B3 Aanpak zoals verstuurd aan Veiligheidsberaad 24 j
Tekst van het document
CONCEPT AANPAK AAN VOORZITTERS VEILIGHEIDSREGIOS en VOORZITTER VEILIGHEIDSBERAAD Sinds maanden moet er in de migratieketen gepast en gemeten worden om opvang te bieden voor wie dat nodig heeft. Mensen worden opgevangen onder omstandigheden die regelmatig te wensen over laten. De afgelopen weken en dagen is de situatie in de gehele migratieketen (in-, door- en uitstroom) verder onder druk komen te staan. Hierbij hebben bij herhaling mensen in tenten of andere noodvoorzieningen moeten slapen. De acuut verslechterende situatie in de asielopvang maakt het noodzakelijk dat er tijdelijk op hoog ambtelijk en politiek-bestuurlijk niveau coördinatie en besluitvorming plaatsvindt over doorstroom in de migratieketen middels de nationale crisisstructuur. Hierin zijn ook de medeoverheden en veiligheidsregio’s betrokken. Maandag 20 juni is dit ten aanzien van onderdelen waarvoor uw ondersteuning gevraagd wordt, met u besproken. Maandag is besloten dat, gezien de rolverdeling en complexiteit, dit een tweede bespreking vraagt en is een verduidelijking van de context van de rijksaanpak en het verzoek aan veiligheidsregio’s van rijkszijde gevraagd. U gaf daarnaast aan dat uw operationele inzetcapaciteit zeer beperkt is en u behoefte heeft aan een duidelijke horizon voor wat betreft de duur van uw mogelijke inzet.
Wij zijn het met u eens dat het niet direct logisch is zo’n groot beroep op u te doen in een crisis die elementen kent waarvoor u niet als eerste aan zet bent. Ook zijn wij ons ervan bewust dat het een omvangrijke opgave bovenop bestaande opgaven zoals de opvang van ontheemden uit Oekraïne en andere eerdere crises is, waarin wij veel van u vragen. U levert hierbij allen een buitengewone inspanning, wat een onmisbaar element vormt in de wijze waarop Nederland de opgaven kan volbrengen. Tegelijkertijd kunnen wij in deze crisis niet zonder u en willen we de problematiek zijaan-zij aanpakken. We waarderen uw bereidheid om het gesprek voort te zetten over welke bijstand de veiligheidsregio’s het kabinet kunnen bieden. Aan het bovenstaande voegen we graag toe dat het kabinet alles op alles zal zetten om de randvoorwaarden aan zijn zijde in te vullen, zoals die door u gesteld zijn voor een mogelijke inzet. Wellicht ten overvloede: het kabinet heeft als hoofddoel om, naast het bieden van onderdak aan iedereen die bescherming vraagt of heeft gekregen, zo snel mogelijk de beoogde crisismaatregelen af te schalen en zonder uw tijdelijke bijstand de migratieketen weer als een stabiel en robuust stelsel te laten functioneren.
In deze concept-aanpak schetsen wij u een compleet beeld van de landelijke interbestuurlijke inzet met alle betrokken partners en overheden om de problematiek van asielopvang en huisvesting van vergunninghouders op te lossen. Als onderdeel daarvan lichten we de maatregelen toe die we met u willen bespreken. Hierin maken wij onderscheid tussen de maatregelen in de komende weken, de komende drie maanden, en de langere termijn. Voor de maatregelen in de komende weken vragen wij u op twee punten om uw hulp. Maatregelen in de komende weken 1. Asielopvang - Tijdelijke opschaling van Crisisnoodopvang naar 225 opvangplekken per veiligheidsregio met centrale coördinatie. De tijdelijke additionele capaciteit van 225 opvangplekken per veiligheidsregio en centrale coördinatie is noodzakelijk om de tekorten in de asielopvang op te vangen en de acute situatie rond het aanmeldcentrum in Ter Apel op geordende wijze te verbeteren. De op dit moment beschikbare crisisnoodopvang-capaciteit (CNO) is bij deze 225 gevraagde opvangplekken inbegrepen. We zijn het met u eens dat CNO een noodoplossing is voor de korte termijn vanwege de omstandigheden en de inspanning die dit vraagt.
