B2. Beleidsplan groenbeheer 2021 - gemeente Landsmeer - Bijlagen
Tekst van het document
Schakelen naar toekomstbestendig groen Beleidsplan groenbeheer BIJLAGEN
Eindconcept 27 september 2021
1
Colofon Dit document is opgesteld door: Eco Consult - Groen, Monitoring & Management BV Plesmanstraat 59-32, 3905 KZ Veenendaal Telefoon:
+3185 3038 627
E-mail:
info@ecoconsult-gmm.nl
Website:
www.ecoconsult-gmm.nl
Projectleider adviesbureau:
Marieke Teunissen
Samenstelling:
Marieke Teunissen en Sacha Roering
Foto’s:
Eco Consult (tenzij anders vermeld bij de foto)
Opdrachtgever:
gemeente Landsmeer
Contactpersoon:
Simone van Zuilichem (tot 15 juli Anne Marie Niks)
Datum:
27 september 2021
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de samensteller en in overleg met de opdrachtgever. Deze uitgave is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Noch de samenstellers, noch de opdrachtgever zijn aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van onjuistheden en/of onvolkomenheden ten gevolge van het gebruik van deze uitgave.
2
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
INHOUD
BIJLAGE I, Wetten en regels voor flora en fauna
4
BIJLAGE II, Samenvatting resultaten enquête
7
BIJLAGE III, Zondering onderhoudskwaliteit 2009
12
BIJLAGE IV, Matentabel bomen
13
BIJLAGE V, Groenbeheerparagraaf/beheertoets
15
BIJLAGE VI, Legenda groenstructuurkaart
17
BIJLAGE VII, Uitwerking groenvisie per wijk
19
BIJLAGE VIII, Omgaan met overlast door ziekten en plagen
30
Dit separaat document behoort bij het Beleidsplan groenbeheer 2021. .
3
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
BIJLAGE I, Wetten en regels voor flora en fauna 1.
Vigerende wetgeving Er is Europese en landelijke wetgeving voor behoud en herstel van onze biodiversiteit. Deze bepaalt dat het een ieders verantwoordelijkheid is om alle inheemse soorten in gunstige staat van instandhouding te houden. Sinds 2017 is dit uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. In deze wet zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet samengevoegd. Sindsdien bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Ook zorgen zij voor het verlenen van vergunningen voor werkzaamheden in beschermde gebieden en ontheffingen voor werkzaamheden die nadelig effect hebben op beschermde soorten. De provincies zijn het bevoegd gezag en treden op als handhaver van deze wet. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van de grotere wateren. De wet geldt voor zowel overheden als particulieren. Overtreding van de Wet natuurbescherming is een economisch delict waarbij op basis van ‘strafrecht’ boetes worden gegeven en/of vervolging optreedt. Personen worden individueel aansprakelijk gesteld en eventuele opdrachtgevers kunnen te maken krijgen met aansprakelijkheid en vervolgschade.
2.
Verboden uit de wet De Wet natuurbescherming heeft invloed op alle activiteiten die een negatief effect kunnen hebben op de gunstige staat van instandhouding van inheemse – van nature in Nederland voorkomende – planten en dieren en hun rust- en voortplantingsplaatsen of leefgebied. Voor gemeenten betekent dit zij de ‘zorg’ (algemene zorgplicht) hebben om aanwezige beschermde soorten binnen hun grondgebied op ‘peil’ te houden. Voor het gemeentelijke groenbeheer betekent dit dat het volgende verboden is: •
Specifiek beschermde dieren en vogels te doden, te vangen of te verstoren.
•
Rust- en voortplantingsplaatsen van specifiek beschermde dieren en vogels te beschadigen, te vernielen of weg te nemen.
•
Eieren te beschadigen, rapen of bezitten.
•
Specifiek beschermde planten te plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen.
3.
Voorkomende soorten Op dit moment is het niet goed bekend welke beschermde soorten in Landsmeer (mogelijk) voorkomen EN waar in het groenbeheer rekening mee dient te worden gehouden. Soorten die de afgelopen periode in verkennende onderzoeken werden genoemd voor een aantal ruimtelijke ontwikkelingen zijn:
4
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
•
Huismussen kleine marterachtigen in het wijkpark 1.
•
Foerageergebied van jaarrond in gebruik zijnde nesten van Sperwer en Buizerd.
•
Kleine zoogdieren en marters in de rietstroken langs ‘De Gouwe’.
•
Wijkpark en Sportpark als (klein) onderdeel van een vliegroute door vleermuizen.
•
Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van Huismus, Ransuil en Boomvalk in Havenzathe2.
Met het ingaan van de Wet natuurbescherming zijn veel zeldzame of bijzondere planten (meestal Rode Lijstsoorten) niet meer beschermd. Omdat met veel van deze soorten vaak wel jarenlang zorgvuldig is omgegaan, is het niet juist om deze soorten nu te vergeten. Gemeente kunnen er daarom voor kiezen om deze soorten te beheren alsof het beschermde soorten zijn.
Rode lijsten Een Rode lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Minister bevordert onderzoek en werkzaamheden die nodig zijn voor bescherming en beheer. Rode lijsten hebben geen juridische status.
4.
Bron: website Rijksoverheid
Instrumenten Omdat niet altijd te voorkomen is dat er schade optreedt, kent de wet drie instrumenten voor het omgaan met deze verboden: ontheffing, vrijstelling en vrijstelling op basis van een gedragscode. Gemeente Landsmeer zou bij het beheren van het openbaar groen zoveel als mogelijk is volgens een door de minister goedgekeurde gedragscode kunnen werken. Vallen werkzaamheden niet onder het inzetbereik van de gedragscode dan zal een ontheffing bij de provincie moeten worden aangevraagd. Voor het groenbeheer zal dit eventueel nodig zijn bij: •
Vellen van rijen bomen die vleermuizen gebruiken als essentiële migratieroute.
•
Het omvormen van percelen met verblijfplaatsen van Europees beschermde soorten (Habitatrichtlijn).
In de praktijk zal het werken met een gedragscode betekenen dat voorafgaand aan werkzaamheden gecontroleerd dient te worden of er beschermde soorten aanwezig zijn die nadelig
1 Uit verkennend onderzoek ‘Toetsing in het kader van de natuurwetgeving van 4 deelgebiedjes voor nieuw jongerencentrum
2017’ van G&G‐advies QS2017‐127; Wijkpark, sportpark, De Gouwe, Scheepsbouwersweg. 2 Uit verkennende onderzoek wijk Havenzathe 2020 van G&G-adviesQS2020-002.
5
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
effect van de werkzaamheden zullen gaan ondervinden. Welke aanpassingen worden gedaan wordt vastgelegd zodat het aantoonbaar is dat er zorgvuldig wordt gehandeld.
5.
Inventarisatie en monitoring Om rekening te kunnen houden met beschermde planten en dieren is het in de eerste plaats belangrijk om ze te kunnen herkennen, te weten waar ze voorkomen en in het bijzonder waar hun verblijf- of standplaatsen zich bevinden. Daarnaast is het relevant om te weten wat de trend in aantallen is ofwel is er sprake van een gunstige staat van instandhouding? Bij het groenbeheer is het nodig om daarvoor de volgende gegevens in beeld te brengen en actueel te houden. •
Nesten van vogels die jaarrond gebruik maken van hun nest (o.a. van roofvogels en ransuilen) of in kolonies broeden (o.a. reiger).
•
Winter- en kraamverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen (massaverblijven).
•
Standplaatsen van beschermde planten (hotspots waar veel exemplaren bijeen staan).
•
Holen van marterachtigen en beschermde muizen.
•
Broeihopen van ringslangen.
•
Concentraties van standplaatsen van beschermde planten.
•
Waardplanten van vlinders en libellen.
Het zal een actie voor de komende jaren worden om hier invulling aan te geven en te zorgen dat de eigen medewerkers hier meer kennis van krijgen zodat hier mee oog voor komt. Voor soorten die mobiel zijn of zich snel aanpassen is het belangrijk om voorafgaand aan werkzaamheden het te bewerken areaal te controleren op aanwezigheid van nesten of andere verblijfplaatsen of standplaatsen van beschermde dieren en planten. Indien deze worden aangetroffen worden de werkzaamheden zodanig aangepast dat zij geen nadelig effect op de soort hebben, door bijvoorbeeld ruim om het nest heen werken of op een ander tijdstip terugkomen. Belangrijk is dat aantoonbaar is dat een ‘ecologisch deskundige’ de aanwezigheid van soorten heeft aangetoond of juist niet. Ook in de uitvoering is basiskennis over het zorgvuldig handelen volgens de natuurwetgeving noodzakelijk en ook al aanwezig.
