CConstaterende datlandsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

B2 Was Wordt tabel subsidieverordening Landsmeer 2021

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente landsmeerBij agendapunt: Vaststellen algemene subsidieverordening gemeente Landsmeer 20214.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landsmeer Verordening wijzigingen November 2020 In onderstaande kolommen worden de wijzigingen weergegeven van de nieuwe subsidieverordening ten opzichte van de oude subsidieverordening. Met in de linker kolom de oude artikelen en tekst en in de rechter kolom de nieuwe artikelen en tekst. De gewijzigde tekst is dikgedrukt. Tekstuele aanpassingen zijn niet expliciet weergegeven. Oude verordening

Nieuwe verordening

  

Begripsomschrijvingen

Definities

2. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • Raad: de gemeenteraad van de gemeente Landsmeer • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer; • Subsidies: in de verordening worden de volgende subsidies onderscheiden: ○ Budgetsubsidie: een subsidie waarbij de organisatie een bedrag krijgt toegewezen om prestatieafspraken uit te voeren. Na afloop dient verantwoording te worden afgelegd over de omvang en de kwaliteit van de uitgevoerde prestatieafspraken. ○ Stimuleringssubsidie: een subsidie voor activiteiten die voor de gemeente van belang worden geacht zonder deze naar aard of inhoud te willen beïnvloeden. ○ Eenmalige subsidie: een subsidie die wordt toegekend ten behoeve van een eenmalige activiteit.

o o o 

1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); • Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene

groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden

1

verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); • Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; • Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); • Wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Reikwijdte

Artikel 2. Reikwijdte

1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.

1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Ontbreekt

Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Ontbreekt

Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2

2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 3. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepaalt het college de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 3

2. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 4. Aanvraag

Artikel 6. Aanvraag

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een aanvraagformulier.

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

2. Bij de aanvraag om een budgetsubsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen

4

worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring);

d. als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

3. Bij de aanvraag om een stimuleringssubsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met de activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een raming van het aantal te verwachten jeugdleden in de subsidieperiode, indien de subsidie (mede) gebaseerd is op het aantal jeugdleden. 4. Bij de aanvraag om een eenmalige subsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; 5. Het college kan, indien een aanvrager voor de eerste maal subsidie aanvraagt,

3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over:

5

verlangen dat deze een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar aan de aanvraag toevoegt.

een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 5. Aanvraagtermijn

Artikel 7. Aanvraagtermijn

1. Een aanvraag om een budgetsubsidie of stimuleringssubsidie wordt uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag betrekking heeft, ingediend.

1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Een aanvraag om een eenmalige subsidie dient minimaal 10 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingediend.

4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 10 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.

3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 10 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 6. Beslistermijn

Artikel 8. Beslistermijn

1. Het college beslist op een aanvraag om een budgetsubsidie of stimuleringssubsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen acht (8) weken na indiening van de subsidieaanvraag.

2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

6

4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 7. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval als: a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de

3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

7

gemeente of haar inwoners of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners; b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan de activiteiten of het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; c. de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; d. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter hebben; e. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds in voldoende mate in de gemeente Landsmeer worden aangeboden dan wel op andere wijze aan de inwoners van de gemeente Landsmeer worden aangeboden; f. door de aanvrager van een subsidie niet is aangetoond dat de subsidie (financieel) noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; g. de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; h. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; i. het bedrag van de subsidieverstrekking lager is dan € 150,00;

b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

2. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de 8

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 3. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel 8. Verantwoording

Artikel 10. Verantwoording

Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 9. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college.

1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders.

2. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d.

2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de

9

wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 10. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

2. Bij subsidies hoger dan € 50.000,- kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

1. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Ontbreekt

Artikel 12a. Egalisatiereserve 10

1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.

Artikel 11. Uitvoeringsovereenkomst

2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Geschrapt

Ter uitvoering van de beschikking tot verlening van een budgetsubsidie kan een uitvoeringsovereenkomst worden afgesloten. In deze overeenkomst wordt in ieder geval bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend, alsmede de wijze waarop (tussentijds) verantwoording wordt afgelegd over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Artikel 12. Eindverantwoording budgetsubsidies tot € 5.000,1. Budgetsubsidies tot € 5.000,- worden door het college verleend en gelijktijdig vastgesteld.

2. In de aanvraag wordt de aanvrager verplicht om na afloop van de activiteit/subsidieperiode een financiële verantwoording af te leggen alsmede hoe/waar en wanneer de activiteit heeft plaatsgevonden. Bij niet nakoming behoudt de gemeente zich het recht voor de subsidie (deels) terug te vorderen.

Artikel 13. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij verlengingsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

11

3. De beschikking bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, het bedrag van de subsidie, alsmede het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft.

3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 13. Eindverantwoording budgetsubsidies vanaf € 5.000,-

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

1. Bij budgetsubsidies vanaf € 5.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 1 mei van het jaar dat volgt op de subsidieperiode.

1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 mei nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;

2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 16 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk 16 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a.

12

een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant, indien het gesubsidieerde bedrag gelijk of hoger is dan € 100.000,-.

Artikel 14. Eindverantwoording stimuleringssubsidies

b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Vervallen

1. Stimuleringssubsidie worden door het college verleend en gelijktijdig vastgesteld. 2. In de aanvraag wordt de aanvrager verplicht om na afloop van de activiteit/subsidieperiode een financiële verantwoording af te leggen alsmede hoe/waar en wanneer de activiteit heeft plaatsgevonden. Bij niet nakoming behoudt de gemeente zich het recht voor de subsidie (deels) terug te vorderen. 3. De beschikking bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, het bedrag van de subsidie, alsmede het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft.

13

Artikel 15. Eindverantwoording eenmalige subsidies

Vervallen

1. Eenmalige subsidies worden door het college verleend en gelijktijdig vastgesteld. 2. In de aanvraag wordt de aanvrager verplicht om na afloop van de activiteit/subsidieperiode een financiële verantwoording af te leggen alsmede hoe/waar en wanneer de activiteit heeft plaatsgevonden. Bij niet nakoming behoudt de gemeente zich het recht voor de subsidie (deels) terug te vorderen. 3. De beschikking bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, het bedrag van de subsidie, alsmede het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft. Artikel 16. Subsidievaststelling 1. Het college stelt de subsidie vast uiterlijk op 1 augustus.

Artikel 16. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast op uiterlijk 1 augustus na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

2. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 13, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe

4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn 14

termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieverlening dan wel in de uitvoeringsovereenkomst voorgeschreven berekeningswijze.

1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieverlening dan wel bij uitvoeringsovereenkomst voorgeschreven definities.

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 18. Hardheidsclausule

Artikel 18. Hardheidsclausule

1. Het college kan in bijzondere gevallen artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.

2. Toepassing van het eerste lid wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 19. Slotbepalingen

Artikel 19. Slotbepalingen

1.

1. 15

De Algemene subsidieverordening Landsmeer 2011 wordt per 23 juni 2016 ingetrokken.

De Algemene subsidieverordening Landsmeer 2016 wordt ingetrokken.

2. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. Deze verordening treedt in werking op [datum].

3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Landsmeer 2011 van toepassing.

3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Landsmeer 2016 van toepassing.

4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Landsmeer 2016.

4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Landsmeer 2021.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=landsmeer&id=0fa9c4bf-3530-40ce-871e-b2391b88eeda