
Zilveren maan
Dagvlinders
Nee
Steenmarter
Zoogdieren
Nee
Muurbloem
Vaatplanten
Nee
Veldmuis
Zoogdieren
Ja
Schubvaren
Vaatplanten
Nee
Vos
Zoogdieren
Ja
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
Nee
Waterspitsmuis
Zoogdieren
Nee
Ecoresult B.V. februari 2023
20
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Zoogdieren Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Noord-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft o.a. de egel en verschillende soorten (spits)muizen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Open water is in het plangebied afwezig. Daardoor is het plangebied ongeschikt voor zeezoogdieren als grijze zeehond. Het plangebied is door het ontbreken van grotere openingen in het schuurtje ongeschikt voor steenmarter. Er zijn geen openingen naar toegankelijke tussenruimtes aanwezig voor deze soort. Ook zijn van deze soort tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen. Wel zou het plangebied incidenteel gebruikt kunnen worden als jachtgebied door steenmarter echter zijn in de omgeving voldoende alternatieven in de vorm van tuinen en natuurgebieden aanwezig waar deze soort zich kan handhaven. Van de overige kleine marterachtigen zoals wezel, bunzing en hermelijn worden geen verblijfplaatsen van deze soorten in het plangebied verwacht. Structuurrijke vegetaties, bloemrijke graslanden, takkenrillen, struwelen en vermolmde boomstobben zijn in het plangebied afwezig, en daarmee voor deze dieren essentiële dekkings- en foerageermogelijkheden.
Waterspitsmuis kan worden uitgesloten wegens het ontbreken van water met een goed ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied.
5.3.2.2
Amfibieën en reptielen Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Noord-Holland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Open water wat als voortplantingswater kan dienen is in het plangebied niet aanwezig. Ook is er geen vergraafbare bodem die zou kunnen dienen als overwinteringsplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen van ringslang kunnen op voorhand worden uitgesloten. Voor ringslang zijn broedhopen die als voortplantingsplaats en overwinteringsplaats kunnen dienen afwezig binnen het plangebied.
5.3.2.3
Dagvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos en zilveren maan. Grote vos komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en is afhankelijk van wilgenbossen als waardplant. De soort heeft een sterk zwervend karakter en waarnemingen rondom het plangebied hebben betrekking op zwervende exemplaren. Zilveren maan wordt ook niet verwacht in het plangebied. Deze soort komt voor in kleine graslanden met een zoom van struweel of bos en heeft als waardplant moerasviooltje. Dit habitat is niet aanwezig in het plangebied. De soort wordt incidenteel waargenomen in het Ilperveld op een afstand van ca. 2.1 km ten noorden van het plangebied.
Ecoresult B.V. februari 2023
21
5.3.2.4
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn geen oude (kalk-)muren – geschikt voor muurbloem of schubvaren – aanwezig in het plangebied. Door de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom, met sterk gecultiveerde vegetatie zijn geschikte groeiplaatsen voor zandwolfsmelk in het plangebied daarom niet aanwezig. Daarnaast zijn er ook geen bekende groeiplaatsen bekend in en direct grenzend aan het plangebied.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Holland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige vrijgestelde en niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten is het plangebied ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.
Ecoresult B.V. februari 2023
22
6
Vervolgstappen
6.1
Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen.
6.2
Beschermde gebieden In Tabel 4 is in een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Er is aanvullend onderzoek nodig naar mogelijke bijdragen van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase in de vorm van een AERIUS-berekening. Tabel 4: Tabel met verwachte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen. Afstand tot Nader Mitigerende Type Negatief effect Ontheffing plangebied onderzoek maatregelen Natura 2000 290 m Mogelijk Ja, AERIUSNader te Nader te berekening bepalen bepalen Natuurnetwerk Nederland 290 Nee Nee Nee Nee Bijzonder Provinciaal 109 Landschap Beschermde houtopstanden N.V.T.
6.3
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Beschermde soorten In Tabel 5 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten. Voor voorliggend plan is nader onderzoek niet noodzakelijk.
