B2. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 29
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Buro DB heeft als update een nieuw onderzoek Verkeer en Parkeren verricht in haar rapportage, d.d. 18 juli 2024, zie bijlage B5a waarin voldoende parkeergelegenheid wordt aangetoond voor de 7 appartementen en 2 bezoekersplaatsen
4.11.1. Conclusie 10 parkeerplaatsen op eigen terrein in de stallingsgarage, 8 plaatsen voor bewoners en 2 voor bezoekers. De stalling garage biedt echter plaats aan 11 auto’s. Het parkeren op eigen terrein voldoet hiermee aan de geldende normen. Aan de Raadhuisstraat rest nog een parkeervak voor de vergunninghouder omdat een extra parkeervak wordt gecreeerd aan de Dorpsstraat.
4.12.
Bedrijvigheid Het projectgebied bevindt zich in het centrum, grenzend aan het dichtbebouwde lint van Landsmeer, een doorgaande weg tussen Purmerend en Amsterdam die een overwegend agrarische en landelijke omgeving verbindt met de stad. Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering 2009 richtafstanden opgesteld. In deze handreiking worden afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel).
Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Met het planvoornemen wordt geen nieuwe bedrijvigheid mogelijk gemaakt. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 7 woningen in een appartementengebouw.
Een woning is aan te merken als hindergevoelig object en is daarmee gevoelig voor hinder van nabijgelegen bedrijvigheid. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich met name woningen. Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft een slagerij aan de Dorpsstraat 27. Een slagerij is volgens de VNG-brochure aan te merken als categorie 1 bedrijvigheid (SBI-4722, 4723: Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken en bakken)). Hiervoor geldt een grootste
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 30
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
richtafstand van 10 meter vanwege geur, geluid, gevaar. De afstand van het projectgebied tot deze bedrijvigheid bedraagt circa 5 meter. Aan de te hanteren richtafstand kan niet geheel worden voldaan. Binnen een straal van 50 m rondom het bouwplan, bevinden zich de bestemmingen ‘wonen-3’, ‘detailhandel’ en/of ‘middelzware horeca’. Het gaat om de volgende percelen: Dorpsstraat 27, slagerij, bestemming ‘Wonen-3’ met functieaanduiding ‘detailhandel’ broeien en koken van dierlijke bijproducten of ‘bereiden van voedingsmiddelen’; Dorpsstraat 38, bestemming ‘horeca’, licht/middelzwaar momenteel Restaurant De Pepermolen met boven wonen; Dorpsstraat 40, bestemming ‘Gemengd’, momenteel ‘Chez Etienne’ en bovenwonen; Raadhuisstraat 2, bestemming ‘Wonen-3’. Primair geldt dat er sprake is van een gebied met functiemenging waar deze ‘milieubelastende’ functies en woningen naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de woningen hinder ondervinden of de bedrijfsmatige functies worden belemmerd in de bedrijfsvoering. De slagerij heeft op het achterliggende dak, een damp- en geur afvoerende schoorsteen geplaats die volgens wetgeving binnen een straal van 25 m. minimaal 2 m boven het hoogste dak moet uitsteken. Mocht deze iets te laag of te weinig kwalitatief of van onvoldoende capaciteit zijn uitgevoerd zijn, dan zal de ontwikkelaar hier financieel in bijdragen. De slagerij op nr.
27 behoort niet tot een categorie, die wonen nabij niet mogelijk maakt. Een hogere betere kookdampafvoer kan eventuele onderlinge last voorkomen. De initiatiefnemer van dit bouwplan is bereid bij te dragen aan het verbeteren van de kookdampafvoer waardoor de nieuwe appartementen geen overlast hoeven te ondervinden en de initiatiefnemers en slagerij gevrijwaard worden van klachten van nieuwe bewoners over een geurende bedrijvige ondernemer. In verband met het verzoek van de horecabedrijven tegenover Dorpsstraat 25 (gevestigd op de percelen Dorpsstraat, 24, 38 en 40) om ruim voldoende geluidwering in de gevels te brengen, zal de straatgevel van het bouwplan hier extra tegen geluidsoverlast van de horeca beschermd worden. We gaan hierbij uit van een geluidsbelasting op de gevel van ≥ 61 dB. Er zijn verder geen bedrijven in de buurt die in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt door de komst van het 7 wooneenheden plan.