Daarom zet het Rijk naast dit verzoek onverminderd in op de realisatie van grootschalige tijdelijke noodopvang voorzieningen, de inzet van het Asielagentschap van de Europees Unie (EUAA) en overige trajecten voor de realisatie van meer (rijks)opvangcapaciteit. Wij verwachten de CNO-vraag snel te kunnen verkleinen zodra de versnelling op uitplaatsing rendeert. Uw coördinatie zal eraan bijdragen dat wij gezamenlijk tot een voorspelbaar proces komen. Het Rijk zal hiertoe financiële middelen, logistieke ondersteuning d.m.v. busvervoer (20 bussen inclusief chauffeurs per dag) en ondersteuning door het COA voor de plaatsing leveren. U vraagt om te zorgen voor 30 inzetbare personen voor beheer en begeleiding per veiligheidsregio
1
per dag. Het kabinet regelt voor 1 juli de eerste mensen om mee te werken bij de CNO’s. Dat gebeurt in overleg met de RCDV tot een maximum van 30 personen per veiligheidsregio, voor zover nodig in die regio. Daarvoor worden thans mensen georganiseerd via tijdelijke inzet van Rijksambtenaren, publieke dienstverleners die geen onderdeel zijn van de rijksdienst en externe inhuur. Daarnaast voeren we het gesprek met Provincies, Defensie en Rode Kruis of en welke bijdrage zij kunnen leveren aan het vraagstuk. Dat is geen garantie dat het lukt, waarbij de ultieme consequentie –in overleg tussen regio en Rijk– kan zijn dat een CNO niet kan openen of moet sluiten. Tevens zal het Rijk zorgdragen voor de medische zorg in de CNO-locaties. 2. Huisvesting statushouders – versnelde uitplaatsing De veiligheidsregio’s wordt ook gevraagd de coördinatie op zich te nemen van de versnelde uitplaatsing van 7500 gereed zijnde statushouders naar tussenvoorzieningen (TuVo’s) of (flexibele)huisvesting binnen 6 weken. Er verkeren meer dan 14.000 statushouders in de asielopvang (een derde van de opvangcapaciteit van het COA), wachtend op huisvesting in gemeenten. Deze voorraad is door de huidige omstandigheden ontstaan, maar drukt zwaar op de asielopvangcapaciteit. 7500 van deze statushouders zijn gereed om direct te worden uitgeplaatst naar de gemeenten waaraan zij al gekoppeld zijn.
Het Rijk vraagt de veiligheidsregio’s om de versnelde uitplaatsing van deze groep te coördineren en hiervoor zo snel als mogelijk op regionaal niveau met gemeenten de tussenvoorzieningen of andere huisvesting te helpen realiseren. Hierbij kan worden afgeweken van de bestaande kwalitatieve vereisten voor dergelijke voorzieningen. Aan gemeenten zal gevraagd worden om ondersteund door het Rijk zo snel mogelijk doorstroming naar permanente huisvesting mogelijk te maken. Het COA zal zorgdragen dat te huisvesten vergunninghouders op het voor de Veiligheidsregio’s en gemeenten benodigde moment gereed zijn om door veiligheidsregio’s geplaatst te worden in de regio waarbinnen zij aan gemeenten gekoppeld zijn. Via de gebruikelijke kanalen en in afstemming met medeoverheden vindt thans een bijstelling plaats van de Taakstelling 2022-II. Het is onvermijdelijk dat deze serieus zal worden opgehoogd ten opzichte van de geldende taakstelling 13.500. De rijksoverheid realiseert met de regeling huisvesting aandachtsgroepen extra huisvesting voor verschillende aandachtsgroepen waaronder statushouders door het verlenen van een stimuleringsbijdrage. Hiermee wordt de inzet van flexibele woonruimte voor aandachtsgroepen toegevoegd, naast de inzet van permanente woonruimte. Hiervoor is in 2022 en 2023 €89 mln. beschikbaar. Maatregelen in de komende drie maanden 1.
Asielopvang - Grootschalige tijdelijke noodvoorzieningen (TNV’s) Om zo snel mogelijk uit de ontstane situatie te komen zet het Rijk in samenwerking met het COA en enkele gemeenten in op de realisatie van enkele grote tijdelijke noodvoorzieningen met een capaciteit van 1000 opvangplekken per locatie voor de duur van zes maanden. Aan deze voorzieningen worden veel hogere eisen gesteld dan aan CNO-voorzieningen. Zo voorziet een tijdelijke noodvoorziening in onderwijs, dagbesteding en medische zorg. Ook wordt voldaan aan alle veiligheidsvereisten. Momenteel hebben we hiervoor enkele locaties op het oog. Dit zijn locaties voor cruiseschepen. We streven ernaar om deze locaties deze zomer nog in gebruik te nemen. 2. Huisvesting statushouders – versnelde uitplaatsing Om te zorgen dat zo min mogelijk mensen door versnelde uitplaatsing van statushouders op de woningmarkt worden verdrongen, moeten er op de kortst mogelijke termijn extra flex- en transformatiewoningen komen. In het programma Woningbouw is de ambitie om toe te groeien naar de realisatie van 15.000 flexwoningen en 15.000 transformaties per jaar vanaf 2024. Door oorlog in Oekraïne en crisis in de asielopvang is het nodig deze doelstelling sneller te realiseren. Hiermee creëren we een flexibele schil die de plotselinge schommelingen in vraag en aanbod kan absorberen.