23
Nee
n.v.t
Diverse (o.a. egel, bruine Ja Vaste rust- en verblijfplaats, Mogelijk Nee kikker, gewone pad Essentieel leefgebied (spits)muizen Nee
Nee
n.v.t
Vrijgesteld
Nee n.v.t.
Mogelijk Nee
Mogelijk Nee
Diverse
Nee n.v.t
Zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats en kraamverblijfplaats
Vaste rust- en verblijfplaats
n.v.t
Mogelijk Nee
n.v.t
Negatief effect
Niet vrijgesteld
Overige
Diverse (o.a. merel, Ja roodborst, winterkoning) Gewone dwergvleermuis, Nee ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis
Functie Vaste rust- en verblijfplaats
Ja
Diverse (koolmees, pimpelmees)
Soort
Nee n.v.t
Geschikt / aanwezig
Alle
Ja, Algemene bescherming vogels*
n.v.t
Nee
Nee
Ja, Zorgplicht**
Nee
Ja, Algemene bescherming vogels * Nee, mits Er dient overdag gewerkt te worden en eventuele lichtmasten dienen van de naastgelegen gevels af gericht te zijn n.v.t n.v.t
Nee
Nee
n.v.t
Ontheffing nodig
24
* Algemene bescherming vogels: Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedvogels. Schadelijke effecten op in gebruik zijnde nesten van vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Bij aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog de mogelijkheden bekeken te worden. Eventuele verwijdering van beplanting vindt plaats buiten de broedperiode van de aanwezige soorten (die globaal loopt van 1 maart tot 15 augustus). ** Zorglicht algemeen: De zorgplicht dient altijd in acht genomen te worden. De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten (en dus niet alleen de beschermde) en hun leefomgeving. Concreet betekent dit dat wanneer wordt vermoed dat door handelingen of nalaten geen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen mogen worden veroorzaakt.
Verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten (voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevraagd) en alle maatregelen te nemen die die negatieve gevolgen kunnen voorkomen, beperken of ongedaan te maken. In de praktijk zal dus wanneer men in het werkterrein een egel of g ewone pad aantreft, deze buiten het werkterrein geplaatst dient te worden of de kans moet krijgen om op eigen kracht het werkterrein te verlaten.
Invasieve exoten
Nationaal beschermd
Vleermuizen (gebouwbewonend)
Habitatrichtlijn
Beschermingsregime
Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels met nietjaarrond beschermde nesten (Categorie-5) Algemene vogels
Soortgroep
Vogelrichtlijn
Nader onderzoek****
Tabel 5: Mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, de verwachte functies en te nemen vervolgstappen. (Mitigerende) maatregelen (aantal)
Onderzoeksperioden In Tabel 6 is een overzicht te vinden van de perioden waarin aanvullend onderzoek mag plaatsvinden.
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Soort
Februari
Tabel 6: De onderzoeksperioden voor het benodigde nader onderzoek.
Januari
6.4
AERIUS Berekening Berekening/rapportage
25
6.5
Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelijk in de volgende gevallen x Indien er een bijdrage in stikstofdepositie wordt vastgesteld De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Ook dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. De doorlooptijd van de stikstofvergunning is op dit moment onbekend. U komt alleen in aanmerking voor een vergunning als uw project voldoet aan 1 of meer voorwaarden4: x Door uw activiteit zal de stikstofdepositie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie. x Als uw activiteit zorgt voor een toename van de stikstofdepositie, neemt u ook maatregelen waardoor de stikstofdepositie omlaag gaat. Belangrijk is dat de totale stikstofdepositie uiteindelijk lager is dan in de huidige situatie. x U maakt gebruik van extern salderen: overhevelen van een toestemming voor stikstofuitstoot van een stoppend bedrijf naar uw project. De toestemming geldt voor maximaal 70% van de stikstofuitstoot van het stoppende bedrijf. x x
Uit een ecologische toets blijkt dat de stikstofuitstoot van uw activiteit niet leidt tot aantasting van een Natura 2000-gebied. Uw activiteit kent een groot maatschappelijk belang en voldoet aan de ADC-toets: o (A) geen alternatieven o (D) dwingende noodzaak o (C) voldoende compenserende maatregelen
De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken). Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: x Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie). x Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie). x
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving. Dit kan worden voorkomen door het treffen van voldoende mitigerende/compenserende maatregelen.