6
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
BIJLAGE II, Samenvatting resultaten enquête
Er is in november 2020 een enquête uitgezet onder de deelnemers van de expertgroep (22 personen). Dit zijn interne en externe bij groen betrokken partijen. (Onderzoekdoen.nl – Input voor het nieuwe beleidsplan groenbeheer gemeente Landsmeer). Het aantal respondenten bedroeg 16 personen. Onder de respondenten waren 7 inwoners, 5 medewerkers van de gemeente en 4 personen namens een terreinbeherende organisatie. Onderstaand de resultaten op hoofdlijnen per inhoudelijke vraag. 1. Thema groen en kwaliteit Wat is voor u het belangrijkste dat in het nieuwe groenbeleidsplan meegenomen dien t te worden? •
Houden wat het nu is
3x
•
Meer groen en bomen
4x
•
Ander groen
4x
•
Andere reactie (medewerkers gemeente)
6x
- Duidelijk maken welk groen verkocht mag worden - Balans in ambitie en beheersbaarheid
2. Thema groen en kwaliteit Worden de bomen en het groen (van gemeente, andere beheerders en inwoners) naar uw indruk voldoende beschermd? •
Goede balans
6x
•
Te gemakkelijk weggehaald
4x
•
Alleen groenstructuur beschermen
0x
•
Onvoldoende inzicht
4x
3. Thema groen en duurzaamheid Welke kansen ziet u voor het verduurzamen van het openbaar groen / de openbare ruimte in gemeente Landsmeer? •
Zorgen dat groen lang meekan
3x
•
Zorgen dat groen meer multifunctioneel wordt
13x
4. Thema groen en duurzaamheid Wat weegt zwaarder: de kwaliteit of de kwantiteit van bomen?
7
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
•
Liever minder bomen, dan veel bomen die niet op de juiste plaats staan of niet goed groeien
•
Plant vooral zoveel bomen mogelijk aan, iedere boom telt.
2x
•
Veiligheid van bomen staat voorop.
2x
11x
5. Thema groen en duurzaamheid Moeten bestaande bomen en groen worden ingepast als het gaat om nieuwe ontwikkelingen? •
Ja, natuurlijk, mits ze van goede kwaliteit zijn.
•
Nee, met een schone lei (en grond en groen) beginnen. 3x
11x
6. Thema groen en duurzaamheid Gezien de aankomende bezuinigingen, waar ziet u kansen om met minder middelen het groen voor de langere termijn goed in te richten en te onderhouden? •
Inwoners bij het groenonderhoud betrekken
5x
•
Extensiever onderhoud (minder maaien)
8x
7. Thema groen en biodiversiteit Is er voldoende variatie in beplantingsvormen? (denk aan vaste planten, bloemenweide, ruigte, hagen, sierstruiken, solitaire bomen, boomgroepen, bosjes etc.) •
Ja, vooral zo laten als het nu is.
2x
•
Nee, het mag veel natuurlijker.
8x
•
Nee, het mag veel netter en strakker. 1x
•
Anders: dit weet ik niet
4x
•
Anders: meer balans
1x
8. Thema groen en biodiversiteit Met welke maatregelen kan de biodiversiteit in Landsmeer worden vergroot? •
Het aanleggen van bloemen/vlinder/bijen/insectenlinten door de hele gemeente. 10x
•
Stimuleren van meer natuurlijke particuliere tuinen. 3x
•
Het omvormen van grote percelen openbaar groen naar meer natuurlijk groen. 1 x
•
Anders: Er zijn voldoende recreatie en wandelmogelijkheden maar het bereiken daarvan kan een obstakel zijn. Er zijn veel onveilige situaties voor fietsers en voetgangers in Landsmeer. 1
•
Anders: Met alle drie kan dit, kijk wat er kan! 1
9. Thema groen en gebruik Nodigt het openbaar groen/ openbare ruimte voldoende uit:
8
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
•
Tot het maken van ommetjes vanuit de woning of wijk?
7x
•
Tot spelen, sporten en recreëren?
2x
•
Om te verblijven, te ontdekken?
2x
•
Anders: Alle genoemde opties zijn mijns inziens voldoende gevarieerd aanwezig en dit lijkt mij ook belangrijk.
1x
•
Anders: Dat weet ik niet
2x
•
Anders: Nee, maar is ook moeilijk met polder in de buurt.
1x
10. Thema groen en gebruik Biedt de gemeente ruimte voor het participeren in het groen en het meedenken over groenplannen? •
Ja, voldoende.
5x
•
Nee, ik zou graag meer willen.
8x
11. Thema groen en gebruik Is het een goed idee om adoptie van groen door bedrijven en inwoners te stimuleren? •
Ja, altijd doen.
4x
•
Ja, mits er heldere regels zijn.
11x
•
Nee, niet doen.
1x
12. Thema groen en gebruik Ziet u mogelijkheden om het groen binnen de bebouwde kommen van de gemeente meer te verbinden met het groen/landschap van het buitengebied? Het kan bijvoorbeeld gaan om h et creëren van doorgaande groen- ecologische verbindingen, maar mogelijk ook verbindingen voor wandelen en fietsen. Hoe staat u hier tegenover? •
Voor het verbeteren van biodiversiteit is dit wenselijk of nodig.
2x
•
Voor het verbeteren van de recreatieve mogelijkheden is dit wenselijk of nodig.
3x
•
Voor zowel de biodiversiteit als het verbeteren van de recreatieve mogelijkheden is dit wenselijk of nodig.
4x
•
Maak geen nieuwe verbindingen het is goed zoals het is (graag toelichten).
2x
•
Anders: hier heb ik niet zoveel beeld bij. Wel lastig om de verbindingen te maken denk ik omdat er vele bijzondere bestemmingen aanwezig zijn in het buitengebied waar erg weinig mag
1x
13. Thema groen en gebruik Op welke manier zou u kunnen of willen bijdragen aan voorgenoemde verbinding? •
Ik zie hier geen mogelijkheden voor.
5x
•
Meedenken/werken aan bijv initiatieven voor nieuwe wandel/fietsroutes?
8x
9
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
•
Anders: Adopteren bremstrook in mijn buurt
1x
•
Anders: bestemmingsplantechnisch en juridisch toetsen te doen
1x
•
Anders: Zelfbeheer 1x
14. Thema groen en participatie Op welke wijze zou u een bijdrage kunnen geven aan groen en kwaliteit & bescherming & duurzaamheid & biodiversiteit? •
Meedenkend aan de voorkant
4x
•
Voorlichting en excursies
1x
•
Verkennen en plannen maken
3x
•
Berm- en agrarische beheren
2x
15. Thema groen en participatie Zou u behoefte hebben aan een structureel overleg ‘groen en landschap’ met alle partners die actief zijn in het groen van de gemeente? •
Ja, een ‘groen en landschap’ structureel overleg op lijkt me zinvol.
4x
•
Nee, alleen overleggen wanneer dit nodig is.
9x
•
Anders: als ik hierbij een juridische bijdrage kan leveren is dit interessant voor mij 1x
•
Anders: Voor meedenken en overleggen sta ik altijd open maar ik moet dan wel iets toe kunnen voegen vanuit sociaal domein. Over duurzaamheid en biodiversiteit heb ik geen deskundigheid en daar voeg ik dus ook niets toe.