4.12.1. Conclusie De naastliggende slagerswinkel zal indien nodig door de initiatiefnemer van het bouwplan geholpen worden met het verbeteren c.q. verhogen van zijn dampafvoerinstallatie. De nabijliggende horeca wordt verzekerd dat de nieuwe gevels een geluidwerendheid van 61 dB zullen verkrijgen, waardoor onderlinge hinder wordt voorkomen. Bovendien goldt feitelijk al een woonrecht op de locatie van Dorpsstraat 25 Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat er als gevolg van het initiatief geen hindersituaties zullen ontstaan. Het voorliggende initiatief is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 31
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
4.13.
Luchtkwaliteit Volgens de Wet Milieubeheer art. 5,2 dient aangetoond te worden of de toevoeging van 7 wooneenheden en een parkeergarage (11 x parkeren) aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Aangetoond moet worden of door het plan geen overschrijdingen ontstaan van NO2 en fijnstof (PM10). Het aantal verkeersbewegingen spelen hier een mogelijke hoofdrol. De woonfunctie zelf geeft geen noemenswaardige wijziging in luchtkwaliteit. Zie hiervoor het verkeerskundig onderzoek dat is uitgevoerd door Buro DB uit Franeker, d.d. 03/01/2017, gebaseerd op 7 wooneenheden. Zie bijlage 5.
4.13.1. Conclusie Uit het onderzoek volgt dat het aantal ritten van en naar het plangebied nagenoeg gelijk blijft (zelfs verminderd) aan de referntiesituatie (de bestaande situatie met woning en Pizzeria). Gesteld kan worden dat dat het plan niet leidt tot een toename van de hoeveelheid verkeer op de wegen rondom het plangebied; de Dorpsstraat en de Raadhuisstraat. Bovendien wordt het verkeer van de nieuwe bewoners rochting parkeren gewijzigd naar de Raadhuisstraat die minder bewegingen kent. Het project kan worden beschouwd als ‘niet in betekendende mate’ (nibm) bij te dragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit
4.14.
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
4.14.1. Conclusie Uit het verkeersonderzoek volgt dat het aantal ritten van en naar het plangebied nagenoeg gelijk blijft (zelfs verminderd) aan de referentiesituatie (de bestaande situatie met woning en Pizzeria).
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 32
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Gesteld kan worden dat dat het plan niet leidt tot een toename van de hoeveelheid verkeer op de wegen rondom het plangebied; de Dorpsstraat en de Raadhuisstraat. Het projectgebied ligt niet bij infrastructuren die expliciet als transportroute voor gevaarlijke stoffen zijn aangewezen, dit blijkt uit raadpleging van de risicokaart, er zijn in de nabijheid ook geen bedrijven met risicodragende activiteiten gehuisvest. Het project kan worden beschouwd als overeenkomend met de oorspronkelijke situatie en geen vergroting van externe onveiligheid valt te verwachten.
4.15.
Besluit milieu effect rapportage (m.e.r.) In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het betreft hier geen ‘stedelijke ontwikkeling of stedelijke uitbreiding’ vanwege de kleine schaal (zie ook de ladder van verstedelijking: 3.1.3 duurzame verstedelijking). Een dergelijk project zo klein van omvang, liggend binnen stedelijk gebied, wordt niet benoemd in bijlage D, categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Omdat de drempelwaarde voor een ‘formele’ m.e.r. beoordeling (een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) niet wordt overschreden, hoeft geen formele m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
Wel moet op grond van artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden verricht. Daarbij dient op grond van de criteria als bedoeld in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (Richtlijn 2011/92/EU) te worden beoordeeld of kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Als dat niet kan worden uitgesloten, dan moet een formele m.e.r.-beoordeling worden verricht, tenzij al direct wordt besloten om een milieueffectrapport te maken. Het projectplan bevindt zich temidden van stedelijk gebied. Een Pizza afhaalcentrum met veel verkeersbewegingen en een woning worden vervangen door 7 kleinschalige wooneenheden, een verdichtingsplan binnen de bebouwde kom. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de lage milieubelasting die “wonen” kent valt deze wijziging in bestemming binnen de gestelde kaders en hoeft geen formele m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
4.15.1. Conclusie Het initiatief is in het kader van het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.
4.16.
