B2 Legesverordening 2024 (b)
Tekst van het document
Raadsvergadering 21 december 2023
Besluit van de raad van de gemeente Landsmeer tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van leges Landsmeer 2024. De raad van de gemeente Landsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; gezien het advies van de afdeling Financien; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. 'dag': de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. 'week': een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. 'maand': het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalandermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. 'kwartaal': een aaneengesloten periode van 91 dagen; e. 'half jaar': een aaneengesloten periode van 183 dagen; f. 'jaar': een aaneengesloten periode van 365 dagen; g. 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
1
b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het afgeven van bewijzen van onvermogen; d. het afgeven van stukken nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, loon en bezoldiging; e. de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikking of afschrift daarvan, houdende een beslissing op een aanvraag subsidie van de gemeente; f. openbare besturen, ambtenaren of instellingen voor de diensten door hen in het openbaar belang verzocht met uitzondering van de leges genoemd in de hoofdstukken 5 en 6 en hoofdstuk 18, onderdeel 18.6.4, van de tarieventabel en voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is voorzien. g. Het in behandeling nemen van een aanvraag van een stichting of vereniging van sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve, educatieve en/of culturele aard voor een beschikking waarvan het gebruik bijdraagt aan de cohesie in de gemeenschap en/of waarvan de opbrengsten aangewend worden om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen. Enkel verenigingen en stichtingen waarvan uit de statuten de sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve, educatieve en/of culturele doelstelling blijkt, komen in aanmerking voor deze vrijstelling.
Verenigingen en stichtingen met een commercieel doel in de statuten worden uitgesloten van de vrijstelling. De aanvrager dient op het aanvraagformulier aan te geven dat de organisatie en de activiteit voldoen aan de hierboven gestelde voorwaarden. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 8 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 8 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
2
Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1. hoofdstuk 7 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. hoofdstuk 8 (rijbewijzen); 3. hoofdstuk 4 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. hoofdstuk 13 onderdeel 1.13.1.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. hoofdstuk 9 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1
2 3
4 5
De 'Verordening Legesverordening 2023’ van 22 december 2022, wordt evenals de tarieventabellen 2023, ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na het in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de leges in die periode plaatsvindt. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Deze verordening wordt aangehaald als 'Legesverordening 2024'.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 21 december 2023. De griffier,
De voorzitter,
3