B2 bij Bijlage 2Den Ilp 180 B Verkennend natuuronderzoek
Tekst van het document
Quickscan Ecologie Behorende bij project verbouwen loods naar appartementen Slopen bebouwing den ilp 180 Den Ilp
Projectnummer : Ecq.2019.728 Datum : 5 september 2018
Ecologie Op Maat
Ussenstraat 2B 5344 PM Oss 1 ecologie@pasmaat.com
Quickscan den ilp 180
1 Inleiding Voor het wijzigen van de functie van loods naar appartementen en het slopen van overige bebouwing aan den ilp 180, waar ook enig groen zal worden verwijderd heeft Ecologie op Maat een ecologische quickscan uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden in het projectgebied, gebouwen en directe omgeving. Om zorgvuldig om te gaan met eventuele natuurwaarden is besloten om een ecologische quickscan uit te voeren. Hieronder is het plangebied weergegeven op google maps:
2. Methode De quickscan is opgesteld ter voldoening aan het geen is gesteld omtrent de beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb) die sinds 1 januari 2017 van kracht is. Hierbij gaat het met name om de soorten van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). Indien deze soorten aanwezig zijn, kan dit leiden tot een noodzaak tot een ontheffingsaanvraag. De soorten, die op basis van art. 3.10 van de Wnb beschermd worden, vallen ook binnen de quickscan. Voor deze soorten is op basis van provinciale vrijstellingsbesluiten in veel gevallen geen ontheffing vereist, maar dient wel zorgvuldig gehandeld te worden. In veel gevallen kan op basis van de quickscan de aanwezigheid van beschermde flora en fauna worden vastgesteld of uitgesloten. Het kan echter mogelijk zijn dat vervolgonderzoek nodig is om het voorkomen van een beschermde soort te kunnen bepalen. De flora en fauna quickscan bestaat uit een bureauonderzoek aangevuld met een veldbezoek. Op basis van de beschikbare gegevens uit openbare bronnen met natuurgegevens en (online) verspreidingsatlassen (o.a. Broekhuizen et al 216, FLORON 2018; SOVON, 2002) is een redelijk tot goed beeld verkregen van het voorkomen van beschermde soorten in de omgeving.
Omdat uit het bureauonderzoek bleek dat er een noodzaak was voor het uitvoeren van een veldonderzoek, waarbij het plangebied is geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde soorten, is op een veldonderzoek uitgevoerd. Het (potentiële) voorkomen van een beschermde plant of dier is hierbij zoveel mogelijk in kaart gebracht.
2
Quickscan den ilp 180
Tijdens het veldonderzoek op 31 augustus 20198 waren de weersomstandigheden goed om een juist beeld hiervan te krijgen. De bewolkingsgraad was 6/8, en de temperatuur was ca 18 graden Celsius. Tijdens het bezoek is gebruik gemaakt van een telescoopcamera met een lengte van 8 meter, zodat het gehele gebouw en al het groen goed kon worden geïnspecteerd. Ook is ’s avonds een onderzoek verricht naar de - al dan niet - aanwezigheid van vleermuizen.
3. Wet- en regelgeving Dit onderzoek is gericht en uitgevoerd op de beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft per 1 januari 2017 de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. Hieronder is een overzicht gegeven van de Zorgplicht en verbodsbepalingen in de nieuwe wet. De Wnb verschilt van de oude wetten in de formulering van de Algemene Zorgplicht en de verbodsbepalingen. Daarnaast verschilt de lijst van beschermde soorten dieren en planten van de Flora- en faunawet. Algemene Zorgplicht (Art. 1.11) In beginsel zijn alle in Nederland in het wild levende dieren en planten beschermd. De bescherming wordt vormgegeven door verbodsbepalingen en een algemene Zorgplicht. De Wnb richt zich op de bescherming van soorten en gebieden. Echter, de intrinsieke waarde van elk individueel dier en plant wordt wel erkend. Mensen mogen hier dus niet onzorgvuldig mee omgaan. Vanuit deze gedachte is de Zorgplicht opgesteld: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. De Zorgplicht is een algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt, maar die bij ruimtelijke ontwikkeling van groot belang is om ontwikkelingen en natuur goed op elkaar af te stemmen en de natuur in goede orde te behouden. Verbodsbepalingen (Art. 3.1 t/m 3.10) De bescherming van planten en dieren is gebaseerd op het ‘Nee, tenzij’-principe. Dit wil zeggen, dat in principe werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geen negatief effect mogen hebben op beschermde flora en fauna, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkelingen. Wanneer de activiteiten geen negatief effect hebben op de flora en fauna dan is geen ontheffing nodig. In veel gevallen is dat echter moeilijk vooraf te bepalen.