1x
16. Tips voor de gemeente Wat zou u de gemeente nog expliciet willen meegeven bij het opstellen van het nieuwe groenbeleidsplan? Groen wordt een steeds belangrijker onderdeel van de openbare ruimte en voor het realiseren van klimaat en duurzaamheidsdoelen. Dit rechtvaardigt om te investeren in vakkennis om de juiste beslissingen te nemen voor de toekomst. Maak ruimte voor proefprojecten op tijdelijke braakliggende terreinen, waarbij medewerkers van groen en infra combinaties uitproberen met verhardingsmaterialen in combinatie met beplantingssoorten. Zorg voor structureel overleg met andere gemeenten met hetzelfde bodemprofiel. Denk na over mogelijkheden om stenen tuinen te belasten en het geld dat daaruit voortvloeit in te zetten in groenonderhoud en aanplant. Schakel hierbij ook woningbouwverenigingen in. Zoals er nu door een van de verenigingen aan allerlei woonblokken nestkastjes worden opgehangen, moet er voorlichting komen voor zowel de woningbouwcoöperatie als de huurders dat die kastjes alleen maar zin hebben als er voor de daarin broedende vogels en vleermuizen voldoende bomen, planten bloemen aanwezig zijn waar ze hun voedsel kunnen halen. Kortom: er moet voorlichting komen over/bewustwording van feit dat alles in het groen met elkaar samenhangt. Dat het groenbeheer daarop afgesteld moet zijn. Betrek bewoners er direct bij.
Zorg ervoor dat het groen in de woonwijken er verzorgt uit blijft zien om het wooncomfort te behouden cq te verbeteren. Parken en natuurterreinen mogen meer het natuurlijke karakter krijgen waardoor minder onderhoudskosten. Natuurvriendelijke oevers aanleggen in combinatie met waterberging (maar ja, de grond is duur....)
10
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
Betrek de burgers en het bestemmingsplan erbij om onwil en onmogelijkheden te voorkomen Ik begreep dat de wegen op termijn ook van het hoogheemraadschap in het buitengebied naar de gemeente gaan, dan is een goede 1 afstemming met de agrariërs heel belangrijk. Doe het samen met inwoners! Denk niet alleen aan groene planten. Het water is ook "groen" Participeren is een middel en niet een doel. Kijk hoe je dit zo efficiënt mogelijk kan inzetten maar laat het doel van het beleidsplan leidend zijn. Als je groen plant in het kader van klimaatadaptatie zorg er dan voor dat het grondwerk ook in orde is. Als je bewoners in Havenzathe oproept om hun tuinen en garageboxen te vergroenen, faciliteer hen dan ook bij het afvoeren van zand en stenen. Zorg er bij bladoverlast voor dat je bladeren opzuigt in plaats van blaast. Blad blazen zorgt namelijk voor grote hoeveelheden fijnstof en is niet goed voor de gezondheid Staar je bij het compenseren van bomen niet blind op compensatie door andere bomen. Dit moet je alleen doen als dit past in het geheel en de bomen ook voldoende ruimte en tijd hebben om tot wasdom te komen. Als dat niet mogelijk is, dan kan je beter overwegen om te compenseren met ander groen, of het groen in particuliere tuinen te stimuleren.
11
Met opmerkingen [AMN1]: Ik heb het nu zo opgelost. Dat mocht ook van die bewoner als ik geen andere plek kon vinden. Met opmerkingen [MT2R1]: Sommigen had ik ook als voetnoot verwerkt; beide laten staan?
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
BIJLAGE III, Zondering onderhoudskwaliteit 2009
12
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
BIJLAGE IV, Matentabel bomen
Toelichting bij de tabel Deze matentabel geldt als vaste randvoorwaarde voor toepassing van bomen in de openbare ruimte in nieuwe situaties (stedelijke uit- en inbreidingen). Bij aanpassingen in bestaande situaties gelden de richtlijnen in de matentabel als ‘na te streven waarden’. Bestaande situaties kennen namelijk meer ruimtelijke beperkingen, waardoor maatwerk nodig is om – in afstemming met de andere vakdisciplines – te komen tot een integraal afgestemde inrichting van de openbare ruimte. Het doel is in alle gevallen om tot een voor de gehele openbare ruimte een duurzaam en efficiënt te onderhouden inrichting te komen. Gemeentelijk uitgangspunt is om alleen bomen aan te planten mits dit binnen het straatprofiel mogelijk is of op reële wijze mogelijk is te maken. Voorop staat dat de aan te planten bomen zowel ondergronds als bovengronds de ruimte krijgen die past bij de gewenste levensduur. Vaktechnisch wordt er onderscheid gemaakt tussen ‘plantgat’ en ‘groeiplaats’. Plantgat is het gat dat je maakt om de boom te planten. De groeiplaats is het gehele vak/gebied dat bestemd is voor de boom. Een groeiplaats kan door gebruik te maken van bijvoorbeeld bomenzand ook onder de verharding doorlopen zonder dat de boomwortels overlast te veroorzaken. Een plantgat van circa 1x1x1m met goede bomengrond geeft gemiddelde groeiruimte voor kleine boomsoorten of hooguit 10-15 jaar.
Door bij aanleg ook ruimte voor een ruimere ondergrondse groeiplaats te maken kan de levensduur in verhouding worden verlengd. De meest eenvoudige oplossing is het aanbrengen van bomenzand op plaatsen waar wortels mogen groeien. Dit zorgt bij aanleg slechts voor geringe meerkosten per boom. Bomenzand is een mengsel van schoon, eentoppig zand en groencompost. Het heeft speciale eigenschappen waarin bomen goed kunnen wortelen. De grond kan worden verdicht en bestraat voor ‘lichte’ verhardingen (alleen bij voet- en fietspaden met elementverharding). Bomengrond is een rijkere teelaarde voor het planten van bomen in open grond. Het verschil met teelaarde is het hogere percentage organische stof en een hoger gehalte aan voedingsstoffen.
13
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
MATENTABEL BOMEN Onderwerp
1e grootte
2e grootte
3e grootte
Hoogte
>12 m1
6-12 m1
<6m1
1
5-8 m
1
<5m1
Kroondiameter
>8 m
Verwachte minimale kroonprojectie
115 m2
65 m2
20 m2
Stamdoorsnede
0,50-1,20 m1
0,40-0,60 m1
0,20-0,50 m1
1
1
>7 m
Bewortelbare ondergrondse ruimte *2
>30 m3
>20 m3
>10m3
Oppervlakte plantvak of – sleuf bij bomen in verharding
25 m2 of >3m1
15 m2 of >2 m1
10 m2 of > 1,5 m1
Minimale plantmaat nieuwe boom
14-16
14-16
12-14
Afstand hart stam tot lichtmast *3
4 m1
4 m1
4 m1
Afstand hart stam tot trottoirband *4
0,45-50 m1
0,45-50 m1
0,45-50 m1
Vrije trottoirruimte (excl. boomspiegel)
0,90 m1
0,90 m1
0,90 m1
Afstand hart stam tot kabels/leidingen*5
3 m1
2 m1
1 m1
4,50 m1 3,5 m1 2,5 m1 -
4,50 m1 3,5 m1 2,5 m1 -
4,50 m1 3,5 m1 2,5 m1 -
Vrije doorgangszone * wegen -
>5 m
>2,5 m1
Afstand hart stam tot gevel *1
6
fietspaden voetpaden gras, gazon of beplanting
*1 Dit is de benodigde groeiruimte voor tenminste 25 jaar; vuistregel 1-0,5-0,25 m3 groeiruimte per jaar voor respectievelijk 1e-2e-3e grootte. Gemiddeld genomen vindt eens in de 20-30 jaar aanpassing van de openbare ruimte plaats. Dit is dan tevens een natuurlijk moment om te bepalen of uitbreiding van de groeiplaats al dan niet nodig is. *2 Hanteer als vuistregel 50% + 1 meter van de verwachte kroondiameter van de toe te passen boomsoort. Oppervlakte is ook afhankelijk van de hoogte van het grondwater. *3 Afstand afhankelijk van het verlichtingsplan. *4 Wettelijke afstand (5:42 BW) tot de erfgrens is 2 meter; voor openbare bomen is hierop uitzondering mogelijk. *5 Afstand tot buitenkant buis of tracé; bij voorkeur buiten verwachte kroonprojectie projecteren. Kabelgoten toepassen indien kabels en leidingen binnen de voor de boom gereserveerde doorwortelbare ruimte worden gelegd. *6 De takvrije zone van de stam is hoger dan genoemde hoogtematen, aangezien takken doorhangen. De eigenschappen van de specifiek toegepaste boomsoort bepalen wat de bijbehorende takvrije zone moet zijn in relatie tot de vrije doorgangszone.