Natuurwetgeving, Flora- en Fauna, ecologie Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op de natuur. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998). Ter bescherming van deze Natura 2000gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 33
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden (voorheen geregeld in de flora- en faunawet). Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Aanpak m.b.t. onderzoek ter plaatse van Dorpsstraat 25 Om de effecten van de voorgenomen wijziging te bepalen is een Natuurtoets “Dorpsstraat 25” Landsmeer rapport 01/317 uitgevoerd door AFO Advisering en onderzoek, gevestigd te Heiloo, drs. A.H.Swaan, opgesteld maart 2020. Deze Natuurtoets bevat een verkennend onderzoek en aanvullend onderzoek. De planlocatie maakt als onderdeel van dicht bebouwd woongebied geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en evenmin van een Natura-2000-gebied.
In de nabijheid van de planlocatie liggen wel gebieden die zowel behoren tot het Natuurnetwerk Nederland als tot een Natura 2000-gebied. Er doen zich geen negatieve effecten voor op beschermde gebieden ten gevolge van externe werking door licht, geluid of fysieke aanwezigheid die voortkomen uit de geplande ontwikkeling. Wel is de externe werking op een nabijgelegen Natura-2000-gebied van toepassing in het kader van stikstofemissie. Een beschouwing van de stikstofemissie, waaronder een zogeheten AERIUS-berekening in het kader van gebiedsbescherming, maakt geen deel uit van deze rapportage, zie hiervoor hoofdstuk 4.8 en bijbehorende bijlage. Flora Er werden tijdens een eenmalige inventarisatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen relevant in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Deze worden op basis van het aangetroffen biotoop op deze locatie ook niet verwacht. In de huidige situatie zijn ter plaatse van het te bebouwen perceel geen bomen aanwezig. Aanvullend onderzoek is hier niet noodzakelijk Fauna De Quicscan gaf aanleiding om hiervoor aanvullend onderzoek te terrichten, met name t.g.v. de mogelijke aanwezigheid van broedvogels als huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Vleermuizen De planlocatie wordt door vleermuizen niet gebruikt als vaste verblijfslocatie in de zin van een dagverblijfplaats.
De tuin, met name het achterste deel, maakt deel uit van een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis. In het voorjaar werd op deze locatie ook een foeragerende Gewone dwergvleermuis waargenomen. Waarschijnlijk betreft het hetzelfde exemplaar dat in de omgeving van de planlocatie zijn verblijfplaats heeft. In de omgeving zijn meerdere paarterritoria aanwezig van de Gewone dwergvleermuis. Huismus en gierzwaluw De planlocatie, en specifiek het woonhuis, worden door Huismus en Gierzwaluw niet gebruikt als nestlocatie. Gierzwaluw broedt wel in nabije omgeving (afstand > 100 m.) Advies Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient acht geslagen te worden op de hieronder opgesomde aspecten. Wat betreft broedvogels is de beperking dwingend, er kan in dit kader ook geen ontheffing voor worden aangevraagd. Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 34
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Broedvogels Bij het verwijderen van struiken of heesters uit de randzone van de tuin of het plantsoen kunnen tijdens de broedtijd (globaal half maart – juli) nesten worden verstoord of verwijderd. Geadviseerd wordt het verwijderen van struiken/heesters buiten de vogelbroedtijd te verrichten. Vleermuizen Uitstralende verlichting kan een grote negatieve invloed hebben op vleermuizen. De aanwezigheid van een paarterritorium van de Gewone dwergvleermuis maakt het noodzakelijk dat in de periode half juli – begin oktober er geen sterk uitstralende verlichting is naar de aangrenzende achtertuinen. Dit kan optreden door het zondermeer plaatsen van bouwverlichting, of het eventueel aanbrengen van uitstralende verlichting aan of naast de nieuwbouw. Meestal is uitstraling eenvoudig te voorkomen door de lampen naar de grond te richten, af te schermen en niet op grote hoogte te plaatsen, waarmee bereikt wordt dat slechts het noodzakelijk deel verlicht wordt wordt. Ook het gebruik van amberkleurig licht lijkt voor vleermuizen positief effect te hebben. Indien er wel uitstralende verlichting optreedt bij bouw of na realisatie, dan kan overtreding van de Wet natuurbescherming optreden, en dient voortijds een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
Mits, men kan uitsluiten dat de verblijfplaats intact blijft, dat kan in dit geval door buiten het paarseizoen te werken. Tevens zal er duidelijk gemaakt worden moeten worden dat het biotoop intact blijft. Nieuwbouw leent zich vaak goed voor het aanbrengen van vleermuisverblijfplaatsen en broedstenen voor Gierzwaluw. Deze zijn vaak eenvoudig en zonder al te hoge kosten te realiseren zonder dat dit de architectuur benadeeld (aangebracht in de spouw achter het buitenblad). Geadviseerd wordt om enkele verblijfplaatsen voor deze soorten aan te brengen in de nieuwbouw. Het verdient aanbeveling als deze keuze gemaakt wordt een ecologisch adviseur (bv AFO) in de arm te nemen om de juiste kasten en locaties te kiezen.