Daarom wordt vaak vooraf het voorkomen van beschermde soorten in kaart gebracht door een ecologisch adviseur.
3
Quickscan den ilp 180
Hiermee wordt niet alleen de aanwezigheid van een soort binnen het plangebied bepaald, maar ook het gebiedsgebruik en daarmee het effect van de activiteiten. In de Wnb zijn de verbodsbepalingen gekoppeld aan de verschillende beschermde soorten vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en internationale verdragen. Artikel 3.1
3.5
3.10
Verbodsbepalingen Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden, te vangen en te verstoren. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, beschadigen, weg te nemen, rapen en onder zich te hebben. (Soorten genoemd in de Vogelrichtlijn) Het is verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen, te verstoren. Het is verboden eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (Soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden, te vangen, de vaste verblijf- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Het is verboden vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, of te vernielen. (Aangewezen soorten in de bijlage, onderdeel A & B van de Wet natuurbescherming)
De Wnb deelt beschermde flora en fauna in drie groepen in: Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (Vogelrichtlijn). Alle internationaal beschermde flora en fauna (die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn). Alle nationaal beschermde flora en fauna (die genoemd zijn in Bijlage A & B van Wnb). Bij de laatste twee punten gaat het om de bescherming van verschillende inheemse soorten vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers, sporenplanten en vaatplanten in Nederland. De genoemde en gedefinieerde groepen hebben hetzelfde beschermingsniveau in de Wnb. Het is noodzakelijk om voor alle ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden een ontheffing aan te vragen indien beschermde flora en/of fauna in het plangebied aangetroffen of aangetoond is. Vogels Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten worden in beginsel gelijkwaardig beschermd. Het is in het algemeen verboden om vogels te doden, te verontrusten, hun nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen te verstoren. In de praktijk gaat het met name om werkzaamheden gedurende het broedseizoen. Buiten het broedseizoen zullen veel activiteiten minder problemen geven voor de meeste vogelsoorten.
Uitzondering hierop vormt een selectie aan vogelsoorten die jaarronde bescherming genieten (Ministerie van LNV, 2009). De nesten van deze soorten mogen ook buiten het broedseizoen niet verstoord worden. De jaarrond beschermde vogelsoorten zijn ingedeeld in vijf categorieën. Voor de soorten uit de vijfde categorie geldt alleen onder specifieke omstandigheden een ontheffingsplicht. Deze lijst is samengesteld onder de voormalige Flora- en faunawet, maar blijft (voorlopig) van toepassing binnen de huidige natuurwetgeving.
4
Quickscan den ilp 180
Voortplantings-, vaste rust- en verblijfplaatsen dieren Naast de dieren zelf worden ook hun voortplantings-, vaste rust- en verblijfplaatsen beschermd. Onder een voortplantingsplaats wordt niet alleen een nest van een vogel of kolonieverblijf voor vleermuizen verstaan, maar ook de functionele omgeving. Sommige faunasoorten zijn zeer kritisch wat betreft hun foerageerplek of slaapplaats. Zij stellen specifieke eisen aan het leefmilieu en kunnen ook moeilijk overschakelen op een veranderde situatie. Indien werkzaamheden invloed hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen dient een ontheffing te worden aangevraagd. Vrijstellingsregeling van de verboden Voor internationaal en nationaal beschermde soorten geldt in sommige gevallen een algemene vrijstelling voor werkzaamheden. Iedere provincie heeft apart bepaald welke flora en fauna valt onder deze vrijstellingsregeling. De vrijstelling geldt voor de volgende werkzaamheden: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; Bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; Bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.