4 https://www.noord-holland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melden
Ecoresult B.V. februari 2023
26
7
Conclusies In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Noordeinde 133, Landsmeer. De aanleiding voor dit verzoek betreft de splitsing van een kavel, de daaropvolgende sloop van een schuur, het verwijderen van groen en de nieuwbouw van een woonhuis en vrijstaande berging. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: x
Gebiedsbescherming o Wet Natuurbescherming Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en de gebruiksfase van dit project niet op voorhand is uit te sluiten.
x
Overige effecten (geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) op Natura2000 kunnen op voorhand worden
uitgesloten o Provinciale Verordening NH2020 Effecten op beschermde gebieden onder de Provinciale Verordening Noord-Holland kunnen op voorhand worden uitgesloten. o Houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt voor deze ontwikkeling niet overtreden. Beschermde soorten o Negatieve effecten op soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten mits er wordt voldaan aan de maatregelen benoemd in hoofdstuk 6
27
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Literatuur Vleermuisprotocol 2021 x Anoniem, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging
8.2
Internet Beschermde gebieden & soorten x https://geoapps.noord-holland.nl/https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl x https://geoapps.noordholland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=d40b74358f2b49f383113ea8 d74362b5
x
https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melde n https://www.synbiosys.alterra.nl/
x
https://calculator.aerius.nl/wnb/
x
Kadastrale Kaarten x https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html Nationale Databank Flora en Fauna x
https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving x www.rvo.nl PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart x http://pdokviewer.pdok.nl
28
Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied
Voorgevel van het te verwijderen schuurtje binnen het plangebied gezien vanuit het westen. Foto: | Ecoresult B.V.
Achtergevel van het te verwijderen schuurtje binnen het plangebied gezien vanuit het westen. Foto: | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. februari 2023
29
Het schuurtje is opgetrokken uit houten planken. Deze sluiten goed aan en er zijn geen openingen of kieren aanwezig. Foto: | Ecoresult B.V.
Het dak van het schuurtje bestaat uit een enkele laag van asbest golfplaten en er zijn geen tussenruimtes aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken Foto: | Ecoresult B.V.
Ecoresult B.V. februari 2023
30
Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelen tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in drie categorieën.
Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. De verschillende Natura 2000-gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000-gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 2 november 2022 is de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aangewezen activiteiten van de bouwsector komen te vervallen. Als gevolg hiervan is de werkwijze van vóór 1 juli 2021 omtrent stikstofdepositie in de gebruiksfase weer actueel geworden. De effecten van stikstofuitstoot, en de daarbij behorende stikstofdepositie dienen daarom weer getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUSberekening. Ook stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeersaantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening.
Indien er sprake is van stikstofdeposities (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitats in Natura2000gebieden is er sprake van een vergunningsplicht.
Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie Tabel 7). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen5.
5 Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Ecoresult B.V. februari 2023
31
Tabel 7: De verbodsbepalingen behorende bij de verschillende beschermingsregimes zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Beschermingsregime soorten Beschermingsregime soorten Beschermingsregime Nationaal Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Art 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten opzettelijk te vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied doden of te vangen. vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van dieren opzettelijk te beschadigen of van vogels weg te nemen vernielen. te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en dezeHet is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben. natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren.
wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. vernielen
Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: x x x x x x
x x
houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; houtopstanden op erven of in tuinen; fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; kweekgoed; uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen; o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
Ecoresult B.V. februari 2023
32
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Omgevingsverordening NH2020 In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermd gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening NH2020 zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben. Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. Elke provincie heeft zelf de regie over de invulling van deze kenmerken en waarden. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Noord-Holland niet van toepassing. Provincies zijn vrij dit nader in te vullen. Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen. In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.
Ecoresult B.V. februari 2023
33