4.16.1. Conclusie Het aanvullende onderzoek geeft geen aanleiding te veronderstellen dat bij de voorgenomen ontwikkeling de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming wordt overtreden. Het advies m.b.t. de vleermuizen en de kosten daarvoor zal worden opgevolgd door de initiatiefnemer.
4.17.
Stikstofdepositie als gevolg van bouwactiviteit In het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning voor de bouw van 7 nieuwe wooneenheden met een parkeergarage t.p.v. Dorpsstraat 25 te Landsmeer is een berekening gemaakt van de depositie van stikstof die het gevolg is van de realisatie van dit plan. De depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden ten gevolge van emissie van NOx en NHx vanwege deze ontwikkeling (zowel in sloop- en bouwfase als in de gebruiksfase) alsmede van het verkeer van en naar deze locatie zowel tijdens de sloop- en bouw- als tijdens de gebruiksfase, is berekend met programmapakket AERIUS.
4.17.1. Conclusie Uit de berekening met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofuitstoot tijdens geen enkele fase voor te veel depositie zorgt op Natura 2000-gebieden. Uit de berekening in Bijlage 1 en 2 blijkt dat er geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr zijn. Van significante verslechtering van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake. Deze notitie vormt een toelichting op de berekeningen die als bijlage zijn toegevoegd. Zie hiervoor Bijlage 14, De Aeriusberekening verricht door Leloup Architecten, d.d. 7 september 2020, met toelichting en berekeningen. Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 35
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Omdat onlangs in oktober 2020 de wijze van bereken iets is gewijzigd zal een nieuwe Aeriusberekening worden gepresteerd
4.18.
Duurzaamheid Het gebouw zal een voorbeeld worden van duurzaamheid in materiaalgebruik en energiegebruik. Duurzaam bouwen is een manier van bouwen waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast, een optimale woonkwaliteit wordt gerealiseerd en waar het gebouw maar ook de openbare ruime een lange levensduur hebben (bijvoorbeeld door flexibiliteit of goede materiaalkeuze). Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2-uitstoot realiseren dan in 1990. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energie Transitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. Hoewel nog niet van toepassing, is per 1 januari 2021 BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energie Neutrale Gebouw eisen (BENG).
Hulpmiddelen om te voldoen aan deze regelgeving GPR Gebouw (meetinstrument voor ontwikkelaars), een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen. Een voorbeeld is dat HR++ glas vervangen wordt door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden. Dit toont zich direct in de scorelijst. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond ( info@odijmond.nl ). Uitgangspunten Gasloos bouwen en een meer isolerende werking dan volgens het Bouwbesluit vereiste thermische schil.
4.18.1. Conclusie Het zichzelf dragend energetisch woongebouw voldoet ruimschoots aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. De berekende EPC-waarde is 0,33, de eis is 0,40. Zie hiervoor de berekeningen welke zijn verstrekt bij de omgevingsaanvraag.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 36
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
4.19.