14
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
BIJLAGE V, Groenbeheerparagraaf/beheertoets Het is belangrijk dat direct bij de start van een ruimtelijk project 3 de uitgangspunten, randvoorwaarden en eisen/wensen voor het nieuw aan te leggen en/of bestaande groen in kaart worden gebracht en vastgelegd. Hiervoor kan een gemeente gebruik maken van het instrument ‘groenparagraaf’. Dit document legt kort en bondig vast wat binnen het projectgebied de groene waarden zijn, welke juridische randvoorwaarden gelden en wat de beleidsambities zijn. De groenparagraaf zorgt ervoor dat de discipline Groen vanaf de start op evenwichtige wijze meegenomen wordt in de ontwerp- en planfase en zodoende meeweegt bij te maken ruimtelijke en thematische keuzes. Hiermee komen consequenties voor het groen vroegtijdig in beeld en is tijdige bijsturing mogelijk. De groenparagraaf wordt aangevuld met een ‘beheerparagraaf’ zodra het ruimtelijke initiatief concreet uitgewerkt is naar een (concept)plan. De beheerparagraaf bevat een toets op zowel de beheerbaarheid als de beheerkosten van het nieuw aan te leggen openbaar groen en het eventueel in te passen bestaande groen. Dit is het format en bij een nieuw project werk je het uit zodat in de besluitvorming de consequenties voor groen en beheer meewegen. Dit kun je ook breder als ‘Beheerparagraaf’ zien waarbij ook naar wegbeheer e.d. wordt gekeken.
Inhoud groenbeheerparagraaf/beheertoets (format) •
Inleiding met doel van de groentoets/beheerparagraaf.
•
Beschrijving ruimtelijk initiatief/project.
•
Inventarisatie van bestaande groen en bomen en aanwezige beschermde soorten: wat is waardevol en beschermingswaardig en in te passen? Zowel tekstueel als visueel (kaart waar dit groen en de soorten ligt) vertalen naar het niveau van het plangebied en de directe omgeving.
•
Inventarisatie van beleid: wat zijn uitgangspunten en wensen vanuit het beleid (groenbeleidsplan, maar mogelijk ook provinciaal/landelijk beleid). Zowel tekstueel als visueel vertalen naar niveau plangebied.
•
Toetsing van de gewenste ruimtelijke en groeninrichting aan de eisen voor inrichting, aanleg en beheerbaarheid van openbare groenvoorzieningen (matentabellen).
•
Doorrekening van de beheerkosten aan de hand van kwaliteitsniveau, areaal en eenheidsprijzen.
3 In deze paragraaf worden hieronder verstaan grootschalige ontwikkelingen als uitbreiding bedrijventerrein, inbreidingslocaties met meerdere woningen of nieuwbouw. Vergunningsaanvragen voor individuele woningen die de openbare ruimte/groen niet aantasten vallen hier niet onder.
15
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
•
Overige aandachtspunten voor het groen en beschermde soorten bij realisatie van het project.
Het uitwerken van een beheertoets/beheerparagraaf hoort thuis in het RO-proces voor ruimtelijke ontwikkelingen.
16
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
BIJLAGE VI, Legenda groenstructuurkaart
Symbool
Omschrijving Groenstructuur – bestaand
Groenstructuur – derden
Waterstructuur – bestaand
Woonomgevingsgroen
Toelichting Groen (incl. bomen) met een structurerende betekenis op wijk-, kern- of gemeenteniveau Groen in eigendom van natuurbeherende instanties, woningbouwvereniging of particulier Water met een structurerende betekenis op wijk-, kernof gemeenteniveau Groen (incl. bomen) met een ruimtelijke en/of functionele betekenis op straat- of buurtniveau
Overige water
Overige waterstructuren niet zijnde hoofdstructuur
Buitengebied
Agrarisch gebied
Natura 2000 – gebied
Europees beschermde natuurgebieden
Natuurnetwerk Nederland
Nationaal beschermde natuurgebieden
Historische weg (lint)
Weg als onderdeel van het historische wegenpatroon, al dan niet met een verkeersontsluitende functie
Verbinding groenstructuur –
Kans voor het versterken of ontwikkelen van een be-
gewenst
langrijke schakel binnen de groenstructuur
Verbinding waterstructuur –
Kans voor het versterken of ontwikkelen van een be-
gewenst
langrijke schakel binnen de groenstructuur
Groene buffer
Belangrijk groengebied van derden
Hoofdstructuur bomen –
Laan of bomenrij met een structurerende betekenis op
bestaand
gemeente- of kernniveau
Hoofdstructuur bomen –
Kans voor het versterken of ontwikkelen van een laan of
gewenst
bomenrij op gemeente- of kernniveau
Recreatieve route of doorsteek – bestaand Recreatieve route of doorsteek – gewenst
Bestaande fiets- of wandelverbinding of groen ommetje
Gewenste fiets-/wandelverbinding of groen ommetje
17
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
Symbool
Omschrijving Bloemen/insectenlint – bestaand Bloemen/insectenlint – gewenst Zichtlijn
Uitzichtpunt
Toelichting
Bestaande zone ingericht specifiek voor insecten (bijen)
Gewenste zone ingericht specifiek voor insecten (bijen)
Open te houden doorkijk naar het buitengebied of object Locatie waarbij vanuit het groen fraai uitzicht is te beleven over de wijdere omgeving Historisch beeldbepalend object als kerk of molen dat
Markant object / landmark
vaak een ensemble vormt met groen en/of via zichtlijnen visueel verbonden met de ruimere omgeving
Boom – beeldbepalend 2015
Boom – beeldbepalend 2019
Boom - bestaand
Klimaatgroen – bestaand
Klimaatgroen - gewenst
Boom opgenomen in de bomenlijst van 2015 (niet vastgesteld) Boom die is opgenomen op de lijst waardevolle bomen 2019 (niet vastgesteld) Bestaande boom zonder specifieke status Locatie (bestaand groen) met een functie voor retentie en/of verkoeling Locatie (gewenst groen) met een functie voor retentie en/of verkoeling
Natuurlijk/ecologisch groen
Groen of water met een natuurlijke/ecologische functie
Biotoop beschermde flora
Essentieel leefgebied of migratieroute van lokale popula-
en/of fauna
ties beschermde dieren of planten (nu niet bekend)
Cultuurlijk/parkachtig groen
Groen met een cultuurlijke/parkachtige uitstraling en stedelijke gebruiksfuncties
Sport- en recreatiegroen
Sportvelden en recreatieterrein
Speelgroen
Speelplek/water in een groene omgeving
Gemeentegrens
18
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
BIJLAGE VII, Uitwerking groenvisie per wijk
Historische ontwikkeling De eerste structuur (11e of 12e eeuw) in Landsmeer is voornamelijk gevormd door menselijke ingrepen. Door graverijen ontstonden waterloopjes met hiernaast de bebouwingen. Het water bepaalde de structuur. Vanaf de 15e eeuw vestigde men zich langs het huidige dorpslint. Van akkerbouw ging men over op veeteelt en turfwinning. Na een achteruitgang en verval van het dorp bloeide in de tweede helft van de 19e eeuw de pluimveehouderij op. Hierbij werden een groot aantal schuren en loodsen gebouwd. Een deel van deze bebouwing is nog aanwezig. Na de oorlog breidde het dorp zich gestaag uit. Het oude dorp (jaren 50 en 60) groeide. In de jaren 70 werd de wijk Nieuwe Gouw opgezet. In de jaren 80 volgde Luijendijk. De structuur van het lint en d e buitengebieden laten nog de oude waterlopen zien. In de naoorlogse bebouwing is nog maar weinig (water)structuur herkenbaar. Met het ontwerp van de laatste uitbreiding, Luijendijk -Zuid, is weer gekeken naar het verleden en heeft men rekening gehouden met de lijnenstructuur van de oude kavels en sloten. Waar voorheen Ilpendam nog bij Landsmeer hoorde is door een herverdeling in de jaren 80 Den Ilp en Purmerland bijgevoegd.
19
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
1.