Het Rijk zet in op de realisatie van 7.500 flexwoningen in 2022, een toename van 2500. Daartoe heeft het Rijk de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting opgericht, die gemeenten en woningmarktpartijen praktisch ondersteunt en vraag en aanbod bij elkaar brengen in
2
samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf en het expertteam Woningbouw van RVO. Het Rijk heeft hiertoe €100 miljoen vrijgemaakt door het naar voren halen van de Woningbouwimplus (Wbi)-middelen uit het jaar 2026. Deze middelen worden ingezet voor het versnellen van de realisatie van flexibele woningen en transformatie. Daarnaast wordt dit jaar aanvullend €25 mln. beschikbaar gesteld waarmee knelpunten in de realisatie van flexwoningen worden opgelost, onder andere met maatregelen voor risicobeheersing. Ook wordt een flexpoolregeling opgezet die als doel heeft om extra capaciteit en expertise te bieden aan medeoverheden. Het Rijk zal in 2022 € 40 mln. overmaken aan provincies om in te zetten voor ondersteuning van woningbouwprojecten en voor het opstellen van woon-zorgvisies in de voorfase. De huisvesting van statushouders behoort tot de kerntaken van woningcorporaties, daarom werken we met Aedes en bouwers een concreet aanbod uit voor de levering en exploitatie van extra flexwoningen. We maken afspraken met individuele gemeenten voor locaties om flexwoningen te plaatsen. Daarbij gaat het niet alleen om locaties die al eerder waren voorzien voor woningbouw op de korte termijn maar ook om locaties die (tijdelijk) een woonbestemming krijgen of waarop tijdelijk flexwoningen kunnen worden geplaatst.
Tenslotte heeft het Rijk ook een transformatiefaciliteit waarmee kantoren en winkels worden getransformeerd naar woningen. Deze is opgehoogd naar 80 miljoen euro, zodat we nog meer transformatieprojecten kunnen ondersteunen met een lening en kunnen groeien naar 15.000 transformatie woningen per jaar. 3. Huisvesting statushouders – ondersteuning RVB Het Rijksvastgoedbedrijf ondersteunt daarnaast op meerdere manieren de realisatie van tussenvoorzieningen en of (flexibele)huisvesting van statushouders: a) Het RVB stelt ten behoeve van huisvesting eigen panden, gronden en expertise beschikbaar. b) Eerder aanbod van het RVB aan het COA en de veiligheidsregio’s voor noodopvang: 285.000 m2. Als start laat het RVB (nog) 6 ongebruikte panden transformeren tot tussenvoorziening. Voor een aantal panden lopen gesprekken met gemeenten. Deze panden kunnen naderhand tot woningen verbouwd worden. Ook zal het RVB met spoed verkennen of het verkamerd vastgoed kan aankopen voor het laten realiseren van tussenvoorzieningen en naderhand woningen. Vooralsnog zijn hiervoor 3 panden in beeld. c) Daarnaast stelt het RVB enkele grote rijkslocaties ter beschikking voor modulaire bouw. 4. Afbouw noodopvang Afhankelijk van het tempo van de uitplaatsing van statushouders naar tussenvoorzieningen danwel permanente huisvesting, zal ook afbouw plaatsvinden van de noodopvang in de regio’s.
Daarover zal overleg plaatsvinden tussen Veiligheidsregio’s, COA en het Rijk. Maatregelen op de langere termijn De maatregelen in de komende jaren worden op landelijk niveau interbestuurlijk besproken aan de Landelijke Regietafel migratie. Asielopvang - Beheersing instroom en terugkeer Een belangrijk onderdeel van de structurele oplossing van de asielproblematiek is een betere beperking van de instroom, zoals ook in het coalitieakkoord opgenomen. Concreet betekent dat een forse inspanning om secundaire migratie binnen de Europese Unie te reduceren en de effectiviteit van de Dublin-verordening te herstellen, waarbij we ook naar nareis kijken. Ook de actieve inzet in het kader van de Europese regelgeving hoort daarbij, zoals de Nederlandse inzet voor een heldere en robuuste Eurodac-verordening en screeningsvoorstellen aan de buitengrens. Het kabinet zet onverkort in op de realisatie van terugkeer naar landen van herkomst. Een meer effectieve terugkeer zal immers ook bijdragen aan reductie van de benodigde opvangcapaciteit. Daarbij zal het middel van de ongewenstverklaring aangepast worden, zodat deze ook betrekking kan hebben op uitgeprocedeerde asielzoekers die weg moeten, die weg kunnen, maar die niet meewerken aan hun terugkeer of vertrek en daarbij richten we ons in het bijzonder op diegenen die overlast veroorzaken.
Zoals aangegeven op 8 maart 2022, is de inzet voor de zomer een wetsvoorstel in consultatie te brengen.