Geotechnisch onderzoek en advies Geotechnisch onderzoek en funderingsadvies Een 6-tal diepsonderingen zijn uitgevoerd om de bodemsoorten, gelaagdheid en vastheid van de bodem te onderzoeken, ten einde een funderingsadvies te kunnen geven voor een palenplan. Het advies komt tot de conclusie dat gekozen kan worden voor schroefinjectiepalen. Zie bijlage B6a van Geosupporting bv d.d. 9 maart 2022. Damwandadvies Geadviseerd wordt water- en grondkerende damwanden toe te passen van het type AZ en deze te drukken om schade door trillingen te voorkomen. Zie bijlage B6b van Geosupporting bv d.d. 9 maart 2022. Bemalingsadvies en geohydrologische aspecten Tevens ter onderbouwing van de melding bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De bouwput wordt uitgevoerd door ontgraving binnen een grond- en waterkerende constructie (waterdichte damwand). De bemalingsmethode dient door de uitvoerende partij te worden uitgewerkt in een bemalingsplan. Bemalingswater kan geloosd worden op het hemelwaterriool, dit dient tijdig afgestemd te worden met de Gemeente en het Hoogheemraadschap. Tijdens bemaling dient dagelijks gemonitord te worden met recentelijk geijkte watermeters. Zie bijlage B6c van Geosupporting bv d.d. 10 maart 2022. Stempelraamberekening, zie bijlage B6d Booms constructieadvies
4.19.1. Verkorte uitleg over het geohydrologisch advies en de aanpak Asc Sports & Water uit Velp is gevraagd in het kort overzichtelijk te beschrijven wat de adviezen en maatregelen hiervoor onder 4.19 beschreven inhouden. Zie hiervoor de bijlagen: o o o
B6e betreffende het Bouwputadvies; B6f betreffende de Geohydrologische analyse en B6g betreffende de Wateropgave en watertoets. In bijlage 3 van B6g wordt aangegeven hoe middels zandsleuven met drain 2 aansluitingen op het HWA stelsel voorkomen dat overtallig water naar de aangrenzende percelen kan toestromen.
4.19.2. Conclusie Het bouwen van een parkeerkelder op deze locatie is schadevrij realiseerbaar.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 37
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
5. UITVOERBAARHEID 5.1.
Economische uitvoebaarheid De uitvoering van dit project is een initiatief van een ontwikkelaar een particulier initiatief. Voor de gemeente zijn er aan het opstellen en uitvoeren van het project geen directe kosten verbonden. De kosten voor de procedure(s) en het voorbereidingsbesluit zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer/aanvrager worden doorberekend. De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan de bevoegde overheidsinstantie de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen, kan de overheidsinstantie een advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Een controle op ‘Follow the money’, heeft aangetoond dat op voornoemde aspecten geen bezwaren zijn aangetoond en groen licht gegeven kan worden. De initiatiefnemer sluit een anterieure overeenkomst met de gemeente. Ook een eventueel te sluiten exploitatieovereenkomst is voor rekening van de initiatiefnemer. Koopwoningen De 7 woningen worden tegen betaalbare marktconforme prijzen verkocht.
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1.
Procedure en omgevingsvergunning In art. 3.10 Wabo is bepaald dat voor de in deze ruimtelijke onderbouwing bedoelde omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure als beschreven in dit artikel van toepassing is. Na aankondiging in de Staatscourant en in één of meer plaatselijke dag-, nieuws- of huisaan-huisbladen, wordt de ontwerp-omgevingsvergunning gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen op het ontwerp naar voren brengen. Deze procedure is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afdeling 3.4. Tevens draagt het bevoegd gezag zorg voor het verkrijgen van de verklaring van geen bedenking (vvgb) van Provinciale Staten door toezending van alle benodigde stukken (art. 3.11 Wabo). De beslistermijn op de ontwerp-omgevingsvergunning van zes maanden begint te lopen daags na ontvangst van de aanvraag (art. 3.12, lid 7 Wabo). Deze beslistermijn mag eenmaal verlengd worden, met ten hoogste zes weken (art. 3.12, lid 8 Wabo). Na vaststelling van de omgevingsvergunning maakt het bevoegd gezag het vaststellingsbesluit bekend. De mededeling van het definitieve besluit wordt tevens langs elektronische weg gedaan en beschikbaar gesteld (art. 6.14 Bor jo. Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012). Op de ontwerp-omgevingsvergunning moet tevens het overleg als bedoeld in art. 3.1.1 Bro worden gevoerd (art. 6.18 Bor).
Indien door Gedeputeerde Staten of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze is ingediend en deze zienswijze niet
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 38
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
volledig is overgenomen, wordt het vaststellingsbesluit na zes weken na de vaststelling van de omgevingsvergunning bekendgemaakt. Uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
5.2.2.