Ontstaansgeschiedenis De gemeente Landsmeer is onderdeel van het grootschalige veenweidegebied Waterland. De kernen Landsmeer, Den Ilp en Purmerland, zijn ontginningsnederzettingen ontstaan langs een wegsloot. Deze weg liep van Kadoelen tot Purmerend. Dwars op de wegsloot werden sloten gegraven en op de smalle percelen werden boerderijen gebouwd. De dorpen Landsmeer, Den Ilp en Purmerland hebben zich tot 1850 ontwikkeld tot een langgerekte tweezijdig bebouwde nederzetting langs de wegsloot. Vandaar uit zijn in de loop der jaren in het dorp Landsmeer de volgende wijken ontwikkeld: •
Noordoost (plan centrum noord)
•
Luijendijk (west)
•
Havenzathe
Per deelgebied en wijk volgt een toelichting bij de groenstructuurkaart.
2.
Het Lint
2.1
Omschrijving Het lint (Noordeinde, Zuideinde inclusief het centrum en de begraafplaats) is de doorgaande weg tussen Amsterdam Noord en Purmerend ontstaan door de veenontginning van Waterland. Aan de oostkant van de weg aan weerszijden een smalle berm, ligt een zogeheten wegsloot. Aan beide zijden van de weg staan woningen op particuliere kavels met aan weerzijden sloten. Vanaf de weg (en vanuit de achterzijde van de woningen) is er overal een weidse blik naar het achterland het open veenweidegebied en de plassen. Het lint is in de loop der eeuwen door bebouwing verdicht en de bermsloot is deels gedempt. Het groen in dit deelgebied wordt vooral bepaald door erfbeplantingen. (Lei-)bomen en kleurig beplante tuinen met grindpaden aan de voorzijde van de woningen en knotwilgen aan de randen van de kavels langs het water. Deze sfeer is op verschillende plekken langs het lint nog duidelijk zichtbaar. De omvang van de woningen (en vaak ook een bedrijf) is in de loop van jaren flink groter geworden en de inrichting van erven strakker en steniger. Door de verdichting is de oorspronkelijke verkaveling, met name in de dorpen, niet of nauwelijks meer zichtbaar.
20
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
Door het toenemende (vracht-) verkeer op deze smalle weg ontstaan er regelmatig knelpunten in de verkeersveiligheid. Aanpassingen van de weginrichting (profiel) om dit op te lossen gaan vaak ten koste van de ruimte voor groen.
2.2
Karakteristieke groene elementen
2.3
•
Smalle grasbermen aan weerszijde van de weg.
•
Solitaire bomen (ook leibomen) voor de woningen.
•
Knotbomen langs de watergangen haaks op de weg.
•
Overwegend groen ingerichte tuinen en erven (zie ook Ervenhandboek).
•
Doorzichten naar het achterland.
•
Groene monumentjes (herdenkingsplekken, o.a. Keernlaantje, Gruttolaantje)
Opgaven en nog op te pakken items Behouden en versterken van een groen aanzicht door (aan beide zijden van de weg) door: a. Het stimuleren van groene erfinrichtingen, natuurvriendelijke oevers en elzenbeplanting als natuurlijke beschoeiing. b. Behouden en opnieuw creëren van doorzicht/zichtlijnen en wandelmogelijkheden (groene ommetjes) naar het achterland, hetzij over het water hetzij over de erven. c. Planten van grote bomen als wilg, linde, abeel, e.d. op gemeentelijke grond waar voldoende ondergrondse groeiruimte aanwezig of te realiseren is. d. Accentueren van entrees, monumenten en markante plekken (zie foto’s). e. Vergroenen van stenige plekken (anti-hitte) zoals parkeerplaats achter supermarkt, evenemententerrein, nieuwbouw Breekoever en Raadhuisplein. f.
Verbinden van groene structuren om de wijk met bomenrijen door de wijk (Kerkstraat met Herculesstraat).
Zuideinde, entree van het dorp accentue-
Vanuit de IJdoornlaan het lint benadrukken
ren. Zichtbaar maken dat het Lint doorloopt
door het creëren van de sfeer van het lint
21
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
middels groene/blauwe invulling (nu ver-
langs de fietsstrook, of voor Zuideinde 83
keerstechnisch opgelost)
en/of 114.
Voorbeeld kavelinrichting 2, historisch
Voorbeeld kavelinrichting 1, moderne in-
inrichting kavel, met brede zichtlijn
richting kavel naar idee van oorspronke-
naar het achterliggende land
lijke erfbeplanting
Voorbeeld groene inrichting (Dorp-
Gewenste groene inrichting (anti-hitte)
straat/Beekstraat) markante plekken
bv met enkele grote bomen (achter supermarkt Burg. Postweg)
3.
Met opmerkingen [AMN3]: Elementverharding moet dan wel veranderen. Met opmerkingen [MT4R3]: Boom in verharding met voldoende ondergrondse groeiruimte kan ook; in een plantvak is uiteraard goedkoper maar kost ruimte
Noordoost
22
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
Onder de wijk Noordoost vallen de volgende gebieden:
3.1
•
Beekstraat.
•
Oude dorp (Raadhuisstraat e.o.)
•
Dorpsuitbreiding Oost
•
Dorpsuitbreiding Noord
Omschrijving De oudste straten zijn de van Beekstraat en de Raadhuisstraat, waartussen het oude dorp ontstaand. De Beekstraat is een oude weg met lintbebouwing, hier zonder wegsloot. Oost is een uitbreidingswijk uit jaren 50 en 60. In Noord zijn de buurten in de decennia erna ontwikkeld met de jongste buurt in het uiterste noordoosten. In deze wijk zijn de oude verkavelingstructuren in de vorm van oost-west georiënteerde watergangen, nog goed herkenbaar in het stedenbouwkundig concept. Veel groen is gekoppeld aan dit water wat fraaie wijkparkjes heeft opgeleverd. Ondanks dat dit gebied tijdens verschillende bouwstromen is ontstaan, heeft het een eenduidige sfeer van rijtjeswoningen binnen een helder stratenpatroon. Direct ten zuiden van de Gortesloot is sprake van een tuinwijk met waterpartijen en groen in een ruimere setting. Aan de noordkant van de Gortesloot is de verkaveling rechtlijniger en compacter van opzet. De bungalows langs de Lisstraat en De Gouwe belemmeren het doorzicht vanuit de openbare ruimte naar het landelijke gebied.
3.2
3.3
Karakteristieke groene elementen •
Robuust groen gekoppeld aan watergangen.
•
Bomen en korte bomenrijen in groene vakken op de kopse kanten van woonblokken.
•
Overdadig groen in de woonstraten (van de woningen afgekeerd).
Opgaven en nog op te pakken items Creëren van groene verbindingen door de wijk (oost-west en noord-zuid) waar mogelijk gekoppeld aan het water: a. Langs de oude wegstructuren stimuleren van groene voortuinen en aanbrengen van groene accenten in de vorm van solitaire bomen.
23
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
b. Verbinden van solitaire gelegen waterpartijen in het midden van de wijk met de omringende buurten en het buitengebied (bv Reiger- Roerdomp en Scholeksterlaan of Aalscholverstraat en Zultestraat (herinrichting gepland voor 2025)). c. Oevers en groen langs water meer natuurvriendelijke inrichten en onderhouden, bv langs de Gortesloot en de Laansloot. d. Zichtlijnen op het water en omgeving versterken en/of creëren, bv op De Gouw maar ook in het meest noordelijke deel van de wijk (veel verstopt achter gesloten huizenrijen). e. Buitengebied rond de wijk (overwegend Natura 2000-gebied) toegankelijk maken vanuit de wijk voor wandelen bv met struinroutes door rietlanden (bv omgeving HUS).
4.
Luijendijk Tot dit gebied behoren:
4.1
•
Luijendijk noord en zuid.
•
Sportvelden.
•
Volkstuinen.
•
Begraafplaats.
•
Bedrijventerreinen Scheepbouwersweg.