Vallen de activiteiten onder één van deze noemers dan is de vrijstellingsregeling van de verbodsbepalingen van de Wnb van toepassing. Als geen sprake is van dit type werkzaamheden dan is toch een ontheffingsaanvraag nodig. De algemene Zorgplicht blijft in alle gevallen wel van kracht. Aangetroffen (beschermde) soorten Vogels – jaarrond beschermde soorten Jaarrond beschermde vogels hebben allen bomen of gebouwen nodig om te kunnen nestelen. Binnen de plangebieden zijn geen nesten van jaarrond beschermde soorten waargenomen. Onder andere Huismus en Gierzwaluw zijn jaarrond beschermd. Dit houdt in dat voor werkzaamheden, die de nestplaatsen en directe omgeving raken, een ontheffing nodig is. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied kon niet van te voren uitgesloten worden. De Huismus is een algemene broedvogel maar tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat geen Huismussen foerageren binnen het plangebied. Het pand is hiervoor ook niet geschikt. Er zijn geen dakpannen waaronder nesten kunnen worden gemaakt en ook geen verdere openingen die hiervoor geschikt zijn. De Gierzwaluw komt in de omgeving van het plangebied voor. De kolonies zijn met name in de dorpskernen te vinden. Gierzwaluwen nestelen vaak onder de overhangende dakpannen aan de kopgevels en maken gebruik van niet goed aansluitende dakpannen op het hellend dakvlak.
Gierzwaluwen zijn niet gedetecteerd tijdens het veldbezoek maar het gebouw is hiervoor ook niet geschikt.
5
Quickscan den ilp 180
Vogels – overige soorten Naast de jaarrond beschermde soorten zijn tijdens het veldbezoek de volgende algemeen voorkomende vogels waargenomen: Koolmees en de Merel. Merel en Koolmees zijn foeragerend beperkt waargenomen. Een Merel maakt zijn nest in struiken en bomen. De koolmees broedt in holtes van bomen en nestkastjes. Bij het verwijderen van groen moet rekening gehouden worden met het broedseizoen. Nesten zijn echter niet aangetroffen. Zoogdieren De verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden van alle vleermuizen in Nederland zijn beschermd. Gedurende het jaar maken vleermuizen gebruik van verschillende verblijfplaatsen. Een (holle) boom of gebouw kan deze functie vervullen). Uit het bureauonderzoek bleek dat de beschermde Gewone dwergvleermuis voor zou kunnen komen, alsmede de Rosse vleermuis. Veel vleermuissoorten maken gebruik van lijnvormige elementen in het landschap om zich te oriënteren. Ze benutten beschutte trajecten om de foerageergebieden te bereiken. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied. Ook is met behulp van een Batdetector onderzocht of het perceel wordt gebruikt door vleermuizen. Dit bleek niet het geval. Aan de overzijde van de weg zijn wel watervleermuizen gedetecteerd maar deze vliegen niet van en naar het plangebied.
Nader vleermuisonderzoek wordt niet nodig geacht. Tijdens het veldbezoek zijn geen wilde zoogdieren waargenomen in het plangebied. Ook voor de kleine marterachtigen Wezel en Bunzing zijn de plangebieden ongeschikt als foerageergebied. Voortplantingsplaatsen zijn niet te verwachten, omdat niet genoeg schuilmogelijkheden, zoals houtwallen en heggen, aanwezig zijn. In de Wet natuurbescherming geldt voor deze soorten een algemene vrijstelling. Wel geldt de algemene Zorgplicht (Art. 1.11 uit Wnb). Dit betekent dat het verwijderen van de beplanting altijd met zorg gedaan moet worden. Overige soorten Voor de strikt beschermde soorten van andere soortgroepen wordt het plangebied op basis van het veldbezoek en de literatuurgegevens niet geschikt geacht voor de werkzaamheden die uitgevoerd gaan worden. Binnen het plangebied is geen water aanwezig zodat het niet geschikt is als voortplantingsplek voor beschermde amfibieën. Libellen zijn ook niet aangetroffen.
4. Conclusie en aanbevelingen Dit verkennende onderzoek was gericht op alle beschermde soorten van de Wet natuurbescherming. De flora en fauna quickscan bestond uit een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het voorkomen van alle beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming zo nauwkeurig mogelijk ingeschat. Dit heeft geleid tot de volgende bevindingen: Vogels – Jaarrond beschermde soorten Binnen het plangebied kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen uitgesloten worden. Aanbevelingen Het verwijderen van groen dient buiten het broedseizoen te geschieden
6
Quickscan den ilp 180
Gebruikte Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & J.C. Buijs (red). 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren – Natuur van Nederland 12. BIJ12. 2017a. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). juli 2017. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Huismus (Passer domesticus). juli 2017.. FLORON. 2018. NDFF Verspreidingsatlas planten. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen. Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij. 2009. Wijziging beoordeling ontheffing Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen. augustus 2009. SOVON Vogelonderzoek Nederland. 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000 – Nederlandse Fauna 5. SOVON 2018a. Voorlopige verspreidingskaart Gierzwaluw broedseizoen. april 2018.
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus. Vleermuisprotocol
7