Informatieavond bewoners Op 15 februari 2017 heeft de initiatiefnemer IMMO Ontwikkeling BV tezamen met “11 Makelaars” in het Dorpshuis georganiseerd en heeft architect Henri Leloup het eerste plan (Plan 1, zie blz. 6) voor 7 à 8 woningen getoond aan de buurt. De omwonenden waren hiervoor tevoren schriftelijk uitgenodigd. De opkomst bestond uit ca. 40 mensen, meer dan verwacht. 1. De reacties waren een mooi plan, maar veel te groot voor deze locatie. 2. Op de vraag welke type architectuur zouden jullie hier willen, koos men vooral voor klassiek of streekeigen, niet voor eigentijdse architectuur. Het huidige Gemeentehuis verfoeide men. Ook enkele ongewenste “eigentijdse” ontwikkelingen in het centrum werden genoemd. 3. Enkelen maakten zich grote zorgen over grondwater problematiek die zou optreden door de parkeerkelder. Vermeende ondergrondse waterstromen etc. 4. De buurman Dorpsstraat 27, de slagerij maakte zich zorgen over inkijk van balkons aan zijn zijde. 5. Ook maakte de slager zich zorgen over mogelijke klachten die nieuwe bewoners daar zouden kunnen gaan opwerpen tegen zijn bedrijvigheid m.b.t. milieuoverlast. Compensatie zou hier mogelijk zijn door plaatsing betere kookdampafvoer. 6. De bewoners van Raadhuisstraat 2, maakte zich zorgen over de parkeertoegang nabij hun woning als gevolg van overlast door in- en uitrijden. 7.
Ook meldden de bewoners van Raadhuisstraat 2 dat het hoge dichterbij komende gebouw hen de avondzon uit de tuin zou halen (schaduwwerking). 8. Dorpsstraat 40b gaf aan geen klachten te willen zien van mogelijke bewoners tegen zijn horecabedrijf aan de overkant. Hij vraagt om voldoende geluidsisolatie aan te brengen in de gevels van het pand. Overigens kan bij verkoop aangegeven worden in een sideletter (kettingbeding) dat men zich moet realiseren tegenover horeca te wonen en dat tegen deze bestaande bestemming geen bezwaar kan worden aangetekend. 9. Enkelen vonden dat alleen de “rijken” hier konden wonen, geen woningbouw voor iedereen, het zou alleen gaan om geld verdienen. Er zijn naar aanleiding van de inspraak 4 schriftelijke reacties gekomen. De ontwikkelaar heeft n.a.v. de inspraakavond en de schriftelijke reacties delen van het bouwplan aangepast, waardoor tegemoet is gekomen aan vrijwel alle reacties. Naar aanleiding van de diverse reacties hebben we het plan verkleind en aangepast, zie plan 2 als volgt: 1. Plan 2: Het gebouw is 3 m. ingekort (van 24 m naar 21 m lengte) en bevat nu 5 woningen i.p.v. 7 a 8. 2. We blijven ook op verzoek van de betrokkenen uit de omgeving, de voorkeur geven aan de meer bestaande uitstraling v.w.b. de architectuur. 3. Er is nu ook een rapportage gemaakt m.b.t. de grondwater problematiek, zie bijlage 6.
Op dit punt behoeven geen zorgen te zijn. 4. De balkons zijn niet meer richting de slagerij gericht maar alleen richting Raadhuisstraat. De kapwoning heeft een inpandige buitenruimte. 5. De ontsluiting is teruggeplaatst naar de minder drukke Raadhuisstraat. 6. Het gebouw is 3 m. minder (gevellengte Raadhuisstraat) lang geworden, waardoor Raadhuisstraat 2 op ruime afstand van de nieuwbouw blijft. De gebouwafstand tussen het nieuwbouwplan voor 5 wooneenheden en Raadhuisstraat 2, bedraagt ruim 13,5 m., voor een dorpscentrum een zeer ruime
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 39
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
maat. Overigens is de onderlinge afstand tussen de bestaande woningen in de Raadhuisstraat (nrs. 2, 4 en 6) slechts ca. 7 m. 7. Het woningen programma bestaat uit 7 appartementen. Het gebouw behoudt een status uitstraling met parkeren in de kelder. Onzes inziens is grotendeels tegemoetgekomen aan de genoemde bezwaren die op de inloopavond werden geuit. Bij schrijven van uw gemeentelijke medewerker S. van Dam d.d. 28 maart 2018 werd aangegeven niet aan dit plan mee te willen werken omdat het niet voldeed aan een meerwaarde voor de woonvisie, om reden dat 5 grote appartementen in de vrije sector werden voorgesteld. Daarnaast werd genoemd dat er weinig maatschappelijk draagvlak zou zijn voor dit bouwplan en dat men liever niet de openbare groenstrook inlevert. Hierop antwoordend werd bouwplan 3 aangereikt met 10 kleinschalige wooneenheden. Maar ook aan deze versie wilde men niet meewerken vanwege het weer grotere volume. Uiteindelijk is het huidige bouwplan 4 voorgelegd, bestaande uit 6 kleine wooneenheden en 1 penthouse woning, geheel de gemeentelijke woonvisie volgende en mede door een opdeling in 2 woonblokken kleinschaliger gemaakt, meer passend bij de bestaande architectuur aan de overkant en inmiddels in grote lijnen akkoord bevonden door de welstandcommissie.