Omschrijving De wijk Luijendijk-noord is gebouwd in de periode 1977 tot 1981. De wijk is duidelijk gebouwd in de stijl van de jaren 80 met korte straten en woonerven met robuuste groenstroken aan de randen. Het groen tussen de huizenblokken bestaat uit kleinere en versnipperde groenvakken (deels verdwenen door parkeerdruk). Hierdoor oogt de wijk vrij stenig. Luijendijk-zuid is de meest recent uitbreiding van Landsmeer uit de jaren 2000-2020, met de eerste hoogbouw (3-4 lagen) langs de Zuiderzeelaan. De voortuinen zijn voorzien van hagen en de bomen in de straat zijn zo geplaatst dat zij voor zonnepanelen op de daken zo min mogelijk een belemmering vormen maar wel voor schaduw in de straat zorgen. Aan de zuidzijde van de wijk vormen de volkstuincomplexen en het buitengebied een bufferzone met de A10 en het stedelijke gebied van Amsterdam. Er is veel water in de wijk aanwezig, die veelal refereren aan de oude verkavelingstructuren. Een deel van waterpartijen grenst aan de achtertuinen van de woningen en is daar door weinig zichtbaar en beleefbaar vanuit de openbare ruimte.
24
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
4.2
4.3
Karakteristieke groene elementen •
Omgeven door robuust overwegend natuurlijk groen met recreatieve functies.
•
Groene (natuur)eilanden/parels tussen de buurten.
•
Bomenrijen (enkelzijdig) langs hoofdroutes voor auto’s en fietsers.
•
Zicht op water en buitengebied (bv de Breek).
Opgaven en nog op te pakken items De groene basis in deze wijk is goed, maar kan wel worden versterkt door de bestaande structuren completer en meer (bio)diverser te maken. Dit is ook nodig voor het inspelen op de gevolgen van het veranderende klimaat (water opvangen en zorgen voor schaduw en verkoeling). Soms zal dit alleen kunnen door medewerking of in samenwerking met inwoners of andere partijen. a. Groenstructuren die om de wijk liggen door de wijken verbinden waar mogelijk via het water. b. Versterken (aanvullen) bomenrijen aan de Meervalweg en de Speksnijderweg. c. Versterken van de natuurbeleving, bijvoorbeeld door uitbreiden en vervolmaken van een bijenlint (ook noord-zuid) en natuurvriendelijke oevers. d. Zichtlijnen op het water rond en de watergangen in de wijk versterken en/of creëren, bv bij Speksnijdersweg, Geijenbreek, Kerkebreek).
Zicht op water in de wijk en doorkijkje buitengebied (Speknijdersweg)
25
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
5.
Havenzathe
5.1
Omschrijving Havenzathe is een groene woonwijk gebouwd eind jaren ‘60, een periode waarin het autobezit sterk in opkomst was en de auto volop werd gefaciliteerd in het stedenbouwkundige plan. Havenzathe heeft de kenmerken van de in die tijd veelvuldig gebouwde bloemkoolwijken met een ontsluitingsweg en daaraan gelegen woonerven. Het is een overwegend groene wijk met brede groenstroken langs de ontsluitingsweg (ML Kingstraat) en veel groen langs de fiets- en voetpaden en tussen de woonblokken. De straten met de parkeergarages Met opmerkingen [AMN5]: Misschien kunnen we hier ook benoemen dat de aanplant is veranderd ivm sociale veiligheid (dat stukje dat eerst bij beleving, gebruik en identiteit stond).
zijn juist weer groenarm en erg stenig.
5.2
Karakteristieke groene elementen •
Robuust groen en grote bomen langs de ontsluitingswegen.
•
Groene ‘inprikkers’ van waaruit het buitengebied beleefbaar is.
•
Groene ‘hofjes’ tussen de rijen woningen met veel functies (spelen, ontmoeten, samenleven).
5.3
Opgaven en nog op te pakken items Behouden en versterken van een groen aanzicht door: a. Het versterken van het groen langs de ontsluitingswegen (meer eenheid in aanbrengen). b. Toevoegen (omvormen) van meer natuurlijk groen (inprikkers en langs de randen). c. Het buitengebied meer beleefbaar en toegankelijk maken vanuit de openbare ruimte. Zie ook het Masterplan 2020 voor de opgaven in meer detail.
6.
Den Ilp
6.1
Omschrijving Den Ilp is onderdeel van de lange lintbebouwing tussen Amsterdam en Purmerend. Het ligt ingeklemd tussen de twee grote Natura 2000-gebieden Het Twiske en het Ilperveld. De dorpskern is een onderdeel van het lint en heeft één enkele parallelle woonstraat.
26
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
Het groen in dit deelgebied wordt vooral bepaald door erfbeplantingen langs het lint (doorgaande weg Noordeinde-Den Ilp). Bomen aan de voorzijde van de woningen, knotwilgen aan de zijden van de kavels langs het water en kleine voortuinen. Deze sfeer is op verschillende plekken langs het lint nog duidelijk zichtbaar. In de dorpskern is het lint meer verdicht en is het contact met het buitengebied minder aanwezig. Er is weinig openbaar groen. Het meest opvallend zijn de groenstroken aan beide zijden van de verbindingsweg (Polderweg) naar het Twiske, en het groen rondom de OBS De Fuik.
6.2
Karakteristieke groene elementen •
Bosschages langs de Polderweg.
•
Smalle grasbermen langs lint.
•
Overwegend groen ingerichte tuinen en erven langs het lint (zie ook Ervenhandboek) met leibomen, knotbomen en andere solitaire bomen
6.3
•
Doorzichten naar het achterland
•
Particuliere waardevolle bomen langs het lint? Nog uitzoeken
Opgaven en nog op te pakken items Behouden en versterken van een groen aanzicht door: a. Het behouden en stimuleren van groene voortuinen, erfinrichtingen en natuurvriendelijke oevers. b. Behouden van doorzicht/zichtlijnen en wandelmogelijkheden (groene ommetjes) naar het achterland over het water of via de erven. c. Accentueren van entrees van de dorpskern (vanuit zuidelijke en noordelijke richting) en de entree naar de Schoolstraat.
27
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
7.
Purmerland
7.1
Omschrijving Purmerland is een kleine dorpskern in het noorden van de gemeente. Het groen rond de kerk en de begraafplaats, met daaromheen een aantal beeldbepalende bomen en de daarachterliggende watergang zijn de belangrijke groene elementen in het dorp. Vanuit het dorp is de sfeer van het omringende waterland zichtbaar en voelbaar. Purmerland maakt eveneens onderdeel uit van het lint. Het recreatieve Groengebied Purmerland in het uiterste noorden van de gemeente, fungeert als buffer tussen Purmerland en Purmerend.
7.2
Karakteristieke groene elementen •
Kerk met begraafplaats en beeldbepalende bomen.
•
Waterpartij achter de begraafplaats met brede grasstrook.
•
Smalle grasbermen langs het lint.
•
Overwegend groen ingerichte tuinen en erven (zie ook Ervenhandboek) met leibomen, knotbomen en/of andere solitaire bomen.
•
7.3
Doorzichten naar het achterland.
Opgaven en nog op te pakken items Behouden en versterken van een groen aanzicht door: a. Het behouden en stimuleren van groene erfinrichtingen en natuurvriendelijke oevers. b. Behouden van doorzicht/zichtlijnen en wandelmogelijkheden (groene ommetjes) naar het achterland, hetzij over het water hetzij over de erven. c. Behouden van recreatieve groene mogelijkheden. d. Accentueren van entrees (vanuit zuidelijke en noordelijke richting). e. Extensiever/natuurlijker beheer van de waterpartij aan de Gerbrand Katstraat.
28
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
Gerbrand Katstraat. Watergang met
Beeldbepalende bomen voor en ook
brede groenstrook waar meer natuurlij-
naast de kerk, in kern van het dorp
ker beheer mogelijk is.