3
Asielopvang - Stabiel en wendbaar opvanglandschap Voor de lange termijn wordt ingezet op een robuust, stabiel en duurzaam opvanglandschap. Uitgangspunt voor het lange termijnperspectief is de uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen, die op onderdelen herijkt c.q. verrijkt wordt met een aantal aspecten. In juni en juli wordt met medeoverheden de aanpak met concrete doelstellingen vastgesteld. In de vergadering van de Landelijke Regietafel (LRT) op 12 juli ligt er een voorstel om de uitvoeringsagenda flexibilisering concreet op te pakken en te verrijken. Basis daarvoor is de Uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen, die op onderdelen herijkt c.q. verrijkt wordt met een aantal aspecten. Dat zijn een wettelijke taak voor gemeenten binnen de asielketen, een nieuwe koppelingssystematiek voor statushouders en elementen uit het advies van de ROB en ACVZ. Onderdeel van de uitwerking is niet alleen de inhoud van de agenda, maar nadrukkelijk ook een concrete aanpak. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat opvang en huisvesting als communicerende vaten kunnen worden beschouwd. Onderdeel hiervan is een permanente flexibele schil van huisvestingsvoorzieningen die breder kan worden ingezet door gemeenten.
Het kabinet realiseert daarnaast zo snel mogelijk een eerste van drie additionele aanmeldcentra, die zullen worden doorontwikkeld tot Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties (GVL). Hierover vinden op dit moment met in ieder geval één gemeente gevorderde gesprekken plaats. Het streven is om eveneens in de LRT van 12 juli concrete afspraken met de betreffende gemeente te kunnen presenteren hoe het 2de aanmeldcentrum ontwikkeld zal worden. Dat alles is evenwel afhankelijk van de bereidheid van de betreffende gemeente de noodzakelijke locatie beschikbaar te stellen. Gezien de sensitiviteit hiervan zullen we u hierover op gepaste momenten op de hoogte houden. Asielopvang - Verlengde pleegzorg AMV 18+ Voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) met een verblijfsstatus is besloten dat er een vorm van verlengde pleegzorg in het leven geroepen zal worden tot maximaal 21 jaar. Deze verlengde pleegzorg zal vanuit het Rijk gefinancierd worden en hierdoor zullen de gemeenten niet langer meer financieel verantwoordelijk zijn voor de zorg en hulp die veel amv’s nodig hebben na hun 18de. Deze verlengde pleegzorg zal verzorgd worden door Nidos.
Asielopvang – Juridisch instrumentarium Het kabinet komt voor het zomerreces met een grondige verkenning van een juridisch instrumentarium om vervolgens zo nodig een wetgevingsvoorstel in consultatie te brengen en het wetgevingsproces zo mogelijk versneld te doorlopen. Doel is om te bezien of er een wettelijke taak gecreëerd dient te worden voor medeoverheden, gemeenten om, evenwichtig verspreid door het land, opvangvoorzieningen te creëren voor exploitatie door het COA, als aangegeven in de brief van het kabinet aan de Tweede Kamer d.d. 25 mei 2022. Vertrekpunt blijft om zoveel mogelijk in gezamenlijkheid en dialoog tot wederzijdse bestuurlijke afspraken te komen rondom het vormgeven van opvangvoorzieningen. Bij taakverwaarlozing vindt handhaving plaats door interbestuurlijk toezicht. In aanvulling hierop wordt onderzocht of een specifieke aanwijzingsbevoegdheid, als sluitstuk, van meerwaarde is. Inzet juridisch instrumentarium voor realisatie huisvesting en tussenvoorziening Tot nu toe is ingezet op het inventariseren van de mogelijkheden voor doorzettingsmacht op basis van de wet veiligheidsregio’s. Hieruit is gebleken dat deze geen soelaas biedt. We nemen een breder juridisch perspectief en kijken we ook naar andere wetten als mogelijke juridische basis.
Het kabinet kijkt hierbij naar de Wet ruimtelijke ordening op grond waarvan een aanwijzing kan worden gegeven geven aan gemeente of provincie als sprake is van een nationaal belang. Hiermee wordt de gemeenteraad (evt. getrapt via provinciale staten) een aanwijzing gegeven om binnen een daarbij te bepalen termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften. Ook is het mogelijk Gedeputeerde Staten de opdracht te geven om aan de gemeenteraad een aanwijzing te geven. Daarnaast kan het kabinet zelf een vergunning afgeven om af te wijken van een bestemmingsplan. Daarnaast wordt in het kader van de hiervoor genoemde wetgeving bezien waar het mogelijk is om wettelijke procedures aan te passen om een snellere realisatie mogelijk te maken. Tot slot We hopen in deze brief hiermee meer inzicht en duidelijkheid te hebben gegeven over de voorgestelde vervolgstappen. We kijken uit naar een volgende bespreking.
4