5.2.3.
Overleg ex. Art. 3.1.1 Bro In het kader van het bestuurlijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro wordt voorliggende ruimtelijke onderbouwing aan verschillende maatschappelijke instanties voorgelegd voor een reactie. In het geval overduidelijk is dat er geen belangen van toepassing zijn, kan hiervan worden afgezien. Zo is overleg met het Rijk niet noodzakelijk als Rijksbelangen geen rol spelen.
5.2.4.
Ter visielegging ontwerp Met het ter visie leggen van de ontwerp-omgevingsvergunning stelt de gemeente eenieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op, de inhoud van het planvoornemen.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 40
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
6. KWALITEIT VAN BOUWEN 6.1.
Duurzaam en gezond bouwen Het gebouw zal een voorbeeld worden van duurzaamheid in materiaalgebruik en energiegebruik. Tevens zal ook een duurzame woonkwaliteit worden gepresteerd. Duurzaam bouwen is een manier van bouwen waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast, een optimale woonkwaliteit wordt gerealiseerd en waar het gebouw maar ook de openbare ruime een lange levensduur hebben (bijvoorbeeld door flexibiliteit of goede materiaalkeuze). Klimaatadaptief bouwen De Gemeente Landsmeer wenst ook bij nieuwbouw in meer stedelijk gebied groen en opties voor vogelnesten in te brengen. In de daarvoor geëigende gevels zullen enkele nestkasten worden ingebouwd. Tevens is er het voornemen enkele leibomen te plaatsen aan de dorpsstraat zijde. Een ander aspect is dat vanwege de klimaatveranderingen meer warme zomernachten voorkomen waar bewoners last van kunnen hebben, de zogenaamde hittestress. Hittestress
Er is geen temperatuur overschrijding (TO juli) groter dan 1,20 in het bouwplan. Dit komt door de overstekken van balkons (deels ook inpandig), de grootte van de gevelopeningen en het type beglazing (zonwerend). Hiermee voldoet het plan ruimschoots aan de eisen van 2020 en ook aan de huidige regelgeving. Het plan heeft een EPC van 0,33 en de BENG indicatoren voldoen ook ruimschoots aan de huidige eisen: energiebehoefte 48,3 kWh/m² (eis max. 70), primair energieverbruik 43,8 kWh/m² (eis is max 50) en aandeel hernieuwbare energie 55% (eis is min 40%). Energietransitie en duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2-uitstoot realiseren dan in 1990.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 41
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energie Transitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. Hoewel nog niet van toepassing, is per 1 januari 2021 BENG van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energie Neutrale Gebouw eisen (BENG). Hulpmiddelen om te voldoen aan deze regelgeving GPR Gebouw (meetinstrument voor ontwikkelaars), een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers op de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Hoe hoger de score, hoe duurzamer de woning(en). GPR Gebouw is zowel een communicatiemiddel als praktische maatregelenlijst om nog duurzamer te bouwen. Een voorbeeld is dat HR++ glas vervangen wordt door HR+++ glas met hogere isolatiewaarden. Dit toont zich direct in de scorelijst. De licentie wordt gratis verstrekt door de Omgevingsdienst IJmond ( info@odijmond.nl ). Uitgangspunten Gasloos bouwen en een meer dan volgens het Bouwbesluit vereiste thermische schil.
6.1.1.