29
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
BIJLAGE VIII, Omgaan met overlast door ziekten en plagen
1.1 Inleiding Ondanks de brede maatschappelijke waarden kunnen bomen of andere groenvoorzieningen op gespannen voet (komen te) staan met andere activiteiten en vanuit deze optiek als overlast gevend worden beschouwd. Er bestaat geen landelijk geldende definitie van overlast. Tot nu toe wordt meestal per individueel geval beoordeeld of aanvullende beheermaatregelen worden getroffen om de overlast of hinder te voorkomen, te beperken of weg te nemen. De vele belangen en functies in de openbare ruimte en de persoonlijke beleving van bewoners maken het echter belangrijk om als eigenaar en beheerder van het gemeentelijke bomenbestand en groenareaal duidelijk te zijn wanneer hier wel of niet op ingegaan wordt. In de gemeente Landsmeer hanteren we daarom de begrippen uit tabel 8.1 om de mate van overlast te kunnen inschalen en op basis daarvan de inzet te bepalen. In het algemeen kan worden gesteld dat de veiligheid van weggebruikers en/of voetgangers nooit ondergeschikt wordt gesteld aan het belang van behoud van een boom of groen. Als sprake is van acuut gevaar voor de veiligheid dan voorziet de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in artikel 4.1.11 in dat directe kap mogelijk is. Het bepalen van de vorm en mate van overlast is dan niet van toepassing. TABEL 8.1 – Gradaties in overlast Mate van overlast
Criterium algemeen
Principe inzet gemeente
Ernstige overlast
Er is sprake van vrijwel perma-
Treffen van (beheer)maatregelen
nente belemmering van de dage-
of overwegen van kap boom of
lijkse gang van zaken of gezond-
verwijderen groen
heid (veel hinder) Matige overlast
Er is sprake van regelmatige be-
Afwegen of door beheermaatrege-
lemmering van de dagelijkse
len de overlast weg te nemen, te
gang van zaken of gezondheid
beperken of te voorkomen
(matige hinder) Enige overlast
Er is sprake van een tijdelijke situatie die enige maar niet onoverkomelijke belemmering vormt voor de dagelijkse gang
30
In principe niets doen
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
TABEL 8.1 – Gradaties in overlast van zaken of gezondheid (enige hinder) Geen overlast
Er wordt geen overlast onder-
Niets doen
vonden
In de volgende paragrafen worden de volgende vormen van overlast, ziekten en plagen uitgewerkt: •
Schaduw inclusief zonnepanelen.
•
Overhangende en (vallende) dode takken.
•
Val van blad, vruchten en bloesem.
•
Allergieën.
•
Eikenprocessierupsen.
•
Invasieve exoten.
Per paragraaf volgt een uitleg over het hoe en wat van de betreffende overlastvorm, de criteria voor het inschalen van de mate van overlast en welke inzet de gemeente (of inwoners) kan plegen. Uitgangspunt is dat hierbij geen chemische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. Sinds 1 januari 2020 is het voor alle sectoren die in de openbare ruimte werken wettelijk verboden om chemische middelen in te zetten. Er gelden slechts enkele uitzonderingen waar incidenteel en tijdelijk nog chemische middelen kunnen worden ingezet. Waar dit mogelijk is, is het in de betreffende paragraaf vermeld.
1.2 Schaduw en zonnepanelen Wat is het Er wordt gesproken van overlast door schaduw als de door de boom veroorzaakte schaduw het noodzakelijk maakt overdag (in het groeiseizoen) kunstlicht te gebruiken voor alledaagse binnenshuis-activiteiten in de woonvertrekken van een (woon)huis. De mate van overlast als gevolg van schaduw door een boom is afhankelijk van diverse factoren: de boomsoort, de afstand van de boom tot het huis, de standplaats ten opzichte van het huis (noord/zuid) en de indeling van de woning. Een boom kan ook de effectiviteit van op het dak geplaatste zonnepanelen (beperkt) negatief beïnvloeden. Daarnaast zorgt de schaduw van (grote) bomen ook voor verkoeling in en rond de woning op warme dagen en kan hittestress in de straat verminderen. Dit geeft soms lastige dilemma’s.
31
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
Inschaling van overlast De overlast van de schaduwwerking van een boom wordt alleen in beschouwing genomen als het de hoeveelheid licht in de woning beperkt. Schaduw als gevolg van bomen in de tuin of op erf valt in de categorie Geen overlast. De categorie van overlast kan bepaald worden aan de hand van het aantal uren overlast per dag (tussen 08.00 uur en 18.00 uur). Er wordt gesproken van overlast door schaduw als de door de boom veroorzaakte schaduw het noodzakelijk maakt overdag (in het groeiseizoen) kunstlicht te gebruiken voor alledaagse binnenshuis-activiteiten in de woonvertrekken van een (woon)huis. Daarnaast wordt ook gekeken in hoeverre er door langdurige schaduw er schade aan de woning ontstaat door vocht e.d. Categorie van overlast
Aantal uren schaduw overlast
Enige overlast
< 4 uur per dag
Matige overlast
4-6 uur per dag
Ernstige overlast
> 6 uur per dag
In het geval van bestaande bomen, zal het aanbrengen van zonnepanelen op een dak geen aanleiding zijn om een boom te kappen. Bij het planten van nieuwe bomen houdt de gemeente zo veel mogelijk rekening met de (toekomstige) aanwezigheid van zonnepanelen. Hierbij vindt steeds een afweging plaats tussen enerzijds de belangen van energietransitie en anderzijds het belang van een groene straat dan wel groene gemeente, zie artikel.
Te nemen maatregelen •
Kroonsnoei toepassen met behoud van een zoveel mogelijk natuurlijke kroonvorm. Bij ernstige overlast wordt zo snel mogelijk gesnoeid en in andere gevallen wordt het meegenomen bij het regulier onderhoud.
•
Vellen van de boom vindt alleen plaats in geval van ernstige overlast in combinatie met schade aan de woning.
1.3 Overhangende en (vallende) dode takken Wat is het Naast de in deze paragraaf genoemde vormen van overlast komt het voor dat inwoners vrezen voor het omwaaien van bomen of het uitvallen van zware takken. Om te voldoen aan haar plicht als beheerder hanteert de gemeente een vaste aanpak ten aanzien van boomveiligheid (zie hoofdstuk 3.3). In principe is hiermee – in combinatie met het reguliere bomenbeheer –
32
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
de veiligheid van het gemeentelijke bomenbestand voldoende gewaarborgd bij gemiddelde weersomstandigheden. Het snoeien van bomen is erop gericht om de boom een bij de soort passend natuurlijk boomkroon te creëren. In de jeugdfase worden hiervoor de basis gelegd waarbij er bij bomen in straten altijd een minimale vrije doorrijhoogte van 2,5m wordt aangehouden. Bij bomen die in parken of brede groenstroken is dit niet per se nodig en kan ook voor geen takvrije stam worden gekozen. Bij onder andere beuken is het belangrijk dat er geen direct zonlicht op de stam kan vallen omdat de stam dan verbrandt en de boom sterft. Bij het regulier beheer van het snoeien van bomen en ander groen is meegenomen dat overhangende takken op openbare terreinen en over tuinen worden verwijderd.
Inschaling van overlast De overlast van door overhangende takken van een boom wordt alleen in beschouwing genomen als het de hoeveelheid licht in de woning beperkt, zie paragraaf 8.4.1. Schaduw als gevolg van bomen in de tuin of op erf valt in de categorie Geen overlast.
Te nemen maatregelen •
Kroonsnoei toepassen met behoud van een zoveel mogelijk natuurlijke kroonvorm. Bij ernstige overlast wordt zo snel mogelijk gesnoeid en in andere gevallen wordt het meegenomen bij het regulier onderhoud.
•
Vellen van de boom vindt alleen plaats in geval van ernstige overlast in combinatie met schade aan de woning.
1.4 Insecten Omschrijving Bomen trekken allerlei insecten aan, waaronder ook insecten die overlast (kunnen) veroorzaken als deze in grote hoeveelheden voorkomen. Wanneer insectenoverlast in de vorm van een plaag voorkomt, is op dat moment sprake van overlast. Wanneer dit incidenteel voorkomt, wordt dit niet gezien als een vorm van overlast (tijdelijk en incidenteel). Gaat het echter om jaarlijks terugkerende overlast voor kortere of langere periode dan is indeling in een categorie van overlast aan de orde. In de praktijk gaat dan om overlast als gevolg van luisaantasting (honingdauw), diverse soorten rupsen of wespen. De periode en ernst van overlast in combinatie met ligging en gebruik van het aangrenzende terrein bepaalt de categorie van overlast.
Inschaling van overlast
33
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
Er is sprake van Ernstige overlast als deze geldt voor een aaneengesloten periode van 3 weken, waarbij de mate en vorm van overlast van insecten het normale gebruik van aangrenzende terrein onmogelijk maakt en er geen aanvaardbare alternatieven zijn (hetzij bestrijding insecten, hetzij gebruik tijdelijk verplaatsen). Als voorbeeld kan gedacht worden aan een jaarlijks terugkerende wespenplaag bij een perenboom op een schoolplein of een zware luisaantasting van een aantal linden op het enige parkeerterrein bij een drukbezocht winkelcentrum. In alle andere gevallen is sprake van Matige overlast of Enige hinder, afhankelijk van de periode, ernst van overlast en mogelijke alternatieven; hier wordt geen maatregelen voor getroffen.
Mogelijke beheermaatregelen •
(Luizen) omgeving tijdelijk niet gebruiken (elders parkeren).
•
(Luizen) autohoes gebruiken.
•
(Luizen) afspuiten met water.
•
(Luizen) uitzetten predatoren (lieveheersbeestje, oorworm).
•
(Luizen) toepassen knoflook of biologische extracten.
•
(Wespen) verwijderen wespennest.
1.5 Val van blad, vruchten en bloesem Wat is het Val van blad, bloesem, bessen, zaden, vruchten en pluizen hoort bij de natuurlijke jaarcyclus van bomen en groen. Het gaat om natuurlijke en seizoensgebonden verschijnselen die veelal hooguit enkele weken duren. Bij aanplant worden de plantlocatie en boomsoortkeuze zorgvuldig op elkaar afgestemd om hinder die zou kunnen ontstaan door (met name) vruchtval te voorkomen.
Inschaling mate van overlast Reguliere val van blad, bloesem, bessen, zaden, vruchten en pluizen is een natuurlijk gegeven dat voor korte duur optreedt. Het regime van de reguliere gemeentelijke onderhoudstaken zoals vegen, kolken zuigen en verwijderen van blad en (zwerf)vuil is afgestemd op deze jaarcycli van bomen en groen. Om deze reden wordt het dan ook ingeschaald als Geen overlast. Afhankelijk van de boomsoort, (mast)jaar, klimaat en individu kan de val van blad, bessen, zaden, vruchten of pluizen zich soms uitstrekken over een langere periode of in verhoogde hoeveelheid. In dit geval is bijvoorbeeld een verhoogde frequentie van bladruimen nodig. Dan is sprake van Enige overlast of Matige overlast.
Mogelijke maatregelen
34
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
•
Lokaal extra vegen of bladruimen.
1.6 Allergieën Wat is het Bloemen en zaden van bomen of groen kunnen van invloed zijn op de lichamelijke gesteldheid van omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld allergie voor stuifmeel of vrijkomende stofdeeltjes van bepaalde boomsoorten (bv. berk of plataan). Bekend is ook de plant Ambrosia die veroorzaakt van eind augustus tot oktober flinke hooikoortsklachten. Ook is het een schadelijk onkruid in akkerbouwteelten.
Inschaling mate van overlast Schade aan gezondheid wordt in principe ten hoogste ingeschaald als Enige overlast. Dit wordt niet zwaarder ingeschaald, aangezien deze en gelijksoortige klachten veel voorkomen, maar niet gebonden zijn aan een specifieke boom (immers de lucht is in bepaalde perioden vol van stuifmeel, kap van die ene boom doet hier niets aan af). In uitzonderlijke gevallen kan schade aan gezondheid ingeschaald worden als Ernstige overlast. Dit is het geval als uit een doktersverklaring blijkt dat specifiek de betreffende boom of bomen overlast veroorzaken voor een aaneengesloten periode van langer dan 3 weken, waarbij geen aanvaardbare alternatieven zijn om de schade aan gezondheid te beperken of omdat een bepaalde soort door het ministerie is aangewezen. Dit geldt op dit moment voor de Ambrosia. De NVWA stimuleert het melden en het bestrijden van ambrosia in Nederland. Bestrijding van ambrosia Ambrosia is een éénjarige plant waarvan alleen de zaden de winter overleven. Het is daarom belangrijk om zaadvorming te voorkomen, of de planten met zaden en al te vernietigen. De ambrosiaplanten zullen moeten worden afgevoerd naar een vuilverbrandingscentrale en niet worden gecomposteerd, tenzij dit met voldoende verhitting gepaard gaat.
De meest effectieve methode om ambrosia te bestrijden is het met wortel en al verwijderen van de plant voordat hij in bloei of in ieder geval tot zaadzetting heeft kunnen komen. Als er een paar centimeter van de plant blijft staan, zal de plant snel uitlopen en binnen twee weken weer in bloei kunnen komen. Voorkom hierbij huidcontact met de plant en adem geen pollen in. Een ander wijze van bestrijden is om de twee weken maaien, omdat de plant steeds weer uitloopt en onder stress-omstandigheden snel weer in bloei kan komen waarbij de planten klein blijven. Naast het bestrijden van al aanwezige ambrosia, is het belangrijk om vestiging van nieuwe planten te verhinderen. Hierbij is onder andere voorlichting belangrijk. Mensen moeten weten wat ambrosia is en waarom de plant bestreden moet worden.
35
BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer • EINDCONCEPT BIJLAGEN
Mogelijke beheermaatregelen Het treffen van beheermaatregelen is niet zinvol aangezien de ervaren overlast over het algemeen niet te koppelen is aan een individuele boom. Uitzondering hierop vormen de situaties waarin er sprake is van ernstige overlast, dan wordt gekeken op welke wijze de overlast kan worden beperkt of dat kap de overlast wegneemt, zie kader voor het omgaan met Ambrosiaplanten in het openbaar groen.
1.7 Eikenprocessierupsen Wat is het In de gemeente Landsmeer is de eikenprocessierups (epr) steeds vaker aanwezig en zorgt op een aantal locaties voor overlast. Er is tot nu toe nog geen overzicht van het aantal klachten en meldingen (stuks). Het aantal meldingen lijkt enigszins te stijgen, waarschijnlijk door de media-aandacht. Landelijk gezien is de eikenprocessierups vanuit het zuiden van het land zich richting het noorden aan het verspreiden. De noordelijke provincies – ook Noord-Holland – hebben er nog vrij recent mee te maken en moeten zich hier nog op stellen. Landelijk is er inmiddels al wel veel bekend over de wijze van aanpakken. Er is geen bewezen meest effectieve methode om eikenprocessierupsen te beheersen of ze te voorkomen. Landelijk beleid of coördinatie is sinds 2020 in ontwikkeling. Vanuit het ministerie is er in 2019 een kennisplatform opgericht. Dit platform bundelt en verspreidt kennis, laat eventueel aanvullend onderzoek uitvoeren en geeft waar mogelijk richting aan de wijze van bestrijding. De gedachte dat eikenprocessierupsen uit Nederland zal verdwijnen, is waarschijnlijk een nietreële wensgedachte. Maar met een verbeterde aanpak kan de overlast wel worden ingeperkt.
De plaagdruk kan worden verminderd door het verminderen van het aantal eiken of het stimuleren van natuurlijke vijanden, als vogels en insecten, door het aanbrengen van onder meer nestvoorzieningen en te zorgen voor bloeiende bermen en struiken. Dit is echter een proces van meerdere jaren. Eigenaren van eiken hebben een zorgplicht tot het bestrijden van de overlast door eikenprocessierupsen vanwege het gevaar voor de volksgezondheid. Deze zorgplicht omvat adequate voorzorgsmaatregelen, door bestrijding op plekken van verhoogde gevaarzetting voor de volksgezondheid en door waarschuwende voorlichting aan burgers.
36
EINDCONCEPT BIJLAGEN • BELEIDSPLAN GROENBEHEER 2021 • gemeente Landsmeer
De gangbare bestrijdingstechnieken 4 op dit moment zijn een combinatie van preventieve en curatieve bestrijding: Preventieve bestrijding: Spuiten met behulp van bacteriepreparaten of nematoden in de periode half april tot eind mei rupsen (vlak na het uitkomen van de eitjes). Omdat de meeste middelen ook andere rupsen doden dit alleen toepassen in gebieden met veel kans op overlast, maar niet waar beschermde vlinders voorkomen. Curatieve bestrijding: Wegzuigen van de rupsen en nesten in de periode mei – augustus. Hiervoor bestaat een scala aan apparatuur. Hierbij is gedocumenteerde afvoer en verwerking van rupsrestanten noodzakelijk.
Inschaling mate van overlast Jaarlijks wordt op basis van een evaluatie en risicoanalyse bepaald wat de meest effectieve aanpak is. De risicoanalyse wordt gemaakt aan de hand van drie factoren: •