Conclusie Het “zichzelf dragende” energetisch woongebouw voldoet ruimschoots aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. De berekende EPC-waarde is 0,33, de eis is 0,40. Zie hiervoor de berekeningen welke zijn verstrekt bij de omgevingsaanvraag.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 42
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
7. CONCLUSIE EN BIJLAGEN 7.1.
Motivatie Het voorgelegde bouwplan is te beschouwen als een verdichtingsplan binnen de bebouwde kom een bestemmingsverandering van wonen en detailhandel naar enkel wonen. Aanleiding voor de wens om hier woningen te realiseren is in de eerste plaats de centrale ligging van het terrein in het dorp Landsmeer en de mogelijkheid om op een niet storende wijze woningen aan de bebouwde kom in Landsmeer toe te voegen. Hierdoor komen grotere woningen vrij waardoor een gezonde doorstroming kan plaats vinden. Gezien de grote vraag naar woningen en het feit dat er nauwelijks bouwgrond voor woningen binnen de gemeente is, is een uitbreiding van het aantal woningen in de bebouwde kom welkom. De gekozen architectuurvorm is aanvullend in Landsmeer. Het plan wordt volledig met groen en erf ontworpen in een stijl qua materiaal en kleur passend in dit centrumgebied van Landsmeer en voldoet daarmee volledig aan de wens van de provincie om landschappelijk, ecologisch en ruimtelijk kleinschalige meerwaarde in te bouwen.
7.2.
Resumé Gezien het grote aantal appartement zoekenden (meer kleiner wonen en grote woningen worden achtergelaten) in de gemeente, is kleinschalige woningbouw in de kern een logische keuze. Geconcludeerd wordt dat de realisering van dit bouwplan ruimtelijk inpasbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige cultuurhistorische, maatschappelijke en economische waarden en leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. In de voorgaande hoofdstukken is het relevante beleid in relatie tot het initiatief beschreven. Het voorliggende initiatief past binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van het vigerende Rijks-, Provinciaal en Gemeentelijk beleid. Ook is het plan uitvoerbaar in relatie tot milieu- en omgevingsaspecten. Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening, waarmee een omgevingsvergunning voor het initiatief kan worden verleend.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 43
Ruimtelijke Onderbouwing, v 0.3, d.d. 29 juli 2024 Projectnummer B 736, 7 nieuwbouw appartementen, Dorpsstraat 25, Landsmeer
7.3.
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 5a: Bijlage 6: Bijlage 6a:
Bijlage 6b: Bijlage 6c: Bijlage 6d: Bijlage 6e: Bijlage 6f: Bijlage 6g: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 8a: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 12a: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:
Plan 3: Dorpsstraat 25, d.d. 3-7-19 het principeplan in detail; Vervallen Ingezonden brieven van omwonenden; Verslag en reacties informatieavond van 11-02-2017; Verkeerskundig onderzoek Buro DB Franeker, d.d. 03-01-2017; Update Verkeer & parkeren Buro DB Franeker, d.d. 18 juli 2024; Geohydrologisch onderzoek KWinfra, d.d. 20-01-2017; Update Geohydrologisch onderzoek Geo-Supporting, d.d. maart/mei 2022, bestaande uit een Geo-technisch onderzoek met funderingsadvies; Extra Een damwandadvies t.b.v. de parkeerkelderbouw; Extra Bemalingsadvies t.b.v. ontgraven voor kelderbouw; Extra Stempelraam berekening voor damwanden, Booms Constructieadvies, Delft, d.d. 10 maart 2022; Extra Asc Bouwputadvies DS25 d.d. 20 juni 2024; Extra Asc geohydrologische analyse d.d. 23 februari 2023; Extra Asc Wateropgave d.d. 19 juni 2024; Asbestonderzoek, Van Santen Advies, d.d. 19-12-2016; Akoestisch Onderzoek V1.0, GeluidBuro, d.d. 25-01-2017; Update Akoestisch Onderzoek, Buro DB, d.d. 26-07-2024; Archeologisch advies, RAAP, rapportage volgt; Zonnestudie Leloup, d.d. 3 juli 2019; Welstand, preadvies akkoord op hoofdlijnen d.d. 01-07-2019; Verkennend Bodemonderzoek, Landview, nr. 2019228, 13-03-2019; Update Grondonderzoek, Back Milieu advies, d.d. 01-07-2024; Flora & Fauna onderzoek, A.
Swaan, AFO, augustus 2019; Stikstofberekening (Aerius), Leloup Architecten, 7-09-2020; Watertoets, Hollands-Noorderkwartier, code 20200904, 4-09-2020; Planrisicoanalyse van Langhout-Wiarda d.d. 19 maart 2021.
Opgemaakt door Henri Leloup, d.d. 29/07/2024
blad 44